Operation Manual

76
Voor de input/uitput- audiosignalen via de H2, moet u de overeenkomstige audio-interface-
keuze op de computer maken.
Meer details hierover vindt u in de software welke u op uw computer gebruikt.
6. Selecteer een ingangsbron en stel de gevoeligheid en het opnameniveau in

Kiezen van de ingangsbron
Het kiezen van de ingangsbron wordt op dezelfde manier uitgevoerd dan bij gebruik als
recorder ( pag. 18) Hier wordt de samplingfrequentie ingesteld voor gebruik van de H2 als
audio-interface. Echter is bij gebruik van de interne microfoons het mic-pattern SURROUND
4CH niet beschikbaar.
Instellen van de ingangsgevoeligheid
Bij de opname met de interne microfoons of via een extern microfoon dat aangesloten is op
bus [EXT MIC IN] zet u de [MIC GAIN]- schakelaar op een geschikte waarde. De procedure
komt overeen zoals bij gebruik van de H2 als recorder ( pag. 15).
Instellen van het opnameniveau
Stel het opnameniveau in met de
(REW) /
(FF)- toetsen. De procedure is identiek met
die van de H2 –recorder- werking ( pag. 16).
Opnameniveau
7. Open het USB AUDIO I/F- scherm
Druk in dit scherm op de MENU-toets om het USB AUDIO
I/F MENU te openen. Met de MENU-toets kunt u steeds
tussen deze schermen overschakelen.
In de audio-interface-werking van de H2 kunt u via het USB
AUDIO I/F-scherm de volgende functies openen:
LO CUT
Hier schakelt u het low-cut-filter aan of uit. De functie is dezelfde als bij de H2-recorder-
werking ( pag. 38).
AGC/COMP
Hier kunt u de AGC/compressor/limiter-functies en –opties kiezen. De functie is dezelfde als
bij de H2-recorder-werking ( pag. 37).
TUNER
Hier kan de interne tuner geactiveerd worden. De functie is dezelfde als bij de H2-recorder-
werking ( pag. 63).
PLUG-IN
Hier schakelt u de plug-in-power aan en uit. De functie is dezelfde als bij de H2-recorder-
werking ( pag. 80).
INPUT
Hier kunt u het ingangssignaal aan- of uitschakelen. Plaats hiertoe de cursor op "INPUT" en
druk op de
(REC)- toets. Kies vervolgens voor de optie "ON" of "OFF" en druk op de
(REC)- toets. Indien de INPUT uitgeschakeld is, wordt het ingangssignaal deactiveert en
alleen de uitgang van de computer is actief.