Operation Manual

.
Werking
van de robot. De
robot moet,
elke keer de
werkcyclus eindigt, het
laadstation makkelijk
kunnen vinden, wat
ook
het
startpunt
zal ziin
voor
een
nieuwe werkcyclus
en om eventuele
andere werkzones
te
bereiken
die
vervolgens
"Secundaire
zones" zullen
genoemd
worden.
.
Voor
de
plaatsing
van het laadstation moeten de volgende
regels
gerespecteerd
worden :
-
Vlakke zone
-
Stabiel
en compact terrein dat
goed
draineert
-
Bij voorkeur in de zone
van het
grootste grasperk
-
eontroleer of eventuele
irrigatiesystemen de
waterstraal niet naar het laadstation
richten
-
De zijde van de
ingang van het laadstation moet
geplaatst
zijn zoals wordt
aangeduid
op
de
figuur, zodat
de robot het station kan bereiken
door de omtrekdraad
in wijzerszin te volgen.
-
V66r de basis moet een
recht traject van 200 cm
(78,74
")
aanwezig zijn.
.
Het laadstation moet
goed
bevestigd
worden
op de
ondergrond.
Zorg
dat v66r
de
ingang
geen
opstapje aanwezig is, door bijvoorbeeld een
klein matje van nepgras te
plaatsen
om
het
opstapje
te compenseren.
Er
kan
ook een strook
gras
verwijderd worden zodat
de basis op de
hoogte van het
gras
zelf wordt
gelnstalleerd.
Het laadstation
is
aangesloten op de
unit stroomvoorzieningstoestel-zender
met
behulp van
een snoer dat aan de tegenovergestelde zijde van
het
grasperk
moet
geplaatst
worden.
.
Plaats
de unit stroomvoorzieningstoestel-zender
door de
volgende
regels te
volgen:
-
ln een verluchte zone, beschermd
tegen weersinvloeden en
rechtstreeks zonlicht.
-
Bij voorkeur in
de
woning,
de
garage
of een stalling.
-
Als de unit buiten
wordt
geplaatst,
moet hij beschermd
worden in
een
geventileerde
doos, tegen rechtstreeks zonlicht en
water.
-
De unit mag niet op de
grond
ol
in vochtige
-
omgevingen
geplaatst
worden.
-
Plaats hem aan de buitenzijde
van het
grasperk,
en niet op
het
grasperk
zelf.
-
Plaats hem
op
minstens 200 cm
(78,74')
van het
laadstation.
-
Spreid
het teveel van de streng uit dat
van het
station
de unit
stroomvoorzieningstoestel-zender bereikt.
Verleng
of
verkort het
snoer
niet.
Het ingaande
deel
van
de draad
moet rechtlijnig en minstens
200
cm
(78,74
")
loodrecht uitgelilnd ziin
met het laadstation,
en
moet het
uitgaande deel
van het laadstation verlaten zoals wordt aangeduid op
de
figuur;
op deze manier
kan
de robo
het
station correct bereiken.
Als
de
robot nabij
een zone
wordt
geinstalleerd
waar
een andere
robot
(dezelfde
of van een andere
producent) geinstalleerd
is,
moet tijdens
de
fase van
de
installatie
een
wijziging
aan de unit stroomvoorzieningstoestel-
zender aangebracht worden zodat de frequenties
van
de
robots
elkaar
niet
storen.
km#
KM
k#
Handboek
10