Operation Manual

FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
3-16
2
3
4
5
6
7
8
9
OPMERKING
Druk de sleutel niet in terwijl u deze draait.
3. Klap het bestuurderszadel omhoog.
Sluiten van het bestuurderszadel
1. Klap het bestuurderszadel omlaag en
druk dan aan om te vergrendelen.
2. Neem de sleutel uit het contactslot als
de scooter onbeheerd wordt achterge-
laten.
OPMERKING
Controleer of het bestuurderszadel stevig is
vergrendeld alvorens te gaan rijden.
Duozadel
Verwijderen van het duozadel
1. Open het bestuurderszadel.
2. Verwijder de bout en trek dan het duo-
zadel naar voren.
Aanbrengen van het duozadel
1. Steek de uitsteeksels aan de voorzijde
van het duozadel in de zadelbevesti-
gingen zoals getoond, plaats het duo-
zadel in de oorspronkelijke positie en
breng dan de bout aan.
2. Sluit het bestuurderszadel.
OPMERKING
Controleer of het duozadel stevig is ver-
grendeld alvorens te gaan rijden.
1. Openen.
1. Bestuurderszadel
1
1
1. Duozadel
2. Bout
2
1
1. Duozadel
2. Zadelbevestiging
1
2
2