Operation Manual

P-90 Gedetailleerde instellingen – [FUNCTION]
40
U kunt nauwkeurige aanpassingen maken in
de MIDI-instellingen.
Zie voor meer informatie over MIDI, het “Over
MIDI”-gedeelte (blz. 44).
De [HOST SELECT]-schakelaar op het zijpaneel moet wor-
den ingesteld op “MIDI” om de MIDI-aansluitingen te kunnen
gebruiken. Als u de [TO HOST]-aansluiting gebruikt, stel de
[HOST SELECT]-schakelaar dan in op de geschikte positie
voor het type computer dat u gebruikt (blz. 44–48). In deze
situaties zullen alle MIDI-instellingen die hierna worden be-
schreven invloed hebben op het MIDI-signaal dat via de [TO
HOST]-aansluiting wordt verzonden en ontvangen.
1. Activeer de functiemode en selecteer .
2. Druk op de [+/YES]-knop om de submode van
de MIDI-functie te activeren en gebruik ver-
volgens de [TEMPO/FUNCTION# , ]-knop-
pen om de gewenste submode te selecteren.
Druk op de [–/NO]- of [+/YES]-knop om een
geselecteerde parameter in te stellen.
Submode
F8.1: MIDI-verzendkanaalselectie
In elke MIDI-opstelling, moeten de MIDI-kanalen van
de zendende en ontvangende apparatuur overeenkomen
voor de juiste data-overdracht.
Deze parameter maakt het u mogelijk om het kanaal aan
te geven via welke de P-90 MIDI-data verzendt.
Instelbereik: 1 – 16, OFF (niet verzonden)
Normale instelling:1
In de dualmode, worden de voice-1-data verzonden op het
aangegeven kanaal. In de splitmode worden de rechtervoice-
data verzonden via het aangegeven kanaal. In de dualmode
worden de voice-2-data verzonden op het eerstvolgende ho-
gere kanaalnummer dan het aangegeven kanaal. In de split-
mode worden de linkervoicedata verzonden op het eerstvol-
gende hogere kanaalnummer dan het aangegeven kanaal. In
beide modes worden er geen data verzonden als het zendka-
naal is ingesteld op “OFF”.
Demo-/presetsongdata en recorderdata die worden afge-
speeld, worden niet via MIDI verzonden.
F8.2: MIDI-ontvangstkanaalselectie
In elke MIDI-opstelling, moeten de MIDI-kanalen van
de zendende en ontvangende apparatuur overeenkomen
voor de juiste data-overdracht. Deze parameter maakt
het u mogelijk om aan te geven op welk kanaal de P-90
MIDI-data ontvangt.
Instelbereik: ALL, 1&2, 1 – 16
Normale instelling:ALL
ALL:
Er is een “multitimbrale” ontvangstmode beschikbaar. Dit
maakt gelijktijdige ontvangst van verschillende partijen op alle
16 MIDI-kanalen mogelijk, waardoor de P-90 in staat wordt
gesteld multikanaalssongdata te ontvangen van een muziek-
computer of sequencer.
1&2:
Een “1&2” ontvangstmode is beschikbaar. Dit maakt gelijktij-
dige ontvangst op alleen kanaal 1 en 2 mogelijk, waardoor de
P-90 in staat wordt gesteld alleen de op kanaal 1 en 2 ontvan-
gen songdata van een muziekcomputer of sequencer af te
spelen.
Programmawijziging en soortgelijke andere kanaalbood-
schappen die worden ontvangen, hebben geen invloed op de
paneelinstellingen van de P-90 of wat er wordt gespeeld op
het toetsenbord.
Er vindt geen MIDI-ontvangst plaats als de demo-/preset-
songmode is geactiveerd.
F8.3: Lokale besturing AAN/UIT
“Lokale besturing” verwijst naar het feit dat normaal het
P-90 toetsenbord zijn interne toongenerator bestuurt,
waardoor de interne voices direct vanaf het toetsenbord
kunnen worden bespeeld. Deze situatie is “Lokale bestu-
ring aan aangezien de interne toongenerator lokaal
wordt bestuurd door zijn eigen toetsenbord.
Lokale besturing kan echter worden uitgezet, zodat het
P-90 toetsenbord niet de interne voices bespeelt, maar de
betreffende MIDI-informatie nog wel wordt verzonden
via de MIDI OUT-aansluiting als er noten op het toet-
senbord worden gespeeld. Tegelijkertijd reageert de in-
terne toongenerator wel op MIDI-informatie die via de
MIDI IN-aansluiting wordt ontvangen.
Instelbereik: ON/OFF
Normale instelling:ON
F8. MIDI-functies
OPM.
OPM.
OPM.