Operation Manual
6
Volg altijd de algemene voorzorgsmaatregelen op die hieronder worden opgesomd om te voorkomen dat u gewond raakt of zelfs sterft als gevolg
van elektrische schokken, kortsluiting, schade, brand of andere gevaren. Deze voorzorgsmaatregelen houden in, maar zijn niet beperkt tot:
VOORZORGSMAATREGELEN
LEES ALLES ZORGVULDIG DOOR VOOR U VERDER GAAT
* Bewaar deze voorzorgsmaatregelen op een veilige plaats voor latere raadpleging.
WAARSCHUWING
• Open het instrument niet, haal de interne onderdelen niet
uit elkaar en modifi ceer het instrument niet. Het instrument
bevat geen door de gebruiker te vervangen onderdelen. Als het
instrument stuk schijnt te zijn, stop dan met het gebruiken van
het instrument en laat het nakijken door gekwalifi ceerd Yamaha
service personeel.
• Stel het instrument niet bloot aan regen, gebruik het niet in
de buurt van water of onder natte of vochtige omstandigheden
en plaats geen voorwerpen op het instrument die vloeistoffen
bevatten die in de openingen kunnen vallen.
• Als het stroomsnoer of de stekker beschadigd is of stuk gaat,
als er plotseling geluidsverlies is in het instrument, of als er
plotseling een ongebruikelijke geur of rook uit het instrument
komt, moet u het instrument onmiddellijk uitzetten, de stekker
uit het stopcontact halen en het instrument na laten kijken door
gekwalifi ceerd Yamaha service personeel.
• Gebruik alleen het voltage dat is aangegeven voor het instrument.
Het vereiste voltage wordt genoemd op het naamplaatje van
het instrument.
• Haal altijd de stekker uit het stopcontact voor u het instrument
schoonmaakt. Haal nooit een stekker uit het stopcontact als u
natte handen heeft.
• Controleer zo nu en dan de stroomstekker en verwijder stof en
vuil dat zich heeft verzameld op de stekker.
PAS OP
Volg altijd de algemene voorzorgsmaatregelen op die hieronder worden opgesomd om lichamelijk letsel te voorkomen aan u of
anderen, of schade aan het instrument of andere eigendommen. De voorzorgsmaatregelen houden in, maar zijn niet beperkt tot:
• Plaats het stroomsnoer niet in de buurt van warmtebronnen
zoals verwarming en kachels, verbuig of beschadig het snoer
niet, plaats geen zware voorwerpen op het snoer, leg het snoer
uit de weg, zodat niemand er op trapt of erover kan struikelen
en zodat er geen zware voorwerpen over heen kunnen rollen.
• Als u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u altijd aan de
stekker trekken, nooit aan het snoer. Aan het snoer trekken kan
het beschadigen.
• Sluit het instrument niet aan op een stopcontact dat een T-plug
bevat. Dit kan resulteren in een verminderde geluidskwaliteit en
het stopcontact oververhitten.
• Haal de stekker uit het stopcontact als u het instrument lange
tijd niet gebruikt, of tijdens onweer.
• Voordat u het instrument aansluit op andere elektronische
componenten moet u alle betreffende apparatuur uitzetten.
Voordat u alle betreffende apparatuur aanzet moet u alle
volumes op het minimum zetten. Voer de volumes van alle
componenten, na het aanzetten, geleidelijk op tot het gewenste
luisterniveau.
• Stel het instrument niet bloot aan extreme schokken of stof,
extreme koude of warme omstandigheden (zoals in direct
zonlicht, bij de verwarming, of in de auto) om vervorming van
het paneel of schade aan de interne elektronica te voorkomen.
• Gebruik het instrument niet in de buurt van elektrische
producten zoals televisies, radio’s of luidsprekers, aangezien dit
interferentie kan veroorzaken die de prestaties van de andere
apparatuur kan beïnvloeden.
• Plaats het instrument niet op een onstabiele plek waar het kan
omvallen.
• Verwijder alle aangesloten kabels alvorens het instrument te
verplaatsen.
• Gebruik bij het schoonmaken van het instrument een zachte,
droge, schone doek. Gebruik geen verfverdunners (b.v. thinner),
oplosmiddelen, schoonmaakmiddelen of chemische
schoonmaakdoekjes. Plaats daarbij geen voorwerpen van vinyl,
plastic of rubber op het instrument aangezien deze het paneel
en het toetsenbord kunnen doen verkleuren.
• Leun niet op en plaats geen zware voorwerpen op het
instrument, ga voorzichtig om met de knoppen, schakelaars en
aansluitingen.
• Gebruik uitsluitend de standaard of het rek dat voor dit instrument
wordt. Gebruik bij de montage op de standaard of het rek alleen
de daarbij geleverde schroeven. Het gebruik van schroeven kan
resulteren in beschadiging van interne componenten of in het
vallen van het instrument.
• Plaats het instrument niet tegen een muur (minimaal 3 cm
speling) aangezien dit kan zorgen voor onvoldoende circulatie
en mogelijk oververhitting van het instrument kan veroorzaken.
• Gebruik het instrument niet te lang op een niet comfortabel
geluidsniveau aangezien dit permanent gehoorverlies kan
veroorzaken. Consulteer een KNO-arts als u geruis in uw oren
of gehoorverlies constateert.
J DE BACKUP BATTERIJ VERVANGEN
• Dit instrument bevat een niet oplaadbare backup batterij die
er voor zorgt dat de data ook wordt vastgehouden als het
instrument wordt uitgezet. Als de batterij aan vervanging toe
is verschijnt de mededeling “ERROR1 REPLACE BATTERY”
in de display. Maak, als dit gebeurt, direct een backup (met
behulp van een extern apparaat zoals bijvoorbeeld de Yamaha
MDF3 MIDI Data Filer) en laat vervolgens de backup batterij
vervangen door een nieuwe door gekwalifi ceerd Yamaha service
personeel.
• Probeer de batterij niet zelf te vervangen, daar dit gevaarlijk
is. Laat de batterij altijd vervangen door gekwalifi ceerd Yamaha
service personeel.
• Leg de batterij nooit op een plek die toegankelijk is voor kinderen,
aangezien een kind de batterij in zou kunnen slikken. Als dit
echter toch gebeurt, moet u onmiddellijk contact opnemen met
een arts.
J USER DATA OPSLAAN
• Bewaar gegevens regelmatig op diskette om te voorkomen dat
u belangrijke data kwijtraakt door een bedieningsfout of stuk
gaan van het apparaat.
Zet het instrument altijd uit als u het niet gebruikt.
Yamaha kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade die te
wijten is aan onzorgvuldig gebruik of modifi caties die zijn aangebracht
aan het instrument, of data die kwijt is geraakt of vernietigd.










