Operation Manual
68
DSP Beperkingen
Het DSP (Digital Signal Processing) systeem dat gebruikt wordt om de EX effecten te creëren, wordt ook gebruikt
door de AN, FDSP en VL (alleen op de EX5/5R) toongenerators om voices te creëren. Dit houdt in dat er minder
DSP capaciteit beschikbaar is om effecten te produceren als de eerdergenoemde voicetypen worden gebruikt. Dit
brengt beperkingen met zich mee die verschillend zijn voor de EX5/5R en EX7. De Reverb en Chorus effecten
functioneren normaal, ongeacht het type voice dat er gebruikt wordt.
EX5/5R
Er zijn geen beperkingen met het gebruik van insertieëffecten in de EX5 of EX5R Voice mode. In de Performance
mode echter, kunnen insertieëffecten gebruikt worden op maximaal 4 parts (voices) als de performance opstelling
uit louter AWM voices bestaat. Als een VL, AN of FDSP voice wordt gebruikt in de performance opstelling, kan
een insertieëffect echter alleen gebruikt worden op één part (voice).
EX7
In de EX7 Voice mode kunnen insertie effecten gebruikt worden in AWM voices, maar niet in ieder ander
voice type (AN of FDSP). In de Performance mode kan een insertieëffect op één voice gebruikt worden, als de
performance opstelling alleen uit AWM voicesbestaat. Maar als de performance opstelling een AN of FDSP voice
bevat, kan er geen insertie effectgebruikt worden.










