Operation Manual
6
ATTACK
PHONES L/MONO
OUTPUT
R DC IN POWER
FOOT
VOLUME
FOOT
CONTROLLER
FOOT
SWITCH
TO HOSTINPUT HOST SELECT IN OUT
MIDI
THRU
AMP EG
RELEASE ASSIGN 1/DATAVOLUME
CUTOFF
FILTER
RESONANCE ASSIGN 2
2
MW/FC
1
SCENE
ARPEGGIO
HOLD SHIFT
OCTAVE
PART/LAYER/
+
PRESET USER
VWX
PROGRAM
+
PERFORMANCE STORE
MULTI
PRESET USER ARPEGGIATOR
UTILITY
7
YZ'
8
&
*
9
MNO
4
PQR
5
STU
6
DEF
1
GHI
2
JKL
NO/
QUICK PC
YES
3
ABC
0
SPACE
ENTER
PERFORMANCE MULTI
DEMO
STORE UTILITY
TYPE
BANK
P BEND
RANGE
NOTE
SFT
ATK
TIME
ATK
TIME
MASTER
TUNE
TEMPO
ARPEGGIATOR PERFORM
LEVEL
EFECT
PROGRAM
SYSTEM MIDI ASSIGN
PMOD
DETUNE
DCY
TIME
DCY
TIME
KBD
TRANS
SUB
DIVIDE
VOLUME
FMOD
REV
TYPE
CUTOFF
FC PORTA
VEL ASSIGN2
LFO
PEG
CHO
TYPE
VARI
EF
VARI
TYPE
SWITCH
VARI
PARAM
TIME
VARI
DATA
MW
FMOD
LIMIT
LOW
TUNE
AEG
FEG
NOTE
SUS
LEVEL
SUS
LEVEL
VEL
CURVE
PAN
CUTOFF
LIMIT
HIGH
REL
TIME
REL
TIME
VEL
FIX
REV
SEND
LIMIT
LOW
AMOD
INIT
LEVEL
TRANS
CH
CHO
SEND
LIMIT
HIGH
PMOD
ATK
TIME
EFFECT
RCV
CH
VARI
SEND
OFFSET
FMOD
ATK
LEVEL
DEVICE
NO
CUTOFF
FILTER
DEPTH
WAVE
DCY
TIME
LOCAL
REZ
PARAM
SPEED
REL
TIME
BULK
DUMP
PERFORM
NAME
POLY/
MONO
ASSIGN1
PARAM
DATA
PHASE
INIT
REL
LEVEL
CTRL
NO
COMMON
LAYER
UTILITY
PITCH MODULATION
DE CS1x IN EEN OOGOPSLAG
Front
!
VOLUME
Draai aan deze knop om het het
volume af te stellen als u een
koptelefoon of luidsprekers
gebruikt.
Paneel
"
SOUND CONTROL
KNOPPEN
De zes Sound Control Knoppen
geven u direct toegang tot de
belangrijkste parameters van de
huidige geselecteerde Perform-
ance/voice. Draaien aan de knop-
pen wijzigt de parameter
waarden (links voor negatieve
waarden, rechts voor positieve
waarden) en heeft onmiddellijk
resultaat; de letter “E” verschijnt
naast het Performance nummer
in de LCD om aan te geven dat
de originele voice is ge-edit.
Iedere knop heeft een exact
midden die de originele waarde
van de parameter voorstelt.
• ATTACK (Knop 1) - Deze knop
regelt de attack time van de voice.
Naar links draaien verhoogt de at-
tack time, naar rechts draaien
verlaagt attack time (zie pag. 30).
• RELEASE (Knop 2) - Deze knop
regelt de release time van de voice.
Naar links draaien maakt de release
korte, naar rechts maakt de release
langer (zie pag. 32).
• ASSIGN 1/DATA (Knop 3) -
Deze knop heeft twee functies. Als
ASSIGN 1 knop kunt u één van de
28 functies er aan toewijzen - w.o.
Performance Volume, Arpeggiator
Tempo of type, Portamento Time
e.a. - en besturen door er aan te
draaien. Als DATA entry knop kunt
u met deze knop snel data ver-
anderen van de huidig geselec-
teerde edit parameter.
• CUTOFF (Knop 4) - Deze knop
bepaalt de cutoff frequency van het
filter, oftewel het frequentie punt
waarboven andere frequenties
worden weggefilterd. Naar links
draaien geeft een diepere, ronder
geluid, naar rechts draaien geeft
een dunner, helderder geluid (zie
pag. 25).
• RESONANCE (Knop 5) - Deze
knop bepaalt de hoeveelheid filter
resonantie of het benadrukken van
de cutoff frequentie. Naar links
draaien geeft een relatief vlakke
respons, naar rechts draaien voegt
overtones toe en maakt het geluid
resonanter (zie pag. 34).
• ASSIGN 2 (Knop 6) - Met deze
knop kunt u één van de 28 para-
meters besturen die u er aan toe
kunt wijzen - w.o. Volume, Note
Shift, Pan, Chorus Send e.a. (zie
pag. 29).
$
ARPEGGIATOR
Druk op deze knop om de in-
terne arpeggiator te activeren,
waarmee u automatisch arpeg-
gio’s kunt creëeren door een
akkoord aan te slaan. Een indica-
tor verschijnt rechtsonder in de
LCD als de Arpeggiator aan is (zie
pag. 22).
• Er zijn verschillende Arpeggiator
Typen en Arpeggiator Timing
onderverdelingen. Deze param-
eters, en die van het Tempo,
kunnen bepaald worden met de
Common Edit 1 Menu parameters
(zie pag. 23).
• Als u op deze knop drukt terwijl u
SHIFT vasthoud, is de “hold”
functie actief, zo speelt de arpeg-
gio door, zelfs als u de toetsen
loslaat. Drukt u deze knop nog een
keer in stopt de arpeggiator (zie
pag. 23).
• Met de arpeggiator split functie kunt
u het toetsenbord splitsen op C3;
de akkoorden die u links van het
splitpunt speelt creëeren arpeg-
gio’s, en die aan de rechterkant
produceren gewone akkoorden
(zie pag. 23).
#
SCENE 1 & 2
Iedere Performance bevat Scene
geheugens die specifieke standen
van de zes Sound Control
Knoppen onthouden (zie pag.
16).
• Druk op SCENE 1 of SCENE 2
om onmiddellijk de gespeci-
ficeerde instellingen op te roepen.
Een LED naast iedere SCENE knop
gaat branden om aan te geven
welke Scene momenteel aktief is.
U kunt van tevoren uw eigen
Scenes opslaan m.b.v. de Store
mode (zie pag. 44).
• Als u één SCENE knop vast-houd
en dan de andere SCENE knop
indrukt, gaan beide LED’s branden
waarmee aangegeven wordt dat u
het Modulation Wheel of
aangesloten Footcontroller kunt
gebruiken om realtime continuous
parameter wijzi-gingen te maken
tussen de ene Scene en de andere
(zie pag. 45).










