Operation Manual
85
Hoofdstuk 15 Song opname
64 Meer Song bewerkings-eigenschappen
In de voorgaande Tips 62 en 63, heeft u geleerd hoe u Pattern nummers en BPM waarden in de maten van
uw Song moet invoeren. Maar dat is niet alles wat u kunt doen. In deze Tip zullen we u laten zien hoe u de
rest van de krachtige Song bewerkings-eigenschappen kunt gebruiken in uw liedjes.
Trouwens, we beperken deze instructies tot het minimum van de kale basis. Lees over deze coole
hulpmiddelen, en probeer ze vervolgens in uw eigen Songs te gebruiken en zie dan wat het resultaat kan zijn.
Onthoud dat de basis methode dezelfde is voor allemaal:
1) Ga de Song Bewerking mode binnen.
(Houd, in de Song mode, [SHIFT] ingedrukt en druk op de [SONG] knop.)
2) Selecteer de gewenste maat.
(Houd [SHIFT] ingedrukt en gebruik de [OCT <<]/[OCT >>] knoppen.)
3) Speel het Pattern af.
(Druk op de Start/Stop knop.)
4) Selecteer het event type dat u wilt bewerken.
(Zie de onderstaande instructies voor elke event.)
5) Stel de waarde in.
(Gebruik de DATA knop. Volg, in het geval van Track Mute, hierna, de relevante instructies.)
Herhaal natuurlijk de stappen 2 - 5 zo vaak als nodig is. Druk op [EXIT] als u klaar bent met bewerken. En
vergeet niet om uw nieuwe creatie op te slaan. (Zie blz. 89.)
Pattern
(Wordt beschreven in Tip 62, hiervoor.)
Om te selecteren:
Druk op de [PATTERN SELECT] knop.
Toonhoogte Offset
Net als met de soortgelijke Pattern regelaar (Transponering; op blz. 36), kunt u hiermee de toonhoogte
voor het afspelen wijzigen. U kunt, door verschillende instellingen te maken door verscheidene maten in
de Song, uw eigen akkoord progressies programmeren, en de Patterns van toonsoort laten veranderen.
Om te selecteren:
Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op de [KEYBOARD] knop.
Zowel de [KEYBOARD] knop als het PITCH lampje knipperen, waardoor wordt aangegeven dat Toonhoogte
Offset geselecteerd is.
BPM
(Wordt beschreven in Tip 63, hiervoor.)
Om te selecteren:
Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op de [TAP] knop.
Beat
Hiermee kunt u het totale aantal stappen in het Pattern, bij de geselecteerde maat, wijzigen. (Zie, voor
details, Tip 6.) Één gebruik hiervan zou het creëren van een Pattern van een halve-maat lang kunnen zijn.
Als u bijvoorbeeld bij de maat een 16-staps Pattern heeft ingevoerd, dan zal een instelling van “8” het
Pattern effectief halveren. Onthoud, als u slechts een korte wijziging voor ogen heeft, dat u de Beat, in de
volgende maat of zo, terugzet!
Om te selecteren:
Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op de [BEAT] ([SWING]) knop.
Zowel de [SWING] knop als het BEAT lampje knipperen, waardoor wordt aangegeven dat Beat geselecteerd is.










