Document: XL-20EU Gebruikershandleiding Eerste o pmaak: juli 1999 Versie: 9907-3 This Manual © Copyright 1999 by Pittway Corporation, U.S.A. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze handleiding mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. All rights reserved.
Inhoudsopgave 1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5. VERKORTE HANDLEIDING ............................................................................... 5 Het systeem inschakelen ......................................................................................................... 5 Het systeem uitschakelen ........................................................................................................ 5 Gedeeltelijk inschakelen en binnen blijven ...........................................................
1. VERKORTE HANDLEIDING 1.1. Het systeem inschakelen Controleer of het systeem gereed is – het groene O.K. lampje op uw bediendeel dient hiertoe te branden. Toets uw viercijferige gebruikerscode in (of druk op de inschakelknop op uw sleutelhangerafstandbediening). Het lampje AAN zal gaan branden. Verlaat het gebouw door een deur die door uw installateur is aangewezen als toegangs/uitgangsdeur. 1.2.
3. SYSTEEMBESCHRIJVING ZONE GEBRUIKER NO.
4.4. Zone lampjes 4. BEDIENINGSPANEEL XK-108NL 1 2 3 4 5 6 7 8 9 # 5 * 0 6 DEEL AAN 220BAT 4.1. O.K. 4.2. 4.3. Deze indicatielampjes, geven de huidige staat aan waarin de zones verkeren. Weergegeven kan worden: een alarm, een overbrugging, een foutmelding en een defect. In elk van deze situaties geven de zone-lampjes een verschillende indicatie. Een overzicht van deze weergave treft u onderstaand aan: 4.9. ALARM Zone-lampje gaat snel aan en uit. (ong. 150 ms. AAN – 150 ms.
4.8. “RF SPVR” Lampje Dit indicatielampje geeft drie verschillende Supervisie- of controlefouten voor een zender en één Supervisie-fout voor de sirene weer, en wel op de volgende manier: UIT AAN KNIPPEREN (snel) KNIPPEREN (langzaam) Er zijn geen Supervisiefouten (normaal). Zender heeft zich al ruim 12 uur niet bij de centrale gemeld. Zender rapporteert een sabotage-fout. De sirene wordt gecontroleerd. 4.9.
GOED ONTHOUDEN — U moet het systeem uitschakelen als u de deur wilt openen of als u het pand wilt verlaten nadat de uitgangstijd is verstreken. 5.5. Het systeem inschakelen in de functie DIRECT In de functie DIRECT kunnen alle alarmsensoren direct een alarmsignaal geven nadat ze geactiveerd zijn, inclusief de deuren die normaal gesproken een vertragingstijd hebben waardoor u het systeem kunt uitschakelen.
6. GEBRUIKERSCODES 7. 6.1. Een gebruikerscode toevoegen of wijzigen 7.1. Alleen het systeem inschakelen (werkstercode) U kunt gebruikers direct via het bedieningspaneel invoeren of wijzigen. Uw systeem kan maximaal 6 verschillende gebruikerscodes bevatten. Gebruiker 1 is de hoofdgebruiker, en dit is de enige gebruiker die andere gebruikers mag toevoegen of verwijderen.
7.6. Snel weggaan bij een reeds gedeeltelijk ingeschakeld systeem Als deze functie is ingeschakeld, kan de gebruiker weggaan zonder het systeem eerst uit te schakelen en daarna weer in te schakelen. De functie wordt geactiveerd door op de toets DEEL te drukken terwijl het systeem ingeschakeld is en er geen vertragingstijd voor toegang actief is. Hierdoor wordt de uitgangtijd gestart, het bedieningspaneel piept eenmaal en de gebruiker kan weggaan zonder het systeem uit te schakelen.
9. INSTALLATIEPLATTEGROND 10. BEPERKINGEN VAN HET SYSTEEM Een adequate, snelle brandmelding wordt het best bereikt door het installeren van brandmeldapparatuur in de locatie, op de volgende wijze: 10.1. Beperkingen van dit alarmsysteem Hoewel dit systeem een beveiligingssysteem van een geavanceerd ontwerp is, biedt het geen gegarandeerde beveiliging tegen inbraak, brand of een ander noodgeval. Elk alarmsysteem, voor bedrijf of huis, kan om uiteenlopende redenen onderhevig zijn aan defecten of weigering.
· Passief infrarood bewegingsdetectors kunnen alleen een indringing waarnemen binnen de aangewezen bereiken die zijn afgebeeld in het schema in de Installatiehandleiding. Passieve infrarood bewegingsdetectors bieden geen drie dimensionale beveiliging van het gebied. Ze creëren echter wel beveiligingsstralen en een verstoring kan alleen worden ontdekt in ongeblokkeerde gebieden die door de stralen worden bestreken.