Instruction for Use
41
REINIGING EN ONDERHOUD
STORINGEN OPSPOREN
1. Het apparaat werkt niet.
•
Is de stroom uitgevallen?
•
Zit de stekker goed in het stopcontact?
•
Is de tweepolige netschakelaar ingeschakeld?
•
Is de zekering doorgebrand?
•
Is de voedingskabel beschadigd?
•
Staat de thermostaat op stand
0
(Stop)?
2. De temperatuur in de vakken is te hoog.
•
Zit de deur wel goed dicht?
•
Staat het apparaat dicht bij een warmtebron?
•
Staat de thermostaat op de goede stand?
•
Wordt de luchtcirculatie door de
ventilatieroosters gehinderd?
3. De temperatuur in het koelvak is te laag.
•
Staat de thermostaat op de goede stand?
4. Er staat water op de bodem van het koelvak.
•
Is de afvoer van het dooiwater misschien
verstopt?
5. De binnenverlichting functioneert niet.
Controleer eerst de aanwijzingen onder punt 1,
en vervolgens:
•
Haal de stekker van het apparaat uit het
stopcontact.
Om bij het lampje te kunnen komen, zie de
aanwijzingen en tekening in de bijgaande tabel.
•
Controleer het lampje en vervang het, zo
nodig, door een nieuw exemplaar. Gebruik
geen lampjes van meer dan 15W.
6. Te veel ijsvorming in het vriesvak
•
Zit de deur goed dicht?
•
Verhindert het voedsel dat de deur gesloten
wordt?
Opmerkingen:
• Het feit dat de rand aan de voorkant van
de koelkast warm is wijst niet op een
defect maar dient om condensvorming te
voorkomen.
• Het koelcircuit kan borrelen of
expansiegeluiden maken; dat is normaal.
•
Reinig regelmatig de ventilatieroosters en de condensator
aan de achterkant van het apparaat met een stofzuiger of
een borstel.
•
Reinig de buitenkant met een zachte doek.
Als u de vriezer langere tijd niet gebruikt
1.
Maak de koelkast helemaal leeg.
2.
Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
3.
Ontdooi het apparaat en reinig de binnenwanden.
4.
Om te voorkomen dat er schimmel, onaangename
geuren en oxidaties ontstaan, dient de deur open te
worden gelaten wanneer het apparaat niet in werking is.
5.
Het apparaat reinigen.
•
Reinig de binnenkant van het lagetemperatuurvak (op de
modellen waar dit aanwezig is) tijdens het ontdooien.
•
Reinig het koelvak geregeld met een vochtige spons met
lauw water en/of een neutraal schoonmaakmiddel. Spoel en
droog met een zachte doek. Gebruik geen schuurmiddelen.
•
Reinig de buitenkant met een met water bevochtigde
zachte doek. Gebruik geen schuurpasta's of
schuursponsjes, noch vlekkenmiddelen (b.v. aceton en
trichloorethyleen) of azijn.
Vervanging lampje:
Ga als volgt te werk om het lampje te vervangen:
•
Haal de stekker uit het stopcontact
•
Druk de lipjes aan de zijkanten van het lampenkapje in en
neem het weg.
•
Vervang het lampje door een nieuw exemplaar met een
vermogen van niet meer dan 15 W.
•
Plaats het lampenkapje weer en wacht 5 minuten voordat
u het apparaat opnieuw aansluit.
6nl33042.fm Page 41 Friday, July 9, 2004 2:51 PM










