Quick Start Guide
A B
C
D
De toets moet ongeveer 2 sec. ingedrukt worden om de kookplaat in te schakelen.
De indicatie “0” verschijnt in gebied A op de vier displays. Als binnen ongeveer 25 sec. geen van de
kookzones geactiveerd is, wordt de kookplaat om veiligheidsredenen automatisch uitgeschakeld.
Kies de toets die bij de gewenste kookzone hoort en druk hem in.
Het display van de gekozen kookzone wordt helderder.
Druk binnen 5 sec. op de +/- toetsen in gebied B om de vereiste instelling voor de bereiding te regelen.
De eerste twee bereidingstappen komen overeen met de functies Gematigd verwarmen en Warm houden
(indien aanwezig). De andere mogelijke bereidingsinstellingen gaan van 1 - 10. De hoogste
bereidingsinstelling die gekozen kan worden is de TURBO-instelling (indien aanwezig). De speciale
functies GEMATIGD VERWARMEN, WARM HOUDEN en TURBO-VERWARMEN worden met een rode pijl
aangegeven op het display. Alle instellingen worden uitgeschakeld en geannuleerd als tegelijkertijd
de + en - toetsen ingedrukt worden.
BELANGRIJK:
om veiligheidsredenen is de kookplaat voorzien van een automatische uitschakelfunctie
die, afhankelijk van het ingestelde vermogen, de kookzone op het maximale vermogen op zijn vroegst
na een uur - of na 6 uur bij minimaal vermogen - uitschakelt, als de instelling niet veranderd wordt.
De SPECIALE FUNCTIES Duo-kookzone en Snel koken van kunnen voor elke kookzone apart in- of
uitgeschakeld worden met deze toets. De juiste kookzone moet ingeschakeld worden om de speciale
functies te kunnen instellen.
De volgende speciale functies zijn beschikbaar (indien aanwezig):
FUNCTIE DUO-KOOKZONE Hiermee wordt de buitenste verwarmingsring van de kookzone
ingeschakeld.
SNELKOOKFUNCTIE Met deze functie wordt de kookzone gedurende een bepaalde tijd tot
de hoogste temperatuur verhit om iets aan de kook te brengen.
Vervolgens wordt automatisch teruggeschakeld naar de gekozen
instelling, om het koken voort te zetten (b.v. geselecteerde hoge
instelling 5 + snelkoken = 5 min. op de hoogste instelling + vervolgens
automatische terugschakeling naar instelling 5).



