Operation Manual
21
Neem de apart geleverde installatie-
instructies in acht.
Watertoevoer en waterafvoer:
•
Houd u aan de geldende
veiligheidsvoorschriften van het
Waterleidingbedrijf.
•
Controleer of de watertoevoer- en
afvoerslangen niet gevouwen of afgekneld
zijn.
•
Als de slangen niet lang genoeg zijn, wendt u
zich dan tot de Servicedienst of de Dealer.
•
De toevoerslang moet veilig en perfect
afgedicht op de waterkraan worden
aangesloten.
•
De temperatuur van het toegevoerde water is
afhankelijk van het model: toevoerslang met
indicatie “25° C”.
Alle andere modellen: maximum temperatuur
60° C.
•
Vergewis u er op het moment van installatie
van dat het afvoerwater zonder problemen
weg kan stromen.
•
Bevestig de afvoerslang aan de sifon met
een klembandje, zodat hij niet los kan raken.
•
Alleen voor apparaten die voorzien zijn van
een waterstopsysteem: als u zich aan de
aanwijzingen voor de aansluiting houdt, is
het waterstopsysteem in staat te vermijden
dat er water naar buiten komt.
Elektrische aansluiting:
•
Neem de geldende voorschriften van het
energiebedrijf in acht.
•
De voedingsspanning staat vermeld op het
plaatje rechts op de binnenkant van de deur.
•
Aarding van het apparaat wordt
voorgeschreven.
•
Gebruik geen verlengsnoeren of
meervoudige adapters.
•
Haal steeds de stekker uit het stopcontact,
voordat u onderhoud op de machine gaat
plegen.
•
Gebruik de vaatwasmachine niet als zij
beschadigd is tijdens het transport. Neem
contact op met de Servicedienst of met de
Dealer.
•
De voedingskabel mag uitsluitend worden
vervangen door gekwalificeerde technici.
AANSLUITINGEN







