Technical data
104
Plast Coat 15
NL
7 IN WERKING STELLEN
7.1 STANDPLAATS
De mortelspuitmachine moet op een vlakke ondergrond
staan, om wegrollen te voorkomen.
7.3 MORTELSLANG AANSLUITEN
• Uitloopeenheid (1, afb. 12) op correcte bevestiging controle-
ren. Eventueel stergrepen (2) met de hand aandraaien.
• Mortelslang (3) aansluiten en met spanhendels (4) borgen.
• Afstandsbediening op de aansluiting (5) van de besturing-
seenheid vastschroeven.
• Verstuiverluchtaansluiting (6) aan de mortelslang op de per-
sluchtverzorging of op de compressor (toebehoren) aanslu-
iten.
6
3
4
1
2
5
7.2 COMPRESSOR (TOEBEHOREN)
Compressor naast de mortelspuitmachine plaatsen en op het
net aansluiten.
7.4 SPUITLANS MET AUTOMAAT AANSLUITEN
• Structuurspuitdop (1, afb. 13) met conus in de richting van
de spuitkop in de spuitlans monteren.
Spuitdopafmeting moet minstens drie keer zo groot zijn
als de korrelgrootte, Voorbeeld: Korrelgrootte
kunstharspleister –> 3 mm
spuitdopafmeting –> 10 mm
• Spuitlans (2) aansluiten en met spanhendels (3) borgen.
• Materiaalkraan (4) sluiten.
• Koppelingsstekker (5) voor afstandsbediening op stuurka-
bel van de mortelslang vastschroeven.
• Verstuiverluchtaansluiting (6) aan de luchtslang van de mor-
telslang koppelen
2
6 4
3
1
5
7.5 SPUITLANS ZONDER AUTOMAAT AANSLUITEN
• Afstandsbedieningsschakelaar (1, afb. 14) met beide O-rin-
gen (2) aan de mortelslang bevestigen.
• Koppelingsstekker (3) voor afstandsbediening op bestu-
ringskabel van de mortelslang vastschroeven.
• Structuurspuitdop (4) met conus in de richting van de spuit-
kop in de spuitlans monteren.
Spuitdopafmeting moet minstens drie keer zo groot zijn
als de korrelgrootte,
Voorbeeld: Korrelgrootte
kunstharspleister –> 3 mm
spuitdopafmeting –> 10 mm
• Spuitlans (5) aansluiten en met spanhendels (6) borgen.
• Materiaalkraan (7) sluiten.
• Verstuiverluchtaansluiting (8) aan de luchtslang van de mor-
telslang koppelen.
12
13
IN WERKING STELLEN










