Operation Manual

20
21
met de auto als vast middelpunt. Normaal gesproken zijn
zeekaarten Noord-Zuid georiënteerd, of Noorden boven, en
draait het icoontje van het schip mee met de gevaren koers.
Je kunt in- en uitzoomen op de kaart en verder weg van het
schip uitzoomen door middel van het scrollwiel van de muis.
Een ondiep gebied wordt op de kaart met blauw aangegeven. Op welke diepte pre-
cies de kaart wit wordt, is per omgeving verschillend, zoals op de commerciële zee-
kaarten van die gebieden. Op sommige kaarten is het 10 meter, op andere 20 meter.
Grijze of gele gebieden zijn landmassa; wit of blauw is water. De cijfers geven de
waterdiepte weer in meters.
Het actieve schip van de speler is gepositioneerd in het midden van de kaart. De
rechte lijn is de bewegingsrichting van het schip of de oriëntatierichting (de richting
waarin de boeg wijst). In missies met schepen van meerdere spelers kun je op het
icoontje van een ander schip klikken bovenaan het scherm om dat schip op het
midden van de kaart te zetten.
Andere schepen, zowel varend als afgemeerd, zijn zichtbaar met shipvormige figuren.
Blauwe figuren zijn bewegende schepen en zwarte figuren zijn afgemeerde schepen.
De kaart heeft hiermee ook de functie van radar, wat vooral handig is bij mist.
NB: Het is mogelijk om op de kaart specifieke objecten te tonen of te verbergen,
zoals andere schepen of boeien.
7.9 Doelen
In het doelenvenster staat je huidige doel. Dit doel is de taak die moet worden vol-
bracht om de missie af te ronden. Je kunt verscheidene doelen tegelijkertijd heb-
ben en kunt nieuwe doelen krijgen als je een taak hebt volbracht.
Een standaarddoel wordt zichtbaar als titel. Voor meer informatie kun je op het
driehoekje klikken.
Als een doel is bereikt, verschijnt er een
aanduiding aan de rechterkant van het
doelenvenster.