Operation Manual

20
21
7.6 Commando’s geven
Het commandoscherm laat de huidige status van het schip
zien. Het is een vereenvoudigde weergave van de krachten die
op het schip inwerken en de resultante daarvan, oftewel de
beweging van het schip. De krachten zijn:
Draaisnelheid
Zijwaartse en voorwaartse/achterwaartse snelheid
Stuwkracht en richting van de motoren
Stand van het roer
Windrichting en –kracht (aangegeven met de extra lijntjes op het icoontje)
Geografisch noorden (N)
COG: Course over ground (landkoers)
SOG: Speed over ground (landsnelheid)
DTW: Distance to waypoint (afstand tot het waypoint)
CTW: Course to waypoint (koers naar het waypoint)
De commando-instellingen kunnen met de knoppen aangepast worden:
Noorden boven
Toon kompas
Toon volgende waypoint-indicator
7.7 Radar
Een radar wordt meestal gebruikt ter oriëntatie en kan ook
gebruikt worden bij beperkt zicht (mist). De radar maakt ge-
bruik van radiogolven om de omgeving van het schip in beeld
te brengen. Hij stuurt deze signalen uit, en berekent een beeld
aan de hand van de echo en de terugkaatstijd.
7.7.1 Radarinstellingen
De instelling Noorden boven verandert de instelling van de radar, zodat het noor-
den bovenaan staat.
De rangecirkels vormen een reeks concentrische cirkels met het schip als mid-
delpunt. Ze worden voornamelijk gebruikt als snelle manier om de afstand tot
een object te bepalen.
7.8 Kaart
Je kunt ervoor kiezen de kaart rondom het schip van de speler te oriënteren, net
bij zoals een navigatiesysteem in een auto, waarbij de kaart rondom de auto draait