Operation Manual

05 Infotainment
Algemene infotainmentfuncties
05
240
Druk opnieuw meerdere malen op SOUND of
OK/MENU om de overige alternatieven te
bereiken:
Surround
1
– Is Aan/Uit te zetten. Wanneer
u voor Aan hebt gekozen, hanteert het sys-
teem de instelling voor optimale geluids-
weergave. Normaal is dat DPLII en in dat
geval verschijnt
op het beeldscherm.
Als de opname werd gemaakt met Dolby
Digital-techniek, vindt de weergave plaats
met deze instelling en verschijnt
op het beeldscherm. Wanneer u voor Uit
hebt gekozen, is de driekanaals stereo-
weergave actief.
Bass – Niveau van de lage tonen.
Treble - Niveau van de hoge tonen.
Fader – Balans tussen luidsprekers voor
en achter.
Balans – Balans tussen luidsprekers links
en rechts.
DPL II-middenlevel/3-kanaals
middenlevel
1
– Volume voor middenluid-
spreker.
DPL II-surroundlevel
1, 2
– Niveau voor de
zogeheten Ambient Surround Sound.
Geavanceerde audio-instellingen
Equalizer
3
Er zijn aparte geluidsniveaus voor de verschil-
lende frequentiebanden in te stellen.
1.
Druk op OK/MENU om
Audio-
instellingen
te openen en kies voor
Equalizer.
2. Kies een frequentieband door te draaien
aan TUNE en bevestig uw keuze met OK/
MENU.
3. Stel het geluidsniveau bij door te draaien
aan TUNE en bevestig uw keuze met OK/
MENU. Doe hetzelfde voor de overige fre-
quentiebanden.
4. Draai wanneer u klaar bent met de instel-
lingen aan TUNE totdat u
OK bereikt en
bevestig uw keuze door te drukken op OK/
MENU of EXIT.
Voor algemene informatie over menufuncties
en menusystemen, zie pagina 280.
Geluidspodium
1
De geluidsweergave is dusdanig in te stellen
dat deze optimaal is voor de bestuurder, voor
de inzittenden voorin of voor de achterpassa-
giers. Als er zowel voor- als achterin passa-
giers zitten wordt de optie beide voorstoelen
geadviseerd. De opties zijn te kiezen onder
Audio-instellingen
Klankpodium.
Voor algemene informatie over menufuncties
en menusystemen, zie pagina 280.
Geluidssterkte en automatische
volumeregeling
Het audiosysteem zorgt voor compensatie van
hinderlijke rijgeluiden in de passagiersruimte
door het volume aan te passen ten opzichte
van de rijsnelheid. U hebt de keuze uit de alter-
natieven: laag, medium, hoog en uit. Kies een
niveau onder Audio-instellingen
Volumecompensatie.
Voor algemene informatie over menufuncties
en menusystemen, zie pagina 280.
Geluidssterkte externe geluidsbron
Bij aansluiting van een externe geluidsbron
(zoals een mp3-speler of iPod
) op de AUX-
ingang verschilt het ingestelde volume van
deze geluidsbron mogelijk van het volume
waarop het audiosysteem (bijv. de radio)
speelt. Corrigeer dit door het ingangsvolume
van de ingang aan te passen:
1
Alleen Premium Sound Multimedia.
2
Alleen wanneer Surround-functie geactiveerd is.
3
Geldt niet voor Performance.