Operation Manual

03 Bestuurdersmilieu
Verlichting
03
``
93
optimale verlichting te verkrijgen in bochten en
op kruisingen om op die manier de veiligheid
te verhogen.
De functie wordt automatisch geactiveerd bij
het starten van de motor (mits de functie niet is
gedeactiveerd in het menusysteem MY CAR).
Wanneer de functie een storing vertoont,
brandt het symbool
op het instrumen-
tenpaneel en op het informatiedisplay verschij-
nen een verklarende melding plus een ander
brandend symbool.
Symbool Display Betekenis
Koplamp-
fout Ser-
vice vereist
Het systeem
is defect.
Bezoek een
werkplaats
als de mel-
ding niet
verdwijnt.
Volvo advi-
seert u con-
tact op te
nemen met
een erkende
Volvo-werk-
plaats.
De functie is uitsluitend actief bij schemer of
donker en dan alleen als de auto rijdt.
U kunt de functie
2
(de)activeren in het menu-
systeem MY CAR onder Instellingen
Auto-
instellingen
Lichtinstellingen Act.
bochtverlichting. Voor een beschrijving van
het menusysteem, zie pagina 212.
Stadslichten vóór en achterlichten
Verlichtingsdraaiknop in stand voor stads-/par-
keerlichten vóór en achterlichten.
Draai de verlichtingsdraaiknop naar de stads-/
parkeerlichten (kentekenplaatverlichting gaat
ook branden).
Als het buiten donker is en de achterklep wordt
geopend, gaan de achterlichten branden om
achterliggend verkeer te waarschuwen. Dit
gebeurt altijd, ongeacht de stand van de ver-
lichtingsdraaiknop of de sleutelstand van het
elektrisch systeem van de auto.
Remlichten
De remlichten gaan automatisch branden wan-
neer u remt. Voor informatie over de noodrem-
lichten en de automatische alarmlichten, zie
pagina 134.
Mistachterlicht
Knop voor mistachterlicht.
Het mistachterlicht dat uit twee lampen aan de
achterzijde van de auto bestaat, is alleen in te
2
Geactiveerd bij levering vanuit de fabriek.