S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:10:09+01:00; Page 1 VOLVO S80 Instructieboekje Kdakd 8Vg 8dgedgVi^dc IE &%%%+ 9jiX] ! 6I %-'%! Eg^ciZY ^c HlZYZc! <iZWdg\ '%%-! 8deng^\]i '%%%"'%%- Kdakd 8Vg 8dgedgVi^dc
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist BESTE VOLVO-BEZITTER, DANK U DAT U GEKOZEN HEBT VOOR VOLVO! Wij hopen dat u jarenlang rijplezier van uw Volvo zult hebben. Bij het ontwerp hebben veiligheid en comfort van u en uw passagiers vooropgestaan. Een Volvo is een van de veiligste auto’s ter wereld. Uw Volvo is ook ontworpen om aan alle geldende veiligheidsvoorschriften en milieueisen te voldoen.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 2 Inhoud 00 01 02 2 00 Inleiding 01 Veiligheid Belangrijke informatie................................. 6 Volvo en het milieu...................................... 9 Veiligheidsgordels .................................... Airbagsysteem (SRS)................................ Airbag activeren/deactiveren*................... SIPS-airbags (zij-airbags) ........................ Opblaasgordijnen (IC-systeem) ............... WHIPS ...........
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 3 Inhoud Geïntegreerde telefoon*.......................... 199 03 04 04 03 Bestuurdersmilieu 04 Comfort en rijplezier Instrumenten, schakelaars en bediening. . 62 Instrumenten, schakelaars en bediening Executive .................................................. 71 Sleutelstanden.......................................... 72 Stoelen en achterbank.............................. 74 Voorstoelen - Executive............................
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 4 Inhoud 05 06 07 05 Tijdens het rijden Rijadviezen.............................................. Tanken.................................................... Brandstof................................................ Lading vervoeren.................................... Kofferbak ............................................... Gevarendriehoek*................................... Rijden met een aanhanger......................
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 5 Inhoud 5
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 6 Inleiding Belangrijke informatie Instructieboekje lezen Inleiding Een goede manier om vertrouwd te raken met uw nieuwe auto is om het instructieboekje te lezen, idealiter voordat u uw eerste rit maakt. Zo maakt u kennis met nieuwe functies, krijgt u tips hoe u het beste in verschillende situaties met de auto kunt omgaan en leert u hoe u optimaal gebruik kunt maken van alle mogelijkheden die uw auto biedt.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 7 Inleiding Belangrijke informatie Gevaar voor lichamelijk letsel Gevaar voor materiële schade. G031596 Zwarte ISO-symbolen in een oranje waarschuwingsveld, witte tekst/afbeelding in een zwart tekstveld. Worden gebruikt om te attenderen op een risico dat, bij het negeren van de waarschuwing, kan resulteren in ernstig letsel met mogelijk dodelijke afloop.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 8 Inleiding Belangrijke informatie Wanneer er een reeks afbeeldingen bij een stapsgewijze instructie bestaat, zijn de verschillende stappen van de instructie op dezelfde manier genummerd als de bijbehorende afbeeldingen. • • Zie ommezijde `` Dit symbool staat rechts onderaan wanneer kan echter op last van de nationale wetgeving gedwongen worden om bepaalde informatie te verstrekken.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 9 Inleiding Volvo en het milieu G000000 Milieubeleid van Volvo Car Corporation Zorg voor het milieu is een van de kernwaarden van Volvo Car Corporation die van invloed zijn op alle activiteiten. We zijn ervan overtuigd dat onze klanten onze zorg voor het milieu delen. Uw Volvo voldoet aan strenge internationale milieueisen en is bovendien geproduceerd in een fabriek die zeer schoon is en efficiënt met hulpbronnen omgaat.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 10 Inleiding Volvo en het milieu Schone lucht in passagiersruimte Het interieurfilter zorgt dat stofdeeltjes en pollen niet via de luchtinlaatopening in de passagiersruimte kunnen dringen. Een geavanceerd luchtreinigingssysteem, IAQS* (Interior Air Quality System), zorgt ervoor dat de lucht die de passagiersruimte binnenkomt schoner is dan de lucht buiten in het verkeer.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 11 Inleiding Volvo en het milieu • Hanteer afvalstoffen die schadelijk voor het milieu zijn, zoals accu’s en olie, op een milieuvriendelijke manier. Neem contact op met een erkende Volvo-werkplaats, als u niet zeker weet hoe u dergelijk afval moet verwerken. • • Onderhoud uw auto regelmatig. Bij hoge snelheden neemt het verbruik aanzienlijk toe vanwege de grotere luchtweerstand.
Veiligheidsgordels .................................................................................. Airbagsysteem (SRS).............................................................................. Airbag activeren/deactiveren*................................................................. SIPS-airbags (zij-airbags) ....................................................................... Opblaasgordijnen (IC-systeem) .............................................................. WHIPS ...................
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist VEILIGHEID 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 13 01
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 14 01 Veiligheid 01 Veiligheidsgordels Algemene informatie Op de achterbank passen de borglippen van de veiligheidsgordel alleen in de bijbehorende sluitingen*. Veiligheidsgordel losmaken G020995 Druk op de rode knop van de sluiting en laat het oprolmechanisme de veiligheidsgordel naar binnen trekken. Als de veiligheidsgordel niet volledig wordt opgerold, moet u de gordel handmatig zo ver terugrollen dat deze niet langer slap hangt.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 15 01 Veiligheid Veiligheidsgordels Veiligheidsgordel en zwangerschap onder controle hebben (wat inhoudt dat ze met gemak bij het stuur en de pedalen moeten kunnen komen). Streef ernaar de afstand tussen de buik en het stuur zo groot mogelijk te maken. • Aangeven welke veiligheidsgordels van de achterbank er worden gebruikt.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 01 Veiligheid 01 Veiligheidsgordels Gordelspanners Alle veiligheidsgordels zijn uitgerust met gordelspanners. Dit is een mechanisme dat bij een voldoende krachtige aanrijding de veiligheidsgordel rond het lichaam spant. De veiligheidsgordel kan de passagier daarmee beter in de stoel gedrukt houden.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 17 01 Veiligheid Airbagsysteem (SRS) Waarschuwingssymbool op instrumentenpaneel Het airbagsysteem wordt continu gecontroleerd door de regelmodule. Het waarschuwingssymbool op het instrumentenpaneel gaat branden, wanneer u de transpondersleutel in stand II of III zet. Het symbool dooft na ca. 6 seconden, wanneer de regelmodule heeft vastgesteld dat het airbagsysteem geen storingen vertoont.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 18 01 Veiligheid Airbagsysteem (SRS) bags worden opgeblazen. Daarbij worden de airbags warm. Om de klap op te vangen loopt de airbag leeg wanneer de inzittende de airbag raakt. Daarbij treedt er rookvorming in de auto op. Dit is volkomen normaal. Het totale verloop, van het opblazen tot het leeglopen van de airbag, neemt enkele tienden van een seconde in beslag.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 19 01 Veiligheid Airbagsysteem (SRS) Supplemental Restraint System) in het stuurwiel. De airbag zit opgevouwen in het midden van het stuurwiel. Het stuurwiel is voorzien van het opschrift SRS AIRBAG. giersairbag die ligt opgevouwen in een ruimte boven het dashboardkastje. Het paneel is voorzien van het opschrift SRS AIRBAG. WAARSCHUWING WAARSCHUWING De veiligheidsgordel en de airbag werken samen.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 20 01 Veiligheid Airbag activeren/deactiveren* PACOS deactiveren met sleutel Algemene informatie De passagiersairbag (SRS) voorin kan gedeactiveerd worden met een schakelaar als de auto is uitgerust met PACOS (Passenger Airbag Cut Off Switch). Zie de tekst onder het kopje Activeren/deactiveren voor informatie over activering/deactivering.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 21 01 Veiligheid Airbag activeren/deactiveren* WAARSCHUWING Geactiveerde airbag (passagiersstoel): Vervoer kinderen nooit in een kinderzitje of op een comfortkussen op de passagiersstoel als de airbag geactiveerd is. Laat evenmin personen die kleiner zijn dan 1,40 m op deze stoel plaatsnemen.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 22 01 Veiligheid SIPS-airbags (zij-airbags) G020694 WAARSCHUWING Bij een aanrijding in de zij wordt een groot deel van de botskracht door het SIPS-systeem (Side Impact Protection System) over balken, stijlen, vloer, dak en andere delen van de carrosserie verdeeld. De SIPS-airbags aan de bestuurders- en de passagierszijde beschermen de borstkas en de heupen en vormen een belangrijk onderdeel van het SIPS-systeem.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 23 01 Veiligheid SIPS-airbags (zij-airbags) 01 ding reageren de sensoren, die op hun beurt de gasgeneratoren activeren. De SIPS-airbags worden vervolgens opgeblazen tussen de inzittende en het portierpaneel. Daarmee vangen de SIPS-airbags de klap van de aanrijding op voor de inzittende, waarna de airbags weer leeglopen. De SIPS-airbag wordt normaal gesproken alleen opgeblazen aan de kant van de aanrijding.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 24 01 Veiligheid 01 Opblaasgordijnen (IC-systeem) Eigenschappen WAARSCHUWING G020665 Hang of bevestig nooit zware voorwerpen aan de handgrepen aan het plafond. De haak is alleen bedoeld voor niet al te zware kledingstukken (en niet voor harde voorwerpen zoals paraplu’s). De opblaasgordijnen van het IC-systeem (Inflatable Curtain) vormen een aanvulling op het SRS- en SIPS-systeem.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 25 01 Veiligheid WHIPS Bescherming tegen whiplash-letsel, WHIPS Het WHIPS-systeem (Whiplash Protection System) bestaat uit energieabsorberende rugleuningen en speciaal voor het systeem ontwikkelde hoofdsteunen voor de beide voorstoelen.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 26 01 Veiligheid 01 WHIPS G021842 G018567 Zorg dat u de werking van het WHIPSsysteem niet nadelig beïnvloedt Voorwerpen achter de bestuurders-/passagiersstoel. WAARSCHUWING Plaats geen koffer of iets dergelijks tussen het zitgedeelte van de achterbank en de rugleuning van de voorstoelen. Let erop dat u de werking van het WHIPS-systeem niet beïnvloedt. 26 Voorwerpen op de achterbank.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 27 01 Veiligheid Activering van de veiligheidssystemen Activering van de veiligheidssystemen Systeem Activering Gordelspanners voorstoelen Bij een frontale botsing en/of aanrijding in de zij en/of van achteren. Gordelspanners achterbank A Bij een frontale botsing Airbags (SRS) Bij een frontale botsing.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 28 01 Veiligheid 01 Safety mode Beperkte functionaliteit G021062 Als alles normaal lijkt en u hebt vastgesteld dat er geen brandstof lekt, kunt u proberen de motor te starten. Als de auto betrokken is geweest bij een aanrijding, kan de melding Safety mode Zie instructieb. op het informatiedisplay verschijnen. Dit betekent dat de functionaliteit van de auto is verminderd.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 29 01 Veiligheid Kinderen en veiligheid Kinderen moeten comfortabel en veilig kunnen zitten De plaats van het kind in de auto en de vereiste uitrusting zijn afhankelijk van het gewicht en de lengte van het kind (voor meer informatie (zie pagina 31)). N.B. 01 N.B. Neem voor duidelijker instructies voor de bevestiging van kinderveiligheidsproducten contact op met de producent.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 30 01 Veiligheid 01 Kinderen en veiligheid Plaats een kind altijd op de achterbank als de airbag aan de passagierszijde geactiveerd is. Als de airbag wordt opgeblazen, kan een kind op de passagiersstoel ernstig letsel oplopen. WAARSCHUWING Vervoer kinderen nooit in een kinderzitje of op een comfortkussen op de passagiersstoel als de airbag (SRS) geactiveerd is.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 31 01 Veiligheid Kinderen en veiligheid 01 Aanbevolen kinderzitjes 2 Gewicht/Leeftijd Voorstoel Buitenste zitplaats achterbank Middelste zitplaats achterbank Groep 0 Volvo kinderzitje – achterstevoren gemonteerd kinderzitje bevestigd met veiligheidsgordel en bevestigingsband. Volvo kinderzitje – achterstevoren gemonteerd kinderzitje bevestigd met veiligheidsgordel, bevestigingsband en steun.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 32 01 Veiligheid 01 Kinderen en veiligheid Gewicht/Leeftijd Voorstoel Buitenste zitplaats achterbank Middelste zitplaats achterbank Groep 2/3 Volvo comfortkussen – met of zonder rugleuning. Volvo comfortkussen – met of zonder rugleuning. Volvo comfortkussen – met of zonder rugleuning.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 33 01 Veiligheid Kinderen en veiligheid 01 Klap het bovenste gedeelte weer op. Als een geïntegreerd kinderzitje aan grote krachten heeft blootgestaan zoals tijdens een aanrijding, moet u het geïntegreerde kinderzitje in zijn geheel vervangen. Ook al ziet het geïntegreerde kinderzitje er intact uit, kunnen er toch beschermende eigenschappen verloren zijn gegaan.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 34 01 Veiligheid 01 Kinderen en veiligheid Klap het geïntegreerde kinderzitje in het zitgedeelte van de achterbank op. ISOFIX-bevestigingssysteem voor veiligheidszitjes Houd u altijd aan de montage-instructies van de fabrikant, wanneer u een kinderzitje/babyzitje aan de ISOFIX-bevestigingspunten vastzet. N.B.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 35 01 Veiligheid Kinderen en veiligheid AfmeBeschrijving tingscategorie N.B.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 36 01 Veiligheid Kinderen en veiligheid 01 Type kinderzitje Babyzitje, achterstevoren A 36 Gewicht (leeftijd) Afmetingscategorie max. 13 kg (tot 12 mnd) Veiligheidszitje, achterstevoren 9–18 kg (9–36 mnd) Veiligheidszitje, achterstevoren 9–18 kg (9–36 mnd) Volvo adviseert een achterstevoren gemonteerd veiligheidszitje voor deze categorie.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 37 01 Veiligheid Kinderen en veiligheid Bovenste bevestigingspunten voor kinderzitjes 01 Zie de aanwijzingen van de fabrikant van het kinderzitje voor gedetailleerde informatie over de manier waarop u het zitje aan de bovenste bevestigingspunten vastzet. WAARSCHUWING G021068 Haal de bevestigingsband van een kinderzitje altijd onder de hoofdsteun van de achterbank door, voordat u de gordel in de sluiting aanbrengt.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist Transpondersleutel/sleutelblad............................................................... Privacy locking*....................................................................................... Batterij vervangen transpondersleutel/PCC*.......................................... Keyless drive*.......................................................................................... Vergrendelen/ontgrendelen...............................................................
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist SLOTEN EN ALARM 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 39 02
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 40 02 Sloten en alarm Transpondersleutel/sleutelblad Algemene informatie 02 Bij de auto worden twee transpondersleutels of twee PCC’s (Personal Car Communicator) geleverd. U gebruikt ze om de auto te starten en deze te vergrendelen en ontgrendelen. U kunt extra transpondersleutels bestellen. Er zijn maximaal zes transpondersleutels voor één en dezelfde auto te programmeren en te gebruiken.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 41 02 Sloten en alarm Transpondersleutel/sleutelblad een transpondersleutel met de juiste code gebruikt. Melding Betekenis De onderstaande foutmeldingen op het informatiedisplay van het instrumentenpaneel houden verband met de elektronische startblokkering: Sleutelfout Opnieuw insteken Storing bij het uitlezen van de transpondersleutel tijdens het starten. Probeer de auto opnieuw te starten.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 42 02 Sloten en alarm Transpondersleutel/sleutelblad Kofferdeksel 02 U kunt de functie wijzigen onder Instellingen van de auto Instellingen vergrendelen Portieren ontgrendelen. Voor een beschrijving van het menusysteem (zie pagina 118). Paniekfunctie G021079 Approach-verlichting – Bestemd om de verlichting van de auto op afstand in te schakelen. Voor meer informatie (zie pagina 86).
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 43 02 Sloten en alarm Transpondersleutel/sleutelblad Specifieke functies, PCC* N.B. G021080 Als bij herhaaldelijk gebruik van de informatietoets – op verschillende tijdstippen en verschillende plaatsen – blijkt dat geen van de controlelampjes gaat branden (en dat evenmin na 7 seconden alsook nadat de controlelampjes op de PCC om de beurt oplichtten), dient u contact op te nemen met een erkende Volvo-werkplaats.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 44 02 Sloten en alarm Transpondersleutel/sleutelblad Als geen van de controlelampjes brandt bij het indrukken van de informatietoets, is het mogelijk dat er storingen optreden in de communicatie tussen de PCC en de auto door radiogolven in de lucht, omringende gebouwen, topografische omstandigheden e.d. 02 Heart Beat Sensor De functie werkt met behulp van een hartslagsensor (HBS, Heart Beat Sensor).
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 45 02 Sloten en alarm Transpondersleutel/sleutelblad Portier ontgrendelen met sleutelblad Als de centrale vergrendeling niet op de transpondersleutel reageert (omdat de batterijen bijvoorbeeld leeg zijn), kunt u het bestuurdersportier op de volgende manier ontgrendelen en openen: 02 N.B. Wanneer u het bestuurdersportier met het sleutelblad ontgrendelt en vervolgens opent, gaat het alarm af. 1.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 46 02 Sloten en alarm Privacy locking* Privacy locking als u hem bij een hotel of iets dergelijks laat parkeren. Het dashboardkastje is dan vergrendeld en het kofferdeksel is niet via de centrale vergrendeling te openen (zodat het niet meer met de knoppen op de voorportieren of die op de transpondersleutel te bedienen is). Het kofferdeksel is dan niet meer met de knoppen op de voorportieren of die op de transpondersleutel te bedienen.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 47 02 Sloten en alarm Batterij vervangen transpondersleutel/PCC* Accu vervangen BELANGRIJK Kom niet met uw vingers aan de polen van de batterijen of de contactvlakken, omdat ze daardoor slechter kunnen presteren. 02 Batterij vervangen G015518 G021085 Let erop hoe de batterij(en) aan de binnenzijde van de afdekking vastzit(ten). Let daarop op de pluszijde + en de minzijde –. Transpondersleutel 1. Werk de batterij voorzichtig los.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 02 Sloten en alarm Batterij vervangen transpondersleutel/PCC* In elkaar zetten 02 1. Druk de afdekking weer op de transpondersleutel vast. 2. Houd de transpondersleutel met de gleuf omhoog en laat het sleutelblad in de gleuf zakken. 3. Duw voorzichtig tegen het sleutelblad. U hoort een klikgeluid wanneer het sleutelblad goed vastzit. BELANGRIJK Zorg dat de oude batterij(en) wordt/worden afgevoerd op een milieuontlastende manier.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 49 02 Sloten en alarm Keyless drive* Keyless drive (alleen PCC) Vergrendelings- en startsysteem zonder sleutel dat u de PCC bij u moet dragen om een portier te vergrendelen of ontgrendelen. Wanneer u aan de ene kant van de auto staat, is het niet mogelijk om met de PCC een portier aan de andere kant te vergrendelen of ontgrendelen. G020577 De rode cirkels op de nevenstaande afbeelding geven het dekkingsgebied van de systeemantennes aan.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 50 02 Sloten en alarm Keyless drive* Bij ontgrendelen met het sleutelblad gaat het alarm af. Voor het deactiveren (zie pagina 57). Vergrendel de portieren en het kofferdeksel door op de vergrendelingsknop op een van de portierhandgrepen aan de buitenkant te drukken. Sleutelgeheugen, bestuurdersstoel en buitenspiegels Alle portieren inclusief het kofferdeksel moeten zijn gesloten, voordat u de auto kunt vergrendelen.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 51 02 Sloten en alarm Keyless drive* WAARSCHUWING Dragers van een pacemaker dienen minstens 22 cm afstand te houden tot de antennes van het Keyless drive-systeem. Dit om eventuele storingen in de pacemaker als gevolg van het Keyless drive-systeem uit te sluiten. 02 * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 52 02 Sloten en alarm Vergrendelen/ontgrendelen 02 Van de buitenzijde Automatische hervergrendeling Ontgrendelen Met de transpondersleutel kunt u alle portieren en het kofferdeksel gelijktijdig vergrendelen/ ontgrendelen. Bij vergrendeling zijn de vergrendelingsknoppen op de portieren en de openingshandgrepen aan de binnenzijde niet meer te bedienen: dit is de zogeheten Safelock-functie* (zie pagina 54).
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 53 02 Sloten en alarm Vergrendelen/ontgrendelen Voor een beschrijving van het menusysteem (zie pagina 118). Houd voor het ontgrendelen de omgekeerde volgorde aan. Dashboardkastje Voor meer informatie over Privacy locking (zie pagina 46). Kofferdeksel Bij auto’s met alarm* dooft de alarmindicatie op het dashboard om aan te geven dat niet alle onderdelen van de auto beveiligd zijn.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 54 02 Sloten en alarm Vergrendelen/ontgrendelen 02 Safelock-functie* Ontgrendelen met sleutelblad N.B. Bij activering van de zogeheten Safelock-functie zijn de portieren niet meer van de binnenzijde te openen, als ze eenmaal vergrendeld zijn. Bij het sluiten van de achterklep blijft deze onvergrendeld staan, totdat u de auto met de transpondersleutel opnieuw vergrendeld.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 55 02 Sloten en alarm Vergrendelen/ontgrendelen MENU EXIT Als u de portieren van de buitenzijde wilt vergrendelen terwijl er iemand in de auto achterblijft, kunt u de Safelock-functie tijdelijk uitschakelen. Dat gaat als volgt: Als de auto uitgerust is met een alarmsysteem met bewegingsmelders en niveausensoren*, worden ook deze tegelijkertijd uitgeschakeld (zie pagina 57). 1.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 56 02 Sloten en alarm Kinderslot De bedieningscilinders van het kinderslot zitten achter op de korte kant van de achterportieren, zodat ze alleen bereikbaar zijn wanneer de portieren openstaan. ± Gebruik het sleutelblad om de bedieningscilinder te verdraaien en zo het kinderslot in of uit te schakelen. Het portier kan niet van de binnenzijde worden geopend. Het portier kan van de binnenzijde worden geopend. N.B.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 57 02 Sloten en alarm Alarm* Algemene informatie • een portier, de motorkap of het kofferdeksel wordt geopend; • een verkeerde sleutel wordt gebruikt of als het contactslot wordt gemanipuleerd • er een beweging in de passagiersruimte wordt waargenomen (als er een bewegingsmelder aanwezig is); • de auto wordt opgetakeld of weggesleept (op auto’s met een niveausensor*); • • de accukabel wordt ontkoppeld; Alarm activeren N.B.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 58 02 Sloten en alarm Alarm* onafhankelijk is van de standaardaccu in de auto. 02 • Beperkt alarmniveau 2. Kies Verlaagde guard. 3. Kies Eenmalig inschakelen: Op het display van het instrumentenpaneel verschijnt de melding Beveil. verlaagd Zie instructieb. en de bewegingsmelders en niveausensoren worden uitgeschakeld bij vergrendeling van de auto. Alle richtingaanwijzers knipperen totdat u het alarm uitschakelt.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 59 02 Sloten en alarm Alarm* • Als de sensoren niet wilt uitschakelen: Vergrendel de auto zonder een keuze te maken. Of druk op EXIT en vergrendel de auto. Alarmsysteem testen Bewegingsmelder in passagiersruimte testen 1. Sluit alle zijruiten. Blijf in de auto zitten. 2. Alarm activeren (zie pagina 57). 3. Wacht 15 seconden. 4.
Instrumenten, schakelaars en bediening................................................ 62 Instrumenten, schakelaars en bediening - Executive ............................ 71 Sleutelstanden........................................................................................ 72 Stoelen en achterbank............................................................................ 74 Voorstoelen - Executive.......................................................................... 78 Stuurwiel......................
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist BESTUURDERSMILIEU 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 61 03
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 62 03 Bestuurdersmilieu Instrumenten, schakelaars en bediening Instrumentenoverzicht G021107 03 Auto met stuur links.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 63 03 Bestuurdersmilieu Instrumenten, schakelaars en bediening Functie Pagina Functie Pagina Menu- en meldingsfuncties, richtingaanwijzers, groot licht/dimlicht, boordcomputer 81, 84, 120, 152 Versnellingspook/keuzehendel 103 157 Cruisecontrol 158, 160 Bedieningsknoppen actieve chassisregeling (FOUR-C)* Claxon, airbag 18, 80 Wissers en -sproeiers 90, 91 Instrumentenpaneel 65, 69 Stuurwielafstelling 80 Menu-, audio- en te
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 64 03 Bestuurdersmilieu Instrumenten, schakelaars en bediening 1 2 3 4 5 6 7 8 03 9 10 10 20 11 11 19 18 17 16 15 14 13 G021108 12 Auto met stuur rechts.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 65 03 Bestuurdersmilieu Instrumenten, schakelaars en bediening Pagina Functie Pagina Alarmlichten 83 Parkeerrem 110 Contactslot 72 Stuurwielafstelling 80 Knop START/STOP 98 Cruisecontrol 158, 160 81, 84, 120, 152 Instrumentenpaneel 65, 69 Menu- en meldingsfuncties, richtingaanwijzers, groot licht/dimlicht, boordcomputer 18, 80 Bedieningsknoppen actieve chassisregeling (FOUR-C)* 157 Claxon, airbag Menu-, audio- en tele
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 66 03 Bestuurdersmilieu Instrumenten, schakelaars en bediening Meters Controle-, informatie- en waarschuwingssymbolen 5 seconden alle symbolen uit behalve het symbool voor storingen in het uitlaatgasreinigingssysteem en dat voor een lage oliedruk. Controle- en informatiesymbolen Symbool 03 Betekenis Richtingaanwijzers aanhanger G018282 G021113 Uitlaatgasreinigingssysteem Storing in ABS Meters op het instrumentenpaneel.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 67 03 Bestuurdersmilieu Instrumenten, schakelaars en bediening Symbool Betekenis Richtingaanwijzers links Richtingaanwijzers rechts Richtingaanwijzers aanhanger Het symbool knippert wanneer u de richtingaanwijzers gebruikt met een aanhanger achter de auto. Als het symbool sneller knippert dan normaal is een van de richtingaanwijzers op de auto of op de aanhangwagen kapot.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 68 03 Bestuurdersmilieu Instrumenten, schakelaars en bediening Symbool Betekenis Storing in remsysteem Waarschuwing 03 A Bij bepaalde motortypes is het lampje voor een lage oliedruk niet in gebruik. Er verschijnt in plaats daarvan een displaymelding (zie pagina 226 en 228). Lage oliedruk Als het symbool tijdens het rijden oplicht, is de druk van de motorolie te laag. Zet de motor onmiddellijk af en controleer het motoroliepeil.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 69 03 Bestuurdersmilieu Instrumenten, schakelaars en bediening Waarschuwing Het rode waarschuwingssymbool gaat branden, wanneer er een storing is geregistreerd die van invloed kan zijn op de veiligheid en/of de rijeigenschappen van de auto. Er verschijnt tegelijkertijd een verklarende melding op het informatiedisplay.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 70 03 Bestuurdersmilieu Instrumenten, schakelaars en bediening Bij de weergave van een melding kan de tijdsaanduiding korte tijd worden vervangen door een symbool (zie pagina 121). Knop voor dagtellers en klok G016141 03 Positie van de knop.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 71 03 Bestuurdersmilieu Instrumenten, schakelaars en bediening - Executive Analoge klok 1 de knop los wanneer de klok de juiste tijd aangeeft. • Druk eenmaal op de knop van uw keuze, waarna de wijzers vooruit- of achteruitdraaien (in stapjes van ca. 10 seconden). G029076 03 Analoge klok. Knop om de wijzers terug te draaien. Knop om de wijzers vooruit te draaien. De analoge klok zit in het dashboard, boven het dashboardkastje.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 72 03 Bestuurdersmilieu Sleutelstanden Functies BELANGRIJK Vreemde voorwerpen in het contactslot kunnen tot functiestoringen leiden of schade aan het slot toebrengen. De transpondersleutel niet verkeerd om insteken! Pak de sleutel beet aan het uiteinde met het sleutelblad. zie pagina 44. 03 Sleutelstand 0 G021126 Steek de transpondersleutel in het contactslot. Contactslot met transpondersleutel, knop START/ STOP.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 73 03 Bestuurdersmilieu Sleutelstanden Stand Functie 0 Kilometerteller, klok en temperatuurmeter worden verlicht. Het stuurslot is opgeheven. Het audiosysteem is te gebruiken. I Schuifdak, elektrisch bedienbare zijruiten, telefoon, interieurventilator, ECC en ruitenwissers zijn te gebruiken. II De koplampen worden ontstoken. Waarschuwings-/controlelampjes branden 5 seconden lang.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 74 03 Bestuurdersmilieu Stoelen en achterbank Voorstoelen WAARSCHUWING Stel de stand van de bestuurdersstoel in voordat u gaat rijden. Doe dit nooit tijdens het rijden. Controleer of de stoel in zijn stand vergrendeld staat. 03 Duw de stoel zo ver naar voren dat de hoofdsteun onder het dashboardkastje “vast” komt te zitten.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 75 03 Bestuurdersmilieu Stoelen en achterbank U kunt slechts één verstelfunctie van de stoel tegelijk activeren (vooruit/achteruit/omhoog/ omlaag). Voorbereidingen Tot enige tijd nadat u het portier met de transpondersleutel hebt ontgrendeld blijft het mogelijk de stoel te verstellen, ook al steekt er geen sleutel in het contactslot. U verstelt de stoel normaal gesproken in sleutelstand I. Wanneer de motor loopt, is dat altijd mogelijk.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 76 03 Bestuurdersmilieu Stoelen en achterbank sleutel te bedienen. Het bestuurdersportier dient daarbij open te staan. Achterbank Middelste hoofdsteun achterbank Ruggedeelte achterbank omklappen WAARSCHUWING G021136 03 Beknellingsgevaar! Laat kinderen niet met de schakelaars spelen. Zorg dat er geen voorwerpen voor, achter of onder de stoel liggen tijdens het verstellen.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 77 03 Bestuurdersmilieu Stoelen en achterbank Buitenste hoofdsteunen achterbank omklappen* WAARSCHUWING De hoofdsteunen moeten na het rechtop zetten vergrendeld staan. G021137 03 1. De transpondersleutel moet in stand I of II staan. 2. Druk op de knop om de beide buitenste hoofdsteunen op de achterbank om te klappen en het zicht naar achteren te verbeteren.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 78 03 Bestuurdersmilieu Voorstoelen - Executive Voorstoelen type Comfort Massagefunctie Lendensteun instellen Stoel naar voren/achteren zetten. Bedieningspaneel voor massagefunctie en lendensteun. Knop voor activering massagefunctie. Harde massage Zachte massage Elk van beide voorstoelen is voorzien van een rugleuning met massagefunctie. De massagefunctie maakt gebruik van luchtkussens die voor een harde of zachte massage zorgen.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 79 03 Bestuurdersmilieu Voorstoelen - Executive Stoel naar voren/achteren zetten G030137 03 De passagiersstoel is verder naar voren of achteren te zetten. De stoel komt zolang u de voorof achterkant van de knop ingedrukt houdt steeds verder naar voren of achteren (zie bovenstaande afbeelding). De hellingshoek van de rugleuning wordt niet gewijzigd.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 80 03 Bestuurdersmilieu Stuurwiel Instellen Claxon WAARSCHUWING Stel het stuurwiel af voordat u gaat rijden en controleer of het in de gekozen stand vergrendeld staat. G021138 G021140 Bij auto’s met snelheidsafhankelijke stuurbekrachtiging* is de kracht die nodig is om het stuur te verdraaien in te stellen (zie pagina 157). 03 Toetsensets* Stuurwiel afstellen. Claxon.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 81 03 Bestuurdersmilieu Verlichting Bedieningspaneel verlichting De displayverlichting wordt bij donker automatisch gedimd. De gevoeligheidsgraad van deze functie is in te stellen met het duimwiel. Groot licht/dimlicht Ook de sterkte waarmee het instrumentenpaneel verlicht wordt stelt u in met het duimwiel. Overzicht bedieningspaneel verlichting.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 82 03 Bestuurdersmilieu Verlichting Stand Betekenis Automatisch*/uitgeschakeld dimlicht. Alleen grootlichtsignalen. Stadslichten vóór en achterlichten 03 Automatisch dimlicht. In deze stand werken het groot licht en de grootlichtsignalen. N.B. Het groot licht is alleen te activeren in stand . is het dimlicht altijd automaIn stand tisch ingeschakeld wanneer de motor loopt of als de transpondersleutel in stand II staat.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 83 03 Bestuurdersmilieu Verlichting Draai de verlichtingsdraaiknop naar de middelste stand (ook de kentekenplaatverlichting gaat branden). Mistlampen voorzijde* Mistachterlicht Om het achteropkomende verkeer te waarschuwen worden de achterlichten ook bij het openen van het kofferdeksel automatisch ingeschakeld.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 84 03 Bestuurdersmilieu Verlichting N.B. De regels voor het gebruik van het mistachterlicht verschillen van land tot land. automatisch uitgeschakeld. U kunt ook op de knop voor de alarmlichten drukken. Richtingaanwijzersymbolen Voor de richtingaanwijzersymbolen (zie pagina 66). Richtingaanwijzers/knipperlichten Verlichting in interieur Knop voor alarmlichten. Druk op de knop om de alarmlichten te activeren.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 85 03 Bestuurdersmilieu Verlichting Plafondverlichting voorin Make-upspiegel De leeslampjes voorin worden in- en uitgeschakeld met een druk op de bijbehorende knoppen op de plafondconsole. De verlichting van de make-upspiegel (zie pagina 191) wordt bij het openen en sluiten van het klepje in- en uitgeschakeld.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 86 03 Bestuurdersmilieu Verlichting opritverlichting. Voor een beschrijving van het menusysteem (zie pagina 118). Lichtbundel aanpassen de juiste lichtbundel wordt ook de berm beter verlicht.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 87 03 Bestuurdersmilieu Verlichting Het land waarin de auto werd afgeleverd bepaalt of de uitgangspositie de juiste is voor links- of rechtsrijdend verkeer.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 88 03 Bestuurdersmilieu Verlichting Halogeenkoplampen afplakken G033025 03 Bovenste regel: afgeplakte gebieden bij een auto met stuur links, mallen A en B. Onderste regel: afgeplakte gebieden bij een auto met het stuur rechts, mallen C en D.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 89 03 Bestuurdersmilieu Verlichting Mallen voor halogeenkoplampen G021155 03 89
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 90 03 Bestuurdersmilieu Wissers en -sproeiers Ruitenwissers Intervalstand Met het duimwiel kunt u het aantal wisslagen per eenheid van tijd instellen wanneer u de intervalstand hebt geselecteerd. 0 Ononderbroken wissen 03 De wissers bewegen op normale snelheid. INT 2 G025412 1 De wissers bewegen op hoge snelheid. BELANGRIJK Ruitenwissers en -sproeiers.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 91 03 Bestuurdersmilieu Wissers en -sproeiers BELANGRIJK De ruitenwissers op de voorruit kunnen in een automatische wasstraat spontaan inschakelen en daarbij beschadigd raken. Schakel de regensensor uit terwijl de motor loopt of als de transpondersleutel in stand I of II staat. Het symbool op het instrumentenpaneel en dat in de knop doven. De koplampen worden om de beurt gesproeid om te voorkomen dat de sterkte van de verlichting afneemt.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 92 03 Bestuurdersmilieu Ruiten en spiegels Algemene informatie Elektrisch bedienbare ruiten WAARSCHUWING Zorg er bij het sluiten van de zijruiten voor dat kinderen of andere inzittenden niet met hun handen bekneld raken. Dit geldt ook als u gebruik maakt van de transpondersleutel. Gelaagd glas G021849 Het glas is verstevigd voor een verbeterde inbraakbeveiliging en geluidsisolatie van het interieur.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 93 03 Bestuurdersmilieu Ruiten en spiegels Vanaf het bedieningspaneel op het bestuurdersportier kunt u alle ruiten tegelijk bedienen. Vanaf het bedieningspaneel op een van de overige portieren kunt u alleen de zijruit in dat portier bedienen. De zijruiten zijn alleen te bedienen vanaf één bedieningspaneel tegelijk. Handmatige bediening 2. Laat de knop korte tijd los.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 94 03 Bestuurdersmilieu Ruiten en spiegels Buitenspiegels Elektrisch inklapbare buitenspiegels* U kunt de buitenspiegels inklappen bij het parkeren en als u op smalle wegen rijdt. 1. Druk tegelijkertijd op de knoppen L en R. 2. Laat ze na ongeveer een seconde los. De spiegels stoppen automatisch, als ze volledig zijn ingeklapt. G018518 03 Bedieningsknoppen buitenspiegels. Instellen 1.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 95 03 Bestuurdersmilieu Ruiten en spiegels Approach-verlichting en Follow-MeHome-verlichting peratuur na een bepaalde tijd automatisch uitgeschakeld. De lampjes op de buitenspiegels gaan branden, als u de Approach-verlichting of de Follow-Me-Home-verlichting selecteert (zie pagina 85). De achterruit wordt automatisch ontwasemd/ ontdooid als u de auto start bij een buitentemperatuur lager dan +7 °C.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 96 03 Bestuurdersmilieu Elektrisch bedienbaar schuifdak* Algemene informatie De bedieningsknoppen voor het schuifdak zitten aan het plafond. Het schuifdak is aan de achterkant open te kantelen of horizontaal open te schuiven. Het schuifdak is alleen te openen in sleutelstand I of II. 03 Horizontaal openschuiven knop vervolgens los om het schuifdak zo ver mogelijk open te schuiven.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 97 03 Bestuurdersmilieu Elektrisch bedienbaar schuifdak* Sluiten met transpondersleutel of knop voor centrale vergrendeling van het schuifdak. Pak de handgreep vast en schuif het scherm naar voren om het te sluiten. Beveiliging tegen overbelasting Het schuifdak is voorzien van een beveiliging tegen overbelasting die wordt geactiveerd, als het schuifdak door een obstakel wordt gehinderd.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 98 03 Bestuurdersmilieu Motor starten Benzine- en dieselmotoren 2. Houd het koppelingspedaal volledig ingedrukt 1. Trap bij auto’s met een automatische versnellingsbak op het rempedaal. 3. Druk op de knop START/STOP ENGINE en laat deze vervolgens los. 03 G021126 N.B. Contactslot met transpondersleutel en start-/ stopknop (voor meer informatie (zie pagina 72)).
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 99 03 Bestuurdersmilieu Motor starten Stuurslot Het stuurslot wordt opgeheven wanneer u de transpondersleutel 2 in het contactslot steekt en opnieuw ingeschakeld wanneer u de transpondersleutel verwijdert. Wanneer u bij het verlaten van de auto het stuurslot inschakelt, beperkt u het gevaar voor diefstal van de auto. 2 03 Bij auto’s met Keyless drive* wordt de eerste keer dat u op de startknop drukt, het stuurslot gedeactiveerd.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 100 03 Bestuurdersmilieu Motor starten, FlexiFuel Algemene informatie over het starten van een FlexiFuel-motor Motorverwarming* Maak daarom tijdens de wintermaanden zoveel mogelijk gebruik van de motorverwarming. De motor wordt op dezelfde manier gestart als een benzinemotor. WAARSCHUWING 03 De motorverwarming werkt op een hoge spanning.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 101 03 Bestuurdersmilieu Motor starten, FlexiFuel Brandstofadaptatie Wanneer u de brandstoftank hebt volgegoten met benzine nadat u op bio-ethanol (E 85) hebt gereden (om omgekeerd), kan de motor enige tijd ietwat onregelmatig lopen. Het is daarom belangrijk dat de motor de gelegenheid krijgt tot aanpassing (adaptatie) aan het nieuwe brandstofmengsel.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 102 03 Bestuurdersmilieu Motor starten, hulpaccu Starten met hulpaccu 4. Sluit de ene klem van de rode startkabel aan op de pluspool van de hulpaccu . 5. Haal de clips op de voorste dekplaat van de uitgeputte accu los en verwijder de dekplaat (zie pagina 242). 6. Sluit de andere klem van de rode startkabel aan op de pluspool van de uitgeputte accu die onder een opklapbare kunststof afdekking zit.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 103 03 Bestuurdersmilieu Versnellingsbakken Handbak, vijfversnellingsbak Handbak, zesversnellingsbak Blokkering achteruitversnelling, vijfversnellingsbak • Trap het koppelingspedaal tijdens het schakelen altijd zo ver mogelijk in. • Haal uw voet na het schakelen weer van het koppelingspedaal af! • Houd u aan het aangegeven schakelpatroon.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 104 03 Bestuurdersmilieu Versnellingsbakken Automatische versnellingsbak Geartronic Blokkering achteruitversnelling, zesversnellingsbak BELANGRIJK De auto moet stilstaan wanneer u de hendel in stand P zet. Achteruitrijstand (R) De auto moet stilstaan wanneer u de hendel in stand R zet. 03 G021350 G021349 Neutrale stand (N) In deze stand kunt u de motor starten en er is geen versnelling ingeschakeld.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 105 03 Bestuurdersmilieu Versnellingsbakken 1– 6” afhankelijk van de ingeschakelde versnelling (zie pagina 65). Duw de hendel naar voren naar de + (plus) om een hogere versnelling in te schakelen en laat de hendel weer los. De hendel veert terug naar de neutrale stand M. Trek de hendel naar achteren naar de – (min) om een lagere versnelling in te schakelen en laat de hendel weer los.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 106 03 Bestuurdersmilieu Versnellingsbakken er niets. De auto blijft in de oorspronkelijke versnelling rijden. 03 Bij kickdown kan de auto afhankelijk van het motortoerental één of meer versnellingen terugschakelen. Om schade aan de motor te voorkomen schakelt de auto op wanneer de motor het maximumtoerental heeft bereikt.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 107 03 Bestuurdersmilieu Vierwielaandrijving, AWD (All Wheel Drive)* De vierwielaandrijving is altijd ingeschakeld. Bij vierwielaandrijving worden alle vier de wielen van de auto tegelijk aangedreven. Het motorkoppel wordt automatisch over de voor- en achterwielen verdeeld. Een elektronisch gestuurd koppelingssysteem verdeelt het vermogen over het wielpaar dat op dat moment de beste grip op het wegdek heeft.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 108 03 Bestuurdersmilieu Bedrijfsrem Algemene informatie De auto is uitgerust met twee remkringen. Als een van de remkringen defect raakt, betekent dit dat de remmen pas later worden aangesproken zodat u het rempedaal dieper moet intrappen voor dezelfde remmende werking. 03 De druk die u uitoefent op het rempedaal wordt versterkt door de rembekrachtiging. WAARSCHUWING De rembekrachtiging werkt alleen, als de motor loopt.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 109 03 Bestuurdersmilieu Bedrijfsrem WAARSCHUWING Als de waarschuwingssymbolen en tegelijkertijd branden, kan er een storing in het remsysteem zijn opgetreden. Als het remvloeistofpeil in dat geval in orde is, moet u de auto voorzichtig naar de dichtstbijzijnde erkende Volvo-werkplaats rijden om het remsysteem te laten controleren.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 110 03 Bestuurdersmilieu Parkeerrem Elektrische parkeerrem loslaat of het gaspedaal bedient, wordt de parkeerrem gelost. Parkeerrem aanzetten De elektrische parkeerrem heeft dezelfde toepassingsgebieden als het parkeerrempedaal zoals bij het wegrijden op een helling. N.B. Tijdens een noodstop bij snelheden hoger dan 10 km/h klinkt er gedurende de hele remmanoeuvre een geluidssignaal.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 111 03 Bestuurdersmilieu Parkeerrem Auto met handgeschakelde versnellingsbak 2. Steek de transpondersleutel in het contactslot. Handmatig lossen 3. Trap het rempedaal stevig in. 1. Steek de transpondersleutel in het contactslot. 4. Trek aan de handgreep. 2. Trap het rempedaal stevig in. 1. Doe de veiligheidsgordel om. 3. Trek aan de handgreep. N.B.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 112 03 Bestuurdersmilieu Parkeerrem Parkeerrem Service vereist - Er is een storing opgetreden. Bezoek een Volvo-werkplaats als de storing niet verdwijnt. Berichten Als u de auto moet parkeren voordat de storing kon worden verholpen, dient u de wielen net als bij het parkeren op een helling van de trottoirband/berm af te draaien en de versnellingspook in de 1e versnelling (handbak) te zetten en de keuzehendel in stand P (automaat).
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 113 03 Bestuurdersmilieu HomeLink EU* Algemene informatie N.B. HomeLink is dusdanig geconstrueerd dat het niet werkt als de auto van de buitenzijde vergrendeld is. Let erop dat u de originele afstandsbedieningen wel goed bewaart voor eventuele programmering in een later stadium (zoals bij de aankoop van een nieuwe auto). G029471 Wis de programmering van de knoppen wanneer u de auto verkoopt.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 114 03 Bestuurdersmilieu HomeLink EU* gens geactiveerd worden bij het indrukken van de bijbehorende HomeLink-knop. de “inleerstand” staat en klaar is voor programmering. 2. Leg de originele afstandsbediening op 2-8 cm afstand van HomeLink. Houd het controlelampje in de gaten. De juiste afstand tussen de originele afstandsbediening en HomeLink hangt af van de programmering van het te bedienen systeem.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 115 03 Bestuurdersmilieu HomeLink EU* 3. Druk de te kopiëren knop op de originele afstandsbediening in. Het controlelampje begint te knipperen. Laat beide knoppen weer los, wanneer het lampje dat langzaam knipperde sneller gaat knipperen. Een snel knipperend lampje geeft aan dat de programmering gelukt is. 4.
Menu- en meldingsfuncties................................................................... Klimaatregeling..................................................................................... Motor- en interieurverwarming op brandstof*....................................... Extra verwarming op brandstof*........................................................... Audiosysteem.......................................................................................
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist COMFORT EN RIJPLEZIER 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 117 04
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 118 04 Comfort en rijplezier Menu- en meldingsfuncties Middenconsole bij verondersteld dat u daarvóór het volgende doet: Toetsenset op stuurwiel Sommige functies regelt u via het menusysteem vanaf de middenconsole of via de toetsenset op het stuurwiel. Welke functies dat zijn leest u in de verschillende onderdelen. 1. Druk op MENU. 2. Ga naar Menu en druk op ENTER. 3. Ga naar Submenu en druk op ENTER.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 119 04 Comfort en rijplezier Menu- en meldingsfuncties Instellingen vergrendelen Verlaagde guard 1 FM-instellingen Instellingen parkeercam.* Nieuws Stuurkrachtniveau* TP (verkeersinformatie) Instellingen unit Radiotekst PTY (programmatype) Klimaatinstellingen Geav. radio-instellingen Autom. blower afstellen Aut. defroster achterr.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 120 04 Comfort en rijplezier Menu- en meldingsfuncties Hoofdmenu geïntegreerde telefoon Oproepregister Laatste 10 gemiste opr. Laatste 10 ink. opr. 04 Voicemail-nummer Omleidingen Telefooninstellingen Netwerkselectie Lijst wissen SIM-beveiliging Gespreksduur PIN-code bewerken Geluiden en volume Nieuwe contactpersoon IDIS Zoeken Reset Telefooninst.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 121 04 Comfort en rijplezier Menu- en meldingsfuncties Menu-overzicht 6 Melding N.B. Actieradius Als er een waarschuwingsmelding verschijnt bij gebruik van de boordcomputer, moet u de melding lezen (druk op de knop READ) voordat u de eerdere activiteit kunt hervatten. Gemiddeld Momentaan Gem. snelheid Lane departure warning Melding Betekenis Actuele snelheid Stop auto z.s.m. Breng de auto tot stilstand en zet de motor af.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 122 04 Comfort en rijplezier Menu- en meldingsfuncties 04 122 Melding Betekenis Melding Betekenis Service vereist Laat de auto zo spoedig mogelijk nakijken door een erkende Volvowerkplaats. Onderhoudster- mijn verstreken Zie instructieb. Lees het instructieboekje. Bespreek tijd voor onderhoud Het is tijd een afspraak te maken voor een servicebeurt bij een erkende Volvo-werkplaats.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 123 04 Comfort en rijplezier Klimaatregeling Algemene informatie Airconditioning De auto is voorzien van elektronische klimaatregeling (ECC). De klimaatregeling zorgt ervoor dat de lucht in het interieur gekoeld, verwarmd of van vocht ontdaan wordt. N.B. U kunt de airconditioning uitschakelen.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 124 04 Comfort en rijplezier Klimaatregeling 04 Koudemiddel Clean Zone Interior Package (CZIP) De airconditioning maakt gebruik van het koudemiddel R134a. Het bevat geen chloor, waardoor het koudemiddel onschadelijk is voor de ozonlaag. Laat het bijvullen/verversen van koudemiddel over aan een erkende Volvo-werkplaats.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 125 04 Comfort en rijplezier Klimaatregeling Blaasmonden in portierstijlen G021366 G021367 Blaasmonden in dashboard G021368 Luchtverdeling De binnenkomende lucht wordt verdeeld over 20blaasmonden verspreid over het interieur. Open Open Dicht Dicht In de stand AUTO vindt de luchtverdeling geheel automatisch plaats.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 126 04 Comfort en rijplezier Klimaatregeling Klimaatregeling Elektrische achterruit- en buitenspiegelverwarming, zie pagina 95 Elektronische klimaatregeling, ECC Max. ontwaseming Het ventilatiesysteem is te activeren, wanneer de motor loopt.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 127 04 Comfort en rijplezier Klimaatregeling Ventilator 1 Draai aan de knop om de ventilatorsnelheid te verhogen of te verlagen. De ventilatorsnelheid wordt automatisch geregeld, als u AUTO selecteert. De eerder ingestelde ventilatorsnelheid wordt dan gene- Driemaal op de knop drukken levert het laagste verwarmingsniveau op – een van de lampjes brandt.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 128 04 Comfort en rijplezier Klimaatregeling Klimaatinstellingen Autom. blower afstellen. Kies uit Laag, Normaal of Hoog. Voor een beschrijving van het menusysteem (zie pagina 118). Temperatuurregeling Met deze knop kunt u de temperatuur aan de bestuurdersen passagierszijde onafhankelijk van elkaar instellen. 04 De airconditioning is uitgeschakeld, wanneer het lampje bij OFF brandt.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 129 04 Comfort en rijplezier Klimaatregeling Interior Air Quality System* Het Interior Air Quality System ontdoet de binnenkomende lucht van gassen en stofdeeltjes om zo hinderlijke geurtjes en verontreinigingen in de passagiersruimte te beperken. Als de Air Quality Sensor een verhoogde concentratie van verontreinigingen in de buitenlucht meet, wordt de luchtinlaat afgesloten waarna de lucht in de passagiersruimte wordt gerecirculeerd.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 130 04 Comfort en rijplezier Klimaatregeling Luchtverdelingstabel 04 130 Luchtverdeling Toepassing Luchtverdeling Toepassing Lucht naar de ruiten. Er komt een bepaalde hoeveelheid lucht uit de blaasmonden. De lucht wordt niet gerecirculeerd. De airconditioning is altijd ingeschakeld. Om snel te ontdooien en te ontwasemen. Lucht naar de vloer en de ruiten. Er komt een bepaalde hoeveelheid lucht uit de blaasmonden in het dashboard.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 131 04 Comfort en rijplezier Motor- en interieurverwarming op brandstof* Verwarming op brandstof Algemene informatie over de standverwarming Tanken Accu en brandstof Als de accu onvoldoende opgeladen is of als het brandstofpeil te laag is, wordt de standverwarming automatisch uitgeschakeld en er verschijnt een melding op het display. Bevestig deze melding door op de knop READ op de richtingaanwijzerhendel te drukken (zie pagina 132).
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 132 04 Comfort en rijplezier Motor- en interieurverwarming op brandstof* Bediening Symbool Display G025102 Knop READ Duimwiel Knop RESET Voor meer informatie over het informatiedisplay en de knop READ (zie pagina 120).
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 133 04 Comfort en rijplezier Motor- en interieurverwarming op brandstof* N.B. De timers zijn alleen te programmeren in contactslotstand I (zie pagina 72). 1. Gebruik het duimwiel om naar Timer standkach 1 te gaan. 2. Druk kort op de knop RESET zodat de uuraanduiding gaat knipperen. 3. Stel de gewenste uuraanduiding in met het duimwiel. 4. Druk kort op de knop RESET, zodat de minuutaanduiding gaat knipperen. 5.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 134 04 Comfort en rijplezier Extra verwarming op brandstof* Extra verwarming (diesel) N.B. Bij gebruik van de extra verwarming is het volkomen normaal dat er rook uit de rechter wielkast komt. Automatische stand of uitschakelen Bij korte ritten kan de extra verwarming desgewenst worden uitgeschakeld.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 135 04 Comfort en rijplezier Audiosysteem Algemene informatie Het audiosysteem is te verkrijgen met verschillende opties en in verschillende uitvoeringen. Er zijn drie uitvoeringen verkrijgbaar: • • • Performance Als het audiosysteem aanstaat wanneer u de motor afzet, wordt het de volgende keer dat u de motor start automatisch ingeschakeld.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 136 04 Comfort en rijplezier Audiosysteem Achterste bedieningspaneel met hoofdtelefoonaansluiting matisch gedeactiveerd, wanneer u het audiosysteem uitschakelt of MODE lang indrukt. Voor de beste geluidsweergave adviseren wij u een hoofdtelefoon te gebruiken met een impedantie van 16–32 ohm en een gevoeligheid van 102 dB of meer.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 137 04 Comfort en rijplezier Audiosysteem Audiofuncties FM • • • • • Nieuws niveau onder Audio-instellingen volumeregeling. TP Geluidssterkte externe geluidsbron Radiotekst Het is mogelijk een mp3-speler op de AUXingang aan te sluiten (zie pagina 135). PTY zoeken PTY-tekst weergeven N.B. AUDIO-INSTELLINGEN G021402 • Geluid • Autom. volumereg. Activeer de opgeslagen menufunctie vervolgens door kort op MY KEY te drukken. Autom.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 138 04 Comfort en rijplezier Audiosysteem U stelt de opties in door aan de draaiknop te draaien. N.B. Druk op MENU om de Audio-instellingen te openen. Voor meer informatie (zie pagina 118). 04 • Bas – Niveau van de lage tonen. • Treble - Niveau van de hoge tonen. • Fader – Balans tussen luidsprekers voor en achter. • Balans – Balans tussen luidsprekers links en rechts. • Subwoofer* – Niveau voor de lagetonenluidspreker.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 139 04 Comfort en rijplezier Audiosysteem Cd-functies drukt. Steek anders een cd in de invoeropening en druk op CD. G021403 Weergave starten (cd-wisselaar) Middenconsole, bedieningstoetsen voor cd-functies. Cd uitwerpen Opening voor het invoeren/uitwerpen van cd’s Pauze Cd aanbrengen (cd-wisselaar) De cd-speler ondersteunt ook muziekbestanden in mp3- en wma-formaat. 1.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 140 04 Comfort en rijplezier Audiosysteem geduid met het symbool en mappen met . Met een druk op ENTER gaat het afspelen van de muziekbestanden van start. Wanneer een bepaald muziekbestand helemaal afgespeeld is, worden de overige bestanden in dezelfde map afgespeeld. Nadat alle bestanden in een bepaalde map zijn afgespeeld, wordt er automatisch van map gewisseld.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 141 04 Comfort en rijplezier Audiosysteem Radiofuncties 2. Druk op / van de navigatietoets. Handmatig zenders zoeken. 1. Kies een frequentieband met FM of AM. 2. Draai aan TUNING. G021404 Preset Middenconsole, bedieningstoetsen voor radiofuncties. U kunt per frequentieband 10 voorkeurzenders vastleggen. De FM-band heeft 2 geheugenbanken met voorkeurzenders: FM1 en FM2. U kiest een voorkeurzender met de voorkeurtoetsen.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 142 04 Comfort en rijplezier Audiosysteem RDS-functies RDS (Radio Data System) verbindt FM-zenders in een netwerk met elkaar. Een FM-zender in een dergelijk netwerk verstuurt bepaalde informatie, zodat een RDS-radio onder meer de volgende mogelijkheden biedt: • Automatisch overschakelen op een beter doorkomende zender als de ontvangst in een bepaald gebied slecht is.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 143 04 Comfort en rijplezier Audiosysteem ± Ga naar FM-instellingen Geav. radioinstellingen Nieuwszender om wijzigingen aan te brengen. Als de radio een uitzending van een van de gekozen programmatypes vindt, verschijnt >| om te zoeken op het display. ± Programmatype, PTY Met de functie PTY is het mogelijk verschillende programmatypes te kiezen zoals popmuziek en klassieke muziek. Het symbool PTY geeft aan dat de functie actief is.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 144 04 Comfort en rijplezier Audiosysteem voor uitzendingen van een bepaald programmatype. ± Activeer/deactiveer de functie in de stand FM door een van de alternatieven te kiezen onder FM-instellingen Geav. radioinstellingen EON: • Plaatselijk – Alleen onderbreking wanneer de zendmast van de radiozender dichtbij is. 04 • Afstand 4 – Ook onderbreking als de zendmast van de zender ver weg staat en zijn signaal storingen vertoont.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 145 04 Comfort en rijplezier Audiosysteem De lijst is tevens te filteren met behulp van DAB-PTY (zie onder). • Subchannel list - Subkanalen van het gekozen kanaal. De lijsten zijn toegankelijk via het menu. U kunt de kanaalgroepen ook bereiken door op ENTER te drukken. Scannen (SCAN) Tijdens het scannen wordt van alle kanalen een fragment van 10 seconden weergegeven. ± Druk op SCAN om de functie te activeren.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 146 04 Comfort en rijplezier Audiosysteem downloadt dat niet beschikbaar is, verschijnt het nummer van het voorkeurkanaal waarna het geluid stilvalt totdat u een ander voorkeurkanaal hebt gekozen dat wel beschikbaar is. U kunt uiteraard ook een ander kanaal kiezen. N.B. De DAB-functie van het audiosysteem biedt geen ondersteuning voor alle mogelijkheden van de DAB-standaard. 04 Menusysteem Hoofdmenu DAB 1. Selecteer groep (Ensemble) 2.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 147 04 Comfort en rijplezier RSE-systeem (Rear Seat Entertainment) met twee beeldschermen* Algemene informatie Het RSE-systeem kan gelijktijdig met het infotainmentsysteem gebruikt worden. Ook als de achterpassagiers gebruik maken van de dvd-speler, de RSE-AUX-ingang of tv 1 kijken en daarbij de koptelefoon dragen, kunnen de bestuurder en een eventuele voorpassagier de radio of cd-speler blijven beluisteren.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 148 04 Comfort en rijplezier RSE-systeem (Rear Seat Entertainment) met twee beeldschermen* Bijv. Engels Taal waarin de tvmenu’s staan aangegeven Beeldformaat Audio 16:9 4:3 Automatisch 04 Modus (beeldschermstand) Audiomodus Links AC3 Links Tijd banner De weergaveduur van de menu’s is in te stellen op 8–40 seconden. Systeeminstellingen audiomodus Druk op MEDIA MENU Systeeminstellingen Audiomodus.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 149 04 Comfort en rijplezier RSE-systeem (Rear Seat Entertainment) met twee beeldschermen* 4. Steek de module in de digitale tv-ontvanger. Zorg dat u de module op de juiste manier aanbrengt. > Het systeem registreert automatisch dat het nieuwe informatie ontvangt. 5. Gebruik de zoekfunctie om de nieuwe kanalen te vinden die u kunt bekijken (zie onder “Tv-kanalen met smartcard” verderop).
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 150 04 Comfort en rijplezier RSE-systeem (Rear Seat Entertainment) met twee beeldschermen* Zelfgebrande cd’s/dvd’s zijn te beluisteren. Aansluiten op AUX-ingang RSE-systeem Systeem Formaten die door het systeem worden ondersteund. De afspeelbaarheid en de geluidskwaliteit zijn echter afhankelijk van het bronbestand, het gehanteerde formaat en de kwaliteit van de gebruikte cd/dvd.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 151 04 Comfort en rijplezier RSE-systeem (Rear Seat Entertainment) met twee beeldschermen* 2. Verwijder beide batterijen en leg de nieuwe batterijen op de aangegeven manier in het batterijvakje. DVX(R) REGISTRATION PREFERENCES TV TYPE 3. Breng het dekseltje aan en draai het boutje vast. AUDIO N.B. Als het systeem te heet is of als de accuspanning te laag is, geeft een melding op het scherm dat aan.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 152 04 Comfort en rijplezier Boordcomputer Algemene informatie Functies N.B. Als er een waarschuwingsmelding verschijnt terwijl de boordcomputer in gebruik is, moet u deze melding eerst bevestigen om naar de boordcomputerfunctie terug te keren. U bevestigt door op READ te drukken. waarde op het display wordt om de paar seconden bijgewerkt. Wanneer de auto stilstaat, geeft het display “ ----” aan.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 153 04 Comfort en rijplezier Boordcomputer N.B. Er kunnen onjuiste waarden verschijnen, als u een standverwarming* op brandstof hebt gebruikt of van rijstijl bent veranderd. Op nul stellen 1. Selecteer Gem. snelheid of Gemiddeld. 2. Houd RESET ca. 1 seconde ingedrukt om de waarde voor de gekozen functie op nul te stellen.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 154 04 Comfort en rijplezier Kompas* Bediening Kalibreren Zone kiezen Het kompas moet soms voor de nauwkeurigheid worden gekalibreerd. Als kalibratie nodig is, verschijnt C op het display van de spiegel. 1. Breng de auto tot stilstand op een groot en open terrein waar geen stalen constructies of hoogspanningsdraden zijn. 2. Start de motor. Achteruitkijkspiegel met kompas.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 155 04 Comfort en rijplezier Stabiliteits- en tractieregelsysteem, DSTC Algemene informatie over het DSTC DSTC Service vereist Het stabiliteits- en tractieregelsysteem (DSTC, Dynamic Stability and Traction Control) helpt de bestuurder voorkomen dat de wielen doorslippen en verbetert de tractie van de auto. Wegens een storing werd het systeem uitgeschakeld.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 04 Comfort en rijplezier Stabiliteits- en tractieregelsysteem, DSTC WAARSCHUWING Er kunnen wijzigingen optreden in de rijeigenschappen van de auto, als de werking van het systeem wordt beperkt.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 157 04 Comfort en rijplezier Rijeigenschappen aanpassen Actief chassis (FOUR-C)* Stuurkrachtniveau. Voor een beschrijving van het menusysteem (zie pagina 118). Bediening Het actieve chassissysteem FOUR-C (Continuously Controlled Chassis Concept) stemt de eigenschappen van de schokdempers af op de gewenste rijeigenschappen van de auto. U hebt de keuze uit drie standen: Comfort, Sport en Advanced.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 158 04 Comfort en rijplezier ACC gedeactiveerd* Bediening De cruisecontrol is vervolgens te activeren met de of de , waarna de actuele snelheid wordt vastgezet en als ingestelde snelheid dient. De displaytekens (---) km/h veranderen in de ingestelde snelheid, bijvoorbeeld 100 km/h. N.B. Bij snelheden lager dan 30 km/h is het niet mogelijk de cruisecontrol in te schakelen. G021411 04 Display en bedieningstoetsen.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 159 04 Comfort en rijplezier ACC gedeactiveerd* N.B. Wanneer u de ingestelde snelheid hebt hervat met kan er een duidelijke snelheidsverhoging optreden. 04 * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 160 04 Comfort en rijplezier Adaptieve cruisecontrol* Algemene informatie Functie WAARSCHUWING De adaptieve cruisecontrol (Adaptive Cruise Control, ACC) vormt een hulpmiddel om u te ontlasten bij lange ritten op rechte weggedeelten met een gelijkmatige verkeersstroom zoals op snelwegen en provinciale wegen. De adaptieve cruisecontrol is geen systeem dat botsingen voorkomt.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 161 04 Comfort en rijplezier Adaptieve cruisecontrol* De adaptieve cruisecontrol streeft ernaar de snelheid zo weinig mogelijk aan te passen. In situaties waarin krachtig moet worden geremd, dient u dan ook zelf te remmen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij grote snelheidsverschillen of als het voertuig dat voor u rijdt krachtig remt.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 162 04 Comfort en rijplezier Adaptieve cruisecontrol* licht op en de tekens (---) verschijnen om aan te geven dat de cruisecontrol stand-by staat. De cruisecontrol is vervolgens te activeren met de of de , waarna de actuele snelheid wordt vastgezet en als ingestelde snelheid dient. De displaytekens (---) veranderen in de ingestelde snelheid, bijvoorbeeld 100.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 163 04 Comfort en rijplezier Adaptieve cruisecontrol* haakjes op het display bijvoorbeeld ( 100). U kunt de ingestelde snelheid en volgtijd hervatten met een druk op . Wanneer de adaptieve cruisecontrol actief is, wordt de ingestelde snelheid iedere keer dat u op drukt in stapjes van 1 km/h verhoogd. N.B. Wanneer u de ingestelde snelheid hebt hervat met kan er een duidelijke snelheidsverhoging optreden.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 164 04 Comfort en rijplezier Adaptieve cruisecontrol* Ook kleine voertuigen, zoals motorfietsen of voertuigen die niet in het midden van de rijstrook rijden, kunnen onopgemerkt blijven. In bochten kan de radarsensor op het verkeerde voertuig reageren of een eerder opgemerkt voertuig uit het zicht verliezen. Storingen opsporen en verhelpen Als op het display de melding Radar afgedekt Zie instructieb.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 165 04 Comfort en rijplezier Adaptieve cruisecontrol* Oorzaak Maatregel Het radaroppervlak van de grille is vuil of bedekt met sneeuw of ijs. Ontdoe het radaroppervlak van de grille van vuil, sneeuw en ijs. De radarsignalen worden gehinderd door hevige regen- of sneeuwval. Valt niets aan te doen. Bij hevige neerslag werkt de radar soms niet.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 166 04 Comfort en rijplezier Adaptieve cruisecontrol* Symbool Melding Betekenis ACC niet beschikbaar De adaptieve cruisecontrol kan niet worden ingeschakeld. Dit kan onder meer gebeuren wanneer: • • Radar afgedekt Zie instructieb. 04 de remmen een hoge temperatuur hebben; de radarsensor wordt gehinderd door natte sneeuw of regen. De adaptieve cruisecontrol werkt tijdelijk niet.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 167 04 Comfort en rijplezier Afstandscontrole Algemene informatie De afstandscontrole (Distance Alert) is een functie die de volgtijd ten opzichte van de voorligger aangeeft. N.B. Zolang de adaptieve cruisecontrol wordt gebruikt staat de afstandscontrole uit. en U hebt de keuze uit vijf verschillende volgtijden die op het display als 1–5 horizontale streepjes worden weergegeven – hoe meer streepjes, des te langer de volgtijd.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 168 04 Comfort en rijplezier Afstandscontrole Tijdens het instellen van de volgtijd verschijnt het bijbehorende aantal horizontale streepjes op het display. Deze streepjes verdwijnen na enkele seconden, waarna een verkleinde uitvoering ervan rechts op het display verschijnt. Hetzelfde symbool verschijnt ook wanneer de adaptieve cruisecontrole geactiveerd is. 04 N.B.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 169 04 Comfort en rijplezier Afstandscontrole Symbool Melding Betekenis Radar afgedekt. Zie instructieb. De afstandscontrole werkt tijdelijk niet. De radarsensor kan geen andere voertuigen registreren wanneer deze wordt gehinderd door bijvoorbeeld hevige regenval of als sneeuwmodder of andere verontreinigingen de radarsensor afdekken. Voor meer informatie over de beperkingen van de radarsensor zie pagina 163.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 170 04 Comfort en rijplezier Botswaarschuwing met automatische rem* De botswaarschuwing met automatische rem (Collision Warning with Auto Brake) is een hulpmiddel dat bestemd is om u te waarschuwen wanneer het gevaar bestaat dat u op een (stilstaande of rijdende) voorligger botst. De botswaarschuwing kent drie hulpfuncties. 1. Botswaarschuwing Waarschuwt voor een naderende botsing. 04 2.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 171 04 Comfort en rijplezier Botswaarschuwing met automatische rem* Remassistentie Als het gevaar voor een botsing na de botswaarschuwing verder toeneemt, treedt de remassistent in werking. De remassistent treft de nodige voorbereidingen voor een snelle remmanoeuvre waarna de remmen licht worden aangezet. Dit is te merken aan een lichte schok.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 172 04 Comfort en rijplezier Botswaarschuwing met automatische rem* N.B. Ook als u de waarschuwingsafstand hebt ingesteld op Lang, kunnen de waarschuwingen voor uw gevoel soms laat worden afgegeven (bijvoorbeeld als het snelheidsverschil groot is of als uw voorligger sterk afremt). Instellingen controleren 04 U kunt de actuele instellingen controleren op het display van de middenconsole.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 173 04 Comfort en rijplezier Botswaarschuwing met automatische rem* De camerasensor kent ongeveer dezelfde beperkingen als het menselijk oog. Dit houdt in dat de sensor minder goed “ziet” bij hevige regen- of sneeuwval en in dichte mist. In dergelijke omstandigheden kunnen functies die gebruik maken van de camera grote beperkingen ondervinden of helemaal uitgeschakeld worden.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 174 04 Comfort en rijplezier Botswaarschuwing met automatische rem* Symbolen en meldingen op display Symbool Melding Betekenis CWS-systeem UIT De botswaarschuwing is uitgeschakeld. Verschijnt bij het starten van de motor. De melding dooft automatisch na ca. 5 seconden of eerder wanneer u op de toets READ drukt. CWS-systeem niet beschikbaar 04 Het is niet mogelijk de botswaarschuwing te activeren.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 175 04 Comfort en rijplezier Botswaarschuwing met automatische rem* Symbool Melding Betekenis Radar afgedekt Zie instructieb. De botswaarschuwing en de automatische rem werken tijdelijk niet. De radarsensor kan geen andere voertuigen registreren wanneer deze wordt gehinderd door bijvoorbeeld hevige regenval of als sneeuwmodder of andere verontreinigingen de radarsensor afdekken.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 176 04 Comfort en rijplezier Driver Alert System – DAC* Inleiding Driver Alert System is bestemd om u te helpen als de auto op een ongecontroleerde manier wordt bestuurd of op het punt staat de rijstrookmarkering te overschrijden.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 177 04 Comfort en rijplezier Driver Alert System – DAC* Bediening Duimwiel. Draai aan het duimwiel totdat D river Alert op het display verschijnt. Op de tweede regel staan de opties Uit, Niet beschikbaar of Niveaumarkering. Via het menusysteem op het display van de middenconsole zijn bepaalde instellingen te verrichten. Voor informatie over het gebruik van het menusysteem (zie pagina 118).
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 178 04 Comfort en rijplezier Driver Alert System – DAC* Symbool Melding Betekenis Driver Alert De functie analyseert uw rijstijl. Het aantal balkjes varieert van 1 tot 5, waarbij een klein aantal balkjes voor ongecontroleerd rijgedrag staat. Omgekeerd geldt dat een groot aantal balkjes voor stabiel rijgedrag staat.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 179 04 Comfort en rijplezier Driver Alert System (LDW)* Algemene informatie over Lane Departure Warning (LDW) Bediening en functie Als de camera de rijstrookmarkeringen op het wegdek niet langer registreert of als de rijsnelheid tot onder de 60 km/h daalt, neemt de functie de stand-bystand weer in en verschijnt opnieuw de melding Lane Depart Warn niet beschikbaar.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 180 04 Comfort en rijplezier Driver Alert System (LDW)* Symbolen en meldingen op display Symbool Melding Betekenis Lane departure warning AAN/UIT De functie is ingeschakeld/uitgeschakeld. Verschijnt bij inschakeling/uitschakeling. De melding verdwijnt automatisch na 5 seconden. 04 Lane Depart Warn beschikbaar De functie tast de rijstrookmarkeringen af.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 181 04 Comfort en rijplezier Driver Alert System (LDW)* Persoonlijke instellingen Gebruik van het menusysteem van het display op de middenconsole om Instellingen van de auto Lane departure warning op te zoeken. Kies de gewenste optie (zie pagina 118). Aan bij starten: Wanneer u voor deze optie kiest, staat de functie iedere keer dat u de motor staat stand-by. Anders is de functiestatus bij het afzetten van de motor bepalend.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 182 04 Comfort en rijplezier Park Assist* Algemene informatie 1 Functie Hoe dichter u het obstakel achter of voor de auto nadert, des te sneller volgen de geluidssignalen elkaar op. Wanneer u ondertussen naar het audiosysteem luistert, wordt het volume daarvan tijdelijk verlaagd. Park Assist is bedoeld als hulpmiddel tijdens het parkeren. Geluidssignalen en symbolen op het audiodisplay geven de afstand aan tot een waargenomen obstakel.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 183 04 Comfort en rijplezier Park Assist* obstakels voor of achter de auto waargenomen. Bij een afstand tot 30 cm bestaat het geluidssignaal uit een ononderbroken toon en verschijnt een markeringsbalkje van maximale lengte (zie afbeelding (2)). Als er zowel voor als achter de auto obstakels binnen deze afstand zijn waargenomen, komen de geluidssignalen beurtelings uit de luidsprekers aan linker- en rechterzijde.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 184 04 Comfort en rijplezier Park Assist* BELANGRIJK In bepaalde omstandigheden kan de parkeerhulp ten onrechte waarschuwingssignalen afgeven. Dit komt door externe geluidsbronnen met ultrasone geluidssignalen van dezelfde frequentie als de sensoren van het systeem. G021425 04 Voorbeelden van dergelijke geluidsbronnen zijn onder meer claxons, natte banden op asfaltwegen, luchtdrukremmen en uitlaten van motorfietsen e.d.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 185 04 Comfort en rijplezier BLIS*, Blind Spot Information System WAARSCHUWING G021426 Het systeem vormt een aanvulling op – geen vervanging voor – een veilige rijstijl en het gebruik van de buitenspiegels. De bestuurder moet altijd oplettend en verantwoord blijven rijden. De bestuurder is er altijd verantwoordelijk voor dat er op een veilige manier van rijstrook wordt gewisseld.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 186 04 Comfort en rijplezier BLIS*, Blind Spot Information System Activeren/deactiveren nen. Voor meer informatie over de meldingsfuncties (zie pagina 121). Wanneer BLIS werkt Het systeem werkt alleen bij snelheden hoger dan 10 km/h. Inhalen Het systeem reageert als: G021428 04 Knop voor activering/deactivering BLIS wordt bij het starten van de motor automatisch geactiveerd.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 187 04 Comfort en rijplezier BLIS*, Blind Spot Information System Melding Betekenis BLIS Beperkte functie De BLIS-camera wordt gehinderd door bijvoorbeeld mist of fel zonlicht recht in de camera. BELANGRIJK BLIS UIT Displaymeldingen Betekenis BLIS AAN Het BLIS-systeem is ingeschakeld BLIS Service vereist Het BLIS-systeem is defect. Neem contact op met een erkende Volvo-werkplaats.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 188 04 Comfort en rijplezier G021432 BLIS*, Blind Spot Information System Laag staande zon in de camera 04 188 * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 189 04 Comfort en rijplezier Interieurcomfort Opbergmogelijkheden 04 `` 189
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 190 04 Comfort en rijplezier Interieurcomfort Opbergvak in portierpaneel Middenconsole ende deel om bijvoorbeeld een sigaret mee aan te steken. Opbergzak* aan de voorkant van de voorstoelzittingen Dashboardkastje Parkeerkaarthouder Dashboardkastje Opbergvakken, bekerhouder Kledinghaak Bekerhouder* in armsteun, achterin Opbergvak Kledinghaak De kledinghaak is alleen bestemd voor niet al te zware kledingsstukken.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 191 04 Comfort en rijplezier Interieurcomfort 12V-aansluiting Vloermatten* telefoon of koelbox. U kunt maximaal 10 A via de aansluiting afnemen. De transpondersleutel moet ten minste in stand I staan, anders geeft de aansluiting geen stroom (zie pagina 72). Volvo biedt vloermatten die speciaal vervaardigd zijn.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 04 Comfort en rijplezier Interieurcomfort N.B. Let erop dat u de aansluiting niet gebruikt, wanneer de motor is afgezet. Als u de aansluiting dan namelijk wel gebruikt, bestaat de kans dat de accu uitgeput raakt.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 193 04 Comfort en rijplezier Interieurcomfort – Executive Koelkast Glazen N.B. Voor de optimale werking van de koelkast is een ongehinderde luchtcirculatie vereist. Breng daarom geen bagage in de kofferbak aan binnen een straal van 5 cm rond de luchtinlaat voor de koelkast. G021859 G021857 Kofferbakmat De koelkast zit achter de middenarmsteun van de achterbank en heeft een inhoud van 11,5 liter.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 194 04 Comfort en rijplezier Bluetooth handsfree* Algemene informatie N.B. Niet alle mobiele telefoons zijn volledig compatibel met de handsfree-functie van het audiosysteem. Voor informatie over de telefoons die compatibel zijn kunt u terecht bij de erkende Volvo-werkplaats en www.volvocars.com. Telefoonfuncties, overzicht bedieningstoetsen U regelt de menufuncties vanaf de middenconsole of via de toetsenset op het stuurwiel.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 195 04 Comfort en rijplezier Bluetooth handsfree* eerste keer is dat u de mobiele telefoon aansluit, dan moet u de onderstaande instructies volgen: 5. Voer via het toetsenblok van de te registreren mobiele telefoon de cijfercode in die op het display van het audiosysteem staat. BluetoothTM-naam op het display. U kunt de mobiele telefoon vervolgens bedienen via het audiosysteem.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 196 04 Comfort en rijplezier Bluetooth handsfree* ten via de ingebouwde microfoon en luidspreker van de mobiele telefoon. N.B. Bij sommige mobiele telefoons moet u om over te schakelen van de handsfree op de handset eerst ter bevestiging op het toetsenblok van de mobiel drukken. 04 Gespreksfuncties Inkomend gesprek U neemt een gesprek aan met ENTER, ook al staat het audiosysteem in bijvoorbeeld de stand CD of FM.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 197 04 Comfort en rijplezier Bluetooth handsfree* Belsignalen Automatische aansluiting Telefoonboek U kunt een van de ingebouwde beltonen van de handsfree-functie kiezen onder Telefooninstellingen Geluiden en volume Belsignalen Belsignaal 1, 2, 3 enz. Wanneer de handsfree-functie actief is en de laatst aangesloten mobiele telefoon binnen het bereik ligt, wordt deze telefoon automatisch opnieuw aangesloten.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 198 04 Comfort en rijplezier Bluetooth handsfree* Contacten zoeken U kunt het eenvoudigst naar bepaalde gegevens in het telefoonboek zoeken door de knoppen 2–9 lang in te drukken. Het telefoonboek wordt dan doorzocht op posten die beginnen met de eerste letter van de ingedrukte toets. 04 Het telefoonboek is eveneens te bereiken met / van de navigatietoets of met / van de toetsenset op het stuurwiel.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 199 04 Comfort en rijplezier Geïntegreerde telefoon* Beknopte bedieningsinstructies Algemene informatie Simkaart Het telefoonsysteem is alleen te gebruiken in combinatie met een geldige simkaart (Subscriber Identity Module). Voor het aanbrengen ervan (zie pagina 202). Ook zonder een simkaart is het mogelijk het alarmnummer te bellen. als het menu CD op het display staat.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 200 04 Comfort en rijplezier Geïntegreerde telefoon* Beëindig een gesprek met EXIT of leg de handset op. Weiger een gesprek met EXIT. Automatisch antwoord 04 Tijdens lopende gesprekken Ruggespraakstand Druk tijdens een gesprek op MENU of op ENTER om het gespreksmenu te openen. Bij gebruik van de ruggespraakstand wordt de microfoon gedeactiveerd (zie pagina 199). Zie pagina 196. Bellen Wisselgesprek 1.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 201 04 Comfort en rijplezier Geïntegreerde telefoon* Beltoonvolume. Stel bij met navigatietoets. / van de Telefoonboek Contactgegevens kunnen op de simkaart of in het telefoongeheugen worden vastgelegd. Contacten vastleggen in telefoonboek 1. Druk op MENU en ga naar Telefoonboek Nieuwe contactpersoon. 2. Voer een naam in en druk op ENTER. Zie onder voor informatie over het invoeren van tekst. 3. Voer een nummer in en druk op ENTER. 4.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 202 04 Comfort en rijplezier Geïntegreerde telefoon* bewaard met de ingekomen, uitgaande en gemiste oproepen. U kunt de uitgaande gesprekken ook bekijken door te drukken op ENTER. De telefoonnummers op de lijsten zijn vast te leggen in het telefoonboek. Gespreksduur 04 De gespreksduur wordt vastgelegd onder Oproepregister Gespreksduur. ± Reset de waarden onder Oproepregister Gespreksduur Reset timers.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 203 04 Comfort en rijplezier Geïntegreerde telefoon* Zorg dat de telefoon gedeactiveerd is. Trek de simkaarthouder uit het dashboardkastje tevoorschijn. Plaats de simkaart met het laag metaal omhoog in de simkaarthouder en breng de behuizing van de simkaarthouder aan. Plaats de simkaarthouder terug. 04 * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist Rijadviezen............................................................................................ Tanken.................................................................................................. Brandstof.............................................................................................. Lading vervoeren.................................................................................. Kofferbak ......................................................
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist TIJDENS HET RIJDEN 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 205 05
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 206 05 Tijdens het rijden Rijadviezen • Zuinig rijden werking in orde is. Bij water en vuil op de remblokken kunnen er vertragingen in de remwerking optreden. Houd een lage snelheid aan, wanneer u met een aanhanger achter de auto een lange en steile helling oprijdt.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 207 05 Tijdens het rijden Rijadviezen WAARSCHUWING Rijd niet met een geopend kofferdeksel. Er kunnen giftige uitlaatgassen via de kofferbak de passagiersruimte in worden gezogen. Accu niet overmatig belasten De elektrische functies van de auto belasten de accu in verschillende mate. Laat het contactslot niet te lang achtereen in stand II staan, wanneer u de motor hebt afgezet.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 208 05 Tijdens het rijden Tanken Tanken Tankdop open-/dichtdraaien Tankvulklep openen/sluiten Tankvulklep handmatig openen G021459 05 Open de tankvulklep met de knop op het verlichtingspaneel. De vulklep zit in het rechter achterspatbord, zoals de pijl in het symbool op het informatiedisplay al aangeeft. Sluit de klep door deze dusdanig in te drukken dat u een klik hoort.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 209 05 Tijdens het rijden Brandstof Algemene informatie over brandstof Gebruik geen brandstof met een slechtere kwaliteit dan Volvo adviseert, omdat dit een nadelige invloed kan hebben op het motorvermogen en het brandstofverbruik. WAARSCHUWING Zorg altijd dat u geen brandstofdampen inademt of brandstofspatten in de ogen krijgt.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 210 05 Tijdens het rijden Brandstof Katalysatoren Bio-ethanol (E 85) Dieselolie De katalysatoren hebben tot taak de uitlaatgassen te reinigen. Ze zijn dicht bij de motor in het uitlaatsysteem gemonteerd om snel op temperatuur te komen. Breng geen wijzigingen aan in het brandstofsysteem of de onderdelen daarvan en vervang ze evenmin door componenten die niet speciaal geconstrueerd zijn voor gebruik in combinatie met bio-ethanol.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 211 05 Tijdens het rijden Brandstof BELANGRIJK Maak geen gebruik van de volgende dieselolie-achtige brandstoffen: • • • • speciale toevoegingen (dopes) scheepsolie stookolie RME 1 (koolzaadmethylester) of plantaardige olie. Dergelijke brandstoffen voldoen niet aan de kwaliteitseisen die Volvo stelt en geven aanleiding tot verhoogde vormen van slijtage en motorschade die niet worden gedekt door de garanties van Volvo.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 05 Tijdens het rijden Brandstof Brandstofverbruik en uitstoot van kooldioxide Het gebruik van extra accessoires kan de verbruikscijfers beïnvloeden, omdat de accessoires het gewicht van de auto verhogen. Zie de tabel op pagina 287. Ook de rijstijl en andere niet-technische factoren kunnen van invloed zijn op het brandstofverbruik. Bij gebruik van brandstof met een octaangetal van 91(RON), neemt het brandstofverbruik toe terwijl het motorvermogen lager wordt. 05 212 N.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 213 05 Tijdens het rijden Lading vervoeren Algemene informatie Het laadvermogen is afhankelijk van wat er op de auto gemonteerd is, zoals een trekhaak, lasdragers of een skibox. De laadcapaciteit van de auto moet tevens worden verminderd met het gewicht van het aantal inzittenden. • Dek scherpe randen met iets zachts af om de bekleding te beschermen. • Zet alle bagage met riemen of bevestigingsbanden aan de verankeringsogen vast.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 214 05 Tijdens het rijden Kofferbak Houder voor boodschappentassen Doorsteekluik 05 G021478 G021463 G021480 U kunt het luikje in het ruggedeelte openen om lange en smalle voorwerpen te vervoeren. Ontgrendel het luikje in het ruggedeelte van de achterbank door de grendel omhoog te duwen en duw tegelijkertijd het luikje naar voren toe open.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 215 05 Tijdens het rijden Kofferbak WAARSCHUWING Zet de motor af en trek de parkeerrem aan bij het in- en uitladen. Het gevaar is anders aanwezig dat u met de bagage tegen de versnellingspook/keuzehendel aankomt en de auto daarmee in beweging zet. Luik achter geïntegreerd kinderzitje Het luik zit niet met scharnieren in het ruggedeelte vast, maar is in zijn geheel te verwijderen.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 216 05 Tijdens het rijden Gevarendriehoek* De gevarendriehoek is met twee clips aan de binnenkant van het kofferdeksel bevestigd. G015351 Haal de houder met de gevarendriehoek los door de twee kliksluitingen naar buiten te trekken. Neem de gevarendriehoek uit de houder, klap de driehoek uit en bevestig de twee losse zijden aan elkaar. Klap de steunpoten van de gevarendriehoek uit.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 217 05 Tijdens het rijden Rijden met een aanhanger Algemene informatie Als de trekhaak door Volvo is gemonteerd, wordt de auto compleet aangeleverd met de benodigde randuitrusting voor het gebruik van een aanhanger. • De trekhaak van de auto moet van een goedgekeurd type zijn.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 218 05 Tijdens het rijden Rijden met een aanhanger 2. Los de parkeerrem. WAARSCHUWING Steile hellingen Schakel geen hogere, handmatige versnelling in dan de motor “aankan”. Rijden in hoge versnellingen is niet altijd zuinig. • Vermijd hellingen met een percentage van meer dan 15 % bij het gebruik van een aanhanger.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 219 05 Tijdens het rijden Rijden met een aanhanger Kogelsegment aanbrengen G021483 Afmetingen, bevestigingspunten (mm) 1 1127 2 93 3 855 4 428 5 112 6 360 7 Langsligger 8 Middelpunt kogel Verwijder de afdekking door de pal in te drukken en de afdekking vervolgens recht naar achteren te trekken .
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 220 05 Tijdens het rijden Het controlevenster moet rood van kleur zijn. Het controlevenster moet groen van kleur zijn. G021494 G021490 G021488 Rijden met een aanhanger Controleer of het kogelsegment vastzit door het stevig omhoog, omlaag en naar achteren te bewegen. WAARSCHUWING 05 Breng het kogelsegment aan en duw het naar binnen totdat u een klik hoort.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 221 05 Tijdens het rijden Rijden met een aanhanger WAARSCHUWING Veiligheidskabel. G021497 G021495 Zet het losse kogelsegment goed vast, wanneer u het in de auto bewaart (zie pagina 218). Druk de vergrendelingsknop in en draai totdat u een klik hoort. deze linksom G018929 WAARSCHUWING Let erop dat u de veiligheidskabel van de aanhanger aan de daarvoor bestemde bevestiging vastmaakt. Duw de afdekking er zo ver op dat deze vastklikt.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 222 05 Tijdens het rijden Slepen en bergen Slepen WAARSCHUWING Controleer voordat u de auto gaat slepen wat de toegestane maximumsnelheid is voor slepen. Het stuurslot blijft in de stand staan die het had toen de spanning werd verbroken. Het stuurslot moet worden opgeheven, voordat u de auto sleept. Het contactslot moet in stand II staan. Neem de transpondersleutel nooit tijdens het rijden of slepen uit het contactslot. 1.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 223 05 Tijdens het rijden Slepen en bergen Sleepoog monteren N.B. G021500 Bij sommige auto’s met een afneembare trekhaak kunt u het sleepoog niet in de achterste bevestiging aanbrengen wanneer het kogelsegment gemonteerd is. Bevestig de sleepkabel in dat geval aan de trekhaak. Neem het sleepoog erbij dat onder het vloerluik in de kofferbak ligt.
Motorruimte........................................................................................... Gloeilampen.......................................................................................... Wisserbladen en ruitensproeiervloeistof............................................... Accu...................................................................................................... Zekeringen............................................................................................
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist ONDERHOUD EN SPECIFICATIES 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 225 06
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 226 06 Onderhoud en specificaties Motorruimte Algemene informatie Serviceprogramma van Volvo Om de verkeersveiligheid, bedrijfszekerheid en betrouwbaarheid van de auto op een hoog peil te houden, dient u de voorschriften van het Serviceprogramma van Volvo op te volgen zoals die omschreven staan in het Service- en garantieboekje van Volvo. Laat service- en reparatiewerkzaamheden door een erkende Volvo-werkplaats uitvoeren.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 227 06 Onderhoud en specificaties Motorruimte Peilstok voor motorolie Oliepeil motor controleren BELANGRIJK Radiateur Vulopening voor motorolie Reservoir voor rem- en koppelingsvloeistof (auto met stuur links) Accu Relais- en zekeringenkastje, motorruimte G021733 Vulopening voor ruitensproeiervloeistof Luchtfilter. Sticker met oliekwaliteit. WAARSCHUWING Het ontstekingssysteem werkt zeer hoge spanningen op.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 228 06 Onderhoud en specificaties Motorruimte informatie contact op met een erkende Volvowerkplaats. Vulopening en peilstok Houd voor het verversen en het vervangen de intervallen aan die staan aangegeven in het Service- en garantieboekje. BELANGRIJK G021734 Bij een nieuwe auto is het belangrijk om het oliepeil te controleren, voordat de olie voor de eerste keer volgens schema moet worden ververst. Benzinemotor.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 229 06 Onderhoud en specificaties Motorruimte BELANGRIJK Vul niet meer olie bij dan tot aan het MAXstreepje. Het olieverbruik kan toenemen, als u te veel olie in de motor giet. Koelvloeistof BELANGRIJK Koelvloeistof controleren en bijvullen WAARSCHUWING Oliepeil controleren bij een warmgelopen motor 1. Veeg de peilstok schoon. G021738 Mors geen olie op het hete uitlaatspruitstuk, omdat er gevaar voor brand bestaat.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 230 06 Onderhoud en specificaties Motorruimte Voor de aan te houden hoeveelheden en de aanbevolen vloeistofkwaliteit (zie pagina 283). Controleer de koelvloeistof regelmatig! De koelvloeistof moet tussen het MIN- en MAX-streepje op het expansiereservoir staan. Als u het reservoir niet goed gevuld houdt, kan de temperatuur in het systeem dusdanig hoog oplopen dat er gevaar voor motorschade ontstaat.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 231 06 Onderhoud en specificaties Motorruimte BELANGRIJK Houd bij een controle van het peil in het reservoir voor stuurbekrachtigingsvloeistof het gebied eromheen goed schoon. Controleer het peil bij iedere servicebeurt. U hoeft de vloeistof niet te verversen. De vloeistof moet tussen het MIN- en MAX-streepje staan. Voor de aanbevolen vloeistofkwaliteit en de aan te houden hoeveelheden (zie pagina 283). N.B.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 232 06 Onderhoud en specificaties Gloeilampen Algemene informatie Op pagina 238 staan alle gloeilampen van de auto vermeld.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 233 06 Onderhoud en specificaties Gloeilampen 4. Til het lamphuis naar buiten en leg het op een zachte ondergrond om krassen op de lens te voorkomen. Afdekking verwijderen Dimlicht, halogeen 5. Vervang de kapotte gloeilamp (zie pagina 238). Koplamphuis aanbrengen 3. Controleer de verlichting. Het lamphuis moet zijn aangesloten en gemonteerd zijn, voordat u de verlichting inschakelt of de transpondersleutel in het contactslot steekt.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 234 06 Onderhoud en specificaties Gloeilampen G021748 G021747 1. Haal het koplamphuis los. 06 Stadslichten vóór en achterlichten G021749 Verstralers, actieve Bi-Xenon en BiXenon* Groot licht, halogeen 1. Haal het koplamphuis los. 2. Verwijder de afdekking. 1. Haal het koplamphuis los. 2. Verwijder de afdekking (zie pagina 233). 3. Haal de gloeilamp los door deze linksom te draaien. 2.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 235 06 Onderhoud en specificaties Gloeilampen Sidemarker Richtingaanwijzers/knipperlichten Plaats de onderdelen in omgekeerde volgorde terug. 2. Verwijder de kleine, ronde afdekking. 3. Trek aan de lamphouder om de gloeilamp tevoorschijn te halen. 4. Trek de kapotte gloeilamp los en breng de nieuwe aan. U kunt hem slechts op één manier terugplaatsen. 5. Breng de lampvoet in de lamphouder aan en duw de lamp aan totdat u een klik hoort.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 236 06 Onderhoud en specificaties Gloeilampen 6. Plaats de lamphouder terug. Zorg dat het opschrift TOP op de lamphouder omhoogwijst. 5. Duw de lamphouder in positie en plaats het luikje terug. Mistachterlicht (een zijde) Achteruitrijlichten N.B. Achterlamphuis Neem, als de foutmelding niet verdwijnt nadat de kapotte lamp is vervangen, contact op met een erkende Volvo-werkplaats.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 237 06 Onderhoud en specificaties Gloeilampen 1. Draai de boutjes los met een schroevendraaier. Lees de tekst op zie pagina 232 door alvorens een gloeilamp te vervangen. 2. Haal voorzichtig het complete lamphuis los en trek het naar buiten. 1. Steek een schroevendraaier achter de korte kant van de lens die naar de middenconsole wijst en verdraai de schroevendraaier iets, zodat de lens loskomt (geldt voor beide lampjes). 3.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 238 06 Onderhoud en specificaties Gloeilampen Verlichting make-upspiegel Spiegelglas aanbrengen Spiegelglas verwijderen 1. Duw de drie borgnokjes aan de bovenkant van het spiegelglas terug. 2. Duw vervolgens de onderste drie nokjes vast. Specificatie gloeilampen G021759 Verlichting 1. Steek in het midden aan de onderkant een schroevendraaier achter het glas om het borgnokje aan de rand voorzichtig los te werken. 06 2.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 239 06 Onderhoud en specificaties Wisserbladen en ruitensproeiervloeistof Wisserbladen Servicestand Om de wisserbladen te kunnen vervangen of schoonmaken moet u ze eerst in de servicestand zetten. G021761 1. Zet de transpondersleutel in stand 0 (zie pagina 72) maar laat de sleutel in het contactslot zitten. G021763 2. Duw de rechter stuurhendel ca. 1 seconde lang omhoog. De ruitenwisserarmen gaan dan verticaal staan.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 240 06 Onderhoud en specificaties Wisserbladen en ruitensproeiervloeistof G021764 Vulopening voor ruitensproeiervloeistof De sproeiers van de voorruit en de koplampen staan in verbinding met hetzelfde vloeistofreservoir. 06 BELANGRIJK Gebruik tijdens de wintermaanden ruitensproeier-antivries in het reservoir om te voorkomen dat de vloeistof in de pomp, het reservoir en de slangen bevriest. Voor de hoeveelheden (zie pagina 283).
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 241 06 Onderhoud en specificaties Accu Waarschuwingssymbolen op de accu Vermijd vonken en open vuur. Draag een veiligheidsbril. BELANGRIJK Gebruik nooit een snellader voor het opladen van de accu. WAARSCHUWING Explosiegevaar. Zie voor meer informatie het instructieboekje dat bij de auto hoort. N.B. Bewaar accu’s buiten het bereik van kinderen. Zamel oude accu’s op een milieuvriendelijke manier in, omdat ze lood bevatten.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 242 06 Onderhoud en specificaties Accu Vervangen WAARSCHUWING Zorg dat u de plus- en minkabels in de juiste volgorde loskoppelt en/of aansluit. G021768 Verwijderen Koppel de zwarte minkabel los. G021765 Koppel de rode pluskabel los. Koppel de ontluchtingsslang van de accu los. Draai het boutje los waarmee de accuklem vastzit. 06 G021766 G021769 Haal de accu opzij en til deze op.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 243 06 Onderhoud en specificaties Accu 2. Duw de accu naar binnen en gelijktijdig opzij totdat de accu tegen de achterkant van de accubak aankomt. 3. Schroef de accu vast met het boutje in de steun. 4. Sluit de ontluchtingsslang aan. 5. Sluit de rode pluskabel aan. 6. Sluit de zwarte minkabel aan. 7. Duw de achterste afdekking vast (zie Verwijderen). 8. Plaats de rubber strip terug (zie Verwijderen). 9.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 244 06 Onderhoud en specificaties Zekeringen Algemene informatie Positie zekeringenkastjes Als een van de elektrische onderdelen of functies niet werkt, is het mogelijk dat de bijbehorende zekering overbelast werd en daardoor gesmolten is. Als dezelfde zekering herhaaldelijk doorbrandt, betekent dit dat het bijbehorende onderdeel een storing vertoont. Bezoek in dat geval een erkende Volvo-werkplaats voor een controle. Vervangen 1.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 245 06 Onderhoud en specificaties Zekeringen Motorruimte G025600 06 `` 245
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 246 06 Onderhoud en specificaties Zekeringen Algemene informatie over de zekeringen in de motorruimte Functie A Hoofdzekering RJBA KL30 60 Hoofdzekering RJBB KL30 60 Hoofdzekering RJBD KL30 50 Motorruimte voorin Motorruimte onderin Reservepositie Aan de binnenkant van het deksel zit een speciale trekker waarmee u de zekeringen gemakkelijker kunt verwijderen en aanbrengen.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 247 06 Onderhoud en specificaties Zekeringen Pos. Functie A Claxon Pos. Functie A 15 Motorkleppen 10 Regelmodule motor 10 EVAP, lambdasonde, inspuiting (benzine) 15 Regelmodule automatische versnellingsbak* 15 Lambdasonde (4-cil. benzine, 5-cil. diesel) 10 Compressor AC 15 Waterpomp (V8) 10 Relais sproeiers 5 30 Verwarming carterventilatie (5-cil.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 248 06 Onderhoud en specificaties Zekeringen Onder dashboardkastje 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 G032918 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 1. Klap de interieurbekleding opzij die het zekeringenkastje afdekt. 06 Pos. Functie A 2. Druk op de vergrendeling van het deksel en klap het naar boven toe open. ABS-regeling, elektrische parkeerrem 5 3. Daarmee hebt u toegang gekregen tot de zekeringen.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 249 06 Onderhoud en specificaties Zekeringen Pos. Functie A Adaptieve cruisecontrol (ACC)* 10 Pos. Functie A Knop START/STOP 5 Schakelaar remlichten 5 Reservepositie A Plafonverlichting, bedieningspaneel bestuurdersportier/elektr. bedienbare passagiersstoel* Premium Sound. 7,5 Informatiedisplay 5 Elektr.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 250 06 Onderhoud en specificaties Zekeringen G031531 In middenconsole, Executive* Het zekeringenkastje zit achter het dekpaneel aan de passagierszijde. 06 N.B. Breng de auto naar een erkende Volvowerkplaats om zekeringen te laten vervangen. Pos. Functie Analoge klok 250 A 5 * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 251 06 Onderhoud en specificaties Zekeringen G032920 Kofferbak Het kastje zit achter de bekleding aan de linkerzijde. Posities Pos. Module (zwart). Functie A Bedieningspaneel bestuurdersportier 25 Bedieningspaneel passagiersportier 25 Bedieningspaneel achterportier links 25 Pos. Module (zwart).
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 252 06 Onderhoud en specificaties Zekeringen Pos. Module 06 (wit). Functie A Pos. Module (wit). Functie Massagefunctie voorstoel, verlichting armsteun, koelkast* 5 Regelmodule FOUR-C* 15 Verwarming voorstoel bestuurderszijde* 15 Verwarming voorstoel passagierszijde* 15 Achterbankverwarming rechts* 15 Regelmodule AWD 10 Reservepositie Achterbankverwarming links* 15 Reservepositie Pos.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 253 06 Onderhoud en specificaties Wielen en banden Algemene informatie Banden zijn van grote invloed op de rijeigenschappen van de auto. Zowel het type, de maat, de bandenspanning als de snelheidsaanduiding zijn belangrijk voor het rijgedrag van de auto. Draairichting schappen van de auto af en kunnen de banden regen, sneeuw en drab minder goed afvoeren. Nieuwe banden N.B.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 254 06 Onderhoud en specificaties Wielen en banden De juiste bandenspanning levert een gelijkmatiger slijtage op (zie pagina 264). De rijstijl, de bandenspanning, het klimaat en de staat van de wegen zijn van invloed op de snelheid waarmee de banden verouderen en slijten. Om verschillen in profieldiepte te voorkomen en slijtpatronen tegen te gaan kunt u de wielen op de voor- en achteras onderling van plaats verwisselen.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 255 06 Onderhoud en specificaties Wielen en banden Banden met “spikes” Winterbanden met “spikes” moeten de eerste 500–1000 km rustig worden ingereden, zodat de “spikes” hun positie in kunnen nemen. Zo gaan de banden en vooral de “spikes” langer mee. N.B. De wettelijke bepalingen voor het gebruik van banden met “spikes” verschillen van land tot land.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 256 06 Onderhoud en specificaties Wielen en banden 2. Kies Instellingen van de auto Bandenspanning 2. Kies Instellingen van de auto Bandenspanning 3. Kies Bandenspanning kalibreren. 5. Rijd ten minste 1 minuut op een snelheid van 40 km/h of hoger. 3. Kies Bandenspanningsysteem en druk op ENTER. > Bij het activeren van het systeem verschijnt een X op het display. Het kruis verdwijnt als u het systeem deactiveert.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 257 06 Onderhoud en specificaties Wielen en banden WAARSCHUWING Laat de montage van SST-banden over aan de vakman. Gebruik SST-banden alleen in combinatie met TPMS. Rijd niet sneller dan 80 km/h, nadat er een waarschuwingsmelding voor een lage bandenspanning is verschenen. Vervang de lekke band na maximaal 80 kilometer rijden. Rijd voorzichtig. Vervang een SST-band bij beschadiging of lekkage.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 258 06 Onderhoud en specificaties Wielen en banden Wielen verwisselen Gereedschap, terugplaatsen N.B. Gebruik de krik die bij de auto hoort. Verwijderen 2. Neem het reservewiel, de krik en de wielsleutel erbij die onder de mat in de kofferbak liggen. Plaats het blok schuimrubber en het reservewiel in omgekeerde volgorde terug. 06 Let erop dat er op het bovenste blok schuimrubber een pijl staat.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 259 06 Onderhoud en specificaties Wielen en banden WAARSCHUWING WAARSCHUWING Leg nooit iets tussen de krik en de ondergrond en evenmin tussen de krik en het kriksteunpunt. Aanbrengen 1. Reinig de contactvlakken op het wiel en de naaf. 2. Breng het wiel aan. Breng de wielbouten aan. 3. Breng de auto zo ver omlaag dat het wiel niet meer ongehinderd kan draaien.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 260 06 Onderhoud en specificaties Wielen en banden reparaties uit te voeren. De fles met het afdichtmiddel moet worden vervangen voordat de houdbaarheidsdatum is verstreken en tevens na het gebruik. Het afdichtmiddel dicht banden met een lek in het loopvlak effectief af. N.B. De bandenreparatieset is uitsluitend bedoeld voor het afdichten van banden met een lek in het loopvlak. 2. Draai de bevestigingsbout los. Overzicht 3.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 261 06 Onderhoud en specificaties Wielen en banden Luchtslang 1. Open het deksel van de bandenreparatieset. Bus met afdichtmiddel 2. Haal de sticker met de toegestane maximumsnelheid uit de set en bevestig de sticker op het stuurwiel. Manometer Handschoenen* WAARSCHUWING Lekke band repareren Het afdichtmiddel kan aanleiding geven tot huidirritatie. Was bij huidcontact het getroffen gebied onmiddellijk schoon met water en zeep. 3.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 262 06 Onderhoud en specificaties Wielen en banden BELANGRIJK Er bestaat gevaar voor oververhitting. De compressor mag niet langer dan 10 minuten achtereen werken. 9. Vul de band 7 minuten lang met afdichtmiddel. WAARSCHUWING Als de bandenspanning lager is dan 1,8 bar, is het gat in de band te groot. Beëindig in dat geval de rit. Neem contact op met een erkende Volvo-werkplaats. 10.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 263 06 Onderhoud en specificaties Wielen en banden band ontsnappen, als de bandenspanning te hoog is. WAARSCHUWING Draai de bus niet los. De bus is voorzien van een pakking die lekkage tegengaat. 3. Schakel de compressor uit. Koppel de luchtslang en de kabel los. Plaats het ventieldopje terug. 4. Leg de bandenreparatieset terug in de kofferbak. N.B. Vervang de bus met afdichtmiddel en de slang na gebruik.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 264 06 Onderhoud en specificaties Wielen en banden De gesteldheid van het wegdek is bepalend voor de maximumsnelheid en niet de snelheidsaanduiding op de banden.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 265 06 Onderhoud en specificaties Wielen en banden Aanbevolen bandenspanning Variant Bandenmaat Snelheid Belading(1 – 3 inzittenden) (km/h) zonder TPMS Belading(1 – 3 inzittenden) Max. belasting ECO-bandenspanning A met TPMS 8-cil.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 266 06 Onderhoud en specificaties Wielen en banden Variant Bandenmaat Snelheid Belading(1 – 3 inzittenden) (km/h) zonder TPMS Belading(1 – 3 inzittenden) Max. belasting ECO-bandenspanning A met TPMS Voor (kPa) B Achter (kPa) Voor/ achter (kPa) Voor (kPa) Achter (kPa) Voor/achter (kPa) 5-cil.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 267 06 Onderhoud en specificaties Wielen en banden Variant Bandenmaat Snelheid Belading(1 – 3 inzittenden) (km/h) zonder TPMS Belading(1 – 3 inzittenden) Max. belasting ECO-bandenspanning A met TPMS Voor (kPa) B Achter (kPa) Voor/ achter (kPa) Voor (kPa) Achter (kPa) Voor/achter (kPa) 4-cil. diesel 225/55 R 16 Tot 160 220 210 220 260 260 260 5-cil.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 06 Onderhoud en specificaties Wielen en banden bandenspanning wanneer de banden koud zijn. De aangegeven bandenspanning geldt bij koude banden (kan verschillen naargelang van de buitentemperatuur). Een te lage bandenspanning heeft een negatieve inwerking op het brandstofverbruik, de levensduur van de banden en de rijeigenschappen van de auto. Wanneer u met een te lage bandenspanning rijdt, kunnen de banden oververhit en beschadigd raken.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 269 06 Onderhoud en specificaties Verzorging Auto wassen Was de auto zodra deze vuil geworden is. Zorg dat de auto op een spoelvloer met olieafscheider staat. Gebruik autoshampoo. • Verwijder vogelpoep zo spoedig mogelijk van de lak. Vogelpoep bevat namelijk stoffen die de lak aantasten en deze zeer snel doen verkleuren. U wordt geadviseerd een dergelijke verkleuring te laten herstellen door een erkende Volvo-werkplaats.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 270 06 Onderhoud en specificaties Verzorging Kunststof en rubber exterieuronderdelen en sieronderdelen Voor het schoonmaken van gekleurde kunststof onderdelen, rubber onderdelen en sieronderdelen zoals glimmende strips, wordt geadviseerd het speciale reinigingsmiddel te gebruiken dat bij de Volvo-werkplaats verkrijgbaar is. Volg bij het gebruik van dit reinigingsmiddel de gebruiksvoorschriften nauwkeurig op.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 271 06 Onderhoud en specificaties Verzorging Roestwering, controleren en onderhouden De auto heeft in de fabriek een uiterst grondige en complete roestwerende behandeling ondergaan. De carrosserie bestaat ten dele uit gegalvaniseerd plaatwerk. Het onderstel is voorzien van een slijtvaste bodembescherming. In de balken, holten en gesloten profielen werd een dunne, doordringende roestwerende vloeistof gespoten.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 272 06 Onderhoud en specificaties Verzorging 2. Behandel de vlek voorzichtig met cirkelende bewegingen. 3. Dep de vlek zorgvuldig met de spons. Laat de vlek in de spons trekken. Wrijf niet. 06 Matten en kofferbak Haal de inlegmatten uit de auto om de vloerbekleding en de inlegmatten ieder apart schoon te kunnen maken. Gebruik een stofzuiger om vuil en stof te verwijderen.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 273 06 Onderhoud en specificaties Verzorging Vóór het herstel van lakschade moet u de auto schoonmaken en goed laten drogen. Zorg er bovendien voor dat de auto warmer is dan 15 °C. 1. Plak een stuk afplaktape over het beschadigde gebied heen. Trek de tape weer van de lak af om zoveel mogelijk lakresten te verwijderen. 2. Roer de grondlak (primer) zorgvuldig om en breng deze met een fijn kwastje of een lucifer aan.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 274 06 Onderhoud en specificaties Type-aanduidingen Positie van stickers en plaatjes G032087 06 274
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 275 06 Onderhoud en specificaties Type-aanduidingen Wanneer u contact opneemt met uw erkende Volvo-werkplaats of vervangende onderdelen of accessoires wilt bestellen, kan het handig zijn om de type-aanduiding, het chassisnummer en het motornummer bij de hand te hebben. Type-aanduiding, chassisnummer, maximaal toelaatbaar gewicht, kleurcodes voor lak en bekleding en typegoedkeuringsnummer. Sticker voor standverwarming.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 276 06 Onderhoud en specificaties Specificaties G017403 Maten 06 276 Positie op afbeel ding Maten mm Positie op afbeel ding Maten mm Positie op afbeel ding Maten mm A Wielbasis 2835 E Hoogte 1493 H Breedte 1861 B Lengte 4851 F Spoorbreedte vooras 1588 I 2106 C Laadlengte, vloer, achterbank neergeklapt 1927 G Spoorbreedte achteras 1585 Breedte incl.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 277 06 Onderhoud en specificaties Specificaties Gewichten Max. voorasdruk Bij het rijklaar gewicht zijn het gewicht van de bestuurder, dat van de brandstoftank die voor 90 % gevuld is en dat van de resterende oliën/ vloeistoffen e.d. inbegrepen. Het gewicht van de passagiers en de gemonteerde accessoires zoals een trekhaak, lastdragers, skibox e.d.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 278 06 Onderhoud en specificaties Specificaties Model Versnellingsbak Aanhangergewicht geremd (kg) Kogeldruk (kg) 2.5FT Automaat (TF-80SC) max. 1800 75 2.5T Handbak (M66) max. 1800 75 2.5T Automaat (TF-80SC) max. 1800 75 3.2 Automaat (TF-80SC) max. 1800 75 Automaat AWD 06 T6 Automaat (TF–80SC) AWD max. 2000 90 V8 Automaat (TF-80SC) max. 2000 90 2.0D MMT6 max. 1600 75 2.4D Handbak (M66) max. 1600 75 2.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 279 06 Onderhoud en specificaties Specificaties Aanhangergewicht ongeremd (kg) Kogeldruk (kg) max. 750 50 N.B. Bij aanhangers zwaarder dan 1800 kg wordt geadviseerd een stabilisatorkoppeling te gebruiken. Motorspecificaties Specificatie/model 2.0 2.0F 2.5T 2.5FT 3.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 280 06 Onderhoud en specificaties Specificaties Specificatie/model 2.0 2.0F 2.5T 2.5FT 3.2 T6 V8 Slagvolume (liter) 1,99 1,99 2,521 2,521 3,192 2,953 4,414 10,8:1 10,8:1 9,0:1 9,0:1 10,8:1 9,3:1 10,4:1 Compressieverhouding Specificatie/model Motoraanduiding 06 D5 2.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 281 06 Onderhoud en specificaties Specificaties In dergelijke omstandigheden kunnen de olietemperatuur en het olieverbruik abnormaal toenemen. Kies een volsynthetische motorolie bij ongunstige rijomstandigheden. Ze bieden de motor extra bescherming. Volvo adviseert olieproducten van Castrol.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 282 06 Onderhoud en specificaties Specificaties Oliesticker Motortype G032079 2.0D Wanneer de nevenstaande oliesticker in de motorruimte zit, geldt het volgende. Voor de positie (zie pagina 228). Oliekwaliteit: WSS-M2C913-B Viscositeit: SAE 5W-30 06 Bij ritten onder ongunstige omstandigheden ACEA A5/B5 SAE 0W-30 gebruiken.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 283 06 Onderhoud en specificaties Specificaties Oliesticker Motortype Bij te vullen hoeveelheid tussen MIN - MAX (liter) Hoeveelheid G032078 (liter) Wanneer de nevenstaande sticker in de motorruimte zit, geldt het volgende. Voor informatie over de positie van de sticker (zie pagina 228). Oliekwaliteit: ACEA A5/B5 2.0F B4204S4 0,75 4,3 2.5FT B5254T8 1,3 5,5 2.0 B4204S3 0,75 0,75 2.5T B5254T6 1,3 5,5 3.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 284 06 Onderhoud en specificaties Specificaties 06 Vloeistof Systeem Versnellingsbakolie MTX75 1,9 BOT 130 Koelvloeistof Benzinemotor 2.0 7,55 Benzinemotor 2.0F 7,55 Koelvloeistof met corrosiewerende dope aangelengd met water A (zie verpakking). Benzinemotor 2.5F 9,0 Benzinemotor 3.2 8,9 Benzinemotor 2.5T 9,0 Benzinemotor T6 8,9 Benzinemotor V8 10,2 Dieselmotor 2.0D 9,15 Dieselmotor D5/2.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 285 06 Onderhoud en specificaties Specificaties Vloeistof Systeem Hoeveelheid (liter) Stuurbekrachtiging - 1,2 Stuurbekrachtigingsvloeistof WSS M2C204-A2 of een soortgelijk product. Ruitensproeiervloeistof - 6,5 Bij vorst wordt geadviseerd een door Volvo aanbevolen ruitensproeier-antivries aangelengd met water te gebruiken. 4,5 A B C C Voorgeschreven kwaliteit De waterkwaliteit dient te voldoen aan de norm STD 1285,1.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 286 06 Onderhoud en specificaties Specificaties Verbruik, uitstoot en tankinhoud 06 286 Model Motor Versnellingsbak Verbruik (in liter/100 km) Uitstoot van kooldioxide (CO2, in g/km) Tankinhoud (liter) 2.0 B4204S3 Handgeschakelde vijfversnellingsbak (MTX75) 8,3 199 ca. 70 2.0FA B4204S4 Handgeschakelde vijfversnellingsbak (MTX75) 8,3 199 ca. 70 2.5FTA B5254T8 Handbak (M66) 9,2 219 ca. 70 2.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 287 06 Onderhoud en specificaties Specificaties A Model Motor Versnellingsbak Verbruik (in liter/100 km) Uitstoot van kooldioxide (CO2, in g/km) Tankinhoud (liter) D5 D5244T4 Automaat (TF-80SC) 7,3 194 ca. 70 D5 D5244T4 Handbak (M66) AWD 7,1 188 ca. 70 D5 D5244T4 Automaat (TF–80SC) AWD 8,0 212 ca. 70 2.4D D5244T5 Handbak (M66) 6,4 169 ca. 70 2.4D D5244T5 Automaat (TF-80SC) 7,3 194 ca.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 288 06 Onderhoud en specificaties Specificaties Prestaties accu 06 288 Koudestartcapaciteit (A) 520–800 520–700 600–800 700 Reservecapaciteit (min.
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 289 06 Onderhoud en specificaties Typegoedkeuring Afstandsbedieningssysteem Land A, B, CY, CZ, D, DK, E, EST, F, FIN, GB, GR, H, I, IRL, L, LT, LV, M, NL, P, PL, S, SK, SLO A IS, LI, N, CH HR ROK Delphi 15-07-2003, Duitsland RLPD1-03-0151 BR 06 RC CCAB06LP1940T4 A Hierbij verklaart Delphi dat het transpondersleutelsysteem in overeenstemming is met de essentiële eigenschappen en overige relevante bepalingen zoals beschreven in de EUr
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 290 07 Alfabetisch register A Aanbevolen veiligheidzitjes, tabel.............. 31 Actief chassis (FOUR-C).......................... 157 Aanhanger................................................ 217 kabel................................................... 217 rijden met een aanhanger................... 217 Actieve Bi-Xenon-koplampen................. 82 Aanpassen, lichtbundel............................. 86 Aanrijding..................
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 291 07 Alfabetisch register Automatische schakelblokkering deactiveren............................................................ 106 specificaties........................................ 263 winterbanden...................................... 254 Bio-ethanol E 85...................................... 210 Automatische vergrendeling...................... 52 Bedieningsknoppen middenconsole...................................
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 292 07 Alfabetisch register C Chassisstanden....................................... 157 Elektrische verwarming achterruit............................................... 95 buitenspiegels....................................... 95 stoelen en achterbank........................ 127 Claxon........................................................ 80 Elektrisch inklapbare buitenspiegels......... 94 Camerasensor................................
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 293 07 Alfabetisch register Geluidssterkte beltoon, telefoon................................. 196 telefoon............................................... 196 telefoon/mediaspeler.......................... 196 H Informatie- en waarschuwingssymbolen... 66 Handgeschakelde versnellingsbak.......... 103 slepen en bergen................................ 222 Instrumenten, schakelaars en bediening... 62 Informatietoets, PCC...................
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 294 07 Alfabetisch register positie in de auto.................................. 29 veiligheid............................................... 29 Kinderslot................................................... 56 Kinderzitje.................................................. 29 neerklappen.......................................... 32 opklappen............................................. 33 Kompas.............................................
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 295 07 Alfabetisch register Mistlichten, aan/uit.................................... 83 Mobiele telefoon aansluiten........................................... 197 handsfree............................................ 194 telefoon registreren............................. 194 Motor oververhitting...................................... 217 starten................................................... 98 Motorolie.................................
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 296 07 Alfabetisch register Rem- en koppelingsvloeistof................... 230 Roestwering............................................. 271 Remlichten................................................. 83 Roetfilter.................................................. 211 Remmen.................................................. 108 antiblokkeerremsysteem, ABS........... 108 elektrische parkeerrem.......................
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 297 07 Alfabetisch register Spiegels achteruitkijk-......................................... 95 buiten-.................................................. 94 elektrische verwarming......................... 95 elektrisch inklapbare............................. 94 kompas............................................... 154 Spin Control............................................. 155 Sproeiers sproeiervloeistof, bijvullen..................
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 298 07 Alfabetisch register tanken................................................. 208 tankvulklep, elektrisch openen........... 208 tankvulklep, handmatig openen......... 208 Telefoon aan/uit................................................. aansluiten........................................... bellen.................................................. beltoon................................................ berichten.......................
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 299 07 Alfabetisch register bedieningsknoppen.............................. 84 displayverlichting.................................. 81 follow-Me-Home-verlichting................ 85 gloeilampen, specificaties.................. 238 groot licht/dimlicht................................ 81 in interieur............................................. 84 instrumentenverlichting........................ 81 koplamphoogteverstelling....................
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 300 07 Alfabetisch register Wisserbladen........................................... schoonmaken..................................... servicestand....................................... vervangen........................................... 239 239 239 239 Wissers en -sproeiers................................ 90 Z Zekeringen............................................... algemene informatie...........................
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 301 Notities 301
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist Notities 302 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 302
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 303 Notities 303
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist Notities 304 2008-03-27T20:06:49+01:00; Page 304
S80 (Y286); 10; 3 henrikrosenqvist 2008-03-27T20:10:09+01:00; Page 1 VOLVO S80 Instructieboekje Kdakd 8Vg 8dgedgVi^dc IE &%%%+ 9jiX] ! 6I %-'%! Eg^ciZY ^c HlZYZc! <iZWdg\ '%%-! 8deng^\]i '%%%"'%%- Kdakd 8Vg 8dgedgVi^dc