Operation Manual
03 Bestuurdersmilieu
81
Wissers en -sproeiers
03
Koplampsproeiers en
ruitensproeiers
Sproeierfunctie
Bediening
U activeert de sproeiers van de voorruit en de
koplampen door de hendel naar het stuurwiel
toe te trekken.
Nadat u de hendel hebt losgelaten maken de
ruitenwissers op de voorruit nog enkele sla-
gen. De koplampen worden om de beurt
gesproeid om te voorkomen dat de sterkte
van de verlichting afneemt.
Verwarmde sproeikoppen*
De sproeikoppen worden bij vorst automa-
tisch verwarmd om te voorkomen dat de rui-
tensproeiervloeistof bevriest.
Hogedruksproeiers koplampen*
De hogedruksproeiers van de koplampen ver-
bruiken een grote hoeveelheid sproeiervloei-
stof. Om vloeistof te besparen, worden de
koplampen alleen iedere vijfde keer dat u de
voorruitsproeiers activeert gesproeid.
BELANGRIJK
De ruitenwissers op de voorruit kunnen in
een automatische wasstraat spontaan in-
schakelen en daarbij beschadigd raken.
Schakel de regensensor uit terwijl de motor
loopt of als het contactslot in stand
I of II
staat. Het lampje op het instrumentenpa-
neel en dat in de knop doven.
N.B.
De koplampen worden om de beurt
gesproeid.
G021325










