� � � � � �������� � ��������������������������������������� ����������������������������������� ���������������������������������������� ���� ������������������������������������� ����������������������������������� ������������������������������������� ������������������������������������������ ������������������� ����������������������������������� ������� ���������������������������������������� ����������������������������������� �������������������������������������� ����������������������������
Volvo Service Bepaalde onderhoudswerkzaamheden aan het elektrische systeem van de auto kunnen alleen worden uitgevoerd met speciaal ontwikkelde elektronische apparatuur. Neem daarom altijd eerst contact op met uw Volvo-werkplaats, voordat u onderhoudswerkzaamheden aan het elektrische systeem laat uitvoeren. Accessoires aanbrengen Een verkeerde aansluiting en installatie van accessoires kan de werking van de elektronische systemen van de auto negatief beïnvloeden.
Inhoud Achter in dit instructieboekje vindt u een alfabetisch register. Behalve de standaarduitrusting worden in dit instructieboekje ook extra uitrusting en accessoires beschreven. Ook worden alternatieve uitvoeringen beschreven, zoals handgeschakelde en automatische versnellingsbakken. In bepaalde landen zijn de wettelijke voorschriften van invloed op het uitrustingsniveau.
Dashboard - auto’s met stuur links Temperatuurmeter .................. 26 Snelheidsmeter ....................... 26 Kilometerteller ....................... 26 Dagteller ................................. 26 Waarschuwingslampjes ......... 27 Display ................................... 30 Toerenteller ............................. 26 Automatische versnellingsbak . 26 Klok ........................................ 26 Buitentemperatuursensor ........ 26 Brandstofmeter ....................... 26 Alarmlichten ...
Dashboard - auto’s met stuur rechts Temperatuurmeter .................. 26 Snelheidsmeter ....................... 26 Kilometerteller ....................... 26 Dagteller ................................. 26 Waarschuwingslampjes ......... 27 Alarmlichten .............. 38 Display ................................... 30 Toerenteller ............................. 26 Automatische versnellingsbak . 26 Klok ........................................ 26 Buitentemperatuursensor ........ 26 Brandstofmeter ............
Interieur - auto’s met stuur links Portieren en sloten .................. Alarmsysteem ......................... Elektrisch bediende ramen ..... Bediening elektrisch bediende buitenspiegels .......................... 68 73 40 Handschoenenkastje ........ 62 41 Handgeschakelde versnellingsbak .................... Automatische versnellingsbak .................... Geartronic ............................. Handrem ............................... Schakelaar in middenconsole .....................
Interieur - auto’s met stuur rechts Portieren en sloten .................. Alarmsysteem ......................... Elektrisch bediende ramen ..... Bediening elektrisch bediende buitenspiegels .......................... 68 73 40 41 Handschoenenkastje ..... 62 Handgeschakelde versnellingsbak .................... Automatische versnellingsbak .................... Geartronic ............................. Handrem ............................... Schakelaar in middenconsole .....................
Exterieur Schuifdak .................... 42 Vuldop van brandstoftank ........ 78 Tanken ...................................... 78 Zuinig rijden ............................. 80 Carrosserie reinigen ................ 118 Roestwering ............................ 116 Lakwerk bijwerken ................. 117 8000233d Gloeilamp groot licht vervangen ... 108 Gloeilamp dimlicht vervangen ..... 108 Gloeilamp breedtelicht/ parkeerlicht vervangen .................. 109 Gloeilamp richtingaanwijzer vervangen .......
Veiligheid Veiligheidsgordels SRS (airbag) en SIPS-airbag (zij-airbag) SIPS-airbag (IC) Opblaasgordijnen WHIPS-systeem Remsysteem Stabiliteitssysteem Kinderen in de auto 8 9 11 15 16 18 20 21 7
Veiligheidsgordels Doe altijd de veiligheidsgordel om WAARSCHUWING! Als de veiligheidsgordel is blootgesteld aan grote krachten, zoals bijvoorbeeld bij een aanrijding, dan dient de gehele veiligheidsgordeleenheid, inclusief haspel, bevestigingen, bouten en vergrendeling te worden vervangen. Ook al ziet de gordel er onbeschadigd uit, er kunnen toch beschermende eigenschappen verloren zijn gegaan. Vervang de veiligheidsgordel als deze versleten of beschadigd is.
SRS (airbag) SRS (Airbag) en SIPS-airbag en SIPS-airbag (zij-airbag) 8802099m 8802092M 8801907e De passagiersairbag bevindt zich boven het handschoenenkastje met de markering SRS 8801919d De passagiersairbag bevindt zich boven het handschoenenkastje met de markering SRS De SIPS-airbags bevinden zich in de frames van de voorstoelen SRS (airbag) en SIPS-airbag (zij-airbag) WAARSCHUWING! Voor een nog betere veiligheid is de auto, als aanvulling op de gebruikelijke driepuntsveiligheidsgordels, uitgeru
SRS (airbag) SRS-systeem (airbags in het stuurwiel en dashboard) Het SRS-systeem bestaat uit een gasgenerator (1) met daaromheen een opblaasbare airbag (2). Bij een voldoende krachtige botsing wordt de ontsteking van de gasgenerator geactiveerd door een sensor (3). De airbag wordt opgeblazen en wordt tegelijkertijd warm. Om de klap op te vangen loopt de airbag leeg, wanneer de inzittende de airbag raakt. Daarbij treedt er rookvorming in de auto op. Dit is volkomen normaal.
SIPS-airbag (zij-airbag) SIPS-airbagsysteem auto’s met stuur links SIPS-airbagsysteem (airbag voor botsingen van opzij) 1 3 Het systeem bestaat uit gasgeneratoren (3), elektrische sensoren, een kabel (2) en airbags voor aanrijdingen van opzij (1). Bij een voldoende krachtige aanrijding, wordt de gasgenerator geactiveerd door een sensor. De airbags voor aanrijdingen van opzij worden vervolgens opgeblazen. De airbag wordt opgeblazen tussen de inzittende en het portierpaneel.
SRS (airbag) en SIPS-airbag (zij-airbag) 3800639d Waarschuwingslampje in instrumentenpaneel Het SRS-systeem wordt continu gecontroleerd door de sensor/regeleenheid. Op het instrumentenpaneel bevindt zich een waarschuwingslampje. Dit lampje gaat branden, wanneer u de contactsleutel in stand I, II of III draait. Het lampje dooft, wanneer de sensor/regeleenheid heeft vastgesteld dat er geen storingen zijn in het SRS-systeem. Een dergelijke controle neemt doorgaans ca. 7 seconden in beslag.
SRS (airbag) en SIPS-airbag (zij-airbag) 8801889e Activering passagiersairbag Airbag - passagierszijde (extra) Een opgeblazen airbag heeft aan de passagierszijde een volume van ongeveer 150 liter. De airbag aan de bestuurderszijde heeft door de locatie van het stuurwiel, een volume van ongeveer 65 liter. De bescherming bij aanrijdingen is aan beide zijden gelijk.
SRS (airbag) en SIPS-airbag (zij-airbag) 8801909e 8801908e Opgeblazen SIPS-airbag Airbags en kinderzitjes gaan niet samen! Kinderzitje en airbag Kinderen kunnen ernstig letsel oplopen, wanneer u ze in een kinderzitje of op een comfortkussen op een passagiersstoel met een airbag ervoor vervoert. Bij auto’s met passagiersairbag is de veiligste plaats voor een kind een kinderzitje/ comfortkussen op de achterbank.
IC-systeem (opblaasgordijn) 8801999d 8801966e IC-systeem (Inflatable Curtain) WAARSCHUWING! Het IC-systeem (opblaasgordijn) beschermt het hoofd tegen stoten tegen het interieur van de auto. Het gordijn biedt ook bescherming tegen voorwerpen waar de auto mee in aanrijding is. Het IC-systeem beschermt de inzittenden voorin en achterin de auto. Het gordijn bevindt zich in de hemelbekleding.
WHIPS (Whiplash-beschermingssysteem) WAARSCHUWING! 8502213e WHIPS-systeem Het WHIPS-systeem bestaat uit energie-absorberende rugleuningen en speciaal ontwikkelde hoofdsteunen voor de voorstoelen. WHIPS-stoel Het WHIPS-systeem wordt geactiveerd bij een aanrijding van achteren, afhankelijk van de aanrijdingshoek, snelheid en eigenschappen van het voertuig dat bij de aanrijding betrokken is.
SRS (airbag), SIPS-airbag (zij-airbag) en IC-systeem Activering van de airbags en de opblaasgordijnen Het SRS-systeem registreert een aanrijding door het meten van de afremsnelheid en de snelheidsvermindering veroorzaakt door de aanrijding. De sensor stelt vast of de aard van de aanrijding het activeren van de airbags vereist. Vermeld dient te worden dat de sensoren niet alleen door vervorming van de carrosserie worden geactiveerd, maar ook door de snelheidsvermindering op het moment van de aanrijding.
Remsysteem/ABS/EBD Als het remsysteem defect is Als er een storing in één van de remkringen optreedt, kunt u de auto nog steeds remmen. Trap in één keer hard op het rempedaal dus niet pompen. Wanneer één van de remkringen defect is, moet u het rempedaal verder dan normaal intrappen. Het pedaal voelt bovendien iets minder stug aan. Ook moet u dan meer kracht uitoefenen voor hetzelfde remmende vermogen. De rembekrachtiging werkt alleen als de motor draait.
Stabiliteitssysteem Stabiliteits- en tractieregelsysteem STC/DSTC* Het STC-systeem (Stability and Traction Control) bestaat uit de deelsystemen SC en TC. Het DSTC-systeem (Dynamic Stability and Traction Control) bestaat uit de deelsystemen SC, TC, AYC en EBA. Tractieregeling, TC (Traction Control) De tractieregeling brengt de aandrijfkracht voor een slippend wiel over op een aandrijfwiel dat niet slipt, door het slippende wiel af te remmen.
Stabiliteitssysteem De LED in de knop dooft en de tekst: “STC/ DSTC SPIN CONTROL UIT” verschijnt op het display, wanneer... · ...u de functie van het SC-systeem van het STC/DSTC-systeem beperkt hebt met een druk op de knop STC/DSTC. Het oranje waarschuwingssymbool licht op en blijft continu branden en de tekst “TRACTIECONTROLE TIJDELIJK UIT” verschijnt op het display, wanneer... · ...de functie van de TC-regeling van het remsysteem tijdelijk beperkt is wegens een te hoge remtemperatuur.
Kinderen in de auto Kinderen moeten comfortabel en veilig zitten Belangrijke tips - Kinderen in de auto Onthoud dat alle kinderen, ongeacht hun leeftijd en lengte, een veiligheidsgordel moeten dragen. Laat kinderen nooit bij passagiers op schoot zitten! Bij het gebruik van andere in de handel zijnde veiligheidsproducten voor kinderen is het belangrijk dat u de bijgeleverde montageinstructies zorgvuldig leest en nauwkeurig opvolgt.
Volvo’s geïntegreerde comfortkussen WAARSCHUWING! 8801954d 8503186m Geïntegreerd comfortkussen voor kinderen met een gewicht van 15 à 36 kg Comfortkussen Comfortkussen opklappen Het geïntegreerde comfortkussen van Volvo in het midden van de achterbank is speciaal ontworpen om optimale veiligheid te bieden. In combinatie met de driepuntsgordel is het kussen goedgekeurd voor kinderen met een gewicht van 15 tot 36 kg.
Isofix-bevestigingssysteem voor kinderzitjes (extra) 8802408m 8802355m Isofixbevestigingspunten Rail Isofix-bevestigingssysteem voor kinderzitjes Het Isofix-bevestigingssysteem voor kinderzitjes wordt in de fabriek bij de beide buitenste zitplaatsen van de achterbank aangebracht. Neem contact op met uw Volvo-dealer voor meer informatie over de verkrijgbare veiligheidsuitrusting voor kinderen. N.B. De Isofix-bevestigingspunten zitten op de beide buitenste zitplaatsen van de achterbank.
Plaats van kinderen in de auto Gewicht (leeftijd) Voorstoelen, alternatieven* Buitenste zitplaatsen achterbank, alternatieven <10 kg (tot 9 maanden) 1. Achterstevoren gemonteerd kinderzitje, te bevestigen met veiligheidsgordel. L: Typegoedkeuring nr. E5 03160 2. Achterstevoren gemonteerd kinderzitje, te bevestigen met ISOFIX-systeem. L: Typegoedkeuring nr. E5 03162 3. Naar achteren gericht kinderzitje, bevestigd met veiligheidsgordel en ophangband. L: Typegoedkeuring nr. E5 03135 1.
Instrumenten, schakelaars en bedieningsorganen Instrumentenpaneel Controle- en waarschuwingslampjes Displaybericht Schakelaar in middenconsole Boordcomputer Cruise control Koplampen, Mistlampen Koplamphoogteverstelling, Instrumentenverlichting Richtingaanwijzers, “Follow-Me-Home”-verlichting, Stuurwielafstelling Contactslot en stuurwielslot, Ruitensproeier/-wisser Alarmlichten, Achterruitverwarming, Stoelverwarming Handrem, Elektrische aansluitingen Elektrisch bediende ramen Achteruitkijkspiegel en buitensp
Instrumentenpaneel 15 3800838m 1 1. Temperatuurmeter Geeft de temperatuur weer van het motorkoelsysteem. Het display geeft een bericht weer als de temperatuur abnormaal hoog is en de naald in het rode gebied komt. Let erop dat extra lampen voor de radiateurgrille het koelvermogen verminderen bij hoge buitentemperaturen en hoge motorbelastingen. 2. Display Op het display worden informatieve berichten en waarschuwingsmeldingen weergegeven. 3.
Controle- en waarschuwingslampjes De controle- en waarschuwingslampjes gaan branden wanneer de contactsleutel in de rijstand (stand II) wordt gedraaid, vóór het starten van de motor. Dit geeft aan dat de lampjes werken. Wanneer de motor start gaan alle lampjes uit. Als de motor niet binnen 5 seconden start, 3800839m Waarschuwing storing in remsysteem Als het waarschuwingslampje voor het remsysteem oplicht, dan is waarschijnlijk het peil van de remvloeistof te laag.
Controle- en waarschuwingslampjes De controle- en waarschuwingslampjes gaan branden wanneer de contactsleutel in de rijstand (stand II) wordt gedraaid, vóór het starten van de motor. Dit geeft aan dat de lampjes werken. Wanneer de motor start gaan alle lampjes uit. Als de motor niet binnen 5 seconden start, gaan alle lampjes uit behalve en . Bepaalde lampjes hebben soms niet de functie die wordt aangegeven, afhankelijk van de uitrusting van de auto.
Controle- en waarschuwingslampjes De controle- en waarschuwingslampjes gaan branden wanneer de contactsleutel in de rijstand (stand II) wordt gedraaid, vóór het starten van de motor. Dit geeft aan dat de lampjes werken. Wanneer de motor start gaan alle lampjes uit. Als de motor niet binnen 5 seconden start, Storing in uitlaatgasreinigingssysteem Rijd de auto naar een erkende Volvo-werkplaats om er het systeem te laten controleren. gaan alle lampjes uit behalve en .
Displaybericht Bericht: A Betekenis/Actie: STOP AUTO Z.S.M. - Breng de auto tot stilstand en zet de motor af. Grote kans op schade. ZET DE MOTOR AF - Breng de auto tot stilstand en zet de motor af. Grote kans op schade. SERVICE SPOED - Breng uw auto voor controle naar de werkplaats. ZIE HANDLEIDING - Raadpleeg het instructieboekje. SERVICE VEREIST - Laat uw auto zo snel mogelijk controleren. BIJ ONDERHOUD - Laat uw auto tijdens de volgende servicebeurt controleren. TIJD VOOR REG.
Schakelaar in middenconsole 7200246d 1. Omlaagklappen van buitenste hoofdsteunen achterbank (extra) Klap de hoofdsteunen niet omlaag, als er iemand op één van beide buitenste zitplaatsen van de achterbank zit. - Draai de contactsleutel in stand I of II. - Druk de knop 1 in om de hoofdsteunen van de achterbank neer te klappen en zo een beter zicht naar achteren te verkrijgen. U moet de hoofdsteunen na afloop handmatig weer opklappen.
Schakelaar in middenconsole 5. Actief chassis, FOUR-C (optie) FOUR-C (Continuously Controlled Chassis Concept) is een geavanceerd, elektronisch geregeld actief-chassissysteem. De eigenschappen van de ophanging kunnen worden aangepast aan het rijgedrag of wanneer de kwaliteit van het wegdek verandert. Met de knop op het dashboard kan een keuze worden gemaakt tussen twee verschillende standen: Comfort en Sport.
Boordcomputer (extra) Huidig brandstofverbruik In het menu voor het huidige brandstofverbruik wordt het brandstofverbruik voortdurend bijgehouden. Het brandstofverbruik wordt eenmaal per seconde berekend. De waarde op het display wordt om de paar seconden bijgewerkt. Wanneer de auto stilstaat, geeft het display “----” aan. N.B. Na gebruik van een standverwarming op brandstof kan de displaywaarde iets afwijken.
Cruise control (extra) Tijdelijk uitschakelen Uitschakelen Druk op 0 om de Cruise control tijdelijk uit te schakelen. Druk op CRUISE om de Cruise control uit te schakelen. Het lampje “CRUISE” op het instrumentenpaneel dooft dan. U kunt van de ingestelde snelheid afwijken, wanneer u op het rem- of koppelingspedaal trapt. De eerder ingestelde snelheid blijft in het geheugen liggen.
Koplampen, Mistlampen, Koplamphoogteverstelling, Instrumentenverlichting A - Koplampen en breedtelichten/parkeerlichten A B D - Mistlampen voor C Contactsleutel in stand II: Druk op de knop. De mistlampen vóór branden in combinatie met de breedtelichten/parkeerlichtenen het groot licht/dimlicht. De LED in de knop brandt, wanneer u de mistlampen hebt ingeschakeld. Alle verlichting uit.
Richtingaanwijzers, “Follow-Me-Home”-verlichting, Stuurwielafstelling 2 1 3 1 2 3 Grootlichtsignalen Druk de hendel voorzichtig naar het stuurwiel toe, totdat u een lichte weerstand voelt. Het groot licht blijft aan, totdat u de hendel weer loslaat. 3 Wisselen groot licht/dimlicht (ingeschakelde koplampen) Druk de hendel naar het stuurwiel, voorbij de “flits”-stand, en laat de hendel weer los. De koplampen wisselen tussen groot licht en dimlicht.
Contactslot en stuurwielslot, ruitenwissers/-sproeiers De regensensor wordt buiten werking gesteld, wanneer u het contact uitschakelt. Doe het volgende om de regensensor weer in te schakelen: · Schakel het contact in. · Duw de hendel in stand 0 en vervolgens in de intervalstand. 0 3 A 3602446m Voorruitwisser 0 - Voorruitwissers uitgeschakeld. Als u de hendel vanuit stand 0 omhoogduwt, maken de wissers extra slagen zolang u de hendel vasthoudt. - Intervalstand.
Alarmlichten, Achterruitverwarming, Stoelverwarming 8702787d 8702784d Schakelaar stoelverwarming 8702783d 3601944d Alarmlichten De alarmlichten (alle richtingaanwijzers knipperen) dienen gebruikt te worden wanneer u de auto noodgedwongen moet parkeren op een plaats waar deze gevaar of hinder voor het verkeer kan opleveren. Opgelet: De wetgeving voor het gebruik van de alarmlichten verschillen van land tot land.
Handrem, Elektrische aansluitingen 68 64 5500045e Handremhendel Parkeerrem (handrem) De handremhendel zit tussen de beide voorstoelen. De handrem werkt op de achterwielen. Wanneer u de handrem hebt aangetrokken, brandt het waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel. Om de auto van de handrem te halen moet u de hendel iets omhoogtrekken en de knop indrukken. Let erop dat het waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel ook brandt, als u de handrem slechts “een stukje” hebt aangetrokken.
Elektrisch bediende ramen De ramen kunnen vanaf de voorstoelen op twee manieren worden geopend. 1. Druk de schakelaar voorzichtig in of trek hem voorzichtig uit. De elektrisch bediende ramen gaan omhoog of omlaag zolang de schakelaar wordt bediend. 2. Druk de schakelaar helemaal in of trek hem helemaal uit en laat hem los. In deze stand (AUTO-DOWN - AUTO-UP*) worden de ramen automatisch volledig geopend of gesloten.
Achteruitkijkspiegel en buitenspiegels Druk de schakelaar in. L = linker buitenspiegel. R = rechter buitenspiegel. De LED in de schakelaar brandt: Stel de stand bij door aan de stelknop te draaien. Druk de schakelaar eenmaal in wanneer u de stand hebt ingesteld. De LED mag niet langer branden. Instelling buitenspiegels opslaan in afstandsbediening A B 8301236d 8802799r Achteruitkijkspiegel A. normale stand. B. anti-verblindingsstand.
Elektrisch bediend schuifdak (extra) Vanuit de comfortstand* maximaal openen: trek de schakelaar opnieuw tot de eindstop (4) en laat de schakelaar los. 3 Handmatige bediening Openen: Trek de schakelaar naar achteren tot de stop (3). Houd de schakelaar in deze stand om het schuifdak maximaal te openen. Sluiten: Duw de schakelaar naar voren tot de stop (2). Houd de schakelaar in deze stand om het zonnedak te sluiten.
Zonnegordijnen (extra), Gelaagd glas in de zijramen (extra) A 8301256d Zonnescherm Zonnegordijn, achterruit Er is ook een handbediend zonnescherm aan de binnenzijde. Het zonnescherm glijdt automatisch terug bij het openen van het schuifdak. Trek het zonnegordijn vanuit de hoedenplank omhoog en breng de haken in de openingen boven de achterruit vast, zoals aangegeven op de bovenstaande afbeelding. Zonnegordijnen, achterste zijramen Zet het zijraam iets open.
44
Klimaatregeling Luchtverdeling Tips en adviezen Elektronische klimaatregeling ECC Handmatige klimaatregeling met airconditioning Handmatige klimaatregeling zonder air conditioning Standverwarming 46 47 48 52 54 56 45
Luchtverdeling D A C D C C A B D 8702818d 8702826d Blaasmonden in dashboard 8702835d B Ventilatieopening in de portierstijl Blaasmonden in dashboard Luchtverdeling Blaasmonden in de portierstijlen A B C D De binnenkomende luchtstroom wordt verdeeld over 14 verschillende blaasmonden in uw auto. A B C D · · 46 Open Gesloten Luchtstroom opzij richten Luchtstroom omhoog/omlaag richten Richt de buitenste blaasmonden naar opzij om de zijramen te ontwasemen.
Het klimaatregelingssysteem - tips en adviezen Ramen ontwasemen Een goede oplossing tegen wasemvorming op de voorruit en andere ramen is poetsen. Gebruik een normaal poetsmiddel. Let erop dat u vaker moet poetsen als er in de auto gerookt wordt. Sneeuw en ijs Verwijder ijs en sneeuw van de luchtinlaat van de klimaatregeling (de grille tussen de motorkap en de voorruit). Interieurfilter Zorg ervoor dat het filter regelmatig vervangen wordt. Neem contact op met uw Volvowerkplaats..
Elektronische klimaatregeling ECC Recirculatie/Kwaliteitssysteem interieurlucht (Interior Air Quality System) Recirculatie MAN AUTO AUT 20 18 22 Temperatuursensor passagierscompartiment 24 20 26 18 22 Ontdooier voor voorruit en zijramen Ontdooier voor achterruit en buitenspiegels 24 26 AC aan/uit Stoelverwarming rechterzijde 8703249d Ventilator Temperatuur Temperatuur linkerzijde Schemeringssensor* rechterzijde Luchtverdeling Stoelverwarming linkerzijde * Stemt de instrumentenverlichting a
Elektronische klimaatregeling met Interior Air Quality system (extra) Combifilter met Air Quality Sensor (extra) Sommige auto’s zijn uitgerust met een zogeheten combifilter met Air Quality Sensor. Het combifilter ontdoet de binnenkomende lucht van gassen en stofdeeltjes en beperkt zo eventuele hinderlijke geuren en verontreinigingen. De Air Quality Sensor meet de concentratie van de verontreinigingen in de buitenlucht.
Elektronische klimaatregeling ECC Ontdooier - voorruit en zijramen AUTO De AUTO-functie laat de elektronische klimaatregeling de gekozen temperatuur handhaven. De elektronische functie regelt de verwarming, het 8702780d AC-systeem, de ventilatorsnelheid, de recirculatie en de luchtscheiding. Als u een of meer functies handmatig selecteert, worden de overige functies nog steeds elektronisch geregeld. Alle handmatige instellingen worden uitgeschakeld wanneer de AUTOfunctie wordt ingeschakeld.
Elektronische klimaatregeling ECC - handmatige instelling Recirculatie (zie ook pagina 49) AC - ON/OFF AUT MAN De beste koeling in warme klimaten wordt verkregen door 8702776d de AUTO-functie in te schakelen. De recirculatie wordt vervolgens automatisch geregeld. De recirculatie kan handmatig worden ingeschakeld als u vieze lucht, uitlaatgassen en dergelijke buiten wilt houden.
Handmatige klimaatregeling met airconditioning AC Recirculatie Bij warm weer kunt u de lucht in de passagiersruimte sneller laten afkoelen, wanneer u de recirculatiefunctie combineert met de airconditioning. 8702776d U gebruikt de recirculatiefunctie ook om onaangename geuren, uitlaatgassen en dergelijke buiten te houden. Wanneer u de hebt ingedrukt, recirculeert de lucht in de passagiersruimte. knop D.w.z. dat er geen lucht van buiten de auto wordt aangezogen. De LED in de knop brandt.
Handmatige klimaatregeling met airconditioning Gebruik voor een maximaal comfort de met stippen gemarkeerde bedieningsstanden tussen de verschillende symbolen om de luchtverdeling precies af te stellen. 8702833d Luchtverdeling Gebruik... Enkele aanvullende adviezen en informatie: · De ventilatorknop moet verdraaid worden · Lucht uit de blaasmonden voor en achter. Lucht naar de ramen. In deze stand vindt er geen luchtrecirculatie plaats. Het AC-systeem is altijd ingeschakeld.
Standverwarming (extra) A B Korte druk op de RESET-knop (C) Weergave van uren en minuten Lange druk op de RESET-knop De timer wordt geactiveerd (AAN) Lange druk op de RESET-knop De timer wordt uitgeschakeld (UIT) Het lampje AAN brandt continu De timer is geactiveerd Het lampje AAN knippert De standverwarming is ingeschakeld C 3602296d U kunt de standverwarming meteen inschakelen of twee verschillende uitschakeltijden voor de standverwarming instellen: TIMER 1 en TIMER 2.
Standverwarming (extra) Instellen van TIMER 1 of 2 Displaybericht Accu en brandstof Om veiligheidsredenen kunt u alleen uitschakeltijden voor het volgende etmaal programmeren en dus niet voor meerdere dagen tegelijk. 1. Ga met de draairing (B) naar TIMER 1. 2. Druk korte tijd op de knop RESET (C), zodat de uuraanduiding gaat knipperen. 3. Ga met de draairing naar de gewenste ureninstelling. 4. Druk lichtjes op de knop RESET om toegang te krijgen tot de knipperende minutenaanduiding. 5.
56
Interieur Voorstoelen Interieurverlichting Opbergvakjes Opbergruimten in middenconsole, Bagageband Reservewiel, Gevarendriehoek Lange lading Kleerhaak 58 60 62 63 64 65 66 57
Voorstoelen Afstelling in de hoogte, voorstoel De voorzijde van het zitgedeelte van de beide voorstoelen kunt u in zeven verschillende standen zetten, de achterzijde in negen. Voorste hendel (A) - voorzijde zitting afstellen. Achterste hendel (B) - achterzijde zitting afstellen.
Voorstoelen naar voren klappen, Hoofdsteunen achterbank 8502027e 8501727A Stel de hoogte van de hoofdsteun in Voorstoel passagierszijde naar voren klappen Hoofdsteunen achterbank U kunt de rugleuning van de passagiersstoel horizontaal vooroverklappen om lange voorwerpen te kunnen vervoeren. Klap de rugleuning als volgt naar voren: De hoofdsteun in het midden van de achterbank kan al naar gelang de hoogte van de passagier worden afgesteld. Trek de hoofdsteun naar boven zover als nodig.
Voorstoelen Als uw Volvo is uitgerust met elektrisch verstelbare stoelen, dan kan het volgende worden bijgesteld met de twee schakelaars aan de zijkant van de stoel. Er kunnen drie standen worden opgeslagen. Houd na het instellen van de gewenste stand de knop MEM (H) ingedrukt, tegelijkert ijd met het indrukken van knop E. Met de knoppen F en G kunt u twee anderen standen van de stoel en de buitenspiegels in het geheugen opslaan. B C D N.B.
Interieurverlichting 8502006d 3500887e 3501410r Algemene verlichting en leeslampjes vóór Leeslampjes, achter Algemene verlichting De algemene verlichting gaat aan en uit wanneer u op de knop drukt. De algemene verlichting heeft een ingebouwde functie waardoor de verlichting aangaat en 30 seconden aanblijft wanneer u: · De auto vanaf de buitenzijde ontgrendelt met de sleutel of de afstandsbediening. · Wanneer u de motor hebt afgezet en de sleutel naar stand 0 draait.
Opbergvakjes WAARSCHUWING! Zorg dat er geen harde, scherpe of zware voorwerpen liggen op (of uitsteken boven) de hoedenplank, het kaarten- of tijdschriftenvak of andere opbergplaatsen om te voorkomen dat ze verwondingen kunnen veroorzaken bij een krachtige remmanoeuvre. Maak zware voorwerpen altijd vast met een van de veiligheidsgordels.
Opbergvakken in de middenconsole, Bagageband Bekerhouder (extra) 8502003d Asbak (extra) Leeg de asbakken als volgt: Voorstoelen: Trek de asbak recht omhoog los. Achterbank: Druk de asbak omlaag om deze te verwijderen. Bepaalde modellen zijn uitgerust met bekerhouders voor de voor- en achterpassagiers. Om de bekerhouder bij de bestuurdersstoel te gebruiken, moet u op de knop links op de middenconsole drukken. Om de bekerhouder bij de passagiersstoel te gebruiken, moet u op het deksel eronder duwen.
Reservewiel, Gevarendriehoek Vloersteun Krik Gevarendriehoek Gereedschapkist met sleepoog A Bevestiging Reservewiel Vloersteun 7700231d 8901312d Reservewiel, gereedschap, krik Gevarendriehoek (bepaalde landen) Het reservewiel met de krik en de gereedschapstas vindt u onder de bodem van de bagageruimte. Ga als volgt te werk om het reservewiel te verwijderen: · Klap de vloerplaat op. · Verwijder de vloersteun van de bevestiging voor het reservewiel.
Lange lading 8501909d 8501931e 8502002d Zorg dat u de bagage altijd goed verankert! Rugleuning achterbank omlaag klappen Voor het transport van lange voorwerpen kunt u de rugleuning van de achterbank geheel of gedeeltelijk vanuit de bagageruimte voorover klappen. Trek hiervoor aan de handgre(e)p(en) in de bagageruimte. Als u de hoofdsteun(en) van de achterbank voorover hebt geklapt, moet u deze eerst rechtop zetten. Klap daarna de rugleuning geheel of gedeeltelijk voorover.
Kleerhaak 8503126m Kleerhaak Gebruik de kleerhaak voor niet al te zware kledingsstukken.
Sloten en alarmsysteem Immobilizer, Afstandsbediening Vergrendelen en ontgrendelen Batterij vervangen Wanneer het donker is, Safelock-functie Kinderslot Alarmsysteem 68 69 70 71 72 73 67
Immobilizer, afstandsbediening Sleutel - Immobilizer Bij de auto worden twee hoofdsleutels en een servicesleutel geleverd*. Een van de hoofdsleutels is opvouwbaar en voorzien van een ingebouwde afstandsbediening. Sleutel kwijt Als u een van de sleutels kwijtraakt, moet u de overige sleutels naar een erkende Volvowerkplaats brengen. Om diefstal van de auto te voorkomen, wordt de code voor de verloren sleutel dan gewist uit het systeem en worden de andere sleutels opnieuw geprogrammeerd in het systeem.
Vergrendelen en ontgrendelen 4. “Approach”-verlichting Ga als volgt te werk terwijl u naar de auto loopt: Druk op de gele knop (4) op de afstandsbediening. De binnenverlichting, de parkeerlichten, de kentekenplaatverlichting en de lampjes in de buitenspiegels (optie) gaan branden. Als een aanhangwagen aan de auto is bevestigd, gaan de lampen van de aanhangwagen ook branden. De verlichting blijft 30, 60 of 90 seconden branden. De gewenste inschakelduur kunt u laten instellen door een erkende Volvowerkplaats.
Vergrendelen en ontgrendelen, Batterij vervangen Automatische hervergrendeling Als geen van de portieren noch het kofferdeksel binnen twee minuten na het ontgrendelen van de buitenzijde met de afstandsbediening worden geopend, dan worden alle sloten automatisch weer vergrendeld. Deze functie voorkomt dat u de auto per ongeluk onvergrendeld achterlaat. Voor auto’s met alarmsysteem, zie pagina 73. N.B.
Wanneer het donker is, Safelock-functie Wanneer het donker is Safelock-functie “Approach”-verlichting Doe het volgende, wanneer u de auto nadert: · Druk op de gele knop van uw afstandsbediening. De interieurverlichting, de breedtelichten/ parkeerlichten, de kentekenplaatverlichting en de lampjes in de buitenspiegels (bepaalde modellen) gaan branden. Bij activering van de Safelock-functie kunnen de portieren niet vanaf de binnenzijde worden geopend als ze vergrendeld zijn.
Kinderslot A A B 8301235d Bediening voor kinderslot linker achterportier Handmatige kindersloten – zijportieren Alle knoppen voor de kindersluitingen bevinden zich in de achterste randen van de achterportieren en kunnen alleen bediend worden als de portieren open zijn. Gebruik de contactsleutel van de auto om de bediening te verdraaien en zo de kindersloten in of uit te schakelen. A De portieren kunnen niet van de binnenzijde worden geopend (naar buiten toe draaien).
Alarmsysteem Het alarmsysteem (extra) Geactiveerd alarmsysteem uitschakelen Wanneer het alarmsysteem is ingeschakeld, worden alle alarmpunten continu gecontroleerd. Het alarmsysteem wordt geactiveerd als: · de motorkap wordt geopend. · het kofferdeksel wordt geopend. · een zijportier wordt geopend. · het contactslot wordt omgedraaid met een ongeschikte sleutel, of geforceerd. · een beweging in het passagierscompartiment wordt geregistreerd (accessoire - bij auto’s met bewegingsmelder).
Alarmsysteem Statusaanduiding met controlelampje Een controlelampje (LED) boven op het dashboard geeft de status van het alarmsysteem aan: · · · · Lampje brandt niet: Alarm uitgeschakeld. Lampje knippert éénmaal per seconde: Alarm ingeschakeld. Lampje knippert snel, na uitschakeling van het alarm en totdat het contact wordt aangeslagen: Alarm is afgegaan. Als er een storing is opgetreden in het alarmsysteem, verschijnt er een bericht met aanwijzingen voor de te nemen maatregelen.
Alarmsysteem Test van het alarmsysteem Test van de bewegingsmelder: 1. Open alle portierruiten. 2. Activeer het alarm. De LED knippert langzaam om aan te geven dat het alarm op scherp staat. 3. Wacht 30 seconden. 4. Test de bewegingsmelder in de passagiersruimte door een tas of iets dergelijks van de stoelzitting te nemen. Het alarmsysteem moet vervolgens geluids- en knippersignalen afgeven. 5. Deactiveer het alarm door de auto via de afstandsbediening te ontgrendelen. Test van de motorkap: 1.
76
Starten, Rijden, Schakelen Tankvulklep, Motor starten Zuinig rijden Handgeschakelde versnellingsbak Automatische versnellingsbak All Wheel Drive Actief chassis, FOUR-C Parkeerhulpsysteem Slepen Starten met hulpaccu Rijden met een aanhanger Trekhaak Afneembare trekhaak 78 80 82 83 87 87 88 89 90 91 93 95 77
Tankvulklep, Motor starten N.B. Wanneer u de auto van de buitenzijde vergrendelt, wordt de tankvulklep pas na een vertraging van 10 minuten vergrendeld. Start de motor als volgt (benzine) 1. Trek de handrem (parkeerrem) aan. 2. Automatische versnellingsbak: Zet de keuzehendel in stand P of N. Handgeschakelde versnellingsbak: Zet de versnellingshendel in de vrijstand en trap het koppelingspedaal volledig in. Dit is vooral belangrijk bij extreme koude. 3. Draai de contactsleutel in de startstand.
Motor starten Immobilizer Gebruik de autosleutel. Laat bij het starten van de auto geen verschillende sleutels aan dezelfde sleutelbos dicht tegen elkaar aan liggen. De nieuwe auto - gladde wegen Rijden op gladde wegen voelt verschillend aan al naar gelang de auto is uitgerust met een handgeschakelde of een automatische versnellingsbak. Oefen het rijden op gladde wegen onder normale omstandigheden om vertrouwd te raken met de wijze waarop de auto reageert.
Zuinig rijden Rijd anticiperend Zuinig rijden wordt bereikt door anticiperend en rustig te rijden en door de rijstijl op de situatie af te stemmen. Houd rekening met het volgende: · Laat de motor zo snel mogelijk op bedrijfstemperatuur komen! Dit houdt in: laat de motor niet stationair lopen, maar ga zo snel mogelijk rijden, met een lichte motorbelasting. · Een koude motor verbruikt meer brandstof dan een warme.
Belangrijke tips! 1 1 8902060m 8. Controleer of de haak goed vastgrijpt in de dakbevestiging. 9. Draai de draaiknoppen beurtelings enkele slagen rechtsom, totdat ze allemaal stevig vastzitten. 10. Klap de dekkap omlaag. 11. Controleer regelmatig of de draaiknoppen nog steeds stevig zijn aangedraaid. Als u een lastdrager wilt gebruiken · Om schade aan de auto te voorkomen en op Bevestigingspunten van de lastdrager Lastdrager monteren 1.
Handgeschakelde versnellingsbak M 56 M 56 68 64 72 76 68 80 64 72 68 76 64 80 72 68 76 80 64 72 76 80 4301589e 4302395n Schakelstanden Schakelstanden, handgeschakelde versnellingsbak Trap het koppelingspedaal tijdens het schakelen altijd zover mogelijk in. Haal uw voet na het schakelen van het koppelingspedaal af. Houd u aan het aangegeven schakelpatroon.
Automatische versnellingsbak AW5 N – Neutraalstand L – Lage versnelling Stand N is de neutraalstand. In deze stand kunt u de motor starten, maar er is geen versnelling ingeschakeld. Trek de handrem aan, wanneer de auto stilstaat en de keuzehendel in stand N staat. Kies stand L als u in de 1ste of 2de versnelling wilt rijden. Bijvoorbeeld bij het rijden in bergachtig terrein wordt er het best op de motor afgeremd in stand L. D – Rijstand Terugschakelblokkering D is de normale rijstand.
Automatische versnellingsbak AW5 68 64 72 76 68 80 64 72 76 80 4302476e 4302106d Keuzehendelblokkering “Kickdown” P – Parkeerstand U kunt de keuzehendel altijd vrij bewegen tussen N en D. Andere standen hebben een vergrendeling, die u met de blokkeerknop op de keuzehendel bedient. Wanneer u de blokkeerknop op de keuzehendel indrukt, kunt u de hendel overlangs tussen de standen R en N heen en weer halen en overdwars tussen de standen D, 4, 3 en L.
Geartronic (extra) R – Achteruitrijstand Zet de keuzehendel alleen in stand R, wanneer de auto stilstaat! N – Neutraalstand Stand N is de neutraalstand. In deze stand kunt u de motor starten, maar er is geen versnelling ingeschakeld. Trek de handrem aan, wanneer de auto stilstaat en de keuzehendel in stand N staat. D – Rijstand D is de normale rijstand. Het op- en terugschakelen van de versnellingen gebeurt automatisch, afhankelijk van de gasklepopening en de snelheid.
Geartronic (extra) 64 80 4301618e W - Winter Gebruik de knop om het winterprogramma in en uit te schakelen. Met het winterprogramma kunt u gemakkelijker met een lage snelheid op een glad wegdek rijden. Wanneer het programma is geactiveerd, krijgen de aangedreven wielen minder vermogen dan normaal en wordt er bij een lager motortoerental opgeschakeld. Het symbool W wordt weergegeven op het instrumentenpaneel. N.B. Het W-programma kan niet worden gekozen als de handmatige standen zijn ingeschakeld.
All Wheel Drive / Actief chassis FOUR-C AWD - All Wheel Drive (optie) Sneeuwkettingen Actief chassis FOUR-C (optie) Het systeem met aandrijving op alle wielen (All Wheel Drive of AWD) in uw Volvo is altijd ingeschakeld en voldoet aan de nieuwste technische vereisten. Als het systeem op de juiste manier wordt gebruikt, heeft de bestuurder bij alle soorten wegdek een betere controle in vergelijking met traditionele achterwielaandrijving.
Parkeerhulpsysteem (optie) Storingsindicatie Als een systeemstoring wordt vastgesteld, gaat de LED in de knop uit. Op het display van het instrumentenpaneel verschijnt een tekstbericht over de storing. De sensoren schoonmaken 3603107d Werking Het parkeerhulpsysteem kunt u gebruiken als hulpmiddel bij het parkeren van de auto. Een geluidssignaal uit het luidsprekersysteem geeft de afstand aan tussen de auto en het geregistreerde voorwerp.
Slepen Motor sleepstarten A Als u een auto met een handgeschakelde versnellingsbak start door deze te slepen, kunnen de katalysatoren beschadigd raken. Auto’s met een automatische versnellingsbak kunt u niet starten door ze te slepen. Als de accu uitgeput is, moet u een opgeladen hulpaccu gebruiken.
Starten met hulpaccu WAARSCHUWING! Let erop dat accu’s, met name de hulpaccu, het zeer explosieve knalgas bevatten. Een vonk, veroorzaakt door een onjuiste aansluiting van de startkabels, is voldoende om een accu te laten ontploffen en zo schade aan de auto en verwondingen te veroorzaken. De accu bevat ook zwavelzuur, wat ernstige verwondingen door etsing kan veroorzaken. Als u accuvloeistof in de ogen krijgt, of op uw huid of kleren morst, spoel dan onmiddellijk met grote hoeveelheden water.
Rijden met een aanhanger Rijden met een aanhanger · De trekhaak van de auto moet van een goedgekeurd type zijn. Uw · · · · · · · · · · · Volvo-dealer kan u informeren over de mogelijke trekhaken. Verdeel de lading in de aanhanger dusdanig, dat het gewicht op de trekhaak bij aanhangers tot 1200 kg ongeveer 50 kg en bij aanhangers zwaarder dan 1200 kg ongeveer 75 kg bedraagt. Verhoog de bandenspanning tot de druk die geldt voor maximale belasting.
Rijden met een aanhanger N.B. De aangegeven maximaal toelaatbare aanhangergewichten zijn door Volvo Car Corporation bepaald. Let erop dat er op grond van de wetgeving voor motorvoertuigen in uw land verdere beperkingen van de maximale aanhangergewichten en snelheden kunnen gelden. Het is bovendien mogelijk dat de trekhaak gespecificeerd is voor hogere gewichten dan het maximaal toelaatbare aanhangergewicht van de auto.
Trekhaak Vaste trekhaak (A) A Let erop dat u de veiligheidskabel altijd aan de daarvoor bestemde bevestiging vastmaakt, zie figuur! Afneembare trekhaak (B) B 8901313d Volg altijd nauwkeurig de montagevoorschriften op. Let erop dat u de veiligheidskabel altijd aan de daarvoor bestemde bevestiging vastmaakt, zie figuur! Let er tevens op dat u de koppelpen regelmatig schoonmaakt en invet. Maak daarvoor gebruik van de aanbevolen vetsoort met het art.nr. 8624203. N.B.
Trekhaak Bevestigingspunten onder de auto A 8902083d Afstand A op de bovenstaande afbeelding: S80: 1152 mm Maximale kogeldruk: 75 kg 94 8902082d
Afneembare trekhaak, kogelsegment monteren 1 2 3 OPEN OPEN B 8902079M Verwijder de beschermkap. 4 8902078M Steek de sleutel in het slot en draai de sleutel rechtsom in de ontgrendelde stand. 5 8902074M Neem het kogelsegment en draai de handgreep rechtsom in de vergrendelde stand. 6 LOCKED PUSH TO LOCK 8902075M Duw het kogelsegment zover op de koppelingspen dat het blokkeert. RED PIN (B) NOT VISIBLE! 8902076M Controleer of de indicatorpen (B) ingeschoven is.
Afneembare trekhaak, kogelsegment demonteren 1 2 OPEN 3 OPEN 8902078M Steek de sleutel in het slot en draai de sleutel rechtsom in de ontgrendelde stand. 4 8902074M Draai de handgreep linksom in de vergrendelde stand. 5 LOCKED 8902077M Draai de sleutel linksom in de vergrendelde stand. Neem de sleutel uit het slot. 96 8902080M Schuif de beschermkap over de koppelpen zoals aangegeven op de afbeelding. 8902081M Trek het kogelsegment van de koppelpen.
Wielen en banden Algemene informatie over wielen en banden Bandenspanning Slijtage, Wielen verwisselen, Reservewiel Wielen verwisselen 98 98 100 101 97
Algemene informatie Algemene informatie over wielen en banden Op alle autobanden staat een bepaalde aanduiding. Een voorbeeld van een dergelijke aanduiding is 215/55R16 93W. Deze aanduiding die door alle bandenfabrikanten wordt toegepast houdt het volgende in: 215 de breedte van de band (mm). 55 de verhouding tussen de hoogte en breedte van de band in procenten. R staat voor radiaalband. 16 velgdiameter van de band in inch (") 93 de index van het draagvermogen van de band, in dit geval 650 kg.
Bandenspanning Sneeuwketting vierwielaandrijving, AWD Sneeuwkettingen mogen alleen worden gebruikt op de voorwielen van auto's met vierwielaandrijving (AWD). Gebruik alleen sneeuwkettingen die speciaal bestemd zijn voor AWD-modellen. N.B. Rijd met sneeuwkettingen nooit harder dan 50 km/h! Rijd met sneeuwkettingen niet onnodig op schone wegen; hierdoor slijten zowel de banden als de sneeuwkettingen. Rijeigenschappen en banden De banden zijn van grote betekenis voor de rijeigenschappen van de auto.
Wielen en banden Wielen met slijtage-indicatoren Opslag De slijtage-indicatoren bestaan uit smalle ophogingen die dwars op het profiel staan en een profieldiepte hebben die ca. 1,6 mm kleiner is dan de rest van het bandloopvlak (de letters TWI op de zijkant van de band geven aan dat de band is uitgerust met slijtage-indicatoren). Wanneer een band dusdanig versleten is dat de profieldiepte nog slechts 1,6 mm bedraagt, zijn de indicatoren duidelijk zichtbaar en moet u de band zo spoedig mogelijk vervangen.
Wielen verwisselen 7700333m 7700318m Wielbouten verwijderen Het reservewiel ligt onder de mat in de bagageruimte. · Vergeet niet de gevarendriehoek op te zetten. · · Trek de handrem aan en schakel de eerste versnelling in stand P voor auto’s met automatische versnellingsbak. Plaats blokken voor en achter de wielen die op de grond blijven staan. Auto's met stalen velgen hebben afneembare wieldeksels. Gebruik een dikke schroevendraaier of vergelijkbaar gereedschap om het deksel te verwijderen.
Wielen verwisselen WAARSCHUWING! · Kruip nooit onder de auto als deze op de krik staat! · De auto en de krik moeten op een stevige, horizontale ondergrond · · · 7700245d 7700244d · · staan. De originele krik dient alleen te worden gebruikt voor het wisselen van het wiel. Overige werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd met werkplaatskrikken en assteunen onder het deel van de auto dat omhoog wordt gebracht.
Zekeringen, gloeilampen vervangen Zekeringen Gloeilampen vervangen 104 108 103
Zekeringen De zekeringen Om te vermijden dat het elektrische systeem van de auto beschadigd raakt door kortsluiting of overbelasting, worden alle elektrische functies en componenten door een aantal zekeringen beschermd. De zekeringen bevinden zich op verschillende plaatsen in de auto: A - Relais- en zekeringenkastje in de motorruimte. B - Zekeringenkastje in de passagiersruimte. C - Relais- en zekeringenkastje in de bagageruimte.
Zekeringen in motorruimte Geïntegreerd relais- en zekeringenkastje in motorruimte Het zekeringenkastje in de motorruimte biedt plaats aan 8 verschillende hoofdzekeringen en 21 normale zekeringen. De hoofdzekeringen mag u nooit zelf vervangen. Laat dit over aan een erkende werkplaats. De overige (normale) zekeringen kunt u zo nodig zelf vervangen. Zorg dat u een doorgebrande zekering altijd vervangt door een nieuwe zekering met dezelfde kleur en amperage.
Zekeringen in passagierscompartiment Zekeringenkastje in passagierscompartiment De zekeringen bevinden zich achter het luikje aan de korte kant van het dashboard. U vindt er ook een aantal reservezekeringen. Nr Ampère 1. Koplampen (dimlicht), Bi-Xenon (extra) ....................................... 15 2. Koplampen (groot licht) ................................................................. 20 3. Elektrisch bediende stoel (bestuurder) ............................................ 30 4.
Zekeringen in de bagageruimte Geïntegreerd relais- en zekeringenkastje in bagageruimte 1 2 De zekeringen bevinden zich achter de bekleding aan de linkerzijde. De zekeringen zijn moeilijk te bereiken. De hoofdzekeringen zijn bovendien weggewerkt onder een deksel dat met schroeven vastzit. Laat de hoofdzekeringen alleen in een erkende werkplaats vervangen.
Lampen vervangen 1 1 2 2 3 3500534d 4 3 3500535d Gloeilamp dimlicht en groot licht vervangen (geldt niet voor Bi-Xenon-lampen) Vervang de gloeilampen van de koplampen vanuit de motorruimte. N.B. Raak het glas van de gloeilampen nooit met de vingers aan. Vet en olie van uw vingers kan door de hitte verdampen en een laagje op de reflector achterlaten, waardoor deze kapot gaat. · Schakel alle lichten uit en draai de contactsleutel in stand 0. · Open de motorkap.
Lampen vervangen Lamphuis 5 W W 2.1x9.5 d PY 21 W Lamphouder 3500892d 3500903d Gloeilamp breedtelichten/parkeerlichten vooraan vervangen* · Schakel alle lichten uit en draai de contact· · · · · sleutel in stand 0. Draai de kap voor het groot licht linksom los. Verwijder de gloeilamp en de houder. Vervang de gloeilamp. Druk de gloeilamp met de houder in positie terug. Controleer of de nieuwe gloeilamp brandt. Draai de afdekking weer vast.
Lampen vervangen 1: Parkeerlicht 5W BA15 4: Achteruitrijlicht 21W BA15 3: Lampje richtingaanwijzer 21W PY 2: Lampje parkeerlicht/mistlamp 21/4W BA15d 3501688d 5: Zijmarkeringslicht 5W5 W2,1x9,5d 3501690d Buitenzijde van de auto, linkerzijde Gloeilampen achterlichten vervangen De gloeilampen van de achterlichten zijn allemaal vanuit de bagageruimte te bereiken. · Schakel alle lichten uit en draai de contactsleutel in stand 0.
Lampen vervangen 55W H 1 5W W2,1x9,5d 3500889d Gloeilamp mistlampen voor vervangen N.B. Raak het glas van de gloeilampen nooit met de vingers aan. · Schakel alle lichten uit en draai de contactsleutel in stand 0. · Draai de lamphouder iets naar links. · Verwijder de gloeilamp en breng een nieuwe lamp aan. · Breng de nieuwe lamp aan. (Het profiel van de lamphouder past in de voet van de lamp). · Plaats de lamphouder terug door deze iets naar rechts te draaien.
Lampen vervangen 5W W2,1x9,5d 3500888D Kentekenplaatverlichting vervangen · Schakel alle lichten uit en draai de contacts · · · · · · leutel in stand 0! Draai de schroef los met een schroevendraaier. Verwijder voorzichtig het complete lamphuis en trek het naar buiten. Draai de connector linksom en trek de gloeilamp naar buiten. Vervang de gloeilamp. Plaats de connector terug en draai deze rechtsom. Plaats het complete lamphuis terug en draai de schroef vast.
Lampen vervangen 3 W W2,1x9,5 d 12 V 1,2 W 3501378m 3500891d Plaats de schroevendraaier en draai Gloeilamp zijmarkeringslicht vervangen · Duw het complete lamphuis naar achteren en · · · · · verwijder het. Probeer het lampelement met uw vingers los te peuteren. Gebruik anders een stuk hardplas tic of een stokje om de lak niet te beschadigen. Draai de lamphouder linksom en trek deze naar buiten. Vervang de gloeilamp. Duw de lamphouder weer naar binnen en draai deze rechtsom.
Lampen vervangen 5 W SV 8,5 3500887e 3501410r Plafondverlichting met leeslampjes voorin vervangen De gloeilampen zijn van een speciaal type. Wij raden u aan de vervanging door een Volvowerkplaats te laten uitvoeren. Leeslampjes achterin vervangen De gloeilampen zijn van een speciaal type. Wij raden u aan de vervanging door een Volvowerkplaats te laten uitvoeren. Gloeilamp derde remlicht vervangen De gloeilampen van het derde remlicht zijn van een speciaal type.
Onderhoud en Service Roestwering Lakschade inspecteren en herstellen Wassen Volvo Service Katalytische uitlaatgasreiniging Milieuzorg Motorkap, Motorruimte Diesel Motorolie Koelvloeistof Remvloeistof, Stuurbekrachtiging, Sproeiervloeistof Onderhoud van de accu Wisserbladen vervangen 116 117 118 120 122 123 124 126 127 128 129 130 132 115
Roestwering Roestwering - controleren en bijwerken De zichtbare roestwering Uw Volvo heeft een grondige en complete roestwerende behandeling gekregen in de fabriek. Aan de buitenkant, bijvoorbeeld op het onderstel, werd een dik, slijtvast roestwerend middel gespoten en aan de binnenkant van de langsdragers, de holle ruimten en de gesloten profielen werd een dunnere, penetrerende roestwerende vloeistof aangebracht. Controleer de “zichtbare” roestwering regelmatig en werk deze zo nodig bij.
Lakschade herstellen Lak De lak vormt een belangrijk onderdeel van de roestwering van de auto en moet daarom regelmatig worden gecontroleerd. Lakschade moet u meteen herstellen om roestvorming te voorkomen. De meest voorkomende soorten lakschade die u zelf kunt herstellen zijn: · minder grote steenslagplekken en krassen, · beschadiging van de spatbordranden en de drempelbalken Bij reparatiewerkzaamheden aan het lakwerk moet de auto schoon zijn en de omgevingstemperatuur hoger dan +15°C.
Wassen Was de auto regelmatig! Was de auto zodra deze vuil geworden is. Dit is met name’s winters van belang, omdat strooizout en vocht al snel aanleiding kunnen geven tot corrosie. Was de auto als volgt: · Spoel zorgvuldig het vuil van het onderstel van de auto (wielkasten, spatbordranden e.d.). · Spoel totdat het vuil losweekt. · Als u gebruikt maakt van een hogedrukspuit: Houd bij het wassen de hogedrukspuit ten minste 30 cm van de carrosserie. Spuit niet direct op de sloten.
Wassen Automatische wasstraten Bekleding reinigen Een automatische wasstraat vormt een eenvoudige en gemakkelijke manier om de auto te wassen. Let er echter op dat een wasbeurt in een automatische wasstraat nooit een vervanging vormt voor een goede wasbeurt met de hand. De borstels van de wasautomaat kunnen niet overal even goed bijkomen. Tijdens de eerste maanden van een nieuwe auto, raden wij u aan de auto alleen met de hand te wassen.
Volvo Service Volvo Service Afwijkende rijomstandigheden Voordat de auto de fabriek verliet, werd deze uitvoerig getest. De auto werd nogmaals gecontroleerd naar de normen van Volvo Car Corporation, net voordat de auto aan u werd geleverd. Als u de auto in afwijkende omstandigheden gebruikt, moet u de motorolie en de lucht- en oliefilters vaker vervangen dan is aangegeven in de onderhoudshandleiding.
Volvo Service WAARSCHUWING! Het ontstekingssysteem van de auto wekt zeer hoge spanningen op! De spanning van het ontstekingssysteem is levensgevaarlijk! Raak bougies, bougiekabels of bobines niet aan, wanneer de motor draait of het contact is ingeschakeld! Zet contact af bij: · het aansluiten van motortestapparatuur; · het vervangen van onderdelen van het ontstekingssysteem zoals de bougies, de bobine, de verdelerkap, de bougiekabels e.d.
Katalytische uitlaatgasreiniging Katalysator De katalysator vormt een aanvulling op het uitlaatsysteem en heeft tot taak de uitlaatgassen te reinigen. De katalysator bestaat in hoofdzaak uit een behuizing met daarin twee zogeheten monolieten, die zó geconstrueerd zijn dat de uitlaatgassen er via kanalen doorheen stromen. De wanden van deze kanalen zijn bekleed met een dun laagje platina/rhodium/palladium. Deze edelmetalen hebben een katalytische werking, d.w.z.
Milieuzorg, Brandstofverbruik en emissies Milieuzorg De bedrijfsactiviteiten van Volvo getuigen op vele punten van een grote zorg voor het milieu. Volvo past een chloorvrij koudemiddel toe in de klimaatregelingssystemen dat geheel ongevaarlijk is voor de ozonlaag en slechts in zeer beperkte mate bijdraagt aan het broeikaseffect. Asbestvrije remmen, katalysatoren en motoren op biogas zijn andere voorbeelden van Volvo’s inspanningen voor het milieu.
Motorkap, motorruimte - auto’s met stuur links 8 1 5 2b 2 10 Trek aan de handgreep... 4 3 1112 7 6 8200092d 9 2000305d ...druk de pal omhoog en open de motorkap Motorkap openen Motorruimte Trek aan de ontgrendelingshandgreep links onder het dashboard. U hoort dat de slotpal losschiet. Steek uw hand recht boven de grille onder de voorkant van de motorkap om de hendel van de slotpal omhoog te duwen. Open de motorkap. 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Motorkap, motorruimte - auto’s met stuur rechts 8 5 1 4 2b 10 2 Trek aan de handgreep... 3 1112 7 6 8200095d 9 2000306d ...druk de pal omhoog en open de motorkap Motorkap openen Motorruimte Trek aan de ontgrendelingshandgreep uiterst rechts onder het dashboard. U hoort dat de slotpal losschiet. Steek uw hand recht boven de grille onder de voorkant van de motorkap om de hendel van de slotpal omhoog te duwen. Open de motorkap. 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Diesel Brandstofsysteem Condenswater uit brandstoffilter aftappen Dieselmotoren zijn bijzonder gevoelig voor verontreiniging. Gebruik daarom alleen dieselbrandstof van de bekende grote merken. Gebruik nooit diesel van twijfelachtige kwaliteit. De belangrijkste oliemaatschappijen leveren ook speciale dieselbrandstof voor de winter. Bij lage temperaturen is deze brandstof aanzienlijk dunner, waardoor de kans dat het brandstofsysteem door uitvlokking vervuild raakt, veel kleiner is.
Motorolie Oliekwaliteit: Benzinemotoren: ACEA A1 U mag ook olie gebruiken die voldoet aan de kwaliteitsnorm ACEA A3. Let erop dat dezelfde soort olie ook kan voldoen aan zowel ACEA A1 als ACEA B1. Dit ongeacht de vraag of de gebruikte olie van minerale oorsprong is of geheel of gedeeltelijk van synthetische aard is. * * Dieselmotoren: ACEA B4 Let erop dat een bepaalde soort olie kan voldoen aan zowel ACEA A3, ACEA B3 als ACEA B4.
Motorolie, Koelvloeistof Controleer de motorolie regelmatig bij het bijvullen Koelvloeistof Volvo adviseert u het oliepeil om de 2500 km te controleren. Het is buitengewoon belangrijk dat u het oliepeil van de motor controleert, voordat de olie de eerste keer volgens schema moet worden ververst.Parkeer de auto op een egale ondergrond, zet de motor af en wacht ten minste vijf minuten, zodat de olie terug het carter in kan lopen. De beste meting wordt verkregen bij een koude motor, vóór het rijden.
Remvloeistof Reservoir stuurbekrachtigingsvloeistof Sproeiervloeistof MAX MIN 5200380d Reservoir stuurbekrachtigingsvloeistof Koppelings- en remvloeistofreservoir De rem- en koppelingsvloeistof moet tussen het MIN- en MAX-streepje staan. Oliekwaliteit: Stuurbekrachtigingsvloeistof van het type Pentosin CHF 11S of iets dergelijks. Controleer het peil bij elke servicebeurt. De olie hoeft niet ververst te worden. Plaats: In de motorruimte, zie pagina 124-125.
Onderhoud van de accu · · A · · Zo nodig: voeg water toe tot de maximummarkering. N.B. Vul niet meer bij dan de maximummarkering (A). Gebruik geen gewoon leidingwater. Gebruik in plaats daarvan gedestilleerd of gedeïoniseerd water (accuwater). Als u de accu om welke reden dan ook wilt bijladen, controleer dan na het laden het vloeistofniveau en vul water zo nodig bij. Zorg dat de doppen goed vastzitten. N.B. Hoe vaker de accu ontladen raakt, des te minder lang gaat de accu mee.
Onderhoud van de accu · · · A · · · · B · · · Accu vervangen A. Accu zonder dekplaat (zie afbeelding) · · · · · Zorg dat het contact is afgezet. Wacht ten minste 10 minuten, voordat u één van de elektrische aansluitingen aanraakt (zo kan de informatie van de elektrische systemen van de auto worden opgeslagen in de verschillende regeleenheden). Draai de bouten uit de borgklem die over de accu heen zit en verwijder de borgklem. Ontkoppel eerst de minkabel.
Wisserbladen vervangen Lang Kort 3602076D 3603056d Platte ruitenwisserbladen vervangen · Klap de wisserarm naar buiten en pak het · · wisserblad vast. Druk op de geribde borgveren op het wisserblad en til het blad uit de arm. Monteer het nieuwe blad door de instructies in omgekeerde volgorde uit te voeren en controleer of het blad stevig vastzit. OPMERKING Het wisserblad aan de bestuurderszijde is langer dan het blad aan de passagierszijde.
Specificaties Type-aanduidingen Maten en gewichten, Inhoud Smeermiddelen, Vloeistoffen, Oliën Transmissie Elektrisch systeem Motor 134 135 136 137 138 139 133
Specificaties Type-aanduidingen 3 Wanneer u contact opneemt met uw Volvodealer of vervangingsonderdelen en accessoires wilt bestellen, kan het handig zijn als u de typeaanduiding, het chassisnummer en het motornummer van de auto bij de hand hebt. B5254S 1234567 1 Type, modeljaaraanduiding en chassisnummer Staan in de motorruimte geponst, onder de voorruit. 2 Type-aanduiding, chassisnummer, maximaal toelaatbaar gewicht en codes voor de lak en bekleding en typegoedkeuringsnummer.
Maten en gewichten, Inhoud Maten en gewichten Inhoud in liters Lengte ................................................................ Breedte ............................................................... Hoogte ............................................................... Wielbasis ........................................................... Spoorbreedte vóór ............................................. Spoorbreedte achter ...........................................
Smeermiddelen, Vloeistoffen, Oliën Motor Reservoir stuurbekrachtigingsvloeistof Benzinemotoren: ACEA A1 U mag ook olie gebruiken die voldoet aan de kwaliteitsnorm ACEA A3. Let erop dat dezelfde soort olie ook kan voldoen aan zowel ACEA A1 als ACEA B1. Dit ongeacht de vraag of de gebruikte olie van minerale oorsprong is of geheel of gedeeltelijk van synthetische aard is. Oliekwaliteit: Dieselmotoren: ACEA B4 Let erop dat een bepaalde soort olie kan voldoen aan zowel ACEA A3, ACEA B3 als ACEA B4.
Transmissie Benzine Transmissie – Automatische versnellingsbak Norm: DIN 51600 De motor loopt op benzine met een octaangetal van 91, 95 en 98 (RON). · 98 (RON) wordt geadviseerd voor een maximaal rendement tegen een minimaal brandstofverbruik. · 95 (RON) is te gebruiken in de normale rijomstandigheden. · 91 (RON) kunt u beter alleen in uitzonderingsgevallen gebruiken. Het is echter niet zo dat de motor door deze brandstofkwaliteit schade oploopt.
Elektrisch systeem Elektrisch systeem 12-voltsysteem met wisselstroomdynamo en spanningsregelaar. Enkelpolig systeem waarbij het chassis en het motorblok als geleiders worden gebruikt. De minpool is verbonden met het chassis.
Motorspecificaties Motor B5204T5* B5234T7* B5244S* (170 pk) B5244S2* (140 pk) B5254T2* B6294S2* 2.
Motorspecificaties Motor B6294T* T6 D5244T D5 D5244T2 2.
Audio Audiosysteem HU-401 Audiosysteem HU-601 Audiosysteem HU-801 Radiofuncties Cassettedeck CD-speler Dolby Surround Pro Logic Technische gegevens - Audio 142 143 144 145 152 153 156 158 141
Audio system HU-401 7 9 8 6 10 11 5 DOLBYBNR 4 12 HU-403 1 1. 2. 3. 142 Aan/uit - indrukken Volume - omdraaien Keuzeknop: Opgeslagen radiozenders CD-wisselaar Keuzeknop: Radio - FM/AM Cassette CD-wisselaar (extra) TV (extra) 13 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Audio system HU-601 18 9 8 7 COMPACT DIGITALAUDIO 11 10 6 12 13 5 DOLBYBNR 4 14 HU-603 1 1. 2. 3. 4. Aan/uit - indrukken Volume - omdraaien Keuzeknop: Opgeslagen radiozenders CD-wisselaar (extra) Keuzetoets: Radio Cassette CD CD-wisselaar (extra) TV (extra) Fader - indrukken en omdraaien Balans - indrukken, uittrekken en omdraaien 15 5. 16 2 17 3 Radio - Zender zoeken omhoog/omlaag Cassette - vorige/volgende nummer CD - vorige/volgende nummer 6.
Audiosysteem HU-801 13 14 12 11 10 19 COMPACT DOLBYSURROUND 9 DIGITALAUDIO 16 15 8 17 18 7 HU-803 1 1. 2. 3. 4. 144 Aan/uit - indrukken Volume - omdraaien Lage tonen - indrukken en omdraaien Hoge tonen - indrukken, uittrekken en omdraaien Fader - indrukken en omdraaien Balans - indrukken, uittrekken en omdraaien Volume middenluidspreker - indrukken en omdraaien Uitgangsvermogen ruimtelijk effect indrukken en omdraaien 2 5. 6. 7. 8.
Radiofuncties Volumeregeling, TP/PTY/NEWS Als u een cassette of cd beluistert op het moment dat de radio verkeersinformatie, nieuws of een speciaal soort programma ontvangt, wordt de cassette- of CD-speler onderbroken en ontvangt u de informatie op het geluidsniveau dat u van tevoren m.b.v. de volumeknop voor het beluisteren van verkeersinformatie, nieuws of een bepaald programmatype hebt ingesteld.
Radiofuncties HU-401 601 801 3901855d 3901855d 3901858d Fader - Balans voor/achter Keuzeknop golflengte Scannen Stel de juiste balans in tussen de luidsprekers vóór en achter door de knop in te drukken en vervolgens naar rechts (geluid van voren) of naar links (geluid van achteren) te draaien. In de middelste stand is de balansregeling normaal. Druk na het afstellen de knop weer in de normale stand. Draai de knop “SOURCE” om te kiezen tussen FM en AM.
Radiofuncties HU-401 601 801 A B 3901859d 3901873d A - Zender instellen Toetsenset op stuurwiel Druk op de linker toets voor een lagere frequentie en op de rechter voor een hogere frequentie. De ingestelde frequenties worden aangegeven. Als uw stuurwiel is uitgerust met een toetsenset, kunt u op de pijl naar rechts of links drukken om één van de voorkeurzenders te selecteren. N.B.
Radiofuncties HU-401 601 801 3901854d Zenders programmeren 1. Kies de gewenste frequentie. 2. Druk kort op de toets “1-20/DISC”. Kies een nummer door naar voren of naar achteren te draaien. Druk nogmaals om de gewenste frequentie en zender op te slaan. Voorkeurzenders Draai aan “1-20/DISC” om een vooringesteld radioprogramma te kiezen. Het ingestelde programma wordt weergegeven op het display.
Verkeersinformatie/Nieuws HU-401 601 801 3901860d 3901860d Verkeersinformatie (TP) Door kort op de toets TP (korter dan 2 seconden) te drukken, krijgt u verkeersinformatie van de RDS-zenders. Als deze functie is ingeschakeld, wordt het bericht “TP” weergegeven. Als het systeem op cassette of cd staat, stemt de radio op de achtergrond automatisch af op een FMzender met een sterk signaal, die verkeersinformatie uitzendt.
Programmatypes HU-401 601 801 Programmatypes Display Nieuws Actualiteiten Informatie Sport Educatie Hoorspel Kunst en cultuur Wetenschap Vermaak Pop Rock Easy listening Licht klassiek Klassieke muziek Overige muziek Weer Financieel nieuws Kinderprogramma’s Maatschappelijke progr.
Geavanceerde gebruikersstand (Advanced User Mode) Geavanceerde gebruikersstand · Om de AUM-stand te activeren moet u het · · · volgende doen. Zorg dat de radio is uitgeschakeld, druk de volumeknop in en houd deze minstens 5 seconden lang in deze stand vast. Draai aan de knop 1-20/DISC om een AUM-functie te selecteren (zie het overzicht met functies rechts). Wanneer u uw keuze gemaakt hebt, knippert de uitgangswaarde (“default”) die bij de geselecteerde functie hoort.
Cassettedeck HU-401 601 DOLBYBNR A B 3901859d 3901857d 3901873d 3901876d Cassette-opening Cassette uitwerpen A - Versneld spoelen De cassette wordt met de open kant naar rechts in de opening geschoven. Op het display verschijnt TAPE Side A. Wanneer een kant van de cassette is uitgespeeld, schakelt het deck automatisch over naar de andere kant (autoreverse). Als er al een cassette in het deck zit, laat de cassette dan spelen door aan de knop “SOURCE” te draaien.
CD-speler HU-601 A B 3901859d 3901862d 3901873d CD-speler A - Versneld spoelen Willekeurige afspeelvolgorde Steek een cd in de opening. Als u al een CD hebt ingebracht, moet u voor weergave van de CD kiezen door aan de knop SOURCE te draaien. Druk op of om een bepaald gedeelte van een nummer op te zoeken. Druk op “RND” om deze functie te activeren. De CD-speler speelt de cd in een willekeurige volgorde af. Zolang deze functie actief is staat de melding “RND” op het display.
Externe CD-wisselaar A B 3901859d 3901873d 3901875d CD-wisselaar A - Versneld spoelen Willekeurige afspeelvolgorde Draai aan de knop “SOURCE” om de CDwisselaar in te schakelen. De CD-wisselaar speelt het laatst gekozen nummer op de laatst gekozen CD af. Als het magazijn* van de CD-wisselaar leeg is, verschijnt de melding “LOAD CARTRIDGE”. Druk op of om een bepaald gedeelte van een nummer op te zoeken. Druk op “RND” (voor HU-601 en 801) om de CD in een willekeurige volgorde te laten afspelen.
Interne CD-wisselaar HU-801 A B 3901859d 3901854d 3901873d Interne CD-wisselaar Nummer cd selecteren Willekeurige afspeelvolgorde Een interne cd-wisselaar met een magazijn voor 4 CD’s maakt deel uit van het audiosysteem HU-801. Draai aan de knop SOURCE- om de CDwisselaar in te schakelen. De CD-wisselaar speelt het laatst gekozen nummer op de laatst gekozen cd af. U kunt 4 cd’s in het magazijn van de CD-wisselaar aanbrengen. Om een nieuwe CD aan te kunnen brengen moet u een lege positie selecteren.
Dolby Surround Pro Logic HU-801 3901878d 3901877d Dolby Surround Pro Logic Mode* Dolby Surround Pro Logic In combinatie met een centrale luidspreker in het midden van het dashboard zorgt Dolby Surround Pro Logic voor een zeer realistische geluidsweergave. De normale stereokanalen links en rechts worden dan opgedeeld in links, midden en rechts. Bovendien produceren de luidsprekers achterin het zogeheten “ambient surround sound”. Dit effect evenaart de nagalm in de opnameruimte.
Dolby Surround Pro Logic HU-801 3901877d 3902419d 3-kanaals stereo Volume centrale luidspreker Kies 3-CH voor 3-kanaals stereo. “3-CH” verschijnt op het display. Druk op “OFF” om terug te keren naar 2-kanaals stereo. Stel het volume van de middenluidspreker in door de knop in te drukken en naar buiten te trekken en deze vervolgens linksom of rechtsom te draaien. In de middelste stand is het volume normaal. Druk de knop na de instelling terug.
Technische gegevens - Audio HU-401 Vermogen: Impedantie: Vereiste spanning: 4 x 25 W 4 Ohm 12 V, negatieve massa Radio Frequentie: U (FM) M (AM) L (AM) 87,5 - 108 MHz 522 - 1611 kHz 153 - 279 kHz HU-601 Vermogen: Impedantie:: Vereiste spanning: Externe versterker: 4 x 25 W 4 Ohm 12 V, negatieve massa 4 x 50 W alt.
Telefoon (optie) Telefoonsysteem Beknopte bedieningsinstructies Bel-opties Geheugenfuncties Menu’s Overige informatie 160 162 163 166 167 171 159
Telefoon Telefoonsysteem Algemene voorschriften · · · · Verkeersveiligheid staat voorop! Als u als bestuurder gebruik wilt maken van de handset in de armleuning, moet u de auto eerst op een veilige plaats parkeren. Schakel het systeem uit tijdens het tanken. Schakel het systeem uit in gebieden waar met explosieven wordt gewerkt. Laat reparatie van de telefoon aan erkend servicepersoneel over. 1. Toetsenset in middenconsole 6.
Telefoon 2 8 3 1 6 5 7 4 3903012m 161
Telefoon Beknopte bedieningsinstructies 3903022m 3903019m 3902219d SIM-kaart Systeem in- en uitschakelen Actieve stand De telefoon is alleen te gebruiken in combinatie met een geldige SIM-kaart (Subscriber Identity Module). U kunt een dergelijke kaart bij uw provider verkrijgen. Om het systeem in te schakelen: draai de contactsleutel in stand I. Druk op de aangegeven knop op de bovenstaande afbeelding.
Telefoon Bel-opties 3800670d 3902219d 3902220d Display Bellen en gesprekken aannemen Een gesprek beëindigen Op het display worden de actuele functies zoals menu’s, berichten, telefoonnummers of instellingen getoond. U kunt als volgt bellen: kies het nummer en druk op op de toetsenset op het stuurwiel of op de middenconsole (of til de handset op). Om een gesprek te beëindigen drukt u op op de toetsenset van het stuurwiel of op de middenconsole of u legt de handset op.
Telefoon Bel-opties (vervolg) Verkort kiezen Telefoonnummers onder een voorkeuzetoets opslaan De nummers die zijn opgeslagen in het telefoonboek van het systeem kunt u koppelen aan een bepaalde voorkeuzetoets (0-9). U doet dat als volgt: 1. Schakel de actieve stand in. Blader met naar Geheugen bewerken (menu 3) en druk op . 3902219d 3902215d Laatst gekozen nummer Handset Het telefoonsysteem slaat automatisch de tien laatst gekozen telefoonnummers/namen op.
Telefoon Functies tijdens lopende gesprekken Tijdens een lopend gesprek kunt u de volgende functies activeren (blader met de pijltoetsen): Ruggespraak/ Ruggespraak uit Ruggespraakstand Wachten/ Wachten uit Om het lopende gesprek wel of niet te parkeren Handset/ Handsfree Om de handset of de handsfree te gebruiken Geheugen Om de opgeslagen nummers te bekijken Wanneer u een lopend gesprek beantwoordt en een tweede gesprek hebt geparkeerd, kunt u de volgende functies activeren (blader met de pijltoetse
Telefoon Geheugenfuncties Namen (of berichten) invoeren Telefoonnummers en namen kunt u in het geheugen van de telefoon zelf opslaan of in het geheugen op de SIM-kaart. Druk op de toets met het teken van uw keuze: druk eenmaal op de toets om het eerste teken van de toets in te voeren, tweemaal om het tweede teken in te voeren enz. Druk op de 1 om een spatie in te voegen.
Telefoon Menu’s Verkeersveiligheid Aan de hand van de menu’s kunt u bestaande instellingen controleren of wijzigen en nieuwe functies programmeren. De verschillende menuopties worden op het display weergegeven. Om veiligheidsredenen is het menusysteem niet toegankelijk bij snelheden hoger dan 8 km/h. U kunt de begonnen activiteiten in het menusysteem echter wel beëindigen. In het menu 5.7 kunt u de snelheidsbegrenzing activeren/deactiveren. Menusysteem Ga naar de actieve stand.
Telefoon Hoofdmenus/Submenus 1. Oproepregister 1.1 1.2 1.3 1.4 Gem. oproep Ontv. oproep Gebeld. Wis lijst 1.4.1 Alles 1.4.2 Gemist 1.4.3 Ontvangen 1.4.4 Gebeld 1.5 Duur oproep 1.5.1 Lste oproep 1.5.2 Tel oproepen 1.5.3 Totale tijd 1.5.4 Reset timer 2. Boodschappen 2.1 2.2 2.3 2.4 168 Lezen Invoeren Voice mail Instellingen 2.4.1 SMSC-nummer 2.4.2 Geldigheid 2.4.3 Soort 3. Geheugen bewerken 3.1 Toevoegen 3.2 Zoeken 3.2.1 Bewerken 3.2.2 Wissen 3.2.3 Kopiëren 3.2.4 Verplaatsen 3.3 Alles kopiëren 3.3.
Telefoon Menu 1. Oproepregister 1.1 Gem. oproep In dit menu verschijnt een lijst met de gemiste oproepen. U kunt de nummers bellen, wissen of toevoegen aan het geheugen van de telefoon of op de SIM-kaart om ze later te bewerken. 1.2 Ontv. oproep In dit menu verschijnt een lijst met de ontvangen oproepen. U kunt de nummers bellen, wissen of toevoegen aan het geheugen van de telefoon of op de SIM-kaart om het later te bewerken. 1.3 Gebeld In dit menu verschijnt een lijst met de laatst gekozen nummers.
Telefoon Menu 4. Bel-opties Menu 5. Instellingen 4.1 Nummer mee: Geef aan of uw eigen nummer wel of niet op het display van de ontvanger moet verschijnen. Neem contact op met uw provider voor een permanent geheim nummer. 5.1 Fabriek: Functie om de fabrieksinstellingen te herstellen. 4.2 Oproep wacht.: Geef aan of u wel of geen bericht wilt ontvangen tijdens een lopend gesprek dat er een tweede oproep wacht. 4.3 Aut. antw.: Geef aan of u wilt kunnen antwoorden zonder gebruik te maken van de toetsenset.
Telefoon Overige informatie Specificaties Vermogen SIM-kaart Geheugenposities SMS (Short Message Service) Data/Fax Dualband 2W klein 255* Ja Nee Ja (900/1800) * 255 geheugenposities in het geheugen van de telefoon. Het aantal geheugenposities op de SIM-kaart verschilt naargelang het abonnement. 3902239d 3903022m Radio, telefoon Dubbele SIM-kaarten IMEI-nummer Met de onderste vier toetsen van de toetsenset op het stuurwiel kunt u zowel de radio als de telefoon regelen.
172
Register A A/C ........................................................ 52 Aanhanger ............................................. 90 Aansluiting voor sigarenaansteker ...... 39 ABS ................................................. 18, 27 Accu (starten met hulpaccu) ................. 90 Accu vervangen ..................................129 Accu ...................................... 55, 121, 130 Accu-onderhoud ........................ 130, 131 Achtertrein ..........................................
Register Comfortkussen ...................................... 22 Contactslot en stuurwielslot ................. 37 Controle- en waarschuwings lampjes .................. 27, 29 Controlelampje voor aanhanger ........... 29 Cruise control ........................................ 34 D D Rijstand ....................................... 83, 85 Dakbelasting .......................................135 Dashboard - auto's met stuur links ......... 2 Dashboard - auto's met stuur rechts ........ 3 Derde remlicht ......
Register Hoofdsteunen achterbank ..................... 59 Hoogteverstelling, voorstoelen ............ 58 HU-401 ................................................142 HU-601 ................................................143 HU-801 ................................................144 Huidig brandstofverbruik ..................... 33 Hulpaccu ............................................... 90 IC-systeem (opblaasgordijn) ................ 15 Inhoud .................................................
Register O Octaangetal ................................ 139, 140 Olie verversen en oliefilter vervangen ............................................ 127 Oliedruk ................................................. 29 Oliekwaliteit ........................................ 127 Omgevingsklasse ........................ 139, 140 Omhoog brengen van de auto ............. 121 ONMIDDELLIJK STOPPEN .............. 30 Ontdooier ........................................ 50, 53 Opbergruimten ................................
Register Spijkerbanden ....................................... 98 Sproeien ..............................................118 Sproeivloeistof .................................... 129 Sproeivloeistofreservoir voorruit ....... 135 Sproeivloeistofreservoir ..................... 129 SRS (Airbag) ........................................... 9 SRS-systeem ............................................ 9 Standverwarming .................................. 56 Starten met hulpaccu ............................
Register Waarschuwing, storing in remsysteem ............................................ 27 Waarschuwingsknipperlichten ............. 38 Wanneer het donker is .......................... 71 Wasem op binnenkant ramen ............... 47 Wassen ................................................. 118 Wasstraten ........................................... 119 Werkelijke temperatuur ........................ 47 Werkelijke temperatuur, ECC ............... 47 WHIPS ...................................................
Het volgende dient regelmatig te worden gecontroleerd: Bandenspanning 1. Sproeiervloeistof: Zorg dat het reservoir altijd goed vol is. Gebruik in de winter altijd vloeistof met antivries! Zie pagina 129. 2. Stuurbekrachtiging: het peil moet zich tussen de MIN- en MAX-markering bevinden. Zie pagina 129. 3. Motorkoelvloeistof: het peil moet zich tussen de MIN- en MAX-markering op het expansiereservoir bevinden. Zie pagina 128. 7700242d Gloeilampen 2 1 3 4.