Operation Manual

02 Sloten en alarm
Vergrendelen/ontgrendelen
02
* Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
63
leerde beschrijving van het menusysteem
(zie pagina 133)).
2.
Kies
Eenmalig inschakelen.
> Op het display van het instrumentenpa-
neel verschijnt de melding
Beveil.
verlaagd Zie instructieb.
en de Safe-
lock-functie wordt uitgeschakeld bij
vergrendeling van de auto.
of
Kies
Vragen bij uitstappen.
> Iedere keer dat u de motor afzet, ver-
schijnt op het scherm van de midden-
console de melding
Druk OK MENU
om guard te beperken tot de motor
start. EXIT is annuleren
– kies dan een
van de volgende alternatieven:
Als u de Safelock-functie wilt uitschakelen
Druk op ENTER en vergrendel de auto. (Let
erop dat ook de bewegingsmelders en
niveausensoren* van het alarmsysteem
worden uitgeschakeld, zie pagina 66.)
> De volgende keer dat u de motor start,
wordt het systeem gereset waarna op
het display van het instrumentenpaneel
de melding
Beveil. volledig verschijnt.
Daarmee zijn de Safelock-functie en de
bewegingsmelders en niveausensoren
van het alarmsysteem opnieuw inge-
schakeld.
Als u geen wijzigingen in het vergrende-
lingssysteem wenst
Druk op EXIT en vergrendel de auto.
N.B.
Let erop dat de auto bij het vergrende-
len op alarm wordt gezet.
Wanneer een van de portieren van de
binnenzijde wordt geopend, gaat het
alarm af.
WAARSCHUWING
Laat niemand in de auto achter zonder eerst
de Safelock-functie te deactiveren. Zo voor-
komt u dat iemand opgesloten raakt.