P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-22T12:32:14+01:00; Page 1 VOLVO S60 Instructieboekje
P2 (S60); 5; 3 evastarck BESTE VOLVO-BEZITTER, DANK U DAT U GEKOZEN HEBT VOOR VOLVO! Wij hopen dat u jarenlang rijplezier van uw Volvo zult hebben. Bij het ontwerp hebben veiligheid en comfort van u en uw passagiers vooropgestaan. Een Volvo is een van de veiligste auto’s ter wereld. Uw Volvo is ook ontworpen om aan alle geldende veiligheidsvoorschriften en milieueisen te voldoen.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 2 Inhoud 00 01 02 2 00 Inleiding 01 Veiligheid Belangrijke informatie................................. 8 Volvo en het milieu.................................... 11 Veiligheidsgordels..................................... Airbagsysteem.......................................... Airbags (SRS)............................................ Passagiersairbag (SRS) activeren/deactiveren*........................................................
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 3 Inhoud 03 04 05 03 Klimaatregeling Algemene informatie over de klimaatregeling............................................................ Handmatige klimaatregeling met airconditioning, AC................................................ Elektronische klimaatregeling, ECC*........ Luchtverdeling.......................................... Standverwarming op brandstof*............... 76 78 80 83 84 04 Interieur 05 Sloten en alarm Voorstoelen.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 4 Inhoud 06 07 08 06 Starten en rijden Algemene informatie............................... Brandstof tanken.................................... Motor starten.......................................... Handgeschakelde versnellingsbak......... Automatische versnellingsbak................ Vierwielaandrijving, AWD* (All Wheel Drive)....................................................... Remsysteem...........................................
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 5 Inhoud 09 10 11 09 Onderhoud en service Volvo Service.......................................... Onderhoud.............................................. Motorkap en motorruimte....................... Dieselolie................................................. Oliën en vloeistoffen............................... Wisserbladen.......................................... Accu........................................................
P2 (S60); 5; 3 evastarck Inhoud 12 12 Alfabetisch register Alfabetisch register.................................
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 7 Inhoud 7
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 8 Inleiding Belangrijke informatie Instructieboekje lezen Inleiding Een goede manier om vertrouwd te raken met uw nieuwe auto is om het instructieboekje te lezen, idealiter voordat u uw eerste rit maakt. Zo maakt u kennis met nieuwe functies, krijgt u tips hoe u het beste in verschillende situaties met de auto kunt omgaan en leert u hoe u optimaal gebruik kunt maken van alle mogelijkheden die uw auto biedt.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 9 Inleiding Belangrijke informatie Informatie G031593 Gevaar voor materiële schade. G031592 Gevaar voor lichamelijk letsel G031590 Zwarte ISO-symbolen in een oranje waarschuwingsveld, witte tekst/afbeelding in een zwart tekstveld. Gevaarlijke situatie die, als de situatie niet vermeden wordt, zal resulteren in ernstig letsel met mogelijk dodelijke afloop.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 10 Inleiding Belangrijke informatie Wanneer er een reeks afbeeldingen bij een stapsgewijze instructie bestaat, zijn de verschillende stappen van de instructie op dezelfde manier genummerd als de bijbehorende afbeeldingen. • • Zie ommezijde `` Dit symbool staat rechts onderaan wanneer kan echter op last van de nationale wetgeving gedwongen worden om bepaalde informatie te verstrekken.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 11 Inleiding Volvo en het milieu G000000 Milieubeleid van Volvo Car Corporation Zorg voor het milieu is een van de kernwaarden van Volvo Car Corporation die van invloed zijn op alle activiteiten. We zijn ervan overtuigd dat onze klanten onze zorg voor het milieu delen. Uw Volvo voldoet aan strenge internationale milieueisen en is bovendien geproduceerd in een fabriek die zeer schoon is en efficiënt met hulpbronnen omgaat.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 12 Inleiding Volvo en het milieu Schone lucht in passagiersruimte Het interieurfilter zorgt dat stofdeeltjes en pollen niet via de luchtinlaatopening in de passagiersruimte kunnen dringen. Een geavanceerd luchtreinigingssysteem, IAQS* (Interior Air Quality System), zorgt ervoor dat de lucht die de passagiersruimte binnenkomt schoner is dan de lucht buiten in het verkeer. Het systeem bestaat uit een elektronische sensor en een koolstoffilter.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 13 Inleiding Volvo en het milieu milieuvriendelijke manier. Neem contact op met een erkende Volvo-werkplaats, als u niet zeker weet hoe u dergelijk afval moet verwerken. • • Onderhoud uw auto regelmatig. Bij hoge snelheden neemt het verbruik aanzienlijk toe vanwege de grotere luchtweerstand. Bij een verdubbeling van de snelheid neemt de luchtweerstand met een factor vier toe.
2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 14 Veiligheidsgordels................................................................................... Airbagsysteem........................................................................................ Airbags (SRS).......................................................................................... Passagiersairbag (SRS) activeren/deactiveren*...................................... SIPS-airbags (zij-airbags)..........................................................
P2 (S60); 5; 3 evastarck VEILIGHEID 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 15 01
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 16 01 Veiligheid Veiligheidsgordels 01 Draag altijd een veiligheidsgordel ting te steken. Een duidelijke “klik” geeft aan dat de veiligheidsgordel vastzit. Veiligheidsgordel losmaken ± Druk op de rode knop van de sluiting en laat het oprolmechanisme de veiligheidsgordel naar binnen trekken. Als de veiligheidsgordel niet volledig wordt opgerold, moet u de gordel handmatig zo ver terugrollen dat deze niet langer slap hangt.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 17 01 Veiligheid Veiligheidsgordels Veiligheidsgordel en zwangerschap Naarmate de zwangerschap vordert moeten zwangere bestuurders de stoel en het stuur dusdanig verstellen dat ze de auto volledig onder controle hebben (wat inhoudt dat ze met gemak bij het stuur en de pedalen moeten kunnen komen). Streef ernaar de afstand tussen de buik en het stuur zo groot mogelijk te maken.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 18 01 Veiligheid Airbagsysteem 01 Gordelspanners Alle veiligheidsgordels (met uitzondering van de gordel midden achter) hebben gordelspanners. Dit is een mechanisme dat bij een voldoende krachtige aanrijding de veiligheidsgordel rond het lichaam spant. De veiligheidsgordel kan de passagier daarmee beter in de stoel gedrukt houden. Waarschuwingslampje op instrumentenpaneel branden, wanneer u de contactsleutel naar stand I, II of III draait.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 19 01 Veiligheid Airbags (SRS) Airbag (SRS) aan de bestuurderszijde WAARSCHUWING De veiligheidsgordel en de airbag werken samen. Als de veiligheidsgordel niet of onjuist wordt gebruikt, kan de bescherming die de airbag bij een aanrijding biedt afnemen waardoor u als klant ernstig letsel kunt oplopen. Airbag (SRS) aan de passagierszijde 01 boven het dashboardkastje. Het paneel is voorzien van het opschrift SRS AIRBAG.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 20 01 Veiligheid 01 Airbags (SRS) SRS-systeem WAARSCHUWING N.B. Reparaties mogen alleen door een erkende Volvo-werkplaats worden uitgevoerd. G020111 Ingrepen in het SRS-systeem kunnen storingen in de werking veroorzaken en leiden tot ernstige letsels. N.B. De airbags werken dusdanig dat de capaciteit ervan wordt afgestemd op de botskracht waaraan de auto blootstaat.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 21 01 Veiligheid Positie van de airbag aan de passagierszijde in een auto met het stuur links of rechts 01 G032243 G027331 Airbags (SRS) Positie van sticker voor airbag aan passagierzijde, auto met stuur links WAARSCHUWING Plaats geen voorwerpen voor of boven op het dashboard in het gebied waar de passagiersairbag is aangebracht.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 22 01 Veiligheid Passagiersairbag (SRS) activeren/deactiveren* PACOS deactiveren met sleutel Algemene informatie De airbag (SRS) aan de passagierszijde voorin kan gedeactiveerd worden met een schakelaar als de auto is uitgerust met PACOS (Passenger Airbag Cut Off Switch). Zie de tekst onder het kopje Activeren/deactiveren voor informatie over de wijze van activeren/deactiveren.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 23 01 Veiligheid Passagiersairbag (SRS) activeren/deactiveren* WAARSCHUWING 01 Melding Geactiveerde airbag (passagiersstoel): Vervoer kinderen nooit in een kinderzitje of op een comfortkussen op de passagiersstoel als de airbag geactiveerd is. Laat evenmin personen die kleiner zijn dan 1,40 m op deze stoel plaatsnemen.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 24 01 Veiligheid SIPS-airbags (zij-airbags) SIPS-airbags (zijairbags) WAARSCHUWING De SIPS-airbags vormen een aanvulling op de veiligheidsgordel. Draag altijd de veiligheidsgordel. WAARSCHUWING Reparaties mogen alleen door een erkende Volvo-werkplaats worden uitgevoerd. G020118 Ingrepen in de SIPS-airbags kunnen storingen in de werking veroorzaken en leiden tot ernstig letsel.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 25 01 Veiligheid Passagiersplaats, auto met het stuur links De SIPS-airbags worden vervolgens opgeblazen tussen de inzittende en het portierpaneel. Daarmee vangen de SIPS-airbags de klap van de aanrijding op voor de inzittende, waarna de airbags weer leeglopen. De SIPS-airbag wordt normaal gesproken alleen opgeblazen aan de kant van de aanrijding.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 26 01 Veiligheid 01 Opblaasgordijn (IC-systeem) Eigenschappen WAARSCHUWING Hang of bevestig nooit iets aan de handgrepen aan het plafond. De haak is alleen bedoeld voor niet al te zware kledingstukken (en niet voor harde voorwerpen zoals paraplu’s). G027218 Schroef of bevestig geen onderdelen op de plafondbekleding, de portierstijlen of de zijpanelen van de auto. Ze kunnen daarbij hun beschermende werking verliezen.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 27 01 Veiligheid WHIPS-systeem 01 G020347 Bescherming tegen whiplash-letsel, WHIPS Het WHIPS-systeem (Whiplash Protection System) bestaat uit energieabsorberende rugleuningen en speciaal voor het systeem ontwikkelde hoofdsteunen voor de beide voorstoelen.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 28 01 Veiligheid 01 WHIPS-systeem Zorg dat u de werking van het WHIPSsysteem niet nadelig beïnvloedt WAARSCHUWING Als de stoel heeft blootgestaan aan grote krachten zoals bij een aanrijding van achteren, moet u het WHIPS-systeem laten controleren bij een erkende Volvo-werkplaats. G020125 G020126 Het WHIPS-systeem kan een deel van zijn beschermende eigenschappen hebben verloren, zelfs als de stoel ogenschijnlijk intact is.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 29 01 Veiligheid Activering van de veiligheidssystemen Systeem Activering Gordelspanners Bij een frontale botsing. Airbags (SRS) Bij een frontale botsing. A SIPS-airbags Bij een aanrijding in de zijA Opblaasgordijn (IC-systeem) Bij een aanrijding in de zijA WHIPS-systeem Bij een aanrijding van achteren. A 01 Het is mogelijk dat de airbags niet worden opgeblazen, ondanks dat de carrosserie van de auto danig vervormd raakt.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 30 01 Veiligheid Kinderen en veiligheid 01 Kinderen moeten comfortabel en veilig kunnen zitten Het gewicht en de lengte van het kind zijn bepalend voor de plaats van het kind in de auto en de vereiste uitrusting. Voor meer informatie (zie pagina 31). N.B. N.B. N.B.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 31 01 Veiligheid Kinderen en veiligheid Als de airbag wordt geactiveerd, kan een kind aan de passagierszijde ernstig letsel oplopen.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 32 01 Veiligheid Kinderen en veiligheid 01 Gewicht (leeftijd) Voorstoel A Buitenste zitplaats achterbank Middelste zitplaats achterbank Groep 1 Volvo kinderzitje – achterstevoren gemonteerd kinderzitje bevestigd met veiligheidsgordel en bevestigingsband. Volvo kinderzitje – achterstevoren gemonteerd kinderzitje bevestigd met veiligheidsgordel, bevestigingsband en steun.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 33 01 Veiligheid Kinderen en veiligheid Geïntegreerde kinderzitjes* • Geïntegreerd kinderzitje uitklappen 01 Stel de stand van de hoofdsteun zorgvuldig af op de lengte van het kind. WAARSCHUWING G027211 G027209 Reparatie of vervanging dient alleen te worden uitgevoerd door een erkende Volvowerkplaats. Verricht zelf geen wijzigingen in of aanpassingen aan het geïntegreerde kinderzitje.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 34 01 Veiligheid Kinderen en veiligheid ISOFIX-bevestigingssysteem voor kinderzitjes* G027210 Geïntegreerd kinderzitje opklappen G015268 01 Klap het bovenste gedeelte omlaag. Bevestig het stuk klittenband. Klap het geïntegreerde kinderzitje in het ruggedeelte van de achterbank op. N.B. Zorg dat de beide delen van het geïntegreerde kinderzitje met de klittenband (B) zijn vastgezet, voordat u het zitje opklapt.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 35 01 Veiligheid 01 35
2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 36 Overzicht auto’s met het stuur links....................................................... Overzicht auto’s met het stuur rechts..................................................... Instrumentenpaneel................................................................................ Controle- en waarschuwingslampjes...................................................... Informatiedisplay.....................................................................................
P2 (S60); 5; 3 evastarck INSTRUMENTEN, SCHAKELAARS EN BEDIENING 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 37 02
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 38 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Overzicht auto’s met het stuur links 02 COMFORT SPORT ADVANCED DOLBY B NR G027220 HU-403 38
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 39 02 Instrumenten, schakelaars en bediening G029581 Overzicht auto’s met het stuur links Handrem Koplamphoogteregeling Schakelaarpaneel Verlichtingspaneel Klimaatregeling Leeslampjes Audiosysteem Interieurverlichting Elektrische aansluiting, aansteker Knop, elektrisch bedienbaar schuifdak Alarmlichten Gordelwaarschuwing Dashboardkastje Achteruitkijkspiegel Blaasmond Vergrendelingsknop, simultaanvergrendeling alle portieren Display
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 40 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Overzicht auto’s met het stuur rechts G027221 02 40
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 41 02 Instrumenten, schakelaars en bediening G029581 Overzicht auto’s met het stuur rechts Bedieningspaneel op bestuurdersportier.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 42 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Instrumentenpaneel G026973 02 Temperatuurmeter – Geeft de temperatuur in het koelsysteem van de motor aan. Op het display verschijnt een melding, als de temperatuur abnormaal hoog is en de naald tot in het rode gebied uitslaat. Let erop dat bijvoorbeeld verstralers voor de luchtinlaat bij een hoge buitentemperatuur en een zware belasting van de motor het koelvermogen verminderen.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 43 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Instrumentenpaneel gladheid. Wanneer de auto stilstaat of geparkeerd gestaan heeft, kan de buitentemperatuurmeter een te hoge waarde aangeven. 02 Klok – Draai aan de knop om de klok gelijk te zetten. Wanneer het lampje op het hoofdinstrument gaat branden is het brandstofpeil te laag. Tank dan zo spoedig mogelijk. Zie ook de boordcomputer (pagina 56).
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 44 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Controle- en waarschuwingslampjes 02 Alle controle- en waarschuwingslampjes 1 gaan branden, wanneer u de contactsleutel voor het starten naar stand II draait. De werking van de lampjes wordt dan gecontroleerd. Alle lampjes moeten weer uitgaan als de motor is aangeslagen, behalve het lampje voor de handrem. Dit gaat pas uit, als de auto van de handrem wordt gehaald.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 45 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Controle- en waarschuwingslampjes 3. Als het waarschuwingslampje echter blijft branden, moet u de auto naar een erkende Volvo-werkplaats rijden om het ABS-systeem te laten controleren. Storing in remsysteem Als het lampje oplicht, is het remvloeistofpeil mogelijk te laag. 1. Breng de auto op een veilige plaats tot stilstand en controleer het peil in het remvloeistofreservoir (zie pagina 199). 2.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 46 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Controle- en waarschuwingslampjes Storing in SRS-systeem 02 Als het lampje tijdens het rijden oplicht of blijft branden, is er een storing in het SRS-systeem (de airbags) geregistreerd. Rijd de auto zo spoedig mogelijk naar een erkende Volvo-werkplaats om het systeem te laten controleren. Waarschuwing, portieren niet gesloten N.B.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 47 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Informatiedisplay Displaytekst Meldingen die in het geheugen liggen opgeslagen kunt u op een later tijdstip nogmaals doorlezen. Druk op de knop READ (A), als u de opgeslagen meldingen wilt bekijken. U kunt de opgeslagen meldingen doorbladeren door op de knop READ (A) te drukken. Melding Betekenis SERV. SPOED Laat de auto onmiddellijk nakijken door een erkende Volvowerkplaats.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 48 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Informatiedisplay 02 48 Melding Betekenis ROETFILTER VOL ZIE HANDLEIDING Het roetfilter van dieselmodellen is aan regeneratie toe (zie pagina 121). STC/DSTC SPIN CONTROL UIT Er gelden beperkingen voor het stabiliteits- en tractieregelsysteem (zie pagina 132 voor meer varianten).
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 49 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Schakelaars op middenconsole Knop G027194 02 BLIS (Blind Spot Information System)* N.B. De onderlinge positie van de knoppen kan variëren. Druk op de knop om het systeem te deactiveren of opnieuw te activeren. Voor meer informatie (zie pagina 157). Actief chassis, FOUR-C* Druk op de knop om een van de chassistanden Comfort of Sport te kiezen (zie pagina 134).
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 50 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Schakelaars op middenconsole WAARSCHUWING 02 Let erop dat de rijeigenschappen van de auto veranderen, als u het DSTC-systeem uitschakelt. Elektrische aansluiting/Aansteker* U kunt de elektrische aansluiting voor verschillende accessoires gebruiken die op een spanning van 12 V werken, zoals een mobiele telefoon of koelbox.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 51 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Schakelaars op middenconsole Met deze knop kunt u de Safelock-functie desgewenst uitschakelen (Safelock houdt in dat portieren na vergrendeling niet meer van de binnenzijde te openen zijn). Met deze knop kunt u ook de bewegingsmelder en de niveausensoren van het alarmsysteem* buiten werking stellen – wanneer u bijvoorbeeld met de auto een veerverbinding neemt.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 52 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Schakelaars op middenconsole 02 Elektrisch verwarmde buitenspiegels en achterruit Gebruik de elektrische verwarming om de achterruit en de buitenspiegels snel te ontwasemen en te ontdooien. Wanneer u op de knop drukt, wordt de verwarming van de achterruit en de buitenspiegels geactiveerd. Het lampje in de knop gaat daarbij branden. De verwarming wordt na ca. 12 minuten automatisch uitgeschakeld.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 53 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Verlichtingspaneel Koplampen Stand Betekenis Automatisch/uitgeschakeld dimlicht. Alleen grootlichtsignalen. Stadslichten/parkeerlichten vóór en achterlichten G027100 Automatisch dimlicht. In deze stand werken het groot licht en de grootlichtsignalen.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 54 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Verlichtingspaneel 02 Auto’s met actieve Bi-Xenonkoplampen of BiXenonkoplampen* zijn uitgerust met automatische koplamphoogteverstelling, zodat het duimwiel (3) ontbreekt. Het mistachterlicht is alleen in te schakelen wanneer de koplampen branden wel of niet gecombineerd met de mistlampen vóór.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 55 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Linker stuurhendel Standen stuurhendel Richtingaanwijzers Wisselen tussen groot licht en dimlicht Onafgebroken serie knippersignalen De contactsleutel moet in stand II staan om het groot licht te kunnen inschakelen. ± Haal de stuurhendel omhoog of omlaag naar de eindstand (2).
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 56 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Boordcomputer* Algemene informatie N.B. Als er een waarschuwingsmelding verschijnt terwijl de boordcomputer in gebruik is, moet u de melding bevestigen. Doe dat door op de knop READ te drukken waarna u naar de boordcomputerfunctie terugkeert. 02 Snelheid in miles per hour* Bij een snelheidsmeter met een kilometerschaal wordt de actuele snelheid weergegeven in km/h.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 57 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Boordcomputer* N.B. Er kunnen onjuiste waarden verschijnen, als u een standverwarming* op brandstof hebt gebruikt. 02 Kilometer tot lege tank De actieradius wordt berekend aan de hand van het gemiddelde brandstofverbruik over de laatste 30 km en de resterende hoeveelheid brandstof. Het display geeft de afstand aan die bij benadering kan worden afgelegd met de resterende hoeveelheid brandstof in de tank.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 58 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Rechter stuurhendel Ruitenwissers Intervalstand U kunt het interval tussen de wisslagen zelf instellen. Draai het duimwiel omhoog voor een korter wisinterval. Draai het omlaag om het interval te verlengen. 02 Ononderbroken wissen De wissers bewegen op normale snelheid. G026953 De wissers bewegen op hoge snelheid.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 59 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Rechter stuurhendel De regensensor wordt automatisch uitgeschakeld, wanneer u de sleutel uit het contactslot neemt of 5 minuten nadat u het contact hebt uitgezet. sinds de laatste sproeibeurt van de voorruit, worden ook de koplampen weer gesproeid bij het activeren van de ruitensproeiers. Wanneer u de hendel kort naar het stuurwiel haalt, wordt alleen de voorruit gesproeid.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 60 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Cruisecontrol* Inschakelen Snelheid verhogen of verlagen N.B. Een tijdelijke verhoging van de snelheid (korter dan een minuut) met het gaspedaal, zoals bij het inhalen, is niet van invloed op de instelling van de cruisecontrol. Als u het gaspedaal loslaat, neemt de auto automatisch de ingestelde snelheid weer aan.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 61 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Cruisecontrol* Snelheid hervatten Druk op de knop om de eerder ingestelde snelheid te hervatten. Op het instrumentenpaneel verschijnt CRUISE ON. 02 Uitschakelen Druk op CRUISE om de cruisecontrol uit te schakelen. CRUISE ON verdwijnt van het instrumentenpaneel. * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 62 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Stuurwielafstelling, handrem Stuurwielafstelling Handrem aanzetten WAARSCHUWING Stel het stuurwiel af voordat u gaat rijden en nooit tijdens het rijden. Controleer of het stuurwiel in de gekozen stand geblokkeerd staat. 02 Handrem (parkeerrem) 1. Trap het rempedaal stevig in. 2. Trek de handremhendel stevig tot in de eindstand omhoog. 3.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 63 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Elektrische aansluiting, aansteker Elektrische aansluiting achterin Aansteker* ± Druk op de aansteker om deze te activeren. 02 G027173 Wanneer de aansteker heet genoeg is, veert de knop automatisch uit. Haal de aansteker uit de opening en gebruik het roodgloeiende deel om bijvoorbeeld een sigaret mee aan te steken.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 64 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Elektrisch bedienbare ruiten Bediening 02 Bestuurdersportier Automatische bediening ± Met de schakelaars op de portieren kunt u de ruiten elektrisch bedienen. De ruiten zijn te bedienen wanneer de contactsleutel in stand I of II staat.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 65 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Elektrisch bedienbare ruiten U kunt de elektrische bediening van de ruiten in de achterportieren blokkeren met de knop op het bedieningspaneel op het bestuurdersportier. Het lampje in de knop brandt De ruiten in de achterportieren zijn alleen vanaf het bestuurdersportier te bedienen.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 66 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Achteruitkijkspiegel en buitenspiegels Het kompas wordt automatisch geactiveerd, wanneer u het contactslot in stand II zet of wanneer de motor loopt, tenzij u het kompas hebt uitgeschakeld. N.B. Het hendeltje is niet aanwezig op spiegels met autodimfunctie. 02 U kunt het kompas uitschakelen of opnieuw inschakelen door op het verzonken knopje aan de achterzijde van de achteruitkijkspiegel te drukken.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 67 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Achteruitkijkspiegel en buitenspiegels 1. Contactslotstand II. 2. Houd het knopje aan de achterzijde van de achteruitkijkspiegel ca. 3 seconden lang ingedrukt (met een rechtgebogen paperclip bijvoorbeeld), totdat de tekst ZONE verschijnt. Het cijfer van de huidige magnetische zone verschijnt. 3. Druk meerdere malen op het knopje totdat het nummer van het gewenste geografische gebied (1–15) verschijnt.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 68 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Achteruitkijkspiegel en buitenspiegels G026677 02 Magnetische zones voor kompas.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 69 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Achteruitkijkspiegel en buitenspiegels Kalibreren Buitenspiegels WAARSCHUWING Het kompas moet soms voor de nauwkeurigheid worden gekalibreerd. Schakel voor de beste resultaten alle grote stroomverbruikers uit zoals de interieurverlichting, de interieurventilator, de elektrische achterruitverwarming e.d. en zorg dat er geen metalen of magnetische voorwerpen in de buurt van de spiegel zijn.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 70 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Achteruitkijkspiegel en buitenspiegels Gelaagde zijruiten* 02 De ruiten van gelaagd glas in de voor- en achterportieren zorgen voor een verbeterde geluidsisolatie van de passagiersruimte en leveren een verhoogde bescherming tegen inbraak op. Water- en vuilafstotende laag* De voorste zijruiten en/of de buitenspiegels zijn voorzien van een speciale laag die bij regen voor een beter zicht zorgen.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 71 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Elektrisch bedienbaar schuifdak* Openingsstanden Openen, ventilatiestand WAARSCHUWING Sluiten, ventilatiestand Als er kinderen in de auto zitten: Verbreek bij het verlaten van de auto de stroomtoevoer naar het schuifdak door de contactsleutel uit te nemen. 02 Ventilatiestand Openen: ± Duw de achterkant van de knop (5) omhoog.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 72 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Elektrisch bedienbaar schuifdak* Handmatige bediening 02 Zonnescherm WAARSCHUWING Openen: ± De beveiliging tegen overbelasting van het schuifdak werkt alleen bij automatisch sluiten, niet bij handmatig sluiten. Trek de knop achteruit naar het weerstandspunt (3). Het schuifdak schuift steeds verder open zolang u de knop in deze stand vasthoudt.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 73 02 Instrumenten, schakelaars en bediening 02 73
2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 74 Algemene informatie over de klimaatregeling......................................... Handmatige klimaatregeling met airconditioning, AC............................. Elektronische klimaatregeling, ECC*....................................................... Luchtverdeling......................................................................................... Standverwarming op brandstof*.............................................................
P2 (S60); 5; 3 evastarck KLIMAATREGELING 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 75 03
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 76 03 Klimaatregeling Algemene informatie over de klimaatregeling 03 Airconditioning Sneeuw en ijs De klimaatregeling zorgt ervoor dat de lucht in het interieur gekoeld, verwarmd of van vocht ontdaan wordt. De auto is voorzien van een handmatige klimaatregeling met airconditioning (AC) of een automatische klimaatregeling (ECC). Veeg sneeuw en ijs van de luchtinlaat voor de klimaatregeling (de opening tussen de motorkap en de voorruit). N.B.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 77 03 Klimaatregeling Algemene informatie over de klimaatregeling van vocht moet worden ontdaan. Zo wordt meer brandstof bespaard dan bij gebruik van conventionele systemen, waarbij de airconditioning de lucht voortdurend afkoelt tot net boven het vriespunt. Blaasmonden in dashboard Blaasmonden in portierstijlen 03 G027330 De binnenkomende lucht wordt verdeeld over meerdere blaasmonden die op verschillende punten in de auto zijn aangebracht.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 78 03 Klimaatregeling Handmatige klimaatregeling met airconditioning, AC Bedieningspaneel Gebruik de airconditioning ook bij lage temperaturen (0–15 °C) om de inkomende lucht van vocht te ontdoen. 1. Eenmaal indrukken: Hoge verwarmingsstand – beide lampje in de knop(pen) gaan branden. AC, Aan/Uit (ON/OFF) 2. Nogmaals indrukken: Lage verwarmingsstand – een van de lampjes in de knop(pen) gaat branden. ON: De airconditioning staat aan.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 79 03 Klimaatregeling Handmatige klimaatregeling met airconditioning, AC 5 seconden branden ter bevestiging van uw keuze. Recirculatie U kunt de recirculatie inschakelen als u vieze lucht, uitlaatgassen en dergelijke buiten wilt houden. De lucht in de passagiersruimte wordt dan gerecirculeerd. Er komt met andere woorden geen lucht van buiten de auto in, wanneer deze functie actief is.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 80 03 Klimaatregeling Elektronische klimaatregeling, ECC* Bedieningspaneel Stoelverwarming – linkerzijde Temperatuur – rechterzijde Temperatuur – linkerzijde Ventilator 03 AUTO AUTO Temperatuur G028576 Recirculatie Bij activering van de functie AUTO wordt de klimaatregeling automatisch dusdanig ingesteld dat de gekozen temperatuur wordt bereikt.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 81 03 Klimaatregeling Elektronische klimaatregeling, ECC* Ontdooien voorruit en zijruiten ingeschakeld (uit te schakelen met de knop AC). Luchtverdeling U gebruikt de ontwaseming om de voorruit en de zijruiten snel te ontwasemen en te ontdooien. Er stroom dan op hoge snelheid lucht naar de ruiten. Het lampje in de ontwasemingsknop brandt, wanneer de functie is ingeschakeld.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 82 03 Klimaatregeling Elektronische klimaatregeling, ECC* Recirculatie MAN 03 AUT U kunt de recirculatie inschakelen als u vieze lucht, uitlaatgassen en dergelijke buiten wilt houden. De lucht in de passagiersruimte wordt dan gerecirculeerd. Er komt met andere woorden geen lucht van buiten de auto in, wanneer deze functie actief is.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 83 03 Klimaatregeling Luchtverdeling Luchtverdeling Toepassing: Luchtverdeling Toepassing: Lucht via de blaasmonden voor- en achterin. Voor een goede koeling bij warm weer. Lucht naar de vloer. Er komt een bepaalde hoeveelheid lucht uit de blaasmonden en uit de ontwasemingsopeningen voor de voorruit en de zijruiten. Voor verwarming van de voeten. Lucht naar de vloer en de blaasmonden. Bij zonnig weer en matige buitentemperaturen.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 84 03 Klimaatregeling Standverwarming op brandstof* G027095 03 Knop READ Duimwiel Knop RESET Displaytekst De elektronica van de auto rekent aan de hand van de buitentemperatuur zelf uit, wanneer de standverwarming moet worden ingeschakeld om de ingestelde uitschakeltijd te kunnen halen. Bij een buitentemperatuur hoger dan 25 °C wordt de verwarming niet geactiveerd.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 85 03 Klimaatregeling Standverwarming op brandstof* Op een helling parkeren Wanneer u de auto op een steile helling parkeert, moet u ervoor zorgen dat de voorkant naar de top van de helling wijst. De standverwarming krijgt dan voldoende brandstof. 6. Druk kort op de knop RESET om uw instelling te bevestigen. interieur gaat van start, zodra de koelvloeistof in de motor op temperatuur is gekomen. 7. Druk op de knop RESET om de timer te activeren.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 03 Klimaatregeling Standverwarming op brandstof* Extra verwarming (diesel)* Bij koud weer kan extra verwarming nodig zijn om de passagiersruimte voldoende te verwarmen. 03 86 De extra verwarming wordt automatisch ingeschakeld wanneer er extra warmte nodig is terwijl de motor loopt. De verwarming wordt automatisch uitgeschakeld, wanneer het warm genoeg is of wanneer de motor wordt afgezet. * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 87 03 Klimaatregeling 03 87
2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 88 Voorstoelen............................................................................................. 90 Interieurverlichting................................................................................... 93 Opbergmogelijkheden in passagiersruimte............................................ 95 Achterbank.............................................................................................. 99 Kofferbak.........................................................
P2 (S60); 5; 3 evastarck INTERIEUR 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 89 04
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 90 04 Interieur Voorstoelen Lendensteun wijzigen 1, aan de knop draaien. Zithouding Rugleuning voorstoelen omklappen* Hellingshoek rugleuning wijzigen – aan de knop draaien. Bedieningspaneel voor elektrisch bedienbare stoel. WAARSCHUWING Stel de stand van de bestuurdersstoel in voordat u gaat rijden en nooit tijdens het rijden. De bestuurders- en passagiersstoel kunnen worden ingesteld voor een optimale zit- en rijhouding.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 91 04 Interieur Voorstoelen Vloermatten* Volvo biedt vloermatten die speciaal voor de auto vervaardigd zijn geen sleutel in het contactslot. Het is altijd mogelijk de stoel te verstellen, wanneer het contact is ingeschakeld.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 04 Interieur Voorstoelen dersleutel vergrendelt. Een volgende keer dat de auto met dezelfde transpondersleutel wordt ontgrendeld en het bestuurdersportier wordt geopend, nemen de bestuurdersstoel en de buitenspiegels de vastgelegde standen in. N.B. Het sleutelgeheugen werkt onafhankelijk van de geheugenfunctie van de stoel. 04 Noodstop Als de stoel per ongeluk in beweging komt, kunt u op een van de knoppen drukken om de stoel tot stilstand te brengen.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 93 04 Interieur Interieurverlichting Leeslampjes voorin en interieurverlichting II en ook wanneer de motor loopt. De verlichting kan ook worden ingeschakeld binnen 10 minuten nadat: • de motor afgezet is en het contact in stand 0 is gezet; • de auto ontgrendeld is zonder dat de motor is gestart. Plafondverlichting achterin De verlichting dooft daarna automatisch.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 94 04 Interieur Interieurverlichting Verlichting dashboardkastje De verlichting in het dashboardkastje wordt inen uitgeschakeld bij het openen en sluiten van de klep van het kastje. Make-upspiegel* ken van de knop schakelt u de automatische verlichting weer in.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 95 04 Interieur Opbergmogelijkheden in passagiersruimte Opbergmogelijkheden G027219 04 `` 95
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 96 04 Interieur Opbergmogelijkheden in passagiersruimte Zonnebrilvak, bestuurderszijde* Opbergvak in middenconsole Bekerhouder in achterste opbergvak voor achterbank Opbergvak Parkeerkaarthouder Bekerhouders* Dashboardkastje Opbergvak in middenconsole Vak in portierpaneel Opbergvak WAARSCHUWING U kunt het opbergvak achter in de middenconsole gebruiken om bijvoorbeeld cd’s e.d. in te bewaren.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 97 04 Interieur Opbergmogelijkheden in passagiersruimte De bekerhouder is eenvoudig te verwijderen: Duw de bekerhouder naar voren, terwijl u ± Duw de bekerhouder na gebruik weer in het dashboard. N.B. deze aan de achterkant optilt. Duw de bekerhouder achteruit, in de uitsparing, onder het schuifklepje. Kantel de voorkant van de bekerhouder omhoog en verwijder de houder. Breng de bekerhouder in omgekeerde volgorde weer aan.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 98 04 Interieur Opbergmogelijkheden in passagiersruimte Kledinghaak Flessenhouder achterin* Bekerhouder in armsteun, achterbank* De kledinghaak is alleen bestemd voor niet al te zware kledingsstukken. Doe het volgende om de flessenhouder te gebruiken: 1. Klap de houder uit. 2. Zet de fles erin. De flessenhouder is tevens te gebruiken als prullenbak. Breng van onderaf een afvalzak in de houder aan en vouw de randen van de zak om. N.B.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 99 04 Interieur Achterbank Ruggedeelte achterbank omklappen Hoofdsteunen achterbank 8503282m Hoogte van hoofdsteun instellen De middelste hoofdsteun van de achterbank kunt u in de hoogte afstellen op de lengte van de passagier. Trek de hoofdsteun zo ver omhoog als nodig is. Als u de hoofdsteun lager wilt zetten, moet u tegelijkertijd de pal achter de ene poot indrukken (zie afbeelding).
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 100 04 Interieur Kofferbak Doorsteekluik Bij verwijderen Houder voor boodschappentassen* 1. Verdraai het deksel 30°. 2. Trek het recht omhoog. Bij aanbrengen 1. Plaats het deksel in de groeven achter de bekleding terug. 2. Sluit het deksel. WAARSCHUWING Maak gebruik van de veiligheidsgordel om de lading vast te zetten.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 101 04 Interieur Kofferbak Het laadvermogen van de auto moet tevens worden verminderd met het gewicht van het aantal inzittenden. WAARSCHUWING Afhankelijk van de belading van de auto en het zwaartepunt van de lading treden er wijzigingen in de rijeigenschappen op.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 102 Sleutels en afstandsbediening.............................................................. Vergrendelen en ontgrendelen.............................................................. Kinderslot.............................................................................................. Alarm*....................................................................................................
P2 (S60); 5; 3 evastarck SLOTEN EN ALARM 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 103 05
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 104 05 Sloten en alarm Sleutels en afstandsbediening systeem worden gewist. Tegelijkertijd moeten de codesignalen van de resterende sleutels opnieuw in het systeem worden geprogrammeerd. De unieke code van de sleutels is bekend bij de erkende Volvo-werkplaatsen, waar ook nieuwe sleutels kunnen worden besteld. G030179 Er kunnen maximaal zes afstandsbedieningen/ sleutels voor één en dezelfde auto worden geprogrammeerd en gebruikt. 05 Hoofdsleutel.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 105 05 Sloten en alarm Sleutels en afstandsbediening Paniekfunctie Gebruik de paniekfunctie om in noodgevallen de aandacht van anderen te trekken. Als u de rode knop ten minste 3 seconden lang ingedrukt houdt of tweemaal achtereen binnen drie seconden indrukt, worden de richtingaanwijzers, de interieurverlichting en de claxon geactiveerd. U schakelt de paniekfunctie weer uit met een druk op een willekeurige knop van de afstandsbediening.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 05 Sloten en alarm Sleutels en afstandsbediening 3. Plaats de afdekking terug. Zorg dat het afdichtrubber goed zit en intact is, zodat er geen vocht kan binnendringen. Geef de lege batterij af bij de Volvo-dealer, zodat de batterij op milieuvriendelijke wijze wordt verwerkt.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 107 05 Sloten en alarm Vergrendelen en ontgrendelen Auto van de buitenzijde vergrendelen/ ontgrendelen delen1. Wanneer u het geopende portier of het kofferdeksel vervolgens sluit bestaat het gevaar dat u zich buitensluit met de sleutels nog in de auto. Automatische vergrendeling Met de hoofdsleutel of de afstandsbediening kunt u alle zijportieren en de bagageklep tegelijkertijd vergrendelen of ontgrendelen.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 108 05 Sloten en alarm Vergrendelen en ontgrendelen Activeren/deactiveren 1. De contactsleutel moet in stand I of II staan. Auto van de binnenzijde vergrendelen/ ontgrendelen Met afstandsbediening 2. Druk op de knop READ op de linker stuurhendel om eventuele meldingen op het display te bevestigen. Ga als volgt te werk om alleen het kofferdeksel te ontgrendelen: ± 3.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 109 05 Sloten en alarm Vergrendelen en ontgrendelen Privacy locking kofferdeksel* Met hoofdsleutel Privacy Locking deactiveren ± Draai de hoofdsleutel naar stand II en druk nogmaals op de knop. Dashboardkastje vergrendelen U kunt het dashboardkastje alleen vergrendelen/ontgrendelen met de hoofdsleutel en dus niet met de servicesleutel.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 110 05 Sloten en alarm Vergrendelen en ontgrendelen een melding op het display zolang de sleutel in het contactslot steekt. Tijdelijk deactiveren De volgende keer dat u de motor start, wordt het systeem gereset, waarna de bewegingsmelders en niveausensoren van het alarmsysteem alsmede de Safelock-functie opnieuw zijn ingeschakeld. N.B.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 111 05 Sloten en alarm Kinderslot Handbediend kinderslot, achterportieren De bedieningscilinders van het kinderslot zitten achter op de korte kant van de achterportieren, zodat ze alleen bereikbaar zijn wanneer de portieren openstaan. G021515 Gebruik een plat metalen voorwerp zoals een schroevendraaier om de bedieningscilinders te verdraaien en zo de kindersloten in of uit te schakelen.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 112 05 Sloten en alarm Alarm* Alarmsysteem Wanneer het alarm is ingeschakeld, worden alle beveiligde onderdelen continu gecontroleerd.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 113 05 Sloten en alarm Alarm* Geactiveerd alarm uitschakelen Beperkt alarmniveau Als de auto is uitgerust met Safelock-functie, wordt ook deze functie uitgeschakeld (zie pagina 109). Om het alarm uit te schakelen wanneer het eenmaal is afgegaan, moet u op de knop UNLOCK van de afstandsbediening drukken. De richtingaanwijzers van de auto geven ter bevestiging twee korte lichtsignalen af.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 114 05 Sloten en alarm Alarm* 3. Ontgrendel de auto met de sleutel aan de bestuurderszijde. 4. Open een van de portieren. Het alarmsysteem moet dan geluids- en knippersignalen afgeven. 5. Herhaal deze test voor het andere voorportier. 6. Deactiveer het alarm door de auto via de afstandsbediening te ontgrendelen. Motorkap testen 1. Ga in de auto zitten en deactiveer de bewegingsmelder. 05 2.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 115 05 Sloten en alarm 05 115
2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 116 Algemene informatie............................................................................. Brandstof tanken................................................................................... Motor starten......................................................................................... Handgeschakelde versnellingsbak....................................................... Automatische versnellingsbak............................................................
P2 (S60); 5; 3 evastarck STARTEN EN RIJDEN 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 117 06
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 118 06 Starten en rijden Algemene informatie Zuinig rijden Rijd niet met een geopend kofferdeksel Doorwaaddiepte Zuinig rijden houdt in dat u anticiperend en rustig rijdt, en uw rijstijl en snelheid afstemt op de verkeerssituatie. Voor meer tips om het milieu te sparen (zie pagina 12). Wanneer u met het kofferdeksel open rijdt, kunnen er uitlaatgassen en daarmee giftig koolmonoxide via de kofferbak de passagiersruimte in worden gezogen.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 119 06 Starten en rijden Algemene informatie BELANGRIJK Laat de auto niet langdurig in water staan dat tot boven de dorpelbalken komt om elektrische storingen te voorkomen. Probeer de motor na afslag in een waterpartij niet opnieuw te starten. Sleep de auto uit de waterpartij. Accu niet overmatig belasten De elektrische functies van de auto belasten de accu in verschillende mate.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 120 06 Starten en rijden Brandstof tanken Tankvulklep openen Tankvulklep handmatig openen WAARSCHUWING Er zitten onderdelen met scherpe randen achter het paneel. Beweeg uw hand daarom langzaam en voorzichtig. Tankdop De tankdop vindt u achter de tankvulklep in het spatbord rechtsachter. De dop is op te hangen aan de binnenzijde van de tankvulklep. 06 De tankvulklep kan worden geopend, wanneer de auto onvergrendeld staat. N.B.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 121 06 Starten en rijden Brandstof tanken Benzine tanken Roetfilter dieselmotor (DPF) Giet de tank niet te vol door het vulpistool na de eerste afslag uit de vulopening te halen. Dieselmodellen zijn uitgerust met een roetfilter, waardoor een nog efficiëntere uitlaatgasreiniging mogelijk is. Onder normale rijomstandigheden blijven de roetdeeltjes uit de uitlaatgassen in het filter achter.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 122 06 Starten en rijden Motor starten Voordat de motor wordt gestart ± Trek de handrem aan. Automatische versnellingsbak ± Zet de keuzehendel in stand P of N. Handgeschakelde versnellingsbak Zet de versnellingspook in de neutrale stand en houd het koppelingspedaal volledig ingedrukt. Dit is met name van belang bij strenge vorst.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 123 06 Starten en rijden Motor starten III – Startstand De startmotor wordt ingeschakeld. Wanneer u nadat de motor is aangeslagen de sleutel loslaat, veert deze automatisch terug naar de rijstand. Als het u moeite kost om de sleutel om te draaien, is het mogelijk dat de stand van de voorwielen voor spanningen in het stuurslot zorgt. Draai de contactsleutel in dat geval om, terwijl u het stuurwiel heen en weer draait.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 124 06 Starten en rijden Handgeschakelde versnellingsbak 124 G027995 G027305 06 Schakelstanden, zesversnellingsbak Blokkering achteruitversnelling G027199 Schakelstanden, vijfversnellingsbak Trap het koppelingspedaal tijdens het schakelen altijd zo ver mogelijk in. Haal uw voet na het schakelen weer van het koppelingspedaal af! Houd u aan het aangegeven schakelpatroon.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 125 06 Starten en rijden Automatische versnellingsbak Handmatige schakelstanden N – Vrijstand Stand N is de neutrale stand. In deze stand kunt u de motor starten, maar er is geen versnelling ingeschakeld. Trek de handrem aan, wanneer de auto stilstaat en de keuzehendel in stand N staat. G031105 D – Rijstand Stand D is de normale rijstand.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 126 06 Starten en rijden Automatische versnellingsbak Wanneer u de blokkeerknop indrukt, kunt u de hendel vooruit of achteruit bewegen tussen de verschillende schakelstanden. versnelling terug terwijl er op de motor afgeremd wordt. Als u de keuzehendel naar de + (plus) beweegt, schakelt de versnellingsbak een versnelling op.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 127 06 Starten en rijden Automatische versnellingsbak Gebruik de kickdown om zo snel mogelijk te accelereren zoals bij het inhalen. Om overtoeren te voorkomen is het stuurprogramma van de versnellingsbak voorzien van een terugschakelblokkering. U kunt de kickdown 1 niet gebruiken zolang de keuzehendel in een van de handmatige schakelstanden staat. Zet de keuzehendel in dat geval eerst terug in de automatische schakelstand D.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 06 Starten en rijden Vierwielaandrijving, AWD* (All Wheel Drive) De vierwielaandrijving is permanent ingeschakeld Bij vierwielaandrijving worden alle vier de wielen van de auto tegelijk aangedreven. Het motorkoppel wordt automatisch over de vooren achterwielen verdeeld. Een elektronisch gestuurd koppelingssysteem verdeelt het vermogen over het wielpaar dat op dat moment de beste grip op het wegdek heeft. Dit om optimale wegligging te verkrijgen en wielspin te voorkomen.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 129 06 Starten en rijden Remsysteem Rembekrachtiging Als de auto rolt of wordt gesleept met een uitgeschakelde motor, moet u ongeveer vijfmaal zoveel druk uitoefenen op het rempedaal als wanneer de motor loopt. Als u bij het starten van de motor op het rempedaal trapt, kan het rempedaal iets omlaagkomen. Dit is volkomen normaal omdat de rembekrachtiging geactiveerd wordt.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 130 06 Starten en rijden Remsysteem Antiblokkeerremsysteem (ABS) Het ABS-systeem (Anti-lock Braking System) is ontworpen om te voorkomen dat de wielen tijdens het remmen geblokkeerd raken. Hierdoor kan tijdens het remmen een zo groot mogelijke respons van het stuurwiel worden verkregen. Het ABS-systeem zorgt ervoor dat de auto beter bestuurbaar blijft om bijvoorbeeld obstakels te kunnen ontwijken.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 131 06 Starten en rijden Remsysteem Remkrachtverhoging, EBA Het EBA-systeem (Emergency Brake Assistance) vormt een geïntegreerd onderdeel van het DSTC-systeem. Het EBA-systeem is dusdanig geconstrueerd dat u, wanneer u krachtig moet afremmen, altijd meteen het maximale remvermogen kunt afnemen. Het systeem registreert het moment waarop u krachtig wilt afremmen door de snelheid te meten waarmee u het rempedaal bedient.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 132 06 Starten en rijden Stabiliteits- en tractieregelsysteem* Algemene informatie Antispinregeling Het stabiliteits- en tractieregelsysteem (STC/ DSTC, (Dynamic) Stability and Traction Control) helpt de bestuurder voorkomen dat de wielen doorslippen en verbetert de tractie van de auto. Deze regeling voorkomt dat de aangedreven wielen tijdens het optrekken doorslippen.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 133 06 Starten en rijden Stabiliteits- en tractieregelsysteem* N.B. Iedere keer dat u de motor start verschijnt enkele seconden lang DSTC AAN op het display. Lampjes op instrumentenpaneel Lampje voor STC/DSTC Wat het lampje aangeeft hangt af van de manier waarop het brandt. TRACTIECONTROLE TIJDELIJK UIT geeft aan dat de functie van de regeling tijdelijk beperkt is wegens een te hoge remtemperatuur. Het lampje licht op om na ca.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 134 06 Starten en rijden Actief chassis (FOUR-C)* Algemene informatie over actief chassis (FOUR-C) Schakelaar voor FOUR-C op middenconsole De auto is uitgerust met een zeer geavanceerd actief chassissysteem – FOUR-C (Continuously Controlled Chassis Concept) – dat elektronisch gestuurd is.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 135 06 Starten en rijden Park Assist* Algemene informatie 1 Varianten Park Assist is verkrijgbaar in twee varianten: • • Park Assist aan de achterzijde Park Assist achterzijde Park Assist aan de voor- en achterzijde Het meetbereik strekt tot ca. 1,5 m recht achter de auto. Park Assist aan de achterzijde wordt geactiveerd bij het inschakelen van de achteruitversnelling. De geluidssignalen komen uit de luidsprekers achterin.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 136 06 Starten en rijden Park Assist* Aanduiding voor systeemstoringen Aan/Uit Sensoren schoonmaken Als het oranje waarschuwingslampje brandt en de melding PARK.HULP SERVICE VEREIST op het display staat, is Park Assist defect. 06 G026946 Voorbeelden van dergelijke geluidsbronnen zijn onder meer claxons, natte banden op asfaltwegen, luchtdrukremmen en uitlaten van motorfietsen.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 137 06 Starten en rijden Slepen en bergen WAARSCHUWING BELANGRIJK De katalysator kan beschadigd raken als u de auto probeert aan te slepen. • Het stuurslot moet worden opgeheven, voordat u de auto sleept. • • De contactsleutel moet in stand II staan. Neem de contactsleutel nooit tijdens het rijden uit het contactslot, ook niet als de auto gesleept wordt.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 138 06 Starten en rijden Slepen en bergen bout los te halen. Draai de kunststof bout na gebruik van het sleepoog weer vast. A • B N.B. G028093 C Sleepoog, achter Doe het volgende: 06 1. Haal de onderkant van het afdekkapje 1 (A) voorzichtig los met bijvoorbeeld een muntstuk. 2. Schroef het sleepoog (B) tot aan de flens vast (C). Maak bij voorkeur gebruik van de wielsleutel.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 139 06 Starten en rijden Starten met een hulpaccu Starten met een hulpaccu 3. Als de hulpaccu zich in een andere auto bevindt, moet u de motor van deze auto afzetten en zorgen dat de twee auto’s elkaar niet kunnen raken. G020298 4. Sluit de rode kabel aan tussen de pluspool van de hulpaccu (1+) en de rode aansluiting in de motorruimte van uw auto (2+). Bevestig de klem aan het contactpunt dat onder een zwart luikje met een plusteken erop zit.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 140 06 Starten en rijden Rijden met een aanhanger Algemene informatie • De trekhaak van de auto moet goedgekeurd zijn. De Volvo-dealer kan u informeren over de mogelijke trekhaken. Bij oververhitting schakelt de airconditioning zichzelf automatisch tijdelijk uit. • Bij oververhitting schakelt de versnellingsbak een ingebouwde beschermingsfunctie in. Zie de melding op het display.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 141 06 Starten en rijden Rijden met een aanhanger Rijden met een aanhanger, automatische versnellingsbak • Trek bij het parkeren op hellingen eerst de handrem aan, voordat u de keuzehendel in stand P zet. Zet bij het wegrijden op een helling eerst de keuzehendel in de rijstand en haal de auto vervolgens van de handrem. • Kies bij het omhoogrijden op steile hellingen of in langzaam rijdend verkeer de juiste lage versnelling.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 142 06 Starten en rijden Trekhaak* Trekhaak Aanhangerkabel Kogelsegment opbergen Als de auto is uitgerust met een afneembare trekhaak, moeten de montagevoorschriften voor het monteren van het kogelsegment zorgvuldig worden opgevolgd (zie pagina 144). WAARSCHUWING Volg de montagevoorschriften voor het kogelsegment nauwkeurig op. • Zorg dat het kogelsegment met de sleutel vergrendeld is voordat u begint te rijden.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 143 06 Starten en rijden Trekhaak* G026702 G026682 G026701 Specificaties Afmetingen voor bevestigingspunten (mm) A Vaste trekhaak in standaarduitvoering B C D E F G 83 06 1058 305 Vaste trekhaak met Nivomat 91 Afneembare trekhaak in standaarduitvoering 94 1083 1069 Afneembare trekhaak met Nivomat 542 122 50 316 100 1 Langsligger 2 Middelpunt kogel * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 144 06 Starten en rijden Afneembare trekhaak* 1. Verwijder de afdekking door de pal in te drukken en de afdekking vervolgens . recht naar achteren te trekken 06 144 * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie. 2. Controleer of het mechanisme in de ontgrendelde stand staat door de sleutel rechtsom te draaien. G020302 G020301 G017317 Kogelsegment monteren 3. Controleer of het controlevenster (3) rood van kleur is.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 145 06 Starten en rijden 4. Breng het kogelsegment aan en duw het naar binnen totdat u een klik hoort. 5. Controleer of het controlevenster groen van kleur is. G020307 G020306 G020304 Afneembare trekhaak* 6. Draai de sleutel linksom naar de vergrendelde stand. Neem de sleutel uit het slot. 06 `` * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 146 06 Starten en rijden Afneembare trekhaak* 7. Controleer of het kogelsegment vastzit door het stevig omhoog, omlaag en naar achteren te bewegen. 06 WAARSCHUWING Als het kogelsegment niet goed zit, moet u het verwijderen en het opnieuw monteren zoals eerder werd beschreven. BELANGRIJK Vet alleen de kogel in waarop de aanhangerkoppeling wordt geplaatst. Houd de rest van het kogelsegment vetvrij en droog.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 147 06 Starten en rijden 2. Druk de vergrendelingsknop (1) in en draai deze linksom (2) totdat u een klik hoort. 3. Draai de vergrendelingsknop volledig omlaag totdat deze niet verder kan. Houd de knop in deze stand vast terwijl u het kogelsegment schuin naar achteren toe omhoogtrekt. G017318 G020314 G020312 Afneembare trekhaak* 4. Duw de afdekking erop. 06 WAARSCHUWING Zet het losse kogelsegment goed vast, wanneer u het in de auto bewaart.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 148 06 Starten en rijden Lading op het dak Algemene informatie wijzigen bij het vervoer van lading op het dak. Lastdragers gebruiken* Het laadvermogen is afhankelijk van de extra accessoires die op de auto gemonteerd zijn, zoals lastdragers, een skibox e.d. alsmede een trekhaak en zijn kogeldruk. Het laadvermogen van de auto moet tevens worden verminderd met het gewicht van het aantal inzittenden.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 149 06 Starten en rijden Lading op het dak Lastdrager monteren 7. Zorg dat de paspennen van de overige bevestigingen eveneens goed in de geleidegaten vallen. 8. Draai de lastdrager vast. 9. Controleer of de haak goed vastgrijpt in de dakbevestiging. 10. Draai de draaiknoppen beurtelings enkele slagen rechtsom, totdat ze allemaal stevig vastzitten. G027347 11. Klap de dekkap omlaag. 1.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 150 06 Starten en rijden Lichtbundel aanpassen Juiste lichtbundel voor rechts- of linksrijdend verkeer Koplampen afplakken Trek de mallen op de volgende pagina over en knip een stuk zelfklevend en watervast materiaal zoals ondoorzichtige tape langs de randen van de mallen uit. G020317 Breng de afplaktape in positie aan ten opzichte van de stip (5) in het koplampglas.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 151 06 Starten en rijden Lichtbundel aanpassen Halogeenkoplampen X 1 X 4 2 G028559 3 X X Positie van afplaktape op de halogeenkoplampen (1 en 2 op modellen met het stuur links/3 en 4 op modellen met het stuur rechts) Model met het stuur links Mal 2: (6) = 55 mm, (7) = 40 mm. Referentiematen Trek mal 1 en 2 over en meet ze ter controle nog eens op. Breng de mallen over op een stuk zelfklevend en watervast materiaal en knip uit.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 152 06 Starten en rijden G028563 Lichtbundel aanpassen Afplakmallen voor halogeenkoplampen, model met het stuur links 06 152
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 153 06 Starten en rijden G028564 Lichtbundel aanpassen Afplakmallen voor halogeenkoplampen, model met het stuur rechts 06 `` 153
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 154 06 Starten en rijden Lichtbundel aanpassen G028562 Bi-Xenonkoplampen Positie van afplaktape op de Bi-Xenonkoplampen (1 en 2 op modellen met het stuur links/3 en 4 op modellen met het stuur rechts) 06 Model met het stuur links Mal 2: (6) = 56 mm, (7) = 42 mm. Referentiematen Trek mal 1 en 2 over en meet ze ter controle nog eens op. Breng de mallen over op een stuk zelfklevend en watervast materiaal en knip uit.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 155 06 Starten en rijden G028563 Lichtbundel aanpassen Afplakmallen voor Bi-Xenonkoplampen, model met het stuur links 06 `` 155
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 156 06 Starten en rijden G028564 Lichtbundel aanpassen Afplakmallen voor Bi-Xenonkoplampen, model met het stuur rechts 06 156
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 157 06 Starten en rijden BLIS (Blind Spot Information System)* WAARSCHUWING Het systeem vormt slechts een aanvulling op – geen vervanging voor – de aanwezige buitenspiegels. De bestuurder moet altijd oplettend en verantwoord blijven rijden. De bestuurder is er verantwoordelijk voor dat er op een veilige manier van rijstrook wordt gewisseld.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 158 06 Starten en rijden BLIS (Blind Spot Information System)* Wanneer BLIS werkt Het systeem werkt alleen bij snelheden hoger dan 10 km/h. Wanneer u inhaalt Het systeem reageert als het snelheidsverschil tussen u en het ingehaalde voertuig kleiner is dan 10 km/h. Systeemfunctie bij daglicht en bij donker Daglicht Bij daglicht reageert het systeem op de contouren van omringende voertuigen.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 159 06 Starten en rijden BLIS (Blind Spot Information System)* Schoonmaken BLIS werkt alleen optimaal, als de lenzen van de BLIS-camera’s schoon zijn. U kunt de lenzen schoonmaken met een zachte doek of een vochtige spons. Maak de lenzen voorzichtig schoon om krassen te voorkomen. • BELANGRIJK De lenzen zijn elektrisch verwarmd om ze van sneeuw en ijs te kunnen ontdoen. Veeg zo nodig sneeuw van de lenzen af.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 160 06 Starten en rijden BLIS (Blind Spot Information System)* Beperkingen G018177 Soms kan het controlelampje voor BLIS oplichten zonder dat u voertuigen in de dode hoeken kunt waarnemen. N.B. Als het controlelampje voor BLIS soms oplicht zonder dat u andere voertuigen in de dode hoeken kunt waarnemen, betekent dit niet dat het systeem een storing vertoont.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 161 06 Starten en rijden 06 161
2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 162 Algemene informatie............................................................................. Bandenspanning................................................................................... Gevarendriehoek* en reservewiel.......................................................... Bandenspanningscontrolesysteem*..................................................... Wielen verwisselen................................................................................
P2 (S60); 5; 3 evastarck WIELEN EN BANDEN 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 163 07
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 164 07 Wielen en banden Algemene informatie Rijeigenschappen en banden De banden zijn van grote invloed op de rijeigenschappen van de auto. Zowel het type, de maat, de bandenspanning als de snelheidsaanduiding zijn belangrijk voor het rijgedrag van de auto. Let er bij het verwisselen van banden op dat de nieuwe banden op alle vier de wielen van hetzelfde type zijn, dezelfde afmetingen hebben en van hetzelfde merk zijn.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 165 07 Wielen en banden Algemene informatie banden gemaakt zijn ook veroudert en afgebroken wordt, als banden zelden of nooit worden gebruikt. Daarbij kan de werking van de band worden aangetast. In dat geval dient u de band niet meer te gebruiken. Dit geldt ook voor reservebanden, winterbanden en banden die u voor toekomstig gebruik hebt opgeslagen.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 166 07 Wielen en banden Algemene informatie zomerse ritten. Daarom wordt geadviseerd een minimale profieldiepte van vier mm aan te houden voor winterbanden. Zomer- en winterbanden auto af en kunnen de banden regen, sneeuw en drab minder goed afvoeren. Monteer de banden met het diepste profiel altijd op de achteras (om het gevaar voor slippen te verminderen). Sneeuwkettingen Het gebruik van sneeuwkettingen is alleen toegestaan op de voorwielen.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 167 07 Wielen en banden Bandenspanning • Aanbevolen bandenspanning Bandenspanning compact reservewiel (Temporary Spare) Bandenspanning controleren Controleer regelmatig de bandenspanning. G020791 N.B. Op de sticker voor op de portierstijl aan de bestuurderszijde (tussen voor- en achterportier) staat de juiste bandenspanning voor uw auto aangegeven bij verschillende belading en snelheid.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 168 07 Wielen en banden Bandenspanning Bandenspanningstabel Type T5 Bandenmaat Snelheid (km/h) Belading (1–3 inzittenden) Max.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 169 07 Wielen en banden Gevarendriehoek* en reservewiel Gevarendriehoek geschikt punt, rekening houdend met de verkeerssituatie. Na gebruik Berg de onderdelen in de omgekeerde volgorde weer op. Zorg dat de houder met de gevarendriehoek stevig op het kofferdeksel vastzit. 1. Pak de vloermat aan de achterzijde beet en klap deze naar voren toe op. 2. Haal de krik en de gereedschapstas naar buiten. 3.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 170 07 Wielen en banden Gevarendriehoek* en reservewiel Zorg dat het reservewiel goed ligt en dat de krik en de gereedschapstas stevig vastzitten. Gereedschap, terugplaatsen Plaats het gereedschap en de krik* na gebruik op de juiste manier terug. De krik past alleen als deze in de juiste opbergstand (zie nevenstaande afbeelding) wordt gezet.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 171 07 Wielen en banden Bandenspanningscontrolesysteem* Algemene informatie Het TPMS (Tyre Pressure Monitoring System) waarschuwt de bestuurder, wanneer de spanning in één of meer banden te laag is. Het systeem maakt gebruik van sensoren in de ventielen van de banden. Bij snelheden van ca. 40 km/h controleert het systeem de bandenspanning.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 172 07 Wielen en banden Bandenspanningscontrolesysteem* 3. Houd de knop RESET ingedrukt, totdat de melding BANDENSP.SYSTEEM UIT verschijnt. Herhaal de punten 1–3 om het systeem opnieuw te activeren, waarna de melding BANDENSP.SYSTEEM AAN verschijnt. Adviezen Er zitten alleen TPMS-sensoren in de ventielen van de wielen die in de fabriek werden gemonteerd. 07 • Bij een compact reservewiel (Temporary Spare) ontbreekt een dergelijke sensor.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 173 07 Wielen en banden Wielen verwisselen Wielen demonteren Let erop dat u de gevarendriehoek opzet, wanneer u de band moet verwisselen aan de kant van de weg. Het reservewiel* zit onder de kunststof bak in de kofferbak. 1. Trek de handrem aan en schakel de 1e versnelling in bij auto’s met een handgeschakelde versnellingsbak (stand P bij auto’s met een automatische versnellingsbak).
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 174 07 Wielen en banden Wielen verwisselen 6. Breng de auto zo ver omhoog dat het wiel van de grond komt. Verwijder de wielbouten en til het wiel eraf. troleer het aanhaalmoment met een momentsleutel. BELANGRIJK Als er TPMS op de auto zit, dient u de nieuwe banden na montage te kalibreren (zie zie pagina 171). 5. Breng de wieldop (stalen velgen) aan. G027310 G027309 Wielen monteren WAARSCHUWING 07 1.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 175 07 Wielen en banden Noodreparatie banden* Het afdichtmiddel dicht banden met een lek in het loopvlak effectief af. 12 V-aansluitingen voor de compressor zitten voorin bij de middenconsole, achterin bij de achterbank en in de bagageruimte/kofferbak. Gebruik de elektrische aansluiting die het dichtst bij de lekke band zit. Overzicht WAARSCHUWING Rijd nooit sneller dan 80 km/h, wanneer u de noodreparatieset hebt gebruikt.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 176 07 Wielen en banden Noodreparatie banden* Lekke band repareren 3. Controleer of de knop in stand 0 staat en neem de kabel en de luchtslang erbij. N.B. Verbreek de verzegeling van de bus niet handmatig. Bij het indraaien van de bus wordt de verzegeling automatisch verbroken. WAARSCHUWING Ga nooit naast de band staan terwijl de compressor aan het pompen is.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 177 07 Wielen en banden Noodreparatie banden* 10. Schakel de compressor uit om de bandenspanning van de manometer af te lezen. De bandenspanning dient minimaal 1,8 bar en maximaal 3,5 bar te bedragen. 11. Schakel de compressor uit en trek de kabel los uit de 12 V-aansluiting. 12. Koppel de slang los van het ventiel en plaats het ventieldopje terug. 13. Leg zo spoedig mogelijk na de reparatie ca.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 178 07 Wielen en banden Noodreparatie banden* WAARSCHUWING Inademen van uitlaatgassen kan levensgevaarlijk zijn. Laat de motor nooit draaien in ruimten die zijn afgesloten of onvoldoende geventileerd worden. Spuitbus met afdichtmiddel vervangen Vervang de bus wanneer de houdbaarheidsdatum verstreken is. Behandel de vervangen bus als klein chemisch afval (KCA). WAARSCHUWING 3.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 179 07 Wielen en banden 07 179
2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 180 Schoonmaken....................................................................................... 182 Lakschade herstellen............................................................................ 186 Roestwering..........................................................................................
P2 (S60); 5; 3 evastarck VERZORGING 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 181 08
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 182 08 Verzorging Schoonmaken Auto wassen Was de auto zodra deze vuil geworden is. Gebruik autoshampoo. Vuil en strooizout kunnen aanleiding geven tot corrosie. • • Was de auto niet in direct zonlicht, omdat de lak daarbij blijvende schade kan oplopen. Zorg dat de auto op een spoelvloer met afvoerscheiding staat. Spoel zorgvuldig het vuil van het onderstel van de auto. BELANGRIJK Spoel de auto in zijn geheel af om het vuil los te weken.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 183 08 Verzorging Schoonmaken BELANGRIJK Een nieuwe laklaag is bovendien kwetsbaarder dan een oude laag. U wordt daarom geadviseerd de eerste maanden na aankoop van een nieuwe auto deze alleen met de hand te wassen. Remmen testen WAARSCHUWING Test na het wassen van de auto altijd de remmen (en dus ook de handrem) om te voorkomen dat vocht en corrosie de remblokken aantasten, waardoor de remwerking afneemt.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 184 08 Verzorging Schoonmaken N.B. Om de waterafstotende eigenschappen te behouden, wordt geadviseerd de behandeling te vernieuwen met een nabehandelingsmiddel dat verkrijgbaar is bij de erkende Volvo-werkplaats. Gebruik het middel de eerste keer na drie jaar en daarna ieder jaar. Interieur reinigen Behandeling van vlekken op stoffen bekleding De erkende Volvo-werkplaats heeft een speciaal reinigingsmiddel voor stoffen bekleding.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 185 08 Verzorging Schoonmaken Volvo-werkplaats. Krab of wrijf nooit over een vlek. Gebruik nooit sterke vlekkenmiddelen. Veiligheidsgordel schoonmaken Gebruik water en een synthetisch wasmiddel en dan met name het textielreinigingsmiddel dat bij de erkende Volvo-werkplaats verkrijgbaar is. Zorg dat de gordel droog is, voordat deze weer wordt opgerold.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 186 08 Verzorging Lakschade herstellen Lak Steenslagplekken en krassen wijdering van het vuil de ontbrekende deklak aan te brengen. De lak vormt een belangrijk onderdeel van de roestwering van de auto en moet daarom regelmatig worden gecontroleerd. Lakschade moet u meteen herstellen om roestvorming te voorkomen.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 187 08 Verzorging Roestwering Controleren en onderhouden Uw auto heeft in de fabriek een uiterst grondige en complete roestwerende behandeling ondergaan. De carrosserie bestaat ten dele uit gegalvaniseerd plaatwerk. Het onderstel is voorzien van een slijtvaste bodembescherming. In de balken, holten en gesloten profielen werd een dunne, doordringende roestwerende vloeistof gespoten.
2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 188 Volvo Service........................................................................................ Onderhoud............................................................................................ Motorkap en motorruimte..................................................................... Dieselolie............................................................................................... Oliën en vloeistoffen...................................................
P2 (S60); 5; 3 evastarck ONDERHOUD EN SERVICE 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 189 09
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 190 09 Onderhoud en service 09 Volvo Service Serviceprogramma van Volvo Speciale servicewerkzaamheden Voordat de auto de fabriek verliet, werd deze zorgvuldig getest. De auto werd nogmaals gecontroleerd naar de normen van Volvo Car Corporation, net voordat de auto aan u werd geleverd. Bepaalde servicewerkzaamheden aan het elektrisch systeem van de auto kunnen alleen worden uitgevoerd met speciaal ontwikkelde elektronische apparatuur.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 191 09 Onderhoud en service Onderhoud Voordat u met werkzaamheden begint Controleer of de accukabels op de juiste manier zijn aangesloten en stevig vastzitten. Ontkoppel de accu nooit terwijl de motor loopt (bij het vervangen van de accu bijvoorbeeld). Gebruik nooit een snellader voor het opladen van de accu. Zorg dat de accukabels zijn ontkoppeld tijdens het opladen. De accu bevat een zuur dat zowel giftig als corrosief is.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 09 Onderhoud en service Onderhoud 09 Regelmatig controleren Controleer regelmatig het volgende, bijvoorbeeld bij het tanken: • Koelvloeistof – De vloeistof moet tussen het MIN- en MAX-streepje op het expansiereservoir staan. • Motorolie – De olie moet tussen het MINen MAX-streepje staan. • Stuurbekrachtigingsvloeistof – De vloeistof moet tussen het MIN- en MAX-streepje staan. • Ruitensproeiervloeistof – Het reservoir moet goed gevuld zijn.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 193 09 Onderhoud en service Motorkap en motorruimte 09 Motorkap openen, auto met het stuur links. G027254 G027253 Motorkap openen Motorkap openen, auto met het stuur rechts. Motorkap openen: 1. Trek aan de ontgrendelingshandgreep helemaal links onder het dashboard (of helemaal rechts bij een auto met het stuur rechts). Het is duidelijk te horen dat vergrendeling wordt opgeheven. 2.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 194 09 Onderhoud en service Motorkap en motorruimte 09 G027275 Motorruimte 1 Expansiereservoir, koelsysteem Reservoir voor stuurbekrachtigingsvloeistof Reservoir voor ruitensproeiervloeistof Peilstok, motorolie voor rem- en koppelingsvloeistof (model met het stuur rechts) Relais- en zekeringenkastje Luchtfilter (de uitvoering van het deksel is afhankelijk van het motortype) Accu (in de kofferbak) Radiateur Koelventilator Vultuit, motorolie a)
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 195 09 Onderhoud en service Dieselolie Brandstofsysteem De dieselolie moet voldoen aan de norm NENEN 590 of JISK2204. Dieselmotoren zijn gevoelig voor verontreinigingen zoals een te hoog gehalte aan zwaveldeeltjes. Maak alleen gebruik van dieselolie van gerenommeerde oliemaatschappijen. Giet nooit dieselolie van twijfelachtige kwaliteit in de tank.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 196 09 Onderhoud en service 09 Oliën en vloeistoffen Sticker voor oliekwaliteit in motorruimte Het is toegestaan een oliesoort te gebruiken met een hogere kwaliteit dan aangegeven. Voor ritten onder ongunstige omstandigheden adviseert Volvo u een oliesoort te gebruiken met een hogere kwaliteit dan de sticker in de motorruimte vermeldt (zie pagina 274).
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 197 09 Onderhoud en service Oliën en vloeistoffen oliedruk. Bij de modellen die zijn voorzien van een oliedruksensor wordt gebruik gemaakt van een waarschuwingslampje voor de oliedruk. Bij modellen met een olieniveausensor wordt gewaarschuwd met een waarschuwingssymbool midden op het instrumentenpaneel en met displayteksten. Peil controleren Oliepeil controleren bij een warme motor 1.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 198 09 Onderhoud en service 09 Oliën en vloeistoffen Reservoir voor ruitensproeiervloeistof Koelvloeistof neemt toe, zowel wanneer de concentratie koelvloeistof te laag is als wanneer deze te hoog is. WAARSCHUWING 198 G027276 G027243 De koelvloeistof kan bijzonder heet zijn. Als u moet bijvullen terwijl de motor warm is, dient u langzaam de dop van het expansiereservoir los te draaien om de overdruk te laten ontsnappen.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 199 09 Onderhoud en service Oliën en vloeistoffen • • Gebruik altijd een koelvloeistof met roestwerende eigenschappen volgens de aanbevelingen van Volvo. • Let erop dat het koelvloeistofmengsel altijd voor 50 % uit water en voor 50 % uit koelvloeistof bestaat. • Leng de koelvloeistof aan met leidingwater van goede kwaliteit. Gebruik bij twijfel over de waterkwaliteit altijd een kant-en-klare koelvloeistof volgens de aanbevelingen van Volvo.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 200 09 Onderhoud en service 09 Oliën en vloeistoffen Reservoir voor stuurbekrachtigingsvloeistof ADD G027200 FULL N.B. Als er een storing in de stuurbekrachtiging optreedt of als de stroom is weggevallen en u de auto wilt wegslepen, blijft de auto bestuurbaar. Let er echter op dat de auto in dat geval veel zwaarder stuurt dan normaal, zodat u meer moeite moet doen om het stuurwiel te verdraaien. Controleer het peil bij iedere servicebeurt.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 201 09 Onderhoud en service Wisserbladen Wisserbladen Wisserbladen voorruit vervangen N.B. 09 2. Duw de geribde borgveren van het wisserblad in, terwijl u het blad bij de verlenging van de arm lostrekt. 3. Breng het nieuwe wisserblad in omgekeerde volgorde aan en controleer of het goed vastzit. Let erop dat het wisserblad aan de bestuurderszijde langer is dan dat aan de passagierszijde.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 202 09 Onderhoud en service 09 Accu Onderhoud van de accu De rijomstandigheden, de rijstijl, het aantal startpogingen, de weersomstandigheden e.d. zijn van invloed op de levensduur en de werking van de accu. Symbolen op de accu N.B. Zamel oude accu’s op een milieubewuste manier in, omdat ze lood bevatten. Vermijd vonken en open vuur. Draag een veiligheidsbril. Explosiegevaar. Zie voor meer informatie het instructieboekje dat bij de auto hoort.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 203 09 Onderhoud en service Accu Accu verwijderen 1. Zet het contact uit en neem de sleutel uit. 09 4. Sluit de minkabel aan en klap een eventueel kunststof deksel omlaag. 2. Wacht ten minste 5 minuten, voordat u een van de elektrische aansluitingen aanraakt. Zo kan de informatie in het elektrisch systeem van de auto worden opgeslagen in de verschillende regelmodules. 5. Breng het kunststof deksel of de dekplaat over de accu heen aan. 3.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 204 09 Onderhoud en service Gloeilampen vervangen 09 Algemene informatie Op pagina 282 staan alle gloeilampen van de auto vermeld. Gloeilampen en puntverlichting van een bijzonder type of lampen die alleen in een werkplaats te vervangen zijn: • • • • • • • • BELANGRIJK N.B. Raak het glas van de lampen nooit met blote vingers aan. De vetten en oliën op uw vingers kunnen door de hitte verdampen.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 205 09 Onderhoud en service Gloeilampen vervangen Op bepaalde varianten kan een witte kunststof huls u bij het vervangen van de gloeilampen in de weg zitten. U kunt deze huls afbreken en weggooien. haal de klem vervolgens schuin naar buiten toe omlaag. 09 Groot licht 5. Trek de gloeilamp naar buiten toe los. G028435 G028436 G028437 Dimlicht, halogeen Gloeilamp verwijderen 1. Schakel alle lichten uit en draai de contactsleutel naar stand 0.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 206 09 Onderhoud en service 09 Gloeilampen vervangen 2. Plaats de gloeilamp terug en draai deze in positie. Aanbrengen Aanbrengen 1. Breng de nieuwe gloeilamp aan. 1. Breng de nieuwe gloeilamp aan. 3. Plaats de afdekking terug. 2. Sluit de connector aan. 2. Sluit de connector aan. 3. Plaats de afdekking terug. 3. Plaats de afdekking terug. Stadslichten vóór en achterlichten Halogeen- en Bi-Xenonkoplampen. Gloeilamp verwijderen 1.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 207 09 Onderhoud en service Gloeilampen vervangen Aanbrengen 1. Breng de nieuwe gloeilamp aan door deze naar binnen te duwen en rechtsom te draaien. 2. Plaats de lamphouder in het lamphuis terug en draai deze rechtsom. 5. Neem de ontluchtingsslang (4) van de buis los. 09 Sidemarker 6. Vervang de gloeilamp. 7. Controleer of de pakking van het sproeiervloeistofreservoir tussen de vulbuis en het reservoir goed zit. 8.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 208 09 Onderhoud en service 09 Gloeilampen vervangen Mistlampen voorzijde Kofferbak Kentekenplaatverlichting 1. Schakel alle lichten uit en draai de contactsleutel naar stand 0. 2. Draai de lamphouder iets naar links. 3. Trek de gloeilamp naar buiten toe los. 1. Steek een schroevendraaier achter het lamphuis en verdraai deze iets, zodat het lamphuis loskomt. 2. Verwijder de gloeilamp. 3. Breng een nieuwe gloeilamp aan. 4.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 209 09 Onderhoud en service Gloeilampen vervangen 09 G027277 Achterlamphuis 3501204m Positie van gloeilampen Remlicht Stadslichten vóór en achterlichten Mistachterlicht (een zijde) Sidemarker Richtingaanwijzer Achteruitrijlichten Op pagina 282 staan alle gloeilampen van de auto vermeld. 2. Duw de borghaken bijeen om de lamphouder naar buiten te kunnen trekken. 1. Schakel alle lichten uit en draai de contactsleutel naar stand 0. 3.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 210 09 Onderhoud en service 09 Gloeilampen vervangen 3. Breng een nieuwe gloeilamp aan. N.B. Als de melding STORING LAMPJE CONTROLEER REMLICHT niet verdwijnt nadat de kapotte gloeilamp is vervangen, dient u een erkende Volvo-werkplaats te bezoeken. 4. Plaats het lamphuis terug. Verlichting make-upspiegel G027287 G028443 Instapverlichting De instapverlichting vindt u onder het dashboard aan de bestuurders- en passagierszijde. 1.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 211 09 Onderhoud en service Zekeringen 09 G027179 Algemene informatie Hoewel de kabelloop per motortype ietwat kan verschillen, zitten de onderdelen op de lijst echter altijd op de aangegeven positie. De onderdelen op de lijst zitten echter altijd op de aangegeven positie.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 09 Onderhoud en service 09 Zekeringen Aan de binnenkant van het deksel in het dashboard zitten enkele reservezekeringen. U vindt er tevens een trekker waarmee u de zekeringen gemakkelijker kunt verwijderen en aanbrengen. Als telkens dezelfde zekering doorbrandt, is er sprake van een storing in de bijbehorende component en moet u een bezoek brengen aan een erkende Volvo-werkplaats om de auto te laten controleren.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 213 09 Onderhoud en service Zekeringen 09 G026972 Relais- en zekeringenkastje in de motorruimte Duw de kunststof borgnokken aan de zijkanten van het kastje in en trek het deksel omhoog 1. ABS 30 A 8. Brandstofpomp 15 A 2. ABS 30 A 9. 3. Hogedruksproeiers koplampen Regeleenheid transmissie (TCM), diesel 15 A 35 A 4. Standverwarming* 25 A 5. Verstralers* 20 A 6. Relais startmotor 35 A 7. Ruitenwissers 25 A 10. 11.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 214 09 Onderhoud en service 09 Zekeringen 14. Lambdasonde (benzine) 20 A Lambdasonde (diesel) 10 A Verwarming carterventilatie, magneetkleppen (benzine) 10 A magneetkleppen, gloeibougies (diesel) 15 A 16. Dimlicht links 20 A 17. Dimlicht rechts 20 A 18. - 19. Regeleenheid motor (ECM) voeding, motorrelais 5A 20. Achterlicht 15 A 21. Vacuümpomp 20 A 15.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 215 09 Onderhoud en service Zekeringen 09 1 10 20 30 2 11 21 31 3 12 22 32 4 13 23 33 5 14 24 34 6 15 25 35 7 16 26 36 8 17 27 37 9 18 28 38 19 29 G032340 Zekeringen in passagiersruimte (aan de bestuurderszijde in zijkant dashboard) Een sticker in het deksel van het relais- en zekeringkastje dat aan de zijkant van het dashboard zit, geeft de positie en het amperage van de verschillende zekeringen aan. 1.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 216 09 Onderhoud en service 09 216 Zekeringen 10. Audiosysteem 20 A 11. Versterker audiosysteem* 30 A 12. RTI-display* 10 A 13. Telefoon* 5A 14. - 38 - * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 217 09 Onderhoud en service Zekeringen 09 G028412 Zekeringen in passagiersruimte (aan de bestuurderszijde achter de geluidsisolatie) 1. 2. Stoelverwarming, rechterzijde 15 A Stoelverwarming, linkerzijde 15 A 3. Claxon 15 A 4. - - 5. - - 6. Reservepositie - 7. Reservepositie - 8. Sirene alarmsysteem* 5A 9. Voeding remlichtschakelaar 5A 10. 11. 12. 13. Reservepositie - 14. - - 15. ABS, STC/DSTC 5A 16.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 218 09 Onderhoud en service 09 218 Zekeringen 19. Reservepositie - 35. - - 20. Reservepositie - 36. - - 21. Regeleenheid transmissie (TCM), blokkering achteruitversnelling (M66) 10 A 22. Groot licht links 10 A 23. Groot licht rechts 10 A 24. - - 25. - - 26. Reservepositie - 27. Reservepositie - 28. Elektrisch bedienbare passagiersstoel*, audiosysteem 5A 29. Brandstofpomp 7,5 A 30. BLIS* 31.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 219 09 Onderhoud en service Zekeringen 09 G026968 Zekeringen in kofferbak 1. 2. Achteruitrijlichten 10 A Parkeerlichten/achterlichten, mistachterlicht, kofferbakverlichting, kentekenplaatverlichting, remlichten 20 A 3. Accessoires (AEM)* 15 A 4. Reservepositie 5. Elektronica (REM) 10 A 6. Cd-wisselaar, tv, RTI* 7,5 A 7. 8. - 9. 10. 11.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 220 09 Onderhoud en service 09 Zekeringen 20. 20 A 21. Reservepositie - 22. - - 23. AWD 7,5 A 24. FOUR-C SUM* 15 A 25. - 26. Park Assist* 5A 27.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 221 09 Onderhoud en service 09 221
2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 222 Audiosysteem HU-450.......................................................................... Audiosysteem HU-650.......................................................................... Audiosysteem HU-850.......................................................................... Audiofuncties HU-450/650/850............................................................ Audiofuncties HU-450...........................................................................
P2 (S60); 5; 3 evastarck INFOTAINMENT 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 223 10
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 224 10 Infotainment Audiosysteem HU-450 10 1 2 3 4 5 6 7 BASS – Indrukken en omdraaien TREBLE – Indrukken, uittrekken en omdraaien 8 POWER (Aan/Uit) – Indrukken VOLUME – Omdraaien REV - Cassettedeck - Keuze bandlooprichting - Cd-wisselaar* - Willekeurige afspeelvolgorde Cassetteopening PRESET/CD PUSH MENU – Opgeslagen radiozenders Cd-wisselaar* 9 10 11 12 13 14 15 16 G025597 HU-450 TAPE – Sneltoets FM – Kiezen uit FM1, FM2 en F
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 225 10 Infotainment Audiosysteem HU-650 EXIT – Terugbladeren in menu’s 1 2 3 4 5 6 1-6 – Voorkeurtoetsen radiozenders/positie kiezen in cd-wisselaar 10 COMPACT 7 10 POWER (Aan/Uit) – Indrukken VOLUME – Omdraaien 8 11 BASS – Indrukken en omdraaien 9 12 TREBLE – Indrukken en omdraaien DIGITAL AUDIO BALANCE – Indrukken en omdraaien 13 14 15 16 17 18 G025598 HU-650 RND – Willekeurige afspeelvolgorde cd AM - Kiezen uit AM1 en
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 226 10 Infotainment Audiosysteem HU-850 AUTO – Automatische zenderinstelling 1 10 2 3 4 5 6 7 8 Navigatietoetsen – Andere zender/track zoeken COMPACT 12 EXIT – Terugbladeren in menu’s 9 13 SCAN – Automatisch zenders zoeken 10 14 POWER (Aan/Uit) – Indrukken VOLUME – Omdraaien DIGITAL AUDIO 11 1-6 – Voorkeurtoetsen radiozenders/positie kiezen in cd-wisselaar 15 16 17 18 19 20 21 G025599 HU-850 BASS – Indrukken en omdraa
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 227 10 Infotainment Audiofuncties HU-450/650/850 Volumeregeling, TP/PTY/NEWS Druk op de draaiknop om de radio aan of uit te zetten. Volumeregeling Draai de knop naar rechts om het volume te verhogen. De volumeregeling verloopt elektronisch en kent geen eindstanden. Als uw stuurwiel is uitgerust met een toetsenset, kunt u het volume verhogen of verlagen met de toetsen (+) of (–).
P2 (S60); 5; 3 evastarck 10 Infotainment Audiofuncties HU-450/650/850 Volumeregeling, AUX 10 1. Druk op SOURCE, draai eraan totdat u ADVANCED MENU bereikt en bevestig de keuze met een druk op SOURCE. 2. Druk op SOURCE, draai eraan totdat u AUDIO SETTINGS bereikt en bevestig de keuze met een druk op SOURCE. 3. Druk op SOURCE, draai eraan totdat u AUX INPUT LEVEL bereikt en bevestig de keuze met een druk op SOURCE. In deze stand kunt u het ingangsvolume bijstellen door te draaien aan SOURCE.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 229 10 Infotainment Audiofuncties HU-450 Optimale geluidsweergave TREBLE, hoge tonen Het audiosysteem is gekalibreerd voor optimale geluidsweergave met behulp van digitale signaalverwerking. Stel de weergave van de hoge tonen bij door de knop in te drukken, deze nog verder uit te trekken en vervolgens naar links of naar rechts te draaien. In de middelste stand is de weergave van de hoge tonen normaal.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 230 10 Infotainment Audiofuncties HU-650/850 BALANCE, balans links/rechts BASS, lage tonen Stel de juiste balans in door de knop in te drukken en vervolgens naar links of naar rechts te draaien. In de middelste stand is de balans normaal. Druk na het afstellen de knop weer in de uitgangspo- 10 sitie terug. Geluidsbron kiezen Met de sneltoetsen AM, FM en TAPE of met de draaiknop SOURCE.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 231 10 Infotainment Audiofuncties HU-650/850 BALANCE, balans links/rechts Stel de juiste balans in door op de knop te drukken en deze vervolgens naar links of naar rechts te draaien. In de middelste stand is de balans normaal. Druk na het afstellen de knop weer in de uitgangspositie terug.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 232 10 Infotainment Radiofuncties HU-450/650/850 U kunt op twee verschillende manieren een geluidsbron kiezen: 10 Met de sneltoetsen AM, FM en TAPE of met de draaiknop SOURCE. Draai aan de knop SOURCE om te kiezen uit de beschikbare radiostanden (FM1, FM2, FM3 en AM1, AM2). Met dezelfde knop kunt u ook kiezen uit het cassettedeck 1 of de cd-wisselaar* als de auto met iets dergelijks is uitgerust.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 233 10 Infotainment Radiofuncties HU-450/650/850 N.B. Als uw auto is uitgerust met een geïntegreerde telefoon, kunt u de toetsenset op het stuurwiel alleen gebruiken voor de telefoonfuncties wanneer u de telefoon hebt geactiveerd. In de actieve stand staan er altijd telefoongegevens op het display. 10 Druk op om de telefoon te deactiveren. Als er geen simkaart in uw telefoon zit, moet u de telefoon uitschakelen (zie pagina 253).
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 234 10 Infotainment Radiofuncties HU-450 Zenders instellen 10 1. Stel de gewenste frequentie in. 2. Druk kort op de knop PRESET/CD. 3. Kies een nummer waaronder u de zender wilt opslaan door de knop naar links of naar rechts te draaien. Druk nogmaals op de knop om de gewenste frequentie en zender op te slaan.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 235 10 Infotainment Radiofuncties HU-650/850 Automatisch zenders opslaan Zenders opslaan Met behulp van de functie AUTO kunt u tot tien goed doorkomende AM- of FM-zenders opzoeken en in een apart geheugen opslaan. Als er meer dan tien zenders gevonden worden, worden alleen de tien best doorkomende zenders geselecteerd. Deze functie is met name handig in gebieden, waar u de radiozenders en hun frequenties niet kent.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 236 10 Infotainment Radiofuncties HU-450/650/850 Radio Data System, RDS 10 RDS is een systeem dat radiozenders binnen een netwerk met elkaar verbindt. Het systeem wordt onder meer gebruikt om op de beste frequentie van een bepaalde zender afgestemd te blijven ongeacht de beluisterde zender of geluidsbron (zoals een cd). Het systeem wordt tevens gebruikt om verkeersinformatie te ontvangen en radioprogramma’s van een bepaald type te vinden.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 237 10 Infotainment Radiofuncties HU-450/650/850 2. Draai aan SOURCE, selecteer ADVANCED MENU en druk op SOURCE. 2. Draai aan SOURCE, selecteer ADVANCED MENU en druk op SOURCE. 3. Draai aan SOURCE, selecteer RADIO SETTINGS en druk op SOURCE. 3. Draai aan SOURCE, selecteer RADIO SETTINGS en druk op SOURCE. 4. Draai aan SOURCE, selecteer TP STATION en druk op SOURCE. 4. Draai aan SOURCE, selecteer TP SEARCH en druk op SOURCE. 5.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 238 10 Infotainment Radiofuncties HU-450/650/850 10 4. Draai aan SOURCE, selecteer ADVANCED MENU en druk op SOURCE. Programmatype, PTY Programmatype Displaytekst Met de functie PTY kunt u kiezen uit verschillende programmatypes. Documentaires Documentaires 5. Draai aan SOURCE, selecteer RADIO SETTINGS en druk op SOURCE. 1. Selecteer de radiostand met de toets FM en druk op SOURCE. Financieel nieuws Financieel nieuws 6.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 239 10 Infotainment Radiofuncties HU-450/650/850 Automatische afstemfunctie Programmatype Displaytekst 3. Draai aan SOURCE, selecteer PTY OFF en druk op SOURCE. Maatschappelijke programma’s Sociaal Sport Sport 4. Druk op EXIT. Het symbool PTY verdwijnt dan en de radio keert terug naar de normale weergavestand.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 240 10 Infotainment Radiofuncties HU-450/650/850 10 5. Druk op EXIT. • Draai aan SOURCE, selecteer REG OFF (knipperende tekst) en druk op SOURCE. Regionale radioprogramma’s, REG • Druk op EXIT. De functie REG staat normaal gesproken uit. Bij het inschakelen van de functie is het mogelijk om op een bepaalde regionale zender afgestemd te blijven ondanks dat het signaal zwak is.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 241 10 Infotainment Radiofuncties HU-450/650/850 5. Draai aan SOURCE, selecteer LOW, MEDIUM, HIGH of Off en druk op SOURCE. 10 Radiotekst Sommige RDS-zenders geven informatie door over de inhoud van de uitzendingen, uitvoerende artiesten e.d. Druk enkele seconden lang op de toets FM om eventueel meegestuurde radiotekst op het display te bekijken.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 242 10 Infotainment Cassettedeck HU-450 Van bandrichting wisselen Druk op de toets REV, als u de andere kant van de cassette wilt beluisteren. Op het display staat aangegeven welke kant van de cassette wordt afgespeeld. 10 DOLBY B NR G027246 Cassette uitwerpen Steek de cassette met de open kant naar rechts in de opening. Op het display verschijnt TAPE Side A.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 243 10 Infotainment Cassettedeck HU-450 Volgende track, vorige track kiezen Als u de toets indrukt, zal de cassette automatisch vooruitgespoeld worden naar het begin van de volgende track. 10 Als u de toets indrukt, zal de cassette automatisch achteruitgespoeld worden naar het begin van de vorige track. Deze functie werkt alleen goed, wanneer er tussen de tracks een stilte van ongeveer vijf seconden is ingelast.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 244 10 Infotainment Cd-speler HU-650 Cd-speler 10 Steek een cd in de opening. Als u al een cd hebt aangebracht, moet u voor weergave van de cd kiezen door aan de knop SOURCE te draaien of op de sneltoets CD te drukken. Druk kort op de pijl-links/pijl-rechts om naar de vorige of volgende track te gaan. U kunt daarvoor ook gebruik maken van de toetsenset op het stuurwiel. Het tracknummer staat aangegeven op het display.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 245 10 Infotainment Interne cd-wisselaar HU-850 Interne cd-wisselaar Nummer cd selecteren Een interne cd-wisselaar met een magazijn voor 6 cd’s maakt deel uit van HU-850. Druk op de sneltoets CD of draai aan de knop SOURCE om de cd-wisselaar te activeren. De cd-wisselaar speelt de laatst gekozen track op de laatst gekozen cd af. Selecteer de af te spelen cd met de cijfertoetsen 1–6.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 246 10 Infotainment Externe cd-wisselaar HU-450/650/850* Cd-wisselaar 10 4. Duw het magazijn in de cd-wisselaar terug. Scannen Sleuf kiezen De functie SCAN kunt u gebruiken om van iedere track de eerste 10 seconden te beluisteren. Selecteer de af te spelen cd door aan de knop PRESET/CD (HU-450) te draaien of druk op de cijfertoetsen 1 - 6 (HU-650/850).
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 247 10 Infotainment Externe cd-wisselaar HU-450/650/850* BELANGRIJK Speel uitsluitend standaard-cd’s af (met een diameter van 12 cm). Gebruik geen cd’s met een opgeplakt etiket. Door warmteontwikkeling in de cd-speler kan het etiket losraken en schade aan de cd-speler veroorzaken. 10 * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 248 10 Infotainment Dolby Surround Pro Logic II HU-850 Algemene informatie 10 Dolby Surround Pro Logic II is gebaseerd op het voorgaande systeem en levert een duidelijke verbetering van de geluidsweergave op. De verbetering is met name duidelijk te merken voor de achterpassagiers. In combinatie met een middenluidspreker midden op het dashboard zorgt Dolby Surround Pro Logic II voor een zeer realistische geluidsweergave.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 249 10 Infotainment Dolby Surround Pro Logic II HU-850 Niveau equalizer (Mid EQ Level) Gebruik deze functie om de geluidsweergave via de luidsprekers fijn af te regelen. 10 1. Druk op SOURCE. 2. Draai aan SOURCE, selecteer ADVANCED MENU en druk op SOURCE. 3. Draai aan SOURCE, selecteer AUDIO SETTINGS en druk op SOURCE. 4. Draai aan SOURCE, selecteer MID EQ LEVEL en druk op SOURCE. 5. Draai aan SOURCE, selecteer het volume en druk op SOURCE. 6.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 250 10 Infotainment Technische gegevens 10 HU-450 HU-650 HU-850 Vermogen 4 × 25 W 4 × 25 W 1 × 25 W (centrale luidspreker) Impedantie 4 Ohm Voedingsspanning 12 V, negatieve massa Externe versterker – 4 × 50 W of 4 × 75 W A 4 × 50 W of 4 × 75 W B Radio Frequentiebereik A B 250 U (FM) 87,5–108 MHz M (AM) 522–1611 kHz L (AM) 153–279 kHz (optie) HU-850 moet worden aangesloten op een externe versterker.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 251 10 Infotainment Telefoonfuncties* G027195 10 Onderdelen van het telefoonsysteem `` * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 252 10 Infotainment Telefoonfuncties* Algemene voorschriften 10 • Onderdelen van het telefoonsysteem De verkeersveiligheid staat voorop. Als u als bestuurder gebruik wilt maken van de handset in de armleuning, moet u de auto eerst op een veilige plaats parkeren. 1. Toetsenset op middenconsole Met de toetsenset op de middenconsole kunt u alle functies van de telefoon regelen. • • Schakel de telefoon uit tijdens het tanken. 2.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 253 10 Infotainment Telefoonfuncties* Het telefoonsysteem is alleen te gebruiken in combinatie met een geldige simkaart (Subscriber Identity Module). U hebt deze kaart van uw provider ontvangen. Telefoon inschakelen 1. Draai de contactsleutel naar stand I. 10 2. Druk op de aangegeven knop op de bovenstaande afbeelding. Breng altijd de simkaart aan, als u gebruik wilt maken van het telefoonsysteem.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 254 10 Infotainment Bel-opties Display Het geluid van het audiosysteem kan automatisch worden uitgeschakeld tijdens een gesprek. Zie ook menu-optie 5.6.5 op pagina 263 voor het volume van het audiosysteem. 10 Handset Gesprekken beëindigen Op het display verschijnen de actuele functies zoals menu’s, meldingen, telefoonnummers of instellingen.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 255 10 Infotainment Bel-opties Verkort kiezen Overgaan op handsfree zonder het gesprek te beëindigen 1. Druk op 2. Druk op pagina 254). en kies voor Handsfree. Druk een voorkeurtoets ca. 2 seconden lang in om het telefoonnummer te kiezen dat onder de toets opgeslagen is. en leg de handset op (zie Snelnummers opslaan 1.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 256 10 Infotainment Bel-opties 10 Ruggespraak/ Ruggespraak uit Ruggespraakstand Samenvoegen Om twee gespreken tegelijk te voeren (conferentie) Wisselen Om te wissen tussen de twee gesprekken Wanneer u gekozen hebt voor Samenvoegen en twee lopende gesprekken voert, kunt u de onderstaande functies activeren: ± 256 Blader met de pijltoetsen en druk op om een keuze te maken.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 257 10 Infotainment Geheugenfuncties Sms Telefoonnummers met namen opslaan Eén geluidssignaal geeft aan dat er een sms is binnengekomen. 1. Volume Verhoog het volume door op de (+) van de toetsenset op het stuurwiel te drukken. Verlaag het volume door op de (–) van de toetsenset op het stuurwiel te drukken. Wanneer de telefoon in de actieve stand staat, kunt u met de toetsenset op het stuurwiel alleen de telefoonfuncties regelen.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 258 10 Infotainment Geheugenfuncties wxyz9 ± 10 om tweemaal achtereen hetzelfde teken van een toets in te voeren moet u na de eerste maal op * drukken of enkele seconden wachten. +0@*#&$£/% om te wisselen tussen hoofdletters en kleine letters het laatst ingevoerde teken wissen. Wanneer u de toets lang ingedrukt houdt, kunt u het nummer of de tekst in zijn geheel wissen.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 259 10 Infotainment Menu’s Algemene informatie Verkeersveiligheid Aan de hand van de menu’s kunt u bestaande instellingen controleren of wijzigen en nieuwe functies programmeren. De verschillende menu-opties worden op het display weergegeven. Om veiligheidsredenen is het menusysteem niet toegankelijk bij snelheden hoger dan 8 km/h. U kunt de begonnen activiteit in het menusysteem echter nog wel beëindigen. 2.1. Lezen 2.2. Invoeren 2.3.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 260 10 Infotainment Menu’s 4. 10 5. 260 Bel-opties 5.3.5. Suomi 4.1. Nummer verz. 5.3.6. Deutsch 4.2. Oproep wacht 5.3.7. Nederlands 4.3. Auto antw. 5.3.8. Français FR Menu-opties, beschrijving 4.4. Auto herk. 5.3.9. Français CAN 1. Oproepregister 4.5. Verk. kiezen 5.3.10. Italiano 1.1. Gemist 4.6. Doorschakelen 5.3.11. Español 4.6.1. Allemaal 5.3.12. Português P 4.6.2. Indien bezet 4.6.3. Niet beantw.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 261 10 Infotainment Menu’s Alles 2.3. Voice mail 3.2.1. 1.4.2. Gemist Bewerken: Gegevens in de verschillende geheugens wijzigen. 1.4.3. Ontvangen In dit menu kunt u de binnengekomen gesproken boodschappen beluisteren. 3.2.2. Wissen: Een opgeslagen naam wissen. 2.4. Instellingen 1.4.4. Gebeld 3.2.3. Kopiëren: Een opgeslagen naam kopieren. 3.2.4.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 262 10 Infotainment Menu’s 10 namen en telefoonnummers in het geheugen op de simkaart en in dat van de telefoon. 4.6.1. Indien bezet 5.3.8. Français FR 4.6.2. Alle gespr. (de instelling geldt alleen tijdens het lopende gesprek). 5.3.9. Français CAN 4. Bel-opties 4.1. Nummer verz. 4.6.3. Niet beantw. Aangeven of uw eigen nummer wel of niet op het display van de ontvanger moet verschijnen.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 263 10 Infotainment Menu’s 5.6. Geluiden 5.6.1 . Belvolume: In dit menu kunt u het volume van het belsignaal bij een binnenkomend gesprek instellen. 5.6.2. Belsignaal: U hebt de keuze uit acht verschillende beltonen. 5.6.3. Toetsklik: Aan of uit. 5.6.4. Aanp. Snelh.: Aangeven of het volume wel of niet afhankelijk moet zijn van de rijsnelheid. 5.6.5.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 264 10 Infotainment Overige informatie Dubbele simkaart 1 Radio/Telefoon Specificaties 10 Vermogen 2W Simkaart Klein Geheugenposities 255 A Sms Ja Met de onderste vier toetsen van de toetsenset op het stuurwiel kunt u zowel de radio als de telefoon regelen. Als u de toetsen wilt gebruiken om de telefoonfuncties te gebruiken, moet u de telefoon eerst activeren (zie pagina 253).
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 265 10 Infotainment 10 265
2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 266 Typeaanduidingen................................................................................. Maten en gewichten.............................................................................. Motorspecificaties................................................................................. Motorolie............................................................................................... Vloeistoffen en smeermiddelen..............................................
P2 (S60); 5; 3 evastarck SPECIFICATIES 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 267 11
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 268 11 Specificaties Typeaanduidingen G032069 11 268
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 269 11 Specificaties Typeaanduidingen Wanneer u contact opneemt met uw erkende Volvo-werkplaats of vervangende onderdelen of accessoires wilt bestellen, kan het handig zijn om de typeaanduiding, het chassisnummer en het motornummer bij de hand te hebben. Typeaanduiding, chassisnummer, maximaal toelaatbaar gewicht, kleurcodes voor lak en bekleding en typegoedkeuringsnummer. 11 Sticker voor standverwarming.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 270 11 Specificaties Maten en gewichten Maten 11 G020131 Positie op afbeel ding Maten mm Positie op afbeel ding Maten mm Positie op afbeel ding Maten mm A Wielbasis 2715 E Hoogte 1428 H Breedte 1871 B Lengte 4603 F 1561 I Laadlengte, vloer, achterbank neergeklapt 1661 Breedte incl.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 271 11 Specificaties Maten en gewichten Gewichten Geremde aanhanger: Bij het rijklaar gewicht zijn het gewicht van de bestuurder, dat van de brandstoftank die voor 90 % gevuld is en dat van de resterende oliën/ vloeistoffen e.d. inbegrepen. Max. aanhangergewicht (kg) Max.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 272 11 Specificaties Motorspecificaties 11 A B 2.4 2.4i 2.0T 2.5T 2.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 273 11 Specificaties Motorspecificaties A T5 D 2.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 274 11 Specificaties Motorolie Ongunstige rijomstandigheden Volvo adviseert olieproducten van Castrol. Viscositeitsdiagram Controleer het oliepeil vaker bij lange ritten: met een caravan of aanhanger achter de auto • • • in bergachtig gebied op hoge snelheden bij temperaturen lager dan –30 °C of hoger dan +40 °C. In dergelijke omstandigheden kunnen de olietemperatuur en het olieverbruik abnormaal toenemen.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 275 11 Specificaties Motorolie Oliesticker Motortype 2.0T B5204T5 2.4 B5244S Bij te vullen hoeveelheid tussen MIN–MAX (liter) Hoeveelheid A (liter) 1,2 5,5 11 G032078 B5244S2 A B 2.4T B5244T4 B T5 B5244T5 2.5T B5254T2 De nevenstaande oliesticker zit in de motorruimte van de auto (zie pagina 268). D5 D5244T4 Oliekwaliteit: ACEA A5/B5 2.4D D5244T5 Viscositeit: SAE 0W-30 D D5244T7 2,0 6,2 Inclusief hoeveelheid in filter.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 276 11 Specificaties Vloeistoffen en smeermiddelen Vloeistof Systeem Hoeveelheid (liter) Aanbevolen kwaliteit: Versnellingsbakolie Handgeschakelde vijfversnellingsbak (M56/M58) 2,1 Versnellingsbakolie: MTF 97309 Handgeschakelde zesversnellingsbak (M66) 2,0 Versnellingsbakolie: MTF 97309 Automatische versnellingsbak (AW55-50, AW55-51) 7,2 Versnellingsbakolie: JWS 3309 Automatische versnellingsbak (TF-80SC) 7,0 Benzinemotor zonder turb
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 277 11 Specificaties Vloeistoffen en smeermiddelen A B Vloeistof Systeem Hoeveelheid (liter) Aanbevolen kwaliteit: Ruitensproeiervloeistof zonder hogedruksproeiers 4,5 met hogedruksproeiers 6,4 Bij vorst wordt u geadviseerd een door Volvo aanbevolen antivries aangelengd met water te gebruiken. De waterkwaliteit dient te voldoen aan de norm STD 1285,1. Het gewicht hangt af van het motortype.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 278 11 Specificaties Brandstof Verbruik, uitstoot en tankinhoud Motor 11 Verbruik liter/100 km Uitstoot van kooldioxide (CO2) in g/km Tankinhoud liter 2.4 B5244S2 Handgeschakelde vijfversnellingsbak (M56) 8,8 209 70 2.4 B5244S2 Automatische versnellingsbak (AW55-51) 9,5 226 70 2.4i B5244S Handgeschakelde vijfversnellingsbak (M56) 8,9 212 70 2.4i B5244S Automatische versnellingsbak (AW55-51) 9,5 226 70 2.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 279 11 Specificaties Brandstof Motor 2.5T B5254T2 AWD Versnellingsbak Verbruik liter/100 km Uitstoot van kooldioxide (CO2) in g/km Tankinhoud liter Automatische versnellingsbak (AW55-51) 10,2 244 72 11 2.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 280 11 Specificaties Brandstof Brandstofverbruik en uitstoot van kooldioxide 11 De officiële brandstofverbruikscijfers zijn gebaseerd op een gestandaardiseerde rijcyclus conform de EU-richtlijn 80/1268 (combinatierit). Het gebruik van extra accessoires kan de verbruikscijfers beïnvloeden, omdat de accessoires het gewicht van de auto verhogen. Ook de rijstijl en andere niet-technische factoren kunnen van invloed zijn op het brandstofverbruik.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 281 11 Specificaties Katalysator Algemene informatie De katalysator heeft tot taak de uitlaatgassen te reinigen. De katalysator is dicht bij de motor in het uitlaatsysteem gemonteerd om snel op temperatuur te komen. De katalysator bestaat uit een monoliet (keramiek of metaal) met kanalen. De wanden van de kanalen zijn bekleed met platina/rodium/palladium. Deze edelmetalen hebben een katalytische werking, d.w.z.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 282 11 Specificaties Elektrisch systeem Algemene informatie 12V-systeem met wisselstroomdynamo en spanningsregelaar. Enkelpolig systeem waar- bij het chassis en het motorblok als geleiders worden gebruikt. Accu 11 A B Spanning 12 V 12 V 12 V Koudestartcapaciteit (SAE) 590 A 600 A A 700 A B Reservecapaciteit (RC) 100 min. 120 min. 135 min. Capaciteit (Ah) 60 70 80 Auto’s met een audiosysteem in de uitvoering High Performance.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 283 11 Specificaties Elektrisch systeem Verlichting Vermogen W Lampvoet Instapverlichting, kofferbakverlichting, kentekenplaatverlichting 5 SV8,5 Make-upspiegel 1,2 SV5,5 Stadslichten/parkeerlichten vóór, sidemarkers vóór 5 W2,1X9,5d Richtingaanwijzers buitenspiegels (oranje) 5 W2,1X9,5d Mistlampen 55 H11 Verlichting dashboardkastje 3 BA9 11 283
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 284 11 Specificaties Typegoedkeuring Afstandsbedieningssysteem Land 11 A, B, CY, CZ, D, DK, E, EST, F, FIN, GB, GR, H, I, IRL, L, LT, LV, M, NL, P, PL, S, SK, SLO Hierbij verklaart Delphi dat het gebruikte afstandsbedieningssysteem in overeenstemming is met de essentiële eigenschappen en overige relevante bepalingen zoals beschreven in de EU-richtlijn 1999/5/ EG.
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 285 12 Alfabetisch register A Achteruitkijkspiegel en buitenspiegels inklapbare............................................. 50 Aanhanger................................................ 140 kabel................................................... 142 rijden met een aanhanger................... 140 Aanpassen, lichtbundel........................... 150 Aanrijding crash mode...........................................
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 286 12 Alfabetisch register Auto wassen............................................ 182 AUX.......................................................... 227 volume................................................ 228 AWD, vierwielaandrijving......................... 128 B 12 Banden algemene informatie........................... 164 bandenreparatie................................. 175 bandenspanningscontrolesysteem..... 171 draairichting..............
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 287 12 Alfabetisch register E ECO-bandenspanning............................. 167 tabel.................................................... 168 EHBO-set................................................. 170 Elektrisch bedienbaar schuifdak................ 71 Elektrisch bedienbare ruiten...................... 64 Elektrisch bedienbare stoel....................... 91 Elektrisch bedienbare zijruiten achterin...............................................
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 288 12 Alfabetisch register I IMEI-nummer........................................... 264 In de was zetten....................................... 183 Informatiedisplay....................................... 47 Inklapbare buitenspiegels.......................... 50 12 Kinderen..................................................... 30 kinderslot............................................ 111 kinderzitjes en SIPS-airbags.................
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 289 12 Alfabetisch register Lichtbundel aanpassen............................ 150 Bi-Xenon-koplampen....................... 154 Halogeenkoplampen........................... 151 Lopende gesprekken, functies................ 255 Luchtverdeling..................................... 77, 83 Luchtverdeling, AC.................................... 79 Motorolie.......................................... 196, 274 filter........................................
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 290 12 Alfabetisch register R Radio afstemfunctie...................................... EON.................................................... NEWS................................................. PTY..................................................... verkeersinformatie.............................. zenders zoeken................................... 12 Reservewiel.............................................. 169 Compact reservewiel.............
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 291 12 Alfabetisch register SIPS-airbags.............................................. 24 Sleepoog.................................................. 137 Slepen...................................................... 137 sleepoog............................................. 137 Sleutel...................................................... 104 transpondersleutel.............................. 104 Sloten kofferdeksel......................................
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 292 12 Alfabetisch register Trekgewicht..................................... 140, 271 Trekhaak.......................................... 140, 144 algemene informatie................... 140, 142 monteren............................................ 144 specificaties........................................ 143 verwijderen......................................... 146 Trekinrichting, zie Trekhaak..................... 142 Trillingsdemper.................
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 293 12 Alfabetisch register Vlekken.................................................... 184 Vloeistoffen, hoeveelheden...................... 276 Vloeistoffen en oliën................................. 276 Vloeistoffen en oliën, algemene informatie............................................................. 192 Vloeistoffen en oliën, controles motorruimte....................................................... 196 Vloermatten.........................
P2 (S60); 5; 3 evastarck 12 Alfabetisch register 12 294 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 294
P2 (S60); 5; 3 evastarck 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 295 Notities 295
P2 (S60); 5; 3 evastarck Notities 296 2008-02-25T15:32:30+01:00; Page 296
P2 (S60); 5; 3 evastarck Kdakd 8Vg 8dgedgVi^dc IE &%((+ 9jiX] ! 6I %-'%! Eg^ciZY ^c HlZYZc! <iZWdg\ '%%-! 8deng^\]i '%%%"'%%- Kdakd 8Vg 8dgedgVi^dc 2008-02-22T12:32:14+01:00; Page 1