Operation Manual

121
Wielen en banden
Neem contact op met een Volvo-
reparateur voor advies over de beste soort
velgen en banden.
Banden met ‘spikes’
Winterbanden met ‘spikes’ moeten de eerste
500-1000 km rustig worden ingereden,
zodat de ‘spikes’ op de juiste plaats in de
band gaan zitten. Zo gaan de banden en
vooral de ‘spikes’ langer mee.
De bepalingen voor het gebruik van
banden met ‘spikes’ verschillen van land tot
land.
Profieldiepte
Rijden op wegen met ijs en sneeuw, en bij
lage temperaturen vergen meer van de
banden dan rijden in de zomer. Daarom
adviseren wij een minimale profieldiepte van
4 mm op winterbanden.
Sneeuwkettingen
Het gebruik van sneeuwkettingen is alleen
toegestaan op de voorwielen.
Rijd nooit sneller dan 50 km/u met
sneeuwkettingen. Vermijd niet-geasfalteerde
wegen voor zover dat mogelijk is, omdat
zowel de banden als de sneeuwkettingen
daardoor overmatig slijten. Maak nooit
gebruik van ‘snelsluitingen’ , omdat de ruimte
tussen de schijfremmen en de wielen te klein
is.
BELANGRIJK!
Gebruik alleen originele sneeuwkettingen
van Volvo die geschikt zijn voor het juiste
model, band en velgafmetingen. Vraag
een erkende Volvo-reparateur om advies.
Maak nooit gebruik van ‘snelsluitingen’ ,
omdat de ruimte tussen de schijfremmen
en de wielen te klein is.
Lage en hoge wielmoeren
Velgen en wielmoeren
Alleen door Volvo geteste en goedgekeurde
velgen en originele Volvo-accessoires mogen
op de auto gebruikt worden. Er zijn twee
soorten wielmoeren afhankelijk van of de
velgen van staal of aluminium zijn.
Stalen velgen – lage moer
Stalen velgen worden normaal gesproken
vastgezet met de lage soort wielmoer,
hoewel voor stalen velgen ook het hoge soort
gebruikt kan worden. Draai aan tot 140 Nm.
Controleer het aanhaalmoment met een
momentsleutel.
WAARSCHUWING!
Gebruik nooit het korte soort moer voor
aluminium velgen. Het wiel kan los raken.