C70; 6; 3 evastarck 2008-03-07T13:26:08+01:00; Page 1 VOLVO C70 Instructieboekje WEB EDITION Kdakd 8Vg 8dgedgVi^dc IE &%&+& 9jiX] ! 6I %-'%! Eg^ciZY ^c HlZYZc! <iZWdg\ '%%-! 8deng^\]i '%%%"'%%- Kdakd 8Vg 8dgedgVi^dc
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 1 BESTE VOLVO-BEZITTER, DANK U DAT U GEKOZEN HEBT VOOR VOLVO! Wij hopen dat u jarenlang rijplezier van uw Volvo zult hebben. Bij het ontwerp hebben veiligheid en comfort van u en uw passagiers vooropgestaan. Een Volvo is een van de veiligste auto’s ter wereld. Uw Volvo is ook ontworpen om aan alle geldende veiligheidsvoorschriften en milieueisen te voldoen.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 2 Inhoud 00 01 02 00 Inleiding 01 Veiligheid Belangrijke informatie................................. 8 Volvo en het milieu.................................... 11 Veiligheidsgordels..................................... Airbagsysteem.......................................... Airbags (SRS)............................................ Airbag (SRS) activeren/deactiveren*......... SIPS-airbags (zij-airbags)......................... Opblaasgordijnen (DMIC).
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 3 Inhoud 03 04 05 03 Klimaatregeling Algemene informatie over de klimaatregeling............................................................ Elektronische klimaatregeling, ECC*........ Luchtverdeling.......................................... Motor- en interieurverwarming op brandstof*........................................................... Extra verwarming op brandstof* (diesel)... 82 84 88 89 92 04 Interieur 05 Sloten en alarm Voorstoelen....
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 4 Inhoud 06 07 08 06 Starten en rijden Algemene informatie............................... Tanken.................................................... Motor starten.......................................... Keyless drive*.......................................... Handgeschakelde versnellingsbak......... Automatische versnellingsbak................ Remsysteem........................................... DSTC (stabiliteits- en tractieregelsysteem)*.........
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 5 Inhoud 09 10 11 09 Onderhoud en service Volvo Service.......................................... Onderhoud.............................................. Motorkap en motorruimte....................... Oliën en vloeistoffen............................... Wisserbladen.......................................... Accu........................................................ Gloeilampen vervangen.......................... Zekeringen...........................
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 6 Inhoud 12 12 Alfabetisch register Alfabetisch register.................................
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 7 Inhoud 7
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 8 Inleiding Belangrijke informatie Instructieboekje lezen Inleiding Een goede manier om vertrouwd te raken met uw nieuwe auto is om het instructieboekje te lezen, idealiter voordat u uw eerste rit maakt. Zo maakt u kennis met nieuwe functies, krijgt u tips hoe u het beste in verschillende situaties met de auto kunt omgaan en leert u hoe u optimaal gebruik kunt maken van alle mogelijkheden die uw auto biedt.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 9 Inleiding Belangrijke informatie Informatie G031593 Gevaar voor materiële schade. G031592 Gevaar voor lichamelijk letsel G031590 Zwarte ISO-symbolen in een oranje waarschuwingsveld, witte tekst/afbeelding in een zwart tekstveld. Gevaarlijke situatie die, als de situatie niet vermeden wordt, zal resulteren in ernstig letsel met mogelijk dodelijke afloop. Witte ISO-symbolen in een zwart symboolveld, witte tekst/afbeelding in een zwart tekstveld.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 10 Inleiding Belangrijke informatie Wanneer er een reeks afbeeldingen bij een stapsgewijze instructie bestaat, zijn de verschillende stappen van de instructie op dezelfde manier genummerd als de bijbehorende afbeeldingen. • • Zie ommezijde `` Dit symbool staat rechts onderaan wanneer kan echter op last van de nationale wetgeving gedwongen worden om bepaalde informatie te verstrekken.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 11 Inleiding Volvo en het milieu G000000 Milieubeleid van Volvo Car Corporation Zorg voor het milieu is een van de kernwaarden van Volvo Car Corporation die van invloed zijn op alle activiteiten. We zijn ervan overtuigd dat onze klanten onze zorg voor het milieu delen. Uw Volvo voldoet aan strenge internationale milieueisen en is bovendien geproduceerd in een fabriek die zeer schoon is en efficiënt met hulpbronnen omgaat.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 12 Inleiding Volvo en het milieu Schone lucht in passagiersruimte Het interieurfilter zorgt dat stofdeeltjes en pollen niet via de luchtinlaatopening in de passagiersruimte kunnen dringen. Een geavanceerd luchtreinigingssysteem, IAQS* (Interior Air Quality System), zorgt ervoor dat de lucht die de passagiersruimte binnenkomt schoner is dan de lucht buiten in het verkeer. Het systeem bestaat uit een elektronische sensor en een koolstoffilter.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 13 Inleiding Volvo en het milieu • Hanteer afvalstoffen die schadelijk voor het milieu zijn, zoals accu’s en olie, op een milieuvriendelijke manier. Neem contact op met een erkende Volvo-werkplaats, als u niet zeker weet hoe u dergelijk afval moet verwerken. • • Onderhoud uw auto regelmatig. Bij hoge snelheden neemt het verbruik aanzienlijk toe vanwege de grotere luchtweerstand.
2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 14 Veiligheidsgordels................................................................................... Airbagsysteem........................................................................................ Airbags (SRS).......................................................................................... Airbag (SRS) activeren/deactiveren*....................................................... SIPS-airbags (zij-airbags)...................................................
C70; 7; 3 evastarck VEILIGHEID 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 15 01
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 16 01 Veiligheid Veiligheidsgordels 01 Algemene informatie ting te steken. Een duidelijke “klik” geeft aan dat de veiligheidsgordel vastzit. Veiligheidsgordel losmaken ± Druk op de rode knop van de sluiting en laat het oprolmechanisme de veiligheidsgordel naar binnen trekken. Als de gordel niet volledig wordt opgerold, moet u de veiligheidsgordel handmatig zo ver terugrollen dat deze niet langer slap hangt.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 17 01 Veiligheid Veiligheidsgordels Het mag nooit over de buik omhoog kunnen glijden. De veiligheidsgordel moet zo strak mogelijk over het lichaam lopen zonder onnodige speling. Controleer ook of de gordel nergens gedraaid zit. WAARSCHUWING De achterbank is bestemd voor maximaal twee personen.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 18 01 Veiligheid 01 Veiligheidsgordels De melding op het informatiedisplay, die aangeeft welke veiligheidsgordels er gebruikt worden, is altijd beschikbaar. Druk op de knop READ om de opgeslagen meldingen te zien. Gordelgeleider Bepaalde markten Gordelspanners Alle veiligheidsgordels zijn uitgerust met gordelspanners. Dit is een mechanisme dat bij een voldoende krachtige aanrijding de veiligheidsgordel rond het lichaam spant.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 19 01 Veiligheid Airbagsysteem Waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel G029041 Behalve het brandende waarschuwingslampje verschijnt er, in die gevallen waarin dat nodig is, een melding op het display. Als het waarschuwingslampje niet werkt, gaat het waarschuwingsdriehoekje branden en verschijnt er SRS-AIRBAG SERVICE VEREIST of SRS-AIRBAG SERVICE SPOED op het display. Neem zo spoedig mogelijk contact op met een erkende Volvo-werkplaats.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 20 01 Veiligheid 01 Airbags (SRS) Airbagsysteem WAARSCHUWING N.B. Reparaties mogen alleen door een erkende Volvo-werkplaats worden uitgevoerd. Ingrepen in de airbags kunnen storingen in de werking veroorzaken en leiden tot ernstig letsel. G020111 Het is dan ook mogelijk dat er bij ongelukken slechts één (of geen enkele) van de airbags wordt opgeblazen.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 21 01 Veiligheid Airbags (SRS) Plaats geen voorwerpen voor of boven op het dashboard in het gebied waar de passagiersairbag is aangebracht. Uw auto heeft behalve de veiligheidsgordel aan de bestuurderszijde ook een airbag (SRS Supplemental Restraint System) in het stuurwiel. De airbag zit opgevouwen in het midden van het stuurwiel. Het stuurwiel is voorzien van het opschrift SRS AIRBAG.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 22 01 Veiligheid Airbags (SRS) 01 WAARSCHUWING Zet nooit een kind in een kinderzitje op de passagiersstoel als de airbag (SRS) is geactiveerd.2 Laat kinderen nooit voor de passagierstoel zitten of staan. Personen kleiner dan 1,40 m mogen nooit op de passagiersstoel plaatsnemen als de airbag (SRS) geactiveerd is. G032243 Het niet opvolgen van de bovenstaande aanbevelingen kan levensgevaarlijke situaties opleveren voor uw kind.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 23 01 Veiligheid Airbag (SRS) activeren/deactiveren* Algemene informatie De passagiersairbag (SRS) voorin kan gedeactiveerd worden met een schakelaar als de auto is uitgerust met PACOS (Passenger Airbag Cut Off Switch). Zie de tekst onder het kopje Activeren/deactiveren voor informatie over het activeren/deactiveren.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 24 01 Veiligheid 01 Airbag (SRS) activeren/deactiveren* WAARSCHUWING Berichten Geactiveerde airbag (passagiersstoel): Vervoer kinderen nooit in een kinderzitje of op een comfortkussen op de passagiersstoel als de airbag geactiveerd is. Laat evenmin personen die kleiner zijn dan 1,40 m op deze stoel plaatsnemen. Het niet opvolgen van de bovenstaande aanbevelingen kan levensgevaarlijke situaties opleveren.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 25 01 Veiligheid Airbag (SRS) activeren/deactiveren* 01 N.B. Bij het omdraaien van de afstandsbediening naar stand II of III brandt ca. 6 seconden lang het waarschuwingslampje voor de airbags op het instrumentenpaneel (zie pagina 19). Daarna gaat de indicator op de plafondconsole branden die de status van de passagiersairbag aangeeft. Voor meer informatie over de verschillende standen van het contactslot (zie pagina 142).
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 26 01 Veiligheid SIPS-airbags (zij-airbags) 01 SIPS-airbags (zij-airbags) WAARSCHUWING Reparaties mogen alleen door een erkende Volvo-werkplaats worden uitgevoerd. Ingrepen in de SIPS-airbags kunnen storingen in de werking veroorzaken en leiden tot ernstig letsel. Het is mogelijk een kinderzitje/comfortkussen op de voorstoel te plaatsen, als de auto aan de passagierszijde niet is uitgerust met een geactiveerde 1 airbag.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 27 01 Veiligheid SIPS-airbags (zij-airbags) 01 G025316 G032246 leeglopen. De SIPS-airbag wordt normaal gesproken alleen opgeblazen aan de kant van de aanrijding. Positie van sticker voor airbag aan bestuurderszijde, auto met het stuur links. Passagiersplaats, auto met het stuur links.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 28 01 Veiligheid 01 Opblaasgordijnen (DMIC) Eigenschappen maakt het niet uit of de hardtop nu open- of dichtstaat. WAARSCHUWING Het opblaasgordijn vormt een aanvulling op de veiligheidsgordel. Draag altijd de veiligheidsgordel. WAARSCHUWING De opblaasgordijnen (DMIC, Door Mounted Inflatable Curtain) vormen een aanvulling op het SIPS-systeem. Ze zitten verborgen achter de binnenkant van het bestuurders- en het passagiersportier.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 29 01 Veiligheid WHIPS-systeem 01 G020347 Bescherming tegen whiplash-letsel, WHIPS Het WHIPS-systeem (Whiplash Protection System) bestaat uit energieabsorberende rugleuningen en speciaal voor het systeem ontwikkelde hoofdsteunen voor de beide voorstoelen.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 30 01 Veiligheid 01 WHIPS-systeem Zorg dat u de werking van het WHIPSsysteem niet beïnvloedt WAARSCHUWING Als de stoel heeft blootgestaan aan grote krachten zoals bij een aanrijding van achteren, moet u het WHIPS-systeem laten controleren in een erkende Volvo-werkplaats. G020125 Het WHIPS-systeem kan een deel van zijn beschermende eigenschappen hebben verloren, zelfs als de stoel ogenschijnlijk intact is.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 31 01 Veiligheid Roll-Over Protection System (ROPS) ROPS-systeem 01 WAARSCHUWING Verricht geen werkzaamheden aan het ROPS-systeem. G020797 Leg geen voorwerpen boven op het ROPSsysteem of achter de hoofdsteunen voor de achterpassagiers. Rolbeugels in uitgeschoven stand. Het ROPS-systeem bestaat uit sensoren en stevige rolbeugels die achter de hoofdsteunen voor de achterpassagiers zitten.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 32 01 Veiligheid Activering van de veiligheidssystemen 01 Activering van de systemen Systeem Activering Gordelspanners voorstoelen Bij een frontale botsing en/of aanrijding in de zij, van achteren en/of kantelen. Gordelspanners achterbank Bij een frontale botsing en/of aanrijding in de zij en/of kantelen. Airbags (SRS) Bij een frontale botsing.A SIPS-airbags Bij een aanrijding in de zij.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 33 01 Veiligheid Crash mode Rijden na een aanrijding G029042 Als alles normaal lijkt en u hebt vastgesteld dat er geen brandstof lekt, kunt u proberen de motor te starten. Als de auto betrokken is geweest bij een aanrijding, kan de melding CRASH MODE ZIE HANDLEIDING op het informatiedisplay verschijnen. Dit betekent dat de functionaliteit van de auto is verminderd.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 34 01 Veiligheid Kinderen en veiligheid 01 Kinderen moeten comfortabel en veilig zitten Het gewicht en de lengte van het kind zijn bepalend voor de plaats van het kind in de auto en de vereiste uitrusting. Voor meer informatie (zie pagina 36). N.B. N.B. Neem voor duidelijker instructies voor de bevestiging van kinderveiligheidsproducten contact op met de producent.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 35 01 Veiligheid Kinderen en veiligheid Plaats een kind altijd op de achterbank als de passagiersairbag geactiveerd is. Als de airbag wordt geactiveerd, kan een kind aan de passagierszijde ernstig letsel oplopen.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 36 01 Veiligheid Kinderen en veiligheid 01 Plaats van kinderen in de auto 3 Gewicht/Leeftijd Voorstoel A Achterbank Groep 0 Volvo-kinderzitje – achterstevoren gemonteerd kinderzitje bevestigd met veiligheidsgordel, bevestigingsband en steun.B (tot 9 maanden) Volvo-kinderzitje – achterstevoren gemonteerd kinderzitje bevestigd met veiligheidsgordel en bevestigingsband. Gebruik een veiligheidskussen tussen het kinderzitje en het dashboard.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 37 01 Veiligheid Kinderen en veiligheid Gewicht/Leeftijd Voorstoel A Achterbank Groep 1 Volvo-kinderzitje – achterstevoren gemonteerd kinderzitje bevestigd met veiligheidsgordel en bevestigingsband. Gebruik een veiligheidskussen tussen het kinderzitje en het dashboard. Volvo-kinderzitje – achterstevoren gemonteerd kinderzitje bevestigd met veiligheidsgordel, bevestigingsband en steun.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 38 01 Veiligheid Kinderen en veiligheid 01 WAARSCHUWING Vervoer kinderen nooit in een kinderzitje of op een comfortkussen op de passagiersstoel als de airbag geactiveerd is4 Achter de onderkant van de ruggedeelten op de beide buitenste zitplaatsen van de achterbank gaan de bevestigingspunten voor het ISOFIX-systeem schuil. Symbolen op de bekleding van de ruggedeelten (zie bovenstaande afbeelding) geven de positie van deze bevestigingspunten aan.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 39 01 Veiligheid 01 39
2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 40 Overzicht auto’s met het stuur links....................................................... Overzicht auto’s met het stuur rechts..................................................... Bedieningspaneel op bestuurdersportier................................................ Instrumentenpaneel................................................................................ Controle- en waarschuwingslampjes...................................................... Informatiedisplay..
C70; 7; 3 evastarck INSTRUMENTEN, SCHAKELAARS EN BEDIENING 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 41 02
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 42 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Overzicht auto’s met het stuur links 20 18 02 22 17 21 16 10 9 8 7 6 5 11 12 13 14 15 19 8 26 8 23 24 25 8 9 7 27 28 29 4 3 2 1 3 31 30 32 34 42 G028206 33
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 43 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Overzicht auto’s met het stuur links Stuurwielverstelling Schakelaar, interieurverlichting links Openingshandgreep, motorkap Schakelaar, ingebouwd accessoire Bedieningspaneel, ruiten en buitenspiegels Schakelaar, automatische bediening interieurverlichting Richtingaanwijzers, groot licht, boordcomputer Schakelaar, ingebouwd accessoire Verlichtingspaneel en openingsknop tankvulklep Schakelaar, interieu
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 44 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Overzicht auto’s met het stuur rechts 15 17 02 13 18 14 19 16 10 11 12 9 26 9 20 21 22 23 24 25 9 8 8 7 9 6 7 5 27 32 28 4 29 2 4 3 1 30 31 34 44 G019491 33
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 45 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Overzicht auto’s met het stuur rechts Elektrische aansluiting en aansteker Schakelaar, bediening hardtop Handrem Gordelwaarschuwing en indicatie voor passagiersairbag Achteruitkijkspiegel Contactslot Bedieningspaneel, ruiten en buitenspiegels Stuurhendel, links Dashboardkastje Toetsenset stuurwiel, links Portierhandgreep en vergrendelingsknop Instrumentenpaneel Controlelampje, vergrendeling Claxon en
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 46 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Bedieningspaneel op bestuurdersportier G018241 02 Bedieningspaneel op bestuurdersportier Elektrisch bedienbare zijruiten, alle ruiten omlaag/omhoog Elektrisch bedienbare zijruiten Buitenspiegel, linkerzijde Buitenspiegels, instelling Buitenspiegel, rechterzijde 46
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 47 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Instrumentenpaneel G029046 02 Snelheidsmeter Richtingaanwijzer, rechts Richtingaanwijzer, links Toerenteller – Geeft het motortoerental aan in duizenden toeren per minuut. Waarschuwingslampje Informatiedisplay – Op het display verschijnen informatieve teksten en waarschuwingsmeldingen alsmede de buitentemperatuur en de tijd.
C70; 7; 3 evastarck 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Instrumentenpaneel 02 Temperatuurmeter – De temperatuurmeter van het koelsysteem van de motor. Op het display verschijnt een melding, als de temperatuur abnormaal hoog is en de naald tot in het rode gebied uitslaat. Let erop dat bijvoorbeeld verstralers voor de luchtinlaat bij een hoge buitentemperatuur en een zware belasting van de motor het koelvermogen verminderen.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 49 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Controle- en waarschuwingslampjes Als de motor niet binnen vijf seconden aanslaat, gaan alle lampjes uit behalve de lampjes voor storingen in het uitlaatgasreinigingssysteem van de auto en een te lage oliedruk. Afhankelijk van de uitrusting van de auto is het mogelijk dat bepaalde lampjes geen functie hebben. 1 Lampjes in het midden van het dashboard Wanneer het lampje brandt: 1. Stop zo spoedig mogelijk.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 50 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Controle- en waarschuwingslampjes Controlelampjes – linkerzijde Uitlaatgasreinigingssysteem Bij een storing in het uitlaatgasreinigingssysteem kan het lampje gaan branden. Rijd de auto naar een erkende Volvo-werkplaats om het systeem te laten controleren. 02 Storing in ABS G029048 Als het lampje brandt, is het systeem defect.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 51 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Controle- en waarschuwingslampjes Controlelampjes, rechterzijde Controlelampje voor aanhanger Te lage oliedruk 2 Het lampje knippert wanneer u de richtingaanwijzers gebruikt met een aanhanger achter de auto. Als het lampje niet knippert, is een van de lampjes op de auto of op de aanhanger defect. Als het lampje tijdens het rijden oplicht, is de druk van de motorolie te laag.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 52 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Controle- en waarschuwingslampjes ± 02 Breng de auto zo spoedig mogelijk tot stilstand en controleer het peil in het remvloeistofreservoir (zie pagina 211). Als de vloeistof lager staat dan het MIN-streepje van het remvloeistofreservoir, kunt u beter niet verder rijden met de auto. Laat de auto naar een erkende Volvo-werkplaats slepen om het remsysteem te laten controleren.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 53 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Informatiedisplay Berichten N.B. Betekenis MOTORTEMP. HOOG ZET MOTOR UIT Breng de auto op veilige wijze tot stilstand en zet de motor af. Grote kans op schade. Melding Betekenis RUIM TIJD IN V. ONDERHOUD STOP AUTO Z.S.M.A Breng de auto op veilige wijze tot stilstand en zet de motor af. Grote kans op schade. Het is tijd een afspraak te maken voor een servicebeurt bij een erkende Volvowerkplaats.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 54 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Informatiedisplay 02 54 Melding Betekenis Melding Betekenis Melding Betekenis ONDERHOUDSTER- MIJN VERSTREKEN Als u de onderhoudstermijn niet respecteert, vallen beschadigde onderdelen niet langer onder de garantie. Bezoek voor het onderhoud een erkende Volvowerkplaats. ROETFILTER VOL – ZIE GEBR. HANDL. Het roetfilter van dieselmodellen is aan regeneratie toe (zie pagina 279).
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 55 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Elektrische aansluiting 12V-aansluiting is, veert de knop automatisch uit. Haal de aansteker uit de opening en gebruik het roodgloeiende deel om bijvoorbeeld een sigaret mee aan te steken. G019621 02 U kunt de elektrische aansluiting voor verschillende accessoires gebruiken die op een spanning van 12 V werken, zoals een mobiele telefoon of koelbox. U kunt maximaal 10 A via de aansluiting afnemen.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 56 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Verlichtingspaneel Algemene informatie Stand G020139 02 Duimwiel voor koplamphoogteregeling Bedieningspaneel verlichting Duimwiel voor het afstellen van de verlichting van het display en het instrumentenpaneel Mistlampen voorzijde* Tankvulklep openen Mistachterlicht Betekenis Stadslichten/parkeerlichten vóór en achterlichten Automatisch/uitgeschakeld dimlicht. Alleen grootlichtsignalen.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 57 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Verlichtingspaneel stuur toe te halen en de hendel weer los te laten (zie pagina 58). Mistlichten N.B. De verlichting wordt automatisch uitgeschakeld, wanneer u de contactsleutel naar stand I of 0 draait. De regels voor het gebruik van de mistlichten verschillen van land tot land. Tankvulklep Druk op de knop (5) om de tankvulklep te openen, wanneer de auto onvergrendeld staat (zie pagina 128).
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 58 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Linker stuurhendel Standen stuurhendel Richtingaanwijzers Onafgebroken serie knippersignalen 02 ± 2 Haal de stuurhendel omhoog of omlaag naar de eindstand (2). De hendel blijft in de eindstand staan en kan handmatig in de uitgangspositie teruggezet worden of veert automatisch terug bij het terugdraaien van het stuurwiel.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 59 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Linker stuurhendel Boordcomputer* N.B. Als er een waarschuwingsmelding verschijnt terwijl de boordcomputer in gebruik is, moet u de melding bevestigen. Doe dat door op de knop READ te drukken waarna u naar de boordcomputerfunctie terugkeert.
C70; 7; 3 evastarck 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Linker stuurhendel N.B. 02 Er kunnen onjuiste waarden verschijnen, als u bijvoorbeeld van rijstijl bent veranderd of een standverwarming op brandstof hebt gebruikt. Op nul stellen 1. Selecteer GEMIDDELDE SNELHEID of GEMIDDELD. 2. Reset met een druk op de knop RESET. Houd de knop RESET ten minste vijf seconden lang ingedrukt om de gemiddelde snelheid en het gemiddelde brandstofverbruik gelijktijdig te resetten.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 61 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Rechter stuurhendel Ruitenwissers Enkele slag Beweeg de hendel omhoog om een enkele slag te maken. B C Ruiten-/koplampsproeiers U activeert de sproeiers van de voorruit en de koplampen door de hendel naar het stuurwiel toe te trekken. De wissers maken nog enkele slagen nadat u de hendel hebt losgelaten. 02 0 Intervalstand A U kunt de wissnelheid in de intervalstand bijstellen.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 62 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Rechter stuurhendel 02 De draaiknop op het verlichtingspaneel in stand 0: • Bi-Xenonkoplampen worden slechts iedere vijfde sproeibeurt gesproeid, ongeacht de tijd die is verstreken. • Halogeenkoplampen worden niet gesproeid. Draai het duimwiel omhoog voor een grotere gevoeligheid en omlaag voor een lagere gevoeligheid. (De wissers maken een extra slag, als u het duimwiel omhoogdraait.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 63 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Cruisecontrol* Inschakelen Snelheid verhogen of verlagen N.B. Een tijdelijke verhoging van de snelheid (korter dan een minuut) met het gaspedaal, zoals bij het inhalen, is niet van invloed op de instelling van de cruisecontrol. Als u het gaspedaal loslaat, neemt de auto automatisch de ingestelde snelheid weer aan.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 64 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Cruisecontrol* Snelheid hervatten – Druk op de knop om de eerder ingestelde snelheid te hervatten. Op het instrumentenpaneel verschijnt CRUISE ON. 02 Uitschakelen ± 64 Druk op CRUISE om de cruisecontrol uit te schakelen. CRUISE ON verdwijnt van het instrumentenpaneel. * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 65 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Toetsensets op stuurwiel* Toetsfuncties knop ENTER om het telefoonsysteem met de pijltoetsen te kunnen bedienen. 02 G020142 Druk op EXIT. om de instellingen van het audiosysteem te hervatten. Met de onderste vier toetsen van de toetsenset op het stuurwiel kunt u zowel de radio als de telefoon regelen. De functie van de toetsen hangt af van het systeem dat u geactiveerd hebt.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 66 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Stuurwielverstelling, alarmlichten Stuurwielverstelling WAARSCHUWING Stel het stuurwiel af voordat u gaat rijden en nooit tijdens het rijden. Controleer of het stuurwiel in de gekozen stand geblokkeerd staat. 02 Bij een voldoende krachtige aanrijding of een krachtige remmanoeuvre worden de alarmlichten automatisch ingeschakeld (zie pagina 57). U kunt de functie uitschakelen met een druk op de knop. N.B.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 67 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Handrem Handrem (parkeerrem) 3. Laat het rempedaal los en controleer of de auto volledig stilstaat. 4. Als de auto wegrolt dient u de handremhendel strakker aan te trekken. 02 Zet de versnellingspook/keuzehendel bij het parkeren altijd in de 1e versnelling (handbak) of in stand P (automaat).
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 68 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Elektrisch bedienbare zijruiten Bediening 02 Met de schakelaars op de portieren kunt u de ruiten elektrisch bedienen. De ruiten zijn te bedienen wanneer de contactsleutel in stand I of II staat. Ook wanneer de auto stilstaat en u de contactsleutel hebt uitgenomen, kunt u de ruiten nog steeds enige tijd openen en sluiten zolang geen van de portieren wordt geopend. Bedien de ruiten altijd onder toezicht.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 69 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Elektrisch bedienbare zijruiten omhoog. De elektrisch bedienbare zijruiten komen steeds verder omhoog of omlaag zolang u de schakelaar bedient. Automatische bediening Druk een van de bedieningsknoppen (3) omlaag of trek er één omhoog en laat deze vervolgens los. De zijruiten gaan dan automatisch open of dicht.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 70 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Achteruitkijkspiegel en buitenspiegels Achteruitkijkspiegel tisch gedimd. Het hendeltje (1) is niet aanwezig op spiegels met autodimfunctie. 02 Kompas kalibreren Fel licht van achteren kan hinderlijke reflecties in de achteruitkijkspiegel veroorzaken en u verblinden. Zet de spiegel in de autodimstand, wanneer u de verlichting van het achteropkomend verkeer als hinderlijk ervaart.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 71 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Achteruitkijkspiegel en buitenspiegels 3. Houd het knopje (1) ten minste 3 seconden lang ingedrukt. Het nummer van de huidige magnetische zone verschijnt. 02 4. Druk herhaaldelijk op het knopje (1) totdat het nummer van de gewenste magnetische zone ( 1–15) verschijnt (zie de kaart met de magnetische zones van het kompas). Magnetische zones, Zuid-Amerika. Magnetische zones, Azië.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 72 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Achteruitkijkspiegel en buitenspiegels Buitenspiegels Elektrisch inklapbare buitenspiegels* Bij het parkeren of in nauwe straatjes kunt u de buitenspiegels inklappen. Dat is mogelijk als de contactsleutel in stand I of II staat. 02 Spiegels inklappen 1. Druk tegelijkertijd op de knoppen L en R. 2. Laat de knoppen los. De spiegels stoppen automatisch, als ze volledig zijn ingeklapt.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 73 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Achteruitkijkspiegel en buitenspiegels Automatisch in-/uitklappen Wanneer u de auto vanaf de afstandsbediening of via het Keyless drive-systeem (zie pagina 124)vergrendelt/ontgrendelt, worden de buitenspiegels automatisch in- of uitgeklapt. N.B. Bij ontgrendeling worden de buitenspiegels niet automatisch uitgeklapt, als deze met behulp van de knoppen op het portier werden ingeklapt.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 74 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Persoonlijke instellingen 02 A B D C G026307 E Bedieningspaneel.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 75 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Persoonlijke instellingen Mogelijke instellingen Menu sluiten: Klimaatinstellingen Voor sommige autofuncties zijn persoonlijke instellingen mogelijk. Dit geldt voor de sloten en de klimaatregelings- en audiofuncties. Voor de audiofuncties (zie pagina 232). ± Autom. blower afstellen Bedieningspaneel Display MENU EXIT ENTER Navigatie Toepassing De instellingen worden weergegeven op het display (A).
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 76 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Persoonlijke instellingen 02 achterblijft nadat de portieren van de buitenzijde zijn vergrendeld. U hebt de keuze uit Eenmaal activeren en Vraag bij verlaten (zie pagina 130 en 133). Auto is open, lampje Als u de auto met de afstandsbediening ontgrendelt, kunt u de richtingaanwijzers van de auto laten knipperen. U hebt de keuze uit Aan/ Uit.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 77 02 Instrumenten, schakelaars en bediening HomeLink EU* Algemene informatie N.B. HomeLink is dusdanig geconstrueerd dat het niet werkt als de auto van de buitenzijde vergrendeld is. Let erop dat u de originele afstandsbedieningen wel goed bewaart voor eventuele programmering in een later stadium (zoals bij de aankoop van een nieuwe auto). G030070 Wis de programmering van de knoppen wanneer u de auto verkoopt.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 78 02 Instrumenten, schakelaars en bediening HomeLink EU* 02 2. Leg de originele afstandsbediening op 2-8 cm afstand van HomeLink. Houd het controlelampje in de gaten. De juiste afstand tussen de originele afstandsbediening en HomeLink hangt af van de programmering van het te bedienen systeem. Er zijn mogelijk meerdere pogingen op verschillende afstand nodig. Laat de afstandsbediening bij iedere poging ca.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 79 02 Instrumenten, schakelaars en bediening HomeLink EU* 3. Druk de te kopiëren knop op de originele afstandsbediening in. Het controlelampje begint te knipperen. Laat beide knoppen weer los, wanneer het lampje dat langzaam knipperde sneller gaat knipperen. Een snel knipperend lampje geeft aan dat de programmering gelukt is. 4.
2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 80 Algemene informatie over de klimaatregeling......................................... Elektronische klimaatregeling, ECC*....................................................... Luchtverdeling......................................................................................... Motor- en interieurverwarming op brandstof*......................................... Extra verwarming op brandstof* (diesel).................................................
C70; 7; 3 evastarck KLIMAATREGELING 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 81 03
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 82 03 Klimaatregeling Algemene informatie over de klimaatregeling 03 Airconditioning Sneeuw en ijs De klimaatregeling zorgt ervoor dat de lucht in het interieur gekoeld, verwarmd of van vocht ontdaan wordt. De auto is voorzien van een handmatige klimaatregeling met airconditioning (AC) of een automatische klimaatregeling (ECC, Electronic Climate Control).
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 83 03 Klimaatregeling Algemene informatie over de klimaatregeling Blaasmonden in dashboard ECC Zijruiten en schuifdak Werkelijke temperatuur Voor een goede werking van de airconditioning moet u de zijruiten en de hardtop gesloten houden. G019942 De ingestelde temperatuur komt overeen met de gevoelstemperatuur op basis van de heersende omstandigheden in en rond de auto wat de luchtsnelheid, de luchtvochtigheidsgraad, de ingestraalde warmte enz.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 84 03 Klimaatregeling Elektronische klimaatregeling, ECC* Bedieningspaneel 2 3 9 4 5 1 10 03 5 8 7 AUTO Ventilator G026309 6 Elektrische achterruit- en buitenspiegelverwarming Temperatuurknop Recirculatie/Interior Air Quality System Ontwaseming Luchtverdeling AC ON/OFF – Airconditioning Aan/Uit Elektrische stoelverwarming, links Elektrische stoelverwarming, rechts 84 * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie. Functies 1.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 85 03 Klimaatregeling Elektronische klimaatregeling, ECC* 2. Ventilator Draai aan de knop om de ventilatorsnelheid te verhogen of te verlagen. De ventilatorsnelheid wordt automatisch geregeld, als u AUTO selecteert. De eerder ingestelde ventilatorsnelheid wordt dan gene- Timer Of: Met de timerfunctie beperkt u (wanneer de recirculatiefunctie geselecteerd is) de kans op ijs, beslagen ruiten en een slechte luchtkwaliteit.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 86 03 Klimaatregeling Elektronische klimaatregeling, ECC* 4. Ontwaseming 03 U gebruikt de ontwaseming om de voorruit en de zijruiten snel te ontwasemen en te ontdooien. De ventilator draait dan op hoge snelheid en stuurt lucht naar de ruiten. Het lampje in de ontwasemingsknop brandt, wanneer de functie ingeschakeld is.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 87 03 Klimaatregeling Elektronische klimaatregeling, ECC* Uitschakeling verloopt handmatig of automatisch. Druk voor handmatige uitschakeling op de knop. Afhankelijk van de buitentemperatuur wordt de verwarming van de achterruit en de buitenspiegels na 12–20 minuten automatisch uitgeschakeld. Bij koud weer blijft de verwarming 1 echter langer dan 20 minuten actief om te voorkomen dat de achterruit en buitenspiegels bevriezen of beslaan.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 88 03 Klimaatregeling Luchtverdeling 03 88 Luchtverdeling Toepassing: Luchtverdeling Toepassing: Lucht naar de ruiten. Er komt een bepaalde hoeveelheid lucht uit de blaasmonden. De lucht wordt niet gerecirculeerd. De airconditioning is altijd ingeschakeld. Om snel te ontdooien en te ontwasemen. Lucht naar de vloer en de ruiten. Er komt een bepaalde hoeveelheid lucht uit de blaasmonden in het dashboard.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 89 03 Klimaatregeling Motor- en interieurverwarming op brandstof* Algemene informatie over verwarmingen Tanken Accu en brandstof Als de accu onvoldoende opgeladen is of als het brandstofpeil te laag is, wordt de standverwarming automatisch uitgeschakeld en er verschijnt een melding op het display. U kunt de standverwarming die de motor en het interieur verwarmt meteen inschakelen of vertraagd met een timerfunctie.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 90 03 Klimaatregeling Motor- en interieurverwarming op brandstof* Verwarming inschakelen Lampjes en displaymeldingen Wanneer u de instellingen van een van de timers of DIRECTE START activeert, gaat het informatielampje op het instrumentenpaneel branden en op het informatiedisplay verschijnt een verklarende melding. G029052 03 Knop READ Duimwiel 1 Knop RESET1 Display Betekenis BRANDSTOFVERWARMING AAN De verwarming is ingeschakeld en werkt.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 91 03 Klimaatregeling Motor- en interieurverwarming op brandstof* De interieurverwarming gaat van start, zodra de koelvloeistof in de motor de juiste temperatuur heeft bereikt. N.B. Het is mogelijk de motor starten en weg te rijden, terwijl de standverwarming aanstaat. Timers instellen Met de timers geeft u het tijdstip aan dat de auto op temperatuur moet zijn omdat u die wenst te gebruiken. 7. Druk op de knop RESET om de timers te activeren.
C70; 7; 3 evastarck 03 Klimaatregeling Extra verwarming op brandstof* (diesel) Extra verwarming (diesel) Bij koud weer moet de extra verwarming wellicht worden ingeschakeld om de passagiersruimte voldoende te verwarmen. 03 De extra verwarming wordt automatisch ingeschakeld wanneer er extra warmte nodig is terwijl de motor loopt. De verwarming wordt automatisch uitgeschakeld, wanneer het warm genoeg is of wanneer de motor wordt afgezet. N.B.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 93 03 Klimaatregeling 03 93
2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 94 Voorstoelen............................................................................................. 96 Elektrisch bedienbare hardtop ............................................................... 99 Windscherm*......................................................................................... 104 Interieurverlichting................................................................................. 105 Opbergmogelijkheden in passagiersruimte.....................
C70; 7; 3 evastarck INTERIEUR 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 95 04
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 96 04 Interieur Voorstoelen Lendensteun wijzigen 1, aan de knop draaien. Zithouding Achterinstap Hellingshoek rugleuning wijzigen, aan de knop draaien. Bedieningspaneel voor elektrisch bedienbare stoel*. Hendel (2) is niet op alle stoelmodellen aanwezig. WAARSCHUWING De bestuurders- en passagiersstoel kunnen worden ingesteld voor een optimale zit- en rijhouding.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 97 04 Interieur Voorstoelen 1. Duw de stoel naar achteren in de uitgangspositie. 2. Trek de handgreep (1) omhoog, houd deze vast en klap tegelijkertijd de rugleuning terug. 3. Plaats de veiligheidsgordel op de gordelgeleider terug. Elektrisch bedienbare stoel* Stoel naar voren zetten: 1. Haal de veiligheidsgordel van de gordelgeleider (zie pagina 18). 2.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 98 04 Interieur Voorstoelen geblokkeerd. Als dit het geval is, moet u het contact uitschakelen en enige tijd wachten voordat u de stoel opnieuw probeert te verstellen. U kunt slechts één verstelfunctie van de stoel tegelijk activeren. Geheugenfunctie de instelling van de stoel onmiddellijk worden beëindigd. Noodstop Als de stoel per ongeluk in beweging komt, kunt u op een willekeurige knop drukken om de stoel tot stilstand te brengen.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 99 04 Interieur Elektrisch bedienbare hardtop Voorwaarden voor bediening hardtop WAARSCHUWING • • Geen voorwerpen op de hoedenplank. Geen sneeuw, ijs of losse voorwerpen op de hardtop of op het kofferdeksel. Tussen de bewegende delen van de hardtop of het kofferdeksel kunnen mensen (kinderen!) of voorwerpen bekneld raken. • • De hardtop is droog. • Bedien de hardtop daarom onder toezicht. • • Zie de sticker op de bagagewand.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 100 04 Interieur Elektrisch bedienbare hardtop Afdekking Hardtop openen en sluiten Laat de knop los, wanneer er een signaal klinkt en de melding DAK DICHT of DAK OPEN op het informatiedisplay verschijnt. WAARSCHUWING Trek nooit aan de ontkoppelingskabel voor het hydraulische systeem die onder het zitgedeelte van de achterbank zit. Alleen servicemonteurs mogen gebruik maken van de ontkoppelingsfunctie van het hydraulisch systeem.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 101 04 Interieur Elektrisch bedienbare hardtop • DRUK OP REM VOOR DAKBEDIENING – Trap eerst op het rempedaal om de hardtop te kunnen bedienen. • KOFFERBAK DICHT VOOR WERKING DAK – Het kofferdeksel staat niet dicht. Sluit het kofferdeksel. • KOFFERBAKDEKSEL HELEMAAL OPENEN – Open het kofferdeksel geheel. • KOFFERBAK APART DICHT VOOR DAK – De bagagewand staat niet dicht. Sluit de bagagewand (zie pagina 112). • ACCUSPANN.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 102 04 Interieur Elektrisch bedienbare hardtop WAARSCHUWING Trek nooit aan de ontkoppelingskabel voor het hydraulische systeem die onder het zitgedeelte van de achterbank zit. Alleen servicemonteurs mogen gebruik maken van de ontkoppelingsfunctie van het hydraulisch systeem. Dekplastic om auto tijdelijk af te dekken brengen. Breng het plastic dusdanig aan dat de bevestigingstouwtjes aan de binnenkant zitten.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 103 04 Interieur Elektrisch bedienbare hardtop 4. Haal de buitenspiegel (3) door de opening en bevestig de haken (2) aan de voorste wielkuipen. 5. Klem het dekplastic tussen de wisserbladen en de voorruit vast en trek het plastic strak, zodat er bij ieder wisserblad één vouw (1) ontstaat. 6. Steek de antenne (5) door de opening. 7. Bevestig de haken (4) aan de achterste wielkuipen en de haken (6) onder de achterbumper.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 104 04 Interieur Windscherm* Algemene informatie N.B. Wees voorzichtig met de bekleding. U gebruikt de ritssluitingen van het windscherm om bagage op de achterbank te vervoeren of deze te verwijderen. WAARSCHUWING G020804 04 Controleer of het windscherm goed vastzit. Het kan anders loskomen bij uitwijkmanoeuvres e.d. en persoonlijk letsel of materiële schade veroorzaken.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 105 04 Interieur Interieurverlichting Leeslampjes voorin en interieurverlichting • de motor afgezet is en het contact in stand 0 is gezet; • de auto ontgrendeld is zonder dat de motor is gestart. Make-upspiegel* Plafondverlichting De leeslampjes worden in- en uitgeschakeld met een druk op de bijbehorende knoppen op de plafondconsole. Verlichting achterin G020805 G020210 04 Het lampje gaat automatisch aan of uit, wanneer u het klepje optilt c.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 106 04 Interieur Interieurverlichting Automatische verlichting Met de knop (2) (zie pagina 105) kunt u drie verlichtingsstanden selecteren voor de verlichting in het interieur: 04 • Uit – rechterkant (met opschrift 0) ingedrukt, automatische bediening interieurverlichting uitgeschakeld. • Neutrale stand – automatische verlichting ingeschakeld. De dimfunctie is actief. • Aan – linkerkant ingedrukt, interieurverlichting brandt.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 107 04 Interieur Interieurverlichting 04 107
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 108 04 Interieur Opbergmogelijkheden in passagiersruimte Opbergmogelijkheden 1 2 3 4 5 04 10 9 7 108 6 G019514 8
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 109 04 Interieur Opbergmogelijkheden in passagiersruimte Opbergvak in portierpaneel (eventueel afsluitbaar*).
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 110 04 Interieur Opbergmogelijkheden in passagiersruimte Opbergvak in portierpaneel Opbergvak in zijpaneel achterin Opbergvak onder de armsteun voorin U kunt het opbergvak openen door het onder aan de voorkant op te tillen en sluiten door lichte druk aan te brengen op de bovenkant ervan. Afsluitbaar opbergvak in portierpaneel* U vergrendelt het opbergvak via de afstandsbediening (zie pagina 121).
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 111 04 Interieur Opbergmogelijkheden in passagiersruimte Bekerhouder in middenconsole Sluit het schuifklepje door het aan de voorkant beet te pakken en naar voren toe dicht te schuiven. Opbergvak achter de handremhendel In het vakje onder het schuifklepje kan een dubbele bekerhouder worden aangebracht. Wanneer u de bekerhouder verwijdert, kunt u andere spullen in het vakje opbergen.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 112 04 Interieur Kofferbak Bagagewand Load Assist De bagagewand heeft tot doel de hoeveelheid bagage in de kofferbak dusdanig te beperken dat de hardtop ongehinderd kan bewegen. Let erop dat de bagagewand goed gesloten wordt en links en rechts stevig vergrendeld wordt. BELANGRIJK Plaats geen voorwerpen boven op of naast de bagagewand wanneer deze gesloten is. Plaats de bagage niet dusdanig dat deze uitsteekt boven de gesloten bagagewand.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 113 04 Interieur Kofferbak Personen of voorwerpen die de hardtop tijdens het omhoog- of omlaagbrengen in de weg zitten lopen het risico bekneld te raken. Load Assist gebruiken Met een druk op de knop kunt u het omhoog-/ omlaagbrengen van de hardtop starten of stopzetten. Het kan enige seconden duren voordat de hardtop in beweging komt.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 114 04 Interieur Kofferbak Elektrische aansluiting in kofferbak Doorsteekluik Middelste ruggedeelte achterbank openen ± Trek aan het riempje dat aan de bovenkant van het middelste ruggedeelte zit om bij het luik te komen. Middelste ruggedeelte achterbank sluiten 1. Plaats het middelste ruggedeelte terug met de onderkant eerst. 2. Klap het middelste ruggedeelte in en duw het vast totdat u een klikgeluid hoort.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 115 04 Interieur Kofferbak ± Haal de veiligheidsgordel een slag om de ski’s heen en steek de gesp op de gebruikelijke manier in de gordelsluiting. Als de auto is uitgerust met een skizak moet u de gordel door de handgreep ervan halen. WAARSCHUWING Zet de motor af en trek de handrem aan bij het in- en uitladen van lange voorwerpen.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 116 Afstandsbediening met sleutelblad....................................................... Privacy locking*..................................................................................... Vergrendelingspunten........................................................................... Keyless drive*........................................................................................ Batterij in afstandsbediening...................................
C70; 7; 3 evastarck SLOTEN EN ALARM 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 117 05
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 118 05 Sloten en alarm Afstandsbediening met sleutelblad Bij de auto worden twee afstandsbedieningen geleverd. Deze doen tevens dienst als contactsleutel. De afstandsbedieningen bevatten afneembare metalen sleutelbladen voor het mechanisch vergrendelen/ontgrendelen van het bestuurdersportier en het dashboardkastje. De unieke code van de sleutels is bekend bij de erkende Volvo-werkplaatsen, waar ook nieuwe sleutels kunnen worden besteld.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 119 05 Sloten en alarm Afstandsbediening met sleutelblad Approach-verlichting – verlichting op afstand inschakelen om het gebied rond de auto op een slecht verlichte parkeerplaats beter te zien. Met één druk op de knop gaan interieurverlichting, stadslichten vóór en achterlichten, kentekenplaatverlichting en buitenspiegelverlichting (optie) branden. De verlichting schakelt na 30, 60 of 90 seconden automatisch uit.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 120 05 Sloten en alarm Afstandsbediening met sleutelblad Portier ontgrendelen met sleutelblad ± Dashboardkastje vergrendelen Als de centrale vergrendeling niet op de afstandsbediening reageert (omdat de batterijen bijvoorbeeld leeg zijn), kunt u het bestuurdersportier op de volgende manier ontgrendelen en openen. N.B. Met een afstandsbediening zonder sleutelblad is ontgrendelen van het dashboardkastje niet mogelijk. 1.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 121 05 Sloten en alarm G019416 Privacy locking* Normale vergrendelingspunten bij centrale vergrendeling met afstandsbediening. Vergrendelingspunten bij een afstandsbediening met verwijderd sleutelblad en geactiveerde Privacy locking. De functie Privacy locking is bestemd voor als u de auto afgeeft voor een onderhoudsbeurt of als u hem bij een hotel of iets dergelijks laat parkeren.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 122 05 Sloten en alarm Privacy locking* Privacy locking deactiveren Doe het volgende om de afsluitbare opbergvakken weer op te nemen in de automatische functies van de centrale vergrendeling. 1. Steek het sleutelblad in het sleutelgat van het dashboardkastje en draai het 180 graden rechtsom. G020032 2. Plaats het afneembare sleutelblad in de afstandsbediening terug (zie pagina 119). 05 4.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 123 05 Sloten en alarm G019415 Vergrendelingspunten Vergrendelingspunten voor transpondersleutel. Portieren Stuurslot Doorsteekluik 05 Kofferdeksel Voor een beschrijving van de verschillende opbergmogelijkheden (zie pagina 108). Doorsteekluik Kofferdeksel Vergrendelingspunten voor afstandsbediening met afsluitbare opbergvakken.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 124 05 Sloten en alarm Keyless drive* Vergrendelings- en startsysteem zonder sleutel meer bijbestellen. Het systeem kan tot zes afstandsbedieningen met Keyless-functie hanteren. Afstandsbediening binnen een straal van 1,5 m rond de auto G019418 Om een portier of het kofferdeksel te kunnen openen moet een afstandsbediening zich binnen een straal van maximaal 1,5 m rond de portierhandgrepen of het kofferdeksel bevinden.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 125 05 Sloten en alarm Keyless drive* Vergrendelen Alle portieren moeten zijn gesloten, voordat u op de vergrendelingsknop drukt. Anders vindt er geen vergrendeling plaats. Bij het vergrendelen van de auto komen de vergrendelingsknoppen aan de binnenkant van de portieren omlaag. De leds aan de binnenkant van de portieren lichten op (zie pagina 129). N.B.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 126 05 Sloten en alarm Keyless drive* Als de centrale vergrendeling niet op de afstandsbediening reageert (omdat de batterijen bijvoorbeeld leeg zijn), kunt u het bestuurdersportier op de volgende manier openen. Locatie antennes WAARSCHUWING Dragers van een pacemaker dienen minstens 22 cm afstand te houden tot de antennes van het Keyless drive-systeem. Dit om eventuele storingen in de pacemaker als gevolg van het Keyless drive-systeem uit te sluiten.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 127 05 Sloten en alarm Batterij in afstandsbediening Batterij in afstandsbediening bijna leeg Wanneer de batterij bijna leeg is zodat de afstandsbediening niet langer optimaal functioneert, begint het informatiesymbool te branden en verschijnt de melding SLEUTEL BATTERIJ LAGE SPANNING of AFSTANDSBED. – BATT. VERVANGEN op het display. 1. Leg de afstandsbediening met de knoppen omlaag neer en werk de afdekking met een kleine schroevendraaier los. 2.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 128 05 Sloten en alarm Vergrendelen en ontgrendelen Voor auto’s met Keyless drive-functie (zie pagina 124).
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 129 05 Sloten en alarm Vergrendelen en ontgrendelen Als het elektrisch systeem van de auto tijdelijk niet werkt, kunt u het kofferdeksel ook mechanisch openen met behulp van het afneembare sleutelblad van de afstandsbediening. Voor meer informatie over het verwijderen van het sleutelblad (zie pagina 119). Auto van de binnenzijde vergrendelen/ ontgrendelen Portieren openen Als de portieren van de binnenzijde vergrendeld zijn: ± 1.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 130 05 Sloten en alarm Vergrendelen en ontgrendelen Bij ontgrendelen vanaf de binnenzijde lichten de lampjes tweemaal korte tijd op. Als u de portieren van de buitenzijde wilt vergrendelen terwijl er iemand in de auto achterblijft, kunt u de Safelock-functie tijdelijk uitschakelen. Tijdelijk deactiveren Automatische vergrendeling Het is mogelijk om de portieren en het kofferdeksel automatisch te laten vergrendelen bij rijsnelheden hoger dan 7 km/h.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 131 05 Sloten en alarm Vergrendelen en ontgrendelen worden ook deze uitgeschakeld (zie pagina 133). De volgende keer dat u de sleutel naar stand II draait, wordt het systeem gereset, waarna op het display van het instrumentenpaneel de melding Guard volledig verschijnt. Daarmee zijn de Safelock-functie en de bewegingsmelders en niveausensoren* van het alarmsysteem opnieuw ingeschakeld.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 132 05 Sloten en alarm Alarm* Alarmsysteem Alarmindicatie N.B. Wanneer het alarm is ingeschakeld, worden alle beveiligde onderdelen continu gecontroleerd. Voer nooit zelf reparaties aan of wijzigingen in het alarmsysteem uit. Dergelijke ingrepen kunnen van invloed zijn op de verzekeringsvoorwaarden.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 133 05 Sloten en alarm Alarm* Automatische herinschakeling van het alarm Afstandsbediening werkt niet Beperkt alarmniveau De functie voorkomt dat u de auto per ongeluk verlaat zonder het alarm in te schakelen. Als u geen van de portieren noch de achterklep binnen twee minuten na uitschakeling van het alarm opent (en de auto werd met de afstandsbediening ontgrendeld), dan wordt het alarm automatisch weer ingeschakeld.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 134 05 Sloten en alarm Alarm* Om te voorkomen dat het alarm afgaat wanneer u bijvoorbeeld een hond in de auto achterlaat of gebruik maakt van een veerboot, kunt u de bewegingsmelder en de niveausensoren tijdelijk uitschakelen en wel als volgt: Dat gaat als volgt: 1. Open het menusysteem en ga naar INSTELLINGEN VAN DE AUTO (voor een gedetailleerde beschrijving van het menusysteem (zie pagina 75)). 2. Kies GUARD BEPERKT. 05 3.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 135 05 Sloten en alarm Alarm* 5. Deactiveer het alarm door de auto via de afstandsbediening te ontgrendelen. 05 * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 136 Algemene informatie............................................................................. Tanken.................................................................................................. Motor starten......................................................................................... Keyless drive*........................................................................................ Handgeschakelde versnellingsbak....................................
C70; 7; 3 evastarck STARTEN EN RIJDEN 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 137 06
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 138 06 Starten en rijden Algemene informatie Zuinig rijden Motor en koelsysteem Geopend kofferdeksel Zuinig rijden houdt in dat u anticiperend en rustig rijdt, en uw rijstijl en snelheid afstemt op de verkeerssituatie. Voor meer tips om het milieu te sparen (zie pagina 12).
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 139 06 Starten en rijden Algemene informatie BELANGRIJK Er kan schade aan de motor ontstaan, als er water in het luchtfilter dringt. Bij diepe waterpartijen kan er water in de transmissie dringen. De smerende eigenschappen van de oliën nemen daarbij af, waardoor de genoemde systemen minder lang meegaan. Houd een lage snelheid aan tijdens het waden en breng de auto niet in het water tot stilstand.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 140 06 Starten en rijden Tanken Tankvulklep openen 2. Draai de dop tot aan de aanslag voorbij de weerstand. handmatig openen. Dit gaat het eenvoudigst als de hardtop gesloten is. 3. Trek de dop uit de vulopening. 1. Verwijder de dekplaat waarmee het lamphuis rechts in de kofferbak is afgedekt. 4. Hang hem aan de binnenkant van de tankvulklep op. 3. Plaats de lus en de dekplaat terug, wanneer de tankvulklep geopend is. N.B.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 141 06 Starten en rijden Tanken WAARSCHUWING Gemorste brandstof kan door de hete uitlaatgassen ontvlammen. BELANGRIJK Gebruik speciale winterbrandstof tijdens de wintermaanden. Schakel voordat u gaat tanken de standverwarming op brandstof uit. Schakel voordat u gaat tanken uw mobiele telefoon uit. De beltoon kan aanleiding geven tot vonkvorming en daarbij de brandstofdampen ontsteken met gevaar voor brand en verwondingen.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 142 06 Starten en rijden Motor starten Voordat de motor wordt gestart ± Trek de handrem aan. Automatische versnellingsbak ± Zet de keuzehendel in stand P of N. Handgeschakelde versnellingsbak Zet de versnellingspook in de neutrale stand en houd het koppelingspedaal volledig ingedrukt. Dit is met name van belang bij strenge vorst. WAARSCHUWING Neem de contactsleutel nooit tijdens het rijden uit het contactslot, ook niet als de auto gesleept wordt.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 143 06 Starten en rijden Motor starten III – Startstand De startmotor wordt ingeschakeld. Wanneer u nadat de motor is aangeslagen de sleutel loslaat, veert deze automatisch terug naar de rijstand. Als de sleutel tussen twee standen in staat kan er een tikkend geluid te horen zijn. Draai de sleutel in dat geval eerst naar stand II en daarna terug om het geluid te laten verdwijnen.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 144 06 Starten en rijden Keyless drive* Algemene informatie Auto starten ± Starten met afstandsbediening Bedien het koppelingspedaal (auto met handbak) of het rempedaal (auto met automaat). Benzinemotor ± Druk op de startknop en draai deze naar stand III. Met het Keyless drive-systeem kunt u zonder een sleutel te gebruiken de auto ontgrendelen, starten en vergrendelen (zie pagina 124).
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 145 06 Starten en rijden Handgeschakelde versnellingsbak Trap het koppelingspedaal tijdens het schakelen altijd zo ver mogelijk in. G018257 G018256 Om het brandstofverbruik zo laag mogelijk te houden, moet u zoveel mogelijk gebruik maken van hoge versnellingen.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 146 06 Starten en rijden Handgeschakelde versnellingsbak Schakel de achteruitversnelling alleen in, wanneer de auto stilstaat. N.B. De achteruitversnelling wordt elektronisch geblokkeerd, als de auto sneller rijdt dan 20 km/h. 146 G018261 G018259 06 De blokkering van de achteruitversnelling beperkt het risico dat u tijdens het vooruitrijden op normale snelheid onbedoeld de achteruitversnelling inschakelt.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 147 06 Starten en rijden Automatische versnellingsbak Handmatig schakelen met Geartronic N.B. U moet het rempedaal bedienen om de keuzehendel uit stand P te kunnen halen. In stand P is de versnellingsbak mechanisch geblokkeerd. Trek bij het parkeren altijd de handrem aan. R – Achteruitrijstand G018264 De auto moet stilstaan wanneer u de hendel in stand R zet. D – linker stand: Automatisch schakelen.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 148 06 Starten en rijden Automatische versnellingsbak 06 Handmatig schakelen met Geartronic Kickdown Met de automatische versnellingsbak Geartronic kunt u ook handmatig schakelen. Bij het loslaten van het gaspedaal wordt de auto op de motor afgeremd. Als u het gaspedaal volledig intrapt (tot voorbij de normale volgasstand), schakelt de versnellingsbak automatisch terug naar een lagere versnelling. Dit is de zogeheten kickdown.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 149 06 Starten en rijden Automatische versnellingsbak Automatische schakelblokkering Auto’s met een automatische versnellingsbak zijn uitgerust met een aantal speciale beveiligingssystemen: Automatische schakelblokkering deactiveren 3. Houd het sleutelblad ingedrukt, terwijl u de keuzehendel uit stand P haalt. Koude start Als u bij koud weer wegrijdt, is het mogelijk dat het schakelen ietwat stug gaat.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 150 06 Starten en rijden Automatische versnellingsbak Lampje A 06 Display Rijeigenschappen Maatregel TRANSM. TE HEET REM AF Problemen om snelheid constant te houden bij hetzelfde toerental. Versnellingsbak oververhit. Houd de auto stil met het rempedaal A. TRANSM. TE HEET VEILIG PARKEREN Auto rijdt met hevige schokkerige bewegingen vooruit. Versnellingsbak oververhit. Parkeer de auto zo spoedig mogelijk A .
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 151 06 Starten en rijden Remsysteem Rembekrachtiging Als de auto rolt of wordt gesleept met een uitgeschakelde motor, moet u ongeveer vijfmaal zoveel druk uitoefenen op het rempedaal als wanneer de motor loopt. Als u bij het starten van de motor op het rempedaal trapt, kan het rempedaal iets omlaagkomen. Dit is volkomen normaal omdat de rembekrachtiging geactiveerd wordt.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 152 06 Starten en rijden Remsysteem Wanneer u na het starten van de motor wegrijdt en een snelheid van ca. 20 km/hhebt bereikt, gaat er een korte zelftest van het ABS van start. Dit kunt u zowel horen als voelen aan de pulsaties in het rempedaal. Om het ABS maximaal te benutten: 1. Trap zo hard mogelijk op het rempedaal (er zijn pulsaties voelbaar). 2. Stuur de auto in de rijrichting. Blijf druk op het rempedaal uitoefenen.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 153 06 Starten en rijden DSTC (stabiliteits- en tractieregelsysteem)* Algemene informatie Beperkte functie beperkingen meer gelden voor de te geven hoeveelheid gas. Het stabiliteits- en tractieregelsysteem (STC/ DSTC, (Dynamic) Stability and Traction Control) helpt de bestuurder voorkomen dat de wielen doorslippen en verbetert de tractie van de auto. Bediening ± DSTC AAN SPIN CONTROL AAN betekent dat de werking van het systeem ongewijzigd is.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 154 06 Starten en rijden DSTC (stabiliteits- en tractieregelsysteem)* N.B. Lampjes op instrumentenpaneel DSTC-systeem DSTC AAN verschijnt enkele seconden op het display en het lampje brandt iedere keer dat u de motor start. Informatie Meldingen op informatiedisplay SPIN CONTROL TIJDELIJK UIT geeft aan dat de functie van de regeling tijdelijk beperkt is wegens een te hoge remtemperatuur.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 155 06 Starten en rijden Parkeerhulp* Algemene informatie over Park Assist Varianten Park Assist is verkrijgbaar in twee varianten: • • Park Assist aan de achterzijde. Park Assist aan de voor- en achterzijde. Functie G020294 Hoe dichter u het obstakel achter of voor de auto nadert, des te sneller volgen de geluidssignalen elkaar op.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 156 06 Starten en rijden Parkeerhulp* Het meetbereik strekt tot ca. 0,8 m recht voor de auto. De geluidssignalen bij obstakels vóór de auto komen uit de luidsprekers voorin. Beperkingen Het is niet mogelijk Park Assist te combineren met verstralers, omdat de sensoren op de verstralers reageren. Park Assist aan de achterzijde G018389 Park Assist aan de achterzijde wordt geactiveerd bij het inschakelen van de achteruitversnelling.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 157 06 Starten en rijden Parkeerhulp* De sensoren werken alleen naar behoren, wanneer u ze regelmatig schoonmaakt met water en autoshampoo. N.B. Vuil, sneeuw en ijs op de sensoren kunnen ten onrechte aanleiding geven tot waarschuwingssignalen. 06 * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 158 06 Starten en rijden BLIS*, Blind Spot Information System Algemene informatie BLIS is een informatiesysteem dat de bestuurder in bepaalde omstandigheden waarschuwt, wanneer er zich een voertuig in de zogeheten dode hoek bevindt en in dezelfde richting rijdt. Dode hoeken B Het systeem werkt het best in druk verkeer op meerbaanswegen. A BLIS is gebaseerd op cameratechniek. De camera’s (1) zitten onder de buitenspiegels.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 159 06 Starten en rijden BLIS*, Blind Spot Information System BLIS werkt niet in scherpe bochten. BLIS werkt niet wanneer u achteruitrijdt. Een brede aanhanger achter de auto kan het zicht ontnemen op andere voertuigen op aangrenzende rijstroken. Dit kan ertoe leiden dat BLIS geen voertuigen in dit afgeschermde gebied kan waarnemen. Daglicht en donker Bij daglicht reageert het systeem op de contouren van omringende voertuigen.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 160 06 Starten en rijden BLIS*, Blind Spot Information System Displaymelding Betekenis BLIS SERVICE VEREIST BLIS werkt niet. BLIS UIT BLIS-systeem is uitgeschakeld. Systeemmeldingen BLIS Displaymelding Betekenis BLIS AAN BLIS-systeem is ingeschakeld BLIS WERKING GEREDUCEERD De BLIS-camera wordt gehinderd door bijvoorbeeld mist of fel zonlicht recht in de camera. De camera herstelt zichzelf zodra de omstandigheden weer normaal zijn.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 161 06 Starten en rijden G018177 BLIS*, Blind Spot Information System G018178 Eigen schaduwen op grote, lichtgekleurde en gladde oppervlakken zoals geluidsschermen of betonnen wegen. Laag staande zon in de camera 06 * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 162 06 Starten en rijden Slepen en bergen Starten met hulpaccu WAARSCHUWING Gebruik een hulpaccu als de startaccu dusdanig ontladen is dat de motor niet kan worden gestart. Probeer de motor niet aan te slepen (zie pagina 165). Het stuurslot blijft in de stand staan die het had toen de spanning werd verbroken. Het stuurslot moet worden opgeheven, voordat u de auto sleept. De katalysator kan beschadigd raken als u de auto probeert aan te slepen. N.B.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 163 06 Starten en rijden Slepen en bergen G020953 Sleepoog Gebruik het sleepoog als de auto over de weg moet worden versleept. U bevestigt het sleepoog in de opening aan de rechterzijde van de voor- of achterbumper. Sleepoog monteren 1. Neem het sleepoog erbij dat in de zak in het doorsteekluik of bij het reservewiel ligt. 2. Haal het afdekking (1) in de bumper los door op het merkje onder aan de afdekking te drukken.
C70; 7; 3 evastarck 06 Starten en rijden Slepen en bergen Bergen Roep professionele hulp in voor berging. Berg de auto altijd zo dat de wielen in de rijrichting draaien. BELANGRIJK Auto’s met een automatische versnellingsbak mogen alleen worden geborgen met de aangedreven wielen geheven.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 165 06 Starten en rijden Starten met hulpaccu Starten met een hulpaccu afzetten. Zorg ervoor dat de auto’s elkaar niet raken. 4. Sluit de rode startkabel aan tussen de pluspool (1+) van de hulpaccu en de pluspool (2+) van de lege accu. 5. Sluit de ene klem van de zwarte kabel aan op de minpool (3–) van de hulpaccu. G020298 6. Sluit de andere klem van de zwarte kabel aan op het massapunt (4–) dat op bij de linker veerpoot zit.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 166 06 Starten en rijden Rijden met een aanhanger Algemene informatie Het laadvermogen is afhankelijk van de extra accessoires die op de auto gemonteerd zijn, zoals een trekhaak, lastdragers, skibox e.d. alsmede van het totaalgewicht van de inzittenden en kogeldruk. Het laadvermogen van de auto moet tevens worden verminderd met het gewicht van het aantal inzittenden.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 167 06 Starten en rijden Rijden met een aanhanger Automatische versnellingsbak, rijden met een aanhanger Op een helling parkeren 1. Trek de handrem (parkeerrem) aan. 2. Zet de keuzehendel in de parkeerstand P. Op een helling wegrijden 1. Zet de keuzehendel in de rijstand D.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 168 06 Starten en rijden Trekhaak* Trekhaak Aanhangerkabel Kogelsegment opbergen Als de auto is uitgerust met een afneembare trekhaak, moeten de montagevoorschriften voor het monteren van het kogelsegment zorgvuldig worden opgevolgd (zie pagina 170). WAARSCHUWING Volg de montagevoorschriften voor het kogelsegment nauwkeurig op. • Zorg dat het kogelsegment met de sleutel vergrendeld is voordat u begint te rijden.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 169 06 Starten en rijden Trekhaak* G010393 G010391 G010392 Specificaties Afmetingen voor bevestigingspunten (mm) A B C D E F G H I J K Vaste of afneembare trekhaak in standaarduitvoering 1160 77 964 482 40 141 538 150 113 100 140 1 Langsligger 2 Middelpunt kogel * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 170 06 Starten en rijden Afneembare trekhaak* 1. Verwijder de afdekking door de pal in te drukken en de afdekking vervolgens . recht naar achteren te trekken 06 170 * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie. 2. Controleer of het mechanisme in de ontgrendelde stand staat door de sleutel rechtsom te draaien. G020302 G020301 G017317 Kogelsegment monteren 3. Controleer of het controlevenster (3) rood van kleur is.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 171 06 Starten en rijden 4. Breng het kogelsegment aan en duw het naar binnen totdat u een klik hoort. 5. Controleer of het controlevenster groen van kleur is. G020307 G020306 G020304 Afneembare trekhaak* 6. Draai de sleutel linksom naar de vergrendelde stand. Neem de sleutel uit het slot. 06 `` * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 172 06 Starten en rijden Afneembare trekhaak* 7. Controleer of het kogelsegment vastzit door het stevig omhoog, omlaag en naar achteren te bewegen. 06 WAARSCHUWING Als het kogelsegment niet goed zit, moet u het verwijderen en het opnieuw monteren zoals eerder werd beschreven. BELANGRIJK Vet alleen de kogel in waarop de aanhangerkoppeling wordt geplaatst. Houd de rest van het kogelsegment vetvrij en droog.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 173 06 Starten en rijden 2. Druk de vergrendelingsknop (1) in en draai deze linksom (2) totdat u een klik hoort. 3. Draai de vergrendelingsknop volledig omlaag totdat deze niet verder kan. Houd de knop in deze stand vast terwijl u het kogelsegment schuin naar achteren toe omhoogtrekt. G017318 G020314 G020312 Afneembare trekhaak* 4. Duw de afdekking erop.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 174 06 Starten en rijden Lading vervoeren Algemene informatie Het laadvermogen is afhankelijk van de extra accessoires die op de auto gemonteerd zijn, zoals een trekhaak en zijn kogeldruk. Het laadvermogen van de auto moet tevens worden verminderd met het gewicht van het aantal inzittenden. Voor informatie over de toelaatbare gewichten (zie pagina 267).
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 175 06 Starten en rijden Lichtbundel aanpassen Koplampen met Bi-Xenonlampen G020317 G021421 Koplampen met halogeenlampen Lichtbundel voor linksrijdend verkeer. G021422 Juiste lichtbundel voor rechts- of linksrijdend verkeer Linksrijdend verkeer. Linksrijdend verkeer. Lichtbundel voor rechtsrijdend verkeer. Lichtbundel voor rechtsrijdend verkeer. Lichtbundel voor rechtsrijdend verkeer.
2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 176 Algemene informatie............................................................................. Bandenspanning................................................................................... Gevarendriehoek* en reservewiel.......................................................... Wielen verwisselen................................................................................ Noodreparatie banden*......................................................................
C70; 7; 3 evastarck WIELEN EN BANDEN 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 177 07
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 178 07 Wielen en banden Algemene informatie Rijeigenschappen en banden Snelheidsaanduidingen Nieuwe banden De banden zijn van grote invloed op de rijeigenschappen van de auto. Zowel het type, de maat, de bandenspanning als de snelheidsaanduiding zijn belangrijk voor het rijgedrag van de auto. De auto is voorzien van een typegoedkeuring voor de uitvoering waarin deze werd aangeleverd.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 179 07 Wielen en banden Algemene informatie Gelijkmatige slijtage en onderhoud Bewaar de wielen hangend of liggend. Laat ze nooit rechtop staan. G020323 Banden met slijtage-indicatoren Slijtage-indicatoren zijn smalle ophogingen die dwars op het profiel van de band staan. De letters TWI (Tread Wear Indicator) op de zijkant van de band geven aan dat een band is uitgerust met slijtage-indicatoren.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 180 07 Wielen en banden Algemene informatie BELANGRIJK Gebruik originele sneeuwkettingen van Volvo of vergelijkbare sneeuwkettingen die zijn afgestemd op het model en de band- en velgafmetingen. Vraag een erkende Volvowerkplaats om advies. Velgen en wielmoeren voor stalen en aluminium velgen. Haal de wielmoeren aan met 110 Nm. Controleer het aanhaalmoment met een momentsleutel. BELANGRIJK U moet de wielmoeren aanhalen met 110 Nm.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 181 07 Wielen en banden Algemene informatie Zomer- en winterbanden de banden regen, sneeuw en drab minder goed afvoeren. Monteer de banden met het diepste profiel altijd op de achteras (om het gevaar voor slippen te verminderen). G020325 Neem contact op met een erkende Volvowerkplaats als u niet zeker bent van de profieldiepte. De pijl geeft de draairichting van de band aan.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 182 07 Wielen en banden Bandenspanning Aanbevolen bandenspanning Op de sticker staan: • Bandenspanning bij gebruik van de aanbevolen bandenmaat • • ECO-bandenspanning Bandenspanning compact reservewiel (Temporary Spare) Bandenspanning controleren Controleer regelmatig de bandenspanning. G020955 N.B.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 183 07 Wielen en banden Bandenspanning Bandenspanningstabel Type 2.4 Bandenmaat 215/55 R16 91W Snelheid (km/h) Belading (1–3 inzittenden) Voor (kPa) A Max.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 184 07 Wielen en banden Bandenspanning Type A B C 07 184 Bandenmaat Snelheid (km/h) Belading (1–3 inzittenden) Max. belading Voor (kPa) A Achter (kPa) Voor (kPa) Achter (kPa) Alle Alle tot 160 250 B 250 250 250 Reservewiel C T125/85R16 99M tot 80 420 420 420 420 In sommige landen wordt de bandenspanning ook wel in bar aangegeven in plaats van in pascal (1 bar = 100 kPa). ECO-bandenspanning (zie pagina 182). Compact reservewiel.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 185 07 Wielen en banden Gevarendriehoek* en reservewiel G020956 Volg de geldende bepalingen voor het gebruik van een gevarendriehoek*. Zet de gevarendriehoek op een passend punt achter de auto op om achteropkomend verkeer tijdig te waarschuwen. 1. Haal de houder met de gevarendriehoek los die met klittenband vastzit. Neem de gevarendriehoek uit de houder. 2. Klap de steunpoten van de gevarendriehoek uit.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 186 07 Wielen en banden Gevarendriehoek* en reservewiel G020960 Reservewiel en gereedschap Reservewiel en gereedschap. Het reservewiel* ligt in een opbergzak in de reservewielruimte in de kofferbak. In het midden van de wiel zit een zwart schuimrubber blok dat een krik en de sleutel voor de wielbouten bevat. Zet de bevestigingsbanden van de opbergzak aan de twee verankeringsogen op de vloer vast. 07 1.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 187 07 Wielen en banden Gevarendriehoek* en reservewiel Gereedschap, terugplaatsen BELANGRIJK Bewaar gereedschap en krik op de daarvoor bestemde plaats in de kofferbak wanneer u ze niet nodig hebt. EHBO* G029335 Onder de vloer in de kofferbak ligt een EHBOkit. Opbergstand van de krik bij auto’s met een reservewiel. Gereedschap en krik* dienen na gebruik op de juiste wijze te worden opgeborgen.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 188 07 Wielen en banden Wielen verwisselen Zet de gevarendriehoek op, als u een wiel langs een drukke weg moet verwisselen. Zorg ervoor dat de auto en de krik op een stevige en horizontale ondergrond staan. WAARSCHUWING 07 Controleer of de krik intact is, goed gesmeerde schroefdraadwindingen heeft en vrij van vuil is. 1. Neem het reservewiel*, de krik* en de wielsleutel* erbij die onder de mat in de kofferbak liggen.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 189 07 Wielen en banden Wielen verwisselen 7. Breng de auto zo ver omhoog dat het wiel van de grond komt. Verwijder de wielmoeren en til het wiel eraf. Wielen monteren 1. Reinig de contactvlakken op het wiel en de naaf. 2. Breng het wiel aan. Draai de wielmoeren vast. 3. Breng de auto zo ver omlaag dat de wielen niet meer ongehinderd kunnen draaien. 4. Draai de wielmoeren kruiselings vast. Het is belangrijk dat u de wielmoeren stevig aanhaalt.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 190 07 Wielen en banden Noodreparatie banden* Noodreparatie banden, algemene informatie De noodreparatieset wordt gebruikt om een lek te dichten alsook om de bandenspanning te controleren en zo nodig tijdelijk te corrigeren. De set bestaat uit een compressor en een bus met afdichtmiddel. De set dient om noodreparaties uit te voeren. De bus met het afdichtmiddel moet worden vervangen voordat de houdbaarheidsdatum is verstreken en tevens na het gebruik.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 191 07 Wielen en banden Noodreparatie banden* 2. Haal de sticker met de toegestane maximumsnelheid uit de set en bevestig de sticker op het stuurwiel. slang zo ver mogelijk op het ventiel van de band. WAARSCHUWING WAARSCHUWING Het afdichtmiddel kan aanleiding geven tot huidirritatie. Was bij huidcontact het getroffen gebied onmiddellijk schoon met water en zeep. 3. Controleer of de knop in stand 0 staat en neem de kabel en de luchtslang erbij. N.B.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 192 07 Wielen en banden Noodreparatie banden* Reparatieresultaat en bandenspanning controleren 1. Sluit de uitrusting opnieuw aan. 2. Lees de bandenspanning van de manometer af. 3. Als de spanning lager is dan 1,3 bar, werd de band onvoldoende afgedicht. Beëindig in dat geval de rit. Neem contact op met een Volvo-werkplaats. 4.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 193 07 Wielen en banden Noodreparatie banden* BELANGRIJK Er bestaat gevaar voor oververhitting. De compressor mag niet langer dan 10 minuten achtereen werken. N.B. Geef de bus af bij een inzamelingsstation voor opslag van KCA. 5. Pomp de band op tot de druk die in de bandenspanningstabel staat aangegeven. (Laat eventueel lucht ontsnappen met het drukreduceerventiel, als de bandenspanning te hoog is.) 6. Schakel de compressor uit.
2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 194 Schoonmaken....................................................................................... 196 Lakschade herstellen............................................................................ 200 Roestwering..........................................................................................
C70; 7; 3 evastarck VERZORGING 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 195 08
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 196 08 Verzorging Schoonmaken Auto wassen Was de auto zodra deze vuil geworden is. Gebruik autoshampoo. Vuil en strooizout kunnen aanleiding geven tot corrosie. BELANGRIJK Spoel de auto niet schoon met de hardtop geopend om water in de passagiersruimte te voorkomen. • Was de auto niet in direct zonlicht, omdat de lak daarbij blijvende schade kan oplopen. Zorg dat de auto op een spoelvloer met afvoerscheiding staat.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 197 08 Verzorging Schoonmaken BELANGRIJK In een automatische wasstraat dient de hardtop dicht te staan. Schroef de antenne bij het kofferdeksel los voordat u de wasstraat inrijdt. BELANGRIJK Een nieuwe laklaag is bovendien kwetsbaarder dan een oude laag. U wordt daarom geadviseerd de eerste maanden na aankoop van een nieuwe auto deze alleen met de hand te wassen.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 198 08 Verzorging Schoonmaken Buitenspiegels en voorste zijruiten met water- en vuilafstotende laag schoonmaken* Gebruik nooit producten zoals autowas, ontvetters e.d. op de spiegels of de ruiten, omdat de water- en vuilafstotende laag daardoor beschadigd kan raken. Wees voorzichtig tijdens het schoonmaken om te voorkomen dat er krassen in het glasoppervlak ontstaan.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 199 08 Verzorging Schoonmaken 3. Dep de vlek zorgvuldig met de spons. Laat de vlek in de spons trekken. Wrijf niet. baar is. Zorg dat de gordel droog is, voordat deze weer wordt opgerold. 4. Veeg het behandelde gebied met een stuk zacht papier of een doek af en laat het leer volledig drogen. Beschermende laag aanbrengen op leren bekleding 1.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 200 08 Verzorging Lakschade herstellen Lak Steenslagplekken en krassen wijdering van het vuil de ontbrekende deklak aan te brengen. De lak vormt een belangrijk onderdeel van de roestwering van de auto en moet daarom regelmatig worden gecontroleerd. Lakschade moet u meteen herstellen om roestvorming te voorkomen.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 201 08 Verzorging Roestwering Controleren en onderhouden Uw auto heeft in de fabriek een uiterst grondige en complete roestwerende behandeling ondergaan. De carrosserie bestaat ten dele uit gegalvaniseerd plaatwerk. Het onderstel is voorzien van een slijtvaste bodembescherming. In de balken, holten en gesloten profielen werd een dunne, doordringende roestwerende vloeistof gespoten.
2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 202 Volvo Service........................................................................................ Onderhoud............................................................................................ Motorkap en motorruimte..................................................................... Oliën en vloeistoffen.............................................................................. Wisserbladen..................................................................
C70; 7; 3 evastarck ONDERHOUD EN SERVICE 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 203 09
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 204 09 Onderhoud en service 09 Volvo Service Onderhoudsprogramma van Volvo Speciale servicewerkzaamheden Voordat de auto de fabriek verliet, werd deze zorgvuldig getest. De auto werd nogmaals gecontroleerd naar de normen van Volvo Car Corporation, net voordat de auto aan u werd geleverd. Bepaalde servicewerkzaamheden aan het elektrisch systeem van de auto kunnen alleen worden uitgevoerd met speciaal ontwikkelde elektronische apparatuur.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 205 09 Onderhoud en service Onderhoud Voordat u met werkzaamheden begint Regelmatig controleren Accu Controleer regelmatig het volgende, bijvoorbeeld bij het tanken: Controleer of de accukabels op de juiste manier zijn aangesloten en stevig vastzitten. Ontkoppel de accu nooit terwijl de motor loopt (bij het vervangen van de accu bijvoorbeeld). Gebruik nooit een snellader voor het opladen van de accu.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 206 09 Onderhoud en service 09 Motorkap en motorruimte G010599 Motorkap openen 1. Trek aan de ontgrendelingshandgreep helemaal links onder het dashboard (of helemaal rechts bij een auto met het stuur rechts). Het is duidelijk te horen dat de vergrendeling wordt opgeheven. Reservoir voor ruitensproeiervloeistof (4cil.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 207 09 Onderhoud en service Oliën en vloeistoffen Sticker voor oliekwaliteit in motorruimte 09 met een hogere kwaliteit dan de sticker in de motorruimte vermeldt (zie pagina 271). G020341 G020340 Olie verversen en oliefilter vervangen G020338 Peilstok, dieselmotoren. BELANGRIJK Gebruik altijd olie van de aanbevolen kwaliteit (zie sticker in motorruimte). Controleer het oliepeil vaak en ververs de olie regelmatig.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 208 09 Onderhoud en service Oliën en vloeistoffen BELANGRIJK Om aan vereisten voor de gespecificeerde service-intervallen te voldoen worden alle motoren in de fabriek gevuld met een speciaal aangepaste, synthetische motorolie. De oliesoort werd met grote zorg geselecteerd lettend op de levensduur van de motor, de startgewilligheid, het brandstofverbruik en de milieu-impact.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 209 09 Onderhoud en service Oliën en vloeistoffen Oliepeil controleren bij een warme motor Ruitensproeiervloeistof bijvullen komen dat de vloeistof in de pomp, het reservoir en de slangen bevriest. 1. Parkeer de auto op een vlakke ondergrond, zet de motor af en wacht ten minste 10–15 minuten zodat de olie naar het carter terug kan lopen. N.B. Meng het antivries met water, voordat u koelvloeistof bijvult. 2.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 210 09 Onderhoud en service 09 Oliën en vloeistoffen stof en water afstemt op de heersende weersomstandigheden. Vul het reservoir nooit alleen met schoon water. Het gevaar voor bevriezing neemt toe, zowel wanneer de concentratie koelvloeistof te laag is als wanneer deze te hoog is. BELANGRIJK • • Gebruik altijd een koelvloeistof met roestwerende eigenschappen volgens de aanbevelingen van Volvo.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 211 09 Onderhoud en service Oliën en vloeistoffen Rem- en koppelingsvloeistof controleren en bijvullen 09 relatieve luchtvochtigheidsgraad rijdt, dient u de remvloeistof ieder jaar te verversen. WAARSCHUWING Als de remvloeistof onder het MIN-streepje van het reservoir staat, mag u niet verder rijden voordat u remvloeistof hebt bijgevuld. Controleer tevens de oorzaak van het remvloeistofverlies.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 212 09 Onderhoud en service 09 Wisserbladen Wisserbladen 1. Klap de wisserarm omhoog. Wisserbladen voorruit vervangen 2. Druk op de knop die op de wisserbladbevestiging zit en trek het blad, evenwijdig aan de wisserarm, recht naar buiten (1). 3. Schuif het nieuwe wisserblad naar binnen (2) totdat het vastklikt. 4. Controleer (3) of het blad goed vastzit. G020330 5. Klap de wisserarm omlaag. N.B. De wisserbladen zijn niet allebei even lang.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 213 09 Onderhoud en service Accu Onderhoud van de accu De rijomstandigheden, de rijstijl, het aantal startpogingen, de weersomstandigheden e.d. zijn van invloed op de levensduur en de werking van de accu. Symbolen op de accu Draag een veiligheidsbril. N.B. Zamel oude accu’s op een milieubewuste manier in, omdat ze lood bevatten. 09 Vermijd vonken en open vuur. Explosiegevaar. Zie voor meer informatie het instructieboekje dat bij de auto hoort.
C70; 7; 3 evastarck 09 Onderhoud en service 09 Accu 8. Til de accu uit de auto. Accu aanbrengen 1. Til de accu op zijn plaats. 2. Breng de klem aan waarmee de accu vastzit. 3. Plaats het voorpaneel van de accubak terug. 4. Sluit de pluskabel aan. 5. Sluit de minkabel aan. 6. Breng de afdekking op de accu aan.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 215 09 Onderhoud en service Gloeilampen vervangen Gloeilampen en puntverlichting van een bijzonder type of lampen die alleen in een werkplaats te vervangen zijn: • • interieurverlichting aan het plafond • richtingaanwijzers, buitenspiegelverlichting en Approach-verlichting • • Derde remlicht leeslampjes en verlichting dashboardkastje Lamphuis losmaken BELANGRIJK Raak het glas van de gloeilampen nooit met blote vingers aan.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 216 09 Onderhoud en service 09 Gloeilampen vervangen 5. Til het lamphuis naar buiten en leg het op een zachte ondergrond neer om krassen op de lens te voorkomen. Afdekking en gloeilamp vervangen 1. Haal het lamphuis in zijn geheel los. 2. Duw de klemveer naar binnen/omhoog en vervolgens iets naar rechts, zodat deze in positie vastklikt. Lamphuis aanbrengen 2. Haal de borgklemmen opzij en verwijder de afdekking. 1.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 217 09 Onderhoud en service Gloeilampen vervangen draai de lamphouder rechtsom. 3. Trek de lamphouder naar buiten toe en vervang de gloeilamp. 4. Plaats de lamphouder terug. U kunt hem slechts op één manier terugplaatsen. 09 Sidemarker 3. Duw de lamphouder terug. U kunt hem slechts op één manier terugplaatsen. Richtingaanwijzer 5. Plaats het lamphuis terug. G007393 G007394 Stadslichten/parkeerlichten vóór en achterlichten G007392 1.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 218 09 Onderhoud en service 09 Gloeilampen vervangen Mistlampen 8. Zet het lamphuis met de boutjes vast en duw het paneel terug. Lamphouder achterlamphuis verwijderen N.B. Als de foutmelding STORING LAMPJE/ CONTROLEER REMLICHT niet verdwijnt nadat de kapotte gloeilamp is vervangen, dient u een erkende Volvo-werkplaats te bezoeken. G021046 Positie van gloeilampen in achterlamphuis G020963 1.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 219 09 Onderhoud en service Gloeilampen vervangen Mistachterlicht (één zijde) Kentekenplaatverlichting 09 Instapverlichting Richtingaanwijzer Achteruitrijlicht N.B. G020795 G020965 De gloeilamp voor het mistachterlicht is slechts in een van de achterlamphuizen aanwezig. Dit is het linker achterlamphuis bij auto’s met het stuur links en het rechter achterlamphuis bij auto’s met het stuur rechts. 1.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 220 09 Onderhoud en service 09 Gloeilampen vervangen Kofferbak Verlichting make-upspiegel* Spiegelglas aanbrengen 1. Duw eerst de drie borgnokjes aan de bovenkant van het spiegelglas weer terug. 2. Duw vervolgens de onderste drie vast. 2. Verwijder de kapotte gloeilamp. 3. Breng een nieuwe gloeilamp aan. Spiegelglas verwijderen 1. Steek in het midden aan de onderkant een schroevendraaier achter het glas.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 221 09 Onderhoud en service Zekeringen Algemene informatie Om te voorkomen dat het elektrisch systeem van de auto beschadigd raken door kortsluiting of overbelasting, zijn alle verschillende elektrische functies en onderdelen door een aantal zekeringen beschermd.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 222 09 Onderhoud en service Zekeringen 09 G007446 Relais- en zekeringenkastje in motorruimte Het kastje biedt plaats aan 36 zekeringen. Let erop dat u een doorgebrande zekering altijd vervangt door een nieuwe zekering met dezelfde kleur en hetzelfde amperage. • • 19 – 36 zijn van type “MiniFuse”. • 1 – 6 zijn van het type “Midi Fuse” en moeten worden vervangen door een erkende Volvo-werkplaats.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 223 09 Onderhoud en service 09 G020250 Zekeringen 1. Koelventilator 50 A 2. Stuurbekrachtiging (excl. 1,6 litermotor) 80 A 3. 4. 5. 6. Voeding voor relais- en zekeringenkastje in passagiersruimte 60 A Voeding voor relais- en zekeringenkastje in passagiersruimte 60 A Element klimaatregeling, extra verwarming PTC* 80 A 7. ABS-pomp 30 A 14. Bedrading aanhanger* 40 A 8. ABS-ventielen 20 A 15. 9.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 224 09 Onderhoud en service 09 Zekeringen 21. Standverwarming op brandstof, interieurverwarming 20 A 22. Subwoofer 25 A 23. Motorregelmodule ECM (5cil. benzine) transmissie (TCM) 24. 224 Elektrisch verwarmd brandstoffilter, PTC-element olievanger (diesel) 33. 34. 10 A 35. 20 A 25. Reservepositie - 26. Contactslot 15 A 27. Compressor voor airconditioning 10 A 28. Reservepositie 29. Mistlampen vóór 15 A 30.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 225 09 Onderhoud en service Zekeringen 09 G020601 Relais- en zekeringenkastje in passagiersruimte Het kastje biedt plaats aan 50 zekeringen. De zekeringen zitten onder het dashboardkastje. Er is tevens plaats voor een aantal reservezekeringen. In het relais- en zekeringenkastje in de motorruimte vindt u een speciale trekker waarmee u de zekeringen kunt vervangen (zie pagina 222). Zekeringen vervangen 1.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 226 09 Onderhoud en service Zekeringen G020246 09 43. 44. 45. 46. 226 Telefoon, audio, RTI (optie) SRS-systeem, motorregelmodule ECM (5-cil.) Elektrische aansluiting interieur Verlichting passagiersruimte, verlichting dashboardkastje en instapverlichting 15 A 10 A 49. SRS-systeem 10 A 50. Reservepositie - 51. Extra verwarming voor passagiersruimte, brandstoffilterrelais elektrische verwarming 15 A 52. 5A 53. 57. 10 A 58.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 227 09 Onderhoud en service Zekeringen 62. Reservepositie 63. Voeding elektrisch bedienbare ruit, rechtsachter 20 A Lampje voor portiersloten, RTI 5A 65. Infotainment 5A 66. Regelmodule voor Infotainment (ICM), klimaatregeling 10 A 64. 67. Reservepositie 68. Cruisecontrol 69. Klimaatregeling, regensensor, BLIS-knop - - 76. Reservepositie 77. Elektrische aansluiting kofferbak, regelmodule accessoires (AEM) 5A 70.
2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 228 Algemene informatie............................................................................. Audiofuncties........................................................................................ Radiofuncties........................................................................................ Cd-functies........................................................................................... Menusysteem, audiosysteem..............................................
C70; 7; 3 evastarck INFOTAINMENT 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 229 10
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 230 10 Infotainment Algemene informatie Infotainment bedieningspaneel en de toetsenset* op het stuurwiel (zie pagina 65). Op het display (2) verschijnen meldingen en informatie over de actieve functie. 10 Audiosysteem G020245 Aan/uit POWER – Toets Display Toetsenset MENU – Menusysteem Navigatieknoppen EXIT – Menusysteem verlaten Met POWER (1) schakelt u het audiosysteem in of uit.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 231 10 Infotainment Algemene informatie Dolby Surround Pro Logic II en het Dolby-logo zijn handelsmerken van Dolby Laboratories Licensing Corporation. 10 Dolby Surround Pro Logic II System is vervaardigd onder licentie van Dolby Laboratories Licensing Corporation.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 232 10 Infotainment Audiofuncties Bediening audiofuncties pagina 65). Het volume wordt automatisch afgestemd op de snelheid van de auto (zie pagina 235). 10 Geluidsbron kiezen Bij herhaalde malen indrukken van AM/FM loopt u de standen FM1, FM2 en AM door. Bij herhaalde malen indrukken van MODE loopt u de standen CD en AUX door. VOLUME – Draaiknop Het is mogelijk een mp3-speler aan te sluiten op de AUX-ingang in de middenconsole.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 233 10 Infotainment Audiofuncties ingangsvolume van de externe geluidsbron aan te passen: 1. Zet het audiosysteem in de stand AUX met de knop MODE. Via de aansluiting in de middenconsole is het mogelijk een iPod, een andere mp3-speler of een USB-geheugen aan te sluiten op het Infotainmentsysteem van de auto. Kies afhankelijk van het aangesloten type opslagmedium als volgt de geluidsbron: 2. Druk op MENU en daarna op ENTER. 3.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 234 10 Infotainment Audiofuncties 10 De iPod wordt bijgeladen en gevoed door het systeem middels de aansluitkabel. Als de batterij in de iPod echter helemaal uitgeput is, dient u deze eerst op te laden alvorens de iPod aan te sluiten. N.B. • BALANS – Balans tussen luidsprekers links en rechts. • SUBWOOFER* – Niveau voor de lagetonenluidspreker.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 235 10 Infotainment Audiofuncties Equalizer vóór/achter 5 AUTOM. VOLUMEREGELING 6 Optimale geluidsweergave Met de equalizer kunt u de niveaus voor de verschillende frequentiebanden ieder apart instellen. Automatische volumeregeling houdt in dat het volume van de beluisterde geluidsbron wordt afgestemd op de snelheid van de auto. U hebt de keuze uit drie standen: Laag, Medium en Hoog.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 236 10 Infotainment Radiofuncties Bediening radiofuncties Zenders zoeken Voorkeurzenders vastleggen Automatisch zenders zoeken 10 1. Kies de frequentieband met AM/FM (1). 2. Druk kort op of . Handmatig zenders zoeken 1. Kies de frequentieband met AM/FM (1). G019806 2. Stel de frequentie bij door aan de knop TUNING (3) te draaien.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 237 10 Infotainment Radiofuncties volgens rechtstreeks te kiezen met de voorkeurtoetsen (2). > De radio verlaat de automatische stand waarna u de vastgelegde voorkeurzender kunt gebruiken. Automatische vastlegfunctie beëindigen ± Druk op EXIT (6). Automatisch vastgelegde voorkeurzenders kiezen Wanneer u de radio in de stand Auto zet, kunt u gebruik maken van de automatisch vastgelegde voorkeurzenders. 1. Druk kort op de toets AUTO (7).
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 238 10 Infotainment Radiofuncties Zie EON en REG op zie pagina 239 voor meer informatie over het onderbreken van uitzendingen. U kunt van programmafunctie veranderen via het menusysteem (zie pagina 230). Weergave van onderbroken geluidsbron hervatten Druk op EXIT om de weergave van de onderbroken geluidsbron te hervatten. Alarm De functie wordt gebruikt om de bevolking attent te maken op ernstige ongelukken of calamiteiten.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 239 10 Infotainment Radiofuncties zending via de (actuele) zender die u beluistert of via alle zenders. 1. Kies een FM-zender. 2. Druk op MENU en daarna op ENTER. 3. Ga naar GEAVANC. RADIOINSTELLINGEN en druk op ENTER. 4. Ga naar NIEUWSZENDER en druk op ENTER. > Een van de meldingen Nieuws van deze zender. of Nieuws van alle zenders verschijnt op het display. 5. Druk op ENTER.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 240 10 Infotainment Radiofuncties Automatische afstemfunctie, AF 10 Bij activering van functie AF wordt er automatisch afgestemd op het sterkste signaal voor een bepaalde radiozender. Soms moet de radio de gehele FM-band doorzoeken om een sterk zendersignaal te vinden. In dat geval valt de radio stil en verschijnt de tekst PI zoeken EXIT is annuleren op het display. AF activeren/deactiveren 1. Druk op MENU en daarna op ENTER. 2. Ga naar GEAVANC.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 241 10 Infotainment Cd-functies Bediening cd-functies Weergave starten (cd-speler) Een eventuele muziek-cd in de speler wordt automatisch afgespeeld, wanneer u het audiosysteem in de stand CD zet. Steek anders een cd in de invoeropening en schakel over op de stand CD door op MODE te drukken.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 242 10 Infotainment Cd-functies 10 Navigeren en afspelen Cd doorzoeken Als er een disc met muziekbestanden in de cdspeler zit, kunt u met ENTER de mapstructuur weergeven. U navigeert op dezelfde manier in de mapstructuur als in de menustructuur van het audiosysteem. Muziekbestanden worden aangeduid met het symbool en mappen . Met een druk op ENTER gaat het met afspelen van de muziekbestanden van start.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 243 10 Infotainment Cd-functies 2. Ga naar Random en druk op ENTER. 3. Ga naar Enkele disc of Map en druk op ENTER. 10 Wanneer u een andere cd kiest, wordt de functie gedeactiveerd. Tekst disc Eventuele trackinformatie op de muziek-cd kan via het display worden weergegeven 1. Activeren/deactiveren 1. Start de weergave van een cd. 2. Druk op MENU en daarna op ENTER. 3. Ga naar Tekst disc en druk op ENTER.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 244 10 Infotainment Menusysteem, audiosysteem Overzicht 10 FM-menu 1. AUX-volume 1. Nieuws 2. Nieuws 2. TP 3. TP 3. PTY 4. Audio-instellingen* 4. Radiotekst 5. Geavanc. radio-instellingen 6. Audio-instellingen* AM-menu 1. Audio-instellingen* CD-menu 1. Willekeurige afspeelvolgorde 2. Nieuws 3. TP 4. Tekst disc 5. Audio-instellingen* Menu cd-wisselaar 1. Willekeurige afspeelvolgorde 2. Nieuws 3. TP 4. Tekst disc 5.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 245 10 Infotainment Telefoonfuncties* Overzicht – onderdelen van het telefoonsysteem 2 3 10 4 1 5 G019841 6 `` * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 246 10 Infotainment Telefoonfuncties* 10 1. Antenne 2. Toetsenset op stuurwiel Met de toetsenset kunt u de meeste functies van het telefoonsysteem regelen (zie pagina 247). 3. Microfoon Laat reparatiewerkzaamheden aan het telefoonsysteem over aan een erkende Volvo-werkplaats. Ook zonder een simkaart is het mogelijk het alarmnummer te bellen. Uw auto moet zich echter wel binnen het dekkingsgebied van een gsm-provider bevinden. Noodoproep doen 4.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 247 10 Infotainment Telefoonfuncties* Twee simkaarten Verkeersveiligheid Veel netwerkproviders bieden een extra simkaart voor hetzelfde telefoonnummer aan. De extra simkaart kunt u in de auto gebruiken. Om veiligheidsredenen zijn delen van het menusysteem voor de telefoon niet toegankelijk bij snelheden hoger dan 8 km/h. Simkaart aanbrengen 1. Schakel het telefoonsysteem uit en open het dashboardkastje.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 248 10 Infotainment Telefoonfuncties* ENTER – Dezelfde functie als de overeenkomstige toets op het bedieningspaneel 10 EXIT – Dezelfde functie als de overeenkomstige toets op het bedieningspaneel Gespreksvolume – Verhogen/verlagen Navigatietoetsen – Menu’s doornemen Gesprekken aannemen In stand-by is het mogelijk het audiosysteem te beluisteren in afwachting van een inkomend gesprek. In stand-by is het echter niet mogelijk zelf te bellen.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 249 10 Infotainment Telefoonfuncties* 2. Voer het telefoonnummer van de derde partij in. Wisselen tussen gesprekspartners 1. Druk op MENU of op ENTER. 2. Ga naar Swap en druk op ENTER. Conferentiegesprek starten Bij een conferentiegesprek kunnen minstens drie gesprekspartners met elkaar praten. Wanneer een conferentiegesprek eenmaal gestart is, kunnen er geen nieuwe gesprekspartners worden aangesloten.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 250 10 Infotainment Telefoonfuncties* Knop 10 Functie 3. Ga naar Nieuwe invoer en druk op ENTER. +0@*#&$£/% 4. Voer een naam in en druk op ENTER. wisselen tussen hoofdletters en kleine letters. 6. Ga naar SIM-kaart of Telefoon en druk op ENTER. 4. Ga naar SIM naar telefoon of Telefoon naar SIM en druk op ENTER. Contactgegevens verwijderen uit telefoonboek 1. Druk op MENU. Nummerfuncties Contactgegevens zoeken in telefoonboek 2.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 251 10 Infotainment Telefoonfuncties* One-key dial Aan de cijfertoetsen van de toetsenset (1–9) kunt u een telefoonnummer koppelen van een van de contactgegevens in het telefoonboek. N.B. Na inschakeling van de telefoon duurt het enkele seconden, voordat u gebruik kunt maken van de functie verkort kiezen. 1. Druk op MENU. 2. Ga naar Telefoonboek en druk op ENTER. 3. Ga naar One-key bell en druk op ENTER. 4. Ga naar Nummer kiezen en druk op ENTER.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 252 10 Infotainment Telefoonfuncties* Sms (Short Message Service) 10 Sms lezen 1. Druk op MENU. 2. Ga naar Berichten en druk op ENTER. 3. Ga naar Lezen en druk op ENTER. 4. Ga naar het bericht van uw keuze en druk op ENTER. > De inhoud van het bericht verschijnt op het display. Wanneer u nogmaals op ENTER drukt, verschijnen meer opties. Houd EXIT ingedrukt om het menusysteem te verlaten.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 253 10 Infotainment Menusysteem, telefoon* Hoofdmenu 1. One-key bell 4.6.3. Niet beantw. Logboek 2.4.1. Actief 4.6.4. Niet bereikb. 1.1. Gem. oproep 2.4.2. Nummer kiezen 4.6.5. Faxoproepen 1.2. Ontvangen oproepen 2.5. SIM wissen 4.6.6. Data-gesprek 1.3. Gebeld 2.6. Wis telefoon 4.6.7. Alles annul. 1.4. Wis bellijst 2.7. Geheugengebr. 1.5. 2. 2.4. 1.4.1. Allemaal 1.4.2. Gemist 3.1. Lezen 1.4.3. Ontvangen 3.2.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 254 10 Infotainment Menusysteem, telefoon* 10 Beschrijving van menu-opties 1.5.2. Gespreksteller 2.7. Geheugengebr. 1. Logboek 1.5.3. Totale tijd 1.1. Gemist 1.5.4. Reset timers Lijst met gemiste oproepen. U kunt de bijbehorende nummers bellen, wissen of in het telefoonboek opslaan. 2. Telefoonboek Bekijken hoeveel geheugenposities er in beslag genomen worden in het geheugen van de simkaart en in dat van de telefoon.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 255 10 Infotainment Menusysteem, telefoon* 4. Gespreksopties 4.6.4. Niet bereikb. 4.1. Nummer verz. 4.6.5. Faxoproepen Aangeven of uw eigen telefoonnummer wel of niet op het telefoondisplay van de gebelde persoon moet verschijnen. Neem contact op met de netwerkprovider voor een permanent geheim nummer. 4.6.6. Data-gesprek 4.6.7. Alles annul. 4.2. Oproep wacht 5.1.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 256 10 Infotainment Bluetooth handsfree* Algemene informatie te bedienen of de telefoon nu aangesloten is of niet. 10 N.B. Niet alle mobiele telefoons zijn volledig compatibel met de handsfree-functie van het audiosysteem. Voor informatie over de telefoons die compatibel zijn kunt u terecht bij de erkende Volvo-werkplaats en www.volvocars.com. G029503 Menu’s en bedieningstoetsen Systeemoverzicht.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 257 10 Infotainment Bluetooth handsfree* schijnen met hun BluetoothTM-naam op het display. De handsfree-functie verschijnt onder de BluetoothTM-naam My Car op de mobiele telefoon. 4. Kies een van de mobiele telefoons op het display van het audiosysteem. 5. Voer via het toetsenblok van de te registreren mobiele telefoon de cijfercode in die op het display van het audiosysteem staat. Alternatief 2 – via het menusysteem van de telefoon 1.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 258 10 Infotainment Bluetooth handsfree* 10 Ink.gesprekken Audio-instellingen Druk tijdens een gesprek op MENU of op ENTER om toegang te krijgen tot de volgende functies: Gespreksvolume audiosysteem uitschakelen. U kunt het gespreksvolume bijregelen wanneer de handsfree-functie in de telefoonstand staat. Maak gebruik van de toetsenset op het stuurwiel of van VOLUME. Gesprek naar mobiel – Gesprek doorschakelen naar de mobiele telefoon.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 259 10 Infotainment Bluetooth handsfree* Meer informatie over registratie en aansluiting 2. Druk op PHONE en kies een van de telefoons in de lijst. Er kunnen maximaal vijf mobiele telefoons worden geregistreerd. U hoeft een mobiele telefoon slechts eenmaal te registreren. Wanneer een mobiele telefoon eenmaal geregistreerd is, hoeft deze niet langer zichtbaar/identificeerbaar te zijn. U kunt slechts één mobiele telefoon tegelijk aansluiten.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 260 10 Infotainment Bluetooth handsfree* 10 Gespreksopties Nummer voicemail. Als er nog geen nummer opgeslagen is, kunt u het bijbehorende menu openen door lang op 1 te drukken. Druk vervolgens lang op 1 om het ingevoerde nummer te gebruiken. Menusysteem, Bluetooth Gesprekslijsten De gesprekslijsten worden bij iedere nieuwe aansluiting naar de handsfree-functie gekopieerd en worden vervolgens tijdens de aansluiting bijgehouden.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 261 10 Infotainment 10 261
2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 262 Type-aanduiding................................................................................... Maten en gewichten.............................................................................. Motorspecificaties................................................................................. Motorolie............................................................................................... Vloeistoffen en smeermiddelen.............................................
C70; 7; 3 evastarck SPECIFICATIES 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 263 11
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 264 11 Specificaties Type-aanduiding G032086 11 264
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 265 11 Specificaties Type-aanduiding Wanneer u contact opneemt met de erkende Volvo-werkplaats of vervangende onderdelen of accessoires wilt bestellen, kan het handig zijn om de type-aanduiding, het chassisnummer en het motornummer bij de hand te hebben. Type-aanduiding, chassisnummer, maximaal toelaatbare gewichten, kleurcodes voor lak en bekleding en typegoedkeuringsnummer.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 266 11 Specificaties Maten en gewichten Maten G017402 11 Positie op afbeel ding Maten (mm) Positie op afbeel ding Maten (mm) Positie op afbeel ding Maten (mm) A Wielbasis 2640 E1 Hoogte 1400 H Breedte 1770 B Lengte 4582 E2 Hoogte ca. 2000 I 2025 C Laadlengte, vloer, achterbank neergeklapt 850 F Spoorbreedte vooras 1550 Breedte incl. buitenspiegels G Spoorbreedte achteras 1836 D 266 Kofferdeksel, geopend ca.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 267 11 Specificaties Maten en gewichten Gewichten Geremde aanhanger Bij het rijklaar gewicht zijn het gewicht van de bestuurder, dat van de brandstoftank die voor 90 % gevuld is en dat van de resterende oliën/ vloeistoffen e.d. inbegrepen.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 268 11 Specificaties Motorspecificaties Overzicht 11 2.4 2.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 269 11 Specificaties Motorspecificaties 2.0D D5 D5 D5 85 81 81 81 Slaglengte (mm) 88,0 93,2 93,2 93,2 Cilinderinhoud (liter) 2,00 2,40 2,40 2,40 18,5:1 17,3:1 17,3:1 17,3:1 Cilinderboring (mm) Compressieverhouding A 11 België Type-aanduiding, onderdeel- en serienummer van de motor vindt u op de motor (zie pagina 264).
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 270 11 Specificaties Motorolie Ongunstige rijomstandigheden Volvo adviseert olieproducten van Castrol. Viscositeitsdiagram Controleer het oliepeil vaker bij lange ritten: met een caravan of aanhanger achter de auto • • • in bergachtig gebied op hoge snelheden bij temperaturen lager dan –30 °C of hoger dan +40 °C. In dergelijke omstandigheden kunnen de olietemperatuur en het olieverbruik abnormaal toenemen.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 271 11 Specificaties Motorolie Oliesticker Motoroliekwaliteit Motortype Bij te vullen hoeveelheid tussen Hoeveelheid A (liter) MIN en MAX (liter) 11 B5244S5 1,3 5,8 2.4iB B5244S4 1,3 5,8 T5B B5254T7 1,3 5,8 G032080 2.4 B Positie van oliesticker in motorruimte (zie pagina 207). Oliekwaliteit: ACEA A3/B3/B4 Viscositeit: SAE 0W-30 Bij ritten onder ongunstige omstandigheden ACEA A5/B5 SAE 0W-30 gebruiken.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 272 11 Specificaties Motorolie Motoroliekwaliteit Motortype Bij te vullen hoeveelheid tussen Hoeveelheid A (liter) MIN en MAX (liter) D5 11 D5244T8 1,5 6 2,0 5,5 D5244T9 D5244T13 G032079 2.0D Positie van oliesticker in motorruimte (zie pagina 207). Oliekwaliteit: WSS-M2C913-B Viscositeit: SAE 5W-30 Bij ritten onder ongunstige omstandigheden ACEA A5/B5 SAE 0W-30 gebruiken.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 273 11 Specificaties Motorolie Motoroliekwaliteit Motortype Bij te vullen hoeveelheid tussen Hoeveelheid A (liter) G032078 MIN en MAX (liter) 2.4 B5244S5 B 1,3 5,5 2.4i B5244S4 B 1,3 5,5 T5 B5254T7 B 1,3 5,5 D5 D5244T8 1,5 6 11 D5244T9 (Alleen België) Positie van oliesticker in motorruimte (zie pagina 207).
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 274 11 Specificaties Vloeistoffen en smeermiddelen Overzicht BELANGRIJK 11 Om schade aan de versnellingsbak te voorkomen moet u de aanbevolen kwaliteit versnellingsbakolie gebruiken en geen verschillende merken met elkaar vermengen. Neem contact op met de dichtstbijzijnde erkende Volvo-werkplaats voor service, als er een andere oliesoort werd gebruikt. Versnellingsbakolie Systeem 274 Hoeveelheid (liter) Aanbevolen kwaliteit 2.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 275 11 Specificaties Vloeistoffen en smeermiddelen Vloeistoffen Vloeistof Systeem Koelvloeistof 5-cil., handgeschakelde versnellingsbak 9,5 5-cil. automatische versnellingsbak 10,0 4-cil. diesel 9,5 Airconditioning B A B - Hoeveelheid (liter) Aanbevolen kwaliteit Koelvloeistof met corrosiewerende dope aangelengd met water A (zie verpakking).
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 276 11 Specificaties Brandstof Verbruik, uitstoot en tankinhoud Motor Versnellingsbak Uitstoot van kooldioxide (CO2) (g/km) Tankinhoud (liter) 2.4 B5244S5 Handgeschakelde vijfversnellingsbak (M56) 8,9 212 ca. 62 2.4 B5244S5 Automatische versnellingsbak (AW55-50/51) 9,6 229 ca. 62 2.4i B5244S4 Handgeschakelde vijfversnellingsbak (M56H) 9,0 215 ca. 62 2.4i B5244S4 Automatische versnellingsbak (AW55-50/51) 9,6 229 ca.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 277 11 Specificaties Brandstof Motor 2.0D Versnellingsbak D4204T (EURO3) (EURO4) 2.0D D4204T (EURO3) (EURO4) Verbruik (liter/100 km) Uitstoot van kooldioxide (CO2) (g/km) Tankinhoud (liter) Handgeschakelde zesversnellingsbak (MMT6) 6,1 161 ca. 52 Automatische versnellingsbak (MPS6) 6,3 167 ca.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 278 11 Specificaties Brandstof • 11 91 (RON) mag u niet gebruiken voor 4 cilindermotoren en slechts bij hoge uitzondering in de overige motortypes. • 95 (RON) is te gebruiken in de normale rijomstandigheden. • 98 (RON) wordt geadviseerd voor maximale prestaties tegen een minimaal brandstofverbruik. Voor ritten bij temperaturen hoger dan +38 °C wordt u geadviseerd een brandstofsoort met een zo hoog mogelijk octaangetal te gebruiken.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 279 11 Specificaties Brandstof Condenswater uit brandstoffilter aftappen dit iets langer duren. Gedurende de regeneratie kan het brandstofverbruik ietwat stijgen. Het brandstoffilter ontdoet de brandstof van condenswater. Condenswater kan anders aanleiding geven tot motorstoringen. Om de motor tijdens de regeneratie zwaarder te belasten is het mogelijk dat de achterruitverwarming zonder verdere indicatie spontaan aanslaat.
C70; 7; 3 evastarck 11 Specificaties Katalysator Algemene informatie 11 De katalysator heeft tot taak de uitlaatgassen te reinigen. De katalysator is dicht bij de motor in het uitlaatsysteem gemonteerd om snel op temperatuur te komen. De katalysator bestaat uit een monoliet (keramiek of metaal) met kanalen. De wanden van de kanalen zijn bekleed met platina/rodium/palladium. Deze edelmetalen hebben een katalytische werking, d.w.z.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 281 11 Specificaties Elektrisch systeem Algemene informatie 12V-systeem met wisselstroomdynamo en spanningsregelaar. Enkelpolig systeem waar- bij het chassis en het motorblok als geleiders worden gebruikt. Let er bij het vervangen van de accu op, dat de nieuwe accu dezelfde koudestartcapaciteit en reservecapaciteit als de originele accu heeft (zie sticker op de accu). Accu Spanning 4- en 5-cil.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 282 11 Specificaties Elektrisch systeem Verlichting Vermogen (W) Soort 1,2 Buislampje Stadslichten/parkeerlichten vóór, sidemarkers vóór 5 W5W Mistlampen 55 H8 Verlichting dashboardkastje 3 Buislampje Make-upspiegel* 11 282 * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 283 11 Specificaties Typegoedkeuring Afstandsbedieningssysteem Land en gebied A, B, CY, CZ, D, DK, E, EST, F, FIN, GB, GR, H, I, IRL, L, LT, LV, M, NL, P, PL, S, SK, SLO IS, LI, N, CH HR ROK Hierbij verklaart Delphi dat het gebruikte afstandsbedieningssysteem in overeenstemming is met de essentiële eigenschappen en overige relevante bepalingen zoals beschreven in de EU-richtlijn 1999/5/ EG.
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 284 12 Alfabetisch register A 12 Aanhanger................................................ 166 kabel................................................... 168 Afstandsbediening................................... 118 batterij vervangen............................... 127 functies............................................... 118 programmeerbaar................................. 77 Aanrijding crash mode...........................................
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 285 12 Alfabetisch register B Banden algemene informatie........................... 178 bandenreparatie................................. 190 draairichting........................................ 181 onderhoud.......................................... 178 rijeigenschappen................................ 178 slijtage-indicator................................. 179 snelheidsaanduidingen....................... 178 spanning....................................
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 286 12 Alfabetisch register DSTC, zie ook Stabiliteitssysteem........... 153 lampje................................................... 50 E ECO-bandenspanning............................. 182 tabel.................................................... 182 Foutmeldingen......................................... 101 Gesprekken weigeren.............................. 248 Gevarendriehoek..................................... 185 Gewichten rijklaar gewicht....
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 287 12 Alfabetisch register Hardtop afdekking............................................ 100 bediening.............................................. 99 foutmeldingen..................................... 101 openen en sluiten............................... 100 tijdelijk afdekken................................. 102 Instrumentenpaneel................................... 47 Kinderzitje..................................................
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 288 12 Alfabetisch register 12 Koplampen................................................ 56 Leeslampjes, zie Verlichting.................... 105 Koppelingsvloeistof, controleren en bijvullen............................................................ 211 Lekke band, zie Banden.................. 185, 188 Koudemiddel.............................................. 82 Koude start..............................................
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 289 12 Alfabetisch register N P R NEWS...................................................... 238 PACOS....................................................... 23 Noodoproepen......................................... 246 PACOS, schakelaar voor activering/deactivering....................................................... 23 Radio afstemfunctie...................................... EON.................................................... NEWS........
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 290 12 Alfabetisch register remkrachtverhoging bij noodstops, EBA..................................................... 152 remlichten............................................. 57 Remsysteem............................................ 151 Reservewiel.............................................. 185 compact reservewiel.................. 180, 185 Richtingaanwijzers..................................... 58 12 Rijden in waterpartijen....................
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 291 12 Alfabetisch register Standverwarming accu en brandstof................................. algemene informatie............................. lampjes en displaymeldingen............... op een helling parkeren........................ tijd instellen........................................... 89 89 90 89 91 Startblokkering................................ 118, 143 Starten met hulpaccu.............................. 165 Steenslagplekken en krassen........
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 292 12 Alfabetisch register Typegoedkeuring, afstandsbedieningssysteem................................................... 283 Ventilator ECC...................................................... 85 Verankeringsogen.................................... 113 U Vergrendelen............................................ 125 ontgrendelen....................................... 128 Uitlaatgasreiniging foutmelding...........................................
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 293 12 Alfabetisch register reservewiel.......................................... sneeuwkettingen................................. velgen................................................. verwisselen......................................... Vloermatten................................................ 97 Volume audiosysteem..................................... automatische volumeregeling............. mediaspeler........................................
C70; 7; 3 evastarck 12 Alfabetisch register 12 294 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 294
C70; 7; 3 evastarck 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 295 Notities 295
C70; 7; 3 evastarck Notities 296 2008-03-12T13:08:31+01:00; Page 296
C70; 6; 3 evastarck 2008-03-07T13:26:08+01:00; Page 1 VOLVO C70 Instructieboekje Kdakd 8Vg 8dgedgVi^dc IE &%&+& 9jiX] ! 6I %-'%! Eg^ciZY ^c HlZYZc! <iZWdg\ '%%-! 8deng^\]i '%%%"'%%- Kdakd 8Vg 8dgedgVi^dc