Operation Manual
28
Veiligheid
Kinderen en veiligheid
Kinderen moeten comfortabel en
veilig zitten
De plaats van het kind in de auto en de
vereiste uitrusting zijn afhankelijk van het
gewicht en de lengte van het kind (zie
pagina 30 voor meer informatie).
Kinderen die kleiner zijn dan 150 cm dienen
in een passend kinderzitje te worden
vervoerd.
N.B. De wettelijke bepalingen voor het
vervoer van kinderen in de auto verschillen
van land tot land. Ga na welke regels er in uw
land van kracht zijn.
Ongeacht leeftijd en lengte moeten kinderen
altijd met de gordel goed om in de auto zitten.
Laat kinderen nooit bij passagiers op schoot
zitten.
De veiligheidsuitrusting voor kinderen die
Volvo biedt, is afgestemd op het gebruik in
uw auto. Door het gebruik van originele
Volvo-onderdelen bent u er zeker van dat de
bevestigingspunten en bevestigingsonder-
delen op de juiste wijze zijn aangebracht en
sterk genoeg zijn.
Het volgende kan worden gebruikt:
• een kinderzitje op de passagiersstoel,
zolang de airbag aan de passagierszijde
gedeactiveerd
1
is;
• een achterstevoren gemonteerd kinder-
zitje op de achterbank dat tegen de
rugleuning van de voorstoel steunt.
Kinderzitjes en airbags gaan niet samen.
Kinderzitjes en airbags
Plaats een kind altijd op de achterbank als de
airbag aan de passagierszijde geactiveerd
1
is. Als de airbag wordt geactiveerd, kan een
kind in een kinderzitje aan de passagierszijde
ernstig letsel oplopen.
1. Zie pagina 17 voor informatie over
een geactiveerde/gedeactiveerde
airbag (SRS).
WAARSCHUWING!
Personen kleiner dan 140 cm mogen
alleen op de voorstoel plaatsnemen,
wanneer de airbag gedeactiveerd
1
is.
C70 w540.book Page 28 Wednesday, July 20, 2005 2:56 PM










