C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:39:21+01:00; Page 1 VOLVO C30 Instructieboekje WEB EDITION Kdakd 8Vg 8dgedgVi^dc IE &%&&- 9jiX] ! 6I %-'%! Eg^ciZY ^c HlZYZc! <iZWdg\ '%%-! 8deng^\]i '%%%"'%%- Kdakd 8Vg 8dgedgVi^dc
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 1 BESTE VOLVO-BEZITTER, DANK U DAT U GEKOZEN HEBT VOOR VOLVO! Wij hopen dat u jarenlang rijplezier van uw Volvo zult hebben. Bij het ontwerp hebben veiligheid en comfort van u en uw passagiers vooropgestaan. Een Volvo is een van de veiligste auto’s ter wereld. Uw Volvo is ook ontworpen om aan alle geldende veiligheidsvoorschriften en milieueisen te voldoen.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 2 Inhoud 00 01 02 00 Inleiding 01 Veiligheid Belangrijke informatie................................. 8 Volvo en het milieu.................................... 11 Veiligheidsgordels..................................... Airbagsysteem.......................................... Airbags (SRS)............................................ Airbag (SRS) activeren/deactiveren*......... SIPS-airbags (zij-airbags).........................
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 3 Inhoud 03 04 05 03 Klimaatregeling Algemene informatie over de klimaatregeling............................................................ Handmatige klimaatregeling met airconditioning, AC................................................ Elektronische klimaatregeling, ECC*........ Luchtverdeling.......................................... Motor- en interieurverwarming op brandstof*...........................................................
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 4 Inhoud 06 07 08 06 Starten en rijden Algemene informatie............................... Tanken.................................................... Motor starten.......................................... Motor starten, FlexiFuel.......................... Keyless drive*.......................................... Handgeschakelde versnellingsbak......... Automatische versnellingsbak................ Remsysteem...........................................
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 5 Inhoud 09 10 11 09 Onderhoud en service Volvo Service.......................................... Onderhoud.............................................. Motorkap en motorruimte....................... Oliën en vloeistoffen............................... Wisserbladen.......................................... Accu........................................................ Gloeilampen vervangen.......................... Zekeringen...........................
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 6 Inhoud 12 12 Alfabetisch register Alfabetisch register.................................
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 7 Inhoud 7
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 8 Inleiding Belangrijke informatie Instructieboekje lezen Inleiding Een goede manier om vertrouwd te raken met uw nieuwe auto is om het instructieboekje te lezen, idealiter voordat u uw eerste rit maakt. Zo maakt u kennis met nieuwe functies, krijgt u tips hoe u het beste in verschillende situaties met de auto kunt omgaan en leert u hoe u optimaal gebruik kunt maken van alle mogelijkheden die uw auto biedt.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 9 Inleiding Belangrijke informatie Informatie G031593 Gevaar voor materiële schade. G031592 Gevaar voor lichamelijk letsel G031590 Zwarte ISO-symbolen in een oranje waarschuwingsveld, witte tekst/afbeelding in een zwart tekstveld. Gevaarlijke situatie die, als de situatie niet vermeden wordt, zal resulteren in ernstig letsel met mogelijk dodelijke afloop. Witte ISO-symbolen in een zwart symboolveld, witte tekst/afbeelding in een zwart tekstveld.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 10 Inleiding Belangrijke informatie Wanneer er een reeks afbeeldingen bij een stapsgewijze instructie bestaat, zijn de verschillende stappen van de instructie op dezelfde manier genummerd als de bijbehorende afbeeldingen. • • Zie ommezijde `` Dit symbool staat rechts onderaan wanneer kan echter op last van de nationale wetgeving gedwongen worden om bepaalde informatie te verstrekken.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 11 Inleiding Volvo en het milieu G000000 Milieubeleid van Volvo Car Corporation Zorg voor het milieu is een van de kernwaarden van Volvo Car Corporation die van invloed zijn op alle activiteiten. We zijn ervan overtuigd dat onze klanten onze zorg voor het milieu delen. Uw Volvo voldoet aan strenge internationale milieueisen en is bovendien geproduceerd in een fabriek die zeer schoon is en efficiënt met hulpbronnen omgaat.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 12 Inleiding Volvo en het milieu Schone lucht in passagiersruimte Het interieurfilter zorgt dat stofdeeltjes en pollen niet via de luchtinlaatopening in de passagiersruimte kunnen dringen. Een geavanceerd luchtreinigingssysteem, IAQS* (Interior Air Quality System), zorgt ervoor dat de lucht die de passagiersruimte binnenkomt schoner is dan de lucht buiten in het verkeer. Het systeem bestaat uit een elektronische sensor en een koolstoffilter.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 13 Inleiding Volvo en het milieu • Hanteer afvalstoffen die schadelijk voor het milieu zijn, zoals accu’s en olie, op een milieuvriendelijke manier. Neem contact op met een erkende Volvo-werkplaats, als u niet zeker weet hoe u dergelijk afval moet verwerken. • • Onderhoud uw auto regelmatig. Bij hoge snelheden neemt het verbruik aanzienlijk toe vanwege de grotere luchtweerstand.
2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 14 Veiligheidsgordels................................................................................... Airbagsysteem........................................................................................ Airbags (SRS).......................................................................................... Airbag (SRS) activeren/deactiveren*....................................................... SIPS-airbags (zij-airbags)...................................................
C30; 7; 3 evastarck VEILIGHEID 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 15 01
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 16 01 Veiligheid Veiligheidsgordels 01 Algemene informatie ting te steken. Een duidelijke “klik” geeft aan dat de veiligheidsgordel vastzit. Veiligheidsgordel losmaken ± Druk op de rode knop van de sluiting en laat het oprolmechanisme de veiligheidsgordel naar binnen trekken. Als de gordel niet volledig wordt opgerold, moet u de veiligheidsgordel handmatig zo ver terugrollen dat deze niet langer slap hangt.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 17 01 Veiligheid Veiligheidsgordels Het mag nooit over de buik omhoog kunnen glijden. De veiligheidsgordel moet zo strak mogelijk over het lichaam lopen zonder onnodige speling. Controleer ook of de gordel nergens gedraaid zit. WAARSCHUWING De achterbank is bestemd voor maximaal twee personen.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 18 01 Veiligheid 01 Veiligheidsgordels De melding op het informatiedisplay, die aangeeft welke veiligheidsgordels er gebruikt worden, is altijd beschikbaar. Druk op de knop READ om de opgeslagen meldingen te zien. Gordelgeleider Bepaalde markten Gordelspanners Alle veiligheidsgordels zijn uitgerust met gordelspanners. Dit is een mechanisme dat bij een voldoende krachtige aanrijding de veiligheidsgordel rond het lichaam spant.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 19 01 Veiligheid Airbagsysteem Waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel G029041 Behalve het brandende waarschuwingslampje verschijnt er, in die gevallen waarin dat nodig is, een melding op het display. Als het waarschuwingslampje niet werkt, gaat het waarschuwingsdriehoekje branden en verschijnt er SRS-AIRBAG SERVICE VEREIST of SRS-AIRBAG SERVICE SPOED op het display. Neem zo spoedig mogelijk contact op met een erkende Volvo-werkplaats.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 20 01 Veiligheid 01 Airbags (SRS) Airbagsysteem WAARSCHUWING N.B. Reparaties mogen alleen door een erkende Volvo-werkplaats worden uitgevoerd. Ingrepen in de airbags kunnen storingen in de werking veroorzaken en leiden tot ernstig letsel. G020111 Het is dan ook mogelijk dat er bij ongelukken slechts één (of geen enkele) van de airbags wordt opgeblazen.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 21 01 Veiligheid Airbags (SRS) Plaats geen voorwerpen voor of boven op het dashboard in het gebied waar de passagiersairbag is aangebracht. Uw auto heeft behalve de veiligheidsgordel aan de bestuurderszijde ook een airbag (SRS Supplemental Restraint System) in het stuurwiel. De airbag zit opgevouwen in het midden van het stuurwiel. Het stuurwiel is voorzien van het opschrift SRS AIRBAG.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 22 01 Veiligheid Airbags (SRS) 01 WAARSCHUWING Zet nooit een kind in een kinderzitje op de passagiersstoel als de airbag (SRS) is geactiveerd.2 Laat kinderen nooit voor de passagierstoel zitten of staan. Personen kleiner dan 1,40 m mogen nooit op de passagiersstoel plaatsnemen als de airbag (SRS) geactiveerd is. G032243 Het niet opvolgen van de bovenstaande aanbevelingen kan levensgevaarlijke situaties opleveren voor uw kind.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 23 01 Veiligheid Airbag (SRS) activeren/deactiveren* Algemene informatie De passagiersairbag (SRS) voorin kan gedeactiveerd worden met een schakelaar als de auto is uitgerust met PACOS (Passenger Airbag Cut Off Switch). Zie de tekst onder het kopje Activeren/deactiveren voor informatie over het activeren/deactiveren.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 24 01 Veiligheid 01 Airbag (SRS) activeren/deactiveren* WAARSCHUWING Berichten Geactiveerde airbag (passagiersstoel): Vervoer kinderen nooit in een kinderzitje of op een comfortkussen op de passagiersstoel als de airbag geactiveerd is. Laat evenmin personen die kleiner zijn dan 1,40 m op deze stoel plaatsnemen. 2 Het niet opvolgen van de bovenstaande aanbevelingen kan levensgevaarlijke situaties opleveren.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 25 01 Veiligheid Airbag (SRS) activeren/deactiveren* 01 N.B. Bij het omdraaien van de afstandsbediening naar stand II of III brandt ca. 6 seconden lang het waarschuwingslampje voor de airbags op het instrumentenpaneel (zie pagina 19). Daarna gaat de indicator op de plafondconsole branden die de status van de passagiersairbag aangeeft. Voor meer informatie over de verschillende standen van het contactslot (zie pagina 138).
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 26 01 Veiligheid SIPS-airbags (zij-airbags) 01 SIPS-airbags (zij-airbags) WAARSCHUWING Reparaties mogen alleen door een erkende Volvo-werkplaats worden uitgevoerd. Ingrepen in de SIPS-airbags kunnen storingen in de werking veroorzaken en leiden tot ernstig letsel. Het is mogelijk een kinderzitje/comfortkussen op de voorstoel te plaatsen, als de auto aan de passagierszijde niet is uitgerust met een geactiveerde 1 airbag.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 27 01 Veiligheid SIPS-airbags (zij-airbags) 01 G025316 G032246 leeglopen. De SIPS-airbag wordt normaal gesproken alleen opgeblazen aan de kant van de aanrijding. Positie van sticker voor airbag aan bestuurderszijde, auto met het stuur links. Passagiersplaats, auto met het stuur links.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 28 01 Veiligheid 01 Opblaasgordijnen (IC-systeem) G007478 Eigenschappen De opblaasgordijnen van het IC-systeem (Inflatable Curtain) vormen een aanvulling op het SIPS-systeem en de airbags. Ze zitten verborgen achter de plafondbekleding langs beide zijden van de auto en beschermen inzittenden op de buitenste zitplaatsen van de auto. Bij een voldoende krachtige aanrijding reageren de sensoren, die op hun beurt de opblaasgordijnen activeren.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 29 01 Veiligheid WHIPS-systeem 01 G020347 Bescherming tegen whiplash-letsel, WHIPS Het WHIPS-systeem (Whiplash Protection System) bestaat uit energieabsorberende rugleuningen en speciaal voor het systeem ontwikkelde hoofdsteunen voor de beide voorstoelen.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 30 01 Veiligheid 01 WHIPS-systeem Zorg dat u de werking van het WHIPSsysteem niet beïnvloedt WAARSCHUWING Als de stoel heeft blootgestaan aan grote krachten zoals bij een aanrijding van achteren, moet u het WHIPS-systeem laten controleren in een erkende Volvo-werkplaats. G020125 G020126 Het WHIPS-systeem kan een deel van zijn beschermende eigenschappen hebben verloren, zelfs als de stoel ogenschijnlijk intact is.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 31 01 Veiligheid Activering van de veiligheidssystemen 01 Activering van de systemen Systeem Activering Gordelspanners voorstoelen Bij een frontale botsing en/of aanrijding in de zij en/of van achteren. Gordelspanners buitenste zitplaatsen achterbank Bij een frontale botsing. Airbags (SRS) Bij een frontale botsing. A SIPS-airbags Bij een aanrijding in de zij.A Opblaasgordijnen (IC-systeem) Bij een aanrijding in de zij.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 32 01 Veiligheid 01 Crash mode Rijden na een aanrijding G029042 Als alles normaal lijkt en u hebt vastgesteld dat er geen brandstof lekt, kunt u proberen de motor te starten. Als de auto betrokken is geweest bij een aanrijding, kan de melding CRASH MODE ZIE HANDLEIDING op het informatiedisplay verschijnen. Dit betekent dat de functionaliteit van de auto is verminderd.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 33 01 Veiligheid Kinderen en veiligheid Kinderen moeten comfortabel en veilig zitten Het gewicht en de lengte van het kind zijn bepalend voor de plaats van het kind in de auto en de vereiste uitrusting. Voor meer informatie (zie pagina 35). N.B. 01 N.B. Neem voor duidelijker instructies voor de bevestiging van kinderveiligheidsproducten contact op met de producent.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 34 01 Veiligheid Kinderen en veiligheid 01 Plaats een kind altijd op de achterbank als de passagiersairbag geactiveerd is. Als de airbag wordt geactiveerd, kan een kind aan de passagierszijde ernstig letsel oplopen.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 35 01 Veiligheid Kinderen en veiligheid 01 Plaats van kinderen in de auto 3 Gewicht/Leeftijd Voorstoel A Achterbank Groep 0 Volvo-kinderzitje – achterstevoren gemonteerd kinderzitje bevestigd met veiligheidsgordel, bevestigingsband en steun. B (tot 9 maanden) Volvo-kinderzitje – achterstevoren gemonteerd kinderzitje bevestigd met veiligheidsgordel en bevestigingsband. Gebruik een veiligheidskussen tussen het kinderzitje en het dashboard.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 36 01 Veiligheid Kinderen en veiligheid 01 Gewicht/Leeftijd Voorstoel A Achterbank Groep 1 Volvo-kinderzitje – achterstevoren gemonteerd kinderzitje bevestigd met veiligheidsgordel en bevestigingsband. Gebruik een veiligheidskussen tussen het kinderzitje en het dashboard. Volvo-kinderzitje – achterstevoren gemonteerd kinderzitje bevestigd met veiligheidsgordel, bevestigingsband en steun.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 37 01 Veiligheid Kinderen en veiligheid WAARSCHUWING Vervoer kinderen nooit in een kinderzitje of op een comfortkussen op de passagiersstoel als de airbag geactiveerd is4 Achter de onderkant van de ruggedeelten op de beide buitenste zitplaatsen van de achterbank gaan de bevestigingspunten voor het ISOFIX-systeem schuil.
2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 38 Overzicht auto’s met het stuur links....................................................... Overzicht auto’s met het stuur rechts..................................................... Bedieningspaneel op bestuurdersportier................................................ Instrumentenpaneel................................................................................ Controle- en waarschuwingslampjes...................................................... Informatiedisplay..
C30; 7; 3 evastarck INSTRUMENTEN, SCHAKELAARS EN BEDIENING 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 39 02
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 40 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Overzicht auto’s met het stuur links G019492 02 40
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 41 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Overzicht auto’s met het stuur links Stuurwielverstelling Leeslampje, linkerzijde Motorkapontgrendeling Leeslampje, rechterzijde Bedieningspaneel Gordelwaarschuwing en indicatie voor passagiersairbag Richtingaanwijzers, groot licht, boordcomputer Verlichting, ontgrendeling tankvulklep Openingshandgreep portier, vergrendelingsknop.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 42 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Overzicht auto’s met het stuur rechts 18 19 16 17 21 20 15 22 02 10 11 12 13 14 9 29 9 23 24 25 26 27 28 8 8 9 9 7 30 31 6 32 5 5 3 33 4 34 1 42 G019493 2
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 43 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Overzicht auto’s met het stuur rechts Elektrische aansluiting, aansteker Leeslampje, rechterzijde BLIS, Blind Spot Information System Geen functie Schakelaars, extra uitrusting Geen functie Handrem Bediening, schuifdak Bedieningspaneel Contactslot Dashboardkastje Ruitenwissers en -sproeiers, koplampsproeiers Portierhandgreep Blaasmond, zijruit Blaasmonden in het dashboard Versnellingspook Klimaatre
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 44 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Bedieningspaneel op bestuurdersportier G017449 02 Bedieningspaneel op bestuurdersportier Elektrisch bedienbare zijruiten Buitenspiegel, linkerzijde Buitenspiegels, instelling Buitenspiegel, rechterzijde 44
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 45 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Instrumentenpaneel G029046 02 Snelheidsmeter Richtingaanwijzer, rechts Richtingaanwijzer, links Toerenteller – Geeft het motortoerental aan in duizenden toeren per minuut. Waarschuwingslampje Informatiedisplay – Op het display verschijnen informatieve teksten en waarschuwingsmeldingen alsmede de buitentemperatuur en de tijd.
C30; 7; 3 evastarck 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Instrumentenpaneel 02 Temperatuurmeter – De temperatuurmeter van het koelsysteem van de motor. Op het display verschijnt een melding, als de temperatuur abnormaal hoog is en de naald tot in het rode gebied uitslaat. Let erop dat bijvoorbeeld verstralers voor de luchtinlaat bij een hoge buitentemperatuur en een zware belasting van de motor het koelvermogen verminderen.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 47 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Controle- en waarschuwingslampjes Als de motor niet binnen vijf seconden aanslaat, gaan alle lampjes uit behalve de lampjes voor storingen in het uitlaatgasreinigingssysteem van de auto en een te lage oliedruk. Afhankelijk van de uitrusting van de auto is het mogelijk dat bepaalde lampjes geen functie hebben. 1 Lampjes in het midden van het dashboard Wanneer het lampje brandt: 1. Stop zo spoedig mogelijk.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 48 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Controle- en waarschuwingslampjes Controlelampjes – linkerzijde Uitlaatgasreinigingssysteem Bij een storing in het uitlaatgasreinigingssysteem kan het lampje gaan branden. Rijd de auto naar een erkende Volvo-werkplaats om het systeem te laten controleren. 02 Storing in ABS G029048 Als het lampje brandt, is het systeem defect.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 49 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Controle- en waarschuwingslampjes Controlelampjes, rechterzijde Controlelampje voor aanhanger Te lage oliedruk 2 Het lampje knippert wanneer u de richtingaanwijzers gebruikt met een aanhanger achter de auto. Als het lampje niet knippert, is een van de lampjes op de auto of op de aanhanger defect. Als het lampje tijdens het rijden oplicht, is de druk van de motorolie te laag.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 50 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Controle- en waarschuwingslampjes ± 02 Breng de auto zo spoedig mogelijk tot stilstand en controleer het peil in het remvloeistofreservoir (zie pagina 209). Als de vloeistof lager staat dan het MIN-streepje van het remvloeistofreservoir, kunt u beter niet verder rijden met de auto. Laat de auto naar een erkende Volvo-werkplaats slepen om het remsysteem te laten controleren.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 51 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Informatiedisplay Berichten N.B. Betekenis MOTORTEMP. HOOG ZET MOTOR UIT Breng de auto op veilige wijze tot stilstand en zet de motor af. Grote kans op schade. Melding Betekenis RUIM TIJD IN V. ONDERHOUD STOP AUTO Z.S.M.A Breng de auto op veilige wijze tot stilstand en zet de motor af. Grote kans op schade. Het is tijd een afspraak te maken voor een servicebeurt bij een erkende Volvowerkplaats.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 52 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Informatiedisplay 02 52 Melding Betekenis Melding Betekenis Melding Betekenis ONDERHOUDSTER- MIJN VERSTREKEN Als u de onderhoudstermijn niet respecteert, vallen beschadigde onderdelen niet langer onder de garantie. Bezoek voor het onderhoud een erkende Volvowerkplaats. ROETFILTER VOL – ZIE GEBR. HANDL. Het roetfilter van dieselmodellen is aan regeneratie toe (zie pagina 281).
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 53 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Elektrische aansluiting 12V-aansluiting is, veert de knop automatisch uit. Haal de aansteker uit de opening en gebruik het roodgloeiende deel om bijvoorbeeld een sigaret mee aan te steken. 10 A. Het contact moet ten minste in stand I staan, anders geeft de aansluiting geen stroom.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 54 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Verlichtingspaneel Algemene informatie Stand G020139 02 Duimwiel voor koplamphoogteregeling Bedieningspaneel verlichting Duimwiel voor het afstellen van de verlichting van het display en het instrumentenpaneel Mistlampen voorzijde* Tankvulklep openen Mistachterlicht Betekenis Stadslichten/parkeerlichten vóór en achterlichten Automatisch/uitgeschakeld dimlicht. Alleen grootlichtsignalen.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 55 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Verlichtingspaneel stuur toe te halen en de hendel weer los te laten (zie pagina 56). Mistlichten N.B. De verlichting wordt automatisch uitgeschakeld, wanneer u de contactsleutel naar stand I of 0 draait. De regels voor het gebruik van de mistlichten verschillen van land tot land. Tankvulklep Druk op de knop (5) om de tankvulklep te openen, wanneer de auto onvergrendeld staat (zie pagina 124).
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 56 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Linker stuurhendel Standen stuurhendel Richtingaanwijzers Onafgebroken serie knippersignalen 02 ± 2 Haal de stuurhendel omhoog of omlaag naar de eindstand (2). De hendel blijft in de eindstand staan en kan handmatig in de uitgangspositie teruggezet worden of veert automatisch terug bij het terugdraaien van het stuurwiel.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 57 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Linker stuurhendel Boordcomputer* N.B. Als er een waarschuwingsmelding verschijnt terwijl de boordcomputer in gebruik is, moet u de melding bevestigen. Doe dat door op de knop READ te drukken waarna u naar de boordcomputerfunctie terugkeert.
C30; 7; 3 evastarck 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Linker stuurhendel N.B. 02 Er kunnen onjuiste waarden verschijnen, als u bijvoorbeeld van rijstijl bent veranderd of een standverwarming op brandstof hebt gebruikt. Op nul stellen 1. Selecteer GEMIDDELDE SNELHEID of GEMIDDELD. 2. Reset met een druk op de knop RESET. Houd de knop RESET ten minste vijf seconden lang ingedrukt om de gemiddelde snelheid en het gemiddelde brandstofverbruik gelijktijdig te resetten.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 59 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Rechter stuurhendel Ruitenwissers Enkele slag Beweeg de hendel omhoog om een enkele slag te maken. B D C Ruiten-/koplampsproeiers U activeert de sproeiers van de voorruit en de koplampen door de hendel naar het stuurwiel toe te trekken. De wissers maken nog enkele slagen nadat u de hendel hebt losgelaten. 02 0 Intervalstand A U kunt de wissnelheid in de intervalstand bijstellen.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 60 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Rechter stuurhendel Neutrale stand: Wisser/sproeier uitgeschakeld. • Bi-Xenonkoplampen worden slechts iedere vijfde sproeibeurt gesproeid, ongeacht de tijd die is verstreken. Continu wissen: Druk het onderste gedeelte van de knop in. • Halogeenkoplampen worden niet gesproeid.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 61 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Rechter stuurhendel Regensensor activeren: Duimwiel ± Met het duimwiel kunt u de wisfrequentie instellen (als u de intervalstand hebt geselecteerd) of de gevoeligheid van de regensensor (als u de regensensor hebt geactiveerd). Druk op de knop (B) (zie pagina 59). Een displaysymbool geeft aan dat de regensensor actief is. U schakelt de regensensor op een van de volgende manieren weer uit: 02 1.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 62 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Cruisecontrol* Inschakelen Snelheid verhogen of verlagen N.B. Een tijdelijke verhoging van de snelheid (korter dan een minuut) met het gaspedaal, zoals bij het inhalen, is niet van invloed op de instelling van de cruisecontrol. Als u het gaspedaal loslaat, neemt de auto automatisch de ingestelde snelheid weer aan.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 63 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Cruisecontrol* Snelheid hervatten – Druk op de knop om de eerder ingestelde snelheid te hervatten. Op het instrumentenpaneel verschijnt CRUISE ON. 02 Uitschakelen ± Druk op CRUISE om de cruisecontrol uit te schakelen. CRUISE ON verdwijnt van het instrumentenpaneel. * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 64 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Toetsensets op stuurwiel* Toetsfuncties knop ENTER om het telefoonsysteem met de pijltoetsen te kunnen bedienen. 02 G020142 Druk op EXIT. om de instellingen van het audiosysteem te hervatten. Met de onderste vier toetsen van de toetsenset op het stuurwiel kunt u zowel de radio als de telefoon regelen. De functie van de toetsen hangt af van het systeem dat u geactiveerd hebt.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 65 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Stuurwielverstelling, alarmlichten Stuurwielverstelling WAARSCHUWING Stel het stuurwiel af voordat u gaat rijden en nooit tijdens het rijden. Controleer of het stuurwiel in de gekozen stand geblokkeerd staat. Bij een voldoende krachtige aanrijding of een krachtige remmanoeuvre worden de alarmlichten automatisch ingeschakeld (zie pagina 55). U kunt de functie uitschakelen met een druk op de knop. 02 N.B.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 66 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Handrem Handrem (parkeerrem) 3. Laat het rempedaal los en controleer of de auto volledig stilstaat. 02 4. Als de auto wegrolt dient u de handremhendel strakker aan te trekken. Zet de versnellingspook/keuzehendel bij het parkeren altijd in de 1e versnelling (handbak) of in stand P (automaat).
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 67 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Elektrisch bedienbare zijruiten Bediening Bestuurdersportier Automatische bediening Druk een van de bedieningsknoppen (A) omlaag of trek er één omhoog en laat deze vervolgens los. De zijruiten gaan dan automatisch open of dicht. Als een zijruit door iets worden geblokkeerd, wordt de op- of neergaande beweging van die zijruit afgebroken.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 68 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Elektrisch bedienbare zijruiten Passagiersplaats G019511 02 Passagiersplaats. Met de knop voor de elektrische bediening van de ruit op het passagiersportier kunt u alleen die ruit bedienen.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 69 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Achteruitkijkspiegel en buitenspiegels Achteruitkijkspiegel tisch gedimd. Het hendeltje (1) is niet aanwezig op spiegels met autodimfunctie. Kompas kalibreren 02 Fel licht van achteren kan hinderlijke reflecties in de achteruitkijkspiegel veroorzaken en u verblinden. Zet de spiegel in de autodimstand, wanneer u de verlichting van het achteropkomend verkeer als hinderlijk ervaart.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 70 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Achteruitkijkspiegel en buitenspiegels 02 3. Houd het knopje (1) ten minste 3 seconden lang ingedrukt. Het nummer van de huidige magnetische zone verschijnt. 4. Druk herhaaldelijk op het knopje (1) totdat het nummer van de gewenste magnetische zone ( 1–15) verschijnt (zie de kaart met de magnetische zones van het kompas). Magnetische zones, Zuid-Amerika. Magnetische zones, Azië.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 71 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Achteruitkijkspiegel en buitenspiegels Buitenspiegels Elektrisch inklapbare buitenspiegels* Bij het parkeren of in nauwe straatjes kunt u de buitenspiegels inklappen. Dat is mogelijk als de contactsleutel in stand I of II staat. 02 Spiegels inklappen 1. Druk tegelijkertijd op de knoppen L en R. 2. Laat de knoppen los. De spiegels stoppen automatisch, als ze volledig zijn ingeklapt.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 72 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Achteruitkijkspiegel en buitenspiegels Automatisch in-/uitklappen 02 Wanneer u de auto vanaf de afstandsbediening of via het Keyless drive-systeem (zie pagina 120)vergrendelt/ontgrendelt, worden de buitenspiegels automatisch in- of uitgeklapt. N.B. Bij ontgrendeling worden de buitenspiegels niet automatisch uitgeklapt, als deze met behulp van de knoppen op het portier werden ingeklapt.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 73 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Elektrisch bedienbaar schuifdak* Openingsstanden Ventilatiestand WAARSCHUWING Openen: Als er kinderen in de auto zitten: ± Verbreek bij het verlaten van de auto de stroomtoevoer naar het schuifdak door de contactsleutel uit te nemen. Duw de achterkant van de knop (5) omhoog. 02 Sluiten: ± Trek de achterkant van de knop (6) omlaag.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 74 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Elektrisch bedienbaar schuifdak* der dicht zolang u de knop in deze stand vasthoudt. WAARSCHUWING ± Druk nogmaals op de vergrendelingsknop. WAARSCHUWING De beveiliging tegen overbelasting van het schuifdak werkt alleen bij automatisch sluiten, niet bij handmatig sluiten.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 75 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Persoonlijke instellingen Mogelijke instellingen Menu sluiten: Klimaatinstellingen Voor sommige autofuncties zijn persoonlijke instellingen mogelijk. Dit geldt voor de sloten en de klimaatregelings- en audiofuncties. Voor de audiofuncties (zie pagina 232). ± Autom. blower afstellen Bedieningspaneel U kunt de uur- en minuutaanduiding elk apart instellen.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 76 02 Instrumenten, schakelaars en bediening Persoonlijke instellingen 02 achterblijft nadat de portieren van de buitenzijde zijn vergrendeld. U hebt de keuze uit Eenmaal activeren en Vraag bij verlaten (zie pagina 125 en 128). Auto is open, lampje Als u de auto met de afstandsbediening ontgrendelt, kunt u de richtingaanwijzers van de auto laten knipperen. U hebt de keuze uit Aan/ Uit.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 77 02 Instrumenten, schakelaars en bediening HomeLink EU* Algemene informatie N.B. HomeLink is dusdanig geconstrueerd dat het niet werkt als de auto van de buitenzijde vergrendeld is. Let erop dat u de originele afstandsbedieningen wel goed bewaart voor eventuele programmering in een later stadium (zoals bij de aankoop van een nieuwe auto). G030070 Wis de programmering van de knoppen wanneer u de auto verkoopt.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 78 02 Instrumenten, schakelaars en bediening HomeLink EU* 02 2. Leg de originele afstandsbediening op 2-8 cm afstand van HomeLink. Houd het controlelampje in de gaten. De juiste afstand tussen de originele afstandsbediening en HomeLink hangt af van de programmering van het te bedienen systeem. Er zijn mogelijk meerdere pogingen op verschillende afstand nodig. Laat de afstandsbediening bij iedere poging ca.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 79 02 Instrumenten, schakelaars en bediening HomeLink EU* 3. Druk de te kopiëren knop op de originele afstandsbediening in. Het controlelampje begint te knipperen. Laat beide knoppen weer los, wanneer het lampje dat langzaam knipperde sneller gaat knipperen. Een snel knipperend lampje geeft aan dat de programmering gelukt is. 4.
2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 80 Algemene informatie over de klimaatregeling......................................... Handmatige klimaatregeling met airconditioning, AC............................. Elektronische klimaatregeling, ECC*....................................................... Luchtverdeling......................................................................................... Motor- en interieurverwarming op brandstof*.........................................
C30; 7; 3 evastarck KLIMAATREGELING 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 81 03
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 82 03 Klimaatregeling Algemene informatie over de klimaatregeling 03 Airconditioning Sneeuw en ijs De klimaatregeling zorgt ervoor dat de lucht in het interieur gekoeld, verwarmd of van vocht ontdaan wordt. De auto is voorzien van een handmatige klimaatregeling met airconditioning (AC) of een automatische klimaatregeling (ECC, Electronic Climate Control).
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 83 03 Klimaatregeling Algemene informatie over de klimaatregeling Blaasmonden in dashboard ECC* Zijruiten en schuifdak Werkelijke temperatuur Voor een goede werking van de airconditioning moet u de zijruiten en een eventueel schuifdak gesloten houden.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 84 03 Klimaatregeling Handmatige klimaatregeling met airconditioning, AC Bedieningspaneel 2 8 3 4 1 9 03 4 7 6 Ventilator Functies 2. Recirculatie Recirculatie 1. Ventilator De recirculatie houdt vieze lucht, uitlaatgassen en dergelijke buiten. De lucht in de passagiersruimte wordt dan gerecirculeerd. Er wordt geen lucht van buiten aangezogen.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 85 03 Klimaatregeling Handmatige klimaatregeling met airconditioning, AC Timer Met de timerfunctie beperkt u (wanneer de recirculatiefunctie geselecteerd is) de kans op ijs, beslagen ruiten en een slechte luchtkwaliteit. Zie pagina 75 om de functie te activeren/ deactiveren. Wanneer u de ontwaseming (3) selecteert, wordt de recirculatie altijd uitgeschakeld. 3.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 86 03 Klimaatregeling Handmatige klimaatregeling met airconditioning, AC buitenspiegels na 12–20 minuten automatisch uitgeschakeld. 03 Bij koud weer blijft de verwarming echter langer dan 20 minuten actief om te voorkomen dat de achterruit en buitenspiegels bevriezen of beslaan 1. De verwarmingsstand wordt afgestemd op de buitentemperatuur. In dat geval is uitschakelen alleen handmatig mogelijk. 9.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 87 03 Klimaatregeling Elektronische klimaatregeling, ECC* Bedieningspaneel 2 3 9 4 5 1 10 03 5 8 7 AUTO Ventilator G026309 6 Elektrische achterruit- en buitenspiegelverwarming Temperatuurknop Recirculatie/Interior Air Quality System Ontwaseming Luchtverdeling AC ON/OFF – Airconditioning Aan/Uit Elektrische stoelverwarming, links Elektrische stoelverwarming, rechts Functies 1. AUTOM.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 88 03 Klimaatregeling Elektronische klimaatregeling, ECC* Als u de knop linksom hebt gedraaid en de ventilatorindicatie op het display gedoofd is, zijn de ventilator en de airconditioning uitgeschakeld. Het display geeft het ventilatorsymbool en OFF weer. 03 3. Recirculatie U kunt deze functie inschakelen als u vieze lucht, uitlaatgassen en dergelijke buiten wilt houden. De lucht in de passagiersruimte wordt dan gerecirculeerd.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 89 03 Klimaatregeling Elektronische klimaatregeling, ECC* Bij het uitschakelen van de ontwaseming hervat de klimaatregeling de voorgaande instellingen. N.B. Het effect van de ontwasemingsfunctie van de klimaatregeling met vochtsensor neemt sterk af, wanneer u de airconditioning hebt uitgeschakeld (OFF) of handmatig een bepaalde luchtverdeling en ventilatorsnelheid hebt gekozen. 5.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 90 03 Klimaatregeling Elektronische klimaatregeling, ECC* 10. Temperatuurknop Met deze knop kunt u de temperatuur aan de bestuurdersen passagierszijde onafhankelijk van elkaar worden instellen. 03 Met een druk op de knop, activeert u slechts één zijde. Wanneer u de knop nogmaals indrukt, activeert u de andere zijde. Bij een derde keer indrukken zijn beide zijden geactiveerd.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 91 03 Klimaatregeling Luchtverdeling Luchtverdeling Toepassing: Luchtverdeling Toepassing: Lucht naar de ruiten. Er komt een bepaalde hoeveelheid lucht uit de blaasmonden. De lucht wordt niet gerecirculeerd. De airconditioning is altijd ingeschakeld. Om snel te ontdooien en te ontwasemen. Lucht naar de vloer en de ruiten. Er komt een bepaalde hoeveelheid lucht uit de blaasmonden in het dashboard.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 92 03 Klimaatregeling Motor- en interieurverwarming op brandstof* Algemene informatie over verwarmingen Tanken Accu en brandstof Als de accu onvoldoende opgeladen is of als het brandstofpeil te laag is, wordt de standverwarming automatisch uitgeschakeld en er verschijnt een melding op het display. U kunt de standverwarming die de motor en het interieur verwarmt meteen inschakelen of vertraagd met een timerfunctie.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 93 03 Klimaatregeling Motor- en interieurverwarming op brandstof* Verwarming inschakelen Lampjes en displaymeldingen G029052 Wanneer u de instellingen van een van de timers of DIRECTE START activeert, gaat het informatielampje op het instrumentenpaneel branden en op het informatiedisplay verschijnt een verklarende melding. Knop READ Duimwiel1 Knop RESET 1 Display Betekenis BRANDSTOFVERWARMING AAN De verwarming is ingeschakeld en werkt.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 94 03 Klimaatregeling Motor- en interieurverwarming op brandstof* De interieurverwarming gaat van start, zodra de koelvloeistof in de motor de juiste temperatuur heeft bereikt. N.B. 03 Het is mogelijk de motor starten en weg te rijden, terwijl de standverwarming aanstaat. Timers instellen Met de timers geeft u het tijdstip aan dat de auto op temperatuur moet zijn omdat u die wenst te gebruiken.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 95 03 Klimaatregeling Extra verwarming op brandstof* (diesel) Extra verwarming (diesel) Bij koud weer moet de extra verwarming wellicht worden ingeschakeld om de passagiersruimte voldoende te verwarmen. De extra verwarming wordt automatisch ingeschakeld wanneer er extra warmte nodig is terwijl de motor loopt. 03 De verwarming wordt automatisch uitgeschakeld, wanneer het warm genoeg is of wanneer de motor wordt afgezet. N.B.
2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 96 Voorstoelen............................................................................................. 98 Interieurverlichting................................................................................. 101 Opbergmogelijkheden in passagiersruimte.......................................... 104 Achterbank............................................................................................ 108 Bagageruimte.........................................................
C30; 7; 3 evastarck INTERIEUR 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 97 04
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 98 04 Interieur Voorstoelen Lendensteun wijzigen 1, aan de knop draaien. Zithouding Achterinstap Hellingshoek rugleuning wijzigen, aan de knop draaien. Bedieningspaneel voor elektrisch bedienbare stoel*. Hendel (2) is niet op alle stoelmodellen aanwezig. WAARSCHUWING De bestuurders- en passagiersstoel kunnen worden ingesteld voor een optimale zit- en rijhouding.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 99 04 Interieur Voorstoelen 1. Duw de stoel naar achteren in de uitgangspositie. 2. Trek de handgreep (1) omhoog, houd deze vast en klap tegelijkertijd de rugleuning terug. 3. Plaats de veiligheidsgordel op de gordelgeleider terug. Elektrisch bedienbare stoel* Stoel naar voren zetten: 1. Haal de veiligheidsgordel van de gordelgeleider (zie pagina 18). 2.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 100 04 Interieur Voorstoelen geblokkeerd. Als dit het geval is, moet u het contact uitschakelen en enige tijd wachten voordat u de stoel opnieuw probeert te verstellen. U kunt slechts één verstelfunctie van de stoel tegelijk activeren. Geheugenfunctie ten van de knop zal de instelling van de stoel onmiddellijk worden beëindigd.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 101 04 Interieur Interieurverlichting Leeslampjes voorin en interieurverlichting • de motor afgezet is en het contact in stand 0 is gezet; Het lampje gaat automatisch aan of uit, wanneer u het klepje optilt c.q. sluit. • de auto ontgrendeld is zonder dat de motor is gestart. Verlichting dashboardkastje Plafondverlichting De leeslampjes worden in- en uitgeschakeld met een druk op de bijbehorende knoppen op de plafondconsole.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 102 04 Interieur Interieurverlichting Automatische verlichting Met de knop (2) (zie pagina 101) kunt u drie verlichtingsstanden selecteren voor de verlichting in het interieur: 04 • Uit – rechterkant (met opschrift 0) ingedrukt, automatische bediening interieurverlichting uitgeschakeld. • Neutrale stand – automatische verlichting ingeschakeld. De dimfunctie is actief. • Aan – linkerkant ingedrukt, interieurverlichting brandt.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 103 04 Interieur Interieurverlichting 04 103
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 104 04 Interieur Opbergmogelijkheden in passagiersruimte Opbergmogelijkheden G031312 04 104
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 105 04 Interieur Opbergmogelijkheden in passagiersruimte Opbergvak in portierpaneel. Dashboardkastje Kledinghaak Opbergvak aan voorkant voorstoelzittingen (afhankelijk van bekleding). Parkeerkaarthouder Kledinghaak (alleen voor de lichtere kledingstukken). Dashboardkastje Opbergvak (bijvoorbeeld voor cd’s) en bekerhouders (of alleen opbergvak*). 04 Opbergvak voor EHBO-kit. Opbergvakken voor kaarten en tijdschriften.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 106 04 Interieur Opbergmogelijkheden in passagiersruimte Opbergvak onder de armsteun voorin Bekerhouder in middenconsole Onder de armsteun zit een opbergvak. In de deelbare armsteun zit tevens een kleiner opbergvak. Druk op de kleine knop en licht de armsteun op om het ondiepe opbergvak te openen. Druk op de grote knop en licht de armsteun op om het diepere opbergvak te openen. Het diepe vak biedt plaats aan 10 cd-hoesjes van standaardformaat.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 107 04 Interieur Opbergmogelijkheden in passagiersruimte Flessenhouder* Opbergvak achter versnellingspook Asbak* Wanneer de auto geen knoppen heeft voor Park Assist en BLIS (zie pagina 154 en 156) is de ruimte voor de ontbrekende knoppen te benutten als opbergvak. Er zit een flessenhouder achter in de middenconsole om de grotere flessen in te zetten. G019622 G017441 G019623 04 Er zit een asbak achter in de middenconsole.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 108 04 Interieur Achterbank Ruggedeelte achterbank omklappen 2. Leg de veiligheidsgordel boven op het ruggedeelte. 3. Duw het ruggedeelte naar achteren zodat het vergrendeld wordt. 4. Controleer of het ruggedeelte vergrendeld staat. N.B. De rode markering (A) mag niet langer zichtbaar zijn, wanneer het ruggedeelte weer rechtop staat. Het ruggedeelte staat niet geblokkeerd, als de rode markering wel zichtbaar is.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 109 04 Interieur Achterbank Voor het verankeren van lading (zie pagina 171).
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 110 04 Interieur Bagageruimte Zachte bagageafdekking* 4. Bevestig de haken aan de achterste verankeringsogen (D). Harde bagageafdekking* Bagageafdekking ophangen na gebruik 1. Haal de haken uit de achterste verankeringsogen (D). 2. Duw de rail bijeen om deze van de achterste bevestiging (C) te halen. Leg de rail vooraan op de vloer in de bagageruimte. 3. Zet de haken bij de bevestigingspunten (B) aan de rail vast. Zachte bagageafdekking.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 111 04 Interieur Bagageruimte De klep in de bagageafdekking is op te klappen om spullen in of uit te laden. Vloerluik opklappen N.B. De bagageafdekking is niet bedoeld om bagage tegen te houden. Leg geen voorwerpen boven op de bagageafdekking. zie pagina 171 voor het verankeren van lading. Vergrendelingen en steunpennen. 04 1.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 112 04 Interieur Bagageruimte Bagagenet* 4. Span de banden zo nodig aan. Verankeringsogen* 5. Controleer alle bevestigingen. Bagagenet verwijderen 1. Zet de banden minder strak. 2. Haal de haken aan weerszijden uit de ogen bij de vloerbevestiging van de veiligheidsgordel. 3. Maak het net los bij de bevestigingen op de plafondpanelen. 4. Vouw het bagagenet op en bewaar het in de opbergzak.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 113 04 Interieur 04 113
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 114 Afstandsbediening met sleutelblad....................................................... Vergrendelingspunten........................................................................... Keyless drive*........................................................................................ Batterij in afstandsbediening................................................................ Vergrendelen en ontgrendelen............................................
C30; 7; 3 evastarck SLOTEN EN ALARM 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 115 05
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 116 05 Sloten en alarm Afstandsbediening met sleutelblad Bij de auto worden twee afstandsbedieningen geleverd. Deze doen tevens dienst als contactsleutel. De afstandsbedieningen bevatten afneembare metalen sleutelbladen voor het mechanisch vergrendelen/ontgrendelen van het bestuurdersportier en het dashboardkastje. De unieke code van de sleutels is bekend bij de erkende Volvo-werkplaatsen, waar ook nieuwe sleutels kunnen worden besteld.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 117 05 Sloten en alarm Afstandsbediening met sleutelblad den. De verlichting schakelt na 30, 60 of 90 seconden automatisch uit. Voor het instellen van een passende inschakelduur (zie pagina 75). Afneembaar sleutelblad Trek tegelijkertijd het sleutelblad naar buiten. Sleutelblad aanbrengen Wees voorzichtig wanneer u het sleutelblad in de afstandsbediening terugplaatst. Achterklep – wanneer u de knop eenmaal indrukt, ontgrendelt u alleen de achterklep.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 118 05 Sloten en alarm Afstandsbediening met sleutelblad Draai het sleutelblad 90 graden rechtsom. Het sleutelgat staat horizontaal wanneer het kastje vergrendeld is. N.B. Wanneer u het bestuurdersportier met het sleutelblad ontgrendelt en vervolgens opent, gaat het alarm af. U schakelt het alarm uit door de afstandsbediening in het contactslot te steken (zie pagina 128). Dashboardkastje vergrendelen Neem het sleutelblad uit.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 119 05 Sloten en alarm G019405 Vergrendelingspunten Vergrendelingspunten voor afstandsbediening met sleutelblad. 05 Vergrendelingspunten voor afstandsbediening zonder sleutelblad.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 120 05 Sloten en alarm Keyless drive* Vergrendelings- en startsysteem zonder sleutel meer bijbestellen. Het systeem kan tot zes afstandsbedieningen met Keyless-functie hanteren. Afstandsbediening binnen een straal van 1,5 m rond de auto G007577 Om een portier of de achterklep te kunnen openen moet de afstandsbediening zich binnen een straal van maximaal 1,5 m rond de portierhandgrepen of de achterklep bevinden.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 121 05 Sloten en alarm Keyless drive* Als er desondanks toch storingen optreden, moet u de afstandsbediening en het sleutelblad op de normale manier gebruiken (zie pagina 116). Vergrendelen Alle portieren moeten zijn gesloten, voordat u op de vergrendelingsknop drukt. Anders vindt er geen vergrendeling plaats. Bij het vergrendelen van de auto komen de vergrendelingsknoppen aan de binnenkant van de portieren omlaag. N.B.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 122 05 Sloten en alarm Keyless drive* 1. Om bij het sleutelgat te komen: werk de kunststof afdekking van de handgreep voorzichtig los door het sleutelblad in de opening aan de onderkant van de afdekking te steken. 2. Ontgrendel het portier met het sleutelblad. N.B.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 123 05 Sloten en alarm Batterij in afstandsbediening Batterij in afstandsbediening bijna leeg Wanneer de batterij bijna leeg is zodat de afstandsbediening niet langer optimaal functioneert, begint het informatiesymbool te branden en verschijnt de melding SLEUTEL BATTERIJ LAGE SPANNING of AFSTANDSBED. – BATT. VERVANGEN op het display. 1. Leg de afstandsbediening met de knoppen omlaag neer en werk de afdekking met een kleine schroevendraaier los. 2.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 124 05 Sloten en alarm Vergrendelen en ontgrendelen Auto van de buitenzijde vergrendelen/ ontgrendelen Voor auto’s met Keyless drive-functie (zie pagina 120).
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 125 05 Sloten en alarm Vergrendelen en ontgrendelen Auto van de binnenzijde vergrendelen/ ontgrendelen Wanneer u de knop lang ingedrukt houdt, worden ook alle ruiten en het schuifdak gesloten. Portieren openen Als de portieren van de binnenzijde vergrendeld zijn: ± Trek tweemaal aan de handgreep om de portieren te ontgrendelen, waarna u ze kunt openen.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 126 05 Sloten en alarm Vergrendelen en ontgrendelen Als u de portieren van de buitenzijde wilt vergrendelen terwijl er iemand in de auto achterblijft, kunt u de Safelock-functie tijdelijk uitschakelen. Tijdelijk deactiveren Dat gaat als volgt: A 1. Open het menusysteem en ga naar Instellingen van de auto (voor een gedetailleerde beschrijving van het menusysteem (zie pagina 75)). 2. Kies Verlaagde guard. E B D C 05 3.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 127 05 Sloten en alarm Alarm* Alarmsysteem Alarmindicatie N.B. Wanneer het alarm is ingeschakeld, worden alle beveiligde onderdelen continu gecontroleerd. Voer nooit zelf reparaties aan of wijzigingen in het alarmsysteem uit. Dergelijke ingrepen kunnen van invloed zijn op de verzekeringsvoorwaarden.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 128 05 Sloten en alarm Alarm* Automatische herinschakeling van het alarm Afstandsbediening werkt niet Beperkt alarmniveau De functie voorkomt dat u de auto per ongeluk verlaat zonder het alarm in te schakelen. Als u geen van de portieren noch de achterklep binnen twee minuten na uitschakeling van het alarm opent (en de auto werd met de afstandsbediening ontgrendeld), dan wordt het alarm automatisch weer ingeschakeld.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 129 05 Sloten en alarm Alarm* Om te voorkomen dat het alarm afgaat wanneer u bijvoorbeeld een hond in de auto achterlaat of gebruik maakt van een veerboot, kunt u de bewegingsmelder en de niveausensoren tijdelijk uitschakelen en wel als volgt: Dat gaat als volgt: 1. Open het menusysteem en ga naar INSTELLINGEN VAN DE AUTO (voor een gedetailleerde beschrijving van het menusysteem (zie pagina 75)). 2. Kies GUARD BEPERKT. 3.
C30; 7; 3 evastarck 05 Sloten en alarm Alarm* 5. Deactiveer het alarm door de auto via de afstandsbediening te ontgrendelen. 05 130 * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 131 05 Sloten en alarm 05 131
2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 132 Algemene informatie............................................................................. Tanken.................................................................................................. Motor starten......................................................................................... Motor starten, FlexiFuel........................................................................ Keyless drive*...........................................................
C30; 7; 3 evastarck STARTEN EN RIJDEN 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 133 06
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 134 06 Starten en rijden Algemene informatie Zuinig rijden Motor en koelsysteem Open achterklep Zuinig rijden houdt in dat u anticiperend en rustig rijdt, en uw rijstijl en snelheid afstemt op de verkeerssituatie. Voor meer tips om het milieu te sparen (zie pagina 12).
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 135 06 Starten en rijden Algemene informatie BELANGRIJK Er kan schade aan de motor ontstaan, als er water in het luchtfilter dringt. Bij diepe waterpartijen kan er water in de transmissie dringen. De smerende eigenschappen van de oliën nemen daarbij af, waardoor de genoemde systemen minder lang meegaan. Houd een lage snelheid aan tijdens het waden en breng de auto niet in het water tot stilstand.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 136 06 Starten en rijden Tanken Tankvulklep openen 2. Draai de dop tot aan de aanslag voorbij de weerstand. WAARSCHUWING 3. Trek de dop uit de vulopening. Gemorste brandstof kan door de hete uitlaatgassen ontvlammen. 4. Hang hem aan de binnenkant van de tankvulklep op. Schakel voordat u gaat tanken de standverwarming op brandstof uit. N.B. Plaats de tankdop na het tanken terug. Draai de dop zo ver dicht dat u een of meer duidelijke klikken hoort.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 137 06 Starten en rijden Tanken BELANGRIJK Gebruik speciale winterbrandstof tijdens de wintermaanden.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 138 06 Starten en rijden Motor starten Voordat de motor wordt gestart ± Trek de handrem aan. Automatische versnellingsbak ± Zet de keuzehendel in stand P of N. Handgeschakelde versnellingsbak Zet de versnellingspook in de neutrale stand en houd het koppelingspedaal volledig ingedrukt. Dit is met name van belang bij strenge vorst. WAARSCHUWING Neem de contactsleutel nooit tijdens het rijden uit het contactslot, ook niet als de auto gesleept wordt.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 139 06 Starten en rijden Motor starten III – Startstand De startmotor wordt ingeschakeld. Wanneer u nadat de motor is aangeslagen de sleutel loslaat, veert deze automatisch terug naar de rijstand. Als de sleutel tussen twee standen in staat kan er een tikkend geluid te horen zijn. Draai de sleutel in dat geval eerst naar stand II en daarna terug om het geluid te laten verdwijnen.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 140 06 Starten en rijden Motor starten, FlexiFuel Algemene informatie over het starten van een FlexiFuel-motor De motor wordt op dezelfde manier gestart als een benzinemotor (zie pagina 138). Als de motor dan nog niet aanslaat ± Wacht één minuut, trap het gaspedaal volledig in en herhaal de voorgaande stap. BELANGRIJK N.B. Bij herhaalde startpogingen treedt de startblokkering in werking.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 141 06 Starten en rijden Motor starten, FlexiFuel N.B. Opmerking voor wie een jerrycan met brandstof wil meenemen: Wanneer u de brandstoftank hebt leeggereden en bio-ethanol (E 85) bijvult uit een jerrycan is het bij strenge vorst niet uitgesloten dat de motor startproblemen vertoont. U kunt dergelijke problemen voorkomen door de jerrycan gevuld te houden met benzine (95 RON).
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 142 06 Starten en rijden Keyless drive* Algemene informatie Auto starten ± Starten met afstandsbediening Bedien het koppelingspedaal (auto met handbak) of het rempedaal (auto met automaat). Benzinemotor ± Druk op de startknop en draai deze naar stand III. Met het Keyless drive-systeem kunt u zonder een sleutel te gebruiken de auto ontgrendelen, starten en vergrendelen (zie pagina 120).
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 143 06 Starten en rijden Handgeschakelde versnellingsbak Trap het koppelingspedaal tijdens het schakelen altijd zo ver mogelijk in. G018257 G018256 Om het brandstofverbruik zo laag mogelijk te houden, moet u zoveel mogelijk gebruik maken van hoge versnellingen.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 144 06 Starten en rijden Handgeschakelde versnellingsbak Schakel de achteruitversnelling alleen in, wanneer de auto stilstaat. N.B. De achteruitversnelling wordt elektronisch geblokkeerd, als de auto sneller rijdt dan 20 km/h. 144 G018261 G018259 06 De blokkering van de achteruitversnelling beperkt het risico dat u tijdens het vooruitrijden op normale snelheid onbedoeld de achteruitversnelling inschakelt.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 145 06 Starten en rijden Automatische versnellingsbak Handmatig schakelen met Geartronic N.B. U moet het rempedaal bedienen om de keuzehendel uit stand P te kunnen halen. In stand P is de versnellingsbak mechanisch geblokkeerd. Trek bij het parkeren altijd de handrem aan. R – Achteruitrijstand G018264 De auto moet stilstaan wanneer u de hendel in stand R zet. D – linker stand: Automatisch schakelen.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 146 06 Starten en rijden Automatische versnellingsbak 06 Handmatig schakelen met Geartronic Kickdown Met de automatische versnellingsbak Geartronic kunt u ook handmatig schakelen. Bij het loslaten van het gaspedaal wordt de auto op de motor afgeremd. Als u het gaspedaal volledig intrapt (tot voorbij de normale volgasstand), schakelt de versnellingsbak automatisch terug naar een lagere versnelling. Dit is de zogeheten kickdown.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 147 06 Starten en rijden Automatische versnellingsbak Automatische schakelblokkering Auto’s met een automatische versnellingsbak zijn uitgerust met een aantal speciale beveiligingssystemen: Automatische schakelblokkering deactiveren 3. Houd het sleutelblad ingedrukt, terwijl u de keuzehendel uit stand P haalt. Koude start Als u bij koud weer wegrijdt, is het mogelijk dat het schakelen ietwat stug gaat.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 148 06 Starten en rijden Automatische versnellingsbak Lampje A 06 Display Rijeigenschappen Maatregel TRANSM. TE HEET REM AF Problemen om snelheid constant te houden bij hetzelfde toerental. Versnellingsbak oververhit. Houd de auto stil met het rempedaal A. TRANSM. TE HEET VEILIG PARKEREN Auto rijdt met hevige schokkerige bewegingen vooruit. Versnellingsbak oververhit. Parkeer de auto zo spoedig mogelijkA.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 149 06 Starten en rijden Remsysteem Rembekrachtiging Als de auto rolt of wordt gesleept met een uitgeschakelde motor, moet u ongeveer vijfmaal zoveel druk uitoefenen op het rempedaal als wanneer de motor loopt. Als u bij het starten van de motor op het rempedaal trapt, kan het rempedaal iets omlaagkomen. Dit is volkomen normaal omdat de rembekrachtiging geactiveerd wordt.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 150 06 Starten en rijden Remsysteem Wanneer u na het starten van de motor wegrijdt en een snelheid van ca. 20 km/hhebt bereikt, gaat er een korte zelftest van het ABS van start. Dit kunt u zowel horen als voelen aan de pulsaties in het rempedaal. Om het ABS maximaal te benutten: 1. Trap zo hard mogelijk op het rempedaal (er zijn pulsaties voelbaar). 2. Stuur de auto in de rijrichting. Blijf druk op het rempedaal uitoefenen.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 151 06 Starten en rijden DSTC (stabiliteits- en tractieregelsysteem)* Algemene informatie Antispinregeling Het stabiliteits- en tractieregelsysteem (STC/ DSTC, (Dynamic) Stability and Traction Control) helpt de bestuurder voorkomen dat de wielen doorslippen en verbetert de tractie van de auto. Deze regeling voorkomt dat de aangedreven wielen tijdens het optrekken doorslippen.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 152 06 Starten en rijden DSTC (stabiliteits- en tractieregelsysteem)* De beperkingen voor de werking van het systeem blijven van kracht totdat u de motor een volgende keer opnieuw start. Lampjes op instrumentenpaneel DSTC-systeem WAARSCHUWING Er kunnen wijzigingen optreden in de rijeigenschappen van de auto, als de werking van het systeem wordt beperkt. Informatie N.B.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 153 06 Starten en rijden Parkeerhulp* Algemene informatie over Park Assist Varianten Park Assist is verkrijgbaar in twee varianten: • • Park Assist aan de achterzijde. Park Assist aan de voor- en achterzijde. Functie G020294 Hoe dichter u het obstakel achter of voor de auto nadert, des te sneller volgen de geluidssignalen elkaar op.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 154 06 Starten en rijden Parkeerhulp* Het meetbereik strekt tot ca. 0,8 m recht voor de auto. De geluidssignalen bij obstakels vóór de auto komen uit de luidsprekers voorin. Beperkingen Het is niet mogelijk Park Assist te combineren met verstralers, omdat de sensoren op de verstralers reageren. Park Assist aan de achterzijde G018270 Park Assist aan de achterzijde wordt geactiveerd bij het inschakelen van de achteruitversnelling.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 155 06 Starten en rijden Parkeerhulp* De sensoren werken alleen naar behoren, wanneer u ze regelmatig schoonmaakt met water en autoshampoo. N.B. Vuil, sneeuw en ijs op de sensoren kunnen ten onrechte aanleiding geven tot waarschuwingssignalen. 06 * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 156 06 Starten en rijden BLIS*, Blind Spot Information System Algemene informatie BLIS is een informatiesysteem dat de bestuurder in bepaalde omstandigheden waarschuwt, wanneer er zich een voertuig in de zogeheten dode hoek bevindt en in dezelfde richting rijdt. Dode hoeken B Het systeem werkt het best in druk verkeer op meerbaanswegen. A BLIS is gebaseerd op cameratechniek. De camera’s (1) zitten onder de buitenspiegels.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 157 06 Starten en rijden BLIS*, Blind Spot Information System BLIS werkt niet in scherpe bochten. BLIS werkt niet wanneer u achteruitrijdt. Een brede aanhanger achter de auto kan het zicht ontnemen op andere voertuigen op aangrenzende rijstroken. Dit kan ertoe leiden dat BLIS geen voertuigen in dit afgeschermde gebied kan waarnemen. Daglicht en donker Bij daglicht reageert het systeem op de contouren van omringende voertuigen.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 158 06 Starten en rijden BLIS*, Blind Spot Information System Displaymelding Betekenis BLIS SERVICE VEREIST BLIS werkt niet. BLIS UIT BLIS-systeem is uitgeschakeld. Systeemmeldingen BLIS Displaymelding Betekenis BLIS AAN BLIS-systeem is ingeschakeld BLIS WERKING GEREDUCEERD De BLIS-camera wordt gehinderd door bijvoorbeeld mist of fel zonlicht recht in de camera. De camera herstelt zichzelf zodra de omstandigheden weer normaal zijn.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 159 06 Starten en rijden G018177 BLIS*, Blind Spot Information System G018178 Eigen schaduwen op grote, lichtgekleurde en gladde oppervlakken zoals geluidsschermen of betonnen wegen. Laag staande zon in de camera 06 * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 160 06 Starten en rijden Slepen en bergen Starten met hulpaccu WAARSCHUWING Gebruik een hulpaccu als de startaccu dusdanig ontladen is dat de motor niet kan worden gestart. Probeer de motor niet aan te slepen (zie pagina 162). Het stuurslot blijft in de stand staan die het had toen de spanning werd verbroken. Het stuurslot moet worden opgeheven, voordat u de auto sleept. De katalysator kan beschadigd raken als u de auto probeert aan te slepen. N.B.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 161 06 Starten en rijden Slepen en bergen Sleepoog Draai het sleepoog na gebruik los en leg het weer op zijn plek. Bergen Plaats de afdekking terug op de bumper. Berg de auto altijd zo dat de wielen in de rijrichting draaien. Roep professionele hulp in voor berging. BELANGRIJK 3 G007607 Het sleepoog is alleen bedoeld voor het slepen over de weg en niet geschikt voor berging wanneer de auto bijvoorbeeld in een sloot is gereden.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 162 06 Starten en rijden Starten met hulpaccu Starten met een hulpaccu afzetten. Zorg ervoor dat de auto’s elkaar niet raken. 4. Sluit de rode startkabel aan tussen de pluspool (1+) van de hulpaccu en de pluspool (2+) van de lege accu. 5. Sluit de ene klem van de zwarte kabel aan op de minpool (3–) van de hulpaccu. G020298 6. Sluit de andere klem van de zwarte kabel aan op het massapunt (4–) dat op bij de linker veerpoot zit.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 163 06 Starten en rijden Rijden met een aanhanger Algemene informatie Het laadvermogen is afhankelijk van de extra accessoires die op de auto gemonteerd zijn, zoals een trekhaak, lastdragers, skibox e.d. alsmede van het totaalgewicht van de inzittenden en kogeldruk. Het laadvermogen van de auto moet tevens worden verminderd met het gewicht van het aantal inzittenden.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 164 06 Starten en rijden Rijden met een aanhanger Automatische versnellingsbak, rijden met een aanhanger Op een helling parkeren 1. Trek de handrem (parkeerrem) aan. 2. Zet de keuzehendel in de parkeerstand P. Op een helling wegrijden 1. Zet de keuzehendel in de rijstand D. 2. Haal de auto van de handrem (parkeerrem).
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 165 06 Starten en rijden Trekhaak* Trekhaak Aanhangerkabel Kogelsegment opbergen Als de auto is uitgerust met een afneembare trekhaak, moeten de montagevoorschriften voor het monteren van het kogelsegment zorgvuldig worden opgevolgd (zie pagina 167). WAARSCHUWING Volg de montagevoorschriften voor het kogelsegment nauwkeurig op. • Zorg dat het kogelsegment met de sleutel vergrendeld is voordat u begint te rijden.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 166 06 Starten en rijden Trekhaak* G009522 G009519 G009518 Specificaties Afmetingen voor bevestigingspunten (mm) 06 166 A B C D E F G 854 98 100 140 130 113 150 * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 167 06 Starten en rijden Afneembare trekhaak* 1. Verwijder de afdekking door de pal in te drukken en de afdekking vervolgens . recht naar achteren te trekken 2. Controleer of het mechanisme in de ontgrendelde stand staat door de sleutel rechtsom te draaien. G020302 G020301 G017317 Kogelsegment monteren 3. Controleer of het controlevenster (3) rood van kleur is.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 168 06 Starten en rijden 4. Breng het kogelsegment aan en duw het naar binnen totdat u een klik hoort. 06 168 * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie. 5. Controleer of het controlevenster groen van kleur is. G020307 G020306 G020304 Afneembare trekhaak* 6. Draai de sleutel linksom naar de vergrendelde stand. Neem de sleutel uit het slot.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 169 06 Starten en rijden Afneembare trekhaak* 7. Controleer of het kogelsegment vastzit door het stevig omhoog, omlaag en naar achteren te bewegen. WAARSCHUWING Als het kogelsegment niet goed zit, moet u het verwijderen en het opnieuw monteren zoals eerder werd beschreven. G020301 G020310 G020309 Kogelsegment verwijderen 8. Veiligheidskabel. WAARSCHUWING 1. Steek de sleutel in het slot en draai deze rechtsom in de ontgrendelde stand.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 170 06 Starten en rijden 2. Druk de vergrendelingsknop (1) in en draai deze linksom (2) totdat u een klik hoort. 06 3. Draai de vergrendelingsknop volledig omlaag totdat deze niet verder kan. Houd de knop in deze stand vast terwijl u het kogelsegment schuin naar achteren toe omhoogtrekt. WAARSCHUWING Zet het losse kogelsegment goed vast, wanneer u het in de auto bewaart (zie pagina 165). 170 * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 171 06 Starten en rijden Lading vervoeren Algemene informatie Het laadvermogen is afhankelijk van de extra accessoires die op de auto gemonteerd zijn, zoals lastdragers, een skibox e.d. alsmede een trekhaak en zijn kogeldruk. Het laadvermogen van de auto moet tevens worden verminderd met het gewicht van het aantal inzittenden. Voor informatie over de toelaatbare gewichten (zie pagina 266).
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 172 06 Starten en rijden Lichtbundel aanpassen Koplampen met Bi-Xenonlampen G020317 G021421 Koplampen met halogeenlampen Lichtbundel voor linksrijdend verkeer. G021422 Juiste lichtbundel voor rechts- of linksrijdend verkeer Linksrijdend verkeer. Linksrijdend verkeer. Lichtbundel voor rechtsrijdend verkeer. Lichtbundel voor rechtsrijdend verkeer. Lichtbundel voor rechtsrijdend verkeer.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 173 06 Starten en rijden 06 173
2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 174 Algemene informatie............................................................................. Bandenspanning................................................................................... Gevarendriehoek* en reservewiel.......................................................... Wielen verwisselen................................................................................ Noodreparatie banden*......................................................................
C30; 7; 3 evastarck WIELEN EN BANDEN 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 175 07
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 176 07 Wielen en banden Algemene informatie Rijeigenschappen en banden Snelheidsaanduidingen Nieuwe banden De banden zijn van grote invloed op de rijeigenschappen van de auto. Zowel het type, de maat, de bandenspanning als de snelheidsaanduiding zijn belangrijk voor het rijgedrag van de auto. De auto is voorzien van een typegoedkeuring voor de uitvoering waarin deze werd aangeleverd.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 177 07 Wielen en banden Algemene informatie Gelijkmatige slijtage en onderhoud Bewaar de wielen hangend of liggend. Laat ze nooit rechtop staan. G020323 Banden met slijtage-indicatoren Slijtage-indicatoren zijn smalle ophogingen die dwars op het profiel van de band staan. De letters TWI (Tread Wear Indicator) op de zijkant van de band geven aan dat een band is uitgerust met slijtage-indicatoren.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 178 07 Wielen en banden Algemene informatie BELANGRIJK Gebruik originele sneeuwkettingen van Volvo of vergelijkbare sneeuwkettingen die zijn afgestemd op het model en de band- en velgafmetingen. Vraag een erkende Volvowerkplaats om advies. Velgen en wielmoeren voor stalen en aluminium velgen. Haal de wielmoeren aan met 110 Nm. Controleer het aanhaalmoment met een momentsleutel. BELANGRIJK U moet de wielmoeren aanhalen met 110 Nm.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 179 07 Wielen en banden Algemene informatie Zomer- en winterbanden de banden regen, sneeuw en drab minder goed afvoeren. Monteer de banden met het diepste profiel altijd op de achteras (om het gevaar voor slippen te verminderen). G020325 Neem contact op met een erkende Volvowerkplaats als u niet zeker bent van de profieldiepte. De pijl geeft de draairichting van de band aan.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 180 07 Wielen en banden Bandenspanning Aanbevolen bandenspanning Op de sticker staan: • Bandenspanning bij gebruik van de aanbevolen bandenmaat • • ECO-bandenspanning Bandenspanning compact reservewiel (Temporary Spare) Bandenspanning controleren Controleer regelmatig de bandenspanning. G007505 N.B.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 181 07 Wielen en banden Bandenspanning Bandenspanningstabel Type Bandenmaat 1.6 195/65 R15 91V Snelheid (km/h) Belading (1–3 inzittenden) Voor (kPa) A Max. belading Achter (kPa) Voor (kPa) Achter (kPa) tot 160 230 210 250 250 160+ 250 210 280 260 1.8 195/65 R15 91Q/T/H/V M+S 1.8F 205/55 R16 91V/W 2.0 205/55 R16 91Q/T/H/V M+S 1.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 182 07 Wielen en banden Bandenspanning Type Bandenmaat Snelheid (km/h) Belading (1–3 inzittenden) Max.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 183 07 Wielen en banden Gevarendriehoek* en reservewiel G020328 Gevarendriehoek Volg de geldende bepalingen voor het gebruik van een gevarendriehoek*. Zet de gevarendriehoek op een passend punt achter de auto op om achteropkomend verkeer tijdig te waarschuwen. 1. Haal de houder met de gevarendriehoek los die met klittenband vastzit. Neem de gevarendriehoek uit de houder.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 184 07 Wielen en banden Gevarendriehoek* en reservewiel Gereedschap, terugplaatsen BELANGRIJK Bewaar gereedschap en krik op de daarvoor bestemde plaats in de bagageruimte wanneer u ze niet nodig hebt. EHBO* G029335 Onder de vloer in de bagageruimte ligt een EHBO-kit. Opbergstand van de krik bij auto’s met een reservewiel. Gereedschap en krik* dienen na gebruik op de juiste wijze te worden opgeborgen.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 185 07 Wielen en banden Wielen verwisselen Zet de gevarendriehoek op, als u een wiel langs een drukke weg moet verwisselen. Zorg ervoor dat de auto en de krik op een stevige en horizontale ondergrond staan. WAARSCHUWING Controleer of de krik intact is, goed gesmeerde schroefdraadwindingen heeft en vrij van vuil is. 1. Neem het reservewiel*, de krik* en de wielsleutel* erbij die onder de mat in de bagageruimte liggen. 2.
C30; 7; 3 evastarck 07 Wielen en banden Wielen verwisselen 7. Breng de auto zo ver omhoog dat het wiel van de grond komt. Verwijder de wielmoeren en til het wiel eraf. Wielen monteren 1. Reinig de contactvlakken op het wiel en de naaf. 2. Breng het wiel aan. Draai de wielmoeren vast. 3. Breng de auto zo ver omlaag dat de wielen niet meer ongehinderd kunnen draaien. 4. Draai de wielmoeren kruiselings vast. Het is belangrijk dat u de wielmoeren stevig aanhaalt. Haal ze aan met 110 Nm.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 187 07 Wielen en banden Noodreparatie banden* N.B. De bandenreparatieset is uitsluitend bedoeld voor het afdichten van banden met een lek in het loopvlak. N.B. G020112 De krik is optioneel op auto’s uitgerust met de bandenreparatieset. De noodreparatieset wordt gebruikt om een lek te dichten alsook om de bandenspanning te controleren en zo nodig tijdelijk te corrigeren. De set bestaat uit een compressor en een bus met afdichtmiddel.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 188 07 Wielen en banden Noodreparatie banden* Overzicht Lekke band repareren 3. Controleer of de knop in stand 0 staat en neem de kabel en de luchtslang erbij. N.B. Verbreek de verzegeling van de bus niet handmatig. Bij het indraaien van de bus wordt de verzegeling automatisch verbroken. G019723 G020400 4. Draai de oranje beschermdop los evenals de dop op de bus met afdichtmiddel.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 189 07 Wielen en banden Noodreparatie banden* WAARSCHUWING Ga nooit naast de band staan terwijl de compressor aan het pompen is. Bij barsten, oneffenheden en dergelijke dient u de compressor onmiddellijk uit te schakelen. Beëindig in dat geval de rit. Neem contact op met een erkende Volvo-werkplaats. N.B. Bij het inschakelen van de compressor kan de spanning aanvankelijk oplopen tot 6 bar, maar zal na ca. 30 seconden weer dalen. 8.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 190 07 Wielen en banden Noodreparatie banden* WAARSCHUWING Rijd nooit sneller dan 80 km/h, wanneer u de noodreparatieset hebt gebruikt. Bezoek een erkende Volvo-werkplaats om de afgedichte band te laten controleren (maximale rijafstand 200 km). Het personeel bepaalt of de band kan worden gerepareerd of moet worden vervangen. Band oppompen De compressor is berekend op het oppompen van de originele banden die op de auto zitten. 1.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 191 07 Wielen en banden 07 191
2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 192 Schoonmaken....................................................................................... 194 Lakschade herstellen............................................................................ 198 Roestwering..........................................................................................
C30; 7; 3 evastarck VERZORGING 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 193 08
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 194 08 Verzorging Schoonmaken Auto wassen Was de auto zodra deze vuil geworden is. Gebruik autoshampoo. Vuil en strooizout kunnen aanleiding geven tot corrosie. • • Was de auto niet in direct zonlicht, omdat de lak daarbij blijvende schade kan oplopen. Zorg dat de auto op een spoelvloer met afvoerscheiding staat. Spoel zorgvuldig het vuil van het onderstel van de auto. BELANGRIJK Spoel de auto in zijn geheel af om het vuil los te weken.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 195 08 Verzorging Schoonmaken BELANGRIJK Een nieuwe laklaag is bovendien kwetsbaarder dan een oude laag. U wordt daarom geadviseerd de eerste maanden na aankoop van een nieuwe auto deze alleen met de hand te wassen. Remmen testen WAARSCHUWING Test na het wassen van de auto altijd de remmen (en dus ook de handrem) om te voorkomen dat vocht en corrosie de remblokken aantasten, waardoor de remwerking afneemt.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 196 08 Verzorging Schoonmaken N.B. Om de waterafstotende eigenschappen te behouden, wordt geadviseerd de behandeling te vernieuwen met een nabehandelingsmiddel dat verkrijgbaar is bij de erkende Volvo-werkplaats. Gebruik het middel de eerste keer na drie jaar en daarna ieder jaar. Interieur reinigen Behandeling van vlekken op stoffen bekleding De erkende Volvo-werkplaats heeft een speciaal reinigingsmiddel voor stoffen bekleding.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 197 08 Verzorging Schoonmaken Volvo-werkplaats. Krab of wrijf nooit over een vlek. Gebruik nooit sterke vlekkenmiddelen. Veiligheidsgordel schoonmaken Gebruik water en een synthetisch wasmiddel en dan met name het textielreinigingsmiddel dat bij de erkende Volvo-werkplaats verkrijgbaar is. Zorg dat de gordel droog is, voordat deze weer wordt opgerold.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 198 08 Verzorging Lakschade herstellen Lak Steenslagplekken en krassen wijdering van het vuil de ontbrekende deklak aan te brengen. De lak vormt een belangrijk onderdeel van de roestwering van de auto en moet daarom regelmatig worden gecontroleerd. Lakschade moet u meteen herstellen om roestvorming te voorkomen.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 199 08 Verzorging Roestwering Controleren en onderhouden Uw auto heeft in de fabriek een uiterst grondige en complete roestwerende behandeling ondergaan. De carrosserie bestaat ten dele uit gegalvaniseerd plaatwerk. Het onderstel is voorzien van een slijtvaste bodembescherming. In de balken, holten en gesloten profielen werd een dunne, doordringende roestwerende vloeistof gespoten.
2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 200 Volvo Service........................................................................................ Onderhoud............................................................................................ Motorkap en motorruimte..................................................................... Oliën en vloeistoffen.............................................................................. Wisserbladen..................................................................
C30; 7; 3 evastarck ONDERHOUD EN SERVICE 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 201 09
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 202 09 Onderhoud en service 09 Volvo Service Onderhoudsprogramma van Volvo Speciale servicewerkzaamheden Voordat de auto de fabriek verliet, werd deze zorgvuldig getest. De auto werd nogmaals gecontroleerd naar de normen van Volvo Car Corporation, net voordat de auto aan u werd geleverd. Bepaalde servicewerkzaamheden aan het elektrisch systeem van de auto kunnen alleen worden uitgevoerd met speciaal ontwikkelde elektronische apparatuur.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 203 09 Onderhoud en service Onderhoud Voordat u met werkzaamheden begint Regelmatig controleren Accu Controleer regelmatig het volgende, bijvoorbeeld bij het tanken: Controleer of de accukabels op de juiste manier zijn aangesloten en stevig vastzitten. Ontkoppel de accu nooit terwijl de motor loopt (bij het vervangen van de accu bijvoorbeeld). Gebruik nooit een snellader voor het opladen van de accu.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 204 09 Onderhoud en service 09 Motorkap en motorruimte G010599 Motorkap openen 1. Trek aan de ontgrendelingshandgreep helemaal links onder het dashboard (of helemaal rechts bij een auto met het stuur rechts). Het is duidelijk te horen dat de vergrendeling wordt opgeheven. Reservoir voor ruitensproeiervloeistof (4cil.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 205 09 Onderhoud en service Oliën en vloeistoffen Sticker voor oliekwaliteit in motorruimte 09 met een hogere kwaliteit dan de sticker in de motorruimte vermeldt (zie pagina 271). G020341 G020340 Olie verversen en oliefilter vervangen G020338 Peilstok, dieselmotoren. BELANGRIJK Gebruik altijd olie van de aanbevolen kwaliteit (zie sticker in motorruimte). Controleer het oliepeil vaak en ververs de olie regelmatig.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 206 09 Onderhoud en service Oliën en vloeistoffen BELANGRIJK Om aan vereisten voor de gespecificeerde service-intervallen te voldoen worden alle motoren in de fabriek gevuld met een speciaal aangepaste, synthetische motorolie. De oliesoort werd met grote zorg geselecteerd lettend op de levensduur van de motor, de startgewilligheid, het brandstofverbruik en de milieu-impact.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 207 09 Onderhoud en service Oliën en vloeistoffen Oliepeil controleren bij een warme motor Ruitensproeiervloeistof bijvullen komen dat de vloeistof in de pomp, het reservoir en de slangen bevriest. 1. Parkeer de auto op een vlakke ondergrond, zet de motor af en wacht ten minste 10–15 minuten zodat de olie naar het carter terug kan lopen. N.B. Meng het antivries met water, voordat u koelvloeistof bijvult. 2.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 208 09 Onderhoud en service 09 Oliën en vloeistoffen stof en water afstemt op de heersende weersomstandigheden. Vul het reservoir nooit alleen met schoon water. Het gevaar voor bevriezing neemt toe, zowel wanneer de concentratie koelvloeistof te laag is als wanneer deze te hoog is. BELANGRIJK • • Gebruik altijd een koelvloeistof met roestwerende eigenschappen volgens de aanbevelingen van Volvo.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 209 09 Onderhoud en service Oliën en vloeistoffen Rem- en koppelingsvloeistof controleren en bijvullen 09 relatieve luchtvochtigheidsgraad rijdt, dient u de remvloeistof ieder jaar te verversen. WAARSCHUWING Als de remvloeistof onder het MIN-streepje van het reservoir staat, mag u niet verder rijden voordat u remvloeistof hebt bijgevuld. Controleer tevens de oorzaak van het remvloeistofverlies.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 210 09 Onderhoud en service 09 Wisserbladen Wisserbladen 1. Klap de wisserarm omhoog. Wisserbladen voorruit vervangen 2. Druk op de knop die op de wisserbladbevestiging zit en trek het blad, evenwijdig aan de wisserarm, recht naar buiten (1). 3. Schuif het nieuwe wisserblad naar binnen (2) totdat het vastklikt. 4. Controleer (3) of het blad goed vastzit. 5. Klap de wisserarm omlaag. G020330 Wisserblad achterruit vervangen N.B.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 211 09 Onderhoud en service Wisserbladen 09 3. Duw het nieuwe wisserblad vast. Controleer of het goed vastzit. 4. Klap de wisserarm in positie terug.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 212 09 Onderhoud en service 09 Accu Onderhoud van de accu De rijomstandigheden, de rijstijl, het aantal startpogingen, de weersomstandigheden e.d. zijn van invloed op de levensduur en de werking van de accu. Symbolen op de accu Draag een veiligheidsbril. N.B. Zamel oude accu’s op een milieubewuste manier in, omdat ze lood bevatten. Vermijd vonken en open vuur. Explosiegevaar. Zie voor meer informatie het instructieboekje dat bij de auto hoort.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 213 09 Onderhoud en service Accu 09 8. Til de accu uit de auto. Accu aanbrengen 1. Til de accu op zijn plaats. 2. Breng de klem aan waarmee de accu vastzit. 3. Plaats het voorpaneel van de accubak terug. 4. Sluit de pluskabel aan. 5. Sluit de minkabel aan. 6. Breng de afdekking op de accu aan.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 214 09 Onderhoud en service Gloeilampen vervangen Algemene informatie Op pagina 284 staan alle gloeilampen van de auto vermeld.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 215 09 Onderhoud en service Gloeilampen vervangen 5. Til het lamphuis naar buiten en leg het op een zachte ondergrond neer om krassen op de lens te voorkomen. Afdekking en gloeilamp vervangen 1. Haal het lamphuis in zijn geheel los. 09 2. Duw de klemveer naar binnen/omhoog en vervolgens iets naar rechts, zodat deze in positie vastklikt. Lamphuis aanbrengen 2. Haal de borgklemmen opzij en verwijder de afdekking. 1.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 216 09 Onderhoud en service 09 Gloeilampen vervangen draai de lamphouder rechtsom. 3. Trek de lamphouder naar buiten toe en vervang de gloeilamp. 4. Plaats de lamphouder terug. U kunt hem slechts op één manier terugplaatsen. Sidemarker 3. Duw de lamphouder terug. U kunt hem slechts op één manier terugplaatsen. Richtingaanwijzer 5. Plaats het lamphuis terug. G007393 G007394 Stadslichten/parkeerlichten vóór en achterlichten G007392 1.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 217 09 Onderhoud en service Gloeilampen vervangen Mistlampen 8. Zet het lamphuis met de boutjes vast en duw het paneel terug. 09 4. Koppel de connector van de lamphouder los. 5. Duw de borghaken bijeen en trek de lamphouder naar buiten. Lamphouder achterlamphuis verwijderen 6. Vervang de gloeilamp. 7. Sluit de connector aan. 8. Duw de lamphouder in positie en plaats het luikje (A of B) terug. N.B.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 218 09 Onderhoud en service Gloeilampen vervangen Lamphouder. Remlichten Achterlicht/parkeerlicht en mistachterlicht 1. Schakel alle lichten uit en draai de contactsleutel naar stand 0. 2. Draai de boutjes los met een schroevendraaier. Stadslichten/parkeerlichten vóór en achterlichten 3. Haal het glas voorzichtig los. Richtingaanwijzer 5. Plaats het glas terug en schroef het vast.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 219 09 Onderhoud en service Gloeilampen vervangen Bagageruimte De instapverlichting vindt u onder het dashboard aan de bestuurders- en passagierszijde. 1. Steek een schroevendraaier achter het lamphuis en verdraai deze iets, zodat de lens loskomt. 2. Verwijder de kapotte gloeilamp. 3. Breng een nieuwe gloeilamp aan. 1. Steek een schroevendraaier achter het lamphuis en verdraai deze iets, zodat het lamphuis loskomt. 2. Verwijder de kapotte gloeilamp. 3.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 220 09 Onderhoud en service 09 Gloeilampen vervangen Verlichting make-upspiegel* Spiegelglas aanbrengen 1. Duw eerst de drie borgnokjes aan de bovenkant van het spiegelglas weer terug. G020253 2. Duw vervolgens de onderste drie vast. Spiegelglas verwijderen 1. Steek in het midden aan de onderkant een schroevendraaier achter het glas. Wrik het borgnokje op de rand voorzichtig los. 2.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 221 09 Onderhoud en service Zekeringen Algemene informatie Om te voorkomen dat het elektrisch systeem van de auto beschadigd raken door kortsluiting of overbelasting, zijn alle verschillende elektrische functies en onderdelen door een aantal zekeringen beschermd.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 222 09 Onderhoud en service Zekeringen 09 G007446 Relais- en zekeringenkastje in motorruimte Het kastje biedt plaats aan 36 zekeringen. Let erop dat u een doorgebrande zekering altijd vervangt door een nieuwe zekering met dezelfde kleur en hetzelfde amperage. • • 19 – 36 zijn van type “MiniFuse”. • 1 – 6 zijn van het type “Midi Fuse” en moeten worden vervangen door een erkende Volvo-werkplaats.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 223 09 Onderhoud en service 09 G020250 Zekeringen 1. Koelventilator 50 A 2. Stuurbekrachtiging (excl. 1,6 litermotor) 80 A Voeding voor relais- en zekeringenkastje in passagiersruimte 60 A 3. 4. 5. Voeding voor relais- en zekeringenkastje in passagiersruimte Element klimaatregeling, extra verwarming PTC* 60 A 6. 40 A Gloeibougies (4-cil. diesel) 60 A 14. Bedrading aanhanger* Gloeibougies (5-cil. diesel) 70 A 15.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 224 09 Onderhoud en service 09 Zekeringen 22. Reservepositie 23. Motorregelmodule ECM (5cil. benzine) transmissie (TCM) 10 A Transmissieregelmodule (TCM) (4-cil. diesel automaat) 15 A Elektrisch verwarmd brandstoffilter, PTC-element olievanger (5-cil. diesel) 20 A 24. 25. Reservepositie 26. Contactslot 15 A 27. Compressor voor airconditioning 10 A - 28. Reservepositie 29. Mistlampen vóór 15 A 30.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 225 09 Onderhoud en service Zekeringen 09 G020601 Relais- en zekeringenkastje in passagiersruimte Het kastje biedt plaats aan 50 zekeringen. De zekeringen zitten onder het dashboardkastje. Er is tevens plaats voor een aantal reservezekeringen. In het relais- en zekeringenkastje in de motorruimte vindt u een speciale trekker waarmee u de zekeringen kunt vervangen (zie pagina 222). Zekeringen vervangen 1.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 226 09 Onderhoud en service Zekeringen G020246 09 43. Telefoon, audio, RTI (optie) 15 A SRS-systeem, motorregelmodule ECM (5-cil.) 10 A 45. Elektrische aansluiting 15 A 46. Verlichting passagiersruimte, verlichting dashboardkastje en instapverlichting 44. 47. 48. 226 Interieurverlichting Sproeiers, achterruitwissers 49. SRS-systeem 10 A 50. Reservepositie - 51.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 227 09 Onderhoud en service Zekeringen 61. Stoelverwarming passagierszijde 15 A 62. Schuifdak 20 A 63. Reservepositie 64. RTI * 5A 65. Infotainment 5A 66. Regelmodule voor Infotainment (ICM), klimaatregeling 10 A - 75. Reservepositie - 76. Reservepositie - 77. Reservepositie - 78. Reservepositie - 79. Achteruitrijlicht 5A 80. Reservepositie - 81. Reservepositie - 82.
2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 228 Algemene informatie............................................................................. Audiofuncties........................................................................................ Radiofuncties........................................................................................ Cd-functies........................................................................................... Menusysteem, audiosysteem..............................................
C30; 7; 3 evastarck INFOTAINMENT 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 229 10
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 230 10 Infotainment Algemene informatie Infotainment bedieningspaneel en de toetsenset* op het stuurwiel (zie pagina 64). Op het display (2) verschijnen meldingen en informatie over de actieve functie. 10 Audiosysteem G020245 Aan/uit POWER – Toets Display Toetsenset MENU – Menusysteem Navigatieknoppen EXIT – Menusysteem verlaten Met POWER (1) schakelt u het audiosysteem in of uit.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 231 10 Infotainment Algemene informatie Dolby Surround Pro Logic II en het Dolby-logo zijn handelsmerken van Dolby Laboratories Licensing Corporation. 10 Dolby Surround Pro Logic II System is vervaardigd onder licentie van Dolby Laboratories Licensing Corporation.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 232 10 Infotainment Audiofuncties Bediening audiofuncties pagina 64). Het volume wordt automatisch afgestemd op de snelheid van de auto (zie pagina 235). 10 Geluidsbron kiezen Bij herhaalde malen indrukken van AM/FM loopt u de standen FM1, FM2 en AM door. Bij herhaalde malen indrukken van MODE loopt u de standen CD en AUX door. VOLUME – Draaiknop Het is mogelijk een mp3-speler aan te sluiten op de AUX-ingang in de middenconsole.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 233 10 Infotainment Audiofuncties ingangsvolume van de externe geluidsbron aan te passen: 1. Zet het audiosysteem in de stand AUX met de knop MODE. Via de aansluiting in de middenconsole is het mogelijk een iPod, een andere mp3-speler of een USB-geheugen aan te sluiten op het Infotainmentsysteem van de auto. Kies afhankelijk van het aangesloten type opslagmedium als volgt de geluidsbron: 2. Druk op MENU en daarna op ENTER. 3.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 234 10 Infotainment Audiofuncties 10 De iPod wordt bijgeladen en gevoed door het systeem middels de aansluitkabel. Als de batterij in de iPod echter helemaal uitgeput is, dient u deze eerst op te laden alvorens de iPod aan te sluiten. N.B. Wanneer u muziek op een aangesloten iPod beluistert, hanteert het Infotainmentsysteem een menustructuur vergelijkbaar met die van de iPod. Zie de gebruiksaanwijzing bij de iPod voor gedetailleerde informatie.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 235 10 Infotainment Audiofuncties tieknop. Met de pijl-links/pijl-rechts van de navigatieknop kunt u andere frequenties kiezen. 6. Leg de instelling vast met ENTER of annuleer uw keuze met EXIT. AUTOM. VOLUMEREGELING 6 Automatische volumeregeling houdt in dat het volume van de beluisterde geluidsbron wordt afgestemd op de snelheid van de auto. U hebt de keuze uit drie standen: Laag, Medium en Hoog.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 236 10 Infotainment Radiofuncties Bediening radiofuncties Zenders zoeken Voorkeurzenders vastleggen Automatisch zenders zoeken 10 1. Kies de frequentieband met AM/FM (1). 2. Druk kort op of . Handmatig zenders zoeken 1. Kies de frequentieband met AM/FM (1). G019806 2. Stel de frequentie bij door aan de knop TUNING (3) te draaien.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 237 10 Infotainment Radiofuncties volgens rechtstreeks te kiezen met de voorkeurtoetsen (2). > De radio verlaat de automatische stand waarna u de vastgelegde voorkeurzender kunt gebruiken. Automatische vastlegfunctie beëindigen ± Druk op EXIT (6). Automatisch vastgelegde voorkeurzenders kiezen Wanneer u de radio in de stand Auto zet, kunt u gebruik maken van de automatisch vastgelegde voorkeurzenders. 1. Druk kort op de toets AUTO (7).
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 238 10 Infotainment Radiofuncties Zie EON en REG op zie pagina 239 voor meer informatie over het onderbreken van uitzendingen. U kunt van programmafunctie veranderen via het menusysteem (zie pagina 230). Weergave van onderbroken geluidsbron hervatten Druk op EXIT om de weergave van de onderbroken geluidsbron te hervatten. Alarm De functie wordt gebruikt om de bevolking attent te maken op ernstige ongelukken of calamiteiten.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 239 10 Infotainment Radiofuncties zending via de (actuele) zender die u beluistert of via alle zenders. 1. Kies een FM-zender. 2. Druk op MENU en daarna op ENTER. 3. Ga naar GEAVANC. RADIOINSTELLINGEN en druk op ENTER. 4. Ga naar NIEUWSZENDER en druk op ENTER. > Een van de meldingen Nieuws van deze zender. of Nieuws van alle zenders verschijnt op het display. 5. Druk op ENTER.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 240 10 Infotainment Radiofuncties Automatische afstemfunctie, AF 10 Bij activering van functie AF wordt er automatisch afgestemd op het sterkste signaal voor een bepaalde radiozender. Soms moet de radio de gehele FM-band doorzoeken om een sterk zendersignaal te vinden. In dat geval valt de radio stil en verschijnt de tekst PI zoeken EXIT is annuleren op het display. AF activeren/deactiveren 1. Druk op MENU en daarna op ENTER. 2. Ga naar GEAVANC.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 241 10 Infotainment Cd-functies Bediening cd-functies Weergave starten (cd-speler) Een eventuele muziek-cd in de speler wordt automatisch afgespeeld, wanneer u het audiosysteem in de stand CD zet. Steek anders een cd in de invoeropening en schakel over op de stand CD door op MODE te drukken.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 242 10 Infotainment Cd-functies 10 Navigeren en afspelen Cd doorzoeken Als er een disc met muziekbestanden in de cdspeler zit, kunt u met ENTER de mapstructuur weergeven. U navigeert op dezelfde manier in de mapstructuur als in de menustructuur van het audiosysteem. Muziekbestanden worden aangeduid met het symbool en mappen . Met een druk op ENTER gaat het met afspelen van de muziekbestanden van start.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 243 10 Infotainment Cd-functies 2. Ga naar Random en druk op ENTER. 3. Ga naar Enkele disc of Map en druk op ENTER. 10 Wanneer u een andere cd kiest, wordt de functie gedeactiveerd. Tekst disc Eventuele trackinformatie op de muziek-cd kan via het display worden weergegeven 1. Activeren/deactiveren 1. Start de weergave van een cd. 2. Druk op MENU en daarna op ENTER. 3. Ga naar Tekst disc en druk op ENTER.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 244 10 Infotainment Menusysteem, audiosysteem Overzicht 10 FM-menu 1. AUX-volume 1. Nieuws 2. Nieuws 2. TP 3. TP 3. PTY 4. Audio-instellingen* 4. Radiotekst 5. Geavanc. radio-instellingen 6. Audio-instellingen* AM-menu 1. Audio-instellingen* CD-menu 1. Willekeurige afspeelvolgorde 2. Nieuws 3. TP 4. Tekst disc 5. Audio-instellingen* Menu cd-wisselaar 1. Willekeurige afspeelvolgorde 2. Nieuws 3. TP 4. Tekst disc 5.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 245 10 Infotainment Telefoonfuncties* G007500 10 Overzicht – onderdelen van het telefoonsysteem. `` * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 246 10 Infotainment Telefoonfuncties* 10 1. Antenne 2. Toetsenset op stuurwiel Met de toetsenset kunt u de meeste functies van het telefoonsysteem regelen (zie pagina 247). 3. Microfoon Laat reparatiewerkzaamheden aan het telefoonsysteem over aan een erkende Volvo-werkplaats. Ook zonder een simkaart is het mogelijk het alarmnummer te bellen. Uw auto moet zich echter wel binnen het dekkingsgebied van een gsm-provider bevinden. Noodoproep doen 4.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 247 10 Infotainment Telefoonfuncties* Twee simkaarten Verkeersveiligheid Veel netwerkproviders bieden een extra simkaart voor hetzelfde telefoonnummer aan. De extra simkaart kunt u in de auto gebruiken. Om veiligheidsredenen zijn delen van het menusysteem voor de telefoon niet toegankelijk bij snelheden hoger dan 8 km/h. Simkaart aanbrengen 1. Schakel het telefoonsysteem uit en open het dashboardkastje.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 248 10 Infotainment Telefoonfuncties* ENTER – Dezelfde functie als de overeenkomstige toets op het bedieningspaneel 10 EXIT – Dezelfde functie als de overeenkomstige toets op het bedieningspaneel Gespreksvolume – Verhogen/verlagen Navigatietoetsen – Menu’s doornemen Gesprekken aannemen In stand-by is het mogelijk het audiosysteem te beluisteren in afwachting van een inkomend gesprek. In stand-by is het echter niet mogelijk zelf te bellen.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 249 10 Infotainment Telefoonfuncties* 2. Voer het telefoonnummer van de derde partij in. Wisselen tussen gesprekspartners 1. Druk op MENU of op ENTER. 2. Ga naar Swap en druk op ENTER. Conferentiegesprek starten Bij een conferentiegesprek kunnen minstens drie gesprekspartners met elkaar praten. Wanneer een conferentiegesprek eenmaal gestart is, kunnen er geen nieuwe gesprekspartners worden aangesloten.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 250 10 Infotainment Telefoonfuncties* Knop 10 Functie 3. Ga naar Nieuwe invoer en druk op ENTER. +0@*#&$£/% 4. Voer een naam in en druk op ENTER. wisselen tussen hoofdletters en kleine letters. 6. Ga naar SIM-kaart of Telefoon en druk op ENTER. 4. Ga naar SIM naar telefoon of Telefoon naar SIM en druk op ENTER. Contactgegevens verwijderen uit telefoonboek 1. Druk op MENU. Nummerfuncties Contactgegevens zoeken in telefoonboek 2.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 251 10 Infotainment Telefoonfuncties* One-key dial Aan de cijfertoetsen van de toetsenset (1–9) kunt u een telefoonnummer koppelen van een van de contactgegevens in het telefoonboek. N.B. Na inschakeling van de telefoon duurt het enkele seconden, voordat u gebruik kunt maken van de functie verkort kiezen. 1. Druk op MENU. 2. Ga naar Telefoonboek en druk op ENTER. 3. Ga naar One-key bell en druk op ENTER. 4. Ga naar Nummer kiezen en druk op ENTER.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 252 10 Infotainment Telefoonfuncties* Sms (Short Message Service) 10 Sms lezen 1. Druk op MENU. 2. Ga naar Berichten en druk op ENTER. 3. Ga naar Lezen en druk op ENTER. 4. Ga naar het bericht van uw keuze en druk op ENTER. > De inhoud van het bericht verschijnt op het display. Wanneer u nogmaals op ENTER drukt, verschijnen meer opties. Houd EXIT ingedrukt om het menusysteem te verlaten.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 253 10 Infotainment Menusysteem, telefoon* Hoofdmenu 1. One-key bell 4.6.3. Niet beantw. Logboek 2.4.1. Actief 4.6.4. Niet bereikb. 1.1. Gem. oproep 2.4.2. Nummer kiezen 4.6.5. Faxoproepen 1.2. Ontvangen oproepen 2.5. SIM wissen 4.6.6. Data-gesprek 1.3. Gebeld 2.6. Wis telefoon 4.6.7. Alles annul. 1.4. Wis bellijst 2.7. Geheugengebr. 1.5. 2. 2.4. 1.4.1. Allemaal 1.4.2. Gemist 3.1. Lezen 1.4.3. Ontvangen 3.2.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 254 10 Infotainment Menusysteem, telefoon* 10 Beschrijving van menu-opties 1.5.2. Gespreksteller 2.7. Geheugengebr. 1. Logboek 1.5.3. Totale tijd 1.1. Gemist 1.5.4. Reset timers Lijst met gemiste oproepen. U kunt de bijbehorende nummers bellen, wissen of in het telefoonboek opslaan. 2. Telefoonboek Bekijken hoeveel geheugenposities er in beslag genomen worden in het geheugen van de simkaart en in dat van de telefoon.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 255 10 Infotainment Menusysteem, telefoon* 4. Gespreksopties 4.6.4. Niet bereikb. 4.1. Nummer verz. 4.6.5. Faxoproepen Aangeven of uw eigen telefoonnummer wel of niet op het telefoondisplay van de gebelde persoon moet verschijnen. Neem contact op met de netwerkprovider voor een permanent geheim nummer. 4.6.6. Data-gesprek 4.6.7. Alles annul. 4.2. Oproep wacht 5.1.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 256 10 Infotainment Bluetooth handsfree* Algemene informatie te bedienen of de telefoon nu aangesloten is of niet. 10 N.B. Niet alle mobiele telefoons zijn volledig compatibel met de handsfree-functie van het audiosysteem. Voor informatie over de telefoons die compatibel zijn kunt u terecht bij de erkende Volvo-werkplaats en www.volvocars.com. G029503 Menu’s en bedieningstoetsen Systeemoverzicht.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 257 10 Infotainment Bluetooth handsfree* schijnen met hun BluetoothTM-naam op het display. De handsfree-functie verschijnt onder de BluetoothTM-naam My Car op de mobiele telefoon. 4. Kies een van de mobiele telefoons op het display van het audiosysteem. 5. Voer via het toetsenblok van de te registreren mobiele telefoon de cijfercode in die op het display van het audiosysteem staat. Alternatief 2 – via het menusysteem van de telefoon 1.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 258 10 Infotainment Bluetooth handsfree* 10 Ink.gesprekken Audio-instellingen Druk tijdens een gesprek op MENU of op ENTER om toegang te krijgen tot de volgende functies: Gespreksvolume audiosysteem uitschakelen. U kunt het gespreksvolume bijregelen wanneer de handsfree-functie in de telefoonstand staat. Maak gebruik van de toetsenset op het stuurwiel of van VOLUME. Gesprek naar mobiel – Gesprek doorschakelen naar de mobiele telefoon.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 259 10 Infotainment Bluetooth handsfree* Meer informatie over registratie en aansluiting 2. Druk op PHONE en kies een van de telefoons in de lijst. Er kunnen maximaal vijf mobiele telefoons worden geregistreerd. U hoeft een mobiele telefoon slechts eenmaal te registreren. Wanneer een mobiele telefoon eenmaal geregistreerd is, hoeft deze niet langer zichtbaar/identificeerbaar te zijn. U kunt slechts één mobiele telefoon tegelijk aansluiten.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 260 10 Infotainment Bluetooth handsfree* 10 Gespreksopties Nummer voicemail. Als er nog geen nummer opgeslagen is, kunt u het bijbehorende menu openen door lang op 1 te drukken. Druk vervolgens lang op 1 om het ingevoerde nummer te gebruiken. Menusysteem, Bluetooth Gesprekslijsten De gesprekslijsten worden bij iedere nieuwe aansluiting naar de handsfree-functie gekopieerd en worden vervolgens tijdens de aansluiting bijgehouden.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 261 10 Infotainment 10 261
2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 262 Type-aanduiding................................................................................... Maten en gewichten.............................................................................. Motorspecificaties................................................................................. Motorolie............................................................................................... Vloeistoffen en smeermiddelen.............................................
C30; 7; 3 evastarck SPECIFICATIES 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 263 11
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 264 11 Specificaties Type-aanduiding G032085 11 264
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 265 11 Specificaties Type-aanduiding Wanneer u contact opneemt met de erkende Volvo-werkplaats of vervangende onderdelen of accessoires wilt bestellen, kan het handig zijn om de type-aanduiding, het chassisnummer en het motornummer bij de hand te hebben. Type-aanduiding, chassisnummer, maximaal toelaatbare gewichten, kleurcodes voor lak en bekleding en typegoedkeuringsnummer.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 266 11 Specificaties Maten en gewichten Maten G015593 11 Positie op afbeel ding 266 Maten (mm) Positie op afbeel ding Maten (mm) A Wielbasis 2640 F Spoorbreedte vooras 1535 B Lengte 4252 G Spoorbreedte achteras 1531 C Laadlengte, vloer, achterbank neergeklapt 1486 H Breedte 1782 I Laadlengte, vloer 663 Breedte incl.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 267 11 Specificaties Maten en gewichten Geremde aanhanger WAARSCHUWING Afhankelijk van de belading van de auto en het zwaartepunt van de lading treden er wijzigingen in de rijeigenschappen op. Motor Max. aanhangergewicht (kg) Max. kogeldruk (kg) 1.6 1200 75 1.6D 1300 1.8 1300 1.8F 1300 2.0 1350 overige 1500 11 G016008 Ongeremde aanhanger Voor de positie van de sticker (zie pagina 264). Max. aanhangergewicht (kg) Max.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 268 11 Specificaties Motorspecificaties Overzicht 11 1.6 1.8 1.8F 2.0 2.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 269 11 Specificaties Motorspecificaties A 1.6D 2.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 270 11 Specificaties Motorolie Ongunstige rijomstandigheden Volvo adviseert olieproducten van Castrol. Viscositeitsdiagram Controleer het oliepeil vaker bij lange ritten: met een caravan of aanhanger achter de auto • • • in bergachtig gebied op hoge snelheden bij temperaturen lager dan –30 °C of hoger dan +40 °C. In dergelijke omstandigheden kunnen de olietemperatuur en het olieverbruik abnormaal toenemen.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 271 11 Specificaties Motorolie Oliesticker Motoroliekwaliteit Motortype Bij te vullen hoeveelheid tussen Hoeveelheid A (liter) MIN en MAX (liter) 11 B5244S4 1,3 5,8 T5B B5254T7 1,3 5,8 G032080 2.4i B Positie van oliesticker in motorruimte (zie pagina 205). Oliekwaliteit: ACEA A3/B3/B4 Viscositeit: SAE 0W-30 Bij ritten onder ongunstige omstandigheden ACEA A5/B5 SAE 0W-30 gebruiken.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 272 11 Specificaties Motorolie Motoroliekwaliteit Motortype Bij te vullen hoeveelheid tussen Hoeveelheid A (liter) MIN en MAX (liter) G032079 11 Positie van oliesticker in motorruimte (zie pagina 205). Oliekwaliteit: WSS-M2C913-B Viscositeit: SAE 5W-30 Bij ritten onder ongunstige omstandigheden ACEA A5/B5 SAE 0W-30 gebruiken. A 272 Inclusief hoeveelheid in filter 1.6 B4164S3 0,75 4,0 1.8 B4184S11 0,75 4,3 1.8F B4184S8 0,75 4,3 2.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 273 11 Specificaties Motorolie Motoroliekwaliteit Motortype Bij te vullen hoeveelheid tussen Hoeveelheid A (liter) MIN en MAX (liter) 2.4i B5244S4 B 1,3 5,5 T5 B5254T7 B 1,3 5,5 D5 D5244T8 1,5 6 11 G032078 D5244T9 (Alleen België) D5244T13 Positie van oliesticker in motorruimte (zie pagina 205).
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 274 11 Specificaties Vloeistoffen en smeermiddelen Overzicht BELANGRIJK 11 Om schade aan de versnellingsbak te voorkomen moet u de aanbevolen kwaliteit versnellingsbakolie gebruiken en geen verschillende merken met elkaar vermengen. Neem contact op met de dichtstbijzijnde erkende Volvo-werkplaats voor service, als er een andere oliesoort werd gebruikt. Versnellingsbakolie Systeem 274 Hoeveelheid (liter) Aanbevolen kwaliteit 1.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 275 11 Specificaties Vloeistoffen en smeermiddelen Systeem Hoeveelheid (liter) Aanbevolen kwaliteit 2.0D Automatische versnellingsbak 5,6 Versnellingsbakolie: BOT 341 D5 automatische versnellingsbak 7,75 Versnellingsbakolie: JWS 3309 Vloeistoffen 11 Vloeistof Systeem Koelvloeistof 4-cil. benzine (1.6) 6,2 4-cil. benzine (1.8, 1.8F en 2.0) 7,5 Koelvloeistof met corrosiewerende dope aangelengd met water A (zie verpakking).
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 276 11 Specificaties Vloeistoffen en smeermiddelen Systeem Ruitensproeiervloeistof 4-cil. benzine/diesel 4,0 5-cil. benzine/diesel 6,5 Brandstoftank 11 A B 276 Vloeistof Hoeveelheid (liter) Zie de tabel onder Verbruik, uitstoot en tankinhoud. De waterkwaliteit dient te voldoen aan de norm STD 1285,1. Het gewicht hangt af van het motortype. Neem contact op met een erkende Volvo-werkplaats voor de juiste gegevens.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 277 11 Specificaties Brandstof Verbruik, uitstoot en tankinhoud Motor Versnellingsbak Verbruik (liter/100 km) Uitstoot van kooldioxide (CO2) (g/km) Tankinhoud (liter) Handgeschakelde vijfversnellingsbak (IB5) 7,0 167 ca. 53 Benzine 1.6 B4164S3 11 1.8 B4184S11 Handgeschakelde vijfversnellingsbak (MTX75) 7,3 174 ca. 53 1.8F A B4184S8 Handgeschakelde vijfversnellingsbak (MTX75) 7,3 174 ca. 53 2.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 278 11 Specificaties Brandstof Motor Versnellingsbak Verbruik (liter/100 km) Uitstoot van kooldioxide (CO2) (g/km) Tankinhoud (liter) Benzine T5 B5254T7 Handgeschakelde zesversnellingsbak (M66) 8,7 208 ca. 62 T5 B5254T7 Automatische versnellingsbak (AW55-50/51) 9,4 224 ca. 62 11 A FlexiFuel-motoren kunnen op een willekeurige soort loodvrije benzine (95 RON) of op bio-ethanol (E 85) rijden of op een mengsel daarvan. De auto neemt ca.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 279 11 Specificaties Brandstof Motor Versnellingsbak Verbruik (liter/100 km) Uitstoot van kooldioxide (CO2) (g/km) Tankinhoud (liter) Automatische versnellingsbak (AW55-51) 6,9 182 ca. 60 Handgeschakelde zesversnellingsbak (M66) 6,2 164 ca.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 280 11 Specificaties Brandstof • 11 91 (RON) mag u niet gebruiken voor 4 cilindermotoren en slechts bij hoge uitzondering in de overige motortypes. • 95 (RON) is te gebruiken in de normale rijomstandigheden. • 98 (RON) wordt geadviseerd voor maximale prestaties tegen een minimaal brandstofverbruik. Voor ritten bij temperaturen hoger dan +38 °C wordt u geadviseerd een brandstofsoort met een zo hoog mogelijk octaangetal te gebruiken.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 281 11 Specificaties Brandstof BELANGRIJK Maak geen gebruik van de volgende dieselolie-achtige brandstoffen: speciale toevoegingen (dopes), scheepsolie, stookolie, RME1 (biodiesel) of plantaardige olie. Dergelijke brandstoffen voldoen niet aan de kwaliteitseisen die Volvo stelt en geven aanleiding tot verhoogde vormen van slijtage en motorschade die niet worden gedekt door de garanties van Volvo.
C30; 7; 3 evastarck 11 Specificaties Brandstof BELANGRIJK Als het filter helemaal met deeltjes gevuld is, kan het onbruikbaar worden. De motor start dan moeilijk en de kans bestaat dat het filter moet worden vervangen. 11 282 Gebruik bij koud weer de standverwarming*, zodat de motor sneller op temperatuur komt. * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 283 11 Specificaties Katalysator Algemene informatie De katalysator heeft tot taak de uitlaatgassen te reinigen. De katalysator is dicht bij de motor in het uitlaatsysteem gemonteerd om snel op temperatuur te komen. De katalysator bestaat uit een monoliet (keramiek of metaal) met kanalen. De wanden van de kanalen zijn bekleed met platina/rodium/palladium. Deze edelmetalen hebben een katalytische werking, d.w.z.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 284 11 Specificaties Elektrisch systeem Algemene informatie 12V-systeem met wisselstroomdynamo en spanningsregelaar. Enkelpolig systeem waar- bij het chassis en het motorblok als geleiders worden gebruikt. Let er bij het vervangen van de accu op, dat de nieuwe accu dezelfde koudestartcapaciteit en reservecapaciteit als de originele accu heeft (zie sticker op de accu). Accu Spanning 11 4- en 5-cil.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 285 11 Specificaties Elektrisch systeem Verlichting Vermogen (W) Soort 1,2 Buislampje Stadslichten/parkeerlichten vóór, sidemarkers vóór 5 W5W Mistlampen 55 H8 Verlichting dashboardkastje 3 Buislampje Make-upspiegel* * Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 286 11 Specificaties Typegoedkeuring Afstandsbedieningssysteem Land en gebied 11 A, B, CY, CZ, D, DK, E, EST, F, FIN, GB, GR, H, I, IRL, L, LT, LV, M, NL, P, PL, S, SK, SLO IS, LI, N, CH HR ROK Hierbij verklaart Delphi dat het gebruikte afstandsbedieningssysteem in overeenstemming is met de essentiële eigenschappen en overige relevante bepalingen zoals beschreven in de EU-richtlijn 1999/5/ EG.
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 287 12 Alfabetisch register A Achteruitkijkspiegel en buitenspiegels automatisch in-/uitklappen............. 72, 75 Aanhanger................................................ 163 kabel................................................... 165 Aanrijding crash mode........................................... 32 opblaasgordijnen (IC-systeem)............. 28 Aanstekeropening voorstoel............................................... 53 ABS, storing in het ABS..
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 288 12 Alfabetisch register Automatisch starten................................. 138 Auto wassen............................................ 194 Bedieningspaneel op bestuurdersportier........................................................ 44, 67 Bellen............................................... 248, 257 Benzinekwaliteit....................................... 279 B Bagagenet............................................... 112 Bagagerolhoes.........
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 289 12 Alfabetisch register D Dashboardkastje...................................... 105 Vergrendelen...................................... 118 Diesel, voorgloeifunctie............................. 48 Dieselolie.................................................. 280 Display, meldingen.................................... 51 Displayverlichting....................................... 55 Dolby Surround Pro Logic II............ 230, 234 Doorluchtfunctie........
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 290 12 Alfabetisch register Gloeilampen, zie Verlichting............ 214, 284 In de was zetten....................................... 195 Gordelwaarschuwing................................. 17 Informatiedisplay....................................... 51 Groot licht grootlichtsignalen................................. 56 Infotainment menufuncties...................................... 230 Groot licht/dimlicht, zie Verlichting............
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 291 12 Alfabetisch register Koelsysteem............................................ 134 Koelvloeistof............................................ 207 Lamphouder verwijderen......................................... 217 Menusysteem mediaspeler........................................ 244 telefoon, menu-opties......................... 254 telefoon, overzicht.............................. 253 Kompas......................................................
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 292 12 Alfabetisch register Motorspecificaties................................... 268 Op afstand openen.................................... 76 Motor starten........................................... 138 Keyless drive.............................. 120, 142 Op afstand openen, portieren.................... 76 Motorverwarming..................................... 140 N NEWS......................................................
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 293 12 Alfabetisch register Regensensor.............................................. 60 Roestwering............................................. 199 Relais- en zekeringenkastje, zie Zekeringen........................................................... 221 Roetfilter............................................ 51, 281 ventilatiestand....................................... 73 zonnescherm........................................ 74 ROETFILTER VOL.....
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 294 12 Alfabetisch register Spiegels achteruitkijk-......................................... buiten-.................................................. elektrische verwarming......................... elektrisch inklapbare............................. kompas................................................. 12 69 71 72 71 69 Sproeiers achterruit............................................... 60 koplampen............................................
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 295 12 Alfabetisch register Temperatuur interieur, elektronische klimaatregeling 90 interieur, handmatige klimaatregeling. . 86 werkelijke temperatuur......................... 83 Timer AC......................................................... 85 ECC...................................................... 88 Toetsensets op stuurwiel............. 62, 64, 247 Totaalgewicht.......................................... 266 TP, verkeersinformatie................
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 296 12 Alfabetisch register stadslichten/parkeerlichten vóór en achterlichten......................................... 54 verlichtingspaneel, interieur.................. 54 12 Verlichting, gloeilampen vervangen......... 214 achterlicht................................... 216, 218 bagageruimte...................................... 219 bagageruimteverlichting..................... 219 dimlicht...............................................
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 297 12 Alfabetisch register relais- en zekeringenkastje in passagiersruimte.......................................... 225 vervangen........................................... 221 Zonnescherm, schuifdak........................... 74 Zuinig rijden............................................. 134 Zwangere vrouwen, veiligheidsgordel.......
C30; 7; 3 evastarck 12 Alfabetisch register 12 298 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 298
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 299 Notities 299
C30; 7; 3 evastarck Notities 300 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 300
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 301 Notities 301
C30; 7; 3 evastarck Notities 302 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 302
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 303 Notities 303
C30; 7; 3 evastarck Notities 304 2008-03-05T17:36:29+01:00; Page 304
C30; 7; 3 evastarck 2008-03-05T17:39:21+01:00; Page 1 VOLVO C30 Instructieboekje Kdakd 8Vg 8dgedgVi^dc IE &%&&- 9jiX] ! 6I %-'%! Eg^ciZY ^c HlZYZc! <iZWdg\ '%%-! 8deng^\]i '%%%"'%%- Kdakd 8Vg 8dgedgVi^dc