User manual
B7 Meting van de referentiewaarde "REL" (="relative")
Drukt u tijdens de meting op de toets "REL", wordt de weergave op
"0" gezet en het symbool "REL" verschijnt rechts onderaan op het
scherm. Bij de meting van de referentiewaarde "REL" wordt de dif-
ferentie tussen de vastgezette en de momentele meetwaarde weer-
gegeven. Deze speciale functie is vooral van nut bij de bepaling van
frequenties die slechts langzaam veranderen en bij frequenties die
overlappen.
Wenst u de meting van de referentiewaarde te beëindigen, druk dan
opnieuw op de toets "REL". Het symbool verdwijnt en u keert naar
de actuele meting terug.
B8
Opname van de meetwaarde (minimale, maximale en gemiddel-
de waarde)
Bij de opname van de meetwaarde is na ca. 10 metingen de weer-
gave van de laagste gemeten frequentie, de hoogste gemeten fre-
quentie en de gemiddelde waarde mogelijk. Druk hiertoe één keer
op de toets "RECORD". Op het scherm wordt rechts bovenaan het
symbool "R.C." weergegeven. De opname van de meetwaarde
werd opgestart.
Druk na ten minste 10 metingen (afhankelijk van de poorttijd en de
frequentieveranderingen) één keer op de toets "CALL". Hierna ver-
schijnt "---HI---" op het scherm en kort daarna de hoogste gemeten
frequentiewaarde. Het symbool "R.C." knippert.
Druk nog eens op de toets "CALL" (tweede keer). Nu verschijnt "---
Lo---" op het scherm en kort daarna de laagste gemeten frequentie-
waarde.
Druk nog eens op de toets "CALL" (derde keer). Nu verschijnt "----
A---" op het scherm en kort daarna de gemiddelde waarde. De
gemiddelde waarde wordt steeds na 10 metingen opnieuw bepaald
(updated).
Druk nog eens op de toets "CALL" (vierde keer). Het symbool "R.C."
knippert niet meer. Om de opname van de meetwaarde af te sluiten,
druk op de toets "RECORD". Het symbool "R.C." verdwijnt vervol-
gens van het scherm.
57