User manual
Frequentiemodulatie (FM) is de wijziging van de uitgangsfrequentie afhankelijk van het verloop van een tweede,
toegevoerde stuurfrequentie.
Om de frequentiegenerator als frequentiegemoduleerde signaalgenerator te kunnen inzetten, gaat u te werk als
volgt:
• Voer de basisinstellingen voor de functiegenerator uit zoals beschreven in hoofdstuk 8.1. Stel de dragerfrequentie
in met de instelknop „FREQUENCY“ en de amplitude met de instelknop „AMPL“.
• Sluit op de VCF-ingang (5) via een BNC-meetleiding (HF-kabel) een puur wisselspanningssignaal (modulatie-
spanning zonder gelijkspanningsaandeel).
• Wijzig de verbonden modulatiespanning (max. 10 Vpp) tot de gewenste frequentieafwijking is bereikt.
Een gelijkaardige weergave van de samenhang tussen de frequentiemodulatie en de met de VCF-ingang verbon-
den wisselspanning (modulatiespanning) is als volgt beschreven:
Een verandering van de wisselspanning op de VCF-ingang (VCF IN) met 0,1 V leidt tot een frequentieverandering
van 1 % van de grootst mogelijke frequentieinstelling (MAX-gebied van de instelknop „FREQUENCY“) van het
betrokken ingestelde frequentiegebied.
Is bijv. de schakelaar „100k“ in het veld „FREQUENCY RANGE (Hz)“ (Hz)“ ingedrukt, dan is de maximaal bereik-
bare frequentie in dit gebied ca. 1 MHz. Een wijziging met 0,1 V komt overeen met een frequentieverandering van
10 kHz. In de onderstaande tabel is de samenhang weergegeven tussen het ingestelde gebied, de max. bereikte
frequentie en de frequentiewijziging per 0,1 V spanningswijziging op de VCF-ingang.
Voorbeeld:
Indien een signaal van 455 kHz- met een verschuiving van +/- 15 kHz (= 30 kHz-zwaai) moet worden opgewekt, dan
moet op de frequentiegenerator de schakelaar „100k“ in het veld „FREQUENCY RANGE (Hz)“ worden ingedrukt.
Met de instelknop „FREQUENCY“ wordt de 455 kHz-dragerfrequentie ingesteld. De hoogst mogelijke instelbare
frequentie in dit frequentiegebied bedraagt ong. 1 MHz.
1% van 1 MHz komt overeen met 10 kHz (= 0,1 V).
30 kHz is het 3-voud van 10 kHz.
Het 3-voud van 0,1 V is dus 0,3 V.
1 10 0,1
10 100 1
100 1 k 10
1 k 10 k 100
10 k 100 k 1 k
100 k 1 M 10 k
1 M 10 M 100 k