Operation Manual

NL NL
Hepburn Gebruiksaanwijzing
17
Hepburn Gebruiksaanwijzing
16
FM modus gebruiken
FM modus selecteren:
1. Druk herhaaldelijk op de SOURCE knop tot FM wordt weergegeven.
2. Bij het eerste gebruik zal 87.50MHz op het display worden weergeven, het begin van de FM frequentie.
Anders zal het laatste FM station waar naar geluisterd is geselecteerd worden.
Scannen naar FM stations
1. Om handmatig naar FM stations the scannen draai je de - TUNING + knop met de klok mee/tegen de klok
in terwijl de frequentie wordt weergegeven om de frequentie steeds met 0.05MHZ te verhogen/
verlagen.
2. Draai de - TUNING + knop met de klok mee of tegen de klok in om automatisch te scannnen, en druk dan
de - TUNING + knop in. Je Hepburn zal omhoog of omlaag scannen tot hij het volgende beschikbare
station bereikt. Draai de - TUNING + knop met de klok mee voordat je hem indrukt om omhoog te
scannen Draai de - TUNING + knop tegen de klok in voordat je hem indrukt om omlaag te scannen
Scanvoorkeuren instellen
Standaard stopt de FM scan bij ieder beschikbaar station. Dit kan leiden tot het afstemmen op een zwak
station, met slechte geluidskwaliteit als gevolg. Je Hepburn helpt je om zwakke stations te vermijden.
1. Om de scaninstellingen zodanig aan te passen dat er alleen gestopt wordt bij stations met een goede
signaalsterkte druk je de MENU knop in, dan draai je aan de - TUNING + knop om Scan Setting te
selecteren en druk je de - TUNING + knop in om te bevestigen.
2. Draai aan de - TUNING + knop om “Alleen sterke stations” te selecteren en druk dan op de - TUNING +
knop om te bevestigen.
Mono forceren voor zwakke stations
Standaard worden alle stereostations weergegeven in stereo. Voor zwakke stations kan dit leiden tot
slechte geluidskwaliteit. Jouw Hepburn kan dit effect compenseren door zwakke stations in mono weer te
geven.
1. Om zwakke stations in mono weer te geven: druk op de MENU knop, draai de - TUNING + knop om de
Audio setting te selecteren en druk dan op de - TUNING + knop om te bevestigen.
2. Draai aan de - TUNING + knop om “Forced Mono” te selecteren en druk op de - TUNING + knop om te
bevestigen.
3. Druk nogmaals op de -TUNING+ knop om handmatig tunen te verlaten.
Dynamic Range Control (DRC) instellen
Je kunt het compressielevel van stations instellen om de verschillen in de dynamische range of het
geluidsniveau tussen radiostations uit te schakelen. Als “harde” stations te hard klinken en “zachte” stations
te zacht kan DRC mogelijk helpen.
Opmerking: DRC off geeft aan dat er geen compressie is
DRC low geeft aan dat er geen compressie is
DRC high geeft aan dat de compressie maximaal is
1. Druk op de MENU knop, draai de - TUNING + knop om DRC te selecteren en druk dan op de - TUNING +
knop om te bevestigen.
2. Draai aan de - TUNING + knop om “DRC high”, “DRC low” of “DRC off” te selecteren en druk dan op de -
TUNING + knop om te bevestigen.
Weergave van volgorde stations wijzigen.
Misschien wil je jouw stations in een andere volgorde weergeven. Dit zijn de mogelijkheden:
Alphanumeric: Alle stations weergeven in alfanumerieke volgorde.
Ensemble: Stations die momenteel actief uitzenden worden eerst weergegeven, inactieve daarna.
Valid: Verwijder inactieve stations van de stationslijst.
1. Druk op de MENU knop, draai de - TUNING + knop om Stationsvolgorde te selecteren en druk dan op de
- TUNING + knop om te bevestigen.
2. Draai aan de - TUNING + knop om “Alphanumeric”, “Ensemble” of “Valid” te selecteren en druk dan op de
- TUNING + knop om te bevestigen.
Je stationslijst opschonen (“pruning”)
Deze functie maakt het mogelijk om inactieve stations van de stationslijst te verwijderen.
1. Druk op de MENU knop, draai de - TUNING + knop om Prune te selecteren en druk dan op de - TUNING
+ knop om te bevestigen.
2. Draai de - TUNING + knop naar “Yes” en druk op de - TUNING + knop om het huidige kanaal te
bevestigen.
Stationsinformatie bekijken
Om informatie over het station dat afgespeeld wordt te bekijken druk je herhaaldelijk op de INFO knop om
door DLS (Dynamic Label Segment) heen te lopen, Signaalsterkte, Programmatype, Programmafrequentie,
Signaalkwaliteit, Bitrate, Codec en Tijd en datum.