Montage- en servicehandleiding VIESMANN voor de vakman Elektronische temperatuurverschilregeling Vitosolic 200 type SD4 Geldigheidsverwijzing zie laatste pagina VITOSOLIC 200 5608 612 NL 1/2012 Bewaren a.u.b.
Veiligheidsvoorschriften Veiligheidsinstructies Volg deze veiligheidsvoorschriften nauwkeurig op ter voorkoming van lichamelijk letsel en materiële schade. Gevaar Dit teken waarschuwt voor persoonlijk letsel. ! Opgelet Dit teken waarschuwt voor materiële schade en schade aan het milieu. Werkzaamheden aan de installatie ■ Installatie spanningsvrij schakelen (bijv. met de afzonderlijke zekering of een hoofdschakelaar) en op aanwezige spanning controleren.
Veiligheidsvoorschriften Veiligheidsinstructies (vervolg) Extra componenten, reserveonderdelen en slijtende onderdelen Opgelet Reserveonderdelen en slijtende onderdelen die niet met de installatie zijn getest, kunnen de werking nadelig beïnvloeden. De montage van componenten die niet zijn toegestaan evenals de wijziging en ombouw zonder toestemming kan de veilige werking nadelig beïnvloeden en de garantie beperken.
Inhoudsopgave Inhoudsopgave Montagehandleiding Installatievoorbeelden Algemene aanwijzingen....................................................................................... Keurmerken in de installatievoorbeelden............................................................. Installatievoorbeeld 1, ID: 4605156_1101_03...................................................... Installatievoorbeeld 2, ID: 4605157_1101_02......................................................
Inhoudsopgave Inhoudsopgave (vervolg) Service-instellingen en -opvragingen Indicatie van meldingen activeren ....................................................................... 117 Temperaturen en bedrijfstoestanden opvragen................................................... 117 Balanswaarden opvragen..................................................................................... 118 Warmtehoeveelheden en temperaturen opvragen............................................... 119 Meldingen opvragen..
Installatievoorbeelden Algemene aanwijzingen Bescherming tegen brandwonden Gevaar Afhankelijk van de installatieconfiguratie kunnen warmwatertemperaturen van meer dan 60 °C voorkomen. Warm water met temperaturen boven 60 °C veroorzaakt verbrandingen. Om de temperatuur op 60 ºC te begrenzen, moet u een menginrichting installeren, bijvoorbeeld een thermostatische mengautomaat (accessoire). Als bescherming tegen brandwonden op het tappunt, monteert u een mengarmatuur.
Installatievoorbeelden Keurmerken in de installatievoorbeelden eE qE 2/21 rR 2/52M1 M 2/21 Montage 21 28 50 20M1 qE 2/52M2 M 2 2/28 3 X2 4 21 28 50 20M1 52M1 52M2 8 (5Sol) (6) 40 20M2,24 145 1 5 2M1 2/1 qW 2/5 qQ 2 qR 2/5 40 20M2,24 145 1 5 2M1 2M2 2/5Sol 26/S2 qQ 9 5608 612 NL 1 7
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 1, ID: 4605156_1101_03 Tapwaterverwarming met bivalente warmwaterboiler en ondersteuning van de ruimteverwarming met verwarmingswaterbuffer 30 --230 V---R1-- 32 --R4---R5---R6-- 36 Retour 34 --S4---S5---S6-- Aanvoer 31 --KM-bus---S1---S2-- --36/S1-- Hydraulisch installatieschema 4 35 33 ---36/R1-- 45 WW 14 --36/S6-- 13 -36/R1- 46 12 44 --36/R4-- 3 --36/R5-- 15 43 --36/S5-- -- 41 --36/S4-- 11 --36/S2-- KW --36/R6-- --36/R4-- --
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 1, ID: 4605156_1101_03 (vervolg) Pos.
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 1, ID: 4605156_1101_03 (vervolg) Elektrisch installatieschema 36 SD4 38 L N 230 V / 50 Hz R1 N M 1~ R2 N 230 V / 50 Hz UP 33 STB 12 UP 35 STB 44 37 R3 N 37 R4 N M 1~ R5 N M 1~ R6 N M 1~ 15 UV 46 S1 COL 31 S2 SOL 11 Laagspanning S3 S4 S4 41 S5 S5 43 S6 . . . S12 S6 45 CS10 71 Imp 1 72 Imp 2 72 73 V-bus 145 KM-bus Vereiste instellingen op de solarregeling Bedieningscode Solar-opties ■ Systeem (zie pagina 71) ■ Hyd.
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 1, ID: 4605156_1101_03 (vervolg) Toestand Instelling levering ■ ΔTaan (inschakel-temperatuurverschil voor solar8,0 K circuitpomp R1 eE) ■ ΔTuit (uitschakel-temperatuurverschil voor solar4,0 K circuitpomp R1 eE) ■ ΔT2aan (inschakel-temperatuurverschil voor 8,K solarcircuitpomp voor de bufferverwarming R4 eT) ■ ΔT2uit (uitschakel-temperatuurverschil voor 4,0 K solarcircuitpomp voor de bufferverwarming R4 eT) ■ Voorrang ww1 1 ■ Voorrang ww2 2 Solar-expert ■ t-st (pe
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 1, ID: 4605156_1101_03 (vervolg) In combinatie met wandtoestel op olie/gas 5608 612 NL Vereiste coderingen op de ketel- en CV-circuitregeling Codering Groep Functie Installatie zonder tapwatercirculatiepomp: 39:2 ”Algemeen” Vitodens 300 met Vitotronic 200, type HO1C: ■ De circulatiepomp voor boilerverwarming 4 is aangesloten op uitgang sK op de basisprintplaat van de regeling.
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 2, ID: 4605157_1101_02 Tapwaterverwarming met twee monovalente warmwaterboilers Aanvoer 30 36 32 Montage --230 V---R1-- Retour --R5---R6-- 31 --S5---S6-- --KM-bus---S1---S2-- --36/S1-- Hydraulisch installatieschema 4 33 ----36/R1-WW 14 15 --36/R5;R6-- -36/R1- 13 12 2 1 16 --36/S5-- -- 17 --36/S6-- 11 --36/S2-- KW 10 3 18 1 2 5608 612 NL Opmerking Dit schema is een voorbeeld zonder afsluit- en veiligheidsvoorzieningen.
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 2, ID: 4605157_1101_02 (vervolg) Benodigde apparaten Pos.
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 2, ID: 4605157_1101_02 (vervolg) Elektrisch installatieschema 36 SD4 38 L N 230 V / 50 Hz R1 N M 1~ R2 N 33 STB 12 R3 N R4 N R5 N R6 N M 1~ Montage 230 V / 50 Hz UP 37 15 A S1 COL 31 S2 SOL 11 S5 S5 16 S6 . . . S12 S6 17 S3 Laagspanning S4 CS10 71 Imp 1 72 Imp 2 72 73 V-bus 145 KM-bus 5608 612 NL A Brug tussen R5 en R6 plaatsen.
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 2, ID: 4605157_1101_02 (vervolg) Vereiste instellingen op de solarregeling Hoofdmenu Bedieningscode Solar-opties ■ Systeem (zie pagina 67) Solar-instelwaarden ■ Twwgew (gewenste buffertemperatuur) ■ ΔTaan (inschakel-temperatuurverschil voor solarcircuitpomp R1 eE) ■ ΔTuit (uitschakel-temperatuurverschil voor solarcircuitpomp R1 eE) Installatieopties ■ Extra fct.
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 3, ID: 4605158_1101_03 Verwarming tapwater en zwembadwater met bivalente warmwaterboiler Aanvoer 31 30 --KM-bus---S1---S2---S3---S4---S5-- --36/S1-- Hydraulisch installatieschema 36 Montage 32 --R3---R4---R5---R6-- 34 --230 V---R1-- Retour 35 --36/R4-- --- 33 ---36/R1-WW 60 --36/R6-56 2 4 13 -36/R1- --36/S5-57 12 58 3 --36/R5-- -- KW 10 1 2 50 --36/R3-- 11 --36/S2-53 54 1 52 51 --36/S4-- 15 59 --36/S3-- 14 55 5608 612
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 3, ID: 4605158_1101_03 (vervolg) Benodigde apparaten Pos.
Installatievoorbeelden Pos.
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 3, ID: 4605158_1101_03 (vervolg) Elektrisch installatieschema 38 230 V / 50 Hz 36 SD4 L N M 1~ R1 N 12 230 V / 50 Hz R2 N M 1~ R3 N R4 N R5 N 35 54 39 M 1~ 15 R6 N M 1~ S1 COL 31 S2 SOL 11 S3 Laagspanning 33 53 59 55 S4 52 S5 57 39 S6 . . .
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 3, ID: 4605158_1101_03 (vervolg) Vitotronic 200, type GW1B, GW2B Aansluiting in stekker aVH aan klemmen ”2” en ”3”. Codering in de groep ”Algemeen”: ■ ”9b” voor gewenste minimale ketelwatertemperatuur Vitotronic 200, type HO1B, HO1C en KW6B of Aansluiting in stekker aBÖ aan klemmen ”AAN”, ”AAN/TR” of Aansluiting in stekker a-D aan klemmen ”1” en ”2” (bus ”DE4”) in de schakelmodule-V zQ.
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 3, ID: 4605158_1101_03 (vervolg) Solar-instelwaarden ■ Twwgew (gewenste buffertemperatuur) ■ Tww2gew (gewenste zwembadtemperatuur) ■ ΔTaan (inschakel-temperatuurverschil voor solarcircuitpomp R1 eE) ■ ΔTuit (uitschakel-temperatuurverschil voor solarcircuitpomp R1 eE) ■ ΔT2aan (inschakel-temperatuurverschil voor solarcircuitpomp voor zwembadwaterverwarming R4 eT) ■ ΔT2uit (uitschakel-temperatuurverschil voor solarcircuitpomp voor zwembadwaterverwarming R4 eT) ■ V
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 3, ID: 4605158_1101_03 (vervolg) ■ ■ ■ ■ ■ Toestand Instelling levering Th2uit (uitschakel-temperatuur voor R3) 45 °C Tww2gew*2 ΔT5aan (inschakel-temperatuurverschil voor R3) 5,0 K ΔT5uit (uitschakel-temperatuurverschil voor R3) 3,0 K 40 °C 26,5 °C Th3aan (inschakel-temperatuur voor R6 en tI) 45 °C Th3aan + 0,5 K Th3uit (uitschakel-temperatuur voor R6 en tI) 5608 612 NL Voor de toerentalregeling van de pompen zie pagina 87.
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 4, ID: 4605159_1001_01 Tapwaterverwarming en ondersteuning van de ruimteverwarming met multivalente verwarmingswaterbuffer Aanvoer 31 30 36 32 --R6-- --230 V---R1-- Retour 33 --S5---S6-- --KM-bus---S1---S2-- --36/S1-- Hydraulisch installatieschema ----36/R1-- 45 WW --36/S6-- B 46 3 HV1 WW/Z 12 SPR1 --36/R1-- 22 A 4 HV2/HR1 16 SPR2 --36/S5-- HR2 11 SPR3 --36/S2-- KW AB --36/R6-- 13 14 HR3 KW E HVs/HRs 10 1 5608 612 NL 2 24
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 4, ID: 4605159_1001_01 (vervolg) Pos.
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 4, ID: 4605159_1001_01 (vervolg) Elektrisch installatieschema 36 38 L N 230 V / 50 Hz R1 N 230 V / 50 Hz R2 N M 1~ 33 37 STB 12 R3 N R4 N R5 N R6 N M 1~ 46 S1 COL 31 S2 SOL 11 S3 Laagspanning S4 S5 16 S6 . . .
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 4, ID: 4605159_1001_01 (vervolg) Vereiste instellingen op de solarregeling Bedieningscode Solar-opties ■ Systeem (zie pagina 71) Solar-instelwaarden ■ Twwgew (gewenste buffertemperatuur) ■ ΔTaan (inschakel-temperatuurverschil voor solarcircuitpomp R1 eE) ■ ΔTuit (uitschakel-temperatuurverschil voor solarcircuitpomp R1 eE) Installatieopties ■ ΔT-Fct6 (ΔT-functie voor aansturing van de 3-wegomschakelklep R6 rZ, functieblok 2, zie pagina 104) Installatie-instelwaar
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 5, ID: 4605161_1102_02 Tapwaterverwarming met verswatermodule en ondersteuning van de ruimteverwarming met verwarmingswaterbuffer Aanvoer 30 36 32 --R6-- --230 V---R1-- Retour --36/S6-- 31 --S5---S6-- --KM-bus---S1---S2-- --36/S1-- Hydraulisch installatieschema 47 33 ----36/R1-- 45 46 10 44 --36/R1-- --36/R6-- 4 WW 3 42 --36/S5---36/S2-41 --10/S3-11 40 12 -10/S4- --S3---S4-- KW --10/R3-- 13 --230 V---R3-- 10 1 2 5608 612 NL Opmerk
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 5, ID: 4605161_1102_02 (vervolg) Pos.
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 5, ID: 4605161_1102_02 (vervolg) Elektrisch installatieschema Vitosolic 200 36 SD4 38 L N 230 V / 50 Hz R1 N 230 V / 50 Hz R2 N M 1~ UP 33 STB 44 UV 46 37 R3 N R4 N R5 N R6 N M 1~ S1 COL 31 S2 SOL 41 S5 S5 42 S6 . . .
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 5, ID: 4605161_1102_02 (vervolg) Regeling verswatermodule 10 L N 230 V / 50 Hz R1 N R3 N M 1~ 11 R4 N Montage 230 V / 50 Hz R2 N S7 Laagspanning S6 S5 S4 12 S3 13 S2 S1 Vereiste instellingen op de solarregeling 5608 612 NL Hoofdmenu Bedieningscode Solar-opties ■ Systeem (zie pagina 67) Solar-instelwaarden ■ Twwgew (gewenste buffertemperatuur) ■ ΔTaan (inschakel-temperatuurverschil voor solarcircuitpomp R1 eE) ■ ΔTuit (uitschakel-temperatuurvers
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 5, ID: 4605161_1102_02 (vervolg) Voor de toerentalregeling van de pompen zie pagina 87. Vereiste instellingen op de regeling van de verswatermodule Hoofdmenu Opties ■ Retourv.
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 6, ID: 4605162_1102_02 Tapwaterverwarming met monovalente warmwaterboiler en ondersteuning van de ruimteverwarming met multivalente verwarmingswaterbuffer 30 --S5---S6-- Aanvoer 36 32 --R6-- --230 V---R1-- Retour Montage 31 --KM-bus---S1---S2-- --36/S1-- Hydraulisch installatieschema 33 --36/S6-- 47 4 ----36/R1-WW 45 13 46 --36/R6-- 14 HV1 WW/Z 44 SPR1 --36/R1-- 43 HV2/HR1 42 SPR2 --36/S5-- KW 3 HR2 41 SPR3 --36/S2-- HR3 KW E HVs/HRs
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 6, ID: 4605162_1102_02 (vervolg) Benodigde apparaten Pos.
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 6, ID: 4605162_1102_02 (vervolg) Elektrisch installatieschema 36 SD4 38 L N 230 V / 50 Hz R1 N UP 33 STB 44 UV 46 R3 N R4 N Montage 230 V / 50 Hz R2 N M 1~ 37 R5 N R6 N M 1~ S1 COL 31 S2 SOL 41 S5 S5 42 S6 . . .
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 6, ID: 4605162_1102_02 (vervolg) Vereiste instellingen op de solarregeling Hoofdmenu Bedieningscode Solar-opties ■ Systeem (zie pagina 67) Solar-instelwaarden ■ Twwgew (gewenste buffertemperatuur) ■ ΔTaan (inschakel-temperatuurverschil voor solarcircuitpomp R1 eE) ■ ΔTuit (uitschakel-temperatuurverschil voor solarcircuitpomp R1 eE) Installatieopties ■ ΔT-Fct6 (ΔT-functie voor aansturing van de 3-wegomschakelklep R6 rZ, functieblok 2, zie pagina 104) Installatie-i
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 7, ID: 4605163_1102_02 Grote solarinstallaties voor de tapwaterverwarming Aanvoer 31 30 --KM-bus---S1---S2---S5---S6-- --36/S1-- Hydraulisch installatieschema 36 --230 V---R1---R3---R5---R6-- Retour 33 Montage 32 ----36/R1-4 WW --36/S6-- 16 12 - 14 11 - --36/R3-- -- KW 43 --36/R1-- 17 --36/R6-- 15 --36/R5-- 13 42 --36/S5-41 --36/S2-- 18 3 16 10 19 1 40 2 5608 612 NL Opmerking Dit schema is een voorbeeld zonder afsluit- en veili
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 7, ID: 4605163_1102_02 (vervolg) Benodigde apparaten Pos.
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 7, ID: 4605163_1102_02 (vervolg) Elektrisch installatieschema 36 SD4 38 L N 230 V / 50 Hz R1 N R1 33 STB 43 M 1~ R3 18 R5 N M 1~ R5 15 R6 N M 1~ SLP 14 R2 N R3 N R4 N S1 COL 31 S2 SOL 41 S5 S5 42 S6 . . .
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 7, ID: 4605163_1102_02 (vervolg) Hoofdmenu Toestand Instelling levering ■ ΔTuit (uitschakel-temperatuurverschil voor solarcir4,0 K cuitpomp R1 eE) Installatieopties ■ Extra fct. Nee Ja (Extra functie voor de tapwaterverwarming, wanneer de circulatiepomp is aangesloten) ■ thermost. 2, functieblok 1, zie pagina 104) Nee Ja ■ ΔT-Fct5 (ΔT-functie voor het schakelen van de Nee Ja laadpomp (CV-waterbuffer) R3 qI, functieblok 1, zie pagina 104) ■ thermost.
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 7, ID: 4605163_1102_02 (vervolg) 5608 612 NL Vereiste coderingen op de ketel- en CV-circuitregeling Codering Groep Functie Installatie zonder tapwatercirculatiepomp: 39:2 ”Algemeen” Vitodens 300 met Vitotronic 200, type HO1C: ■ De circulatiepomp voor boilerverwarming 4 is aangesloten op uitgang sK op de basisprintplaat van de regeling.
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 8, ID: 4605164_1102_02 Grote solarinstallaties voor de tapwaterverwarming met twee monovalente warmwaterboilers en ondersteuning van de ruimteverwarming met verwarmingswaterbuffer Aanvoer 30 36 34 --230 V---R1-- Retour 32 --R4---R5---R6---R7-- 31 --KM-bus---S1---S2---S4---S5---S6---S7---S8-- --36/S1-- Hydraulisch installatieschema 47 35 33 ----36/R1-- 45 WW --36/S6-- 4 14 13 -36/R1- 46 44 --36/R4-- --36/R7-- 12 15 1 2 16 --36/S7-- --
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 8, ID: 4605164_1102_02 (vervolg) Pos.
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 8, ID: 4605164_1102_02 (vervolg) Pos. 5608 612 NL uQ uW uE Aanduiding Accessoires Solarcel Uitbreidingsset warmtehoeveelheidsmeter (volumemeting) Grote weergave Zie schema CV-ketel voor accessoires ketel en CV-circuit.
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 8, ID: 4605164_1102_02 (vervolg) Elektrisch installatieschema 38 230 V / 50 Hz 36 SD4 L N R1 N UP 33 STB 12 UP 35 STB 44 UV 46 S1 COL 31 S2 SOL 11 R2 N R3 N R4 N M 1~ Montage 230 V / 50 Hz M 1~ 37 37 M 1~ 15 R5 N R6 N M 1~ R7-R R7-M R7-A 39 Laagspanning S3 S4 S4 41 S5 S5 43 S6 S6 45 S7 S7 16 S8 . . .
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 8, ID: 4605164_1102_02 (vervolg) Vereiste instellingen op de solarregeling Bedieningscode Solar-opties ■ Systeem (zie pagina 71) ■ Hyd.
Installatievoorbeelden Installatievoorbeeld 8, ID: 4605164_1102_02 (vervolg) Voor de toerentalregeling van de pompen zie pagina 87. 5608 612 NL Vereiste coderingen op de ketel- en CV-circuitregeling Codering Groep Functie Installatie zonder tapwatercirculatiepomp: 39:2 ”Algemeen” Vitodens 300 met Vitotronic 200, type HO1C: ■ De circulatiepomp voor boilerverwarming 4 is aangesloten op uitgang sK op de basisprintplaat van de regeling.
Montageverloop Solarregeling monteren Bij de keuze van de montageplaats elektrische aansluitingen respectievelijk kabellengten in acht nemen. 3. 2x 153 4. 5. 6. 2. 23 3 1. 5608 612 NL Voor het sluiten van de regeling elektrische aansluitingen maken en kabels van trekontlasting voorzien.
Montageverloop Overzicht van de elektrische aansluitingen R5 R6 R7-M R7-A 145 PWM R3 PWM R2 PWM R1 Imp2 CS10 Imp1 S12 S11 S10 S9 20 K S8 S7 S6 S5 S4 S1 20 K N N 5608 612 NL S2 2 S3 1 GND N 9 8 7 6 5 4 PWM R4 L Sensoringangen S1, S9 NTC-sensoren, 20 kΩ S2–S8 NTC-sensoren, 10 kΩ S10–S12 NTC-sensoren, 10 kΩ 3 VBus K 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 145 H 230 V~ -aansluitingen C Halfgeleiderrelais (R1 tot en met R4 geschikt voor toerentalregeling) D Spanningsloze relaisuitgang Laagspann
Montageverloop Pompen Inzetbare pompen ■ Standaard-zonnepompen: – Zonder eigen toerentalregeling (getrapte pompen). – Met elektronische toerentalregeling. ■ Hoogrendement-pompen ■ Pompen met PWM-ingang: – WILO-pomp – GRUNDFOS-pomp Opmerking Alleen solarpompen gebruiken, geen CV-pompen. Toerentalregeling zie pagina 87. Montage In het pompstation Solar-Divicon bevindt zich de circulatiepomp met aansluitkabel. Andere pompen moeten gekeurd zijn en volgens de fabrikantgegevens worden gemonteerd.
Montageverloop Pompen (vervolg) Voorbeeld: aansluiting van een standaard solarpomp of hoogrendementpomp op relais R1 A Montage 29 30 31 32 33 34 35 B M 1~ A Aansluitruimte van de zonneregeling B Pomp 145 A 145 VBus PWM R4 PWM R3 PWM R2 PWM R1 Voorbeeld: aansluiting van een pomp met PWM-ingang op relais R1 29 30 31 32 33 34 35 16 17 18 19 20 M 1~ B B Pomp 5608 612 NL A Aansluitruimte van de zonneregeling 51
Montageverloop Veiligheidstemperatuurbegrenzer Temperatuurinstelling Toestand bij levering: 120 °C Omstelling naar 95 °C nodig, daarmee worden temperaturen van meer dan 95 °C in de verbruiker zeker vermeden. Montagehandleiding veiligheidstemperatuurbegrenzer Montage De voeler van de veiligheidstemperatuurbegrenzer monteren: ■ In de boilerafsluitkap bij Vitocell 300 (accessoire). ■ In de dompelhuls voor de boilertemperatuursensor, die op de ketelregeling wordt aangesloten.
Montageverloop Veiligheidstemperatuurbegrenzer (vervolg) A Montage 29 30 31 32 33 34 35 B M 1~ C D D Veiligheidsthermostaat 5608 612 NL A Aansluitruimte van de zonneregeling B Aftakdoos (door de installateur te verzorgen) C Solarcircuitpomp respectievelijk laadpomp voor overige verbruikers met veiligheidstemperatuurbegrenzer 53
Montageverloop Meldinrichting groepsalarm ■ Op de spanningsloze relais-uitgang R7 kan volgens de afbeelding een meldinrichting groepsalarm worden aangesloten. ■ Het relais 7 moet als meldrelais worden geactiveerd (instelling zie pagina 117 in het hoofdmenu ”Expert”). Opmerking Het relais is dan voor geen overige functies beschikbaar.
Montageverloop Sensoren (vervolg) Montage Montagehandleiding collector Verlenging van de aansluitkabel: Geadviseerde kabel: 2-aderig met kabeldoorsnede 0,75 mm2 Opmerking Kabel mag niet samen met 230/400-Vkabels worden gelegd. Aansluiting Montage Volgens installatievoorbeeld en pagina 49. Sensor op S1 respectievelijk in combinatie met twee collectorvelden op S9 aansluiten. Boilertemperatuursensor, NTC 10 kΩ Kabellengte 3,8 m.
Montageverloop Sensoren (vervolg) Aansluiting Opmerking Kabel mag niet samen met 230/400-Vkabels worden gelegd. Volgens installatievoorbeeld en pagina 49. Sensor op S2 aansluiten. Verlenging van de aansluitkabel: Geadviseerde kabel: 2-aderig met kabeldoorsnede 0,75 mm2 Temperatuursensoren, NTC 10 kΩ Kabellengte 3,8 m. Montage 1. 2. 4. Opmerking Sensor niet met isolatieband omwikkelen. Dompelhuls afdichten. 56 5608 612 NL 3.
Montageverloop Sensoren (vervolg) Aansluiting Volgens installatievoorbeeld en pagina 49. Verlenging van de aansluitkabel: Geadviseerde kabel: 2-aderig met kabeldoorsnede 0,75 mm2 Opmerking Kabel mag niet samen met 230/400-Vkabels worden gelegd. Montage Temperatuursensor (zwembad): ■ Sensor in de retour van het zwembad voor de warmtewisselaar monteren. ■ Bij het aanbrengen van de retour bevestigt u de sensor met een metalen spanband en isoleert u de sensor.
Montageverloop Solarcel (vervolg) VBus PWM R4 PWM R3 PWM R2 PWM R1 Imp2 Imp1 CS10 S12 S11 S10 S9 S8 A GND 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 BN BU A Aansluitruimte van de zonneregeling B Solarcel CS10 Netaansluiting De netaansluiting en veiligheidsmaatregelen (bijvoorbeeld aardlekschakelaar) moeten plaatsvinden volgens de NENvoorschriften! 58 ■ De voedingskabel van de solarregeling moet volgens de voorschriften zijn gezekerd.
Montageverloop Netaansluiting (vervolg) Aansluiting R1 R2 R3 R4 R6 R5 R7-R R7-M R7-A A L N 29 30 31 32 33 34 35 N N N N Montage N L C N ? B A Aansluitruimte van de zonneregeling B Netschakelaar, tweepolig (door de installateur te verzorgen) C Netspanning 230 V/50 Hz 5608 612 NL Gevaar Verkeerde aansluiting van draden kan tot ernstig letsel en materiële schade aan het toestel leiden. Aders ”L” en ”N” niet verwisselen.
Inbedrijfstelling Netspanning inschakelen 1. Controleer of het zonnesysteem doorgespoeld, gevuld en ontlucht is. Servicehandleiding van de collectoren 2. Controleren of alle elektrische aansluitingen goed zijn uitgevoerd. 4. Netspanning inschakelen, de solarregeling doorloopt een initialisatiefase. Op het scherm verschijnt het hoofdscherm (zie volgende afbeelding). De solarregeling staat op automatische werking. 3.
Inbedrijfstelling Navigatie in het menu (vervolg) ■ Terug naar het vorige menupunt ■ Annuleren van een begonnen instelling (de waarde keert terug naar de tot nu toe ingestelde waarde) Cursortoetsen Navigatie in het menu Het scherm toont uitsluitend een menufragment van vier regels. De pijl bij de linkerrand markeert het selecteerbare menupunt. / / Cursortoetsen Voor de instelling van de waarde (wordt grafisch ondersteund, zie volgende afbeelding) A ΔT1aan 8.0K 1.5 =8.0 B 20.
Inbedrijfstelling Bedieningscode invoeren (vervolg) 3. OK ter bevestiging. 4. / Bedienercode: 0000 voor ”0200”. Elk cijfer met OK bevestigen. Toetsenvolgorde: OK/ / / OK/ OK/ OK Opmerking Na inbedrijfstelling de bedieningscode op ”0000” zetten. Taal instellen De volgende toetsen indrukken: 3. OK ter bevestiging. 1. 4. voor ”Taal” (onderste menupunt). ”Hoofdmenu” verschijnt. Hauptmenü: Messwerte Meldungen Solar 2. voor ”Expert” (onderste menupunt). 5. OK ter bevestiging. 6.
Inbedrijfstelling Tijd en datum instellen Hoofdmenu ”Installatie” ■ ”Instelwaarde” – ”Tijd” Na elkaar uren en minuten instellen. – ”Datum” Na elkaar jaar, maand en dag instellen. Zie voor overige instellingen van de tijd pagina 143. Scherm instellen Hoofdmenu ”Expert” ■ ”Display” – ”Geïnverteerd” – ”Verlichting” 5608 612 NL Service De verlichtingssterkte en tekstkleur (zwart op een witte ondergrond of omgekeerd) kunnen worden ingesteld.
Inbedrijfstelling Parameters instellen 1. Stel systeem en hydrauliektype in conform het geïnstalleerde systeem in het menu ”Solar-opties” (selectie zie vanaf pagina 65). Opmerking Met de instelling van ”Systeem” en ”Hyd. type” worden de relais- en sensor-ingangtoewijzingen ingesteld (in de tabellen vanaf pagina 67 in de grijze velden gemarkeerd). Hoofdmenu ”Solar” ■ ”Opties” – ”Systeem” Toestand bij levering: 1 – ”Hyd.
Inbedrijfstelling Parameters instellen (vervolg) Aanwijzing bij sensoren Aan de Vitosolic 200 kunnen 12 temperatuursensoren worden aangesloten: ■ Temperatuursensoren NTC 10 kΩ zijn geschikt voor temperaturen tot 90 °C. Deze kunt u aansluiten op de sensoringangen S2 tot S8 en S10 tot S12. ■ Temperatuursensoren NTC 20 kΩ zijn geschikt voor temperaturen groter dan 90 °C. Deze kunt u aansluiten op de sensor-ingangen S1 en S9.
Inbedrijfstelling Systeem en hydraulisch type instellen (vervolg) Systeem Aantal collectorvelden Aantal verbruikers Toestand bij levering: 1 (zie pagina 67) 2 (zie vanaf pagina 68) 3 (zie vanaf pagina 70) 4 (zie vanaf pagina 73) 5 (zie vanaf pagina 77) 6 (zie vanaf pagina 79) 5608 612 NL 7 (zie vanaf pagina 82) 66
Inbedrijfstelling Systeem en hydraulisch type instellen (vervolg) Systeem 1 S1 R1 5608 612 NL Relais- en sensor-ingangtoewijzingen Functies Relais R... Sensor S...
Inbedrijfstelling Systeem en hydraulisch type instellen (vervolg) Systeem 2, hydrauliektype 1 S1 R1 S9 R2 S2 *3 Alleen als de functie via sturing van het contact wordt gerealiseerd (zie pagina 100). 68 5608 612 NL Relais- en sensor-ingangtoewijzingen Functies Relais R... Sensor S...
Inbedrijfstelling Systeem en hydraulisch type instellen (vervolg) Systeem 2, hydrauliektype 2 S1 R1 S9 R2 R4 5608 612 NL Relais- en sensor-ingangtoewijzingen Functies Relais R... Sensor S...
Inbedrijfstelling Systeem en hydraulisch type instellen (vervolg) Systeem 3, hydrauliektype 1 S1 R4 R1 S2 S4 *3 Alleen als de functie via sturing van het contact wordt gerealiseerd (zie pagina 100). 70 5608 612 NL Relais- en sensor-ingangtoewijzingen Functies Relais R... Sensor S...
Inbedrijfstelling Systeem en hydraulisch type instellen (vervolg) Systeem 3, hydrauliektype 2 S1 S2 R4 5608 612 NL Relais- en sensor-ingangtoewijzingen Functies Relais R... Sensor S...
Inbedrijfstelling Systeem en hydraulisch type instellen (vervolg) Systeem 3, hydrauliektype 3 S1 R1 S2 R2 S4 R4 *3 Alleen als de functie via sturing van het contact wordt gerealiseerd (zie pagina 100). 72 5608 612 NL Relais- en sensor-ingangtoewijzingen Functies Relais R... Sensor S...
Inbedrijfstelling Systeem en hydraulisch type instellen (vervolg) Systeem 4, hydrauliektype 1 S1 R1 S9 R2 S2 S4 5608 612 NL Relais- en sensor-ingangtoewijzingen Functies Relais R... Sensor S...
Inbedrijfstelling Systeem en hydraulisch type instellen (vervolg) Systeem 4, hydrauliektype 2 S1 R2 S2 R3 S4 R4 Relais- en sensor-ingangtoewijzingen Functies Relais R... Sensor S...
Inbedrijfstelling Systeem en hydraulisch type instellen (vervolg) Systeem 4, hydrauliektype 3 S1 R2 S2 R3 S4 R4 5608 612 NL Relais- en sensor-ingangtoewijzingen Functies Relais R... Sensor S...
Inbedrijfstelling Systeem en hydraulisch type instellen (vervolg) Systeem 4, hydrauliektype 4 S1 R1 S9 R2 R3 S2 S4 R4 *3 5 6 x x x x Alleen als de functie via sturing van het contact wordt gerealiseerd (zie pagina 100). 76 7 8 x x 9 x 5608 612 NL Relais- en sensor-ingangtoewijzingen Functies Relais R... Sensor S...
Inbedrijfstelling Systeem en hydraulisch type instellen (vervolg) Systeem 5, hydrauliektype 1 S1 R1 R2 S4 R4 S5 R5 5608 612 NL Relais- en sensor-ingangtoewijzingen Functies Relais R... 1 2 3 4 5 Bezetting door x x x x schema Functieblok 1 x Externe warmtewisx selaar (secundaire pomp aan R3) Extra functie x Functieblok 2 Boilerlading Bypass Functieblok 3 Algemene storingsmelding Onderdrukking naverwarming*3 *3 6 7 Sensor S...
Inbedrijfstelling Systeem en hydraulisch type instellen (vervolg) Systeem 5, hydrauliektype 2 S1 S2 R1 S4 R2 S5 R4 *3 Alleen als de functie via sturing van het contact wordt gerealiseerd (zie pagina 100). 78 5608 612 NL Relais- en sensor-ingangtoewijzingen Functies Relais R... Sensor S...
Inbedrijfstelling Systeem en hydraulisch type instellen (vervolg) Systeem 6, hydrauliektype 1 S1 S9 R2 S2 R4 S4 R5 S5 R6 5608 612 NL Relais- en sensor-ingangtoewijzingen Functies Relais R... 1 2 3 4 5 Bezetting door x x x x schema Functieblok 1 x Externe warmtewisx selaar (secundaire pomp aan R3) Extra functie x Functieblok 3 Algemene storingsmelding Onderdrukking naverwarming*3 *3 6 x 7 Sensor S...
Inbedrijfstelling Systeem en hydraulisch type instellen (vervolg) Systeem 6, hydrauliektype 2 S1 S9 R6 S2 R1 S4 R2 S5 R4 Relais- en sensor-ingangtoewijzingen Functies Relais R... 1 2 3 4 5 Bezetting door x x x x schema Functieblok 1 x Externe warmtewisx selaar (primaire pomp aan R3) Extra functie x Bypass Functieblok 3 Algemene storingsmelding Onderdrukking naverwarming*3 *3 6 x 7 Sensor S...
Inbedrijfstelling Systeem en hydraulisch type instellen (vervolg) Systeem 6, hydrauliektype 3 S1 S9 R1 R2 R3 R4 S4 R5 S5 R6 5608 612 NL Relais- en sensor-ingangtoewijzingen Functies Relais R... 1 2 3 4 5 Bezetting door x x x x x schema Externe warmtewisselaar (secundaire pomp aan R3) Bypass Functieblok 3 Algemene storingsmelding Onderdrukking naverwarming*3 *3 6 x 7 Sensor S...
Inbedrijfstelling Systeem en hydraulisch type instellen (vervolg) Systeem 7, hydrauliektype 1 S1 R1 R2 S4 R4 S5 R5 S6 R6 Relais- en sensor-ingangtoewijzingen Functies Relais R... 1 2 3 4 5 Bezetting door x x x x schema Functieblok 1 x Externe warmtewisx selaar (secundaire pomp aan R3) Extra functie x Bypass Functieblok 3 Algemene storingsmelding Onderdrukking naverwarming*3 *3 6 x 7 Sensor S...
Inbedrijfstelling Systeem en hydraulisch type instellen (vervolg) Systeem 7, hydrauliektype 2 S1 R1 S4 R2 S5 R4 S6 R5 Relais- en sensor-ingangtoewijzingen Functies Relais R... 1 2 3 4 5 Bezetting door x x x x schema Functieblok 1 x Externe warmtewisx selaar (primaire pomp aan R3) Extra functie x Functieblok 2 Parallelrelais Bypass Functieblok 3 Algemene storingsmelding Onderdrukking naverwarming*3 6 7 Sensor S...
Inbedrijfstelling Zonneverwarming van de verbruikers. De solarcircuitpomp wordt ingeschakeld en er vindt zonneverwarming van de verbruiker plaats: ■ Temperatuurverschil tussen boilertemperatuursensor en collectortemperatuursensor overschrijdt het inschakel-temperatuurverschil ”ΔTaan”. ■ Gestegen boven collector-minimumtemperatuur.
Inbedrijfstelling Zonneverwarming van de verbruikers. (vervolg) Collector-nooduitschakeling Bij het overschrijden van de temperatuur ”Tcolnooduit” wordt de zonnecircuitpomp uitgeschakeld. Het zonnesysteem gaat in stagnatie. Dan is verwarming van de verbruikers niet mogelijk. Opmerking Te hoge temperaturen kunnen tot materiële schade leiden. Let op de maximale bedrijfstemperaturen van alle componenten van het zonnesysteem. Hoofdmenu ”Solar” ■ ”Instelwaarde” – ”Tcolnooduit” Toestand bij levering: 130 °C.
Inbedrijfstelling Zonneverwarming van de verbruikers. (vervolg) ■ Tijdens de pendelpauzetijd controleert de solarregeling de stijging van de collectortemperatuur ”ΔT-col”. – Collectortemperatuur stijgt tijdens de pendelpauzetijd met ”ΔT-col”: Pendelpauzetijd begint opnieuw en wordt zolang voortgezet, tot ”ΔT...aan” voor de verbruikers met Voorrang 1 wordt overschreden.
Inbedrijfstelling Pomptype instellen Hoofdmenu ”Expert” ■ ”Aansturing 1” tot ”aansturing 4” Instelling realiseren overeenkomstig het aangesloten pomptype (zie volgende tabel). Pompen Standaard-zonnepompen ■ Zonder eigen toerentalregeling ■ Met eigen toerentalregeling Hoogrendement-pompen Pompen met PWM-ingang Parameter ”Aansturing” ”Puls” ”Aan/Uit” ”Aan/Uit” Opmerking Uitsluitend zonnepompen gebruiken, geen CVpompen.
Inbedrijfstelling Toerentalregeling activeren (vervolg) Bij overschrijden van het inschakel-temperatuurverschil ”ΔTaan” voor de betreffende pomp, wordt deze op het minimumtoerental ingeschakeld. Stijgt het inschakel-temperatuurverschil tot ”ΔTgew” (gewenste verschiltemperatuur), wordt het toerental bij iedere verhoging van de in ”Stijging” ingestelde waarde met 10 % verhoogd.. Hoofdmenu ”Solar” ■ ”Instelwaarde” – ”ΔTgew” tot ”ΔT4gew” Toestand bij levering: 10 K.
Inbedrijfstelling Toerentalregeling activeren (vervolg) Hoofdmenu ”Installatie” ■ ”Expert” – ”Regeling” – ”Stijging” Toestand bij levering: 2 K.
Inbedrijfstelling Solar-opties instellen (vervolg) Hoofdmenu ”Solar” ■ ”Opties” – ”Bypass”, ”Ja”. ■ ”Expert” – ”Sen.-bypass” 9 instellen voor sensor S9. – ”Bypass” ”Pomp” instellen. Bypass met zonnecel en collectortemperatuursensor CS S1 CS R1 R S1 R R1 Solarcel, aansluiting zie pagina 57. Solarcircuitpomp Bypass-pomp (op R2, R6 of R7) collectortemperatuursensor Hoofdmenu ”Solar” ■ ”Opties” – ”Bypass”, ”Ja”. – ”SZ-bypass”, ”Ja”. ■ ”Instelwaarde” – ”CS-byp.
Inbedrijfstelling Solar-opties instellen (vervolg) Externe warmtewisselaar ■ In installaties met meerdere verbruikers kan een enkele verbruiker of kunnen alle verbruikers via de externe warmtewisselaar worden verwarmd. Met de parameter ”WT-boiler” kan de toekenning van de verbruiker plaatsvinden. ■ De verbruikers worden hoogstens tot de ingestelde gewenste temperatuur ”Twwgew” verwarmd (aflevertoestand 60 °C). ■ Met relaistoewijzing afhankelijk van het gekozen systeem en hydraulische type.
Inbedrijfstelling Solar-opties instellen (vervolg) Warmtewisselaar-relais schakelt de zonnecircuitpomp (primaire pomp Rp) Voorbeeld: Systeem 3, hydraulisch type 2 S1 Rp Warmtewisselaar-relais schakelt de secundaire pomp Rs) Voorbeeld: Systeem 3, hydraulisch type 3 S1 R1 S9 S9 Rs 1 S2 R1 2 1 S4 R4 2 S4 S2 R2 R4 5608 612 NL ■ Bij het overschrijden van het inschakel- ■ Bij het overschrijden van het inschatemperatuurverschil ”ΔTaan” tussen kel-temperatuurverschil ”ΔTaan” tuscollectortemperatuurse
Inbedrijfstelling Solar-opties instellen (vervolg) Instellingen Hoofdmenu ”Solar” ■ ”Opties” – ”Systeem” – ”Hyd. type” – ”Ext. WT”, ”Ja”. ■ ”Expert” – ”WT-boiler” Toestand bij levering: ”Alle” – ”Sen.ext.WT VL” 9 instellen voor sensor S9. ■ ”Instelwaarde” – ”WT-ΔTaan”/”WT-ΔTuit” Toestand bij levering: 5K / 3K. Externe warmtewisselaar voor een verbruiker Warmtewisselaar-relais schakelt de secundaire pomp Rs) Systeem Hyd.
Inbedrijfstelling Solar-opties instellen (vervolg) Warmtewisselaar-relais schakelt de zonnecircuitpomp (primaire pomp Rp) Voorbeeld: Systeem 3, hydraulisch type 2 Verbruiker 1 wordt via de externe warmtewisselaar verwarmd. S1 Warmtewisselaar-relais schakelt de secundaire pomp Rs) Voorbeeld: Systeem 3, hydraulisch type 3 Verbruiker 1 wordt via de externe warmtewisselaar verwarmd.
Inbedrijfstelling Solar-opties instellen (vervolg) Instellingen Hoofdmenu ”Solar” ■ ”Opties” – ”Systeem” – ”Hyd. type” – ”Ext. WT”, ”Ja”. ■ ”Expert” – ”WT-boiler” 1 voor verbruiker 1 instellen. – ”Sen.ext.WT VL” 9 instellen voor sensor S9. ■ ”Instelwaarde” – ”WT-ΔTaan”/”WT-ΔTuit” Toestand bij levering: 5K / 3K. Koelfunctie ■ Met relais R3 (afhankelijk van het gekozen systeem en hydraulische type). ■ Functie voor warmteafvoer. ■ Deze functie kan alleen in de systemen 1 en 2 worden geactiveerd.
Inbedrijfstelling Solar-opties instellen (vervolg) Toestand bij levering: 30 s. – ”Int-Aan” Toestand bij levering: 7.00 tot 19.00 uur. – ”Int-Uit” Toestand bij levering: 7.00 tot 19.00 uur. Opmerking Van 19.00 tot 7.00 uur is de functie niet actief. Collectorkoelfunctie Opmerking De intrinsieke veiligheid van de solarinstallatie in elk geval door de correcte dimensionering van het expansievat garanderen, ook bij verder stijgende collectortemperatuur na het bereiken van alle grenstemperaturen.
Inbedrijfstelling Solar-opties instellen (vervolg) Terugkoelfunctie ■ Zonder relaistoewijzing. ■ De functie werkt uitsluitend op de verbruikers, waarvoor de functie ”Col.koelfct.” is geactiveerd. De functie werkt op de verbruikers in numerieke volgorde. Opmerking Ingeval de collectorkoelfunctie niet is geactiveerd, heeft de terugkoelfunctie effect op verbruiker 1.
Inbedrijfstelling Solar-opties instellen (vervolg) Parallelrelais ■ Met relaistoewijzing R5 of R7 (afhankelijk van het gekozen systeem en hydraulische type). ■ Parallel aan relais R1 wordt relais R5 of R6 geschakeld, bijvoorbeeld voor de aansturing van een omschakelklep. Hoofdmenu ”Solar” ■ ”Opties” – ”Par. Relais”, ”Ja”. Naverwarming onderdrukken Installatie met Vitotronic regeling met KM-BUS Zonder relaistoewijzing. ■ Functie actief: – Verbruiker wordt door de solarinstallatie verwarmd.
Inbedrijfstelling Solar-opties instellen (vervolg) 5608 612 NL Service ■ Via een weerstand wordt een circa 10 K hogere gemeten tapwatertemperatuur gesimuleerd (aansluitingen zie volgende tabel). ■ De verbruiker wordt pas door de verwarmingsketel verwarmd als de gewenste tapwatertemperatuur niet door de solarinstallatie wordt bereikt.
Inbedrijfstelling Solar-opties instellen (vervolg) Boilertemperatuursensor als PTC Boilertemperatuursensor als NTC A R7-R R7-A B R7-M R7-R R7-M R7-A A B C C D D E C Weerstand 20 Ω, 0,25 W (door de installateur te verzorgen) Aansluitruimte zonneregeling Aftakdoos (door de installateur te verzorgen) Naar de ketelcircuitregeling, aansluiting voor boilertemperatuursensor Boilertemperatuursensor van de ketelcircuitregeling Hoofdmenu ”Solar” ■ ”Opties” – ”CV-onder.”, ”Ja”. ■ ”Expert” – ”Verw.
Inbedrijfstelling Solar-opties instellen (vervolg) Boiler 2 (tot 4) aan ■ Zonder relaistoewijzing. ■ Met deze functie kunnen in een installatie met meerdere verbruikers (bijvoorbeeld warmwaterboiler en zwembad) verbruikers op de solaire verwarming worden aangesloten. ! Hoofdmenu ”Solar” ■ ”Opties” – ”ww2aan” tot ”ww4aan”. Toestand bij levering: ”Ja”. Opgelet Onderbreking of kortsluiting van de betreffende temperatuursensor wordt dan niet meer gemeld. Gebruik overschotwarmte ■ Zonder relaistoewijzing.
Inbedrijfstelling Installatieopties instellen (vervolg) ■ Signaal voor het inschakelen van de omlaadpomp via de KM-BUS van de ketelcircuitregeling. Daarmee wordt ook het onderste gedeelte van de warmwaterboiler tot de gewenste temperatuur verwarmd. ■ Stel op de ketelregeling via codeeradres ”58” in groep ”Warmwater” een 2e gewenste tapwatertemperatuur in. Bij geactiveerde functie wordt het tapwater tot deze waarde verwarmd. 4. Op de ketelcircuitregeling een 4e warmwaterfase instellen.
Inbedrijfstelling Installatieopties instellen (vervolg) A 29 30 31 32 33 34 35 B L N ? C M 1~ E F 5608 612 NL A Aansluitruimte van de zonneregeling B Hulprelais C Weerstand (door de installateur te verzorgen): PTC: 560 Ω NTC: 8,2 kΩ D Naar ketelcircuitregeling E Boilertemperatuursensor van de ketelcircuitregeling F Omlaadpomp Service D Hoofdmenu ”Installatie” ■ ”Opties” – ”Extra fct.”, ”Ja”. ■ ”Expert” – ”Sen-extra fct.” Toestand bij levering: 2 voor sensor S2.
Inbedrijfstelling Installatieopties instellen (vervolg) Boilerlading ■ Met relaistoewijzing R6 (afhankelijk van het gekozen systeem en hydraulische type). Uitsluitend activeerbaar in systemen 1 tot 5. ■ Verwarming van een verbruiker binnen een bepaald bereik. ■ De referentiesensoren kunnen worden bepaald via ”Sen-Th3” en ”SenTh4”. ■ Referentieparameters zijn de inschakel-temperatuur ”Th3aan” en de uitschakeltemperatuur ”Th3uit”. ■ Relais R6 aan: Bij daling onder ”Th3aan” op beide sensoren.
Inbedrijfstelling Installatieopties instellen (vervolg) FB 1 FB 2 FB 3 Thermost.1 (sensor S3) Th1aan Th1uit Thermost.3 (sensor S5) Th3aan Th3uit Thermost.5 (sensor S7) Th5aan Th5uit Thermost.2 (sensor S4) Th2aan Th2uit Thermost.4 (sensor S6) Th4aan Th4uit Thermost.
Inbedrijfstelling Installatieopties instellen (vervolg) Thermostaatfunctie Temperatuurverschilregeling (ΔT-regeling) Het betreffende relais Het betreffende relais schakelt afhankelijk van de schakelt in bij het overtemperatuur op de referen- schrijden van het inschatiesensor (zie de volgende kel-temperatuurvertabel). schil ”ΔTin” en uit bij daling onder het uitschakel-temperatuurverschil ”ΔTuit”.
Inbedrijfstelling Installatieopties instellen (vervolg) Voorbeelden Aansturing van de ketelcircuitpomp van een vastebrandstofketel S3 S5 R3 ΔT-Fct5 Th1aan > 65°C Th1uit < 60°C S3-S5 > ΔT5aan Gebruikte functies: ■ Thermostaatfunctie 1 ■ ”ΔT-Fct5” Hoofdmenu ”Installatie” ■ ”Opties” – ”Thermost. 1”, ”Ja”. – ”ΔT-Fct5”, ”Ja”. ■ ”Instelwaarde” – ”Th1aan” 65 instellen. – ”Th1uit” 60 instellen. – ”ΔT5aan” Toestand bij levering: 5 K. – ”ΔT5uit” Toestand bij levering: 3 K.
Inbedrijfstelling Installatieopties instellen (vervolg) Aansturing van een circulatiepomp S3 R3 Thermost.1 Schakelklok 1 R3 Th1aan < 50°C Th1uit > 55°C Gebruikte functies: ■ Thermostaatfunctie 1 ■ Schakelklok 1 Om een circulatiepomp aan te sturen, is activering van de schakelklok al voldoende. Met de sensor S3 in de circulatieleiding kan het inschakelen van de circulatiepomp bovendien nog afhankelijk van de temperatuur plaatsvinden. Hoofdmenu ”Installatie” ■ ”Opties” – ”Thermost. 1”, ”Ja”.
Inbedrijfstelling Warmtebalancering (vervolg) Balancering zonder volumemeting Opmerking Als de aanvoertemperatuursensor op een locatie wordt gepositioneerd, waar temperaturen boven 90 °C kunnen optreden, moet deze worden aangesloten op S1 of S9 (NTC 20 kΩ). ■ De balancering wordt gedetecteerd als de op ”Relais” ingestelde uitgang actief is. Voorbeeld Voor de balancering moeten de pomp op R1 en de sensoren S1 en S2 worden gebruikt. Hoofdmenu ”WMZ” ■ ”Opties” – ”WMZ1” of ”WMZ2”, ”Ja”. ■ ”Expert” – ”Sen.
Inbedrijfstelling Warmtebalancering (vervolg) Balancering met volumemeting Aansluiting GND 1 2 3 4 5 6 7 8 9 145 145 VBus PWM R4 PWM R3 PWM R2 PWM R1 Imp2 Imp1 CS10 S12 S11 S10 S9 S8 S7 S6 S5 S4 S3 S2 S1 A 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 B D C V2 V1 E ■ Balancering: Door bepaling van het verschil tussen aanvoer- en retourtemperatuur en het door de volumemeting geregistreerde debiet.
Inbedrijfstelling Warmtebalancering (vervolg) Opmerking Als de aanvoertemperatuursensor op een locatie wordt gepositioneerd, waar temperaturen boven 90 °C kunnen optreden, moet deze worden aangesloten op S1 of S9 (NTC 20 kΩ). 06 l/imp. m3/h 15 1 0,6 25 10 1,5 35 25 2,5 60 25 3,5 25 6,0 5608 612 NL Service Volumemeting Impulspercentage Nom. debiet Hoofdmenu ”WMZ” ■ ”Opties” – ”WMZ1” of ”WMZ2”, ”Ja”. ■ ”Expert” – ”Sen.aanvoer” Toestand bij levering: 1 voor sensor S1. – ”Sen.
Inbedrijfstelling SD-kaart ■ Op de SD-kaart worden de gewonnen gegevens dagsgewijs als tekstbestanden vastgelegd in een jaar- en maandmap (naamgeving volgens het schema ”JJJJMMDD.csv”). Binnen deze tekstbestanden wordt als scheidingsteken tussen de afzonderlijke waarden een TAB gebruikt. ■ De tekstbestanden kunnen bijvoorbeeld met een tabellencalculatieprogramma worden geopend. De waarden kunnen op deze wijze ook worden gevisualiseerd.
Inbedrijfstelling SD-kaart (vervolg) Datapunt Sensorbreukvenster (Indeling binair) Opmerking Weergave van de sensoringang met onderbreking. Daarbij staat het eerste bit voor sensor 1, het tweede voor sensor 2 enzovoort. Voorbeeld: 4064 Binaire code: 111111100000, dat wil zeggen: sensoringangen 6 tot 12 hebben onderbreking Opmerking Wanneer een sensor die voor deze systeemconfiguratie vereist is, onderbreking heeft, wordt een fout aan Vitosolic gemeld.
Inbedrijfstelling SD-kaart (vervolg) Datapunt Toerental relais ... in % Relaisgebruikvenster Foutenvenster (Indeling binair, grootte 2 bytes) Waarschuwingsvenster (Indeling binair, grootte 2 bytes) Regelaarversie Aanvoertemperatuur in °C Retourtemperatuur in °C Debiet in l/h Opmerking Relaisuitgangen, bijvoorbeeld voor pompen Pompen met PWM-ingang, toerental in % Standaard pompen, pomp ”uit” 0%, pomp ”aan” 100%. Weergave van de daadwerkelijk gebruikte relaisuitgangen.
Inbedrijfstelling SD-kaart (vervolg) Registratie starten 1. SD-kaart plaatsen. 2. Aan de solarregeling: Hoofdmenu ”SD-kaart” ■ ”Ja” instellen. ■ ”Interval” Toestand bij levering: 2 min. ■ ”Lineair log” (zie volgende tabel). Ja: Bij het bereiken van de capaciteitsgrens van de kaart wordt de registratie beëindigd. Er verschijnt de indicatie ”Kaart vol”.
Inbedrijfstelling SD-kaart (vervolg) SD-kaart formatteren Aan de solarregeling: Hoofdmenu ”SD-kaart” ■ ”Formatteren” Terwijl de procedure loopt, wordt ”Formatteren” getoond. De inhoud van de kaart wordt gewist en de kaart met het bestandssysteem FAT16 geformatteerd. Mogelijke indicaties Hoofdmenu ”SD-kaart” ”Geen kaart” ”Registratie” ”Resttijd” Geen kaart geplaatst of geplaatste kaart niet herkend. Dataregistratie actief. Aantal registratiedagen waarvoor de capaciteit van de kaart nog voldoende is.
Service-instellingen en -opvragingen Indicatie van meldingen activeren Er kan worden ingesteld, welke meldingen moeten worden weergegeven: ■ De melding ”ΔT te hoog” schijnt, wanneer het temperatuurverschil langer dan 20 min hoger is dan 50 K. Hoofdmenu ”Expert” – ”ΔT te hoog” Toestand bij levering: ”Ja”. ■ De melding ”Nachtcirc.” (nachtcirculatie) verschijnt, wanneer tussen 23.00 en 5.00 uur de collectortemperatuur hoger dan 40 °C is en de verbruiker wordt verwarmd.
Service-instellingen en -opvragingen Temperaturen en bedrijfstoestanden opvragen (vervolg) ”Meetwaarden:” Relais 3 Relais 6 Relais 7 Sensoren Sens. 1 tot Sens. 12 Omschrijving – Schakeltoestand relais R3, R6 en R7 °C Temperatuur sensoren 1 tot en met 12 Indicatie bij sensoronderbreking: 888.8 Indicatie bij sensorkortsluiting: −888.8 Opmerking De weergave van de temperatuur kan ook in °F (graden Fahrenheit) plaatsvinden (instelling ”temperatuureenheid” in het hoofdmenu ”Expert”). Intens.
Service-instellingen en -opvragingen Warmtehoeveelheden en temperaturen opvragen Beschrijving van de warmtebalans zie vanaf pagina 108. Terugzetten van de warmtehoeveelheid Hoofdmenu ”WMZ” ■ ”WMZ1” of ”WMZ2” ■ ”Taanv.” (warmtehoeveelheidsmeter-aanvoertemperatuur). ■ ”Tretour” (warmtehoeveelheidsmeter-retourtemperatuur). ■ ”Warmte” De volgende toetsen tijdens de weergave van de waarde indrukken: 1. OK ”Wissen?””Ja” verschijnt. 2. OK ter bevestiging.
Storingen oplossen Storingsmeldingen Als er in de installatie storingen optreden, knippert de schermverlichting en wordt ”Storing” aangegeven. 4. voor het opvragen van de storing. 5. OK voor de bevestiging. 30.04.2009 Tcol Twwo Storing 10:59 47,7 ℃ 35,4 ℃ Storing aflezen en bevestigen 6. voor het opvragen van overige storingen (zie volgende tabel). Opmerking Als een bevestigde storing niet wordt verholpen, verschijnt de melding opnieuw. De volgende toetsen indrukken: Meer sensorfouten 1.
Storingen oplossen Storingsmeldingen (vervolg) Storingen met weergave op het scherm Oorzaak Onderbreking van de aangegeven sensor. Kortsluiting van de aangegeven sensor. Tussen 23.00 en 5.00 uur: ■ Recirculatie via zwaarOpmerking tekracht (collectortemEen eventueel op het relais peratuur hoger dan R7 aangesloten meldin40 °C). richting groepsalarm wordt ■ Een solarcircuitpomp is niet ingeschakeld (zie ook ingeschakeld. pagina 54). ?ΔT te hoog Zie aanwijzing hiervoor.
Storingen oplossen Storingsmeldingen (vervolg) Weergave van de storingsoorzaak in combinatie met SD-kaart ”Meldingen” !Bestandssysteem !Foute kaart !Schrijffout !Schrijfbeveiliging Oorzaak De geplaatste kaart heeft niet het FAT16-bestandssysteem. Fout kaarttype geplaatst of geheugencapaciteit > 2 GB. Oplossing Kaart formatteren. Geen SD-HC-kaart plaatsen. Kaart met geheugencapaciteit ≤ 2 GB plaatsen. Fout bij het schrijven naar de Kaart vervangen. kaart.
Storingen oplossen Storingsmeldingen (vervolg) ■ Standaard-zonnepomp loopt niet. ■ PWM-pomp draait niet. Solarregeling vervangen. Werkspanning 230 V~ aan de pompaansluiting meten. ■ Geen bedrijfsspanning: Aansluiting en veiligheidstemperatuurbegrenzer controleren. Als het relais ondanks handmatige bediening geen spanning heeft, is de solarregeling defect. ■ Bedrijfsspanning staat erop: De pomp zit vast of is defect. Werkspanning 230 V~ aan de pompaansluiting meten.
Storingen oplossen Sensoren controleren 100 Weerstand in kΩ 10 1 B 0,1 0 20 25 40 Temperatuur in °C 60 80 100 A 120 140 A NTC 20 kΩ bij 25 °C B NTC 10 kΩ bij 25 °C 1. Betreffende sensor afklemmen en weerstand meten. 2. Meetresultaat vergelijken met werkelijke temperatuur (opvragen zie pagina 117). Bij sterke afwijking montage controleren en eventueel sensor vervangen.
Storingen oplossen Zekering vervangen R1 R2 R3 R4 R5 R6 R7-R R7-M R7-A A L N B 29 30 31 32 33 34 35 N N N N N N N A Aansluitruimte zonneregeling B Zekering, T6, 3A 5608 612 NL Service Aansluitruimte van de zonneregeling openen. Reservezekering bevindt zich in de zekeringhouder.
Onderdelenlijst Onderdelenlijst Aanwijzing voor bestelling van reserveonderdelen Vermeld het bestel- en het serienummer (zie typeplaatje) evenals het positienummer van het onderdeel (van deze onderdelenlijst). Courante onderdelen zijn in de plaatselijke vakhandel verkrijgbaar.
Technische gegevens 204 Technische gegevens 250 Nominale spanning Nominale frequentie Nominale stroomsterkte Opgenomen vermogen Beschermingsklasse Beschermingsgraad 47 230 V∼ 50 Hz 6A 6W (in standby-modus 0,9 W) II IP 20 D volgens EN 60529, door opbouw / inbouw te garanderen Type 1 B conform EN 60730-1 Werkwijze Toegestane omgevingstemperatuur ■ in bedrijf 0 tot +40 °C Gebruik in woningen en verwarmde ruimtes (normale omgevingsvoorwaarden) ■ bij opslag en transport −20 tot +65 °C 5608 612 NL Servic
Overzicht van de menustructuur Overzicht van de menustructuur A B L K H Solar Terug Instelwaarden Balanswaarden Opties Expert C Installatie Terug Instelwaarden Opties Expert E WMZ Terug WMZ1 WMZ2 Opties F Expert Terug ΔT te hoog Nachtcir. Meldrelais Sensoren Uitgangen Tijd Display Taal A B C D E F 128 Zie pagina 117. Zie pagina 119, 121 en 122 Zie vanaf pagina 129. Zie pagina 118. Zie vanaf pagina 136. Zie vanaf pagina 140. G H K L D G Ja Ja Nee Zie vanaf pagina 141. Zie pagina 61.
Overzicht van de installatieparameters Hoofdmenu ”Solar” Instelwaarden Beschrijving Toestand levering Instelbereik Twwgew Gew. temperatuur verbruiker 1. Gewenste temperatuur bij ”wwgew” = ”Ja”*4 2. Gewenste temperatuur bij ”wwgew” = ”Ja”*4 Gew. temperatuur verbruiker 2 1. Gewenste temperatuur bij ”ww2gew” = ”Ja”*4 2. Gewenste temperatuur bij ”ww2gew” = ”Ja”*4 Gew. temperatuur verbruiker 3 1. Gewenste temperatuur bij ”ww3gew” = ”Ja”*4 2. Gewenste temperatuur bij ”ww3gew” = ”Ja”*4 Gew.
Overzicht van de installatieparameters Hoofdmenu ”Solar” (vervolg) Beschrijving Toestand levering Instelbereik ΔTaan Inschakel-temperatuurverschil voor de solarcircuitpomp*5 Uitschakel-temperatuurverschil voor de solarcircuitpomp*6 Temperatuurverschil voor start van de toerentalregeling Inschakel-temperatuurverschil voor verbruiker 2*5 Uitschakel-temperatuurverschil voor verbruiker 2*6 Temperatuurverschil voor start van de toerentalregeling Inschakel-temperatuurverschil voor verbruiker 3*5 Uitschakel-t
Overzicht van de installatieparameters Hoofdmenu ”Solar” (vervolg) Solarinstelw: Beschrijving Overschot ww. Voorrang ww1 Voorrang ww2 Voorrang ww3 Voorrang ww4 WT-ΔTaan Verbruiker voor warm- 1 teafvoer Volgorde waarin de 1 verbruikers moeten worden verwarmd 2 CS-byp. Interval Tcolgew 5608 612 NL *5 *6 *7 Instelbereik Ingestelde waarde 1 t/m 4 Afhankelijk van het aantal verbruikers van 1 tot en met 4 3 4 Inschakel-temperatuurverschil voor secundaire pomp van de ext.
Overzicht van de installatieparameters Hoofdmenu ”Solar” (vervolg) Solarinstelw: Beschrijving Toestand levering Instelbereik Tcolmax Collector-maximumtemperatuur*8 Collector-uitschakeltemperatuur*8 110 °C 80 tot 160 ℃ 130 °C 110 tot 200 ℃ Tcolnooduit Ingestelde waarde Opmerking Bij 200 °C is de functie niet actief. Opties Beschrijving Systeem Systeem Hyd. type Hydraulisch type Bypass Bypass-schakeling met collectortemperatuur- en bypass-sensor/solarcel Ext.
Overzicht van de installatieparameters Hoofdmenu ”Solar” (vervolg) Solar-opties: Beschrijving ww 3 aan ww 4 aan Overschotw. Boiler 3 aan Boiler 4 aan Alleen in combinatie met systemen 3 t/m 7: Warmteafvoer als ”Twwgew” (in ”solar-instelw.”) van de geselecteerde verbruiker is bereikt.
Overzicht van de installatieparameters Hoofdmenu ”Solar” (vervolg) Solar-expert: Beschrijving Toestand levering ww3gew Verwarming tot 2e gew. waarde verbruiker 2 Verwarming tot 2e gew. waarde verbruiker 4 Referentiesensor voor uitschakelen van de solarcircuitpomp, afhankelijk van ”Twwgew” (beïnvloedt niet de temperatuurverschilregeling). Bijvoorbeeld een sensor in het bovenste gedeelte van de verbruiker. Zie hierboven. Zie hierboven. Zie hierboven.
Overzicht van de installatieparameters Hoofdmenu ”Solar” (vervolg) Bij geactiveerde intervalfunctie ”Colinterv.” (in ”Solaropties”): Begin van de intervalfunctie Int-Uit Bij geactiveerde intervalfunctie ”Colinterv.” (in ”Solaropties”): Einde van de intervalfunctie Verw.onder. ww Bij geactiveerde onderdrukking naverwarming: Verbruikers waarvoor de functie moet gelden WT-boiler Verbruikers die via de externe warmtewisselaar moeten worden verwarmd Sen.ext.WT VL Sensor die voor de functie ”Ext.
Overzicht van de installatieparameters Hoofdmenu ”Installatie” Instelwaarden Beschrijving Tijd Datum t-start — — Starttijd voor de extra functie voor de tapwaterverwarming Thermostaat-inschakeltemperatuur functieblok 1 Thermostaat-uitschakeltemperatuur functieblok 1 Thermostaat-inschakeltemperatuur functieblok 1 Thermostaat-uitschakeltemperatuur functieblok 1 Inschakel-temperatuurverschil functieblok 1 Uitschakel-temperatuurverschil functieblok 1 Th1aan Th1uit Th2aan Th2uit ΔT5aan ΔT5uit Schakelklok 1 t
Overzicht van de installatieparameters Hoofdmenu ”Installatie” (vervolg) Schakelklok 2 t1–aan t1–uit t2–aan t2–uit t3–aan t3–uit Th5aan Th5uit Th6aan Th6uit ΔT7aan ΔT7uit Schakelklok 3 t1–aan t1–uit t2–aan t2–uit t3–aan t3–uit Beschrijving Toestand levering Instelbereik Ingestelde waarde Periode functieblok 2 00:00 00:00 tot 23:45 Thermostaat-inschakeltemperatuur functieblok 3 Thermostaat-uitschakeltemperatuur functieblok 3 Thermostaat-inschakeltemperatuur functieblok 3 Thermostaat-uitschakeltempe
Overzicht van de installatieparameters Hoofdmenu ”Installatie” (vervolg) Inst.opties: Beschrijving thermost.
Overzicht van de installatieparameters Hoofdmenu ”Installatie” (vervolg) Beschrijving Toestand levering Instelbereik Sen-extra fct.
Overzicht van de installatieparameters Hoofdmenu ”Installatie” (vervolg) Inst.expert: Beschrijving Regeling ΔT5 Toerentalregeling van de pomp voor de ΔT5-regeling (ΔTgew = 10 K) ■ Stijging Toestand levering Instelbereik 2 1 t/m 20 Ingestelde waarde Hoofdmenu ”WMZ” (warmtehoeveelheidsmeter) Opties WMZ opties: WMZ 1 WMZ 2 Beschrijving Toestand levering Warmtehoeveelheidsme- Nee ting met balancering Warmtehoeveelheidsme- Nee ting met balancering Ingestelde waarde Expert Sens.
Overzicht van de installatieparameters Hoofdmenu ”WMZ” (warmtehoeveelheidsmeter) (vervolg) WMZ 1 expert:/ WMZ 2 expert: Beschrijving Toestand levering Instelbereik Vol.zender Bij aanwezige volumemeting. Wordt alleen getoond als ”Vol.zender” op ”Ja” is ingesteld: Het door de volumemeting geregistreerde debiet. Wordt alleen getoond als ”Vol.zender” op ”Nee” is ingesteld: Debiet Relais waarop de betreffende verbruiker is aangesloten. Nee — 1l/imp 1 tot 99 l/imp. 5l 1 tot 20 l/min 1 1 t/m 7 Vol.
Overzicht van de installatieparameters Hoofdmenu ”Expert” (vervolg) ■ Solarcelcomp. ■ SC-offset ■ Temp.eenh. ■ Sensor 1 ■ Sensor 2 ■ Sensor 3 ■ Sensor 4 ■ Sensor 5 ■ Sensor 6 ■ Sensor 7 ■ Sensor 8 ■ Sensor 9 ■ Sensor 10 ■ Sensor 11 ■ Sensor 12 Uitgangen ■ Min.toer. 1 ■ Min.toer. 2 ■ Min.toer. 3 ■ Min.toer.
Overzicht van de installatieparameters Hoofdmenu ”Expert” (vervolg) Expert: Beschrijving ■ VBus Activering van de VBUS ■ Auto. zomer ■ Tijd UTC (tijd op de nulmeridiaan, d.w.z. CET min 1 uur) Overname van de tijd Ja van de ketelcircuitregeling via KM-BUS. Automatische Ja omschakeling zomer-/wintertijd (uitsluitend, wanneer voor ”KMBustijd” ”Nee” is ingesteld). Tijd voor de omschakeling zomer-/wintertijd (uitsluitend, wanneer voor ”KMBustijd” ”Nee” is ingesteld).
Elektronicaprintplaten Elektronicaprintplaten In combinatie met de volgende functies moet in de aangegeven ketelcircuitregelingen de elektronicaprintplaat worden vervangen: ■ Onderdrukking van de naverwarming door de verwarmingsketel ■ Extra functie voor de tapwaterverwarming, gerealiseerd door de solarregeling Elektronicaprintplaat Bestelnummer 7828 192 Bestelnummer 7831 930 Bestelnummer 7828 194 5608 612 NL Regeling Vitotronic 200, type KW1, Bestelnummer 7450 351, 7450 740 Vitotronic 200, type KW2, B
Verklaringen Conformiteitsverklaring Wij, Viessmann Werke GmbH & Co KG, D-35107 Allendorf, verklaren op eigen verantwoordelijkheid dat het product Vitosolic 200 met de volgende normen overeenstemt: EN 55 014-1 EN 60 730 Overeenkomstig de bepalingen van de volgende richtlijnen wordt dit product met _ gekenmerkt: 2004/108/EG 2006/95/EG Allendorf, 1. juli 2011 Viessmann Werke GmbH&Co KG 5608 612 NL Service ppa.
Index Index B Balancering zonder volumemeting...109 Balanswaarden opvragen................118 Bedieningscode invoeren...................61 Bedieningselementen........................60 Bedrijfstoestanden opvragen...........117 Begrenzing minimumtemperatuur collector..................................................85 Bescherming tegen brandwonden.......6 Bevestiging waardeverandering.........60 Bijkomende functie voor de tapwateropwarming...........................................137 Boilerlading.........
Index Index (vervolg) O Onderdelenlijst.................................126 Opvragen ■ balanswaarden.............................118 ■ Bedrijfstoestanden........................117 ■ meldingen.....................................119 ■ pomptoerental...............................117 ■ Temperaturen...............................117 Overzicht van de elektrische aansluitingen.....................................................49 Overzicht van de menustructuur......128 P Parallelrelais.........................
Index Index (vervolg) Artikel nr.: 7418202 7440854 7501825 Viessmann Nederland B.V. Postbus 322 2900 AH Capelle a/d IJssel Tel. : 010-458 44 44 Fax : 010-458 70 72 e-mail : info-nl@viessmann.com www.viessmann.com 148 5608 612 NL Geldig voor Technische wijzigingen voorbehouden. Z Zekering vervangen.........................125 Zomer-wintertijd omzetting...............