Montage- en servicehandleiding VIESMANN voor de vakman Elektronische temperatuurverschilregeling Vitosolic 100 type SD1 Geldigheidsverwijzing zie laatste pagina VITOSOLIC 100 5442 250 NL 10/2009 Bewaren a.u.b.
Veiligheidsvoorschriften Veiligheidsvoorschriften Volg deze veiligheidsvoorschriften nauwkeurig op ter voorkoming van lichamelijk letsel en materiële schade. Toelichting bij veiligheidsvoorschriften Gevaar Dit teken waarschuwt voor persoonlijk letsel. ! Opgelet Dit teken waarschuwt voor materiële schade en schade aan het milieu. Werkzaamheden aan de installatie ■ Installatie spanningsvrij schakelen (bijv. met de afzonderlijke zekering of een hoofdschakelaar) en op aanwezige spanning controleren.
Veiligheidsvoorschriften Veiligheidsvoorschriften (vervolg) Bijkomende componenten, reserveonderdelen en slijtende onderdelen Opgelet Reserveonderdelen en slijtende onderdelen die niet met de installatie werden getest, kunnen de werking nadelig beïnvloeden. De montage van componenten die niet zijn toegestaan evenals de wijziging en ombouw zonder toestemming kan de veilige werking nadelig beïnvloeden en de garantie beperken.
Inhoudsopgave Inhoudsopgave Montagehandleiding Montagehandleiding Montagehandleidingen......................................................................................... 6 Installatievoorbeeld 1........................................................................................... 6 Installatievoorbeeld 2........................................................................................... 11 Installatievoorbeeld 3..............................................................................
Inhoudsopgave Inhoudsopgave (vervolg) Vorstbeschermingsfunctie.................................................................................... Terugkoelfunctie................................................................................................... Intervalfunctie....................................................................................................... Warmtebalancering..............................................................................................
Montagehandleiding Montagehandleidingen Gevaar Afhankelijk van de installatieconfiguratie kunnen warmwatertemperaturen van meer dan 60 °C voorkomen. Warmwater met temperaturen boven 60 ºC veroorzaakt brandwonden. Om de temperatuur op 60 ºC te begrenzen een menginrichting, bijv. een thermostatische mengautomaat (accessoire), installeren. Als bescherming tegen brandwonden op het tappunt een mengarmatuur monteren.
Montagehandleiding Installatievoorbeeld 1 (vervolg) In de ketelcircuitregeling 2 wordt via codeeradres „67“ een 3e gewenste tapwatertemperatuur ingesteld (instelbereik 10 tot 95 ºC). Deze waarde moet onder de 1e gewenste tapwatertemperatuur liggen. De warmwaterboiler qP wordt pas door de verwarmingsketel 1 verwarmd (solarcircuitpomp R1 eE loopt), als deze gewenste waarde niet met de solarinstallatie kan worden bereikt.
Montagehandleiding Installatievoorbeeld 1 (vervolg) 2 qQ 3 KM-BUS qT 5442 250 NL eE eW eQ P eP qR S1 S2 eZ qP qW R2 R1 qE 230 V/50 Hz 2 1 4 1 M Hydraulisch installatieschema ID: 4605028_0906_02 8
Montagehandleiding Installatievoorbeeld 1 (vervolg) Benodigde apparaten 5442 250 NL Montage ID: 4605028_0906_02 Pos.
Montagehandleiding Installatievoorbeeld 1 (vervolg) Elektrisch installatieschema 230 V / 50 Hz eZ eI 21 20 ? 15 19 18 ? 14 eU M 1~ R1 eE STB qW 17 16 ? 13 145 12 11 Laagspanning 230 V / 50 Hz M 1~ R2 qT KM-BUS 2 10 9 6 5 4 3 2 1 SOL qQ COL eQ 5442 250 NL ID: 4605028_0906_02 10
Montagehandleiding Installatievoorbeeld 2 Hoofdcomponenten ■ Viessmann zonnecollectoren ■ Multivalente verwarmingswaterbuffer Vitocell 340-M of Vitocell 360-M met geïntegreerde tapwaterverwarming, met of zonder laagladingsysteem ■ Vitosolic 100, type SD1 ■ Solar-Divicon ■ Wandtoestel op gas vanaf type – Vitodens 200-W, type WB2B Functiebeschrijving 5442 250 NL Tapwateropwarming met zonne-energie Als het temperatuurverschil tussen collectortemperatuursensor S1eQ en boilertemperatuursensor S2qQ groter is
Montagehandleiding Installatievoorbeeld 2 (vervolg) Tapwateropwarming zonder zonneenergie Ruimteverwarming zonder zonneenergie Het bovenste gedeelte van de verwarmingswaterbuffer qP wordt door de verwarmingsketel 1 verwarmd. De geïntegreerde tapwaterwisselaar/spiraal wordt door het omgevende bufferwater verwarmd. De boilertemperatuurregeling met boilertemperatuursensor qZ van de ketelcircuitregeling 2 schakelt de 3-weg omschakelkleprZ.
Montagehandleiding Installatievoorbeeld 2 (vervolg) Vereiste coderingen op de ketel- en verwarmingscircuitregeling Codering 51:1 53:3 5442 250 NL Montage 5b:1 Functie De interne circulatiepomp wordt alleen ingeschakeld als de brander in bedrijf is (met vertraging uit) Installatie zonder tapwatercirculatiepomp: De 3-weg omschakelklep rZ is op uitgang sK van de interne uitbreiding H1 of H2 aangesloten Interne omschakelklep zonder functie (warmwaterboiler achter de 3-weg-omschakelklep rZ aangesloten) 13
Montagehandleiding Installatievoorbeeld 2 (vervolg) rZ 5/21 2 HR3 HR2 HV2/HR1 wW HV1 M qE 5/28 KM-BUS qQ 5442 250 NL eE eW eQ P eP qW qZ qT S1 S2 eZ qP R2 R1 qR 230 V/50 Hz 1 5 M Hydraulisch installatieschema ID: 4605029_0906_02 14
Montagehandleiding Installatievoorbeeld 2 (vervolg) 5442 250 NL ID: 4605029_0906_02 Pos.
Montagehandleiding Installatievoorbeeld 2 (vervolg) Elektrisch installatieschema Vitosolic 100 230 V / 50 Hz eZ eI 21 20 ? 15 eU 19 18 ? 14 M 1~ 17 16 ? 13 145 12 11 Laagspanning 230 V / 50 Hz R1 eE STB qW A 10 9 6 5 4 3 2 1 SOL qQ KOL eQ 5442 250 NL ID: 4605029_0906_02 16
Montagehandleiding Installatievoorbeeld 2 (vervolg) Regeling gaswandtoestel 2 L 230 V / 50 Hz ? 230 V / 50 Hz 3 lH lH 4 lH ? fÖ ? 1 5 gD aBJ sÖ ? sK ? sK ? sA ? M 1~ sK ? M ZP qE 1~ Montage fÖ rZ gÖ Laagspanning aVG 2 1 % STS qZ 4 5 qT 6 7 5442 250 NL 6 aVG 2 1 2 aVG 1 2 aVG 1 2 A ID: 4605029_0906_02 17
Montagehandleiding Installatievoorbeeld 3 Vitodens — tapwaterverwarming met verswatermodule en ondersteuning van de ruimteverwarming met verwarmingswaterbuffer Hoofdcomponenten ■ Viessmann zonnecollectoren ■ Verswatermodule ■ Verwarmingswaterbuffer Vitocell 140E of Vitocell 160-E ■ Vitosolic 100, type SD1 ■ Solar-Divicon ■ Wandtoestel op gas vanaf type – Vitodens 200-W, type WB2B Bij gebruik van een verswatermodule met geïntegreerde circulatiepomp kan voor de optimale laagvorming van het retourwater in de
Montagehandleiding Installatievoorbeeld 3 (vervolg) Onderdrukking van de naverwarming van de warmwaterboiler door de verwarmingsketel In de ketelcircuitregeling 2 wordt via codeeradres „67“ een 3e gewenste tapwatertemperatuur ingesteld (instelbereik 10 tot 95 ºC). Deze waarde moet onder de 1e gewenste tapwatertemperatuur liggen. De verwarmingswaterbuffer rP wordt pas door de verwarmingsketel verwarmd (solarcircuitpomp R1 eE loopt), als deze gewenste waarde niet door de solarinstallatie kan worden bereikt.
Montagehandleiding Installatievoorbeeld 3 (vervolg) Vereiste instellingen op de solarregeling Parameter ANL Toestand Beschrijving Instelling levering 1 Zonder extra functie voor de tapwaterverwar1 ming DT E 8° C Inschakel-temperatuurverschil voor zonnecircuitpomp aan R1 DT A 4 °C Uitschakel-temperatuurverschil voor zonnecircuitpomp aan R1 S SL 60 °C Gewenste boilertemperatuur (zie pagina 52) Overige functies zie hoofdstuk ”Functiebeschrijving” vanaf pagina 48. Opmerking ”DT E” kan min.
Montagehandleiding Installatievoorbeeld 3 (vervolg) Montage M qP M qQ HR3 HR4 HR2 HV1 HV2 rQ rE rW eE eW 5442 250 NL eQ rR qE P eP rP HV3/HR1 KM-BUS S1 S2 eZ qW R2 R1 230 V/50 Hz rZ M 2 1 Hydraulisch installatieschema ID: 4605030_0906_2 21
Montagehandleiding Installatievoorbeeld 3 (vervolg) Benodigde apparaten 5442 250 NL ID: 4605030_0906_2 Pos.
Montagehandleiding Installatievoorbeeld 3 (vervolg) Elektrisch installatieschema Vitosolic 100 eI 21 20 ? 15 eU 19 18 ? 14 M 1~ 17 16 ? 13 145 12 11 Laagspanning 230 V / 50 Hz R1 eE Montage 230 V / 50 Hz eZ STB rR A 10 9 6 5 4 3 2 1 SOL rQ KOL eQ 5442 250 NL ID: 4605030_0906_2 23
Montagehandleiding Installatievoorbeeld 3 (vervolg) Regeling gaswandtoestel 2 Laagspanning 230 V / 50 Hz fÖ lH L 230 V / 50 Hz ? 3 lH 4 lH gD aBJ sK ? sK ? ? 1 M 1~ % rZ STS rW 4 5 6 7 rE A 5442 250 NL ID: 4605030_0906_2 24
Montagehandleiding Installatievoorbeeld 3 (vervolg) R4 R3 R2 R1 R5-A R5-M R5-R GND S1 S2 S3 S4 S5 S6 S7 Regeling verswatermodule L N N Montage ? qP M 1~ qE qW qQ qR ?N L 230 V / 50 Hz ID: 4605030_0906_2 Installatievoorbeeld 4 5442 250 NL Tapwateropwarming met updatesysteem voor zonne-energie Voor dit installatievoorbeeld zijn er 2 regelingstechnische varianten: ■ Variant A: Omlading met sensor S3 in de warmwaterboiler 2 (bestand) Verschiltemperatuurregeling ■ Variant B: Omlading met sensor
Montagehandleiding Installatievoorbeeld 4 (vervolg) Functiebeschrijving Tapwateropwarming met zonne-energie Als het temperatuurverschil tussen collectortemperatuursensor S1 eQ en boilertemperatuursensor S2 qQ groter is dan het inschakel-temperatuurverschil DT E, wordt de solarcircuitpomp R1 eE ingeschakeld en de warmwaterboiler qP wordt verwarmd.
Montagehandleiding Installatievoorbeeld 4 (vervolg) In de ketelcircuitregeling 2 wordt via codeeradres „67“ een 3e gewenste tapwatertemperatuur ingesteld (instelbereik 10 tot 95 ºC). Deze waarde moet onder de 1e gewenste tapwatertemperatuur liggen. De warmwaterboiler 2 qI wordt pas door de verwarmingsketel 1verwarmd (solarcircuitpomp R1 eE loopt), als deze gewenste waarde niet door de solarinstallatie kan worden bereikt.
Montagehandleiding Installatievoorbeeld 4 (vervolg) Parameter N HE Lev.-toe- Beschrijving Instelling stand 40° C Inschakel-temperatuur voor omlaadpomp aan WWGewl + 4 K R2 N HA 45 °C Uitschakel-temperatuur voor omlaadpomp aan WWGewl + 2 K R2 S Sl 60 °C Gewenste boilertemperatuur (zie pagina 52) Overige functies zie hoofdstuk ”Functiebeschrijving” vanaf pagina 48. Opmerking ■ ”DT E” kan min. 0,5 K boven ”DT A” en max. 0,5 K onder ”DT S” (zie pagina 50) worden ingesteld. ■ ”DT A” kan max.
Montagehandleiding Installatievoorbeeld 4 (vervolg) 3 qI 2 5442 250 NL qP 1 qUqW B eE eW eQ qQ P qT eP qR eZ KM-BUS S1 S2 S3 qE R2 R1 A qU 230 V/50 Hz 2 1 Montage 2 4 1 M Hydraulisch installatieschema ID: 4605031_0906_01 A/B Beschrijving van de varianten zie pagina 26.
Montagehandleiding Installatievoorbeeld 4 (vervolg) Benodigde apparaten 5442 250 NL ID: 4605031_0906_01 Pos.
Montagehandleiding Installatievoorbeeld 4 (vervolg) Elektrisch installatieschema eI 21 20 ? 15 19 18 ? 14 eU M 1~ R1 eE STB qW 17 16 ? 13 145 12 11 Laagspanning 230 V / 50 Hz Montage 230 V / 50 Hz eZ M 1~ R2 qT KM-BUS 2 10 9 6 5 4 3 2 1 qU SOL qQ COL eQ 5442 250 NL ID: 4605031_0906_01 31
Montageverloop Solarregeling monteren Montageplaats in de buurt van de warmwaterboiler kiezen met inachtname van de elektrische aansluitingen en de kabellengtes. 3. 2x 155 4. 5. 6. 2. 15 0 1. 5442 250 NL Voor het sluiten van de regeling elektrische aansluitingen maken en kabels van trekontlasting voorzien.
Montageverloop Overzicht van de elektrische aansluitingen T4A 250 V R1 R2 A E P = 2 VA AC 250 V 0,8 A AC 250 V 4(2) A IP 20, l, T40 230 V 50 Hz S2 3 4 S3 5 6 B PWM + 9 10 145 11 12 C D GND A Aansluitruimte van de solarregeling B Sensoringangen C PWM-signaal voor zonnecircuitpomp D KM-BUS N R2 N R1 N L 13 14 15 16 17 18 19 20 21 E Zekering, T 4,0 A R1 Halfgeleiderrelais (voor toerentalregeling geschikt) R2 Elektromechanisch relais Zonnecircuitpomp Te gebruiken pompen Standaard-solarpompen Me
Montageverloop Zonnecircuitpomp (vervolg) Montage In het pompstation Solar-Divicon bevindt zich de circulatiepomp met aansluitkabel. Andere pompen moeten gekeurd zijn en volgens de fabrikantgegevens worden gemonteerd. Aparte montage- en servicehandleiding Aansluiting 3-aderige kabel met een kabeldoorsnede van 0,75 mm2. Nom. stroom: 0,8 A Opmerking Pompen met een opgenomen vermogen van meer dan 190 W moeten via een extra relais (koppelrelais) worden aangesloten.
Montageverloop Zonnecircuitpomp (vervolg) Pomp met PWM-ingang A A Aansluitruimte van de solarregeling Montage M 1~ R1/PWM Solarcircuitpomp Pomp/klep aan uitgang R2 Montage Pomp en klep moeten gekeurd zijn en volgens de fabrikantgegevens worden gemonteerd. Aansluiting Nom. stroom: max 4(2) A 5442 250 NL 3-aderige kabel met een kabeldoorsnede van 0,75 mm2.
Montageverloop Pomp/klep aan uitgang R2 (vervolg) A M 1~ A Aansluitruimte van de solarregeling B B Pomp of klep Veiligheidstemperatuurbegrenzer Een veiligheidstemperatuurbegrenzer in de verbruiker is nodig als per m2 absorberoppervlak minder dan 40 liter boilervolume beschikbaar is. Met de montage worden temperaturen van meer dan 95 °C in de verbruiker veilig vermeden. Opmerking Bij Vitocell 100 het max. aansluitbare collectoroppervlakte in acht nemen.
Montageverloop Veiligheidstemperatuurbegrenzer (vervolg) C Solarcircuitpomp D Verdeeldoos (van installateur) A M 1~ C Montage D B A Aansluitruimte van de solarregeling B Veiligheidstemperatuurbegrenzer Temperatuurinstelling Toestand bij levering: 120 °C Omzetting op 95 °C vereist Montagehandleiding veiligheidstemperatuurbegrenzer Collectortemperatuursensor Montage Montagehandleiding collector 5442 250 NL Aansluiting Sensor op S1 (klemmen 1 en 2) aansluiten.
Montageverloop Boilertemperatuursensor Montage Vindt plaats met de haakse sok. Montagehandleiding warmwaterboiler Aansluiting Sensor op S2 (klemmen 3 en 4) aansluiten. Verlenging van de aansluitkabel: 2-aderige kabel met een kabeldoorsnede van 1,5 mm2. Opmerking De kabel mag niet bij 230/400-voltkabels worden geïnstalleerd. Temperatuursensor Montage 1. 2. 4. 5442 250 NL 3.
Montageverloop Temperatuursensor (vervolg) Opmerking Sensor niet met isolatieband omwikkelen. Dompelhuls afdichten. Aansluiting Opmerking De kabel mag niet bij 230/400-voltkabels worden geïnstalleerd. Montage Sensor op S3 (klemmen 5 en 6) aansluiten. Verlenging van de aansluitkabel: 2-aderige kabel met een kabeldoorsnede van 1,5 mm2. Netaansluiting Voorschriften De voedingskabel naar de solarregeling moet volgens de voorschriften beveiligd zijn.
Montageverloop Netaansluiting (vervolg) Netaansluiting (230 V~) maken via een tweepolige netschakelaar van de installateur. Deze vrijschakeling moet gebeuren met een scheidingsinrichting die tegelijk alle niet-geaarde geleiders met een min. contactopening van 3 mm scheidt. A B ? N L C Gevaar Verkeerde aansluiting van aders kan tot ernstig letsel en materiële schade aan het toestel leiden.
Inbedrijfstelling Netspanning inschakelen 1. Controleren of alle elektrische aansluitingen goed zijn uitgevoerd. 2. Controleren of de veiligheidstemperatuurbegrenzer (indien nodig) is aangesloten. 4. Controleren van welk type de aangesloten solarcircuitpomp is en parameter ”RPM” instellen (zie pagina 33 en 43). 3. Netspanning inschakelen, de solarregeling doorloopt een initialisatiefase. De solarregeling staat op automatische werking.
Inbedrijfstelling Navigeren door het menu (vervolg) / / Cursor-toetsen Navigatie in het menu Cursor-toetsen Voor waarde-instelling Knipperend ”SET” betekent dat waarden kunnen worden gewijzigd. Oproepen van het menu In de symboolregel van het display wordt aangegeven met welke toetsen de instellingen en opvragingen gebeuren. Opmerking De weergave gaat na ca. 4 min naar de weergave van de collectortemperatuur als verder geen instellingen worden aangebracht.
Inbedrijfstelling Installatieschema instellen De volgende toetsen indrukken: 3. 1. 4. OK ter bevestiging. ”ANL 1” en het overeenkomstige schema verschijnen in het display. voor het gewenste schema. Installatieschema zie vanaf pagina 51. 2. OK ”SET” knippert. Installatieparameters instellen De volgende toetsen indrukken: 3. OK ”SET” knippert. 1. 4. voor de gewenste waarde. 2. ”ANL” en het overeenkomstige schema verschijnen in het display. / 5. OK ter bevestiging.
Inbedrijfstelling Relaistest uitvoeren (vervolg) 4. / 5. OK voor de gewenste instelling. Auto Regelwerking On in (100%) ”Æ” en ”” resp. ”Ô verschijnt en ”¨” knippert. OFF Uit ”Æ” verschijnt en ”¨” knippert. ter bevestiging. 5442 250 NL 6. Na beëindiging van de relaistest ”Auto” instellen.
Servicecontrole Temperaturen en bedrijfstoestanden opvragen Afhankelijk van de installatieconfiguratie en de instellingen kunnen met de toetsen / de volgende waarden worden opgevraagd: Weergave op display COL TSPU S3 n1 n2 hP1 hP2 KWh MWh Omschrijving °C Collectortemperatuur °C Tapwatertemperatuur °C Temperatuur aan een eventueel aangesloten sensor S3 % Relatief toerental van de zonnecircuitpomp Status van het relais R2: OFF: Relais uit On: Relais aan h Bedrijfsuren van het toestel aan uitgang R1 (solarc
Storingen oplossen Storingsmeldingen Mogelijke indicaties: –88.8 Kortsluiting sensor 888.8 Onderbreking sensor Storingen van de sensoren: ■ Displayverlichting knippert ■ Sensorsymbool in het installatieschema knippert snel ■ ¨ knippert Opmerking Met de toetsen / kunnen meer opvragingen worden uitgevoerd.
Storingen oplossen Sensoren controleren (vervolg) Technische gegevens Sensor NTC Beschermingsgraad Toegest. omgevingstemperatuur ■ tijdens werking ■ bij opslag en transport 10 kΩ bij 25 °C IP 53 20 kΩ bij 25 °C IP 53 -20 tot +90 ℃ −20 tot + 70 °C −20 tot + 200 °C −20 tot + 70 °C Zekering vervangen A B A Aansluitruimte solarregeling B Zekering, T4 A 5442 250 NL Service Aansluitruimte van de solarregeling openen. Reservezekering bevindt zich in de zekeringhouder.
Functiebeschrijving Overzicht van de parameters 5442 250 NL Al naargelang de installatieconfiguratie kunnen de volgende parameters worden ingesteld: WeerParameter Toestand Instelbereik Installatiegave levering schema ANL Installatieschema 1 1–10 — DT E Inschakel-temperatuurver8 °C 1,5 – 20 °C schil voor zonnecircuitpomp R1 DT E < DT S DT A Uitschakel-temperatuurver4 °C 1,0 – 19,5 °C 1 t/m 9 schil voor zonnecircuitpomp R1 S SL Gewenste boilertempera60 °C 4 – 90 °C tuur (zie pagina 52) DT 1E Inschakel-temp
Functiebeschrijving Overzicht van de parameters (vervolg) OKX KMX OKN KMN OKF KFR PRIO ISP tUMW ORUE ORK DT 3E DT 3A MX3E MX3A MN3E MN3A NH E Collector-grenstemperatuur (zie pagina 61) Collectorkoelfunctie (maximale collectortemperatuurbegrenzing) (zie pagina 61) Minimale collectortemperatuurbegrenzing (zie pagina 61) Vorstbeschermingsfunctie (zie pagina 62) Volgorde waarin de verbruikers worden beladen Onderbrekingsduur van de pomploop, pendelpauzentijd Interval van de onderbreking Terugkoelfunctie (z
Functiebeschrijving Overzicht van de parameters (vervolg) n1MN*1 DT S*1 ANS*1 DT 1S*1 ANS1*1 DT 2S*1 ANS2*1 HND1 HND2 PROG VERS *1 Parameter Warmtebalancering (zie pagina 63) Toestand Instelbereik Installatielevering schema OFF OFF/On 5,0 l/min 0,1 – 20 l/min Toerentalregeling (zie pagina 63) Min. toerental (zie pagina 63) Verschiltemperatuur voor start van de toerentalregeling (zie pagina 63) Stijging (zie pagina 63) Verschiltemperatuur voor start van de toerentalregeling (verbruiker 1).
Functiebeschrijving Installatieschema Met de solarregeling kunnen 10 installatieschema's worden gerealiseerd. De keuze gebeurt via de parameter ”ANL” (zie pagina 43).
Functiebeschrijving Installatieschema (vervolg) ”ANL” = 1— basisschema Bivalente tapwateropwarming, met onderdrukking van de naverwarming door de verwarmingsketel in combinatie met regelingen met KM-BUS Weergave op display Temperatuurverschil-regeling Registratie van het temperatuurverschil tussen collectortemperatuursensor S1 en boilertemperatuursensor S2.
Functiebeschrijving Installatieschema (vervolg) ”ANL” = 2 Bivalente tapwateropwarming met onderdrukking van de naverwarming door de verwarmingsketel in combinatie met regelingen zonder KM-BUS en/of aansturing van de secundaire pomp van een externe warmtewisselaar Weergave op display Onderdrukking van de naverwarming door de verwarmingsketel in combinatie met regelingen zonder KMBUS ■ Het relais R2 wordt parallel met de zonnecircuitpomp ingeschakeld.
Functiebeschrijving Installatieschema (vervolg) Boilertemperatuursensor als PTC IP 20, l, T40 A 230 V 50 Hz N R2 N R1 N L 13 14 15 16 17 18 19 20 21 ? Boilertemperatuursensor als NTC 50 Hz N R2 N R1 N L 13 14 15 16 17 18 19 20 21 ? B B C C D D E C Weerstand 20 Ω, 0,25 W (van installateur) E C Weerstand 10 kΩ, 0,25 W (van installateur) Aansluitruimte solarregeling Hulprelais Naar de ketelcircuitregeling, aansluiting voor boilertemperatuursensor Boilertemperatuursensor van de ketelcircuitregel
Functiebeschrijving Installatieschema (vervolg) ”ANL” = 3 Bivalente tapwateropwarming en thermostaatfunctie Weergave op display Thermostaatfunctie Voor deze functie wordt uitgang R2 gebruikt. Het relais R2 schakelt afhankelijk van de temperatuur aan S3 (zie volgende tabel). Door het vastleggen van de inschakel- en uitschakeltemperatuur kunnen verschillende werkwijzen worden bereikt: ”NH E” < ”NH A” ”NH E” > ”NH A” Bijv. voor naverwarming Bijv.
Functiebeschrijving Installatieschema (vervolg) 1. KM-BUS op klemmen 11 en 12 in de solarregeling aansluiten. 2. Op de ketelregeling de 2e gewenste tapwatertemperatuur coderen. Montage- en servicehandleiding ketelcircuitregeling 3. Op de ketelcircuitregeling de 4. warmwaterfase instellen. Gevaar Warmwater met temperaturen boven 60 ºC veroorzaakt brandwonden. Om de temperatuur op 60 ºC te begrenzen een menginrichting, bijv. een thermostatische mengautomaat (accessoire), installeren.
Functiebeschrijving Installatieschema (vervolg) ”ANL” = 7 Bivalente tapwateropwarming en omlading Weergave op display Registratie van het temperatuurverschil tussen collectortemperatuursensor S2 en boilertemperatuursensor S3.
Functiebeschrijving Installatieschema (vervolg) ”ANL” = 9 5442 250 NL Bivalente tapwateropwarming, extra functie en omlading met sensor S3 in de warmwaterboiler 1 (update) Weergave op display De circulatiepomp R2 neemt de omlading (zie pagina 57) en de extra functie (zie pagina 55) over.
Functiebeschrijving Installatieschema (vervolg) 5442 250 NL Bivalente tapwateropwarming, verwarming van een 2de verbruiker via 3-wegomschakelklep Weergave op display Temperatuurverschil-regeling Registratie van het temperatuurverschil tussen collectortemperatuursensor S1 en boilertemperatuursensor S2. ■ Zonnecircuitpomp R1 aan: Overschrijden van ”DT 1E” Verbruiker 1 wordt verwarmd.
Functiebeschrijving Installatieschema (vervolg) Verbruiker 1 Parameter DT 1E DT 1A S1 SL Toestand bij levering 8,0 K 4,0 K 60 °C Instelbereik 1,5 – 20,0 K 1,0 – 19,5 K 4 – 90 °C 8,0 K 4,0 K 60 °C Instelbereik 1,5 – 20,0 K 1,0 – 19,5 K 4 – 90 °C Opmerking ”DT 1E” kan min. 0,5 K boven ”DT 1A” en max. 0,5 K onder ”DT 1S” (zie pagina 50) worden ingesteld. ”DT 1A/” kan max. 0,5 K onder ”DT 1E” worden ingesteld. Verbruiker 2 Parameter DT 2E DT 2A S2 SL Toestand bij levering Opmerking ”DT 2E” kan min.
Functiebeschrijving Collector-grenstemperatuur Bij overschrijden van de temperatuur ”NOT” wordt de zonnecircuitpomp ter bescherming van de installatiecomponenten uitgeschakeld; het symbool ”¨” knippert. Instelparameter NOT Waarde voor ”NOT” instellen. (zie pagina 43). Toestand bij levering 130 °C Instelbereik 110 – 200 °C Opmerking Bij de instelling 200 ºC is de functie niet actief. Collectorkoelfunctie Instelparameter KMX 1. ”OKX” op ”On” zetten (zie pagina 43). 2. Waarde voor ”KMX” instellen.
Functiebeschrijving Minimale collectortemperatuurbegrenzing (vervolg) 1. ”OKN” op ”On” zetten (zie pagina 43). Instelparameter KMN 2. Waarde voor ”KMN” instellen. Toestand bij levering 10 °C Instelbereik 10 – 90 °C Vorstbeschermingsfunctie Deze functie uitsluitend activeren bij gebruik van water als warmte-overdrachtsmedia. Als de collectortemperatuur onder de waarde ”KFR” daalt, wordt de zonnecircuitpomp ingeschakeld om collectorschade te vermijden.
Functiebeschrijving Intervalfunctie Bij installaties met ongunstig geplaatste collectortemperatuursensor deze intervalfunctie activeren om tijdsvertraging bij het registreren van de collectortemperatuur te verhinderen. Hiervoor wordt de zonnecircuitpomp bij een stijging van de collectortemperatuur met 2 K gedurende 30 s ingeschakeld. ”ORK” op ”On” zetten (zie pagina 43).
Functiebeschrijving Toerentalregeling (vervolg) Opmerking Bij gebruik van pompen met een eigen toerentalregeling voor ”RPM” 0 instellen. Bij overschrijden van ”DT E” wordt de zonnecircuitpomp ingeschakeld. Instelparameter n1MN DT S ANS Stijgt het temperatuurverschil tot ”DT S” (temperatuurverschil voor start van de toerentalregeling), wordt het toerental bij elke verhoging van de in ”ANS” (stijging) ingestelde waarde met 10% verhoogd.
Onderdelenlijst Onderdelenlijst Aanwijzing voor bestelling van reserveonderdelen Vermeld het bestelnr. en het serienr. (zie typeplaatje) evenals het positienummer van het onderdeel (van deze onderdelenlijst). Courante onderdelen zijn in de plaatselijke vakhandel verkrijgbaar.
Technische gegevens 204 Technische gegevens 170 Nom. spanning Nom. frequentie Nominale stroomsterkte Opg. vermogen Beschermingsklasse Beschermingsgraad Werkwijze Toegest.
Appendix Appendix In combinatie met de volgende functies moet in de aangegeven ketelcircuitregelingen de elektronicaprintplaat worden vervangen: ■ Onderdrukking van de naverwarming door de verwarmingsketel ■ Extra functie voor de tapwaterverwarming, gerealiseerd door de solarregeling Elektronicaprintplaat Bestelnr. 7828 192 Bestelnr. 7828 193 Bestelnr. 7824 030 5442 250 NL Service Regeling Vitotronic 200, type KW1, Bestelnr. 7450 351, 7450 740 Vitotronic 200, type KW2, Bestelnr.
Verklaringen Conformiteitsverklaring Wij, Viessmann Werke GmbH & Co KG, D-35107 Allendorf, verklaren op eigen verantwoordelijkheid dat het product Vitosolic 100 met de volgende normen overeenstemt: EN 55 014-1 EN 60 730 Dit product wordt met _ gekenmerkt volgens de bepalingen van de volgende richtlijnen: 2004/108/EG 2006/95/EG Allendorf, 1 oktober 2009 Viessmann Werke GmbH&Co KG 5442 250 NL vert.
Index Index A Automatische werking..................41, 43 B Bescherming tegen brandwonden. 6, 56 Bijkomende functie voor de tapwateropwarming............................55 Boilertemperatuurbegrenzing.............52 Boilertemperatuursensor....................38 C Collector-grenstemperatuur...............61 Collectorkoelfunctie............................61 Collectortemperatuursensor...............37 Conformiteitverklaring........................68 E Externe warmtewisselaar...................
Index Index (vervolg) Z Zekering vervangen...........................47 Zonnecircuitpomp..............................33 5442 250 NL W Waarden wijzigen...............................43 Warmtebalancering............................63 Werkwijze bij de bediening................
5442 250 NL
chloorvrij gebleekt papier Gedrukt op milieuvriendelijk, Viessmann Nederland B.V. Postbus 322 2900 AH Capelle a/d IJssel Tel. : 010-458 44 44 Fax : 010-458 70 72 e-mail : info@viessmann.nl www.viessmann.com Technische wijzigingen voorbehouden. Geldig voor de solarregeling Vitosolic 100, type SD1 Bestelnr. 7438 086 Bestelnr. 7418 199 Bestelnr. 7418 200 Bestelnr.