User manual

Afbeelding 10
15
17. Het mastbord (25) resp. mastborden, worden nu op de aanwezige
gaten aan de voorkant van de mast (8) door insteken en plakken
bevestigd. Bij seinen met twee mastborden komt het korte mastbord
tussen de twee seinvleugels en het langere bord onder de onderste
seinvleugel (afbeelding 10).
18. Nu wordt de imitatie van de touwtrommel (26) in de houder - d.w.z. de
4 gaten - aan het masteinde (8) gestoken en met een druppel secon-
delijm vastgezet (afbeelding 10).
19. Het onderstuk van de nep-aandrijfkast (27) wordt volgens afbeelding
10 in de hiervoor bestemde gaten aan de zijkant van de mast (8)
geplakt. Let hierbij op dat de kast op de voorkant uitsteekt en aan de
achterkant gelijklopend met de mast afsluit (zie afbeelding).
Aansluitend het bovenstuk (28) opplakken.
20. De steldraadmof (29) op de gegolfde kant van de steldraad (30) resp.
de steldraden (bij 211222 zijn dit twee) schuiven. Hierna de steldraad
vanaf boven door de hiervoor bestemde opening van de grondplaat (6)
resp. (7) steken en de steldraadmof (29) in de desbetreffende lus van
het stelmechanisme (15) inklinken. Bij 211222 moet de sterk gebogen
steldraad (30) op de bovenste mechaniek geklikt worden en uit het
achterste gat van de grondplaat (7) geleid worden. De steldraad voor
de onderste vleugel voert aan de aandrijfkast in de grondplaat (7).
21. Afsluitend moeten nog de posities van de afdekschermen en de
vleugels op de assen met verlichte lantaarns gecorrigeerd worden,
zodat de seinposities volgens voorbeeld te zien zijn en de scherm-
schijven de bijhorende lichtkleur produceren.
14
Door het meegeleverde bord met de
benaminglabels is het mogelijk
om uw nieuwe modelsein individueel
volgens voorbeeld te beplakken.
of