User manual

PC Oscilloscope PCSU10005
© 2005 ... Velleman
TIME/DIV
Selecteer de doorlooptijd van 1 horizontale divisie op het scherm
Een stilstaand beeld kan eenvoudig vergroot worden door de TIME/DIV schakelaar te gaan verzetten
(ZOOM-functie).
TRIGGER On/Off
Keuze tussen triggeren (ON) of vrijloop (OFF).
TRIGGER Level
Selecteer het signaal niveau waarop getriggerd moet worden. Het triggerniveau wordt links op het
scherm weergegeven dmv een streepje.
TRIGGER Channel
Keuze van de trigger bron (CH1, CH2 of EXT).
TRIGGER Edge
Selecteer de trigger flank :
Stijgende flank : Triggering wanneer een stijgende flank van het signaal het triggerniveau bereikt.
Dalende flank : Triggering wanneer een dalende flank van het signaal het triggerniveau bereikt.
>|<
Reset het X-positie referentie punt van de triggering.
Het triggering referentiepunt wordt weergegeven als een vertikaal streepje onderaan het scherm.
RUN
Selecteer voor continu aanpassen van het scherm (RUN). Heraanklikken van de toets bevriest het
signaal op uw scherm.
SINGLE
Wanneer de toets is ingedrukt en het trigger niveau is bereikt, wordt het scherm éénmaal aangepast.
X-POSITION SCROLLBAR
(onder het Waveform venster).
Laat toe het signaal in de X-richting te verschuiven. Het triggerpunt wordt aangegeven dmv een
vertikaal streepje.
S/L
Selectietoets voor een lineaire (L) of een vloeiende (S) interpolatie. Een lineaire interpolatie verbindt
de data punten met een rechte lijn. Een vloeiende interpolatie verbindt de data punten afgerond.
Deze
vlotte interpolatie geeft een betere golfvorm weer aan de hoogste sinusfrequenties.
Lineaire
interpolaties zijn beter voor 'trap' signalen (bv blokgolf). De S/L selectie heeft enkel effect bij een
TIME/DIV instelling van 0.2 en 0.1us
Opmerking:
Een interpolatie van de sinus kan onjuiste top-top signalen weergeven, aan frequenties
hoger dan 5MHz.
1GS/s
Deze 1GS/s bemonsteringswaarde is enkel praktisch voor 0.2us/div., 0.1us/div., 0.05us/div. en
0.02us/div. standen.
CH1 + CH2
CH1 - CH2
XY Plot
INV. CH2
Deze toets verschijnt enkel in de wiskundige functie. Dit zorgt ervoor dat men van een wiskundige
instelling naar een normale instellingen kan gaan en omgekeerd.
Tip: Gebruik het wieltje van uw muis om het trigger-niveau en de Y-positie van de traces fijn te
regelen.