Operation Manual
VMB1TS handleiding – editie 3 5
VELBUSEIGENSCHAPPEN
2-draadscommunicatie voor de Velbusdata en 2 draden voor de voeding
Dataoverdracht: 16,6 kbit/s
Serieel dataprotocol: CAN (Controller Area Network)
Kortsluitvast (naar de min of plus van de voeding)
Led-indicatie bij ontvangst en verzenden van data over de Velbus
Busfoutindicatie: 2 maal kort flitsen van de leds
Zelfherstellend na 25 seconden bij een busfout
Aan de sensormodule kan een naam van maximum 16 karakters toegekend worden.
De temperatuursensormodule kan de volgende berichten versturen:
• uitgangstoestand
• manuele drukknoppentoestand
• sensortoestand
• sensortemperatuur, minimum en maximum temperatuur
• tijdsstatistieken (tijdsduur verwarming/koeler aan)
• sensorinstellingen
• sensorconfiguratie
• moduletype (inclusief zonenummer en softwareversie)
• sensor naam
• geheugeninhoud
• communicatiefoutenteller
De temperatuursensormodule kan de volgende commando’s versturen:
• de toestand van de leds op een drukknopmodule aanpassen
• doven van leds op een drukknopmodule
• doen branden van leds op een drukknopmodule
• traag doen knipperen van leds op een drukknopmodule
• zeer snel doen knipperen van leds op een drukknopmodule
• de gewenste temperatuur voor de gekoppelde sensor om een verschilthermostaat te maken
De temperatuursensormodule kan de volgende berichten ontvangen:
• de toestand van een drukknopmodule
• programmabeschikbaarheid
De temperatuursensormodule kan de volgende commando’s ontvangen:
• Instellen van:
de gewenste temperatuur
de gewenste comforttemperatuur om te verwarmen
de gewenste dagtemperatuur om te verwarmen
de gewenste nachttemperatuur om te verwarmen
de antivries beveiligingstemperatuur
de verwarmingslimiet
de gewenste comforttemperatuur om te koelen
de gewenste dagtemperatuur om te koelen
de gewenste nachttemperatuur om te koelen
de ondergrens van het koelinstelbereik
de bovengrens van het koekinstelbereik
de hysteresis
de calibratiefactor voor de sensor
het temperatuurverschil om snel te verwarmen/ koelen of voor de verschilthermostaat
de alarmtemperaturen
de standaard tijdsduur voor de tijdelijke mode
het zonenummer
het adres van de gekoppelde sensor om een verschilthermostaat te maken
• Instellen om:
te verwarmen
te koelen.
• Lokale bediening:
vergrendelen
ontgrendelen










