Operation Manual
VMB1TS handleiding – editie 3
39
VERSCHILTHERMOSTAAT
Met twee sensoren kan een verschilthermostaat gemaakt worden. Als het temperatuurverschil tussen die twee
sensoren een bepaalde waarde overschrijdt, kan een relaiskanaal geactiveerd worden.
Hiervoor moet op één van de twee sensoren het adres van de tweede sensor bekend gemaakt worden. De
tweede sensor moet vervolgens gelinkt worden met een relaiskanaal. Het te overschrijden temperatuurverschil
om het relaiskanaal te activeren, wordt op de eerste sensor ingesteld.
De instellingen kunnen via de temperatuurcontroller VMB1TC of met het Velbuslinkprogramma gebeuren.
Schematische voorstelling verschilthermostaat (sensor2 in verwarmingsmode):
SENSOR1
SENSOR2
t1
Instellingen:
t2
Instellingen:
Verschilsensor = adres sensor2 verwarmen
Temp. Verschil ∆t = -10°...10°
Verwarmer aan als t1+ ∆t > t2
Gemeten temp t1 + ∆t
= Gewenste temperatuur voor sensor2
Opmerking:
als t1+ ∆t > t
mode2
dan gewenste temp sensor2 = t
mode2
(mode2 = antivries, nacht, dag of comfort)
Schematische voorstelling verschilthermostaat (sensor2 in koelmode):
SENSOR1
SENSOR2
t1
Instellingen:
t2
Instellingen:
Verschilsensor = adres sensor2 Koelen
Temp. Verschil ∆t = -10°...10°
Koeler aan als t1+ ∆t < t2
Gemeten temp t1 +
∆
t
= Gewenste temperatuur voor sensor2
Opmerking:
als t1+ ∆t < t
mode2
dan gewenste temp sensor2 = t
mode2
(mode2 = standby, nacht, dag of comfort)
Hierna volgen enkele toepassingen van een verschilthermostaat:










