Operation Manual
26 VMB1TS handleiding – editie 3
BEDIENEN OP AFSTAND
De sensormodule kan lokaal bediend worden maar kan ook op afstand bediend worden door de
temperatuurcontroller VMB1TC (zie handleiding controller).
De sensormodule kan ook nog op afstand bediend worden door drukknoppen die aangesloten zijn op de Velbus.
Er kunnen drukknoppen gedefinieerd worden om:
• de sensormodule in de comfortstand te plaatsen
• de sensormodule in de dagstand te plaatsen
• de sensormodule in de nachtstand te plaatsen
• de sensormodule in de antivriesstand te plaatsen
• de sensormodule in de verwarmingsmode te plaatsen
• de sensormodule in de koelmode te plaatsen
• de lokale bediening van de sensormodule te vergrendelen
• de lokale bediening van de sensormodule te ontgrendelen
Voor elke bedieningsfunctie kunnen er tot 10 verschillende drukknoppen toegekend worden.
Het toekennen van dergelijke drukknoppen kan het eenvoudigst gebeuren door gebruik te maken van het
Velbuslinkprogramma via een pc aangesloten op de Velbusinterface (VMB1USB, VMB1RS of VMBRSUSB).
Het kan echter ook zonder gebruik te maken van een computer.
Onthoud het adres van de sensormodule om het later terug te kunnen plaatsen.
Stel het adres van de sensormodule in op de functie waarvoor drukknoppen moeten aangeleerd worden.
A
dres
leermode
Knipperende indicatieled
s
Functi
e
F1
Drukknoppen die de sensormodule in
de comfortstand plaatsen
E1
Drukknoppen die de sensormodule in
de dagstand plaatsen
D1
Drukknoppen die de sensormodule in
de nachtstand plaatsen
C1
Drukknoppen die de sensormodule in
de antivriesstand plaatsen
B1
Drukknoppen die de sensormodule op
de verwarmingsmode instellen
A
1
Drukknoppen die de sensormodule op
de koelmode instellen
91
Drukknoppen die de lokale bedienin
g
op de sensormodule vergrendelen
81
Drukknoppen die de lokale bedienin
g
op de sensormodule ontgrendelen
Een bepaalde drukknop toevoegen gebeurt door deze lang in te drukken totdat zijn indicatieled knippert.
Lukt dit niet, dan is het maximum aantal aan te leren drukknoppen bereikt.
Plaats nadien het adres van de sensormodule terug op zijn oorspronkelijke waarde.










