Operation Manual
VMB1TC Temperatuurcontroller handleiding – rev 3.0 93
VERSCHILTHERMOSTAAT
Met twee sensoren kan een verschilthermostaat gemaakt worden. Als het temperatuurverschil tussen die twee sensoren
een bepaalde waarde overschrijdt, kan een relaiskanaal geactiveerd worden.
Hiervoor moet op één van de twee sensoren het adres van de tweede sensor bekend gemaakt worden. De tweede
sensor moet vervolgens gelinkt worden met een relaiskanaal. Het te overschrijden temperatuurverschil om het
relaiskanaal te activeren, wordt op de eerste sensor ingesteld.
Om nu een verschilthermostaat te bekomen zal de gemeten temperatuur van de eerste sensor vermeerderd of
verminderd met zijn ingestelde temperatuurverschil om de 6 seconden doorgestuurd worden als de gewenste
temperatuur voor de tweede sensor.
De instellingen kunnen via de temperatuurcontroller VMB1TC of met het Velbuslinkprogramma gebeuren.
Schematische voorstelling verschilthermostaat (sensor2 in verwarmingsmode):
SENSOR1
SENSOR2
t1
Instellingen:
t2
Instellingen:
Verschilsensor = adres sensor2 verwarmen
Temp. Verschil ∆t = -10°...10°
Verwarmer aan als t1+ ∆t > t2
Gemeten temp t1 + ∆t
= Gewenste temperatuur voor sensor2
Opmerking:
als t1+ ∆t > t
mode2
dan gewenste temp sensor2 = t
mode2
(mode2 = antivries, nacht, dag of comfort)
Schematische voorstelling verschilthermostaat (sensor2 in koelmode):
SENSOR1
SENSOR2
t1
Instellingen:
t2
Instellingen:
Verschilsensor = adres sensor2 Koelen
Temp. Verschil ∆t = -10°...10°
Koeler aan als t1+ ∆t < t2
Gemeten temp t1 + ∆t
= Gewenste temperatuur voor sensor2
Opmerking:
als t1+ ∆t < t
mode2
dan gewenste temp sensor2 = t
mode2
(mode2 = standby, nacht, dag of comfort)
Hierna volgen enkele toepassingen van een verschilthermostaat:










