VMB1TC Temperatuurcontrollermodule voor het Velbussysteem
INHOUD INHOUD ............................................................................................................................................... 2 OMSCHRIJVING.................................................................................................................................. 4 EIGENSCHAPPEN .............................................................................................................................. 4 VELBUSEIGENSCHAPPEN.............................................
Maximum koeltemperatuur ............................................................................................................................................... 60 Hysteresistemperatuur ..................................................................................................................................................... 61 Temperatuurverschil ..................................................................................................................................................
OMSCHRIJVING De temperatuurcontroller (VMB1TC) vormt samen met één of meerdere temperatuursensoren (VMB1TS) en relaismodules (VMB1RY of VMB4RY) een programmeerbare thermostaat om een verwarming- of koelinstallatie te besturen. De verschillende sensoren kunnen ingesteld, bediend en geprogrammeerd worden vanaf één locatie door middel van deze temperatuurcontroller. Meerdere controllers op verschillende locaties zijn toegelaten.
Programmatie • Een programmastap kan een sensor op een bepaald tijdstip laten overschakelen tussen de comfort-, dag-, nacht- of antivriesstand. • Mogelijkheid om programma’s in te voeren die betrekking hebben op alle sensoren of op de sensoren van • een bepaalde zone. • Tot 31 programmastappen kunnen opgeslagen worden voor iedere sensor of zone.
VELBUSEIGENSCHAPPEN • • • • • • • 2-draadscommunicatie voor de Velbusdata en 2 draden voor de voeding Dataoverdracht: 16,6 Kbit/s Serieel dataprotocol: CAN (Controller Area Network) Kortsluitvast (naar de min of plus van de voeding) Ledindicatie bij ontvangst en verzenden van data over de Velbus Busfoutindicatie: 2 maal kort flitsen van de leds Zelfherstellend na 25 seconden bij een busfout Aan de temperatuurcontrollermodule kan een naam van maximum 16 karakters toegekend worden.
• • • • • De minimum en/of maximum temperatuur resetten De tijdstatistieken van een sensor resetten De deblokkering voor het ventiel en/of circulatiepomp in of uitschakelen Het schrijven naar het sensorgeheugen Het adres van de gekoppelde sensor voor een verschilthermostaat te maken De temperatuurcontrollermodule kan de volgende berichten ontvangen: • Het sensortype • De sensornaam • De sensortemperatuur • De sensortoestand • De sensorinstellingen • De sensortijdstatistieken • De sensorprogrammastap De te
INBOUW VAN DE TEMPERATUURCONTROLLER De temperatuurcontroller VMB1TC kan samen met een Velbusafdekplaat VMBFDG of VMBFLG ingebouwd worden. Duw hiervoor de modules langs achter in de afdekplaat. Er kan ook gebruik gemaakt worden van een 3-modulen breed inbouwframe met afdekplaat uit de BTicino Living serie. De module moet langs voren in het inbouwframe geklikt worden. Er kan ook gebruik gemaakt worden van een 3-modulen breed inbouwframe met afdekplaat uit de BTicino Light of Light Tech serie.
INBOUW VAN EEN TEMPERATUURSENSOR De temperatuursensor VMB1TS kan samen met twee blinde plaatjes VMBFBI en een Velbusafdekplaat VMBFDG of VMBFLG ingebouwd worden. Duw hiervoor de modules langs achter in de afdekplaat. Er kan ook gebruik gemaakt worden van een 2 of 3-modulen breed inbouwframe met afdekplaat uit de BTicino Living serie. De module moet langs voren in het inbouwframe geklikt worden.
INBOUW VAN EEN TEMPERATUURCONTROLLER SAMEN MET EEN SENSOR De controller (VMB1TC) kan samen met een sensor (VMB1TS) in een 4-modulen breed inbouwframe met afdekplaat uit de BTicino Living serie ingebouwd worden. De module moet langs voren in het inbouwframe geklikt worden. De controller (VMB1TC) kan samen met een sensor (VMB1TS) in een 4-modulen breed inbouwframe met afdekplaat uit de BTicino Light of Light Tech serie ingebouwd worden. De module moet langs voren in het inbouwframe geklikt worden.
OVERZICHT VERWARMINGSINSTALLATIE Een verwarmingsinstallatie bestaat over het algemeen uit radiators of convectoren, een ketel, circulatiepomp en een collector voorzien van ventielen voor iedere radiatorgroep. Ieder lokaal wordt voorzien van een temperatuurvoeler VMB1TS die beheerd wordt door één of meerdere temperatuurcontrollers VMB1TC. De voelers sturen op hun beurt relaismodules VMB4RY (of VMB1RY) die de ventielen bedienen.
AANSLUITING Om de Velbusmodules met elkaar te verbinden gebruikt men best een twisted-pair kabel (EIB 2x2x0.8mm2, UTP 8x0.51mm - CAT5 of gelijkwaardig). Indien er veel modules (meer dan 10) op de kabel aangesloten zijn of bij zeer lange leidingen (langer dan 50m) is het 2 belangrijk om de draaddoorsnede voldoende dik te voorzien (0.5mm of meer). Sluit de bus aan op de module (let op de polariteit). Verbind de 12V tot 18V gelijkspanning met de module (let op de polariteit).
Bedrading relaiskast VMB1TC Temperatuurcontroller handleiding – rev 3.
Afsluiter Normaal gezien moeten er maar 2 ‘TERM’ afsluiters geplaatst worden in een volledige Velbusinstallatie. Over het algemeen is dit op één module in de verdeelkast en op de module die het verst verwijderd is van de verdeelkast. In alle andere gevallen moet deze verwijderd worden. Opmerking: Indien de bekabeling met veel vertakkingen uitgevoerd is, wordt er enkel een afsluiter geplaatst op één module in de verdeelkast en op het bedieningspaneel dat het verst van de verdeelkast verwijderd is.
Toekennen van een relaiskanaal voor de besturing van ventiel 1 Als de kamertemperatuur onder de gewenste waarde zakt, verstuurt de temperatuursensor een commando op de bus om een relais in te schakelen. Stijgt de kamertemperatuur boven de gewenste waarde dan wordt terug een commando door de temperatuursensor op de bus verstuurd om het relais uit te schakelen. In dit voorbeeld moet de eerste temperatuursensor relaiskanaal 3 van de eerste relaismodule bedienen om het ventiel te sturen. 1.
Toekennen van een relaiskanaal voor de besturing van ventiel 2 In dit voorbeeld moet de tweede temperatuursensor relaiskanaal 4 van de eerste relaismodule bedienen om het ventiel te sturen. 1. Plaats de tweede sensormodule in de antivriesstand door de drukknop op het frontpaneel enkele malen te bedienen totdat er geen enkele led meer oplicht. 5. Houd het onderste (HEAT) drukknopje van de tweede temperatuursensor ingedrukt totdat het relaiskanaal aantrekt en de rode led op de sensormodule knippert. 2.
Toekennen van een relaiskanaal voor de besturing van ventiel 3 In dit voorbeeld moet de derde temperatuursensor relaiskanaal 1 van de tweede relaismodule bedienen om het ventiel te sturen. 1. Plaats de derde sensormodule in de antivriesstand door de drukknop op het frontpaneel enkele malen te bedienen totdat er geen enkele led meer oplicht. 2. Plaats de MODE en TIME1 draaischakelaars voor kanaal 1 van de tweede relaismodule op ‘0’ (momentbediening). 5.
Toekennen van een relaiskanaal voor de besturing van de blazer In dit voorbeeld moet de blazer van de convector inschakelen als de temperatuur gemeten door de derde temperatuursensor te veel afwijkt van de gewenste waarde. Deze blazer wordt gestuurd door relaiskanaal 2 van de tweede relaismodule. 1. Plaats de derde sensormodule in de antivriesstand door de drukknop op het frontpaneel enkele malen te bedienen totdat er geen enkele led meer oplicht. 2.
Toekennen van een relaiskanaal voor het dagregime van de cv-ketel Sommige verwarmingsketels beschikken over een dag- of nachtregime. In nachtregime wordt de keteltemperatuur dan een tiental graden lager ingesteld. In dit voorbeeld moet de verwarmingsketel in dagregime geschakeld worden van zodra één van de sensormodules in dag- of comfortstand staat. Dit wordt met relaiskanaal 1 van de eerste relaismodule verwezenlijkt. 1.
Toekennen van een relaiskanaal voor de circulatiepomp Sommige ventielen beschikken over een contact dat sluit als het ventiel geopend is. Door alle contacten parallel te schakelen kan de circulatiepomp gestuurd worden. Hebben de ventielen die contacten niet dan kan er een relais gekoppeld worden aan de temperatuursensoren om de circulatiepomp te sturen. In dit voorbeeld moet de pomp draaien van zodra één van de sensormodules warmte vraagt.
SCHERMINDICATIE Lokaal of zone Locatie 5 - Antivriesstand Nachtstand Dagstand Comfortstand ↑ Living Ma 14:23 23 Huidige temperatuur Tijdelijke mode Mode ← Mode vergrendeld p z Sensorprogramma aktief A Alle lokalenprogramma aktief Menu → ↓ Zoneprogramma aktief Wekker uitgeschakeld Wekker ingeschakeld Verwarmen * Koelen Klok met dagaanduiding of resterende ‘sleep time’ LEDINDICATIE Verwarming of airco ingeschakeld Locatie 5 ↑ Living Ma 14:23 23 Mode ← Menu → Knippert als de sleep ti
TOETSFUNCTIES Locatie 5 ↑ Locatie 5 Living Ma 14:23 23 Mode ← 5 Menu → Mode ← Menu → ↓ Locatie 5 Menu → Menu → Locatie 5 ↓ ↑ Living Ma 14:23 23 22 Menu → ← Keer een niveau terug in het menu. De wijzigingen bij een ingavescherm (knipperend item) worden niet opgeslagen. Menu Oproepen van het menu. Lang indrukken roept het uitgebreid menu op. ↑ Living Ma 14:23 23 Mode ← Mode De antivries-, nacht-, dag- of comfortstand in de tijdelijke mode (sleep timer) plaatsen.
MENUSTRUCTUUR Direct toegankelijk menu Locatie 5 ↑ Living Ma 14:23 23 Mode ← Menu → ↓ • Roep het menu op met de ‘Menu’ toets. • Navigeer door het menu met de ↑ of ↓ toetsen. 1 Sleep timer Temp. Instelling Comfort Dag temp Nacht temp Naar hoofdmenu Wekker Klok instellen Terug 1. Dit menu is enkel beschikbaar indien de tijdelijke mode (sleep timer) ingeschakeld is. • Selecteer het menu item met de → toets. • Navigeer eventueel door de submenu’s met de ↑ of ↓ toetsen en selecteer het met de → toets.
Uitgebreid menu Om het programma, de instellingen of de statistieken van de verschillende sensoren alsook de configuratie van de temperatuurcontroller te wijzigen kan een uitgebreid menu opgeroepen worden. Dit uitgebreid menu kan eventueel beveiligd worden met een pincode. 1. Roep het uitgebreid menu op door de ‘Menu’ toets een 4-tal seconden ingedrukt te houden.
• Navigeer door het menu met de ↑ of ↓ toetsen. Programma Sensorinstelling Werkingsmode Bediening Sleep timer Laag temp. Alarm Hoog temp. alarm Antivriestemp. Verwarminglimiet Min koel temp. Max koel temp. Hysteresis Temp. verschil Deblokkeren pomp Deblok. Ventiel Lokaal programma • Selecteer het menu item met de → toets. • Navigeer eventueel door de submenu’s met de ↑ of ↓ toetsen en selecteer het met de → toets. • Wijzig het ingaveveld (knipperend item) met de ↑ of ↓ toetsen.
CONFIGURATIE VAN DE TEMPERATUURCONTROLLER Taalkeuze De menuteksten kunnen weergegeven worden in verschillende talen. De fabrieksinstelling is Engels maar de gebruiker kan deze taal wijzigen naar Frans, Nederlands, Spaans of Duits. 1. De eerste maal dat de controller onder spanning komt wordt enkel de tijd weergegeven op het scherm. Locatie 5 5. Selecteer het taalmenu men de → toets. Locatie 5 ↑ ↑ _________ Mo Mode ← 0:00 Menu → Mode ← Menu → ↓ ↓ 2.
Temperatuuruitlezing (°Celsius of °Fahrenheit) Standaard is de temperatuuruitlezing in graden Celsius ingesteld. Wil men de uitlezing in graden Fahrenheit dan dient deze instelling gewijzigd te worden. 1. Houd de ‘Menu’ toets een 4-tal seconden ingedrukt om het uitgebreid menu op te roepen. Locatie 5 ↑ 5. Selecteer het temperatuuruitlezingsmenu met de → toets. Locatie 5 ↑ Configuratie Mode ← Menu → __________ ↓ 2.
Referentieklok Bestaat uw Velbusinstallatie uit meerdere modules met een ingebouwd uurwerk (temperatuurcontrollers VMB1TC en bedieningspanelen VMB4PD) dan is het belangrijk dat al deze klokken gelijk lopen. Dit kan bekomen worden door één van die modules als referentieklok in te stellen. De module die als referentieklok functioneert zal elke dag de overige synchroniseren. Standaard is deze functie uitgeschakeld. 1. Houd de ‘Menu’ toets een 4-tal seconden ingedrukt om het uitgebreid menu op te roepen. 5.
Globale wekker Deze instelling is enkel van belang als er meerdere temperatuurscontrollers aangesloten zijn op uw Velbusinstallatie. Standaard is deze globale wekkerfunctie uitgeschakeld. Wijzigen van de wekkertijden op een module waar de globale wekkerfunctie ingeschakeld is, zorgt ervoor dat deze wekkertijden op de overige temperatuurcontrollers waarvan de globale wekkerfunctie ingeschakeld zijn gelijk ingesteld worden.
Noodvoeding Om te verhinderen dat de klok stilvalt bij een spanningsonderbreking kan er een batterij (3V lithium cel CR2032) geplaatst worden in de batterijhouder aan de achterkant van de module. Plaats deze batterij enkel als de spanning permanent op het Velbussysteem ingeschakeld is, anders zou die batterij vroegtijdig uitgeput zijn. De temperatuurcontroller kan op het scherm een boodschap laten verschijnen wanneer de batterij aan vervanging toe is.
5. Selecteer het noodvoedingsmenu met de → toets. Locatie 5 ↑ Noodvoeding ___ Mode ← Menu → Locatie 5 ↑ Noodvoeding ↓ 6. Schakel de noodvoedingsbewaking aan als er een batterij geplaatst werd of uit als er geen batterij geplaatst werd met de ↑ of ↓ toetsen. Locatie 5 7. Bevestig met de → toets. Mode ← Menu → 8. Verlaat het menu met de 5 toets. Locatie 5 ↑ ↑ Ma Noodvoeding Aan Mode ← ↓ Menu → Mode ← 0:05 Menu → ↓ ↓ VMB1TC Temperatuurcontroller handleiding – rev 3.
Adressering Iedere module in het Velbussysteem moet een uniek adres hebben. Op modules die uitgerust zijn met draaischakelaartjes wordt dit adres via de ‘ADDR’ draaischakelaars ingesteld (zie ook in de handleiding van de betreffende module). Op de overige modules zoals deze temperatuurcontroller wordt het adres via een menu ingesteld. Deze adressen mogen nadien niet meer gewijzigd worden. 1. Houd de ‘Menu’ toets een 4-tal seconden ingedrukt om het uitgebreid menu op te roepen. 5.
Actie toekennen aan de wektijd De wektijd kan gebruikt worden in het thermostaatprogramma maar kan ook gebruikt worden om een bepaalde actie uit te voeren zoals het uitschakelen van de trapverlichting, de rolluiken omhoog doen, de spanning op bepaalde stopcontacten inschakelen, ... Als voorbeeld gaan we alle rolluiken naar omhoog laten gaan als de wekker afloopt. Dit kan met het Velbuslinkprogramma op de computer geconfigureerd worden maar hier gaan we de manuele procedure toelichten. 1.
10. Verlaat het menu met de 5 toets. Locatie 5 15. Scrol door het menu met de ↑ en ↓ toetsen tot het ‘Link opstaan’ item verschijnt . ↑ Locatie 5 Ma ↑ 0:06 Link opstaan Mode ← Menu → ↓ Mode ← 11. Stel nu de adressen van alle rolluikmodules in op ‘E2’ om de onmiddellijk omhoog actie voor kanaal 2 aan te leren. De ‘Mode Up2’ leds knipperen ter indicatie van de leermode.
Actie toekennen aan de bedtijd De bedtijd kan gebruikt worden in het thermostaatprogramma maar kan ook gebruikt worden om een bepaalde actie uit te voeren zoals het inschakelen van de trapverlichting, de rolluiken omlaag doen, de spanning op bepaalde stopcontacten uitschakelen, ... Als voorbeeld gaan we de trapverlichting inschakelen op het moment van de bedtijd. Dit kan met het Velbuslinkprogramma op de computer geconfigureerd worden maar hier gaan we de manuele procedure toelichten. 1.
9. Verlaat het menu met de 5 toets. 8. Bevestig met de → toets. Het relais valt terug af. Locatie 5 Locatie 5 ↑ ↑ Ma 0:08 Link bedtijd Mode ← Mode ← Menu → Menu → ↓ ↓ 10. Plaats het adres van de relaismodule terug op hun oorspronkelijke waarde. 36 VMB1TC Temperatuurcontroller handleiding – rev 3.
Zoeken naar temperatuursensors Om de controller samen te laten werken met de temperatuursensoren VMB1TS moet deze eerst op het netwerk naar alle aangesloten temperatuursensoren zoeken. Worden er op een later tijdstip temperatuursensoren toegevoegd of verwijderd dan moet deze zoekacties nogmaals herstart worden om zijn lijst met sensoren aan te passen aan die nieuwe toestand. 1. Houd de ‘Menu’ toets een 4-tal seconden ingedrukt om het uitgebreid menu op te roepen. 4.
Instellen van de klok Deze module werkt samen met één of meerdere temperatuursensoren VMB1TS om een programmeerbare thermostaat te bekomen. Het is dus belangrijk dat het uurwerk ervan juist ingesteld wordt. Wijzigen van de tijd op deze module zorgt ervoor dat alle op de Velbus aangesloten modules die een klok bevatten in één keer juist staan. 1. Roep het menu op met de ‘Menu’ toets. Locatie 5 ↑ Locatie 5 Temp sensor 01 Temp. instelling Mode ← Menu → 5. Bevestig met de → toets.
9. Bevestig met de → toets om de klok te starten met de ingestelde tijd. 10. Verlaat het menu met de 5 of ← toets. Locatie 5 Locatie 5 Temp sensor 01 Ma 14:24 20 Temp sensor 01 Klok instellen Mode ← ↑ ↑ Menu → Mode ← Menu → ↓ ↓ VMB1TC Temperatuurcontroller handleiding – rev 3.
Instellen van de wekker De module beschikt over een in- en uitschakelbare wekkerfunctie. De wekkertijden kunnen gebruikt worden in het thermostaatprogramma maar ook om een uitgangsmodule (bv relaismodule) mee te bedienen. De wektijd kan bijvoorbeeld gebruikt worden om de verwarming in te schakelen en de bedtijd om deze uit te schakelen. 1. Roep het menu op met de ‘Menu’ toets. Locatie 5 5. Bevestig met de → toets. De uurinstelling van de wektijd knippert. ↑ Locatie 5 Temp sensor 01 Temp.
9. Bevestig met de → toets. De uurinstelling van de bedtijd knippert. Locatie 5 ↑ Temp sensor 01 Bedtijd __:00 Mode ← Menu → 12. Stel de minuten van de bedtijd in met de ↑ of ↓ toets. Locatie 5 ↑ Temp sensor 01 Bedtijd 23:15 ↓ Mode ← Menu → ↓ 13. Bevestig met de → toets. 10. Stel het uur van de bedtijd in met de ↑ of ↓ toets. Locatie 5 Locatie 5 ↑ ↑ Temp sensor 01 Wekker Temp sensor 01 Bedtijd 23:00 Mode ← Mode ← Menu → Menu → ↓ ↓ 11. Bevestig met de → toets.
Uitschakelen van de wekkerfunctie Wil men de wekker niet gebruiken dan kan de wekkerfunctie uitgeschakeld worden. De acties en programmastappen gekoppeld aan de wekkertijden worden dan niet meer uitgevoerd. 1. Roep het menu op met de ‘Menu’ toets. Locatie 5 ↑ Temp sensor 01 Temp. instelling Mode ← Menu → 4. Schakel de wekkerfunctie uit met de ↑ of ↓ toets. Locatie 5 ↑ Temp sensor 01 Wekker: Uit ↓ Mode ← Menu → ↓ 5. Bevestig met de → toets. 2.
Instellen van het contrast van het scherm Afhankelijk van de hoogte waarop de controller gemonteerd is, kan het nodig zijn om het contrast van het scherm te wijzigen om de leesbaarheid te verbeteren. 1. Houd de ‘Menu’ toets een 4-tal seconden ingedrukt om het uitgebreid menu op te roepen. Locatie 5 Locatie 5 ↑ ↑ Temp sensor 01 Contrast 90% Temp sensor 01 Programma Mode ← 5. Wijzig het contrast met de ↑ of ↓ toetsen. Mode ← Menu → Menu → ↓ ↓ 6. Bevestig met de → toets. 2.
Instellen van de achtergrondverlichting van het scherm De lichtsterkte van het scherm kan twee maal per dag automatisch gewijzigd worden. Bij het bedienen van de controller wordt de lichtsterkte direct op maximum geplaatst en na ongeveer één minuut niet meer bediend te zijn terug op de oorspronkelijke lichtsterkte geplaatst. 1. Houd de ‘Menu’ toets een 4-tal seconden ingedrukt om het uitgebreid menu op te roepen.
9. Wijzig het uur van het tweede tijdstip met de ↑ en ↓ toetsen en bevestig met de → toets. Locatie 5 11. Wijzig de bijbehorende lichtsterkte voor het tweede tijdstip met de ↑ en ↓ toetsen en bevestig met de → toets. ↑ Locatie 5 Temp sensor 01 21:__> 30% Mode ← Menu → Temp sensor 01 Verlichting ↓ Mode ← 10. Wijzig de minuten van het tweede tijdstip met de ↑ en ↓ toetsen en bevestig met de → toets. Locatie 5 ↑ Menu → Menu → ↓ 12. Verlaat het menu met de 5 toets.
CONFIGURATIE VAN DE TEMPERATUURSENSOREN Sensornamen toekennen In eerste instantie zullen alle temperatuursensoren dezelfde naam ‘Temp sensor xx’ hebben. Om het onderscheid te kunnen maken tussen de verschillende sensoren is het aanbevolen om eerst een betekenisvolle naam (bv. de naam van het lokaal) voor iedere sensor in te geven. 1. Houd de ‘Menu’ toets een 4-tal seconden ingedrukt om het uitgebreid menu op te roepen.
7. Herhaal stap 6 tot alle karakters ingegeven zijn. Locatie 5 Locatie 5 ↑ Living 01 Naam wijzigen Mode ← Menu → 9. Bedien de ‘Locatie’ toets om de volgende sensor te selecteren. ↑ Temp sensor 02 Ma 14:31 18 Mode ← ↓ 8. Verlaat het menu met de 5 toets. Locatie 5 Menu → ↓ 10. Herhaal stappen 1 tot en met 9 tot alle sensoren een betekenisvolle naam gekregen hebben. ↑ Living Ma 14:31 20 Mode ← Menu → ↓ VMB1TC Temperatuurcontroller handleiding – rev 3.
Zones definiëren Het kan handig zijn om verschillende sensoren aan een zone toe te kennen. Is een zone geselecteerd dan zal de bediening op de controller voor alle sensoren die tot die zone behoren van toepassing zijn. Op die manier kan de bediening sterk vereenvoudigd worden. Er kunnen tot 7 zones gedefinieerd worden, zoals bijvoorbeeld gelijkvloers, verdieping, slaapkamers, ...
9. Verlaat het menu met de 5 toets. Locatie 5 10. Herhaal de stappen 1 tot en met 9 voor alle sensoren die tot een zone toegekend moeten worden. ↑ Slaapkamer 1 Ma 14:33 16 Mode ← Menu → ↓ VMB1TC Temperatuurcontroller handleiding – rev 3.
Zonenaam wijzigen De teksten ‘Zone 1’, ‘Zone 2’ tot ‘Zone 3’ kunnen gewijzigd worden zodat dit duidelijker wordt voor de gebruiker. 1. Bedien de ‘Locatie’ toets meerdere malen tot de gewenste zone op het scherm verschijnt. Locatie 5 ↑ Zone 1 ? Ma 14:34 Mode ← Locatie 5 ↑ Zone 1 Naam wijzigen Menu → ↓ 2. Houd de ‘Menu’ toets een 4-tal seconden ingedrukt om het uitgebreid menu op te roepen. Locatie 5 ↑ Mode ← Menu → Menu → ↓ ↓ 6. Selecteer het naam wijzigen menu met de → toets.
8. Herhaal stap 7 tot alle karakters ingegeven zijn. Locatie 5 Locatie 5 ↑ Slaapkamers Z1 Naam wijzigen Mode ← Menu → ↑ Zone 2 ? Ma 14:35 Mode ← ↓ 9. Verlaat het menu met de 5 toets. Locatie 5 10. Bedien de ‘Locatie’ toets om de volgende zone te selecteren. Menu → ↓ 11. Herhaal de stappen 2 tot en met 10 tot alle zones een betekenisvolle naam gekregen hebben. ↑ Slaapkamers ? Ma 14:35 Mode ← Menu → ↓ VMB1TC Temperatuurcontroller handleiding – rev 3.
Verwarmings- of koelmode Standaard is de sensor ingesteld om een verwarmingsinstallatie te sturen maar de werking kan gewijzigd worden om een airco te besturen. 1. Bedien de ‘Locatie’ toets tot de gewenste sensor of zone op het scherm verschijnt waarvan de mode gewijzigd moet worden. Locatie 5 ↑ Alle lokalen ? Ma 14:36 Mode ← Locatie 5 ↑ Alle lokalen Mode _________ Mode ← Menu → Menu → ↓ ↓ 2. Houd de ‘Menu’ toets een 4-tal seconden ingedrukt om het uitgebreid menu op te roepen. Locatie 5 ↑ 6.
Lokale sensorbediening vergrendelen of ontgrendelen Met de lokale bediening op de temperatuursensor kan gewisseld worden tussen comfort, dag, nacht of anti-vries. Wil men dit verhinderen dan moet de bediening vergrendeld worden. 1. Bedien de ‘Locatie’ toets tot de gewenste sensor of zone op het scherm verschijnt waarvan de bediening vergrendeld of ontgrendeld moet worden. 5. Scrol door de menu’s met de ↑ en ↓ toetsen tot het ‘Bediening’ item verschijnt .
Standaard tijdsduur tijdelijke mode (standard sleep time) Met de sleep timer kan het thermostaatprogramma tijdelijk genegeerd worden. De standaard tijd voor deze sleep timer kan ingesteld worden. 1. Bedien de ‘Locatie’ toets tot de gewenste sensor of zone op het scherm verschijnt waarvan de standaard ‘sleep time’ ingesteld moet worden. 5. Scrol door de menu’s met de ↑ en ↓ toetsen tot het ‘Sleep timer’ item verschijnt .
Laag temperatuur alarm De sensor kan een alarm genereren als de temperatuur onder een bepaalde waarde zakt. Dit kan nuttig zijn wanneer de verwarmingsinstallatie uitvalt en de temperatuur toch het vriespunt zou bereiken. 1. Bedien de ‘Locatie’ toets tot de gewenste sensor of zone op het scherm verschijnt waarvan het laag temperatuuralarm ingesteld moet worden. 5. Scrol door de menu’s met de ↑ en ↓ toetsen tot het ‘Laag temp. alarm’ item verschijnt . Locatie 5 Locatie 5 ↑ ↑ Alle lokalen Laag temp.
Hoog temperatuur alarm De sensor kan een alarm genereren als de temperatuur boven een bepaalde waarde stijgt. Dit kan nuttig zijn als een ventiel niet meer zou sluiten en zo de kamer verder zou verwarmen. 1. Bedien de ‘Locatie’ toets tot de gewenste sensor of zone op het scherm verschijnt waarvan het hoog temperatuuralarm ingesteld moet worden. 5. Scrol door de menu’s met de ↑ en ↓ toetsen tot het ‘Hoog temp. alarm’ item verschijnt . Locatie 5 Locatie 5 ↑ ↑ Alle lokalen Hoog temp.
Antivriestemperatuur De laagste temperatuur waaronder de kamertemperatuur nooit mag zakken anders wordt de verwarming ingeschakeld. 1. Bedien de ‘Locatie’ toets tot de gewenste sensor of zone op het scherm verschijnt waarvan de antivriestemperatuur ingesteld moet worden. 5. Scrol door de menu’s met de ↑ en ↓ toetsen tot het ‘Antivriestemp.’ item verschijnt . Locatie 5 Locatie 5 ↑ ↑ Alle lokalen Antivriestemp. Alle lokalen ? Ma 14:41 Mode ← Mode ← Menu → Menu → ↓ ↓ 2.
Verwarmingslimiet Dit is de maximale gewenste kamertemperatuur die ingesteld kan worden. Standaard staat die op 30° ingesteld maar de gebruiker kan deze limiet wijzigen. Dit kan nuttig zijn om er voor te zorgen dat de gewenste kamertemperatuur nooit hoger dan een bepaalde waarde ingesteld wordt. 1. Bedien de ‘Locatie’ toets tot de gewenste sensor of zone op het scherm verschijnt waarvan de verwarmingslimiet ingesteld moet worden. 5.
Minimum koeltemperatuur Dit is de minimale gewenste kamertemperatuur die ingesteld kan worden voor de airco. Standaard staat die op 16° ingesteld maar de gebruiker kan deze ondergrens wijzigen. Dit kan nuttig zijn om er voor te zorgen dat de airco nooit lager ingesteld kan worden dan een bepaalde waarde. 1. Bedien de ‘Locatie’ toets tot de gewenste sensor of zone op het scherm verschijnt waarvan de minimale koeltemperatuur ingesteld moet worden. 5.
Maximum koeltemperatuur De hoogste temperatuur waarboven de kamertemperatuur nooit mag stijgen anders wordt de airco ingeschakeld. 10. Bedien de ‘Locatie’ toets tot de gewenste sensor of zone op het scherm verschijnt waarvan de maximum koeltemperatuur ingesteld moet worden. Locatie 5 Locatie 5 ↑ ↑ Alle lokalen Max koel temp. Alle lokalen ? Ma 14:42 Mode ← Mode ← Menu → Menu → ↓ ↓ 11. Houd de ‘Menu’ toets een 4-tal seconden ingedrukt om het uitgebreid menu op te roepen. Locatie 5 ↑ 15.
Hysteresistemperatuur Het verschil tussen de temperatuur waarbij de verwarming of airco moet inschakelen en terug uitschakelen. 1. Bedien de ‘Locatie’ toets tot de gewenste sensor of zone op het scherm verschijnt waarvan de hysteresistemperatuur ingesteld moet worden. 5. Scrol door de menu’s met de ↑ en ↓ toetsen tot het ‘Hysteresis’ item verschijnt . Locatie 5 Locatie 5 ↑ ↑ Alle lokalen Hysteresis Alle lokalen ? Ma 14:43 Mode ← Mode ← Menu → Menu → ↓ ↓ 2.
Temperatuurverschil Convectoren hebben dikwijls een ingebouwde ventilator om het verwarmen te versnellen. Met deze instelling bepaalt men hoeveel de temperatuur moet zakken onder de gewenste temperatuur voordat deze ventilator inschakelt. Dit temperatuurverschil wordt ook gebruikt voor de verschilthermostaat (zie rubriek verschilthermostaat). 1. Bedien de ‘Locatie’ toets tot de gewenste sensor of zone op het scherm verschijnt waarvan het temperatuurverschil ingesteld moet worden. 5.
Verschilsensor Met twee sensoren kan een verschilthermostaat gemaakt worden. Als het temperatuurverschil tussen die twee sensoren een bepaalde waarde overschrijdt, kan een relaiskanaal geactiveerd worden. Hiervoor moet op één van de twee sensoren het adres van de tweede sensor bekend gemaakt worden (zie rubriek verschilthermostaat). 1. Bedien de ‘Locatie’ toets tot de eerste sensor die tot de verschilthermostaat behoort op het scherm verschijnt. 5.
Deblokkering circulatiepomp Als een circulatiepomp lange tijd niet meer gedraaid heeft, kan deze vast komen te staan. Om dit te verhinderen kan een deblokkering ingeschakeld worden zodat de pomp minstens 1 minuut per dag eens draait. 10. Bedien de ‘Locatie’ toets tot de gewenste sensor of zone op het scherm verschijnt waarvan de deblokkering voor de circulatiepomp ingesteld moet worden. Locatie 5 ↑ Alle lokalen ? Ma 14:45 Mode ← Locatie 5 ↑ Alle lokalen Deblokkeren pomp Mode ← Menu → ↓ 11.
Deblokkering ventiel Om te verhinderen dat een ventiel vast komt te staan, kan een deblokkering ingeschakeld worden zodat het ventiel minstens 1 minuut per dag eens bediend wordt. 1. Bedien de ‘Locatie’ toets tot de gewenste sensor of zone op het scherm verschijnt waarvan de deblokkering voor het ventiel ingesteld moet worden. 5. Scrol door de menu’s met de ↑ en ↓ toetsen tot het ‘Deblok. ventiel’ item verschijnt . Locatie 5 Locatie 5 ↑ ↑ Alle lokalen Deblok.
Kalibreren van de sensor Komt de uitgelezen temperatuur niet overeen met de werkelijk gemeten waarde op een thermometer dan kan deze gecorrigeerd worden. 1. Bedien de ‘Locatie’ toets tot de gewenste sensor op het scherm verschijnt die gekalibreerd moet worden. Locatie 5 ↑ Living Ma 14:47 22 Mode ← Menu → 2. Houd de ‘Menu’ toets een 4-tal seconden ingedrukt om het uitgebreid menu op te roepen. ↑ Menu → ↓ 3. Scrol door de menu’s met de ↑ en ↓ toetsen tot het ‘Sensorinstelling’ item verschijnt .
SOFTWAREVERSIE CONTROLEREN De softwareversie kan opgevraagd worden om te zien of de controller de laatste firmware bevat. Beschikt uw Velbusinstallatie over een interface (VMB1USB, VMB1RS of VMBRSUSB) dan kan de software van de controller vernieuwd worden indien dit nodig is. Opmerking: Het upgraden van een module is niet zonder gevaar. Onderbreek zeker het proces niet. Indien om één of andere reden het upgraden faalt, dan zal de module niet meer normaal werken.
UITGEBREID MENU BEVEILIGEN Standaard is het uitgebreid menu niet beveiligd, maar het kan met een pincode beveiligd worden zodat onbevoegden de configuraties niet kunnen wijzigen. 1. Houd de ‘Menu’ toets een 4-tal seconden ingedrukt om het uitgebreid menu op te roepen. Locatie 5 Locatie 5 Living Pincode _000 Menu → Mode ← ↑ ↑ Living Pincode 1_00 Living Configuratie Menu → Mode ← Locatie 5 Menu → ↑ living Taal 7.
9. Wijzig het laatste cijfer van de pincode met de ↑ of ↓ toetsen en bevestig met de → toets. 10. Verlaat het menu met de 5 toets. Locatie 5 Locatie 5 Living Ma 14:47 21 Living Nieuwe pincode Mode ← Mode ← ↑ ↑ Menu → Menu → ↓ ↓ Is de pincode verschillend van ‘0000’ dan zal nu eerst de pincode ingegeven moeten worden vooralleer men in het uitgebreid menu terecht kan. VMB1TC Temperatuurcontroller handleiding – rev 3.
BEDIENING VAN DE TEMPERATUURSENSOR VMB1TS Antivries-, nacht-, dag- of comfortledindicatie In de lokalen waar zich een temperatuursensor VMB1TS bevindt kan de verwarming (of airco) in één van de 4 standen comfort, dag, nacht of antivries geplaatst worden. Aan iedere stand is een voorkeurinstelling voor de gewenste temperatuur gekoppeld. De gekozen mode wordt met de bijbehorende leds weergegeven. Indien de comfort-, dag- en nachtmode-leds niet oplichten, staat de sensormodule in de antivriesstand.
Bediening Iedere keer dat het drukknopje bediend wordt zal de module overschakelen tussen antivries, nacht, dag of comfortstand. De nacht-, dag- en comfortindicatieleds knipperen om aan te duiden dat deze maar tijdelijk (sleep timer) in die stand geplaatst zijn. Gedurende deze tijd wordt het programma genegeerd. Nadat deze tijd verstreken is, zal de sensormodule terug het programma volgen of indien er geen programma aanwezig is keert de sensormodule terug naar zijn vorige stand.
BEDIENING VAN DE TEMPERATUURCONTROLLER VMB1TC Lokaal of zone selecteren Om een verwarmingsinstallatie voor verschillende lokalen te verwezenlijken zal in elk lokaal een temperatuursensor geplaatst worden. Meerdere van die lokalen kunnen gegroepeerd worden in zones (bv verdieping, gelijkvloers, slaapkamers...). Om de verwarming (of airco) in te stellen voor een bepaald lokaal of bepaalde zone dient op de controller eerst het lokaal of de zone geselecteerd te worden.
Oproepen en wijzigen van de gewenste temperatuur Op elk ogenblik kan de gewenste temperatuur voor een lokaal getoond en/of gewijzigd worden. 1. Druk op de ↑ of ↓ toets. De gewenste temperatuur voor het geselecteerde lokaal knippert op het scherm. Locatie 5 ↑ Living Gewenst ___ Mode ← Menu → ↓ 2. Wijzig eventueel de gewenste temperatuur met de ↑ of ↓ toets. Locatie 5 ↑ Living Gewenst 21 Mode ← Menu → ↓ 3.
Tijdelijk overschakelen tussen comfort-, dag-, nacht- of antivriesstand In de lokalen waar zich een temperatuursensor VMB1TS bevindt, kan de verwarming (of airco) in 4 standen (comfort , nacht of antivriesstand -) geplaatst worden. Aan iedere stand is een voorkeurinstelling voor de gewenste dag temperatuur gekoppeld. , De verwarming (of airco) kan tijdelijk (sleep timer) in een bepaalde stand geforceerd worden. Gedurende die tijd zullen alle programmastappen genegeerd worden.
Wijzigen van de tijdsduur van de tijdelijke mode (sleep time) Eens de verwarming (of airco) zich in de tijdelijk stand bevindt, kan die tijd verkort of verlengd worden. Dit kan nuttig zijn om de verwarming een paar uurtjes langer in de comfortstand te laten staan. 1. Bedien de ‘Menu’ toets. Locatie 5 ↑ Badkamer 59m Mode ← 4. Bevestig de gewijzigde tijd met de → toets. Menu → ↓ ↑ Badkamer Sleep timer Mode ← Menu → ↑ Badkamer 2h 0m 21 2. Het ‘Sleep timer’ menu verschijnt op het scherm.
Vakantieprogramma De verwarming kan het best in de antivries- of nachtstand geplaatst worden gedurende de periode dat men op reis is. Gedurende die periode worden alle programmastappen genegeerd. Zodra die periode voorbij is, wordt het programma terug gevolgd. 1. Selecteer ‘Alle lokalen’ dmv de ‘Locatie’ toets. Locatie 5 ↑ Locatie 5 Alle lokalen ? Ma 14:23 Mode ← Menu → ↓ Mode ← Locatie 5 ↑ Menu → ↓ 3. Roep het menu op met de ‘Menu’ toets.
Zomerprogramma Tijdens de zomer hoeft de verwarming niet aan te staan en kan deze het best vergrendeld worden in de antivriesstand. Alle programmastappen worden voor onbeperkte tijd genegeerd. 1. Selecteer ‘Alle lokalen’ dmv de ‘Locatie’ toets. Locatie 5 5. Stel de sleep time in op ‘Manueel’ dmv de ↑ of ↓ toetsen. ↑ Locatie 5 Alle lokalen ? Ma 14:23 Mode ← Alle lokalen Manueel Menu → ↓ 2. Stel de verwarming in de antivriesstand dmv de ‘Mode’ toets.
Instellen van de comfort-, dag- en nachttemperatuur , nacht of standby stand -) geplaatst worden. De temperatuursensor VMB1TS kan in 4 standen (comfort , dag Aan iedere stand is een voorkeurinstelling voor de gewenste temperatuur gekoppeld. 1. Kies het lokaal of de zone met de ‘Locatie’ toets waarvoor men de comfort-, dag- en nachttemperatuur wenst in te stellen. 5. Wijzig de gewenste comforttemperatuur met de ↑ of ↓ toetsen.
9. Wijzig de gewenste dagtemperatuur met de ↑ of ↓ toetsen. Locatie 5 ↑ Living Dag temp 21 Mode ← Menu → 14. Bevestig met de → toets. Locatie 5 ↑ Living Nacht temp 16 ↓ Mode ← Menu → ↓ 10. Bevestig met de → toets. 15. Scrol naar hoofdmenu item met de ↑ toets. Locatie 5 ↑ Locatie 5 Living Dag temp 21 Mode ← Menu → ↑ Living Naar hoofdmenu ↓ Mode ← 11. Scrol naar het nacht-item met de ↑ toets. Locatie 5 ↓ 16. Keer terug naar het hoofdmenu met de → toets.
STATISTIEKEN Van iedere temperatuursensor kan de minimum en maximum temperatuur opgevraagd worden alsook de tijdsduur dat de verwarming of airco in een bepaalde stand (comfort, dag, nacht of antivries) gestaan heeft en hoeveel tijd ze effectief geactiveerd werd. Stastistieken opvragen 1. Bedien de ‘Locatie’ toets tot het gewenste lokaal op het scherm verschijnt waarvan de statistieken opgevraagd moeten worden.
7. Bedien de ↑ toets. De eerste tijd toont hoelang de verwarming of airco geactiveerd was in de nachtstand. De tweede tijd toont hoelang de verwarming of airco in de nachtstand gestaan heeft. Locatie 5 ↑ Living Menu → ↓ 8. Bedien de ↑ toets. De eerste tijd toont hoelang de verwarming of airco geactiveerd was in de dagstand. De tweede tijd toont hoelang de verwarming of airco in de dagstand gestaan heeft. ↑ Mode ← Menu → ↓ 11. Verlaat het menu met de 5 toets.
Statistieken resetten Voor elk van de statistieken kan de registratie herstart worden. 1. Bedien de ‘Locatie’ toets tot het gewenste lokaal op het scherm verschijnt waarvan de statistieken gereset moeten worden. 5. Scrol met de ↑ en ↓ toetsen tot de statistiek verschijnt die gereset moet worden. Locatie 5 Locatie 5 ↑ ↑ Living Living Ma 14:47 22 Mode ← 25m/7h46m Mode ← Menu → Menu → 2. Houd de ‘Menu’ toets een 4-tal seconden ingedrukt om het uitgebreid menu op te roepen.
PROGRAMMALOCATIE Dit hoofdstuk is enkel van belang indien er meerdere temperatuurcontrollers op uw Velbusinstallatie aangesloten zijn. Sla het over als er maar één controller aangesloten is. Vooralleer met de programmatie te beginnen is het belangrijk om te bepalen welke temperatuurcontroller het programma moet stockeren voor de lokalen, zones of alle lokalen. Hierdoor voorkomt men dat meerdere controllers verschillende programma’s kunnen bevatten voor dezelfde lokalen of zones.
9. Bevestig met de → toets. Het livingprogramma zal nu enkel op deze controller gestockeerd worden. Locatie 5 ↑ Living Lokaal programma Mode ← Menu → 10. Verlaat het menu met de 5 toets. Locatie 5 ↑ Living Ma 14:48 21 Mode ← Menu → ↓ ↓ 11. Herhaal de stappen 1 tot en met 10 voor alle andere lokalen en zones. Opmerking: Als men op de andere controllers de locatie voor het livingprogramma zou controleren, dan zal men zien dat het lokaal programma daar uit staat.
PROGRAMMATIE De controller kan tot 32 temperatuursensoren VMB1TS beheren. Elk lokaal dat verwarmd of gekoeld moet worden zal met een temperatuursensor uitgerust moeten worden. Deze lokalen kunnen eventueel nog verdeeld worden over 7 zones. Voor elk lokaal of zone is er een programma beschikbaar. Er is ook een programma beschikbaar dat betrekking heeft op alle lokalen samen. In elk programma kunnen maximum 31 programmastappen opgeslagen worden. Een programmastap bestaat uit 3 delen: 1.
• Is er geen sensorprogramma aanwezig maar wel een zoneprogramma dan zal er een ‘z’ na het modesymbool op het scherm verschijnen. Locatie 5 ↑ Living z Ma 14:23 23 Mode ← Menu → ↓ • Is er geen sensor- en zoneprogramma aanwezig maar wel een ‘Alle lokalen’ programma dan zal er een ‘A’ na het modesymbool op het scherm verschijnen. Locatie 5 ↑ Living A Ma 14:23 23 Mode ← 86 Menu → ↓ VMB1TC Temperatuurcontroller handleiding – rev 3.
Overzicht programmastap Locatie 5 Lokaal of zone Living Ma-Zo Mode ← Dagprogramma Ma iedere maandag Di iedere dinsdag Wo iedere woensdag Do iedere donderdag Vr iedere vrijdag Za iedere zaterdag Zo iedere zondag ↑ 22:30 Menu → Programmamode - ↓ Antivriesstand Nachtstand Dagstand Comfortstand Programmatijdstip Exact tijdstip Wektijd verminderd of vermeerderd met de aangegeven tijd Bedtijd verminderd of vermeerderd met de aangegeven tijd Werkdagenprogramma Ma-Vr iedere maandag tot en met vrijdag Ma-
Ingeven van een nieuwe programmastap 1. Bedien de ‘Locatie’ toets tot het gewenste lokaal of zone op het scherm verschijnt waarvoor het programma aangepast moet worden. Locatie 5 ↑ Living Ma 14:47 22 Mode ← Menu → ↓ Mode ← Locatie 5 Menu → ↓ 3. Selecteer het programmamenu met de → toets. Op het scherm wordt de eerste programmastap getoond. Locatie 5 Mode ← Living Ma-Vr _ ↓ ↑ ↑ 0:00 Menu → ↓ 7.
9. Wijzig de minuutinstelling met de ↑ en ↓ toetsen en bevestig met de → toets. Locatie 5 Living Ma-Vr Mode ← ↑ 10. Wijzig de mode (comfort-, dag-, nacht- of antivriesstand) met de ↑ en ↓ toetsen en bevestig met de → toets. De knipperende cursor verdwijnt. Locatie 5 6:45 Menu → ↑ _ ↓ Living Ma-Vr Mode ← 6:45 Menu → ↓ 11. Herhaal de stappen 4 tot en met 10 om eventueel nog programmastappen toe te voegen of verlaat het programmamenu met de 5 toets. VMB1TC Temperatuurcontroller handleiding – rev 3.
Wijzigen van een programmastap 1. Bedien de ‘Locatie’ toets tot het gewenste lokaal of zone op het scherm verschijnt waarvoor het programma aangepast moet worden. Locatie 5 ↑ Living Ma 14:47 22 Mode ← Menu → ↓ Mode ← Menu → Locatie 5 ↓ Living Ma-Vr _ ↑ 6:45 Menu → ↓ ↑ 22:30 Menu → Locatie 5 ↓ Living Ma-Vr ______ Menu → ↓ 8. Wijzig het programmatijdstip met de ↑ en ↓ toetsen en bevestig met de → toets. ↑ Locatie 5 6:45 Menu → ↑ Living Ma-Vr -30m _ ↓ Mode ← 90 ↑ Locatie 5 4.
9. Wijzig de mode (comfort-, dag-, nacht- of antivriesstand) met de ↑ en ↓ toetsen en bevestig met de → toets. De knipperende cursor verdwijnt. Locatie 5 10. Herhaal de stappen 4 tot en met 9 om eventueel nog programmastappen te wijzigen of verlaat het programmamenu met de 5 toets. ↑ Living Ma-Vr -30m Mode ← Menu → ↓ VMB1TC Temperatuurcontroller handleiding – rev 3.
Verwijderen van een programmastap 1. Bedien de ‘Locatie’ toets tot het gewenste lokaal of zone op het scherm verschijnt waarvoor het programma aangepast moet worden. Locatie 5 ↑ Living Ma 14:47 22 Mode ← Menu → ↓ ↑ Menu → ↓ 3. Selecteer het programmamenu met de → toets. Op het scherm wordt de eerste programmastap getoond. Locatie 5 Living Ma-Zo Mode ← ↑ Mode ← Menu → ↓ 6. Bedien de ↑ toets tot de programmaregel leeg wordt.
VERSCHILTHERMOSTAAT Met twee sensoren kan een verschilthermostaat gemaakt worden. Als het temperatuurverschil tussen die twee sensoren een bepaalde waarde overschrijdt, kan een relaiskanaal geactiveerd worden. Hiervoor moet op één van de twee sensoren het adres van de tweede sensor bekend gemaakt worden. De tweede sensor moet vervolgens gelinkt worden met een relaiskanaal. Het te overschrijden temperatuurverschil om het relaiskanaal te activeren, wordt op de eerste sensor ingesteld.
De gang automatisch 3° lager dan het bureel Wordt de sensormodule in het bureel in de dagstand geplaatst dan moet de gangtemperatuur 3° lager geregeld worden. Is de dagtemperatuur voor het bureel ingesteld op 20° dan zal de gewenste gangtemperatuur 17° zijn. Wordt de sensormodule in het bureel in de nachtstand geplaatst dan moet de gangtemperatuur 3° lager geregeld worden. Is de nachttemperatuur voor het bureel ingesteld op 15° dan zal de gewenste gangtemperatuur 12° zijn.
5. Houd het onderste (HEAT) drukknopje van de sensormodule in het bureel ingedrukt totdat het relaiskanaal aantrekt en de rode led op de sensormodule knippert. 6. Plaats het adres van de relaismodule terug op zijn oorspronkelijke waarde. Stuur met het relaiskanaal (bv kanaal1) het ventiel van de bureelradiator. Link de verwarmeruitgang van de gangsensor aan een ander relaiskanaal (bv kanaal2). 10. Plaats het adres van de relaismodule op ‘C2’.
Stuur met dat ander relaiskanaal (bv kanaal2) het ventiel van de gangradiator. Stel de verschilsensor en verschiltemperatuur in op de sensor van het bureel via de temperatuurcontroller 13. Bedien de ‘Locatie’ toets tot het bureel verschijnt. Locatie 5 17. Scrol door de menu’s met de ↑ en ↓ toetsen tot het ‘verschilsensor’ item verschijnt . ↑ Locatie 5 Bureel - Ma 14:44 15 Mode ← Menu → Bureel Verschilsensor ↓ Mode ← 14.
21. Scrol door de menu’s met de ↑ en ↓ toetsen tot het ‘Temp. verschil’ item verschijnt . 24. Bevestig met de → toets. Locatie 5 Locatie 5 Bureel Temp. verschil Bureel Temp. verschil Mode ← ↑ ↑ Menu → Mode ← 22. Selecteer het temp. verschilmenu met de → toets. Locatie 5 Menu → ↑ 25. Verlaat het menu met de 5 toets. Locatie 5 Bureel Verschil ___ Mode ← Menu → ↓ ↓ ↑ Bureel - Ma 14:45 15 ↓ Mode ← Menu → ↓ 23. Stel het temp. verschil in op -3° met de ↑ en ↓ toets.
Passieve koeling van een slaapkamer In de zomer wordt de slaapkamer gekoeld via een ventilator die lucht aanzuigt vanuit een koelere ruimte. Plaats in beide ruimtes een temperatuursensor. De temperatuursesnor van de slaapkamer wordt in de koelmode geplaatst en de koeluitgang wordt gelinkt met een relaiskanaal die de ventilator stuurt. Als de temperatuur in de koelere ruimte een drietal graden lager is dan de slaapkamertemperatuur wordt de ventilator in gang gestoken.
5. Houd het bovenste (COOL) drukknopje van de sensormodule in de slaapkamer ingedrukt totdat het relaiskanaal aantrekt en de rode led op de sensormodule knippert. 6. Plaats het adres van de relaismodule terug op zijn oorspronkelijke waarde. Stuur met het relaiskanaal (bv kanaal1) het ventilator. Stel de verschilsensor en verschiltemperatuur in op de sensor van de koele ruimte via de temperatuurcontroller 7. Bedien de ‘Locatie’ toets tot de koele ruimte verschijnt.
13. Kies de sensor in de slaapkamer (om de verschilthermostaat mee te maken) met de ↑ en ↓ toetsen. 17. Stel het temp. verschil in op 3° met de ↑ en ↓ toets. Locatie 5 Locatie 5 Koele ruimte Verschil 3 Koele ruimte Slaapkamer Mode ← ↑ ↑ Menu → Mode ← Menu → ↓ ↓ 18. Bevestig met de → toets. 14. Bevestig met de → toets. Locatie 5 Locatie 5 Koele ruimte Temp. verschil Koele ruimte Verschilsensor Mode ← ↑ ↑ Menu → Mode ← Menu → ↓ ↓ 19. Verlaat het menu met de 5 toets. 15.
Stel de sensor van de slaapkamer in op koelen via de temperatuurcontroller 20. Bedien de ‘Locatie’ toets tot de slaapkamer op het scherm verschijnt. Locatie 5 Locatie 5 ↑ ↑ Slaapkamer Mode _________ Slaapkamer - Ma 14:46 25 Mode ← Mode ← Menu → Menu → ↓ ↓ 21. Houd de ‘Menu’ toets een 4-tal seconden ingedrukt om het uitgebreid menu op te roepen. Locatie 5 ↑ 25. Wijzig de mode naar koelen met de ↑ en ↓ toetsen. Locatie 5 ↑ Slaapkamer Mode koelen Slaapkamer Programma Mode ← 24.
Stel de sensor van de slaapkamer in op comfort, dag of nacht Dit kan gebeuren met het drukknopje op de slaapkamersensor te bedienen of via de modedrukknop op de controller. Locatie 5 ↑ Slaapkamer 1h 0m *25 Mode ← Menu → ↓ De configuratie is voltooid en de verschilthermostaat zal vanaf nu functioneren. Opmerking: De slaapkamertemperatuur kan nooit minder worden dan de voorkeurinstelling van zijn geselecteerde stand (nacht, dag of comfort). 102 VMB1TC Temperatuurcontroller handleiding – rev 3.
Zie onze website voor meer informatie : www.velbus.be VMB1TC Temperatuurcontroller handleiding – rev 3.