Installatie- en onderhoudshandleiding Voor de installateur Installatie- en onderhoudshandleiding ecoTEC plus VHR NL
Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 Aanwijzingen bij de documentatie ...........................4 Bewaren van de documenten........................................4 Gebruikte symbolen ........................................................4 Geldigheid van de handleiding......................................4 Typeplaatje ........................................................................4 CE-markering ....................................................................4 Gaskeur.
Inhoudsopgave 11 11.1 11.1.1 11.1.2 11.1.3 11.1.4 11.1.5 11.1.6 11.1.7 11.1.8 11.1.9 11.2 12 12.1 12.2 12.3 12.3.1 12.3.2 12.3.3 12.4 12.4.1 12.5 12.5.1 12.5.2 12.5.3 12.5.4 12.5.5 12.5.6 12.5.7 12.5.8 12.6 13 13.1 13.2 13.2.1 13.2.2 13.2.3 13.2.4 13.2.5 13.2.6 13.2.7 13.2.8 13.3 13.4 13.5 Aanpassing aan de CV-installatie ...........................41 Diagnosecodes - overzicht ............................................41 CV-deellast instellen .....................................................
1 Aanwijzingen bij de documentatie 1 Aanwijzingen bij de documentatie De volgende aanwijzingen vormen een wegwijzer door de volledige documentatie. In combinatie met deze installatieen onderhoudshandleiding zijn nog andere documenten van toepassing. Voor schade, ontstaan door het niet naleven van deze handleidingen, kan Vaillant niet aansprakelijk worden gesteld.
Aanwijzingen bij de documentatie 1.
a a 2 Veiligheid 2 Veiligheid 2.1 Veiligheids- en waarschuwingsaanwijzingen 2.2 Gebruik volgens de voorschriften 2.2.1 Stand van de techniek > Neem bij de installatie van de ecoTEC plus de fundamentele veiligheidsinstructies en de waarschuwingen in acht die vóór elke handeling staan vermeld. Er kan bij ondeskundig of oneigenlijk gebruik gevaar ontstaan voor lijf en leven van de gebruiker of derden resp. schade aan het product en andere voorwerpen. 2.1.1 2.2.
a Veiligheid 2 2.3 Fundamentele veiligheidsinstructies > Neem altijd de volgende veiligheidsinstructies in acht. Opstelling en instelling In de volgende gevallen moet de CV-ketel absoluut met gemonteerde gesloten frontmantel en met volledig gemonteerde VLT/VGA gebruikt worden: – voor de ingebruikname – voor controledoeleinden – voor het continue gebruik Anders kan het, bij ongunstige bedrijfsomstandigheden, tot levensgevaar of materiële schade komen.
a a 2 Veiligheid > Om schroefverbindingen vast te draaien of te lossen, gebruikt u principieel passende steeksleutels, maar geen buistangen, verlengingen enz. Ontbrekende veiligheidsinrichtingen Ontbrekende veiligheidsinrichtingen (bijv. overstortventiel, expansievat) kunnen tot levensgevaarlijke brandwonden en andere letsels leiden, bijv. door explosies. > De in dit document opgenomen schema's geven niet alle voor een deskundige installatie vereiste veiligheidsinrichtingen weer.
Toestelbeschrijving 3 3 Toestelbeschrijving Montage 5 6 4 7 8 3 9 10 2 11 1 12 13 14 18 17 15 16 3.
4 Montage 4 Montage 4.2 Leveringsomvang De hierna in dit hoofdstuk beschreven werkzaamheden mag u alleen als erkende installateur uitvoeren. De Vaillant ecoTEC plus wordt voorgemonteerd in een verpakking geleverd. 4.1 Toebehoren 4.2.1 Thermostaat > Haal de CV-ketel uit de kartonverpakking. > Verwijder de beschermfolie van alle delen van de CV-ketel.
Montage 4 Positie 1 2 3 4 Hoeveelheid Omschrijving 1 1 1 1 Wandhouder CV-ketel Montagesjabloon Aansluitbuis overstortventiel 5 5 Aansluitstukken met klemkoppeling en platte afdichtingen (2 stuks 15 mm, 2 stuks 22 mm) en dubbele klemkoppeling (1 stuk 15 mm) 6 1 Condensafvoerslang 1 m 7 1 Zakje met documentatie inclusief garantiekaart 8 9 1 2 VR 33 Open Therm Module Zakje met kleine delen Legenda A 300 mm (VLT/VGA Æ 80/80 mm) 275 mm (VLT/VGA Æ 80/125 mm) B 180 mm; optimaal ca.
4 Montage 4.4 Maattekening en aansluitmaten 440 120 8 220 9 125 70 * 624 720 1 2 3 4 5 6 12 35 100 35 180 160 20 125 B 2 3 4 5 6 100 10 188 11 7 4.
Montage 4 4.5 CV-ketel ophangen a 4.6 Frontmantel afnemen/aanbrengen Gevaar! Levensgevaar door ontoereikend draagvermogen van de bevestigingsmiddelen! Bij ontoereikend draagvermogen van de bevestigingsdelen of de muur kan de CVketel loskomen en vallen. Ondichtheden aan de gasleiding kunnen hierbij levensgevaar betekenen. > Let bij de montage van de CV-ketel op voldoende draagvermogen van de bevestigingsdelen en de muur. > Controleer de gesteldheid van de muur. 2 1 1 4.
4 Montage 4.7 Zijdeel demonteren/monteren Voor installatie- of onderhoudsdoeleinden kunt u ook een zijdeel demonteren. b Attentie! Beschadigingsgevaar door mechanische spanningen! Als u beide zijdelen demonteert, kan de CV-ketel mechanisch wegtrekken, wat tot schade aan bijv. de buizen kan leiden, waardoor lekken kunnen ontstaan. > Demonteer altijd slechts 1 zijdeel, nooit beide zijdelen tegelijk. > Klap de schakelkast (1.) naar voren. > Draai de beide schroeven (2.
Gasinstallatie 5 5 Gasinstallatie De hierna in dit hoofdstuk beschreven werkzaamheden mag u alleen als erkende installateur uitvoeren. 5.1 b Installatie voorbereiden a Gevaar! Levensgevaar door ondeskundige gasinstallatie! Een ondeskundige gasinstallatie kan tot ondichtheden en explosie leiden. > Neem bij de installatie de wettelijke richtlijnen en de plaatselijke voorschriften van het energiebedrijf in acht.
6 Hydraulische installatie 6 Hydraulische installatie De hierna in dit hoofdstuk beschreven werkzaamheden mag u alleen als erkende installateur uitvoeren. 6.1 b Attentie! Beschadigingsgevaar door warmteoverdracht bij het solderen! Door warmteoverdracht bij het solderen kunnen de afdichtingen in de onderhoudskranen beschadigd worden. > Soldeer niet aan de aansluitstukken als de aansluitstukken aan de onderhoudskranen vastgeschroefd zijn.
Hydraulische installatie 6 1 6.3 2 CV-aanvoerleiding en CV-retourleiding aansluiten 3 5 4 6.1 Aanbevolen toestelaansluiting 2 3 Legenda 1 Vulaansluiting 2 Sifon voor condensafvoer 3 Expansievat (aan de CV-retourleiding) 4 Inlaatcombinatie voor de koudwaterleiding 5 Gaskraan 6.2 1 4 5 6.
6 Hydraulische installatie 6.5 Condensafvoerleiding aansluiten a a 6.6 Afvoerbuis aan het overstortventiel van de CV-ketel aansluiten Gevaar! Levensgevaar door het lekken van rookgassen! Door een lege of niet voldoende gevulde sifonbeker kunnen rookgassen in de ruimtelucht ontsnappen. > Zorg ervoor dat de sifonbeker bij het inschakelen van de CV-ketel met water gevuld is. Het overstortventiel voor de CV-installatie is in de CV-ketel geïntegreerd.
Rookgasinstallatie 7 7 Rookgasinstallatie Standaard zijn alle ecoTEC plus toestellen met een gescheiden verbrandingslucht-/rookgasaansluiting Æ 80/80 mm uitgerust. Deze standaardaansluiting kan indien nodig door een concentrische verbrandingslucht-/rookgasaansluiting met Æ 80/125 mm vervangen worden. De keuze van het meest geschikte systeem is afhankelijk van de individuele inbouw of de toepassing.
7 Rookgasinstallatie Universele concentrische verticale dakdoorvoer 2 x 80 mm Universele concentrische wand-/dakdoorvoer 2 x 80 mm 1 meter rechte buis 80 mm 90º-bochtstuk 80 mm 45º-bochtstuk 80 mm Toevoer Afvoer 17 Pa 12 Pa 0,9 Pa 3,4 Pa 1 Pa 1 Pa 4 Pa 1,2 Pa 7.
Rookgasinstallatie 7 Toevoer Drukverlies van de afzonderlijke elementen in Pa per stuk resp. m lengte bij VHR NL 25 - 30/5-5 Drukverlies in Pa Wijziging van de waarde van D.051 D.051 waarde + 50 Verhoogt de restpersdruk met 15,5 Pa 1,3 D.051 waarde + 100 31,0 Pa 90º-bochtstuk 80 mm 5,3 D.051 waarde + 150 46,5 Pa 45º-bochtstuk 80 mm 1,5 D.
7 Rookgasinstallatie Voorbeeld 1 Aantal/ lengte 80 mm buis 1,3 1 1,3 90º-bochtstuk 80 mm 5,3 1 5,3 Afvoer Toevoer Drukverlies van de afzonderlijke elementen in Pa per stuk resp.
Elektrische installatie 8 8 Elektrische installatie 8.1 Installatie voorbereiden > Klap de schakelkast (1) naar voren. > Los de 4 clips van het achterste deksel (2) van de schakelkast uit de houders (3) aan de schakelkast achteraan en aan de zijkanten. > Klap het deksel omhoog. Schakelkast sluiten e Gevaar! Levensgevaar door elektrische schok! Het aanraken van spanningvoerende aansluitingen kan ernstig lichamelijk letsel veroorzaken. > Schakel de stroomtoevoer uit.
8 Elektrische installatie 8.4.2 Thermostaat aan de elektronica aansluiten b b i Attentie! Beschadigingsgevaar door ondeskundige installatie! Te lang ontmantelde aansluitdraden kunnen door het per ongeluk loskomen van een draad tot kortsluitingen en schade aan de elektronica leiden. > Om kortsluitingen te vermijden, ontmantelt u de buitenste omhulling van flexibele leidingen slechts maximaal 3 cm. > Plaats de leidingen correct. > Gebruik de snoerontlastingen.
Elektrische installatie 8 > Breng de bedrading zoals beschreven in ¬ hfdst. 8.4 aan. > Om het aangesloten component in gebruik te nemen, kiest u het component via de diagnosecode "D.026" in het installateursniveau (¬ hfdst. 11.1). 8.5.2 VR 40 - "2 uit 7" multifunctionele module aansluiten Met behulp van de Vaillant multifunctionele module 2 uit 7 (toebehoren) kunt u bijkomende componenten op de ecoTEC plus aansluiten. > Monteer de componenten volgens de betreffende bedienings- en installatiehandleiding.
8 Elektrische installatie Bedradingsschema's X22 8 7 2 1 5 3 X25 11 wit 10 9 6 12 8 17 7 18 14 13 X2 113 blauw 2 6 4 12 5 1 5 7 8 7 12 X20 13 roze 2 15 16 4 3 17 X24 3 wit 17 + M Massastroomsensor Driewegklep Waterdruksensor Stromingssensor oranje J NTC-voeler warmhoudfunctie violet J Warmwatervoeler rood J NTC-voeler aanvoer blauw J NTC-voeler retour Smeltveiligheid Codeerweerstand vermogen Codeerweerstand gasgroep 6FB AF RF DCF 1 0 0 blauw Burner off X100 RT 24 X18 groen X1 t
Elektrische installatie 8 X22 wit 9 6 12 8 17 7 18 14 13 X2 113 blauw 2 6 4 12 5 1 5 7 8 7 12 X20 13 roze 2 15 16 4 3 17 3 X24 wit 17 Driewegklep Waterdruksensor Stromingssensor oranje J NTC-voeler warmhoudfunctie violet J Warmwatervoeler rood J NTC-voeler aanvoer blauw J NTC-voeler retour Codeerweerstand vermogen Codeerweerstand gasgroep 6FB AF RF DCF 1 RT 24 Bus + roze M Massastroomsensor Smeltveiligheid 0 0 Burner off 24 V 230 V~ + 1 3 4 1 2 3 Randstekker X100 Houdmagn
9 Bediening 9 Bediening De Vaillant ecoTEC plus CV-ketel is met een digitaal informatie- en analysesysteem (DIA) uitgerust. Als meerdere instellingen nodig zijn die u nog niet met behulp van de installatieassistent uitgevoerd hebt, dan kunt u met behulp van het DIA bijkomende parameters bekijken en wijzigen. Het bedieningsconcept en de bediening van de CV-ketel is in de ¬ gebruiksaanwijzing van de CV-ketel beschreven.
Bediening 9 9.2 Overzicht menustructuur Menu Informatie Reset tijdvertraging Installateurniveau Vorige Select Installateurniveau Foutcode lijst Testprogramma Toestel configuratie Code invullen 17 Vorige Ok Vorige Select Installateurniveau Foutcode lijst Testprogramma Toestel configuratie Vorige Select F.00 F.
9 Bediening Toestel configuratie Aanvoer instel temp. Warmwater temp. Komfort bedrijf Vorige Select Toestel configuratie Warmwater temp.
Ingebruikname 10 10 Ingebruikname a i Gevaar! Vergiftigings- en verbrandingsgevaar door lekkende hete rookgassen! Lekkende hete rookgassen kunnen vergiftigingen en brandwonden veroorzaken als de CV-ketel met een onvolledig gemonteerde of geopende VLT/VGA gebruikt wordt of als de CV-ketel bij interne ondichtheden met geopende frontmantel gebruikt wordt.
10 Ingebruikname 10.2.4 Gewenste aanvoertemperatuur 10.2.10 Installatieassistent beëindigen Voor de instelling van de gewenste aanvoertemperatuur gebruikt u de mintoets en de plustoets. Bevestig uw instelling met OK. Als u de installatieassistent met succes doorlopen en bevestigd hebt, start hij bij het volgende inschakelen niet meer automatisch. 10.2.5 Warmwatertemperatuur 10.2.
Ingebruikname 10 Weergave P.00 1) Betekenis Testprogramma ontluchting: Het CV-circuit en het warmwatercircuit worden via de automatische ontluchter ontlucht (de kap van de automatische ontluchter moet losgemaakt zijn).
10 Ingebruikname Resultaat Betekenis Maatregel F.92 Fout Coding resistor Codeerweer> Codeerweerstand controleren, stand op de gasfamiliecontrole opnieuw uitprintplaat past voeren en correcte gasgroep niet bij de ingeinvoeren. voerde gasgroep b "succesvol" VerbrandingsGeen kwaliteit is goed. Toestelconfiguratie komt met de opgegeven gasgroep overeen. "Waarschu- Verbrandingswing" kwaliteit ontoereikend. CO2waarde is niet correct. > Testprogramma P.
Ingebruikname 10 – als de volledige vul- en bijvulwaterhoeveelheid tijdens de gebruiksduur van de installatie het drievoudige van het nominale volume van de CV-installatie overschrijdt of – als de in de volgende tabellen genoemde grenswaarden niet in acht genomen worden.
10 Ingebruikname i De ecoTEC plus ontlucht het CV-circuit tijdens de permanente werking automatisch via de automatische ontluchter. > Als zich na het beëindigen van het testprogramma P.00 nog teveel lucht in de CV-installatie bevindt, start het testprogramma dan opnieuw. > Controleer alle aansluitingen op dichtheid. > Kies het testprogramma P.06 (¬ hfdst. 10.4). De driewegklep beweegt zich in de middelste stand, de pompen lopen niet en de CV-ketel treedt niet in werking. 10.7.
Ingebruikname 10 1 10.4 Gasdrukregelaar 1 Niet in alle CV-ketels zijn gasblokken met gasdrukregelaar (1) ingebouwd. Er zijn ook uitvoeringen zonder gasdrukregelaar. 10.3 Sifonbeker vullen > Haal het onderste deel (1) van de sifonbeker eraf door de bajonetsluiting tegen de klok in te draaien. > Vul het onderste deel tot ca. 10 mm onder de bovenkant met water. > Breng het onderste deel opnieuw aan de sifonbeker aan. 10.10 10.10.
10 Ingebruikname Als de uitvoering van de CV-ketel niet met de plaatselijke gasfamilie overeenkomt: Voor het ombouwen van het toestel biedt het Vaillant-serviceteam een ombouwservice aan. Deze ombouw mag uitsluitend door het Vaillant-serviceteam uitgevoerd worden. De ombouw kan alleen plaatsvinden als alle installatiewerkzaamheden afgesloten werden. > Maak een afspraak met het Vaillant-serviceteam. > U mag de CV-ketel niet in gebruik nemen.
Ingebruikname 10 Als de gasaansluitdruk niet in het toegestane bereik ligt, ga dan als volgt te werk: > > > > > > > 1 Stel de CV-ketel buiten werking. Sluit de gasafsluitkraan. Verwijder de manometer. Draai de schroef van de meetnippel (1) vast. Open de gasafsluitkraan. Controleer of de meetnippelschroef goed vast zit. Breng de frontmantel van de CV-ketel aan (¬ hfdst. 4.6).
10 Ingebruikname Instelwaarden Eenheid Aardgas L Propaan CO2 na 5 min gebruik met vollast met gesloten frontmantel Vol.–% 7,8 - 10,0 9,7 - 10,7 CO2 na 5 min gebruik met vollast met afgenomen frontmantel Vol.–% 7,6 - 9,8 9,5 - 10,5 Ingesteld voor Wobbe-index W0 kWh/m3 12,4 22,5 10.5 Gasinstelwaarden af fabriek i 10.
Aanpassing aan de CV-installatie 11 11 Aanpassing aan de CV-installatie De installatieassistent wordt bij het eerste inschakelen van de CV-ketel gestart (¬ hfdst. 10.2). Als u de CV-installatie al gevuld en de installatieassistent beëindigd hebt, maar u wilt de belangrijkste parameters nog eens instellen, dan kunt u ook het menupunt "Toestel configuratie" oproepen. Menu ¬ Installateurniveau ¬ Toestel configuratie Alle instelmogelijkheden voor complexere installaties vindt u in het diagnosemenu.
11 Aanpassing aan de CV-installatie Fabrieksinstelling auto Eigen instelling Code Parameter Instelbare waarden D.000 CV-deellast Instelbare CV-deellast in kW auto: CV-ketel past max. deellast automatisch aan de actuele behoefte van de installatie aan. D.001 Nalooptijd interne pomp voor CV-func- 1 - 60 min tie 5 min D.002 Max. branderwachttijd verwarming bij 20 °C aanvoertemperatuur 2 - 60 min 20 min D.003 Warmwater temp. gemeten in °C D.
Aanpassing aan de CV-installatie 11 Fabrieksinstelling Externe pomp Eigen instelling Code Parameter Instelbare waarden D.026 Aansturing hulprelais Circulatiepomp Externe pomp Boilerlaadpomp Afzuigkap Externe magneetklep Externe storingsmelding Zonnepomp (niet actief) Afstandsbediening eBUS (niet actief) Legionellabeveiligingspomp (niet actief) Zonneklep (niet actief) D.
11 Aanpassing aan de CV-installatie Fabrieksinstelling Eigen instelling niet verstelbaar Code Parameter Instelbare waarden D.060 Aantal uitschakelingen door temperatuurbegrenzer Aantal uitschakelingen D.061 Aantal storingen branderautomaat Aantal mislukte ontstekingen bij laatste poging niet verstelbaar D.064 Gemiddelde ontstekingstijd In seconden niet verstelbaar D.065 Maximale ontstekingstijd In seconden niet verstelbaar D.
Aanpassing aan de CV-installatie 11 Code Parameter Instelbare waarden D.091 Status DCF bij aangesloten buitenvoeler geen ontvangst ontvangst gesynchroniseerd geldig D.092 actoSTOR moduleherkenning D.093 Instelling toestelvariant (DSN) - niet aangesloten - Verbindingsfout: geen communicatie via PeBus, actoSTOR module werd vroeger herkend - Verbinding actief Instelbereik: 0 tot 99 D.094 Foutcode historie verwijderen Wissen van de foutlijst D.095 Softwareversie PeBUS-componenten D.
11 Aanpassing aan de CV-installatie Comfort (verder lopende pomp) 11.1.5 De interne pomp wordt ingeschakeld als de CV-aanvoertemperatuur niet op "Verwarming uit" staat (¬ gebruiksaanwijzing) en de warmtevraag via een externe thermostaat vrijgeschakeld is. Eco (intermitterende pomp) Af fabriek is de pompmodus Eco ingesteld.
Aanpassing aan de CV-installatie 11 Resterende branderwachttijd terugzetten U hebt twee mogelijkheden om de resterende branderwachttijd terug te zetten: i Na het verstrijken van de ingestelde bedrijfsuren moet u het onderhoudsinterval opnieuw in de diagnosemodus instellen. Mogelijkheid 1 Menu ¬ Reset tijdvertraging Op het display verschijnt de actuele branderwachttijd. > Bevestig het resetten van de branderwachttijd door het indrukken van de rechter keuzetoets ("Select").
Restopvoerhoogte [mbar] 11 Aanpassing aan de CV-installatie 400 > Regel de druk aan de instelschroef (1). 100% PWM 85% 70% 60% 53% Minimum bij auto 300 200 100 0 0 200 400 600 800 1000 1200 1400 1600 1800 Debiet [l/h] Restopvoerhoogte [mbar] 11.3 Pompkarakteristiek ecoTEC plus 30 - 34 100% PWM 85% 70% 60% 53% Minimum bij auto 300 200 100 0 0 200 400 600 800 1000 1200 1400 1600 1800 Debiet [l/h] 11.
Aanpassing aan de CV-installatie 11 i Bouw een thermostatisch mengventiel tussen CV-ketel en aftappunt in om voor een bescherming tegen verbranding te zorgen en schommelingen van de warmwateruitlooptemperatuur te minimaliseren. Vervang bij toestellen met geïntegreerde doorstroombegrenzer de doorstroombegrenzer door een speciale versie voor hoge watertemperaturen. Voor de tapwaternaverwarming op zonne-energie is een aansluitset verkrijgbaar (art.-nr. 0020145723).
12 Inspectie en onderhoud 12 12.1 Inspectie en onderhoud Inspectie- en onderhoudsstappen In de volgende tabel zijn de inspectie- en onderhoudswerkzaamheden terug te vinden die u met bepaalde intervallen moet uitvoeren. Nr. Werkzaamheden 1 2 3 4 5 6 7 Controleer de VLT/VGA op dichtheid en reglementaire bevestiging. Zorg ervoor deze niet verstopt of beschadigd is en in overeenstemming met de relevante montagehandleiding correct gemonteerd werd. Controleer de algemene toestand van de CV-ketel.
Inspectie en onderhoud 12 12.2 Inspectie- en onderhoudsintervallen in acht nemen a Gevaar! Levensgevaar door ondeskundige inspectie en ondeskundig onderhoud! Een ondeskundige inspectie en een ondeskundig onderhoud kunnen tot ondichtheden en explosie leiden. > De inspectie/het onderhoud mag alleen door een erkend installateur worden uitgevoerd.
12 Inspectie en onderhoud > Schakel de CV-ketel met de aan-/uittoets uit. > Verbreek de verbinding van de CV-ketel met het elektriciteitsnet door de stekker uit de wandcontactdoos te trekken of de CV-ketel via een scheidingsinrichting met een contactopening van ten minste 3 mm (b.v. zekeringen of contactverbrekers) spanningsvrij te maken. > Sluit de gasafsluitkraan. > Sluit de onderhoudskranen in de CV-aanvoerleiding en -retourleiding. > Sluit evt. de koudwaterstopkraan.
Inspectie en onderhoud 12 De bouweenheid branderstraat bestaat uit vijf hoofdcomponenten: 1. Toerentalgeregelde ventilator 2. Gasblok incl. klemplaat 3. Venturi incl. massastroomsensor en gasverbindingsbuis 4. Branderdeur 5. Voormengbrander > > > > > Schakel de CV-ketel met de aan-/uittoets uit. Sluit de gasafsluitkraan. Sluit de servicekranen. Haal de frontmantel van de CV-ketel eraf (¬ hfdst. 4.6). Klap de schakelkast naar voren (¬ hfdst. 8.2). 8 1 2 7 3 6 4 5 1 2 12.
12 Inspectie en onderhoud 12.5.2 Warmtewisselaar reinigen b Attentie! Gevaar voor beschadiging door spatwater! Als u de schakelkast niet voldoende beschermt, dan kan bij het reinigen water indringen en de elektronica beschadigen. > Bescherm de naar beneden geklapte schakelkast tegen spatwater. > Demonteer de branderstraat (¬ hfdst. 12.5.1). > Bouw de warmtewisselaar uit (¬ hfdst. 14.6) en verpak deze in plastic.
Inspectie en onderhoud 12 1 1 2 12.7 Demontage van de buis met koudwaterzeef 12.5 Sifonbeker reinigen > Haal het onderste deel (1) van de sifonbeker eraf door de bajonetsluiting tegen de klok in te draaien. > Reinig de sifonbeker door deze met water af te spoelen. > Vul het onderste deel van de sifon tot ca. 10 mm onder de bovenkant met water. > Bevestig het onderste sifondeel opnieuw aan de sifonbeker. > > > > Klap de schakelkast naar voren (¬ hfdst. 8.2). Trek de klem (1, ¬ afb. 12.
12 Inspectie en onderhoud 1 9 2 8 > > 3 7 4 > > tegen of draai beide wartelmoeren aan het gasblok tegelijk vast. Open de gasafsluitkraan en zorg ervoor dat er geen lekkages zijn. Controleer of de afdichtingsring in de luchtaanzuigbuis goed in de uitsparing zit. Monteer de luchtaanzuigbuis opnieuw op de aanzuigaansluiting. Bevestig de luchtaanzuigbuis (1, ¬ afb. 12.1) met de klemschroef (2, ¬ afb. 12.1). 5 12.5.7 Gasaansluitdruk controleren 6 > Controleer de gasaansluitdruk (¬ hfdst. 10.10.2). 12.5.
Verhelpen van storingen 13 13 Verhelpen van storingen 13.2.2 Statuscodes - overzicht Weergave 13.1 Vaillant Serviceteam aanspreken > Als u zich tot het Vaillant Serviceteam of uw Vaillant servicepartner richt, vermeld dan indien mogelijk – de weergegeven foutcode (F.xx), – de weergegeven toestelstatus (S.xx) in de "Live monitor" (¬ hfdst. 13.2.1). 13.2 Diagnose uitvoeren Met behulp van het functiemenu kunt u bij de foutdiagnose individuele componenten van de CV-ketel aansturen en testen.
13 Verhelpen van storingen Weergave S.57 S.58 S.61 S.62 S.63 S.76 S.96 S.97 S.98 Betekenis Voorbeeld F.10: "Kortsluiting NTC-voeler aanvoer". Wachttijd comfortbeveiligingsmodus Modulatiebegrenzing wegens geluidsvorming/wind Gasfamiliecontrole niet succesvol: codeerweerstand op de printplaat past niet bij de ingevoerde gasgroep (zie ook F.92). Gasfamiliecontrole niet succesvol: CO/CO2-waarden bij grenswaarden. Verbranding controleren.
Verhelpen van storingen 13 13.2.8 Overzicht foutcodes Code Betekenis Oorzaak F.00 Onderbreking aanvoertemperatuurvoeler NTC-stekker niet aangesloten of los, multistekker op de printplaat niet correct aangesloten, onderbreking in de kabelboom, NTC defect F.01 Onderbreking retourtemperatuurvoeler NTC-stekker niet aangesloten of los, multistekker op de printplaat niet correct aangesloten, onderbreking in de kabelboom, NTC defect F.
13 Verhelpen van storingen Code Betekenis Oorzaak F.49 Fout eBUS Kortsluiting aan de EBUS, eBUS-overbelasting of twee voedingsspanningen met verschillende polariteit op de eBUS F.52 Fout aansluiting massastroomsensor Massastroomsensor niet aangesloten/losgekoppeld, stekker niet of niet correct ingestoken F.53 Fout massastroomsensor F.54 F.56 F.57 F.61 Fout gasdruk (in combinatie met F.28/F.
Verhelpen van storingen 13 Code Betekenis Oorzaak F.83 Fout temperatuurwijziging aanvoer- en/of retourtemperatuurvoeler Bij branderstart wordt geen of een te kleine temperatuurwijziging aan de aanvoer- of retourtemperatuurvoeler geregistreerd. - Te weinig water in het toestel - Aanvoer- of retourtemperatuurvoeler ligt niet juist tegen de buis. F.84 Fout temperatuurverschil aanvoer-/retourtempera- Aanvoer- en retourtemperatuurvoeler melden niet plausibele waarden.
14 Vervangen van onderdelen 14 Vervangen van onderdelen De hierna in dit hoofdstuk beschreven werkzaamheden mag u alleen als erkend installateur uitvoeren. > Gebruik voor reparaties alleen Vaillant originele reserveonderdelen. Informatie over de beschikbare originele reserveonderdelen van Vaillant vindt u onder het aan de achterkant vermelde contactadres. 14.1 14.1.2 Vervangingswerkzaamheden afsluiten > Voer na de werkzaamheden aan het gastraject een gasfamiliecontrole uit (¬ hfdst. 10.4.1).
Vervangen van onderdelen 14 14.3 Ventilator vervangen 1 1 2 7 3 3 2 4 5 6 14.3 Gasblok en venturi van ventilator demonteren 14.2 Ventilator demonteren > Demonteer de luchtaanzuigbuis (¬ hfdst. 12.5.1). > Trek de drie stekkers van het gasblok (5, ¬ afb. 14.2) eraf. i De stekkers aan de ventilatormotor en aan de venturi hebben grendelnokken waarmee ze in de steekplaats vastklikken. U moet telkens de grendelnok door indrukken losmaken om de stekker te kunnen aftrekken.
14 Vervangen van onderdelen 14.4 Gasblok vervangen 2 1 5 b 3 4 Attentie! Mogelijke materiële schade door verkeerde instelling! Veranderingen aan de gasdrukregelaar van het gasblok kunnen tot vernietiging van het gasblok en storingen in de werking van de CV-ketel veroorzaken. > U mag de fabrieksinstelling van de gasdrukregelaar in het gasblok in geen geval veranderen. 1 14.5 Gasblok inbouwen > Bouw de componenten in omgekeerde volgorde opnieuw in.
Vervangen van onderdelen 14 > Trek de drie stekkers uit het gasblok (2, ¬ afb. 14.8). i 14.5 Venturi inclusief massastroomsensor vervangen De stekker aan de venturi heeft grendelnokken waarmee deze in de steekplaats vastklikt. U moet de grendelnok door indrukken losmaken om de stekker er af te kunnen trekken. > Trek de stekker aan de sensor uit de venturi (1, ¬ afb. 14.8). > Schroef de beide wartelmoeren bovenaan (5, ¬ afb. 14.8) en onderaan (4, ¬ afb. 14.8) het gasblok los.
14 Vervangen van onderdelen > Demonteer de gasverbindingsbuis (1, ¬ afb. 14.10) van de venturi (2, ¬ afb. 14.10) door de klem (3, ¬ afb. 14.10) eraf te trekken en de gasverbindingsbuis er verticaal uit te trekken. Gooi de afdichting (6, ¬ afb. 14.10) weg. > Trek het gasmondstuk (5, ¬ afb. 14.10) er recht uit en gooit het weg. > Controleer of de venturi aan gasinlaatzijde vrij is van resten.
Vervangen van onderdelen 14 > Zwenk de houder rond de bovenste schroef (1, ¬ afb. 14.12) opzij. > Trek de warmtewisselaar naar onderen en naar rechts en haal hem uit de CV-ketel. b i i Neem goed nota van de montage- en installatiehandleidingen die bij de reserveonderdelen zijn meegeleverd. Attentie! Beschadigingsgevaar voor de CV-ketel! Vetten op basis van minerale olie kunnen de afdichtingen beschadigen. De afdichtingen mogen daarom niet worden ingevet.
14 Vervangen van onderdelen 14.7.2 Printplaat en display tegelijk vervangen Taal en toestelvariant instellen i Als u beide componenten vervangt, moet u de codeerweerstand (¬ afb. 14.13), pos. 1) (stekker X24) vooraan links op de oude printplaat aftrekken en op de nieuwe printplaat steken. Language 02 English Cancel Ok 14.14 Taal instellen Als u beide componenten tegelijk vervangt, dan schakelt de CV-ketel na het inschakelen direct naar het menu voor de instelling van de taal.
Buitenbedrijfstelling 15 15 Buitenbedrijfstelling 15.1 15.3 CV-ketel tijdelijk buiten bedrijf stellen b Attentie! Mogelijke vorstschade door ondeskundige buitenbedrijfstelling. Als u de CV-ketel met de aan-/uittoets uitschakelt of de ketel van het stroomnet scheidt, dan kan dit tot vorstschade aan de CV-installatie leiden. > Schakel de CV-ketel alleen volledig uit als de CV-installatie op een andere manier tegen vorst beschermd is. > Tap de CV-installatie volledig af.
16 Fabrieksgarantie en serviceteam 16 16.1 Fabrieksgarantie en serviceteam Fabrieksgarantie Fabrieksgarantie wordt verleend alleen indien de installatie is uitgevoerd door een door Vaillant BV erkende installateur conform de installatievoorschriften van het betreffende product. De eigenaar van een Vaillant product kan aanspraak maken op fabrieksgarantie die conform zijn aan de algemene garantiebepalingen van Vaillant BV.
Technische gegevens 17 17 Technische gegevens ecoTEC plus Nominaal warmtevermogensbereik P bij 50/30 °C Nominaal warmtevermogensbereik P bij 80/60 °C Grootste warmtevermogen bij warmwaterbereiding Grootste warmtebelasting bij warmwaterbereiding Grootste warmtebelasting aan verwarmingszijde Kleinste warmtebelasting G25 Kleinste warmtebelasting G31 Kleinste warmtevermogen bij G31 Instelbereik verwarming Verwarming Max. aanvoertemperatuur Instelbereik max.
18 Vakwoordenlijst 18 Vakwoordenlijst waarde van het gas aangegeven. Door de bijkomend benutte condensatiewarmte ontstaan daarom rekenkundige waarden van meer dan 100 %. Branderstraat De branderstraat is een bouwgroep bij Vaillant HR-toestellen die bij de ecoTEC plus uit de volgende vijf hoofdcomponenten bestaat: toerentalgeregelde ventilator, gasblok incl. klemplaat, venturi incl. gasverbindingsbuis, branderdeur en voormengbrander.
EC verklaring van conformiteit 19 19 EC verklaring van conformiteit Installatie- en onderhoudshandleiding ecoTEC plus 0020116691_02 73
Trefwoordenregister Trefwoordenregister A Aansluiten Aanvoer en retour .................................................................. 17 Bijkomende toestellen .......................................................... 24 Condensafvoerleiding............................................................ 18 Gasleiding ................................................................................. 15 Hulprelais.................................................................................
Trefwoordenregister L S Legen CV-installatie........................................................................... 52 CV-ketel .................................................................................... 52 Serviceteam ................................................................................. 70 Sifonbeker ...................................................................... 36, 50, 54 Statuscodes ..................................................................................
Leverancier Fabrikant 0020116691_02 NL 062012 – Wijzigingen voorbehouden 0020116691