Instructions
25
6
5
4
3
2
1
9
7
1. Controleer vóór de montage of
de plek voor de montage van het
apparaat effen en droog is.
2. Verwijder alle verpakkingsmate-
rialen en transportbeveiligingen.
Houd verpakkingsmaterialen,
zoals bijv. kunststof zakken of sty-
ropor uit de buurt van kleine kin-
deren – verstikkingsgevaar!
3. Controleer of alle benodigde
onderdelen compleet voorhanden
zijn.
4. Trek het snoer van de motorbehui-
zing door de opening in de sokkel.
5. Bevestig de sokkel en de motor-
behuizing door de motorbehuizing
met de klok mee vast te draaien,
totdat de motorbehuizing hoor-
baar vastklikt (de uitstulping aan
de motorbehuizing en de uitspa-
ring in de sokkel moeten in elkaar
grijpen).
6. Verwijder de moer van de schroef-
draad aan de motorblok.
7. Bevestig de achterste roosteraf-
dekking door de afdekking met de
moer vast te zetten.
8. Plaats het schoepenwiel op de
as van de motorbehuizing. Cont-
roleer of de ventilatorbladen vrij
kunnen draaien.
9. Verbind de voorste roosterafdek-
king met de achterste roosteraf-
dekking. Let erop dat de gaten
voor de bevestigingsschroeven
onderaan de roosterafdekkingen
boven elkaar staan. Bevestig deze
gaten met de schroef.
10. Controleer of alle onderdelen
correct gemonteerd en bevestigd
werden.
8










