TRIOPREX N HANDLEIDING VOOR INSTALLATIE EN GEBRUIK 26741 - 03/06 rev.
Belangrijke opmerking Wanneer de verwarmingsketel uitgerust is met een aangeblazen gasbrander die buiten de categorieën valt van Bijlage II van de Richtlijn 97/23/CE (PED drukrichtlijn), en bovendien opgenomen is in de richtlijn 90*396/CEE (gastoestellen), art. 1, alinea 3, paragraaaf 6.5, dan is de toepassing van de PED Richtlijn niet van kracht. ALGEMENE INFORMATIE Inleiding Deze technische handleiding hoort bij het toestel en moet aan de gebruiker overhandigd worden.
HERHALING VAN DE INSTALLATIENORMEN De installatie van de TRIOPREX-N verwarmingsketels dient steeds uitgevoerd te worden volgens de regels van goed vakmanschap en de geldende voorschriften: - Veiligheidsvoorschriften voor de centrale verwarmingsinstallaties van gebouwen. - Technische voorschriften over verwarming op gas en vloeibare branstoffen in de stookplaats. - Werkzaamheden aan schoorstenen NBN normen. - Elektrische installaties van gebouwen voor woongelegenheid.
1 TECHNISCHE KENMERKEN EN AFMETINGEN ..................................................................... pag. 1.1 1.2 1.3 2 INSTALLATIE ....................................................................... pag. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 24 3.1 3.2 6 4 11 11 11 11 12 12 12 12 12 12 BEDIENINGSPANEEL .................................................. pag. 2.8 2.9 5 6 12 13 13 13 13 14 14 15 2.7 4 5 5 5 Verpakking ..............................................................................
1 TECHNISCHE KENMERKEN EN AFMETINGEN 1.1 - Constructiewijzen van de verwarmingsketels TRIOPREX N De TRIOPREX-N verwarmingsketels bestaat uit een ovaalformige mantel waarbinen zich een brandkamer bevindt die volledig omringd is door water (eerste rookkring), en een buizenstelsel voor de tweede en derde rookkring. Een collector/verdeler in verbinding met de terugkeer - en vertrekaansluitingen zorgt voor een optimale watercirculatie en het ontstaan van lagen met water van verschillende temperatuur.
1.3 - Afmetingen en hydraulische aansluitingen TRIOPREX N 65÷85 A F B O E T3 T1 T3 T1 T5 T5 T1 C D 1 2 P n°4 "L" I T6 T2 G 3 T2 T2 M N H H I T4 120 T4 R Q fig.
TRIOPREX N 110÷380 A F B P T2 N T1 O T3 T1-T3-T2 E D 1 T5 T5 C M 2 n°4 "L" G 3 I T6 T6 H H I T4 S T4 Q R fig.
TRIOPREX N 500÷730 A F E B N T1 T3 O T1-T3-T2 T2 P D 1 T5 T5 M C 2 G 3 T6 H H T6 T4 130 T4 Q R fig. 8 1 2 3 Elektrisch schakelbord Reinigingsopening Inspectiegat voor controle vlam TRIOPREX N Nuttig Vermogen Brander Vermogen T1 Vertrek verwarming T2 Terugvoer verwarming T3 Aansluiting expansievat Waterinhoud ketel Drukverlies waterzijdig (*) T4 Leegloop T5 Schoorsteen aansluiting T6 Bevestiging brander Drukverlies rookgaszijdig Maximum wertdruk Gewicht kW kW l m w.k.
TRIOPREX N 840 F A E B T1 N T3 O T2 P T1-T3-T2 D 1 T5 M C T5 3 G 2 T4 T4 Q 125 H T6 H T6 R fig. 10 1 2 3 Elektrisch schakelbord Reinigingsopening Inspectiegat voor controle vlam TRIOPREX N Type TX N 840 Nuttig Vermogen Brander Vermogen T1 Vertrek verwarming T2 Terugvoer verwarming T3 Aansluiting expansievat Waterinhoud ketel Drukverlies waterzijdig (*) TX N 840 Drukverlies rookgaszijdig Maximum wertdruk Gewicht AANSLUITINGEN kW kW l m w.k. m m w.k.
TRIOPREX N 1100÷1900 F A E B N T3 T1 O T3-T1-T2 T2 P D 1 T5 M 3 2 T6 H H T6 G C T5 T4 185 T4 Q R fig.
2 INSTALLATIE 2.1 - Verpakking De branderdeur en de rookkast van de TRIOPREX-N verwarmingsketels worden gemonteerd geleverd. De stalen platen met de isolatiemantel van steenwol worden in een aparte kartonnen verpakking geleverd en mogen slechts aangebracht worden nadat het verwarmingselement in de verwarmingsruimte geplaatst is. Het bedieningspaneel en de hulptstukken bevinden zich bij levering binnen in de verbrandingskamer. Ga, na het verwijderen van de verpakking, na of de inhoud volledig is.
2.4 - Aansluiting aan de schoorsteen De schoorsteen is van primordiaal belang voor een goede werking van de verwarmingsketel. De TRIOPREX-N verwarmingsketel heeft een hoog rendement. De temperaturen van de rookgassen kunnen daardoor lager liggen dan 200 °C en het risico op een daling tot beneden het dauwpunt (56 °C) wordt groter bij een slecht geïsoleerde schorsteen of bij gebrekkige afsluiting ervan.
2.5.6 - Recirculatiepomp De TRIOPREX-N verwarmingsketels werken met een geforceerde watercirculatie met een minimum temperatuur van 50 °C bij terugkeer. Een recirculatiepomp (waarvan het debiet tussen vertrek en terugkeer steeds minstens 30% van het debiet van de hoofdpomp van de installatie is een waarbij de opvoerhoogte minstens 1 m bedraagt) is nodig voor de circulatie van het water, ongeacht de stand van een eventuele mengkraan. 2.
2.7.1 - Montage van modulerende of tweetraps - branders De verwarmingsketel van het gamma TRIOPREX-N kunnen geïnstalleerd worden met een modulerende of tweetraps - brander, mits aan volgende voorwaarden voldaan is qua verbranding, rookgastemperatuur en keteltemperatuur: 1) Verbranding: - met stookolie (max. viscositeit 1,5°E op 20°C): CO ≅ 12÷13%. - met aardgas: CO ≅ 9÷10%. 2) De rookgastemperatuur: moet steeds tussen 160°÷180°C blijven.
2.9 - Plaatsing van de bekleding (standaard) BELANGRIJK: - Ga, vooraleer de verpakking te openen, na of de omvang ervan overeenstemt met die van de bestelde en te installeren verwarmingsketel. - Ga, vooraleer de verpakking te openen, na of de code en de omschrijving van het - toestel op de kartonnen verpakking overeenstemt met de bestelde en te installeren verwarmingsketel.
TRIOPREX N 65÷85 8 12 2 5 7 9 11 10 3 6 1 4 9 fig. 18 TRIOPREX N 65÷85 5 2 1 3 5 4 1 2 3 4 5 16 Voeler thermometer Voeler regelthermostaat Voeler minimumthermostaat Voeler veiligheidsthermostaat Klemmetjes fig.
Werkwijze voor de plaatsing van de bekleding voor de modellen TX-N 110 tot TX-N 380 (fig. 20 en 21) Ga als volgt te werk voor het plaatsen van de bekleiding: 1. Plaats de isolatiemantel rond het verwarmingselement (1) en maak hem vast met de elastische haken (2) die eenvoudig vastgehecht kunnen worden op het buitenweefsel van de isolatie. 2.
TRIOPREX N 110÷380 5 2 1 5 3 4 1 2 3 4 5 Voeler thermometer Voeler regelthermostaat Voeler minimumthermostaat Voeler veiligheidsthermostaat Klemmetjes Werkwijze voor de plaatsing van de bekleding voor de modellen TX-N 500 tot TX-N 730 (fig. 22 en 23) Ga als volgt te werk voor het plaatsen van de bekleiding: 1. Maak de 4 bovenste steunhaakjes (1) van de zijplaten vast aan het verwarmingselement met de betreffende schroeven en moeren (2-3-4). 2.
TRIOPREX N 500÷730 21 25 13 24 22 1 23 15 20 19 10 2 16 1 8 4 3 1 26 7 1 12 5 14 9 4 3 11 5 2 27 17 5 6 4 3 5 2 18 14 15 fig. 22 TRIOPREX N 500÷730 2 1 5 5 1 2 3 4 5 Voeler thermometer Voeler regelthermostaat Voeler minimumthermostaat Voeler veiligheidsthermostaat Klemmetjes 3 4 fig.
Werkwijze voor de plaatsing van de bekleding voor het model TX-N 840 (fig. 24 en 25) Ga als volgt te werk voor het plaatsen van de bekleiding: 1. Plaats de isolatiemantel rond het verwarmingselement (1) en maak hem vast met de elastische haken (2) die eenvoudig vastgehecht kunnen worden op het buitenweefsel van de isolatie. 2.
TRIOPREX N 840 2 1 5 5 1 2 3 4 5 3 4 Voeler thermometer Voeler regelthermostaat Voeler minimumthermostaat Voeler verwarmingsthermostaat Klemmetjes fig. 25 Werkweijze voor het aanbrengen van de voelers 6 5 2 1 De voelers van de instrumenten moeten in juiste volgorde in het blok bovenaan het verwarmingselement gestoken worden (fig. 26): van de thermometer (1), van de regelthermostaat (2), van de verwarmingsthermostaat (3), van de minimumthermostaat (4).
TRIOPREX N 1100÷1900 13 12 11 10 3b 3a 9 2 8 5 7 14 6 4b 1 4a 5 fig. 27 Werkwijze voor de plaatsing van de bekleding voor de modellen TX-N 1100 tot TX-N 1900 (fig.26 en 27) Ga als volgt te werk voor het plaatsen van de bekleiding: 1. Plaats de isolatiemantel rond het verwarmingselement plaatsen (1) en maak hem vast met de elastische haken (2) die eenvoudig vastgehecht kunnen worden op het buitenweefsel van de isolatie. Snijdt een doorgang uit de isolatiemantel ter hoogte van de voelerblok. 2.
Plaatsing van de elektrische bedrading Het bedieningspaneel (standard of met weersafhankelijke regeling) is voorzien van een branderkabel met Europese 7-polige stekker (3) - zie ook fig. 28 - en van een kabelklem (2). Bij de installatie van het bedieningspaneel moet de branderkabel in de bijgeleverde kabelklem gestoken worden en moeten de 7 draden van de kabel met het klembord van het bedieningspaneel verbonden worden De 7-polige stekker en de kabel verlaten via hetzijplaatje de mantel.
3 3.1 - BEDIENINGSPANEEL Bedieningspaneel type 21056 (mod. TX N 65 - TX N 185). Bedieningspaneel type 21057 11 12 41 13 (mod. TX N 225 - TX N 1900). Beschrijving van de werking 32 31 Het elektrische bedieningspaneel kan onder spanning gebracht worden door middel van de hoofdschakelaar nr.11. De brander en de verwarmingspomp worden onder spanning gebracht door middel van respectievelijk de schakelaars nr.12 en 13 van het bedieningspaneel.
4 SCHEMA HYDRAULISCHE INSTALLATIE 4.1 - Veerwarmingsinstallatie met gemengd circuit Fig. 31 toont een schema van een verwarmingsinstallatie met gemengd circuit door een mechanische drie - of vierwegskraan, gestuurd door een elektronische klimaatregelaar. 0 Se T Pi N.B. De recirculatie pomp “Pr” op fig. 31 is verplicht voor een correcte en permanente doorstroming van het verwarmingselement van de ketel TRIOPREX-N (zie: “HERHALING INSTALLATIEVOORSCHRIFTEN” pag. 3).
5 INDIENSTSTELLING EN WERKING A De TRIOPREX-N verwarmingsketels werden ontworpen om een uitgebreide gamma vermogens aan te bieden , waardoor voldaan kan worden aan de meeste toepassingen van verwarming met een hoog rendement. Het warmtedebiet moet dus bij de eerste inwerkingstelling juist afgesteld worden door een bevoegde technicus die de juiste hoeveelheid brandstof bepaalt op basis van de aanwijzingen van het lastenboek en binnen het aangegeven gamma van vermogens voor elke verwarmingsketel (pag.
op zijn beurt kan variëren tussen het minimum en het maximum vermogen volgens het gevraagde nominaal vermogen van de verwarmingsinstallatie). 6. Een warmtevraag creëren door de regelthermostaat eerste en tweed snelheid op de maximale temperatuur te zetten. Werkwijze: 1. De brandstoftoevoer openen. 2. Nagan of alle schakelaars van het bedieningspaneel op stand - 0 - (Uit) staan en de regelthermostaten op de minimale temperatuur zijn gezet. 3.
6 ONDERHOUD 6.1 - Algemene voorschriften Open een maand na de indienststelling van de ketel de branderdeur en ga de staat van vervuiling van de rookgasleidingen na. Bij emstige vervuiling: 1. Haal de rookturbulatoren uit de buizen van de warmtewisselaar. 2. Maak alle buizen van de warmtewisselaar schoon met de meegeleverde wisser. 3. Open één van de twee reinigingsopeningen aan de zijkantvan de rookkast en verwijder de schoonmaakresten met een stofzuiger. 4.
Nota: 29
Nota: 30
Nota: 31
Unical Verdeler voor België Geveke Climate Technology NV Leuvense Steenweg 250 A 1800 Vilvoorde Telefoon: 02 – 257.10.03 Fax: 02 – 257.10.08 e-mail : info@gct.geveke.be web-site : www.proquip.be Unical nog Geveke Climate Technology NV zijn verantwoordelijk voor druk- en/of veraalfouten. Wij behouden ons het recht voor, indien nodig en zonder voorafgaande kennisgeving, wijzigingen in deze handleiding aan te brengen, zonder echter de essentiële kenmerken te veranderen.