FAXAPPARAAT VOOR NORMAAL PAPIER Gebruikershandleiding
EPA ENERGY STAR® Het Amerikaanse milieubeschermingsorgaan Environmental Protection Agency (EPA) heeft het ENERGY STARprogramma geïntroduceerd. Dit programma wil op vrijwillige basis de algemeen aanvaarde en vrijwillige toepassing van energiezuinige technologieën aanmoedigen met als doelstelling verbeteringen op de werkvloer, betere productprestaties, het voorkomen van vervuiling en het verlagen van energiekoste.
OPMERKINGEN VOOR DE GEBRUIKER Lees deze handleiding aandachtig door voordat u het apparaat in gebruik neemt. Bewaar deze handleiding binnen handbereik zodat u de informatie zonodig kunt nalezen Waarschuwing: Dit is een klasse A-product. Binnenshuis kan dit faxapparaat radiostoringen veroorzaken. In dat geval moet u wellicht gepaste maatregelen nemen. 1. Raak de contactpennen niet aan wanneer u de kabels van de randapparatuur loskoppelt. 2.
VEILIGHEIDSINFORMATIE LASERSTRALING Dit faxapparaat produceert geen laserstraling die gevaarlijk is voor de gebruiker. Het apparaat is krachtens de Radiaton Performance Standard van het Amerikaanse DHHS (vergelijkbaar met het ministerie van Volksgezondheid in Nederland) gecertificeerd als een klasse 1-laserproduct in overeenstemming met de Radiation Control for Health and Safety Act van 1968.
Voorkant .................................................................................................. 9 Achterkant ............................................................................................... 10 BEDIENINGSPANEEL ........................................................... 12 VOORBEREIDING .......................................................15 UITPAKKEN............................................................................ 15 Open de doos ....................................
KOPIËREN .............................................................................. 86 Papierformaat voor kopiëren .................................................................... 86 Kopieerprocedure ..................................................................................... 87 KIESMETHODEN ................................................................... 89 Snelkiezen (1-toetsbediening) ................................................................. 89 Verkort kiesnummer ............
LIJSTEN EN RAPPORTEN ......................................... 178 INSTELLING OPTIES LIJSTEN EN RAPPORTEN .............. 178 Instellingen ontvangstjournaal ................................................................. 178 Direct Transmission Report Setting ......................................................... 180 Rapportinstelling geheugenverzending .................................................... 181 Instelling multi-adresrapport .................................................................
EXTERNE SERVICE .................................................... 231 AUTOMATISCHE BESTELLING ........................................... 231 Instelling automatische bestelling ........................................................... 231 SPECIFICATIES ...........................................................232 VERBRUIKSARTIKELEN ...........................................233 HARDWARE-OPTIES ..................................................233 INDEX ................................................
KENMERKEN Super G3 voor ultrasnelle communicatie Geavanceerde V.34-modemtechnologie voor wereldwijde compatibiliteit met een snelheid tot 33.600 bps (bits per seconde). Hoge resolutie, halftoonniveau 128 Met een maximale resolutie van 406 dpi x 391 lpi (6 dots/mm x 15,4 lijnen/mm) en halftoonniveau 128 worden onder andere precisietekeningen, kleine tekens of foto’s uitzonderlijk scherp en helder gekopieerd, verzonden en ontvangen.
ONDERHOUD EN VOORZORGSMAATREGELEN De omgeving Aansluiting op het lichtnet • De aansluitspanning van dit faxapparaat is 220 volt, 50/60 Hz. Dit faxapparaat mag niet worden gebruikt in landen die niet voldoen aan deze vereisten. • Controleer of de Aan/uit-schakelaar op OFF staat en doe de stekker van het netsnoer in het stopcontact. Sluit vervolgens het andere einde van het netsnoer aan op de juiste ingang van het faxapparaat. Als het netsnoer niet correct is aangesloten, werkt het faxapparaat niet goed.
INLEIDING – BESCHRIJVING FAXAPPARAAT Voorkant Documentgeleiders Pas de geleiders aan de afmetingen van het document aan voor een correcte uitlijning en probleemloze invoer van het document. (Zie pagina 82). Verlengstuk papieropvangbak Ondersteunt lange vellen papier na het afdrukken. Bedieningspaneel Voor het programmeren en bedienen van het faxapparaat. (Zie pagina 12). Papieropvangbak Stapelt het papier op na het afdrukken.
Achterkant Aansluiting externe telefoon Ingang voor een externe telefoon. (Zie pagina 17). Aan/uit-schakelaar LINE-aansluiting Ingang voor het telefoonsnoer vanuit de telefooncontactdoos of vanuit het PSTN-systeem (het openbare geschakelde telefoonnetwerk). (Zie pagina 17). =AAN AC-ingang USB-aansluting Deze aansluiting wordt gebruikt om het faxapparaat aan te sluiten op een computer, zodat u via een computer kunt scannen, afdrukken en verschillende instellingen kunt programmeren.
De optionele papierlade Met de optionele papierlade geïnstalleerd Onderste papierlade (optioneel) Bovenste papierlade 11
- BEDIENINGSPANEEL DIRECTE TX KETTING TX RAPPORT KIEZEN JOURNAAL AUTO MULTI SNELKIEZEN HERKIEZEN MONITOR ACCOUNT NAAMKIEZEN PAUZE CODE ALARM BEZIG OPDR. STATUS ON LINE MENU WISSEN INVOEGEN OPDR.WISSEN S.FIJN LICHTER FOTO KONTRAST 1. Sneltoetsen (1-toetsbediening) Hiermee kunt u met één druk op de knop faxnummers kiezen (zie pagina 89). 2. Indicatielampje ONLINE Dit lampje knippert bij communicatie tussen het faxapparaat en een computer. 3.
11.Toets MONITOR Druk op deze toets om de luidsprekermonitor in te schakelen zodat u kunt horen of de verbinding tot stand komt tijdens het uitvoeren van een verzendtaak vanuit de documenteninvoer (dus niet een taak die in het geheugen is opgeslagen) (zie pagina 98). 12.SHIFT Key Druk op deze toets voordat u een sneltoets met een nummer tussen de 20 en 38 kiest. 13.Toets OPDR. STATUS Deze toets geeft de communicatiestatus van gereserveerde verzendingen weer (zie pagina 105). 14.
Functietoetsen Er zijn vijf veel gebruikte functies toegewezen aan de vijf toetsen die zich boven de sneltoetsen op het bedieningspaneel bevinden. KETTING DIRECTE TX TX RAPPORT KIEZEN JOURNAAL AUTO DIRECTE TX Druk op deze toets voor directe verzending vanuit de documenteninvoer zonder het document eerst naar het geheugen te scannen (zie pagina 95). TX RAPPORT Druk op deze toets om een verzendrapport voor de huidige verzendtaak op te vragen of uit te schakelen.
VOORBEREIDING - UITPAKKEN 1 2 Open de doos 2 1 Controleer of alle onderdelen aanwezig zijn 7 8 9 6 3 11 4 5 Controleer de doos en geef eventuele beschadigingen door aan de besteldienst. Bewaar de doos en de verpakkingsmaterialen voor toekomstig gebruik. Controleer de onderdelen in de doos aan de hand van de volgende paklijst. Neem onmiddellijk contact op met uw dealer als er een onderdeel ontbreekt. 10 12 Paklijst 1. Faxapparaat .................................................. 1 8.
3 Een geschikte locatie zoeken WAARSCHUWING 408 mm 247 mm Het apparaat moet als volgt worden geïnstalleerd: • Op een horizontaal oppervlak. • Uit de buurt van direct zonlicht, stof, extreme hitte en vochtigheid, en trillingen. • Niet in de nabijheid van sterke elektrische of magnetische velden, zoals televisies of radio’s. • Binnen het bereik van een stopcontact.
- INSTALLATIE FAXAPPARAAT Het TOSHIBA-faxapparaat aansluiten Controleer of de aan/uit-schakelaar op OFF staat. Sluit het ene einde van het netsnoer aan op het apparaat, zoals in de volgende afbeelding wordt aangegeven. Sluit het telefoonsnoer (modulair snoer) aan op de “LINE”-ingang. Sluit de externe telefoon(indien gewenst) aan op de “TEL”-ingang. Aan/uit-schakelaar UIT AAN Netsnoer WAARSCHUWING • Installeer de telefoonbedrading nooit tijdens een onweersbui.
Papieropvangbak Documentensteun Documentenopvangbak Installatie papieropvangbak Installatie documentensteun Open het voorpaneel Plaats de nokjes van de papieropvangbak in de openingen aan de achterzijde van het apparaat. Plaats de nokjes van de documentensteun in de openingen aan de bovenzijde van het apparaat. • • Plaats geen zware voorwerpen op de papieropvangbak en oefen geen zware druk uit. Plaats geen zware voorwerpen op de documentensteun en oefen geen zware druk uit.
Papierlade Enkelvoudige bladinvoer Installatie papierlade Plaats de nokjes van de papierlade in de geleiders aan de voorzijde van het apparaat en druk de lade in de juiste positie. • Plaats geen zware voorwerpen op de papierlade en oefen geen zware druk uit. Installatie enkelvoudige bladinvoer Plaats de enkelvoudige bladinvoer op de papierlade. • Plaats geen zware voorwerpen op de enkelvoudige bladinvoer en oefen geen zware druk uit.
- INSTALLATIE AFDRUKBENODIGDHEDEN Plaatsing papier (papierlade) Te gebruiken papier: • Gebruik voor een optimaal faxresultaat alleen de aanbevolen merken papier. Neem contact op met uw erkende TOSHIBAdealer voor meer informatie. • Verwijder het papier wanneer u het faxapparaat opslaat of verplaatst. • Vermijd het gebruik van beschadigd, gevouwen of verkeerd uitgelijnd papier.
Plaatsing papier (papierlade) - vervolg 4 Het papier plaatsen 5 De papiergeleiders aanpassen enkelvoudige 6 De bladinvoer opnieuw plaatsen menu 7 Het Papierformaat weergeven Druk op: MENU + + Plaats de stapel papier in de papierlade. Pas de papiergeleiders aan de afmetingen van het papier aan. OPMERKINGEN: • Let erop dat u het bovenste markeringspunt van de stapel papier niet overschrijdt omdat dit papierstoringen kan veroorzaken. Druk de voorplaat van de papierlade omhoog om deze te sluiten.
Plaatsing papier (papierlade) - vervolg 9 Terugkeren naar de modus Standby STOP Druk op om terug te keren naar de modus Standby.
Plaatsing papier (enkelvoudige bladinvoer) 1 De papiergeleiders 2 Het papier plaatsen 3 De papiergeleiders Open de papiergeleiders. Plaats één vel papier op de enkelvoudige bladinvoer. Pas de papiergeleiders aan zodat beide zijden van het papier vastliggen. openen aanpassen OPMERKING: Het vel papier in de enkelvoudige bladinvoer wordt ingevoerd in plaats van het papier uit de papierlade.
Plaatsing papier (optionele papierlade) De optionele 1 papierlade verwijderen Verwijder de optionele papierlade. 2 Het deksel van de optionele lade verwijderen Verwijder het deksel van de optionele lade. De aandrukplaat van 3 het papier omlaag drukken Druk de aandrukplaat van het papier omlaag totdat u een klik hoort. 4 Het papier 5 Het papier plaatsen Pak het nieuwe papier aan beide einden vast en buig de stapel een aantal keren. Plaats de stapel papier in de papierlade.
Plaatsing papier (optionele papierlade) - vervolg Het deksel van de 6 optionele lade opnieuw plaatsen De optionele 7 papierlade in het apparaat schuiven Het menu 8 Papierformaat weergeven Druk op: MENU + + Plaats het deksel van de optionele lade. selecteren Het papierformaat 10 van de optionele papierlade selecteren Selecteer het papierformaat van de papierlade. Als u het formaat Letter wilt selecteren, drukt u op: Selecteer het papierformaat van de optionele papierlade.
Plaatsing papier (optionele papierlade) - vervolg 11 Terugkeren naar de modus Standby STOP Druk op om terug te keren naar de modus Standby.
Installatie drum-eenheid en tonercassette BELANGRIJK: Als u een door Toshiba aanbevolen tonercassette gebruikt, kan het faxapparaat met behulp van de detectiefunctie bepalen of er wel of niet een cassette in het apparaat is geplaatst en de gebruiker waarschuwen wanneer de hoeveelheid toner bijna op is of wanneer de cassette moet worden vervangen. Het faxapparaat begint niet met afdrukken als er geen toner of onvoldoende toner is. Hiermee wordt voorkomen dat ontvangen gegevens verloren gaan.
Installatie drum-eenheid en tonercassette - vervolg De tonercassette 4 aan de drum- 5 De proceseenheid 6 Het voorpaneel Let erop dat de gekleurde delen in het onderste gedeelte van de drum-eenheid overeenkomen met de gekleurde delen in het onderste gedeelte van de tonercassette. Plaats de proceseenheid langs de geleiding in het apparaat. Controleer of de proceseenheid zo ver mogelijk in het apparaat is geplaatst. Druk op het voorpaneel totdat het goed vastklikt.
- AFDRUKBENODIGDHEDEN VERVANGEN Vervangen tonercassette De tonerkit die bij uw TOSHIBA-faxapparaat verkrijgbaar is, bevat een tonercassette. Het TOSHIBA-faxapparaat geeft twee keer een alarm om u erop attent te maken dat de tonercassette moet worden vervangen.
Vervangen tonercassette - vervolg Een nieuwe 4 tonercassette voorbereiden Haal de nieuwe tonercassette uit de verpakking. Schud de tonercassette heen en weer om de toner los te maken. OPMERKING: Tonervlekken zijn moeilijk te verwijderen. Voorkom daarom dat de toner in contact komt met uw kleding. Als er toner op uw kleding is gekomen, moet u de vlekken onmiddellijk uitspoelen met koud water.
Vervangen drum-eenheid De tonerkit die bij uw TOSHIBA-faxapparaat verkrijgbaar is, bevat een drumeenheid. Het TOSHIBA-faxapparaat geeft twee keer een alarm om u erop attent te maken dat de drum-eenheid moet worden vervangen. Het eerste alarm bestaat uit de melding “BESTEL PROCES UNIT”. Deze melding verschijnt in het display wanneer de drum-eenheid bijna het einde van de levensduur heeft bereikt en nog 4000 afdrukken kan maken.
Vervangen drum-eenheid - vervolg De nieuwe drum-eenheid 4 aan de tonercassette bevestigen De tonercassette en 5 de nieuwe drum- eenheid plaatsen 6 Het voorpaneel sluiten 7 De drumteller op nul zetten Voer de volgende stappen uit om de teller van de drumeenheid op nul te zetten nadat u de drum-eenheid heeft vervangen. 8 De drumteller op nul zetten - vervolg Druk op: DRUM VERVANGEN BENT U ZEKER? Druk op: MENU Haal de nieuwe drum-eenheid uit de verpakking.
Vervangen drum-eenheid - vervolg 9 Terugkeren naar de modus Standby STOP Druk op om terug te keren naar de modus Standby.
- SNELLE START Deze paragraaf bevat verschillende programmeerstappen om uw nieuwe faxapparaat voor te bereiden en snel te starten. De procedures in deze paragraaf zijn een vereenvoudigde versie van de gedetailleerde procedures verderop in de handleiding. Naast elke procedure staat het paginanummer vermeld waar u de gedetailleerde procedure kunt vinden. Raadpleeg deze pagina’s voor meer informatie als u problemen ondervindt met het uitvoeren van deze vereenvoudigde stappen.
- BEDIENING GEBRUIKERSINTERFACE Menubediening U kunt verschillende functies van dit faxapparaat gebruiken door menu-items te selecteren die in het display worden weergegeven. Het uitvoeren van bewerkingen of het maken van instellingen door middel van het selecteren van menuitems wordt „menubediening“ genoemd. De menu’s hebben een meerlaagse structuur. Toetsen voor menubediening MENU MENU [ ] Druk op deze toets om de menubediening te openen of om omhoog door de menu’s te bladeren.
Tekeninvoer Bij het programmeren en registreren van automatische kiesnummers of –namen maakt u gebruik van alfanumerieke tekens. Toetsen voor tekeninvoer Toets [INVOEGEN] Met deze toets voegt u tekens in vóór het geselecteerde (onderstreepte) teken. INVOEGEN In deze paragraaf vindt u uitleg over het invoeren van alfanumerieke tekens. Toets [WISSEN] Met deze toets verwijdert u het geselecteerde (onderstreepte) teken. WISSEN [ [ TOON TOETS ] Met deze toets verplaatst u de cursor naar rechts.
Tekeninvoer - vervolg Tekens corrigeren Tekens vervangen NAAM [NEW YOPK (20 MAX) ] Tekens invoegen Plaats de cursor met behulp van / onder het NAAM [NEW YRK (20 MAX) ] teken dat u wilt corrigeren. NAAM [NEW YORK (20 MAX) ] invoegpunt en druk op Voer het juiste teken in (“R” in dit voorbeeld) door drie keer op Plaats de cursor met behulp van te drukken. Druk op om de NAAM [NEW YRK (20 MAX) ]I NAAM [NEW YORK (20 MAX) ]I INVOEGEN / onder het .
- BASISINSTELLINGEN Overzicht basisinstellingen Dit faxapparaat heeft verschillende basisinstellingen. Rechts ziet u een kort overzicht van alle basisinstellingen die de gebruiker naar wens kan instellen. Al deze basisinstellingen worden verderop in deze paragraaf uitvoerig besproken. Voer de volgende procedure uit om toegang te krijgen tot een of meer van deze basisinstellingen. 1 Het menu Configuratie openen 2 Selecteer de gewenste basisinstelling (1-4) MENU Druk op MENU .
Taalkeuze Dit faxapparaat biedt de mogelijkheid om een taal te kiezen voor de displaytekst en voor alle rapporten die uw faxapparaat afdrukt. U kunt kiezen uit English, Francais, Deutsch, Italiano, Nederlands, Svenska, Suomi, Norsk, Dansk, Espanol en Portugues. Als u het menu INSTELLEN wilt weergeven, drukt u op: MENU 1 Het menu TAAL 2 De gewenste taal selecteren Displaytekst Selecteer de gewenste taal. weergeven INSTALLEREN 1.
Instelling datum en tijd In de modus Standby geeft dit faxapparaat de huidige datum en tijd weer. Het apparaat gebruikt deze tijd tevens voor het bijhouden van interne lijsten en rapporten. Voer de volgende procedure uit om de datum en tijd in te stellen. Als u het menu INSTELLEN wilt weergeven, drukt u op: MENU 1 Het menu DATUM 2 De datumgegevens 3 De datumweergave 4 De maandweergave Displaytekst Verplaats de cursor naar de gewenste positie met behulp van de volgende toetsen.
Instelling datum en tijd - vervolg 5 De tijdweergave selecteren Selecteer de tijdweergave. 6 De tijdgegevens invoeren INSTELLEN of… Verplaats de cursor naar de gewenste positie met behulp van de volgende toetsen. (voor 24-uurs klok) of TIJD [09:43] een ander 7 Selecteer item van het menu Na het voltooien van deze configuratie-instellingen kunt u naar wens verdergaan met het selecteren van andere instellingen. Zie de bijbehorende pagina’s voor instructies of druk op: STOP Voer de tijd in.
Instelling terminal-ID Dit faxapparaat plaatst uw bedrijfsnaam, het faxnummer en de datum en tijd boven aan alle verzonden faxberichten. Met deze functie kan de ontvangende partij uw documenten in één oogopslag identificeren en de verzendtijd controleren. 1 Het menu ID NAAM & 2 De gebruikers-ID 3 De internationale 4 Uw telefoonnummer Displaytekst Voer uw gebruikers-ID (bedrijfsnaam) in met behulp van de numerieke toetsen. U kunt maximaal 40 tekens gebruiken.
Instelling terminal-ID - vervolg een ander 5 Selecteer item van het menu INSTELLEN of… Na het voltooien van deze configuratie-instellingen kunt u naar wens verdergaan met het selecteren van andere instellingen. Zie de bijbehorende pagina’s voor instructies of druk op: STOP om het menu Configuratie te verlaten en terug te keren naar de modus Standby.
Instelling lijntype Dit faxapparaat kan worden aangesloten op zowel het openbare geschakelde telefoonnetwerk (PSTN) als een bedrijfstelefooncentrale (PABX). Bij een bedrijfstelefooncentrale is een toegangscode vereist om een buitenlijn te kunnen kiezen. Displaytekst Als u het menu INSTELLEN wilt weergeven, drukt u op: Gebruik 1 Het menu CENTRALE TYPE weergeven 2 Het lijntype selecteren Selecteer uw lijntype. INSTALLEREN 4.
- APPARAATCONFIGURATIE Configuratieoverzicht Dit faxapparaat heeft een groot aantal instellingen die door de gebruiker kunnen worden aangepast. Al deze configuratieinstellingen worden uitvoerig besproken verderop in deze paragraaf. Gebruik de volgende procedure voor toegang tot een of meer van deze configuratieinstellingen. 1 Het menu Configuratie openen 2 Selecteer de gewenste configuratie-instelling (01-11) MENU Druk op MENU . Het basismenu wordt weergegeven. MENU 1.
Instelling volume belsignaal Het volume van het belsignaal kan door middel van de volgende procedure worden ingesteld. menu 1 Het BELVOLUME weergeven Druk op: MENU + waarde van het 2 De gewenste volume invoeren een ander 3 Selecteer item van het menu INSTELLEN of… Voer de gewenste waarde (1 tot 8) van het volume in (1 is maximum, 7 is minimum, 8 is uit). + Na het voltooien van deze configuratie-instellingen kunt u naar wens verdergaan met het selecteren van andere instellingen.
Instelling volume alarmtoon Het volume van de alarmtoon kan door middel van de volgende procedure worden ingesteld. 1 Het menu ALARM VOLUME weergeven Druk op: MENU + waarde van het 2 De gewenste volume invoeren een ander 3 Selecteer item van het menu INSTELLEN of… Voer de gewenste waarde (1 tot 8) van het volume in (1 is maximum, 7 is minimum, 8 is uit). + Na het voltooien van deze configuratie-instellingen kunt u naar wens verdergaan met het selecteren van andere instellingen.
Instelling volume toetstoon Het volume van de toetstoon kan door middel van de volgende procedure worden ingesteld. menu KEY 1 Het TOUCH VOLUME weergeven Druk op: MENU + De waarde van het 2 gewenste volume invoeren Selecteer een ander 3 item van het menu INSTELLEN of… Voer de gewenste waarde (1 tot 8) van het volume in (1 is maximum, 7 is minimum, 8 is uit). + Na het voltooien van deze configuratie-instellingen kunt u naar wens verdergaan met het selecteren van andere instellingen.
Instelling volume monitor Het volume van de lijnmonitor kan door middel van de volgende procedure worden ingesteld. 1 Het menu MONITOR VOLUME weergeven Druk op: MENU + De waarde van het 2 gewenste volume invoeren Selecteer een ander 3 item van het menu INSTELLEN of… Voer de gewenste waarde (1 tot 8) van het volume in (1 is maximum, 7 is minimum, 8 is uit). + Na het voltooien van deze configuratie-instellingen kunt u naar wens verdergaan met het selecteren van andere instellingen.
Power Saver Met deze functie kunt u het energieverbruik terugdringen door de stroomtoevoer naar (geselecteerde) delen van het apparaat af te sluiten. Als de functie Power Saver is ingesteld op AAN, kunt u pas afdrukken na het verstrijken van een opwarmperiode. Dit faxapparaat heeft twee spaarstanden, de Super Energy Saver en de Printer Power Saver. De Super Energy Saver schakelt bijna alle stoomtoevoer uit om het stroomverbruik te minimaliseren. U kunt kiezen uit drie modi: automatisch, handmatig of UIT.
Power Saver - vervolg 4 De starttijd invoeren Voer het gewenste aantal minuten in dat het apparaat in de modus Standby moet staan voordat er wordt overgeschakeld naar de modus Super Energy Saver. 5 De functie Printer Power Saver selecteren 6 De start- en stoptijd invoeren De functie Printer Power Saver in- of uitschakelen. START/STOP TIJD [12:00AM-12:00AM] INSTELLEN of… Verplaats de cursor met behulp van de volgende toetsen naar de gewenste positie.
Instelling afdelingscode Als het faxapparaat door meerdere personen of werkgroepen wordt gebruikt, kunt u met behulp van een afdelingscode het gebruik van het faxapparaat bijhouden. Deze functie is met name handig indien aan bepaalde afdelingen kosten in rekening worden gebracht op basis van het gebruik van het apparaat. Als het gebruik van afdelingscodes is ingeschakeld, is de toegang tot het faxapparaat beperkt tot 50 geldige afdelingscodes.
Instelling afdelingscode - vervolg Het wachtwoord van de 4 hoofdafdelingscode invoeren De individuele De naam van de 5 afdelingscode 6 individuele invoeren Voer met behulp van de numerieke toetsen een 5cijferig wachtwoord voor de hoofdafdelingscode in. Met dit wachtwoord kan de beheerder toegang krijgen tot het apparaat. Belangrijk: Bewaar het wachtwoord op een veilige plaats zodat het kan worden achterhaald als het verloren gaat of wordt vergeten.
Beheer afdelingscode Met het beheer wordt bedoeld het annuleren of wijzigen van de hoofdafdelingscode of de individuele afdelingscode. Deze procedure kan alleen worden uitgevoerd door de beheerder die toegang heeft tot het wachtwoord voor de hoofdafdelingscode. Voer dit wachtwoord in voordat u verdergaat.
Beheer afdelingscode - vervolg 4 De gewenste optie selecteren Selecteer de gewenste optie. Druk op: Als u de eerder weergegeven afdelingscode wilt verwijderen en terug wilt keren naar het menu waarin u het cijfer van de afdelingscode kunt invoeren (stap 4 onder Instelling afdelingscode). (Zie pagina 53). Als u de eerder weergegeven afdelingscode wilt wijzigen en terug wilt keren naar stap 5 onder Instelling afdelingscode. (Zie pagina 53).
Instelling accountcode Met de functie Accountcode kunt u nuttige informatie registreren voor elk faxbericht dat via dit apparaat is verzonden. menu 1 Het ACCOUNTCODE weergeven Druk op: MENU Als er een faxbericht wordt verzonden, wordt het nummer van de accountcode in het verzendjournaal vastgelegd. 2 De functie selecteren Schakel de functie Accountcode in of uit. + + + Als u AAN selecteert, vraagt het apparaat naar de accountcode en wordt het verzonden faxbericht in het Verzendjournaal vastgelegd.
Staandaardinstelling lijnmonitor Als u deze functie instelt op AAN kunt u bij het verzenden van een faxbericht via de luidspreker volgen hoe de kiespoging verloopt. menu 1 Het LIJNMONITOR weergeven Druk op: MENU De lijnmonitor wordt voornamelijk gebruikt om het kiezen van het nummer en de status van de telefoonlijn te controleren.
Instelling ontvangstinterval Met deze functie kunt u een tijdsperiode reserveren voor het ontvangen van binnenkomende faxberichten. Deze functie is met name handig in een periode waarin een groot aantal faxberichten wordt verzonden. Na elke vierde achtereenvolgende verzending, reserveert het apparaat 0 tot 14 minuten voor het ontvangen van eventuele binnenkomende faxberichten (standaard is 3 minuten).
Standaardinstelling ECM ECM (Error Correction Mode) is een internationaal erkend foutcorrectiesysteem. ECM zorgt voor een foutloze communicatie bij het automatisch opnieuw verzenden van een gedeelte van een document dat als gevolg van storingen of problemen op de telefoonlijn niet goed is aangekomen. 1 Het menu Instelling ECM weergeven Druk op: • Selecteer de gewenste optie ECM.
Instelling kopiesortering Bij het kopiëren van documenten kunt u gebruikmaken van de functie SORTEREN. U kunt met deze functie een aantal kopieën in de juiste volgorde sorteren. Met deze instelling stelt u de standaard in voor de functie Kopiesortering. De kopiesortering kan tevens handmatig worden ingesteld tijdens het kopiëren. menu KOPIE 1 Het SORTEREN weergeven MENU + De functie SORTEREN ingesteld op UIT selecteren Selecteer de gewenste optie.
Nummerherhaling instellen (interval en teller) Indien het ontvangende faxapparaat bezet is, kiest uw faxapparaat het nummer automatisch opnieuw. U kunt het aantal kiespogingen met behulp van de volgende procedure instellen. De eSTUDIO170F voert standaard na 1 minuut een nieuwe kiespoging uit. Indien gewenst kunt u de instellingen voor de nummerherhaling wijzigen.
Standaardinstelling De e-STUDIO170F heeft vier ontvangstmodi en de ontvangstfunctie wijzigt overeenkomstig de geselecteerde modus. • • • • AUTO-ONTVANGST FAX/ANTW TEL/FAX HANDMATIGE ONTVANGST AUTO-ONTVANGST (FAX) Als u het apparaat meestal als faxapparaat gebruikt, kunt u het beste deze modus kiezen. Als er een oproep wordt ontvangen, schakelt het apparaat - na de geselecteerde belvertraging - over naar de automatische faxontvangstmodus. FAX/ANTW Deze modus wordt samen met een antwoordapparaat gebruikt.
Standaardinstelling Ontvangstmodus - vervolg 3 De FAX-belvertraging invoeren Voer het gewenste aantal belsignalen (1 tot 10) in waarna het faxapparaat de binnenkomende oproep moet beantwoorden in de modus Auto-ontvangst. 4 De FAX-controletijd invoeren Voer de gewenste Faxcontroletijd in (00 tot 99 seconden). Tijdens deze periode probeert de eSTUDIO170F het automatische CNG-signaal van het verzendende faxapparaat te detecteren.
Instelling kopieverkleining Met deze functie kunt u de afdruk automatisch verkleinen tijdens het maken van kopieën. De standaardinstelling is UIT. menu KOPIE 1 Het VERKLEINING weergeven Druk op: OPMERKINGEN: • Indien deze functie is ingeschakeld, worden documenten die langer zijn dan het effectief afdrukbare gebied (zie pagina 86) verkleind met 95, 90, 86, 83, 80 of 73% van de originele grootte, afhankelijk van de lengte van het document.
BASISFUNCTIES – AUTOMATISCH KIEZEN Programmering verkorte kiesnummers Op de e-STUDIO170F kunnen 38 sneltoetsen en 150 verkorte kiesnummers worden geprogrammeerd. Met behulp van deze geprogrammeerde nummers kunt u documenten verzenden of bellen naar maximaal 188 vaak gekozen nummers zonder dat u het gehele nummer handmatig hoeft te kiezen. • Verkorte kiesnummers Dit apparaat kan maximaal 150 faxnummers van 16 cijfers opslaan.
Programmering verkorte kiesnummers - vervolg 5 De gegevens van het verkorte kiesnummer aanpassen U kunt geprogrammeerde verkorte kiesnummers verwijderen, wijzigen of behouden. gegevens van het 5a De verkorte kiesnummer • Als u de opgeslagen gegevens van het verkorte kiesnummer wilt verwijderen, drukt u op: WISSEN Hiermee verwijdert u de opgeslagen gegevens van het geselecteerde verkorte kiesnummer. Het nummer wordt tevens verwijderd van alle lijsten met groepsnummers waaraan dit nummer is gekoppeld.
Programmering verkorte kiesnummers - vervolg 6 Het telefoonnummer invoeren - vervolg Het telefoonnummer wordt tijdens het invoeren op de onderste regel van het display weergegeven. Bevestig de correcte invoer van het nummer. FAX NUMBER [9583359 (MAX128) ] alternatief 7 Een nummer invoeren (optioneel) 8 De ID-naam van de locatie invoeren Alternatieve nummers zijn optioneel. U kunt dit veld leeg laten als de ontvangende partij niet over twee of meer faxapparaten beschikt op dezelfde locatie.
Programmering verkorte kiesnummers - vervolg 9 Communicatieopties selecteren (geavanceerde instelling) - vervolg 9b Instellen van opties 9c Uitgestelde communicatie 9d Verzendrapport 9e Luidspreker lijnmonitor voltooid Als u de instelling van de gewenste communicatieopties voor dit verkorte kiesnummer heeft voltooid, selecteert u GEREED door te drukken op: DRUK OP 1-TOETS OF INVOER Als u een specifieke tijd wilt opgeven voor een verzending via dit verkorte kiesnummer, drukt u op: UITGESTELDE VERZ.
Programmering verkorte kiesnummers - vervolg 9 Communicatieopties selecteren (geavanceerde instelling) - vervolg 9f Faxsnelheid Als u bij het verzenden van documenten hinder ondervindt van een slechte verbinding, kunt u dit compenseren door een lagere faxsnelheid te selecteren voor dit verkorte kiesnummer. Hiervoor drukt u op: Als u SNELST wilt selecteren, drukt u op: 9g Subadres-communicatie FAX SNELHEID 1.SNELST MOGELIJK 2.14400BPS 3.9600BPS 4.
Programmering verkorte kiesnummers - vervolg 9 Communicatieopties selecteren (geavanceerde 10 9g Subadres-communicatie - vervolg 10a De sneltoets instelling) - vervolg Het verkorte kiesnummer toewijzen aan een sneltoets (1-toetsbediening) 10b Een geprogrammeerde sneltoets gebruiken toewijzen 9g-3 Een subadrescommunicatie van het type SUB selecteren Als u een subadres van het type SUB wilt invoeren, drukt u op: 9g-4 Een subadrescommunicatie van het type SEP selecteren Als u een subadres van he
Programmering sneltoetsen Dit faxapparaat heeft in totaal 38 sneltoetsen. • Alternatieve nummers Indien het primaire faxnummer bezet is en de locatie over een tweede faxapparaat beschikt, kan het faxnummer van dit tweede faxapparaat als alternatief nummer worden geprogrammeerd. OPMERKING: In het geval van een pollingontvangst (afroepontvangst), een relaisverzending of een postbusverzending worden de documenten niet automatisch naar het alternatieve nummer verzonden.
Programmering sneltoetsen - vervolg 5 De gegevens van de sneltoets wijzigen Wanneer de sneltoets eenmaal in het faxapparaat is geprogrammeerd, kunt u deze verwijderen, wijzigen of behouden. • • • WISSEN Hiermee verwijdert u de opgeslagen gegevens van de geselecteerde sneltoets. Het nummer wordt tevens verwijderd van alle lijsten met groepsnummers waaraan dit nummer is gekoppeld. WIJZIGEN Hiermee wijzigt u het nummer van het ontvangende faxapparaat en/of de ID-naam die aan de locatie is gekoppeld.
Programmering sneltoetsen - vervolg 6 Het telefoonnummer invoeren - vervolg Het telefoonnummer wordt tijdens het invoeren op de onderste regel van het display weergegeven. Bevestig de correcte invoer van het nummer. FAX NUMMER [9583359 (MAX128) ] alternatief 7 Een nummer invoeren (optioneel) Alternatieve nummers zijn optioneel. U kunt dit veld leeg laten als de ontvangende partij niet over twee of meer faxapparaten beschikt op dezelfde locatie. (Zie pagina 71 voor meer informatie).
Programmering sneltoetsen - vervolg 9 Communicatieopties selecteren (geavanceerde instelling) - vervolg 9b Instellen van opties 9c Uitgestelde communicatie 9d Verzendrapport 9e Luidspreker lijnmonitor voltooid Als u klaar bent met het instellen van de gewenste communicatieopties voor deze sneltoets, selecteert u GEREED door te drukken op: Als u een specifieke tijd wilt opgeven waarop een verzending met deze sneltoets moet worden uitgevoerd, drukt u op: Voer de gewenste starttijd van de verzending in
Programmering sneltoetsen - vervolg 9 Communicatieopties selecteren (geavanceerde instelling) - vervolg 9f Faxsnelheid Als u bij het verzenden van documenten hinder ondervindt van een slechte verbinding, kunt u dit compenseren door een lagere faxsnelheid te selecteren voor deze sneltoets. Hiervoor drukt u op: Als u SNELST wilt selecteren, drukt u op: Als u 14.400 bps wilt selecteren, drukt u op: 9g Subadres-communicatie FAX SNELHEID 1.SNELST MOGELIJK 2.14400BPS 3.9600BPS 4.
Programmering sneltoetsen - vervolg een ander 10 Selecteer item van het menu 9 Select Communication Options - continued INSTELLEN of… 9g Subadres-communicatie - continued 9g-3 Een subadrescommunicatie van het type SUB selecteren Als u een subadres van het type SUB wilt invoeren, drukt u op: SUB [ (20MAX) ] 9g-4 Een subadrescommunicatie van het type SEP selecteren Als u een subadres van het type SEP wilt invoeren, drukt u op: SEP [ (20MAX) ] 9g-5 Een subadrescommunicatie van het type PWD (wach
Programmering groepsnummers U kunt met één bewerking een document naar meerdere ontvangers verzenden. Dit wordt groepskiezen of multiadresverzending genoemd. Als u vaak dezelfde faxberichten naar meerdere ontvangers stuurt, is het handig deze adressen in een groep te programmeren. U kunt deze groep toewijzen aan een sneltoets zodat de multiadresverzending eenvoudiger kan worden uitgevoerd.
Programmering groepsnummers - vervolg bestaande 4a De groep annuleren bestaande 4b De groep wijzigen bestaande 4c De groep behouden 5 De groepsnaam 6 Een ontvanger Als u de bestaande groep wilt annuleren, drukt u op: Als u de bestaande groep wilt wijzigen, drukt u op: Als u de bestaande groep wilt behouden, drukt u op: Voer de groepsnaam in (maximaal 20 tekens) die u aan het groepsnummer wilt koppelen. Voer de adressen van de ontvangers in die u als groep wilt programmeren.
Programmering groepsnummers - vervolg 6 Een ontvanger invoeren - vervolg instelling van 7a De het groepsnummer annuleren instelling van 7b De het groepsnummer behouden Herhaal deze stap totdat alle adressen van de gewenste ontvangers zijn ingevoerd. Ga vervolgens verder naar stap 8.
Programmering groepsnummers - vervolg 9 Een sneltoets toewijzen - vervolg Als u het toewijzen van een sneltoets aan deze groep wilt overslaan, drukt u op: KLAAR Als er reeds gegevens zijn gekoppeld aan of gegevens zijn geprogrammeerd voor de geselecteerde sneltoets, wordt het volgende scherm getoond. BESTAAT REEDS Ga terug naar stap 3. Weergave twee seconden STOP Druk op deze toets om het instellen van de groep te voltooien en terug te keren naar de modus Standby. 1-TOETS NUMMER 2.BEHOUDEN 1.
- VERZENDCONFIGURATIE Documentspecificaties De volgende tabel bevat de specificaties van de originele documenten die in dit faxapparaat kunnen worden gebruikt. Eén vel Max. Documentformaat Meerdere vellen 216 mm (B) x 1000 mm (L) OPMERKINGEN: • Roep eventueel de hulp van de beheerder in voor pagina’s die langer dan 356 mm zijn. • Bij meerdere vellen moeten de documenten van hetzelfde formaat en hetzelfde papiertype zijn. • Een kleine marge van elk document wordt niet afgebeeld bij het scannen.
Documenten plaatsen 1 Aangehechte voorwerpen verwijderen 2 De pagina’s van het document op de documentensteun plaatsen Bedrukte zijde van het document Er kunnen maximaal 40 vellen (formaat A4) tegelijk worden geplaatst en verzonden. Pas de documentgeleiders aan de breedte van het document aan. Laat de invoerkant van de stapel documenten iets schuin naar achteren hellen en plaats de stapel vervolgens in de documenteninvoer.
Instelling scanresolutie De scanresolutie kan worden ingesteld op een van de volgende vijf modi, afhankelijk van het type document dat u wilt scannen. De scanresolutie is gewoonlijk ingesteld op de standaardinstelling. Als u de resolutie wijzigt, keert het faxapparaat na elke verzending weer terug naar de standaardinstelling. Op pagina 85 vindt u meer informatie over het wijzigen van de standaardinstelling van de resolutie. FIJN S.FIJN FOTO Druk op MODE aangegeven door het juiste indicatielampje.
Instelling contrast Met de instelling Contrast kunt u de donkerheidsgraad van de afdruk aanpassen. DONKERDER LICHTER KONTRAST Voor het instellen van het contrast kunt u gebruikmaken van een van de volgende drie instellingen. Het faxapparaat keert na elke verzending terug naar de standaardinstelling. Op pagina 85 vindt u meer informatie over het wijzigen van de standaardinstelling van het contrast. Druk op KONTRAST totdat het gewenste contrastniveau wordt aangegeven door het juiste indicatielampje.
Standaardinstelling voor documentmodus (resolutie en contrast) Hiermee selecteert u de standaardinstelling wanneer een document voor verzending in het faxapparaat wordt geplaatst. Handmatige instellingen (indien geselecteerd voor een bepaald document) hebben voorrang op standaardinstellingen. Het menu 1 DOCUMENTMODUS weergeven Druk op: MENU + + 2 De resolutie selecteren 3 Het contrast selecteren Selecteer de gewenste resolutie-instelling door op een van de volgende toetsen te drukken.
- KOPIËREN Papierformaat voor kopiëren U kunt de e-STUDIO170F gebruiken als handige kopieermachine voor het maken van gesorteerde kopieën van originele documenten. Hierna volgen een paar belangrijke punten met betrekking tot het maken van kopieën. Tijdens het kopiëren kan de functie SORTEREN worden geselecteerd. U kunt met deze functie een aantal kopieën in de juiste volgorde sorteren.
Kopieerprocedure 1 Het document plaatsen Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden in de documentensteun (zie pagina 82). Pas eventueel de resolutie en het contrast aan (zie pagina 83 en 84). 31-01 09:43 100% AUTO ONTVANGST 2 Op de toets KOPIE drukken optie 4 De KOPIESORTERING weergeven Geef het menu KOPIËREN weer door te drukken op: KOPIE Voer het aantal gewenste kopieën in. Als er geen aantal wordt ingevoerd, wordt het aantal kopieën automatisch ingesteld op“1”.
Kopieerprocedure - vervolg Het papierformaat van 6 de enkelvoudige bladinvoer selecteren Selecteer het papierformaat van de enkelvoudige bladinvoer. Als u het formaat A4 wilt selecteren, drukt u op: Als u het formaat Letter wilt selecteren, drukt u op: 7 De optie Dik papier 8 Het aantal kopieën Selecteer de modus voor dik papier. Selecteer het aantal kopieën (max. 99).
- KIESMETHODEN Dit TOSHIBA-faxapparaat heeft verschillende kiesmethoden. Snelkiezen (1toetsbediening) Gebruik deze methode om met één druk op de knop een faxnummer te kiezen. Zie pagina 71 voor het programmeren van sneltoetsen. Verkort kiezen Gebruik deze methode om een faxnummer te kiezen met een verkort kiesnummer (001 tot 999). Zie pagina 65 voor het programmeren van verkorte kiesnummers. Alfabetisch kiezen Gebruik deze methode om een faxnummer alfabetisch op te zoeken in de index van de locatie-ID’s.
Verkort kiesnummer Als u een geldig faxnummer onder een verkort kiesnummer heeft geprogrammeerd, kunt u dit nummer kiezen door het betreffende verkorte kiesnummer in te drukken. Het document moet zijn geplaatst en de resolutie en het contrast moeten zijn ingesteld voordat een verzending door middel van verkort kiezen kan worden uitgevoerd (zie pagina 83 en 84).
Alfabetisch kiezen “Alfabetisch kiezen” wordt gebruikt om de gewenste ontvangende partij te kiezen door de geprogrammeerde IDnaam van de locatie op te zoeken in de lijst met verkorte kiesnummers, sneltoetsen en groepsnummers. Het document moet zijn geplaatst en de resolutie en het contrast moet zijn ingesteld voordat een verzending door middel van alfabetisch kiezen kan worden uitgevoerd (zie pagina 83 en 84).
Numeriek kiezen Als er geen verkort kiesnummer of sneltoets aan het ontvangende faxapparaat is toegewezen, kunt u het nummer invoeren met behulp van de numerieke toetsen. 1 Het faxnummer 2 Op de toets START Voer het faxnummer van de ontvangende partij in. Als het juiste nummer in het display wordt weergegeven, drukt u op: invoeren Het document moet zijn geplaatst en de resolutie en het contrast moeten zijn ingesteld voordat een verzending via de numerieke toetsen kan worden uitgevoerd.
- VERZENDEN Geheugenverzending Bij een verzending vanuit het geheugen wordt het document eerst gescand en in het geheugen opgeslagen. Vervolgens kan het document naar de ontvangende partij(en) worden verzonden Bestandsnummer en resterend geheugen • Een geheugenverzending wordt automatisch gestart door middel van de volgende kiesmethoden.
Geheugenverzending - vervolg Procedure geheugenverzending 1 Het document 2 Het faxnummer 3 Het scannen starten 4 Terugkeren naar de Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden in de documentensteun (zie pagina 82). Kies het faxnummer van de ontvanger met behulp van een van de vier kiesmethoden. Het faxapparaat start met het scannen en opslaan van het document in het geheugen. Als het scannen van het document is voltooid, keert het faxapparaat terug naar de modus Standby.
Directe documentverzending Directe verzending wordt onder andere gebruikt als er onvoldoende resterend geheugen is of als er een groot aantal documentpagina’s moeten worden verzonden. Deze modus wordt tevens gebruikt als de gebruiker de daadwerkelijke verzending van het document visueel wil controleren. De documenten blijven in de ADF (automatische documenteninvoer) en worden één voor één verzonden.
Directe documentverzending - vervolg Directe verzending als standaardinstelling - vervolg 5 Verzending van het 6 De verzending Na het scannen van het document wordt de verzending gestart. Hierbij wordt het volgende scherm weergegeven. Als de communicatie is voltooid, dooft het indicatielampje BEZIG en keert het faxapparaat terug naar de modus Standby.
Directe documentverzending - vervolg Tijdelijke directe verzending Ook als u de modus Geheugenverzending als standaardinstelling heeft geselecteerd, kan het gebeuren dat u een bepaald document direct wilt verzenden vanuit de automatische documenteninvoer (ASF). Dit is handig wanneer het document uit veel pagina’s bestaat of wanneer het resterende geheugen te klein is om de documentgegevens op te slaan.
Directe documentverzending - vervolg On-hook verzending (kiezen met monitorluidspreker) U kunt documenten on-hook (met de hoorn op de haak) verzenden en met behulp van de monitorluidspreker de antwoordtoon van het ontvangende faxapparaat controleren. 1 Het document 2 Op de toets 3 Het faxnummer 4 Op de toets START Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden in de documentensteun (zie pagina 82). Druk op: Kies het faxnummer van de ontvanger met behulp van een van de vier kiesmethoden.
Directe documentverzending - vervolg Externe off-hook verzending (verzenden met externe telefoon) Off-hook (met de hoorn van de haak) verzenden kan handig zijn als u eerst met uw ontvanger wilt spreken voordat u een document verzendt. Voor deze functie moet er een telefoon zijn aangesloten op de “TEL”-ingang. (Deze telefoon wordt in deze handleiding “Externe telefoon” genoemd).
Nummerherhaling Automatische nummerherhaling Het faxapparaat herhaalt automatisch het gekozen nummer als de lijn van de ontvangende partij bezet is. Het maximum aantal herhalingen en de lengte van de interval tussen de herhalingen is afhankelijk van de ingestelde waarden van de herhaalteller en de herhaalinterval (zie pagina 61). Als er na het ingestelde aantal kiespogingen nog steeds geen verbinding tot stand is gebracht, verschijnt in het display de melding LIJN BEZET.
Nummerherhaling - vervolg Handmatige nummerherhaling geheugentaken Met deze functie kunt u een document verzenden door dit te selecteren uit de taken die in het geheugen zijn gereserveerd en die wachten op nummerherhaling. OPMERKING: Als er voor een bepaalde taak in het geheugen een afdelingscode is gebruikt, moet dezelfde afdelingscode opnieuw worden ingevoerd.
- ONTVANGEN Automatische ontvangstmodus Met behulp van de modus “AUTO-ONTVANGST” kunt u documenten die naar uw faxapparaat zijn verzonden automatisch ontvangen. Het faxapparaat start na een vooraf geselecteerd aantal belsignalen met het ontvangen van een document. U kunt het aantal belsignalen wijzigen (zie pagina 62). OPMERKING: U kunt een belvertraging selecteren als u de beller wilt spreken voordat u het faxbericht ontvangt.
Modus Handmatige ontvangst Automatische schakelmodus TEL/FAX Deze modus wordt gebruikt wanneer de lijn zowel voor fax- als telefoonberichten wordt gebruikt. Het faxapparaat bepaalt automatisch of een inkomende oproep bestemd is voor het faxapparaat of voor de telefoon. Indien de oproep voor de telefoon bestemd is, gaat het belsignaal over overeenkomstig de ingestelde waarde voor de oproeptijd.
De Ontvangstmodus selecteren Gewoonlijk is de automatische ontvangstmodus (AUTOONTVANGST) geselecteerd. U kunt de ontvangstmodus wijzigen door te drukken op de toets AUTO Indien de modus Autoontvangst is geselecteerd, drukt u op: Papierformaat Dit faxapparaat is geschikt voor het papierformaat A4, Letter en Legal. Het ontvangen document wordt afgedrukt binnen het effectief afdrukgebied van het papier. Papierformaat . Zie pagina 62 voor meer informatie over het selecteren van de ontvangsmodus.
- COMMUNICATIESTATUS Status huidige taak De huidige taak kan worden gevolgd via het display. U kunt zonodig de taak annuleren. OPMERKINGEN: • Als er geen communicatietaak wordt uitgevoerd, wordt alleen het aantal gereserveerde taken weergegeven, zoals hieronder aangegeven. LOPENDE OPDRACHT= FUNKTIE WISSEN • x Als er geen taken zijn gereserveerd of worden uitgevoerd, wordt het onderstaande scherm twee seconden weergegeven. NIETS INGEVOERD Communicatiejournaal 1 Op de toets OPDR.
- EEN COMMUNICATIETAAK ANNULEREN Een directe verzending annuleren Een taakreservering annuleren 1 Er wordt een 2 Op de toets STOP 3 De gewenste optie Het onderstaande scherm (of een vergelijkbaar scherm) wordt weergegeven als er een document wordt verzonden in de modus Directe verzending. Druk op: Selecteer de gewenste optie. document verzonden VERZEND P001 +81 425 86 7449 drukken selecteren STOP Als u de verzending wilt annuleren, drukt u op: WISSEN ? 1.+81425867449 2.
Een taakreservering annuleren - vervolg 2 Het taaktype selecteren Selecteer het gewenste taaktype. 3 Het OPDRACHT NUMMER invoeren Voer het taaknummer in dat u wilt annuleren. ENTER drukken 5 Op om de taak te 4 Andere taken annuleren annuleren Indien het scherm met de gewenste taak wordt weergegeven, drukt u op: [ZET]:WISSEN [↑ ↓]:ZOEKEN Geef de status van de gewenste taak weer met MENU behulp van en/of . TOON De werkwijze en de tekst in het display zijn voor elk geselecteerd type verschillend.
GEAVANCEERDE FUNCTIES - MULTI-ADRESVERZENDING (BROADCAST) Groepsverzending Met de functie Groepsverzending (broadcast) kunt u een document met één bewerking naar meerdere ontvangers verzenden. Bij een groepsverzending (broadcast) moeten alle pagina’s naar het geheugen worden gescand voordat er een nummer wordt gekozen. Er moet dus voldoende resterend geheugen zijn. OPMERKINGEN: • Er kunnen maximaal 50 groepen worden toegewezen.
Snelle multi-toetsverzending Via de snelle multitoetsverzending kunnen documenten naar een combinatie van de volgende nummers worden verzonden. U hoeft niet vooraf een groep te programmeren omdat u met de multitoets een tijdelijke groep maakt. • • • • Snelkiezen (1toetsbediening) ... (zie pagina 89) Verkort kiezen ... (zie pagina 90) Alfabetisch kiezen ... (zie pagina 91) Numeriek kiezen ...
Snelle multitoets-verzending - vervolg 5 Op de toets START 4 Het faxnummer annuleren of behouden U kunt het nummer van een handmatige groep annuleren of behouden. Druk op de sneltoets of het verkorte kiesnummer dat u wilt verwijderen en druk vervolgens op: drukken 4a Het bestaande nummer annuleren 4b Het bestaande nummer behouden Als u het bestaande nummer wilt annuleren, drukt u op: (WISSEN) Als u het bestaande nummer wilt behouden, drukt u op: (BEHOUDEN) Druk op: START SCANNEN DOK. BESTANDSNR.
- RELAISVERZENDING Relaisverzending, overzicht relais-relaisverzending Wat is een relaisverzending? Met een relaisverzending kunt u documenten vanaf uw faxapparaat (oorspronkelijk station) naar een hubstation verzenden, die ze op zijn beurt doorstuurt naar andere eindstations. Als u verschillende stations in een of meer landen heeft (bijvoorbeeld Nederland, Duitsland, Italië, Denemarken) kunt u met een relaissysteem tijd en telefoonkosten besparen.
Relaisverzending vanaf oorspronkelijk station In deze paragraaf worden de procedures beschreven voor het verzenden van een document naar een relaisbox in een relaisstation. Het relaisstation moet geschikt zijn voor ITU-T F-codecommunicatie. Zie pagina 111 voor meer informatie. OPMERKING: De relaisbox van de bestemming moet in de externe hubeenheid zijn geïnstalleerd voordat u documenten kunt verzenden.
Relaisverzending vanaf oorspronkelijk station - vervolg 5 De optie Wachtwoord selecteren Indien er een wachtwoord is geprogrammeerd voor het relaisstation, drukt u op: 6 Het wachtwoord 7 De externe Voer het wachtwoord in om toegang te krijgen tot de relaisbox. Voer het faxnummer van de externe hubeenheid in met behulp van een van de volgende kiesmethoden. invoeren hubeenheid kiezen • Ga naar stap 6.
- POLLING en POSTBUSCOMMUNICATIE De geavanceerde polling- en postbusfuncties van de eSTUDIO170F zijn bedoeld voor het op afstand afroepen van documenten. De eSTUDIO170F is tevens een “hub”-type eenheid waarin documenten kunnen worden opgeslagen die door andere faxapparaten kunnen worden afgeroepen(deze andere faxapparaten moeten beschikken over pollingfuncties voor het afroepen van documenten vanaf de eSTUDIO170F).
Overzicht polling en postbus - vervolg Overzicht polling en postbus - vervolg Open postbus (geschikt voor ITU-T) De open postbus is een nieuwe internationale norm voor postbuscommunicatie. Met behulp van dit openpostbussysteem (ITU-T F-code-communicatie) kunt u documenten opslaan en afroepen via postbussen die voldoen aan deze norm.
Eenvoudige en beveiligde pollingreservering Met deze procedure kan de eSTUDIO170F op verzoek een document naar een ander extern faxapparaat verzenden. De documenten kunnen tevens met behulp van beveiligingscodes worden beveiligd tegen onbevoegde externe faxapparaten. Er zijn twee typen beveiligingscodes beschikbaar.
Eenvoudige en beveiligde pollingreservering - vervolg 4 AFR. ENKELE BUS 5 De beveiligingsoptie 6a VEILIGHEIDSKODE 6b FAXNUMMER selecteren selecteren FAX NR. 6c VEILIGH. selecteren Selecteer “02.AFR. ENKELE BUS“ door te drukken op: Selecteer met de numerieke toetsen een van de volgende Selecteer “2.VEILIGHEIDSKODE” door te drukken op: Selecteer “4.VEILIGH. FAX NR.” door te drukken op: selecteren selecteren MENU opties of gebruik Selecteer “3.
Eenvoudige en beveiligde pollingreservering - vervolg 7 De procedure voltooien Het faxapparaat start met het scannen van het document. SCANNEN DOK. BESTANDSNR.= 100% 140 Als het scannen van het document is voltooid, keert het faxapparaat terug naar de modus Standby. OPMERKING: In de modus Directe verzending wordt een document niet in het geheugen opgeslagen. Het document wacht in de ADF (automatische documenteninvoer) op een pollingverzoek.
Pollingreservering multipostbus Multipostbus is een functie die wordt gebruikt voor het opslaan van een document in het geheugen zodat meerdere externe faxapparaten dit document op elk moment kunnen opvragen. Bij deze functie worden geen beveiligingscodes gebruikt. Het document wordt in het geheugen bewaard ongeacht het aantal keren dat het document is opgevraagd. OPMERKINGEN: • Er kan per keer slechts één pollingreservering voor een multipostbus worden ingesteld.
Pollingreservering multipostbus - vervolg 5 De procedure voltooien Het faxapparaat start met het scannen van het document. SCANNEN DOK. BESTANDSNR.= 100% 140 Als het scannen van het document is voltooid, keert het faxapparaat terug naar de modus Standby. OPMERKING: Als er reeds een multipostbus-reservering is ingesteld, wordt het volgende scherm weergegeven. BESTAAT REEDS 1. WISSEN 2.ZET + 3.BEHOUDEN U kunt een van de volgende drie opties kiezen. 1.
Eenvoudige en beveiligde polling Gebruik deze procedure om een document op te vragen bij een extern faxapparaat. Indien het externe faxapparaat een TOSHIBA-faxapparaat is en er een 4-cijferige beveiligingscode voor het op te vragen document is geprogrammeerd, moet u de juiste 4-cijferige beveiligingscode invoeren om het document te kunnen ophalen. 1 Het menu AFROEP weergeven Druk op: MENU 2 AFROEP selecteren Selecteer “01.
Eenvoudige en beveiligde polling - vervolg 5 De beveiligingscode invoeren Voer de 4-cijferige beveiligingscode in voor het op te vragen document. 6 De procedure voltooien Het nummer van het externe faxapparaat wordt gekozen en het document wordt opgevraagd. Als de taak is voltooid, wordt het volgende scherm ongeveer twee seconden weergegeven en de documenten worden afgedrukt. TOON VEILIGHEIDSKODE= [****] Als de 4-cijferige beveiligingscode is ingevoerd, drukt u op: Ga naar stap 6.
Multi-adrespolling Bij multi-adrespolling worden de documenten opgevraagd bij meerdere externe faxapparaten met behulp van geprogrammeerde groepen, sneltoetsen, verkorte kiesnummers, alfabetische kiesnummers of numerieke toetsen. OPMERKING: Het resultaat van de multiadrespolling kan worden gecontroleerd aan de hand van het multi-pollingrapport. (Zie pagina 191). 1 Het menu AFROEP weergeven Druk op: MENU + 2 AFROEP selecteren Selecteer “01.
Multi-adrespolling - vervolg optie 5 De beeiligingscode selecteren Indien alle externe faxapparaten zijn ingevoerd in stap 4, drukt u op: 6 De beveiligingscode 7 De procedure Voer de 4-cijferige beveiligingscode in voor het op te vragen document. Het faxapparaat kiest de nummers van de externe faxapparaten om de documenten op te vragen. Als de taak is voltooid, wordt het volgende scherm ongeveer twee seconden weergegeven en de documenten worden afgedrukt. invoeren VEILIGHEIDSKODE ? 1.JA 2.
- POSTBUS (geschikt voor ITU-T ) Deze paragraaf geeft een beschrijving van de installatieprocedures voor een postbus in de e-STUDIO170Fhubeenheid. Met behulp van deze functie kunnen alle faxappaten die geschikt zijn voor ITU-T F-code documenten reserveren, verzenden of opvragen bij en vanaf de eSTUDIO170F. De postbussen moet eerst worden geïnstalleerd voordat de eSTUDIO170F als postbus-hub kan worden gebruikt. Er kunnen maximaal 50 voor ITU-T F-code geschikte postbussen op de eSTUDIO170F worden gemaakt.
Een postbus instellen - vervolg 4 Het type postbus selecteren Selecteer het gewenste type postbus. 5 Het postbusnummer invoeren Voer het postbusnummer in (max. 20 cijfers). Als u een vertrouwelijke postbus wilt selecteren, drukt u op: 6 De optie Wachtwoord selecteren Selecteer of u wel of niet de wachtwoordoptie voor deze postbus wilt gebruiken. een ander 8 Selecteer item van het menu 7 Het wachtwoord invoeren INSTELLEN of… Voer het wachtwoord in (max. 20 cijfers).
Een postbus verwijderen Deze paragraaf beschrijft de procedures voor het verwijderen van een bestaande postbus in een e-STUDIO170Fhubeenheid. OPMERKING: Als er nog een document in de te verwijderen postbus zit, is deze bewerking pas toegestaan nadat het document is opgevraagd, afgedrukt of geannuleerd. 1 Het menu POSTBUS weergeven Druk op: MENU 2 INVOEREN 3 POSTBUS Selecteer “04.INVOEREN & WISSEN” door te drukken op: Selecteer “2.
Een postbus verwijderen - vervolg een ander 6 Selecteer item van het menu 5 Het wachtwoord invoeren INSTELLEN of… Voer het wachtwoord in (max. 20 cijfers). Na het voltooien van deze configuratie-instellingen kunt u naar wens verdergaan met het selecteren van andere instellingen. Zie de bijbehorende pagina’s voor instructies of druk op: STOP TOON WACHTWOORD [***** ] Druk vervolgens op: GEWIST Weergave twee seconden Ga terug naar stap 2. OPMERKING: Controleer of het juiste wachtwoord is ingevoerd.
Een document naar een postbus (externe hub) verzenden Deze paragraaf beschrijft de procedures voor het verzenden van een document naar de vertrouwelijke postbus van een externe hubeenheid, of het reserveren van een document in een bulletin-postbus in een externe hubeenheid. De externe hubeenheid moet geschikt zijn voor ITU-T Fcode-communicatie. Zie pagina 115 voor meer informatie.
Een document naar een postbus (externe hub) verzenden - vervolg 4 ZEND NAAR POSTBUS selecteren Selecteer “2.ZEND NAAR POSTBUS” door te drukken op: 5 Het postbusnummer invoeren wachtwoord 6 Het voor de reservering 7 De externe hubeenheid kiezen invoeren Voer het postbusnummer in (max. 20 cijfers). Voer het wachtwoord in om toegang te krijgen tot de bulletin-postbus. Voer het faxnummer van de externe hubeenheid in met behulp van een van de volgende kiesmethoden.
Een document in een postbus reserveren (lokale hub) Deze paragraaf behandelt de procedure voor het reserveren van een document in de vertrouwelijke postbus of de bullettin-postbus van de eSTUDIO170F. OPMERKINGEN: • Voordat een document in een postbus kan worden gereserveerd, moet de postbus eerst worden geïnstalleerd. Zie pagina 125. • Deze bewerking is niet toegestaan wanneer de postbus waarin u een document wilt reserveren reeds in gebruik is.
Een document in een postbus reserveren (lokale hub) - vervolg 4 OPSLAG IN POSTBUS selecteren Selecteer “4.OPSLAG IN POSTBUS” door te drukken op: BUS NUMMER [ 5 Het postbusnummer invoeren wachtwoord 6 Het voor de reservering invoeren Voer het postbusnummer in (max. 20 cijfers). Voer het wachtwoord in om toegang te krijgen tot de bulletin-postbus. ] 7 De procedure voltooien Het faxapparaat start met het scannen van het document naar het geheugen.
Een document opvragen (polling) uit een postbus (externe hub) Deze paragraaf beschrijft de procedure voor het opvragen van een document uit een vertrouwelijke postbus of bulletin-postbus in een externe hubeenheid. 1 Het menu POSTBUS 2 Het type postbus selecteren 3 AFROEP Druk op: Selecteer het gewenste type postbus. Selecteer “3.
Een document opvragen (polling) uit een postbus (externe hub) - vervolg 4 Het postbusnummer 5 Het wachtwoord 6 De externe 7 De procedure Voer het postbusnummer in (max. 20 cijfers). Voer het wachtwoord in om toegang te krijgen tot de vertrouwelijke postbus. Voer het faxnummer van de externe hubeenheid in met behulp van een van de volgende kiesmethoden. Het faxapparaat kiest het nummer van de externe hubeenheid om het document op te vragen.
Een document uit een postbus (lokale hub) afdrukken Deze paragraaf beschrijft de procedure voor het opvragen van een document uit een vertrouwelijke postbus of een bullettin-postbus van de e-STUDIO170F. Zie pagina 125 voor meer informatie. 1 Het menu POSTBUS 2 Het type postbus selecteren Druk op: Selecteer het gewenste type postbus.
Een document uit een postbus (lokale hub) afdrukken - vervolg 4 Het postbusnummer 5 Het wachtwoord 6 De procedure Voer het postbusnummer in (max. 20 cijfers). Voer het wachtwoord in om toegang te krijgen tot de vertrouwelijke postbus. Het faxapparaat start met het afdrukken van het document. Het volgende scherm wordt tijdens het afdrukken weergegeven. Het apparaat keert vervolgens terug naar de modus Standby.
Documenten in een postbus (lokale hub) annuleren Deze paragraaf beschrijft de procedure voor het annuleren van documenten die in de e-STUDIO170F zijn opgeslagen. Met deze bewerking worden alle bestaande documenten in elke postbus gewist, maar de postbus zelf wordt niet gewist. 1 Het menu POSTBUS weergeven Druk op: MENU + 2 Het type postbus selecteren Selecteer het gewenste type postbus.
Documenten in een postbus (lokale hub) annuleren - vervolg 4 Het postbusnummer 5 Het wachtwoord 6 De procedure Voer het postbusnummer in (max. 20 cijfers). Voer het wachtwoord in om toegang te krijgen tot de vertrouwelijke postbus. Het faxapparaat geeft het volgende scherm ongeveer twee seconden weer en keert vervolgens terug naar de modus Standby.
- GEAVANCEERDE VERZENDFUNCTIES Toegang tot afdelingscode Bij deze procedure wordt ervan uitgegaan dat u afdelingscodes heeft geselecteerd en geconfigureerd (zie pagina 52, 53 en 54). Indien u afdelingscodes heeft geselecteerd, is het gebruik van het faxapparaat beperkt tot bevoegd personeel. 1 Standby-menu 2 De afdelingscode 3 De procedure Het standby-menu van de Afdelingscode wordt hieronder weergegeven. Voer de 5-cijferige afdelingscode in die voor uw afdeling is geprogrammeerd.
Invoeren accountcode Bij deze procedure wordt ervan uitgegaan dat u de optie Accountcode heeft ingeschakeld (zie pagina 56). Indien deze optie is ingeschakeld, vraagt het faxapparaat naar een accountcode voorafgaand aan het kiezen van het nummer van het externe faxapparaat. De ingevoerde accountcode wordt afgedrukt in de kolom Accountcode van het activiteitenjournaal (zie pagina 186).
Kettingkiezen Met deze functie kiest u telefoon-/faxnummers met veel cijfers en pauzes voor “voice prompts” (gesproken informatie) of variaties in de nummervolgorde, bijvoorbeeld bij toegangscodes voor internationale gesprekken, of speciale toegangslijnen. Met behulp van de toets Chain Dial kunt u series nummers (verkort kiezen, alfabetisch kiezen, snelkiezen, en numeriek kiezen) en pauzes combineren in een “ketting“-kiesvolgorde.
Standaardinstelling voor geheugenverzending Met behulp van de functie Geheugenverzending kan uw faxapparaat snel documenten naar het geheugen scannen en weer beschikbaar stellen. U hoeft niet te wachten totdat de verzending is voltooid. Hiermee verhoogt u de productiviteit omdat andere gebruikers niet hoeven te wachten tot ze aan de beurt zijn om een faxbericht te verzenden.
Standaardinstelling voor verzendbeveiliging Met deze functie kunnen verzendingen alleen worden uitgevoerd als het gekozen nummer overeenkomt met het nummer dat in het ontvangende faxapparaat is geprogrammeerd. Als de nummers niet overeenkomen, voorkomt de verzendbeveiliging dat uw faxapparaat documenten verzendt en verschijnt in het display een verzendfout. OPMERKING: Het correcte telefoonnummer moet in de terminal-ID (TTI of afzenderregel) van het ontvangende faxapparaat zijn geprogrammeerd.
Programmering voorblad Met deze functie kunt u een voorblad aan het te verzenden document toevoegen. Voordat u deze functie gaat gebruiken, wilt u wellicht eerst een grafische afbeelding (logo) voor uw voorblad maken. Zie stap 4 van deze procedure. 1 Het menu VOORBLAD 2 Het voorblad in-/ weergeven Druk op: MENU uitschakelen Schakel het toevoegen van het voorblad in of uit.
Instelling herstelverzending Met de functie Herstelverzending kunt u een document opnieuw verzenden als na het opgegeven aantal nummerherhalingen geen verbinding is gemaakt. Het menu HERSTEL 1 VERZENDING weergeven Druk op: MENU Indien Herstelverzending is ingesteld op AAN wordt het document gedurende een gespecificeerde tijdsduur in het geheugen opgeslagen. U kunt het document binnen deze tijdsperiode opnieuw verzenden zonder het origineel opnieuw te scannen.
Afdrukken TTI (Transmit Terminal ID) De 3-STUDIO170F drukt op elke verzonden pagina een afzenderregel (TTI) af. De ontvanger kan aan de hand van deze gegevens de afzender in één oogopslag identificeren. De volgende gegevens worden in de afzenderregel vermeld: • Datum en starttijd De datum en starttijd waarop dit document naar het ontvangende faxapparaat is verzonden.
Afdrukken TTI (Transmit Terminal ID) - vervolg 1 Het menu TTI 2 De optie Afdrukken Druk op: Selecteer de optie Afdrukken TTI. Als u BINNEN wilt selecteren, drukt u op: weergeven MENU + TTI selecteren + Als u BUITEN wilt selecteren, drukt u op: + + Als u UIT wilt selecteren, drukt u op: Het display toont het volgende scherm om aan te geven dat de menuselectie is voltooid. Als u terug wilt keren naar de modus Standby, drukt u op STOP . TTI 1.BINNEN KLAAR 2.BUITEN 3.
Standaardinstelling Verzenden na scannen Met deze functie kunt u bepalen of het kiezen van het telefoonnummer wordt gestart terwijl het faxapparaat nog bezig is met het scannen van de documenten, of nadat het apparaat alle documenten heeft gescand in de modus Geheugenverzending. Als u kiezen ná het scannen heeft geselecteerd, kunt u tevens bepalen of u de gescande pagina’s wilt verwijderen of verzenden indien het geheugen vol raakt tijdens het scannen.
Instelling documentlengte Met deze instelling kunt u het verzenden van documenten die langer zijn dan één meter in- of uitschakelen. De documentlengte is standaard ingesteld op de limiet van één meter. OPMERKING: Als u “Elke lengte” selecteert, kan het apparaat het vastlopen van een document niet detecteren. 1 Het menu DOCUMENTLENGTE weergeven Druk op: MENU + optie 2 De Documentlengte selecteren Selecteer de optie Documentlengte.
PIN-masker Sommige PBX-centrales (bedrijfstelefooncentrale) kunnen alle uitgaande oproepen van een faxapparaat bijhouden en controleren. Dit wordt gedaan door het invoeren van een PIN-code ná het kiezen van het faxnummer van de ontvangende partij. De e-STUDIO170F van Toshiba biedt ondersteuning aan PBX-telefooncentrales door de ingevoerde PIN te maskeren met een “$” in zowel het display als de verzendrapporten en/of journalen.
- GEAVANCEERDE ONTVANGSTFUNCTIES Instelling code Ontvangstbeveiliging Er kunnen zich omstandigheden voordoen waarin u binnenkomende documenten wilt beveiligen. Met de functie Ontvangstbeveiliging kunnen documenten alleen met behulp van een beveiligingscode in het geheugen worden ontvangen. Hiermee bent u ervan verzekerd dat alleen gebruikers die beschikken over de juiste beveiligingscode deze documenten onder ogen krijgen.
Instelling code Ontvangstbeveiliging - vervolg een ander 5 Selecteer item van het menu INSTELLEN of… Na het voltooien van deze configuratie-instellingen kunt u naar wens verdergaan met het selecteren van andere instellingen. Zie de bijbehorende pagina’s voor instructies of druk op: STOP om het menu Configuratie te verlaten en terug te keren naar de modus Standby.
Instelling activatieperiode Ontvangstbeveiliging Deze paragraaf beschrijft de procedure voor het automatisch activeren van de Ontvangstbeveiliging tijdens een gespecificeerde tijdsperiode. U kunt deze optie pas gebruiken nadat er een beveiligingscode is geprogrammeerd. OPMERKINGEN: • Als er geen beveiligingscode is geprogrammeerd, vraagt de e-STUDIO170F u automatisch een beveiligingscode te programmeren. Zie de vorige paragraaf voor meer bijzonderheden over het programmeren van de beveiligingscode.
Instelling activatieperiode Ontvangstbeveiliging - vervolg 5 Instellen op elke dag 5 Instellen op elke dag 6 De start- en stoptijd 7 De procedure Als u de Ontvangstbeveiliging voor de gehele 24 uur van de dag wilt instellen, drukt u op: OPMERKING: De dag van de week wordt in het display weergegeven. Als u voor maandag de optie HELE DAG heeft geselecteerd, betekent dit dat de Ontvangstbeveiliging op maandag 24 uur actief is.
Tijdelijke stop Ontvangstbeveiliging Deze paragraaf beschrijft de procedure voor het handmatig uitschakelen van de Ontvangstbeveiliging. Met deze functie kunt u de Ontvangstbeveiliging tijdelijk uitschakelen voor het afdrukken van documenten die in het geheugen zijn opgeslagen. OPMERKINGEN: • De Ontvangstbeveiliging kan alleen handmatig worden uitgeschakeld als de Ontvangstbeveiliging eerder is ingeschakeld. (Zie pagina 153).
Instelling geheugenontvangst Indien de printer niet beschikbaar is tijdens de ontvangst van een document (bijvoorbeeld als gevolg van een papierstoring, geen toner, of een andere foutconditie) slaat het faxapparaat een reservekopie van de ontvangen gegevens op in het geheugen. menu 1 Het GEHEUGENONTVANGST De documentgegevens worden ontvangen en opgeslagen in het geheugen. De aard van het probleem wordt aangegeven in het display terwijl het indicatielampje ALARM knippert.
Instelling ontvangstverkleining Met deze functie kunt u het ontvangen beeld verkleinen als het document groter is dan het papier in het faxapparaat. OPMERKINGEN: • De standaardinstelling is AAN. • De volgende situaties doen zich voor wanneer het formaat van het ontvangen document groter is dan de vooraf ingestelde afmetingen. 1. De Ontvangstverkleining is ingesteld op AAN: - Het document wordt verkleind en afgedrukt indien de vooraf ingestelde verkleiningsfactor niet wordt overschreden.
Instelling Ontvangstverwijdering Met deze functie kunt u maximaal 13 mm* van het onderste gedeelte van het document verwijderen, indien het document groter is dan het papier in het faxapparaat. * Neem contact op met uw TOSHIBA-dealer als u deze vooraf ingestelde afmeting wilt wijzigen. menu 1 Het AFDRUKLIMIET weergeven Druk op: MENU + • 158 + Het kan gebeuren dat het te verwijderen gedeelte van het ontvangen document groter is dan de vooraf ingestelde afmeting.
Instelling Omgekeerde afdrukvolgorde Met deze functies wordt het gehele faxdocument in het geheugen ontvangen en vervolgens in omgekeerde volgorde afgedrukt. Op deze manier worden de pagina’s van het document in de juiste volgorde afgedrukt. menu AFDR. OP 1 Het VOLGORDE weergeven Druk op: MENU selecteren Als u de functie AFDR. OP VOLGORDE wilt instellen op AAN, drukt u op: + OPMERKINGEN: • De standaardinstelling is UIT.
Prioriteitsontvangst Met deze functie voorkomt u dat uw faxapparaat documenten van onbekenden ontvangt. Een verzending naar de eSTUDIO170F is alleen mogelijk indien de terminal-ID (of telefoonnummer) van het verzendende faxapparaat overeenkomt met de terminal-ID (of telefoonnummer) die is toegewezen aan het verkorte kiesnummer of de sneltoets op uw faxapparaat. OPMERKINGEN: • De standaardinstelling is UIT.
Afdrukken RTI (Remote Terminal ID) De e-STUDIO170F kan de tijd, de datum en het aantal pagina’s van de ontvangen faxberichten afdrukken in de vorm van een ontvangstregel (RTI). Deze ontvangstregel wordt met behulp van de interne klok van de e-STUDIO170F afgedrukt op uw ontvangen documenten. 1 Het menu RTI 2 De optie Afdrukken Druk op: Selecteer de optie Afdrukken RTI.
- VERZENDOPTIES Verzendbeveiliging Met deze functie voorkomt u dat uw faxapparaat berichten verstuurt naar een onjuist gekozen nummer. Indien deze functie is ingesteld op AAN wordt het gekozen nummer gecontroleerd aan de hand van de geprogrammeerde ontvangstregel (TTI) van het ontvangende faxapparaat. De verzending vindt alleen plaats als het gekozen nummer overeenkomt met het nummer van het ontvangende faxapparaat. U kunt met deze procedure de Verzendbeveiliging voor één verzending instellen op AAN.
ECM tijdelijk uitschakelen Als de ECM standaard is ingesteld op AAN, is het foutcorrectiesysteem actief voor alle communicatietaken die op uw faxapparaat worden uitgevoerd (zie pagina 59). 1 Het menu Instelling 2 De optie ECM Druk op: Selecteer “2.UIT” door te drukken op: ECM weergeven MENU U kunt met deze procedure de ECM voor één verzending uitschakelen. Het faxapparaat keert na voltooiing van de verzending onmiddellijk terug naar de standaardinstelling.
Kiezen met subadres Met deze functie kunt u een subadres aan het standaard bestemmingsadres toevoegen, indien dit door de andere partij wordt vereist. Er kunnen drie typen subadressen worden gebruikt (SUB, SEP en PWD) of elke combinatie van twee of drie typen subadressen. Na het selecteren van de gewenste typen wordt het faxbericht met behulp van het aangewezen subadres naar het gewenste adres verzonden.
Kiezen met subadres - vervolg 5 Het SEP-adres 6 De PWD invoeren 7 Het invoeren van 8 Het faxnummer Voer het gewenste SEP-adres in (max. 20 cijfers) en druk vervolgens op: Voer de gewenste PWD in (max. 20 cijfers) en druk vervolgens op: Het volgende scherm wordt weergegeven als de gegevens van de subadressen zijn ingevoerd. Voer het nummer van het ontvangende faxapparaat in met behulp van een van de volgende kiesmethoden, of schakel op dit punt over naar een andere optie.
Verzenden na scannen tijdelijk in- of uitschakelen Als de optie Verzenden na scannen standaard is ingesteld op “UIT”, kunt u met deze functie de modus Verzenden na scannen voor één verzending inschakelen. Zodra de verzending is voltooid, wordt de standaardinstelling hersteld. Als u de functie Verzenden na scannen heeft ingeschakeld, kunt u de opties “ZENDT GESCANDE PAG” of “STOP VERZENDEN” selecteren.
Verzenden na scannen tijdelijk in- of uitschakelen - vervolg 5 Het faxnummer invoeren Voer het nummer van het ontvangende faxapparaat in met behulp van een van de volgende kiesmethoden. • • • • Snelkiezen (1toetsbediening) ... (zie pagina 89) Verkort kiezen ... (zie pagina 90) Alfabetisch kiezen ... (zie pagina 91) Numeriek kiezen ...
Een voorblad toevoegen of afdrukken Met deze functie kunt u een voorblad toevoegen aan het te verzenden document of het voorblad afdrukken (ter controle). Als u deze functie wilt gebruiken, moet de functie Voorblad zijn ingesteld op AAN. Zie pagina 144 voor meer informatie. OPMERKINGEN: • Bij een multi-adresverzending wordt voor elk adres een voorblad aan het document toegevoegd. • De TTI (afzenderregel) wordt niet afgedrukt op het voorblad.
Een voorblad toevoegen of afdrukken - vervolg 5 De naam van de afzender invoeren Voer uw naam in. Zie pagina 36 voor meer informatie over het invoeren van tekens. Druk vervolgens op: 6 Het faxnummer invoeren Voer het nummer van het ontvangende faxapparaat in met behulp van een van de volgende kiesmethoden. • • • 31-01 09:43 99% TOETS TEL. NR. IN OPMERKING: Als u de naam van de afzender wilt overslaan, drukt u op • Snelkiezen (1toetsbediening) ... (zie pagina 89) Verkort kiezen ...
Uitgestelde communicatie (tijdsaanduiding) Met deze functie kunt u op een geprogrammeerd tijdstip een document reserveren voor verzending. Deze functie is handig als u voor nationale en internationale faxverzendingen gebruik wilt maken van kortingen op de telefoonkosten tijdens de daluren.
Prioriteitsverzending Met een prioriteitsverzending kunt u een verzending uitvoeren voorafgaand aan enige andere gereserveerde verzendtaak. OPMERKINGEN: • Een prioriteitsverzending geldt voor slechts één verzending. • Er kan slechts één communicatietaak worden gereserveerd als prioriteitsverzending. 1 Het document 2 Het menu PRIORITEIT 3 Het faxnummer Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden in de documentensteun (zie pagina 82).
Herstelverzending verzenden Deze bewerking wordt gebruikt om een document waarvan de eerste verzending is mislukt opnieuw te verzenden. Indien de herstelverzending is ingesteld op AAN, wordt het document in het geheugen van de e-STUDIO170F opgeslagen zodat het later opnieuw kan worden verzonden. OPMERKINGEN: • Indien de herstelverzending is ingesteld op UIT, wordt er een foutsignaal geactiveerd en verschijnt tijdens het selecteren van de herstelverzending de foutmelding “NU NIET TOEGESTAAN” in het display.
Herstelverzending verzenden - vervolg 4 Het document 5 De optie Annuleren Druk op: Als u het geselecteerde document dat is opgeslagen voor herstelverzending wilt verwijderen, drukt u op: annuleren OPDR.WISSEN selecteren OPDRACHT NR WISSEN005 1.JA 2.NEE GEWIST Weergave twee seconden Als u het geselecteerde document dat is opgeslagen voor herstelverzending wilt behouden, drukt u op: Het menu Standby wordt opnieuw weergegeven.
Verzending met lage snelheid Indien er als gevolg van een slechte verbinding regelmatig communicatiefouten optreden bij het verzenden van documenten, raden wij u aan een lagere verzendsnelheid te selecteren voor een goede verzendkwaliteit. Nadat de verzending met lage snelheid is voltooid, wordt de verzendsnelheid automatisch teruggezet in de standaardwaarde.
Lijnmonitor Met deze functie kunt u de luidspreker van het faxapparaat instellen op AAN zodat u de telefoonlijn kunt controleren. Deze functie is geldig voor slechts één communicatie. De lijnmonitor wordt voornamelijk gebruikt om het kiezen van het nummer en de status van de telefoonlijn te controleren. Indien deze optie altijd vereist is voor de communicatie met een bepaalde partij, kunt u de optie inschakelen tijdens het programmeren van een verkort kiesnummer (pagina 65) of sneltoets (pagina 71).
De paginateller instellen Als deze functie is ingesteld op AAN wordt op het papier van het ontvangende faxapparaat het aantal pagina’s afgedrukt. Deze functie is alleen beschikbaar voor een directe documentverzending. (Bij een geheugenverzending wordt het totaal aantal pagina’s automatisch afgedrukt als onderdeel van de TTI). Deze instelling is handig als u wilt controleren of alle pagina’s in de documenteninvoer met succes zijn verzonden.
Afdrukken communicatierapport U kunt voor elke verzending een communicatierapport opvragen. Als u elke keer wanneer er een document wordt verzonden een communicatierapport wilt afdrukken, stelt u deze functie standaard in op AAN (zie pagina 178). Gebruik de volgende procedure als u de communicatierapporten alleen zo nu en dan wilt gebruiken. Met behulp van de toets TX Report kunt u een rapport voor één communicatie afdrukken.
LIJSTEN EN RAPPORTEN - INSTELLING OPTIES LIJSTEN EN RAPPORTEN Met dit faxapparaat kan de gebruiker verschillende opties instellen voor de volgende lijsten en rapporten. JOURNAAL Er zijn twee typen journalen beschikbaar op de e-STUDIO170F. Zowel het verzendjournaal (TX-journaal) als het ontvangstjournaal (RX-journaal) geeft de 40 meest recente transacties. Een journaal kan automatisch of handmatig worden afgedrukt. Druk op u handmatig wilt afdrukken.
Instellingen ontvangstjournaal - vervolg 4 Opties AUTOAFDRUKKEN Druk op de volgende toets om het automatisch afdrukken van de verzend- en ontvangstjournalen in te stellen wanneer er 40 transacties hebben plaatsgevonden. Als u het automatisch afdrukken van journalen wilt instellen op AAN, drukt u op: Als u automatisch afdrukken van journalen wilt instellen op UIT, drukt u op: Het volgende scherm wordt twee seconden weergegeven om uw selectie te controleren.
Direct Transmission Report Setting menu 1 Het VERZENDRAPPORT weergeven Druk op: MENU + + optie voor 2 De VERZENDRAPPORT selecteren Selecteer de gewenste afdrukoptie voor directe verzendingen die niet in het geheugen zijn opgeslagen.
Rapportinstelling menu 1 Het GEHEUGEN TX geheugenverzending 2 De optie voor GEHEUGEN TX selecteren weergeven Druk op: MENU + + instellen Selecteer de gewenste afdrukoptie voor geheugenverzendingen vanuit één locatie. Als u ALTIJD een verzendrapport wilt afdrukken wanneer er een document wordt verzonden, drukt u op: + + + optie TOON 3 De EERSTE PAG.
Instelling multi-adresrapport menu MULTI TX. 1 Het 2 De optie voor MULTI TX. RAPPORT selecteren RAPPORT weergeven optie TOON 3 De EERSTE PAG. Druk op: Als u het automatisch afdrukken van verzendrapporten wilt instellen op UIT, drukt u op: Als u een afdruk van de eerste pagina van het document aan het verzendrapport wilt toevoegen, drukt u op: Het volgende scherm wordt twee seconden weergegeven om uw selectie te controleren.
Instelling multi-pollingrapport menu MULTI 1 Het AFR. RAPP. weergeven Druk op: MENU + 2 Opties MULTI AFR. RAPP. Selecteer de gewenste optie voor multi-pollingrapporten. Als u ALTIJD een rapport wilt afdrukken wanneer er een polling plaatsvindt, drukt u op: + + + Als u alleen een rapport wilt afdrukken wanneer er zich een fout heeft voorgedaan, drukt u op: + + MULTI AFR. RAPP. 1.ALTIJD 2.I.G.V.
Rapportinstelling relais-oorsprong 1 Het menu RELAIS STARTER weergeven Druk op: MENU + + + + + + 2 De optie voor RELAIS STARTER selecteren optie TOON 3 De EERSTE PAG. instellen Selecteer de gewenste optie om een rapport af te drukken elke keer wanneer er een relaisverzending wordt uitgevoerd.
Instellingen ontvangstlijst menu 1 Het ONTVANGSTLIJST weergeven Druk op: taak voor 2 De ONTVANGSTLIJST selecteren Selecteer de gewenste optie. MENU + Als u LOKALE POSTBUS wilt selecteren, drukt u op: + + Ga naar stap 3. 3 LOKALE 4 REMOTE Indien u in stap 2 de optie “01.LOKALE POSTBUS” heeft geselecteerd, wordt het volgende scherm weergegeven. Indien u in stap 2 “02.REMOTE POSTBUS” heeft geselecteerd, wordt het volgende scherm weergegeven. POSTBUSLIJST LOKALE POSTBUS 2.UIT 1.
- AFDRUKFORMAAT EN -PROCEDURE LIJSTEN EN RAPPORTEN Verzend-/ontvangstjournaal (communicatiejournaal) In een ONTVANGSTJOURNAAL wordt “AAN”vervangen door “VAN” Fax-/telefoonnummer van dit faxapparaat Afdruktijd van deze lijst of dit rapport Tellers faxapparaat Naam lijst/rapport Het verzend-/ontvangstjournaal toont het resultaat van elke communicatie voor maximaal de laatste 40 verzendingen/ ontvangsten. Afdrukprocedure VERZENDJOURNAAL TIJD : TEL. NR.
Verzendrapport Het verzendrapport is het resultaatrapport dat wordt afgedrukt na een directe verzending (een taak die niet vanuit het geheugen maar direct vanuit de documenteninvoer wordt verzonden). VERZENDRAPPORT TIJD TEL. NR. NAAM : 31-01-05 14:25 : 12345678901234567890 : ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ12345678901234 NR. BESTAND DATUM TIJD DUUR PAG NAAR 001 020 31-01 14:01 00/58 002 REDFIELD H.S. AFD. NR.
Rapport geheugenverzending Dit is het resultaatrapport dat wordt afgedrukt na een geheugenverzending (een verzendtaak die is uitgevoerd nadat het document in het geheugen is gescand). GEHEUGEN VERZENDRAPPORT TIJD TEL. NR. NAAM BESTANDSNR. : 070 DATUM : 31-01 14:18 NAAR : REDFIELD H.S. AANTAL DOK.'S : 002 STARTTIJD : 31-01 14:20 ENDTIJD : 31-01 14:23 VERZONDEN PAG'S.
Reserveringslijst Dit is een lijst van de huidige communicatietaken die in het geheugen zijn gereserveerd. RESERVERINGSLIJST Afdrukprocedure TIJD TEL. NR. NAAM : 31-01-05 14:25 : 12345678901234567890 : ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ12345678901234 Handmatig afdrukken TX/RX BESTAND FUNKTIE 001 005 009 010 AFROEPEN/FAX P-BUS HERSTEL VERZ. AFROEPONTVANGST RELAISSTATION GROEPSAFROEP BESTAND FUNKTIE 961 AFROEP BESTAND FUNKTIE 970 PAG POST MEERVOUDIGE VERZ.
Verzendrapport multi-adresverzending Dit is het resultaatrapport dat na een multi-adresverzending wordt afgedrukt. GROEPSVERZENDRAPPORT TIJD TEL. NR. NAAM : 31-01-05 14:25 : 12345678901234567890 : ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ12345678901234 Afdrukprocedure Auto-afdrukken (indien geprogrammeerd, zie pagina 182): BESTANDSNR. : 005 DATUM NAAR AANTAL DOK.
Multi-pollingrapport Dit is het resultaatrapport dat na een multi-pollingontvangst wordt afgedrukt. GROEPSAFROEP RAPPORT TIJD TEL. NR. NAAM BESTANDSNR. : 005 DATUM : 31-01 14:18 STARTTIJD : 31-01 10:56 ENDTIJD : 31-01 14:18 Afdrukprocedure : 31-01-05 14:25 : 12345678901234567890 : ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ12345678901234 Auto-afdrukken (indien geprogrammeerd, zie pagina 183): Het afdrukken start automatisch nadat alle (geslaagde of nietgeslaagde) pollingbewerkingen zijn uitgevoerd.
Oorsprongrapport relaisverzending Dit is het resultaatrapport dat het oorspronkelijk faxapparaat afdrukt na een relaisverzending. RELAIS VERZENDING START RAPPORT TIJD TEL. NR. NAAM 192 : 31-01-05 14:25 : 12345678901234567890 : ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ12345678901234 Afdrukprocedure Auto-afdrukken (indien geprogrammeerd, zie pagina 184): BESTANDSNR. : 009 DATUM : 31-01 10:55 NAAR : ABCDEFGHIJKLMNOPQRST RELAIS BUS : 12345678901234567890 AANTAL DOK.
Rapport postbusontvangst Dit is het rapport dat wordt afgedrukt nadat er gegevens zijn opgeslagen in een postbus. POSTBOX RECEPTION REPORT TIJD TEL. NR. NAAM BESTANDSNR. : 999 BUS NUMMER : 015 BUS TYPE : VERTROUWELIJKE BUS AANTAL DOK.
Lijst met postbussen (geschikt voor ITU-T F-code-communicatie) POSTBUS (OPEN) OVERZICHT TIJD : 31-01-05 14:25 TEL. NR. : 12345678901234567890 NAAM : ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZABCDEFGHIJKLMN Drukt een lijst af van de documenten die met behulp van het open postbussysteem (geschikt voor ITU-T F-codecommunicatie) via uw eigen faxapparaat en via externe faxapparaten zijn gereserveerd. Afdrukprocedure BUS NR.
Controlelijst afdeling Drukt een lijst af met afdelingscodes en verwerkte gegevens voor de modus Afdelingscontrole. Alleen beschikbaar indien de optie Afdelingscontrole is geselecteerd. Afdrukprocedure OVERZICHT AFDELINGSKODES TIJD : 31-01-05 14:25 TEL. NR. : 12345678901234567890 NAAM : ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZABCDEFGHIJKLMN Druk op: MENU + AFD. NR. 01 02 14 15 20 NAAM AFD. ABCDEFGHIJKLMNOPQRST OPERATION CENTER SYSTEM DESIGN XYZ 12345 82615 12131 33151 99990 Afdelingsnaam Afdelingsnr.
Lijsten met geprogrammeerde kiesnummers Er zijn lijsten met geprogrammeerde verkorte kiesnummers, sneltoetsen, multi-adresgroepen, en alfabetische kiesnummers. Met uitzondering van de adresboeklijst kunt u al deze lijsten afdrukken als onderdeel van één bewerking of als individuele lijst (één voor één). Alle lijsten De volgende gegevens worden afgedrukt.
Lijsten met geprogrammeerde kiesnummers - vervolg Lijst met verkorte kiesnummers Drukt een lijst af met kiesnummers van externe faxapparaten waaraan een verkort kiesnummer is toegewezen. TELEFOONNUMMERLIJST TIJD TEL. NR. NAAM : 31-01-05 14:25 : 12345678901234567890 : ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZABCDEFGHIJKLMN Afdrukprocedure Druk op: MENU VERK.NR NAAM 001 ABCDEFGHIJKLMNOPQRST TEL.NR. TIJD MON. BPS RAPP.
Lijsten met geprogrammeerde kiesnummers - vervolg Lijst met sneltoetsen Drukt een lijst af met kiesnummers van externe faxapparaten waaraan een sneltoets is toegewezen. 1-TOETSNUMMER INFORMATIE TIJD TEL. NR. NAAM : 31-01-05 14:25 : 12345678901234567890 : ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZABCDEFGHIJKLMN Afdrukprocedure Druk op: 1T NR. 01 09 22 35 NAAM/FUNKTIE VERK.
Lijsten met geprogrammeerde kiesnummers - vervolg Lijst met groepsnummers Drukt een lijst af met sneltoetsen of verkorte kiesnummers die aan multiadresgroepen of multipollinggroepen zijn toegewezen. GROEPSNUMMER INFORMATIE TIJD TEL. NR. NAAM : 31-01-05 14:25 : 12345678901234567890 : ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZABCDEFGHIJKLMN Afdrukprocedure Druk op: GROEPSNUMMER NAAM MENU 1T/VERK.NR. 0001 ABCDEFGHIJKLMNOPQRST 1T 1111 COMPANIES VERK. VERK. 1999 AIUEOcorp.
Lijsten met geprogrammeerde kiesnummers - vervolg Adresboeklijst Drukt een lijst af met namen die als verkort kiesnummer, sneltoets of groepsnummer zijn geprogrammeerd. TELEFOONBOEK TIJD TEL. NR. NAAM : 31-01-05 14:25 : 12345678901234567890 : ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZABCDEFGHIJKLMN Afdrukprocedure Druk op: NAAM LOKATIE VERK. / 1T / GROEP / TEL. NR.
Functielijst SYSTEEMFUNKTIELIJST TIJD TEL. NR. NAAM MACHINE INSTEL. AUTO ONTV. MODE BELVERTR. CENTRALE TYPE HERKIEZEN-INTERVAL HERKIEZEN-TELLER VOLUME ALARM VOLUME KEY TOUCH VOLUME MONITOR VOLUME ENERGIEBESPARINGSMODE NACHTSTAND STARTTIJD EINDTIJD ACCOUNT KODE MONITOR ONTVAGSTINSTEVAL ECM KOPIE SORTEREN KOPIEN VERKLEINING LAND TAAL SCANNER&PRINTER DOKUMENT MODE RESOLUTIE KONTRAST DOKUMENT LENGTE PAPIERFORMAAT LADE 1 LADE 2 TX INSTELLEN GEHEUGENVERZENDING BEVEILIGD VERZ. VOORBLAAD NIEUWE VERZ.
Menulijst MENUOVERZICHT TIJD TEL. NR. NAAM 1.FAX MOGELIJKHEDEN 1.VERZEND OPTIES 01.BEVEILIGDE VERZ. 02.ECM 03.SUB ADRES VERZ. 04.VERZENDEN NA SCAN 05.VOORBLAD 06.UITGESTELDE KOMM. 07.PRIORITEIT 08.HERSTEL VERZ. 09.FAX SNELHEID 2.LIJNMONITOR 3.AFROEP 01.AFROEP 02.AFROEP RESERV. 4.PAGINA NUMMER 5.ONTVANGSTSLOT 6.ITU POSTBUS 01.VERTROUWELIJK 02.BULLETIN BOARD 03.RELAIS VERZOEK 04.INVOEREN & WISSEN 2.LIJSTEN 1.FUNKTIE 2.RESERVERING 3.AFDELING 4.ITU POSTBUS 5.TELEFOON NRS 01.ALLE LIJSTEN 02.VERKORTE NUMMERS 03.
Stroomstoringlijst Dit faxapparaat is voorzien van een batterij voor het bewaren van de inhoud van het documentgeheugen. Zelfs als de stroom wordt uitgeschakeld (bijvoorbeeld vanwege een stroomstoring) blijven de communicatiegegevens ongeveer 30 minuten in het geheugen opgeslagen. Na het overschrijden van deze tijdslimiet worden de opgeslagen communicatiegegevens in het geheugen gewist en wordt er een lijst met de bestandsnummers van de gewiste gegevens afgedrukt. STROOMSTORING OVERZICHT TIJD TEL. NR.
PROBLEMEN OPLOSSEN Foutmeldingen Indien zich een abnormale conditie voordoet in het faxapparaat of indien er een verkeerde bewerking wordt uitgevoerd, wordt er een zoemeralarm van vier seconden geactiveerd. Daarnaast verschijnt er in het display een melding met de aard van de fout. Voer in dat geval een corrigerende handeling uit aan de hand van de volgende tabel. Foutmelding CONTR.
Foutmeldingen - vervolg Foutmelding Oorzaak/oplossing DOKUMENT VASTGELOPEN Er is een document vastgelopen. Verwijder het vastgelopen document (zie pagina 210). PAPIERFORMAAT FOUT PAPIER VASTGELOPEN XX Er is papier vastgelopen of het papierformaat is onjuist. PAPIER IS OP: BOVEN Verwijder het vastgelopen papier of wijzig de instelling om het huidige papierformaat te selecteren (zie pagina 21, 206, 211). De bovenste papierlade is leeg.
Foutcodes papierstoring Indien zich een papierstoring voordoet tijdens het ontvangen of kopiëren, verschijnt de melding „PAPIERFORMAAT FOUT PAPIER VASTGELOPEN XX“. Voer in dat geval de volgende procedure uit. Het codenummer “XX” geeft de locatie van het vastgelopen papier aan volgens onderstaande tabel. Foutcode Oorzaak Corrigeren 10 Er is papier vastgelopen in de papierlade of enkelvoudige bladinvoer. Verwijder het vastgelopen papier. 20 Er is papier vastgelopen in de optionele papierlade.
Foutcodes in rapporten Foutcodes worden als statusindicatie afgedrukt in bijvoorbeeld verzendrapporten. Zoek de foutcode op in de volgende tabel om de oorzaak van de fout te bepalen. Foutcode Oorzaak Corrigeren 10 Papier op Plaats papier en stel de lade in. 11 Papier vastgelopen Open het paneel en haal het vastgelopen papier eruit. 12 Documenten vastgelopen Verwijder het vastgelopen document.
Verzendproblemen Controleer de punten in de volgende tabel indien het verzenden van faxberichten Probleem Oorzaak niet normaal verloopt. Neem contact op met uw Toshiba-dealer als na het controleren van de volgende punten het faxapparaat nog steeds niet correct werkt of Bij het invoeren van Er zijn te veel documenten als er andere problemen zijn die niet in de volgende tabel staan vermeld. documentpagina’s geplaatst. worden twee pagina’s Probleem Oorzaak Oplossing in de sleuf getrokken.
Ontvangstproblemen Controleer de punten in de volgende tabel indien het ontvangen van faxberichten niet normaal verloopt. Neem contact op met uw Toshiba-dealer als na het controleren van de volgende punten het faxapparaat nog steeds niet correct werkt of als er andere problemen zijn die niet in de volgende tabel staan vermeld. Probleem Oorzaak Oplossing Er gebeurt niets als u een document wilt ontvangen en op Er bevindt zich nog een document in uw faxapparaat.
Een documentstoring verhelpen Als er tijdens een verzending een document vastloopt, verschijnt de foutmelding “DOKUMENT VASTGELOPEN” in het display. Voer de volgende procedure uit om vastgelopen documenten te verwijderen. 1 Andere documenten verwijderen 2 Het bedieningspaneel openen vastgelopen 3 Het document verwijderen 4 Het bedieningspaneel sluiten Document Laat de AAN/UIT-schakelaar op ON staan.
Een papierstoring verhelpen Als er papier is vastgelopen tijdens het ontvangen van een faxbericht of tijdens het kopiëren, verschijnt de foutmelding “PAPIERFORMAAT FOUT PAPIER VASTGELOPEN XX” in het display. Voer de volgende procedure uit om het vastgelopen papier te verwijderen. Het codenummer “XX” geeft de locatie van het vastgelopen papier aan volgens onderstaande tabel.
Een papierstoring verhelpen - vervolg enkelvoudige 5 De bladinvoer verwijderen Verwijder de enkelvoudige bladinvoer. 212 6 De optionele papierlade uittrekken Verwijder de optionele papierlade. Het vastgelopen papier 7 uit de optionele papierlade verwijderen Verwijder de stapel papier uit de optionele papierlade en verwijder het vastgelopen papier uit het faxapparaat. De optionele 8 papierlade in het apparaat schuiven Schuif de optionele papierlade helemaal in het apparaat.
Een papierstoring verhelpen - vervolg 10 De proceseenheid verwijderen Til de proceseenheid met behulp van de groene hendel voorzichtig omhoog. VOORZICHTIG: Houd de proceseenheid altijd vast aan de groene hendel. Het vastgelopen papier 11 uit de papierinvoer verwijderen Verwijder het vastgelopen papier in de richting van de pijl. Let erop dat het papier niet scheurt. VOORZICHTIG: • Raak de transferrol niet aan.
Een papierstoring verhelpen - vervolg 15 De proceseenheid plaatsen Plaats de proceseenheid in het apparaat en lijn de geleiders van de eenheid uit met de groeven in het faxapparaat. Controleer of de proceseenheid zo ver mogelijk in het apparaat is geplaatst. OPMERKING: Oefen geen druk uit op de proceseenheid omdat hierdoor beschadigingen kunnen optreden. 214 16 Het voorpaneel sluiten Sluit het voorpaneel en controleer of het vastklikt in de vergrendelingen.
Als de afdruk niet helder is... Als de documentscanner vuil is, worden uw documenten waarschijnlijk niet helder verzonden. Als de afdrukeenheid vies is, is het ontvangen document waarschijnlijk niet helder. Maak in dat geval de documentscanner of afdrukeenheid schoon met behulp van de volgende procedures. U kunt deze problemen controleren door een kopie te maken.
Als de afdruk niet helder is... - vervolg Schoonmaakprocedure documentscanner - vervolg 4 Het bedieningspaneel sluiten Sluit het bedieningspaneel. • Controleer of de haken aan beide zijden correct zijn vergrendeld.
Als de afdruk niet helder is... - vervolg Schoonmaakprocedure afdrukeenheid 1 Het voorpaneel openen Pak de beide grepen aan weerszijden van het bovenste deel van het voorpaneel vast en trek het paneel omlaag om het te openen. OPMERKINGEN: • Als na het uitvoeren van deze procedure het probleem met de afdrukeenheid niet is opgelost, kunt u beter een nieuwe tonercassette of drumeenheid kopen. 2 De proceseenheid verwijderen Til de proceseenheid met behulp van de groene hendel voorzichtig omhoog.
DIAGNOSEPROGRAMMA – AUTOMATISCHE TESTMODUS AUTO TEST Met de modus AUTO-TEST kunt u automatisch een reeks apparaattesten in één bewerking uitvoeren. De AUTO-TEST omvat: • FLASH ROM-TEST Controleert de programma-, functie- en taalgegevens. • SRAM-TEST Controleer het SRAM-geheugen. • DRAM-TEST Controleer het DRAM-geheugen. • MODEM-TEST Controleert de modem en de spanning op de telefoonlijn. • SCANNER-TEST Controleert de beeldscanner. • CODEC-TEST Controleert de CODEC-IC.
- INDIVIDUELE TESTMODUS Overzicht INDIVIDUELE TEST In de modus INDIVIDUELE TEST kunt u specifieke testen op dit faxapparaat uitvoeren. menu 1 Het INDIVIDUELE De gewenste TEST openen 2 INDIVIDUELE TEST (01-07) selecteren Druk op: MENU MENU + + Druk op of totdat de gewenste INDIVIDUELE TEST wordt weergegeven in het display of voer met behulp van de numerieke toetsen de gewenste INDIVIDUELE TEST (01 tot en met 08) in. INDIVIDUAL TEST 01.ADF TEST 02.KEY TEST 03.LED TEST 04.LCD TEST 05.
ADF TEST De ADF-test controleert de werking van de ADF (automatische documenteninvoer) door documenten naar de uitvoer te transporteren. U kunt controleren of de automatische documenteninvoer normaal werkt door het aantal geplaatste documenten te vergelijken met het aantal getransporteerde en uitgevoerde documenten.
ADF TEST - vervolg 4 De ADF-TEST voltooien De tekst “OPDRACHT UITGEVOERD” wordt in het display weergegeven en het faxapparaat keert terug naar het menuscherm van de individuele test. Het resultaat van de ADF-test kan worden gecontroleerd aan de hand van het zelftestrapport. Raadpleeg “EEN TESTRESULTAAT AFDRUKKEN” op pagina 230 als u het zelftestrapport wilt afdrukken. Neem contact op met uw Toshiba-dealer als het resultaat van de ADF-test wordt beoordeeld als NG (niet goed).
TOETSTEST De toetstest controleert de werking van de toetsen op het bedieningspaneel 1 Het menu Toetstest selecteren Druk op: 2 De toetsen controleren Druk op alle toetsen, met MENU Druk op: Het resultaat van de Toetstest kan worden gecontroleerd aan de hand van het zelftestrapport. Raadpleeg “EEN TESTRESULTAAT AFDRUKKEN” op pagina 230 als u het zelftestrapport wilt afdrukken. STOP . Als alle toetsen (met STOP + uitzondering van + gedetecteerd, wordt het onderstaande scherm weergegeven.
LED TEST De LED-test controleert de werking van de LED’s door alle LED’s op het bedieningspaneel te laten branden. 1 Het menu LED-TEST 2 De LED’s controleren 3 De optie Testresultaat 4 De LED-TEST Druk op: Controleer of alle LED’s branden. Druk na het Als alle LED’s branden, drukt u op: De tekst “OPDRACHT UITGEVOERD” wordt in het display weergegeven en het faxapparaat keert terug naar het menuscherm van de individuele test.
DISPLAY-TEST De display-test controleert de werking van het display door alle display-elementen in- en uit te schakelen op het bedieningspaneel. 1 Het menu DISPLAYTEST selecteren Druk op: 2 De DISPLAY-test 3 De optie Testresultaat 4 De DISPLAY- Druk op: Als alle elementen van het display normaal in- en uitschakelen, drukt u op: De tekst “OPDRACHT UITGEVOERD” wordt in het display weergegeven en het faxapparaat keert terug naar het menuscherm van de individuele test.
LUIDSPREKERTEST De luidsprekertest controleert de werking van de luidspreker door het volume van de luidspreker te wijzigen. menu 1 Het LUIDSPREKERTEST selecteren 2 Het luidsprekervolume 3 De optie Testresultaat controleren Druk op: START MENU + + + + SPEAKER TEST DRUK OP START Druk op om het volumeniveau in te stellen op “>” (minimum) tot “>>>>>>” (maximum) en “UIT” (geen geluid).
SENSORTEST De sensortest controleert of de detectiesensoren normaal werken. De modus SENSORTEST omvat de volgende testitems: • Detectie van open/gesloten bovenpaneel • Detection van open/ gesloten voorpaneel • Detectie van aanwezigheid/ afwezigheid van papier en papierlade OPMERKING: Als de sensor kapot is, verandert de tekst in het display niet meteen. Na ongeveer 40 seconden verschijnt in het display echter de tekst NG (niet goed).
SENSORTEST - vervolg 4 De papierlade controleren 5 De Verwijder het papier in de papierlade. Het volgende scherm verschijnt als de afwezigheid van papier wordt gedetecteerd. Plaats papier in de papierlade nadat u heeft gecontroleerd of de volgende tekst in het dispay wordt weergegeven. Het resultaat van de sensortest kan worden gecontroleerd aan de hand van het zelftestrapport. Raadpleeg “EEN TESTRESULTAAT AFDRUKKEN” op pagina 230 als u het zelftestrapport wilt afdrukken.
AFDRUKTEST De afdruktest controleert de afdrukfunctie door middel van het afdrukken van een testpatroon. menu 1 Het TESTAFDRUK selecteren Afdrukvoorbeeld Druk op: MENU optie 2 De Afdrukresultaat selecteren + + PRINTERTEST AFDRUK VAN LIJST Het testpatroon wordt afgedrukt. PRINTERTEST 1.JA 2.
TONER IC-TEST De Toner IC-test controleert of de IC-chip van de tonercassette wel of niet correct kan worden gelezen. 1 De TONER IC-TEST 2 Het testresultaat 3 De TONER IC-TEST Druk op: Het volgende scherm verschijnt als het testresultaat OK is. Het resultaat van de toner ICtest kan worden gecontroleerd aan de hand van het zelftestrapport. Raadpleeg “EEN TESTRESULTAAT AFDRUKKEN” op pagina 230 als u het zelftestrapport wilt afdrukken.
- TESTRESULTAAT Een TESTRESULTAAT AFDRUKKEN This test result list prints out the results of the individual tests as a self test report. menu 1 Het TESTRESULTAAT selecteren Druk op: Afdrukvoorbeeld MENU XXXXX TEST + RESULTAAT TIJD TEL.NR.
- EXTERNE SERVICE-AUTOMATISCHE BESTELLING Instelling automatische bestelling Met dit faxapparaat kunt u automatisch een bestelformulier naar een bepaald faxnummer verzenden om uw leverancier te laten weten dat u een nieuwe drum-eenheid of tonercassete nodig heeft. Neem voor meer informatie over deze instelling contact op met uw Toshiba-dealer.
SPECIFICATIES Documentformaat: Breedte ....... maximaal 216 mm minimaal148 mm Lengte ......... maximaal 1000 mm minimaal 100 mm Papierformaat: Letter, Legal, A4 Capaciteit papierlade: maximaal 250 vel (voor het aanbevolen papier) Capaciteit enkelvoudige bladinvoer: 1 vel (voor het aanbevolen papier) Effectieve scanbreedte: 214 mm Effectieve afdrukbreedte: 208 mm Compatibiliteit ECM, G3 communicatiemodi: Scandichtheid: Horizontaal . 8 dots/mm (203 dpi), 16 dots/mm (406 dpi) Verticaal ......
VERBRUIKSARTIKELEN HARDWARE-OPTIES Optionele papierlade: Papier formaat A4: MY-1025A4 Papier formaat Letter: Papier formaat Legal: Drum-eenheid: OD170F Tonercassette: T170F 233
[MEMO] 234
INDEX A Accountcodes Instellen ..................................................................................................... 56 Invoeren accountcode .............................................................................. 140 Achterkant ............................................................................................................ 10 Adresboeklijst ..................................................................................................... 200 Afdelingscode Beheer .......
D F Datum en tijd ........................................................................................................ 40 Diagnoseprogramma Auto-test .................................................................................................. 218 Een testresultaat afdrukken ..................................................................... 230 Individuele test .........................................................................................
Snelle start ................................................................................................. 34 Uitpakken ................................................................................................... 15 Installatie drum-eenheid en tonercassette ............................................................ 27 Instellen volume belsignaal .................................................................................. 46 Instelling contrast .............................................
O Ontvangen .......................................................................................................... 102 Automatische ontvangstmodus ................................................................ 102 Handmatige ontvangstmodus ................................................................... 103 Schakelmodus FAX/ANTW ...................................................................... 102 Schakelmodus TEL/FAX ..........................................................................
Reserveringslijst ................................................................................................. 189 Resterend geheugen en bestandsnummer ................................................. 93 Resolutie, aanpassen scanresolutie ..................................................................... 83 S Scanresolutie ........................................................................................................ 83 Schoonmaken Schoonmaakprocedure afdrukeenheid .......................
Verzendbeveiliging ............................................................................................. 162 Verzenden na scannen Standaardinstelling ................................................................................... 148 Tijdelijk ..................................................................................................... 166 Verzendjournaal .................................................................................................. 186 Instelling ....................