Software Guide
g241999
g241997
Figuur21
•Alsdecomputervandemotorgaanherstel
regeneratieheeftgevraagdenudeoptie
RECOVERYREGENselecteert(Figuur22),wordt
hetschermherstelregeneratievergrendeld(niet
beschikbaar).
g242000
g241998
Figuur22
Voorbereidenvaneengeparkeerdeofherstel
regeneratie
1.Verzekerdatdemachinevoldoendebrandstof
indetankheeftvoordebetreffenderegeneratie:
•Geparkeerderegeneratie:Verzeker
datbrandstoftankminstens¼volisvoor
geparkeerderegeneratie
•Herstelregeneratie:Verzekerdat
brandstoftankminstens½volisvoorherstel
regeneratie
2.Parkeerdemachinebuiten,enopgeruime
afstandvanbrandbarematerialen.
3.Parkeerdemachineopeenhorizontaal
oppervlak.
4.Verzekerdattractiebedieningofrijhendelsop
NEUTRAALstaan.
5.Schakelindiennodigdeaftakasuitenlaatde
maai-eenhedenofwerktuigenzakken.
6.Steldeparkeerreminwerking.
7.ZetdegashendelopLAAGSTATIONAIR.
Eengeparkeerdeofherstelregeneratie
uitvoeren
VOORZICHTIG
GedurendedeDPF-regeneratieisde
uitlaattemperatuurhoog(ongeveer600°C).De
heteuitlaatgassenkunnengevaaropleveren
vooruofanderen.
•Laatdemotornooitineenafgesloten
ruimtelopen.
•Zorgdatergeenbrandbaarmateriaalisin
debuurtvanhetuitlaatsysteem.
•Raaknooitenigonderdeelvaneenheet
uitlaatsysteemaan.
•Blijfnooitindebuurtvandeuitlaatvande
machinestaan.
Belangrijk:Decomputervandemachine
annuleertdeDPF-regeneratiealsuhetlaag
stationairetoerentalverhoogtofdeparkeerrem
vrijzet.
1.DrukinhetmenuDPFRegenerationopknop1
of2omomlaagtescrollennaardeoptiePARKED
REGENofdeoptieRECOVERYREGEN(Figuur23).
10










