Form No. 3447-259 Rev A eS3000SD 72 V TORO® 76 cm Modelnr.: 75500—Serienr.: 321000001 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
Inleiding Deze zitmaaier met draaiende messen is bedoeld voor gebruik door particulieren in residentiële toepassingen. De machine is voornamelijk ontworpen voor het maaien van gras op goed onderhouden gazons. Dit product gebruiken voor andere doeleinden dan het bedoelde gebruik kan gevaarlijk zijn voor u of voor omstanders. Lees deze informatie zorgvuldig door, zodat u weet hoe u de machine op de juiste wijze moet gebruiken en onderhouden en om schade aan de machine en letsel te voorkomen.
Inhoud Veiligheid .................................................................. 4 Algemene veiligheidswaarschuwingen elektrisch gereedschap ................................... 4 Veiligheidswaarschuwingen voor de gazonmaaier ................................................... 6 Bijkomende Toro veiligheid ................................. 7 Hellingsindicator .............................................. 12 Veiligheids- en instructiestickers ...................... 13 Montage .............................
Veiligheid dat elektrisch gereedschap binnendringt, verhoogt het risico op elektrische schokken. Algemene veiligheidswaarschuwingen elektrisch gereedschap D. Wees voorzichtig met het snoer. Gebruik het snoer nooit om het elektrisch gereedschap te dragen, trekken of uit het stopcontact te halen. Hou het snoer uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende onderdelen. Beschadigde of verwarde snoeren verhogen het risico op elektrische schokken. E.
E. F. Draag geschikte kleding. Draag geen losse kleding of juwelen. Hou uw haar en kleren uit de buurt van bewegende onderdelen. Losse kleding, juwelen en lang haar kunnen gegrepen worden door bewegende onderdelen. G. Als er toestellen voorzien worden voor de aansluiting van stofafzuiging- en stofopvangvoorzieningen, zorg dan dat deze aangesloten zijn en correct worden gebruikt. Gebruik van stofopvang kan risico's veroorzaakt door stof verkleinen. H. 4.
D. E. F. G. 6. Bij verkeerd gebruik kan vloeistof uit de accu lekken; vermijd contact hiermee. Als u er per ongeluk toch in aanraking mee komt, spoel dan met water. Als de vloeistof in uw ogen terechtkomt, vraag dan bijkomend om medische bijstand. Vloeistof die uit de accu wordt geworpen, kan irritatie van de huid of brandwonden veroorzaken. Gebruik geen accupack of gereedschap dat beschadigd of aangepast is.
Vervang versleten of beschadigde messen en bouten altijd als complete set om een goede balans te behouden. • Houd uw handen en voeten uit de buurt van P. Let op dat bij machines met meerdere maaimessen andere messen kunnen gaan draaien doordat u één mes draait. • Q. Houd handen en voeten uit de buurt van de bewegende onderdelen van de machine. R.
letsel oplopen of u verhinderen in het veilig gebruiken van de machine. Als een kind in het verleden op een maaier heeft meegereden, kan het in het maaigebied verschijnen zonder waarschuwing, en kan dan overreden worden door de maaier, bij het vooruit- of achteruitrijden. De machine veilig gebruiken op hellingen • Het maaien op hellingen is een belangrijke factor bij ongelukken waarbij de controle over de machine wordt verloren of deze omkantelt. Dit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken.
Veiligheid tijdens het slepen accu wordt geworpen, kan irritatie van de huid of brandwonden veroorzaken. • Bevestig materiaal dat wordt gesleept, uitsluitend • Neem contact op met een erkende Toro aan het sleeppunt. distributeur wanneer een accu onderhoud behoeft of aan vervanging toe is. • Gebruik de machine enkel als sleepvoertuig als ze voorzien is van een trekhaak. • Overschrijd de gewichtslimieten voor gesleepte Instructie werktuigen niet.
• • • • • • – Als een persoon accuzuur heeft ingeslikt, moet u indien mogelijk deze persoon onmiddellijk grote hoeveelheden water laten drinken om het accuzuur te verdunnen. erkende servicedealer voordat u ze weer in gebruik neemt. Wees voorzichtig met het stroomsnoer; ruk er niet aan om de lader uit het stopcontact te trekken. Houd het snoer uit de buurt van hitte, olie en scherpe randen. Koppel de lader rechtstreeks aan op een geaard stopcontact.
• Controleer de werking van de parkeerrem regelmatig. Indien nodig moet u deze afstellen en een onderhoudsbeurt geven. • Knoei nooit met de veiligheidsvoorzieningen. Controleer regelmatig of ze goed werken. • Vertrouw niet op een hydraulisch systeem of mechanische krik om de machine te ondersteunen; ondersteun de machine altijd met kriksteunen.
Hellingsindicator g011841 Figuur 4 U mag deze pagina kopiëren voor persoonlijk gebruik. 1. De maximale hellingshoek waarbij u de machine mag gebruiken is 12 graden. Gebruik het hellingsschema om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine bedient. Gebruik de machine niet op hellingen van meer dan 12 graden. Langs de betreffende lijn van de aanbevolen hellingshoek vouwen. 2. Lijn deze rand uit met een verticaal oppervlak, bijvoorbeeld een boom, gebouw of hek. 3.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. decal134-6069 134-6069 decal134-6026 134-6026 1. Opgelet – niet spuiten. 1. Accuspanning; lees de Gebruikershandleiding. decal134-6070 134-6070 1. Aangedreven door een accu decal134-6029 134-6029 decal134-6566 134-6566 1. Parkeerrem vrijstellen 2.
decal134-6027 134-6027 1. De machine kan voorwerpen uitwerpen – Houd omstanders uit de buurt van de machine. 3. Handen of voeten kunnen worden gesneden/geamputeerd, maaimes – Blijf uit de buurt van bewegende delen; houd alle beschermende delen op hun plaats. 2. De maaier kan voorwerpen uitwerpen, omhooggebrachte geleider – Gebruik de machine niet met een open maaidek; gebruik een geleider. decal134-6028 134-6028 1. USB-plug 4. Achteruit maaien 2. Vooruit 3. Achteruit zonder te maaien 5.
decal134-6031 134-6031 Opmerking: Deze machine voldoet aan de tests die de statische breedte- en lengtestabiliteit meten en die standaard zijn in de sector. De maximale aanbevolen hellingshoek wordt vermeld op de sticker. Raadpleeg de instructies voor gebruik van de machine op hellingen in de Gebruikershandleiding en de omstandigheden waarin u de machine zou gebruiken om na te gaan of u de machine op een bepaalde dag en op het terrein in kwestie kunt gebruiken.
Montage 1 4. Zorg ervoor dat alle bedrading goed vastzit. 5. Monteer de bovenste kap en bevestig deze met de 4 schroeven. 6. Zet de stoel omlaag. 2 De kabel van de accu aansluiten De accu's opladen Geen onderdelen vereist Geen onderdelen vereist Procedure 1. Kantel de bestuurdersstoel naar voren. Procedure 2. Verwijder de 4 schroeven en de bovenste kap. Zie De accu's opladen (bladz. 28).
Algemeen overzicht van de machine Maaimesschakelaar (aftakas, PTO) Met de maaimesschakelaar, aangeduid met het aftakassymbool (PTO), schakelt u de aandrijving naar de maaimessen in of uit. Rempedaal Druk op het rempedaal om de machine te stoppen of snelheid te verminderen. Parkeerremhendel Als u de machine uitschakelt, moet u de parkeerrem in werking stellen om te voorkomen dat de machine per ongeluk in beweging komt.
Knop achteruit maaien Maaihoogtehendel Gebruik de knop achteruit maaien om de maaimessen te bedienen terwijl u achteruitrijdt met de machine. Met de maaihoogtehendel kunt u het maaidek opheffen en neerlaten vanuit de bestuurdersstoel. Als u de hendel naar u toe zet, wordt het maaidek opgeheven van de grond en als u de hendel weg van u zet, wordt het maaidek neergelaten. De maaihoogte mag uitsluitend worden ingesteld als de machine stilstaat.
Gebruiksaanwijzing het veiligheidssysteem niet werkt zoals hieronder wordt beschreven, moet u het direct laten repareren door een erkende servicedealer. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. 1. Neem plaats op de stoel, schakel de parkeerrem in, zet de rijmodusschakelaar in de stand VOORUIT en zet de messchakelaar in de stand UIT. Probeer de machine te starten; de machine mag niet starten. 2.
Bestuurdersstoel instellen De maaier omschakelen naar zijuitworp of mulchen U kunt de stoel naar voren en naar achteren verschuiven. De stand van de stoel moet zo zijn dat u de machine het best kunt bedienen en dat u comfortabel zit. GEVAAR Als de grasgeleider, afsluiter van de afvoer of de grasvanger niet op de juiste plaats zijn gemonteerd, kunnen u of anderen in aanraking komen met het maaimes of uitgeworpen voorwerpen.
Tijdens gebruik De machine starten 1. Ga op de bestuurdersstoel zitten. 2. Zet de parkeerrem vrij. 3. Zorg ervoor dat de messchakelaar (aftakas) is uitgeschakeld. 4. Zet de rijmodusschakelaar naar de NEUTRAALSTAND . 5. Draai het contactsleuteltje naar de stand AAN. g341499 Figuur 11 B. Met de machine rijden Plaats de afvoergeleider onder de kap zodat de geleider wordt bevestigd door de pennen van de mulchingkap. Opmerking: Wees altijd voorzichtig als u achteruitrijdt of draait. 1.
De messchakelaar (aftakas) De maaihoogte instellen U kunt de maaihoogte instellen van 25 tot 104,7 mm. bedienen Trek de hendel naar rechts, zet hem op de gewenste hoogte en laat de hendel los in de sleuf. Raadpleeg de tabel voor de maaihoogtestanden. De messchakelaar (aftakas) start en stopt de maaimessen en eventuele bekrachtigde werktuigen. Messchakelaar (aftakas) inschakelen Zorg ervoor dat de rijmodusschakelaar in de stand VOORUIT staat voordat u de maaimessen inschakelt.
Onderhoud van de maaimessen Eén derde van de lengte van het gras afmaaien Zorg gedurende het hele maaiseizoen voor een scherp maaimes. Een scherp mes snijdt het gras goed af zonder het te scheuren of te kwetsen. Door scheuren en kwetsen wordt het gras bruin aan de randen, waardoor het langzamer groeit en gevoeliger is voor ziekten. Controleer na elk gebruik of de maaimessen scherp zijn en of ze versleten of beschadigd zijn. Vijl regelmatig kerven en inkepingen weg en slijp de messen indien dit nodig is.
Na gebruik De machine transporteren Gebruik een aanhanger of vrachtwagen voor zwaar vervoer om de machine te transporteren. Gebruik altijd een oprijplaat over de volledige breedte. Zorg ervoor dat de aanhanger of vrachtwagen is voorzien van alle benodigde remmen, verlichting en aanduidingen die wettelijk vereist zijn. Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies. Met behulp van deze informatie kunt u voorkomen dat omstanders of uzelf letsel oplopen.
De machine laden WAARSCHUWING Als een machine wordt geladen op een aanhanger of een vrachtwagen, wordt de kans vergroot dat de machine kantelt. Dit kan ernstig lichamelijk letsel of de dood veroorzaken. • Ga zeer voorzichtig te werk als u een machine een hellingbaan op-/afrijdt. • Rij de machine achteruit op de oprijplaat en rij er vooruit af.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure • Controleer het veiligheidssysteem (interlock). • De accu's opladen. • Controleer de maaimessen. Bij elk gebruik of dagelijks • Maaikast reinigen. Na elk gebruik • De lagers van de voorwielen smeren. • De accu's reinigen. • De bandenspanning controleren.
Smering Onderhoud elektrisch systeem De lagers van de voorwielen smeren Onderhoud van de accu's Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren WAARSCHUWING Type vet: universeel smeervet 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, schakel de aftakas uit en stel de parkeerrem in werking. 2. Schakel de machine uit en verwijder het contactsleuteltje. 3. Reinig de smeernippels met een doek.
De accu's opladen Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Voor een maximale levensduur van de accu moet u de accu's gebruiken tot ze bijna leeg zijn voor elke oplaadbeurt. Laad de accu's onmiddellijk op als u een aanzienlijke hoeveelheid vermogen hebt gebruikt. De accu's zullen een efficiëntere elektrische productie leveren nadat u ze een aantal keren hebt opgeladen en gebruikt tot ze bijna leeg waren. Opmerking: De normale oplaadtijd bedraagt ongeveer 11 uur.
Onderhoud aandrijfsysteem De bandenspanning controleren Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—De bandenspanning controleren. g341470 Figuur 22 Zorg ervoor dat de voor- en achterbanden de voorgeschreven spanning hebben. Een ongelijke bandenspanning kan leiden tot onregelmatige maairesultaten. Controleer de bandenspanning bij het ventiel wanneer de banden koud zijn om de meest accurate meting te verkrijgen. De accu's vervangen Neem contact op met uw erkende servicedealer om de accu's te vervangen.
Onderhoud van het maaimachine Onderhoud van de maaimessen Om een goed maairesultaat te verkrijgen, moet u de maaimessen scherp houden. Om het slijpen en vervangen te vergemakkelijken, is het handig extra messen in voorraad te hebben. g006530 Figuur 24 Vóór controle en onderhoud van de maaimessen 1. Schakel de machine uit en verwijder het contactsleuteltje. 3. Krik de machine op zodat u de onderkant ervan kunt bereiken. Ondersteun de machine met assteunen. 3. Slijtage/groefvorming 2. Gebogen deel 4.
4. Maaimessen verwijderen Draai hetzelfde mes 180 graden, zodat de maairand aan de andere kant nu in dezelfde stand staat (Figuur 27). Vervang messen die een vast voorwerp hebben geraakt of uit balans of krom zijn. g343369 1. Plaats een houten blok tussen het mes en de maaibehuizing om te verhinderen dat het mes kan draaien. 2. Pak het uiteinde van het mes vast met een doek of een dikke handschoen. 3. Verwijder het mes. Figuur 27 1. Mes, eerder gemeten kant 2. Eerder gebruikte meetstand 3.
Reiniging Opmerking: Als het mes niet in balans is, moet u wat metaal afvijlen van het uiteinde van de vleugel (Figuur 30). De onderkant van het maaidek reinigen Onderhoudsinterval: Na elk gebruik—Maaikast reinigen. g000553 Figuur 31 1. Mes 3. Belangrijk: Gebruik geen hogedrukreiniger om de 2. Mesbalans machine te wassen. Daardoor kan het elektrische systeem worden beschadigd, belangrijke stickers losraken of noodzakelijk vet op wrijvingspunten worden weggespoeld.
Stalling 2. Belangrijk: Laat de lader niet aangesloten op de machine terwijl de machine gestald is. Reiniging en stalling 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, schakel de messchakelaar (aftakas) uit en stel de parkeerrem in werking. 2. Schakel de machine uit, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem De aandrijfmotor start niet. Mogelijke oorzaak 1. De rijmodusschakelaar staat in de NEUTRAALSTAND . 1. Zet de rijmodusschakelaar in de stand VOORUIT of ACHTERUIT. 2. 3. 4. 5. 2. 3. 4. 5. De parkeerrem is in werking gesteld. Het rempedaal is ingetrapt. Het tractiepedaal is ingetrapt. De mesmotor is geblokkeerd. 7. De accuspanning is laag. Zet de parkeerrem vrij. Laat het rempedaal opkomen. Laat het tractiepedaal opkomen.
Schema's g355680 Elektrisch schema (Rev.
Privacyverklaring EEA/VK Toro's gebruik van uw persoonlijke gegevens The Toro Company (“Toro”) respecteert uw recht op privacy. Wanneer u onze producten koopt, kunnen we bepaalde persoonlijke informatie over u verzamelen, ofwel rechtstreeks via u ofwel via uw plaatselijk Toro bedrijf of dealer.