Form No. 3447-886 Rev C eS3000SD 72 V TORO® 76 cm Modelnr.: 75500—Serienr.: 321000001 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
Inleiding Deze zitmaaier met draaiende messen is bedoeld voor gebruik door particulieren in residentiële toepassingen. De machine is voornamelijk ontworpen voor het maaien van gras op goed onderhouden gazons. Dit product gebruiken voor andere doeleinden dan het bedoelde gebruik kan gevaarlijk zijn voor u of voor omstanders. Lees deze informatie zorgvuldig door, zodat u weet hoe u de machine op de juiste wijze moet gebruiken en onderhouden en om schade aan de machine en letsel te voorkomen.
Inhoud Veiligheid .................................................................. 4 Algemene veiligheidswaarschuwingen elektrisch gereedschap ................................... 4 Veiligheidswaarschuwingen voor de gazonmaaier ................................................... 6 Bijkomende Toro veiligheid ................................. 7 Hellingsindicator .............................................. 12 Veiligheids- en instructiestickers ...................... 13 Montage .............................
Veiligheid dat elektrisch gereedschap binnendringt, verhoogt het risico op elektrische schokken. Algemene veiligheidswaarschuwingen elektrisch gereedschap D. Wees voorzichtig met het snoer. Gebruik het snoer nooit om het elektrisch gereedschap te dragen, trekken of uit het stopcontact te halen. Hou het snoer uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende onderdelen. Beschadigde of verwarde snoeren verhogen het risico op elektrische schokken. E.
E. F. Draag geschikte kleding. Draag geen losse kleding of juwelen. Hou uw haar en kleren uit de buurt van bewegende onderdelen. Losse kleding, juwelen en lang haar kunnen gegrepen worden door bewegende onderdelen. G. Als er toestellen voorzien worden voor de aansluiting van stofafzuiging- en stofopvangvoorzieningen, zorg dan dat deze aangesloten zijn en correct worden gebruikt. Gebruik van stofopvang kan risico's veroorzaakt door stof verkleinen. H. 4.
D. E. F. G. 6. Bij verkeerd gebruik kan vloeistof uit de accu lekken; vermijd contact hiermee. Als u er per ongeluk toch in aanraking mee komt, spoel dan met water. Als de vloeistof in uw ogen terechtkomt, vraag dan bijkomend om medische bijstand. Vloeistof die uit de accu wordt geworpen, kan irritatie van de huid of brandwonden veroorzaken. Gebruik geen accupack of gereedschap dat beschadigd of aangepast is.
Vervang versleten of beschadigde messen en bouten altijd als complete set om een goede balans te behouden. • Inspecteer het terrein om na te gaan welke P. Let op dat bij machines met meerdere maaimessen andere messen kunnen gaan draaien doordat u één mes draait. • Vervoer geen passagiers op de machine. Q. Houd handen en voeten uit de buurt van de bewegende onderdelen van de machine. R.
• Kinderen komen vaak naar de machine en het • • • • • • greppels, oevers, water of andere gevaren. De machine kan plotseling omslaan als een wiel over de rand komt of als de rand instort. Houd een veilige afstand (tweemaal de breedte van de machine) tussen de machine en landschapselementen die gevaarlijk kunnen zijn. Gebruik een loopmaaier of een handtrimmer om gras te maaien op deze plaatsen. maaien kijken. Ga er nooit van uit dat kinderen op de plaats blijven waar u ze voor laatst zag.
Voorbereiding • Verwijder of let op obstakels als sloten, gaten, geulen, hobbels, stenen of andere verborgen gevaren. In hoog gras zijn obstakels niet altijd zichtbaar. De machine kan omslaan op oneffenheden in het terrein. • Hou omstanders en kinderen uit de buurt tijdens het laden. • Schakel de machine uit en wacht tot de machine volledig zonder stroom is gevallen alvorens te laden. Als u dit niet doet, kan een vlamboog ontstaan.
• Als de lader of het stroomsnoer beschadigd is, • Als het stroomsnoer beschadigd raakt bij het • aansluiten, haal het snoer dan uit het stopcontact en neem contact op met een erkende Toro distributeur voor een vervangsnoer. Haal de lader uit het stopcontact als u hem niet gebruikt, voordat u hem verplaatst, of voordat u onderhoud uitvoert.
accu los en daarna de pluspool. Bevestig eerst de pluspool van de accu en daarna de minpool. • Controleer op gezette tijden de maaimessen op slijtage of beschadigingen. • Wees voorzichtig als u de messen controleert. Omwikkel de maaimessen of draag handschoenen en wees voorzichtig als u onderhoudswerkzaamheden aan de maaimessen verricht. De maaimessen mogen alleen worden vervangen of geslepen, probeer ze nooit recht te maken of er aan te lassen.
Hellingsindicator g011841 Figuur 4 U mag deze pagina kopiëren voor persoonlijk gebruik. 1. De maximale hellingshoek waarbij u de machine mag gebruiken is 12 graden. Gebruik het hellingsschema om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine bedient. Gebruik de machine niet op hellingen van meer dan 12 graden. Langs de betreffende lijn van de aanbevolen hellingshoek vouwen. 2. Lijn deze rand uit met een verticaal oppervlak, bijvoorbeeld een boom, gebouw of hek. 3.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. decal134-6026 134-6026 decal134-6033 134-6033 1. Accuspanning; lees de Gebruikershandleiding. 1. Aandrijving decal134-6069 134-6069 1. Opgelet – niet spuiten. decal134-6029 134-6029 1. Parkeerrem vrijstellen 2. Parkeerrem in werking stellen decal134-6070 134-6070 1.
decal134-6028 134-6028 1. USB-plug 4. Achteruit maaien 2. Vooruit 3. Achteruit zonder te maaien 5. Cruisecontrol decal134-6900 134-6900 Opmerking: Deze machine voldoet aan de tests die de statische breedte- en lengtestabiliteit meten en die standaard zijn in de sector. De maximale aanbevolen hellingshoek wordt vermeld op de sticker.
Montage 2 1 De accu's opladen De kabel van de accu aansluiten Geen onderdelen vereist Geen onderdelen vereist Zie De accu's opladen (bladz. 28). Procedure 3 Procedure 1. Kantel de bestuurdersstoel naar voren. 2. Verwijder het achterste deksel om bij de accu's te kunnen komen; zie Toegang tot de accu's (bladz. 25). De grasgeleider monteren 3. Sluit de 2 kabels aan. Geen onderdelen vereist Procedure Zie De maaier omschakelen naar zijuitworp of mulchen (bladz. 19). g343324 Figuur 5 4.
Algemeen overzicht van de machine Maaimesschakelaar (aftakas, PTO) Met de maaimesschakelaar, aangeduid met het aftakassymbool (PTO), schakelt u de aandrijving naar de maaimessen in of uit. Rempedaal Druk op het rempedaal om de machine te stoppen of snelheid te verminderen. Parkeerremhendel Als u de machine uitschakelt, moet u de parkeerrem in werking stellen om te voorkomen dat de machine per ongeluk in beweging komt.
Knop achteruit maaien Maaihoogtehendel Gebruik de knop achteruit maaien om de maaimessen te bedienen terwijl u achteruitrijdt met de machine. Met de maaihoogtehendel kunt u het maaidek opheffen en neerlaten vanuit de bestuurdersstoel. Als u de hendel naar u toe zet, wordt het maaidek opgeheven van de grond en als u de hendel weg van u zet, wordt het maaidek neergelaten. De maaihoogte mag uitsluitend worden ingesteld als de machine stilstaat.
Het veiligheidssysteem testen Gebruiksaanwijzing Controleer de werking van het veiligheidssysteem telkens voordat u de machine in gebruik neemt. Als het veiligheidssysteem niet werkt zoals hieronder wordt beschreven, moet u het direct laten repareren door een erkende servicedealer. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Voor gebruik Dagelijks onderhoud uitvoeren 1.
Bestuurdersstoel instellen De maaier omschakelen naar zijuitworp of mulchen U kunt de stoel naar voren en naar achteren verschuiven. De stand van de stoel moet zo zijn dat u de machine het best kunt bedienen en dat u comfortabel zit. GEVAAR Als de grasgeleider, afsluiter van de afvoer of de grasvanger niet op de juiste plaats zijn gemonteerd, kunnen u of anderen in aanraking komen met het maaimes of uitgeworpen voorwerpen.
Tijdens gebruik De machine starten 1. Ga op de bestuurdersstoel zitten. 2. Zet de parkeerrem vrij. 3. Zorg ervoor dat de messchakelaar (aftakas) is uitgeschakeld. 4. Zet de rijmodusschakelaar naar de NEUTRAALSTAND . 5. Draai het contactsleuteltje naar de stand AAN. g341499 Figuur 10 B. Met de machine rijden Plaats de afvoergeleider onder de kap zodat de geleider wordt bevestigd door de pennen van de mulchingkap. Opmerking: Wees altijd voorzichtig als u achteruitrijdt of draait. 1.
De messchakelaar (aftakas) De maaihoogte instellen U kunt de maaihoogte instellen van 25 tot 104,7 mm. bedienen Trek de hendel naar rechts, zet hem op de gewenste hoogte en laat de hendel los in de sleuf. Raadpleeg de tabel voor de maaihoogtestanden. De messchakelaar (aftakas) start en stopt de maaimessen en eventuele bekrachtigde werktuigen. Messchakelaar (aftakas) inschakelen Zorg ervoor dat de rijmodusschakelaar in de stand VOORUIT staat voordat u de maaimessen inschakelt.
Onderhoud van de maaimessen Eén derde van de lengte van het gras afmaaien Zorg gedurende het hele maaiseizoen voor een scherp maaimes. Een scherp mes snijdt het gras goed af zonder het te scheuren of te kwetsen. Door scheuren en kwetsen wordt het gras bruin aan de randen, waardoor het langzamer groeit en gevoeliger is voor ziekten. Controleer na elk gebruik of de maaimessen scherp zijn en of ze versleten of beschadigd zijn. Vijl regelmatig kerven en inkepingen weg en slijp de messen indien dit nodig is.
Na gebruik De machine transporteren Gebruik een aanhanger of vrachtwagen voor zwaar vervoer om de machine te transporteren. Gebruik altijd een oprijplaat over de volledige breedte. Zorg ervoor dat de aanhanger of vrachtwagen is voorzien van alle benodigde remmen, verlichting en aanduidingen die wettelijk vereist zijn. Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies. Met behulp van deze informatie kunt u voorkomen dat omstanders of uzelf letsel oplopen.
De machine laden WAARSCHUWING Als een machine wordt geladen op een aanhanger of een vrachtwagen, wordt de kans vergroot dat de machine kantelt. Dit kan ernstig lichamelijk letsel of de dood veroorzaken. • Ga zeer voorzichtig te werk als u een machine een hellingbaan op-/afrijdt. • Rij de machine achteruit op de oprijplaat en rij er vooruit af.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Bij elk gebruik of dagelijks Na elk gebruik Om de 25 bedrijfsuren Vóór de stalling Maandelijks Om de 2 maanden Onderhoudsprocedure • Controleer het veiligheidssysteem (interlock). • De accu's opladen. • Controleer de maaimessen. • Maaikast reinigen. • De lagers van de voorwielen smeren. • De accu's reinigen. • De bandenspanning controleren.
g358658 Figuur 19 5. 6. Steek de kabelboomconnectoren in de opening van het bedieningspaneel. g358652 Figuur 21 Verwijder de 4 schroeven waarmee het deksel is bevestigd aan de linkerkant van de machine. Herhaal deze procedure aan de rechterkant. 8. Verwijder de 4 bovenste schroeven van het deksel. g358654 Figuur 22 g358653 9. Figuur 20 1. Inbusschroef (4 aan elke kant) Til het deksel voorzichtig op en zet het naast de machine.
Smering De lagers van de voorwielen smeren Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren Type vet: universeel smeervet 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, schakel de aftakas uit en stel de parkeerrem in werking. 2. Schakel de machine uit en verwijder het contactsleuteltje. 3. Reinig de smeernippels met een doek. g358651 Figuur 23 10. Voer de omgekeerde procedure uit om het deksel te monteren.
De accu's opladen Onderhoud elektrisch systeem Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Voor een maximale levensduur van de accu moet u de accu's gebruiken tot ze bijna leeg zijn voor elke oplaadbeurt. Laad de accu's onmiddellijk op als u een aanzienlijke hoeveelheid vermogen hebt gebruikt. De accu's zullen een efficiëntere elektrische productie leveren nadat u ze een aantal keren hebt opgeladen en gebruikt tot ze bijna leeg waren.
g341470 Figuur 26 g354110 De accu's vervangen Neem contact op met uw erkende servicedealer om de accu's te vervangen. g341469 Figuur 25 5. Steek het netsnoer van de oplader in het stopcontact. Opmerking: Het oplaadlampje zal rood oplichten om aan te geven dat er een verbinding is tussen de accu en de lader. 6. Laat de accu opladen. Opmerking: De accu is enkel volledig opgeladen wanneer het oplaadlampje groen oplicht. 7. Haal na het opladen de stekker van het netsnoer uit het stopcontact. 8.
Onderhoud aandrijfsysteem Onderhoud van het maaimachine De bandenspanning controleren Onderhoud van de maaimessen Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—De bandenspanning controleren. Om een goed maairesultaat te verkrijgen, moet u de maaimessen scherp houden. Om het slijpen en vervangen te vergemakkelijken, is het handig extra messen in voorraad te hebben. Zorg ervoor dat de voor- en achterbanden de voorgeschreven spanning hebben.
4. Draai hetzelfde mes 180 graden, zodat de maairand aan de andere kant nu in dezelfde stand staat (Figuur 31). g006530 Figuur 28 1. Snijrand 3. Slijtage/groefvorming 2. Gebogen deel 4. Scheur g343369 Figuur 31 1. Mes, eerder gemeten kant 2. Eerder gebruikte meetstand 3. Andere kant van mes die in meetstand wordt gebracht Controle op kromme messen 5. Opmerking: De machine moet op een egaal oppervlak staan voor de volgende procedure.
Maaimessen verwijderen Opmerking: Als het mes niet in balans is, moet u wat metaal afvijlen van het uiteinde van de vleugel (Figuur 34). Vervang messen die een vast voorwerp hebben geraakt of uit balans of krom zijn. 1. Plaats een houten blok tussen het mes en de maaibehuizing om te verhinderen dat het mes kan draaien. 2. Pak het uiteinde van het mes vast met een doek of een dikke handschoen. 3. Verwijder het mes. g000553 Figuur 35 1. Mes 3. 2.
Reiniging Stalling De onderkant van het maaidek reinigen Reiniging en stalling Onderhoudsinterval: Na elk gebruik—Maaikast reinigen. Nadat u de maaimachine heeft gebruikt, moet u de onderkant van het maaidek telkens wassen om te voorkomen dat er zich gras verzamelt. Hierdoor wordt gras beter fijn gemaakt en het maaisel beter verstrooid. Belangrijk: Gebruik geen water om het maaidek te reinigen, anders kunt u de elektrische motoren beschadigen. 1.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem De aandrijfmotor start niet. Mogelijke oorzaak 1. De rijmodusschakelaar staat in de NEUTRAALSTAND . 1. Zet de rijmodusschakelaar in de stand VOORUIT of ACHTERUIT. 2. 3. 4. 5. 2. 3. 4. 5. De parkeerrem is in werking gesteld. Het rempedaal is ingetrapt. Het tractiepedaal is ingetrapt. De mesmotor is geblokkeerd. 7. De accuspanning is laag. Zet de parkeerrem vrij. Laat het rempedaal opkomen. Laat het tractiepedaal opkomen.
Schema's g355680 Elektrisch schema (Rev.
Privacyverklaring EEA/VK Toro's gebruik van uw persoonlijke gegevens The Toro Company (“Toro”) respecteert uw recht op privacy. Wanneer u onze producten koopt, kunnen we bepaalde persoonlijke informatie over u verzamelen, ofwel rechtstreeks via u ofwel via uw plaatselijk Toro bedrijf of dealer.