Form No. 3380-856 Rev A Z Master® 6000-serie professionele zitmaaiers met 152 cm TURBO FORCE® maaidek met achteruitworp Modelnr.: 74942TE—Serienr.: 314000001 en hoger g024514 Registreer uw product op www.Toro.com.
Lees deze informatie zorgvuldig door, zodat u weet hoe u de machine op de juiste wijze moet gebruiken en onderhouden en om schade aan de machine en letsel te voorkomen. U bent verantwoordelijk voor het juiste en veilige gebruik van de machine. Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen. Zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. Het elektronische ontstekingssysteem voldoet aan de Canadese norm ICES-002 U kunt rechtstreeks contact opnemen met Toro op www.Toro.
Smeerpunten maaimachine ......................................35 Zwenkwielnaven smeren .........................................36 Onderhoud motor .....................................................37 Onderhoud van het luchtfilter ..................................37 Motorolie verversen/oliepeil controleren...................38 Onderhoud van de bougies ......................................41 Vonkenvanger controleren (indien aanwezig)..............42 Onderhoud brandstofsysteem ............................
Veiligheid ◊ zich onvoldoende bewust zijn van de specifieke omstandigheden van het terrein, met name op hellingen, ◊ onjuiste bevestiging en verdeling van lasten. Deze machine voldoet ten minste aan de Europese normen, van kracht op het moment van productie. Onjuist gebruik of onderhoud van deze maaier kan echter letsel tot gevolg hebben.
• Controleer het maaigebied en klap de rolbeugel nooit • Let op het verkeer als u in de buurt van een weg werkt of • • • • • • • • • deze oversteekt. Zet de maaimessen stil voordat u andere oppervlakken dan grasvelden oversteekt. Bij gebruik van werktuigen nooit de afvoeropening naar omstanders toe richten of personen in de buurt van de in werking zijnde machine laten komen. Gebruik de machine nooit als schermen of andere beveiligingsmiddelen zijn beschadigd of ontbreken.
• Als er zich brandstof in de tank bevindt, mag u de • • • • • • • • machine niet opslaan in een afgesloten ruimte waar brandstofdampen in contact kunnen komen met open vuur of vonken. Laat de motor afkoelen voordat u de machine in een afgesloten ruimte stalt. Houd de motor, geluiddemper, accubehuizing en de brandstofopslagplaats vrij van gras, bladeren en overtollig vet om brandgevaar te verminderen. Controleer de grasvanger regelmatig op slijtage en mankementen.
Geluidsdruk Deze machine oefent een geluidsdruk van 90 dBA uit op het gehoor van de bestuurder (met een onzekerheidswaarde (K) van 1 dBA). De geluidsdruk is vastgesteld volgens de procedures in EN 836. Geluidsniveau Deze machine heeft een geluidsniveau van 105 dBA met een onzekerheidswaarde (K) van 1 dBA. Het geluidsniveau is vastgesteld volgens de procedures in ISO 11094.
Hellingsindicator G011841 Figuur 3 Deze pagina mag worden gekopieerd voor persoonlijk gebruik. 1. De maximale hellingshoek waarbij u de machine veilig kunt gebruiken is 15 graden. Gebruik het hellingsschema om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine bedient. Gebruik de machine niet op hellingen van meer dan 15 graden. Langs de betreffende lijn van de aanbevolen hellingshoek vouwen. 2. Lijn deze rand uit met een verticaal oppervlak, bijvoorbeeld een boom, gebouw of hek. 3.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 93-7818 106-5517 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding voor instructies om de mesbout/moer vast te zetten met een torsie van 115–149 Nm. 1. Waarschuwing – Raak het hete oppervlak niet aan. 99-8936 1. Snelheid van de machine 2. Snel 3. Langzaam 4. Neutraalstand 5.
Merkteken van fabrikant 1. Geeft aan dat het mes onderdeel van een originele Toro-maaimachine is. 116-1716 6. Urenteller 7. Aftakas 1. Brandstof 2. Leeg 112-9028 8. Parkeerrem 9. Neutraalstand 10. Dodemansknop 3. Half 4. Vol 5. Accu 1. Waarschuwing – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen; laat alle beschermplaten op hun plaats. 114-4466 3. Laden: 25 A 4. Extra: 15 A 1. Hoofd: 25 A 2. Aftakas: 10 A 116-5988 1. Parkeerrem: ingeschakeld 114–4470 1. Lees de Gebruikershandleiding. 3.
7-3848 1. De machine kan voorwerpen uitwerpen – Houd omstanders op een veilige afstand van de machine. 2. Machine kan voorwerpen uitwerpen – Gebruik de machine nooit zonder dat de grasgeleider of het grasopvangsysteem is gemonteerd. 3. Handen of voeten kunnen worden gesneden/geamputeerd – Blijf uit de weg van bewegende delen; houd alle beschermende delen op hun plaats. 117-0346 117-3863 1. Risico op brandstoflekkage – lees de gebruikershandleiding. Probeer niet de rolbeugel te verwijderen.
117-3888 1. Slip- en kantelgevaar – gebruik de machine niet in de nabijheid van afgronden met een hellingsgraad van meer dan 15 graden, gebruik de machine op een veilige afstand van steile dalingen en op hellingen van minder dan 15 graden; maak geen bruuske bochten als u snel rijdt, rijd traag in bochten. 125-9384 2. Waarschuwing – gebruik geen dubbele laadbruggen, gebruik voor het transporteren van de machine een laadbrug in één deel; gebruik geen laadbruggen met een hellingshoek van meer dan 10 graden.
127-6662 1. Opgelet – Lees de Gebruikershandleiding. 3. Verwijder de bout door deze linksom te draaien. 2. Verwijder de moer door deze rechtsom te draaien. 114–4468 5. Kans dat de wielen grip verliezen en de bestuurder de macht over de machine verliest, hellingen – Op een helling kunnen de wielen grip verliezen en kan de bestuurder de macht over de machine verliezen, schakel de aftakas uit en rij langzaam de helling af. 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 2.
125–9383 1. Controleer de hydraulische vloeistof om de 50 bedrijfsuren. 3. Controleer de bandenspanning om de 50 bedrijfsuren. 2. Lees de Gebruikershandleiding voor informatie over het smeren van de machine. 4. Lees de Gebruikershandleiding voordat u service- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert. Battery Symbols Sommige of alle symbolen staan op de accu. 1. Risico van explosie 5. Lees de Gebruikershandleiding. 2. Geen vonken of vuur en niet roken. 6. Houd omstanders op veilige afstand van de accu. 3.
Algemeen overzicht van de machine 3 2 4 5 25 15 25 6 10 1 G008951 Figuur 5 1. Aftakasschakelaar 2. Choke 3. Gashendel 4. Urenteller/display veiligheidssysteem/brandstofmeter 5. Contactschakelaar 6. Zekeringen Urenteller g024515 De urenteller registreert het aantal uren dat de motor in bedrijf is geweest. De urenteller werkt als de motor loopt. Gebruik deze tijden om regelmatig onderhoudswerkzaamheden te plannen (Figuur 6). Figuur 4 1. Hefpedaal maaihoogtedek 6. Rolbeugel 2.
Indicatielampjes veiligheidssysteem om de mogelijkheden daarvan te verbeteren en uit te breiden. Neem contact op met een erkende servicedealer of distributeur of bezoek www.Toro.com voor een lijst van alle goedgekeurde werktuigen en accessoires. Er bevinden zich symbolen op de urenteller en deze geven met een zwarte driehoek aan dat het veiligheidssysteem zich in de juiste stand bevindt Figuur 6).
Gebruiksaanwijzing GEVAAR In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die benzinedampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. • Zet benzinevaten altijd op de grond en uit de buurt van het voertuig voordat u de tank bijvult.
Voeg de juiste hoeveelheid stabilizer/conditioner aan de benzine toe. Opmerking: Stabilizer/conditioner werkt het best als deze met verse benzine wordt gemengd. Gebruik altijd stabilizer/ conditioner om het risico van harsachtige afzettingen in het brandstofsysteem zo klein mogelijk te houden. g024209 1 Brandstoftank vullen Opmerking: Vul de brandstoftank niet helemaal. Vul de tank tot aan de onderkant van de vulbuis. Dit geeft de benzine ruimte om uit te zetten. 1.
Een nieuwe machine inrijden Een nieuwe motor heeft tijd nodig om vol vermogen te ontwikkelen. Maaidekken en aandrijfsystemen hebben meer wrijving als zij nieuw zijn, waardoor de motor extra wordt belast. Houd er rekening mee dat een nieuwe machine een inrijperiode van 40 tot 50 bedrijfsuren nodig heeft om vol vermogen te ontwikkelen voor de beste prestaties.
GEVAAR VOORZICHTIG Bij maaien op nat gras of een steile helling bestaat de kans dat de wielen slippen en u de macht over de machine verliest. Deze machine stelt de bestuurder bloot aan geluidsniveaus van meer dan 85 dBA. Bij langdurige blootstelling kan dit leiden tot gehoorbeschadiging. Wielen die over randen heen komen, kunnen tot gevolg hebben dat de machine omkantelt, hetgeen ernstig of dodelijk letsel dan wel verdrinking kan veroorzaken. Draag gehoorbescherming als u deze machine gebruikt.
Het gas bedienen Parkeerrem vrijzetten 1 De gashendel heeft twee standen: Snel en Langzaam (Figuur 15). 2 Gebruik altijd de snelle stand als u het maaidek inschakelt met de aftakasschakelaar. G016995 Figuur 12 G008946 De aftakasschakelaar bedienen Figuur 15 De aftakasschakelaar start en stopt de maaimessen en eventuele bekrachtigde werktuigen. De choke bedienen Gebruik de choke om een koude motor te starten. Aftakasschakelaar inschakelen 1.
De contactschakelaar bedienen 1 1. Draai het contactsleuteltje naar de stand Start (Figuur 17). Laat het sleuteltje los zodra de motor aanslaat. Belangrijk: Stel de startmotor telkens niet langer dan 5 seconden in werking. Als de motor niet wil starten, moet u na elke poging de motor 15 seconden laten afkoelen. Indien u deze instructies niet opvolgt, kan de startmotor doorbranden.
Motor afzetten VOORZICHTIG Kinderen of omstanders kunnen letsel oplopen als zij de machine verplaatsen of proberen te bedienen terwijl deze onbeheerd staat. Verwijder altijd het sleuteltje uit het contact en stel de parkeerrem in werking wanneer u de machine onbeheerd achterlaat, ook al is het slechts voor een paar minuten. Laat de motor 60 seconden stationair draaien met een lage snelheid (schildpad) voordat u het contact uitschakelt. g017006 Figuur 19 6.
Het veiligheidssysteem het veiligheidssysteem niet werkt zoals hieronder wordt beschreven, moet u het direct laten repareren door een erkende servicedealer. VOORZICHTIG 1. Neem plaats op de stoel, stel de parkeerrem in werking en schakel de aftakasschakelaar in. Probeer de motor te starten; de motor mag nu niet gaan draaien. Niet-aangesloten of beschadigde interlockschakelaars kunnen onverwachte gevolgen hebben op de werking van de machine. Dit kan lichamelijk letsel veroorzaken. 2.
De rijhendels gebruiken G008952 Figuur 24 Achteruitrijden Figuur 23 1. Rijhendel: vergrendelde neutraalstand 2. Centrale onvergrendelde stand 3. Vooruit 4. Achteruit 1. Zet de hendels in de middelste, onvergrendelde stand. 5. Voorzijde van de machine 2. Om achteruit te rijden, trekt u de rijhendels langzaam naar achteren (Figuur 25). Vooruitrijden Opmerking: De motor slaat af als u de rijhendels beweegt terwijl de parkeerrem is werking is gesteld.
De machine stoppen Om de machine te stoppen, zet u de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand, schakelt u de aftakas uit en draait u het contactsleuteltje naar de stand Uit. Als u de machine achterlaat, moet u tevens de parkeerrem in werking stellen; zie Parkeerrem in werking stellen in de gebruiksaanwijzing. Denk erom dat u het sleuteltje uit het contact haalt.
De pen voor de maaihoogte instellen De maaihoogte kan worden afgesteld van 25 tot 140 mm in stappen van 6 mm door de gaffelpen in verschillende openingen te plaatsen. 1. Zet de transportvergrendeling in de vergrendelde stand. 2. Druk het voetpedaal in en breng het maaidek omhoog tot de transportstand (dit is de maaihoogtestand van 140 mm, zie Figuur 27. 3. Om dit aan te passen, draait u de pen 90 graden en verwijdert u de pen uit de maaihoogtebeugel (Figuur 27). 4.
3 1 2 1 2 3 4 g024242 Figuur 28 G017027 Figuur 27 1. Voetpedaal 1. Flensmoer 3. Lagerbus 2. Antiscalpeerrol 4. Bout 3. Transportvergrendeling 2. Pen voor de maaihoogte Antiscalpeerrollen afstellen Als u de maaihoogte wijzigt, verdient het de aanbeveling de hoogte van de antiscalpeerrollen in te stellen. 4 1. Schakel de aftakasschakelaar uit, zet de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 2.
2. Zet de gashendel op Langzaam, schakel de motor uit, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurdersstoel verlaat. 3. Verwijder de slotbouten en de moeren van de glijders (Figuur 30). g019754 Figuur 31 De stoelophanging verstellen De stoel kan worden versteld zodat u prettig en comfortabel kunt rijden. Zet de stoel in een stand die voor u het meest comfortabel is.
De machine transporteren WAARSCHUWING De aandrijfeenheden van de motor en het hydraulische systeem kunnen zeer heet worden. Aanraken van een hete motor of hydraulische aandrijfeenheid kan ernstige brandwonden veroorzaken. Gebruik een aanhanger of vrachtwagen voor zwaar vervoer om de machine te transporteren. Zorg ervoor dat de aanhanger of vrachtwagen is voorzien van alle benodigde remmen, verlichting en aanduidingen die wettelijk vereist zijn. Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies.
De machine laden Wees extra voorzichtig als u de machine op een aanhangwagen of een vrachtwagen laadt. Wij adviseren u gebruik te maken van een oprijplaat die de volle breedte van de machine beslaat en zo breed is dat deze uitsteekt voorbij de achterwielen in plaats van afzonderlijke oprijplaten voor elke kant van de machine (Figuur 35). Het lagere achterdeel van het frame steekt tussen de achterwielen naar achteren uit en moet voorkomen dat de machine achterover kantelt.
WAARSCHUWING Als een machine wordt geladen op een aanhanger of een vrachtwagen, wordt de kans vergroot dat de machine achteroverkantelt. Dit kan ernstig lichamelijk letsel of de dood veroorzaken. • Ga zeer voorzichtig te werk als u een machine een hellingbaan op-/afrijdt. • Controleer of de rolbeugel omhoog staat en gebruik de veiligheidsgordel terwijl de machine wordt geladen. Zorg ervoor dat de rolbeugel het dak van een dichte aanhanger niet raakt.
Maairichting afwisselen groeit en gevoeliger is voor ziekten. Controleer elke dag of de maaimessen scherp zijn en of ze versleten of beschadigd zijn. Vijl regelmatig kerven en inkepingen weg en slijp de messen indien dit nodig is. Als een mes beschadigd of versleten is, moet u dit onmiddellijk vervangen door een origineel TORO-mes. Maai afwisselend in verschillende richtingen, zodat het gras rechtop blijft staan.
Onderhoud Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Na de eerste 8 bedrijfsuren Onderhoudsprocedure • De motorolie verversen. Na de eerste 100 bedrijfsuren • Het koppel van de wielmoeren controleren. • Controleer de torsie van de sleufmoer van de wielnaaf. • Controleer de werking van de parkeerrem. Na de eerste 250 bedrijfsuren • Vervang de hydraulische filters en de vloeistof als u om het even welk type olie gebruikt.
Belangrijk: Zie de gebruikershandleiding van de motor voor verdere onderhoudsprocedures. VOORZICHTIG Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine. Smering Smeerpunten maaimachine Smeren Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren—Smeer de assen van het maaidek.
Figuur 40 Figuur 38 5. Smeer de arm van de spanpoelie van de aandrijfriem (Figuur 37). Zwenkwielnaven smeren Onderhoudsinterval: Jaarlijks 1. Zet de motor af, wacht tot alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen en verwijder het contactsleuteltje. Stel de parkeerrem in werking. Figuur 41 Figuur 39 1. Afdichtinghouder 2. Afstandsmoer 6. Verwijder de stofkap en stel de draaipunten van de zwenkwielen bij. Plaats de stofkap pas terug als u klaar bent met smeren.
Onderhoud motor Opmerking: De afdichtingen moeten worden vervangen. 9. Als beide afstandsmoeren van de as zijn verwijderd (of afgebroken), breng dan afdichtkit aan op één van de afstandsmoeren en draai deze op de as met de afgeplatte kanten aan de buitenzijde. Draai de afstandmoer niet volledig tot het einde van de as. Laat een afstand van ongeveer 3 mm vrij tussen het buitenste oppervlak van de afstandsmoer en het einde van de as binnen de moer.
Motorolie verversen/oliepeil controleren Type olie: Reinigingsolie (API onderhoudsclassificatie SG, SH, SJ of SL) Oliecapaciteit: • Met vervanging van filter, 2,3 l; zonder vervanging van filter, 2,1 l • Viscositeit: zie onderstaande tabel. Figuur 42 1. Luchtfilterklemmen 2. Luchtfilterdeksel 3. Voorluchtfilter 4. Hoofdluchtfilter Onderhoud van het voorfilter 1. U mag het papierfilter niet reinigen; vervang het(Figuur 42). 2.
Motorolie verversen Onderhoudsinterval: Na de eerste 8 bedrijfsuren Om de 100 bedrijfsuren (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden) g024213 1 Opmerking: Geef de afgewerkte olie af bij een inzamelcentrum. 2 1. Start de motor en laat deze vijf minuten lopen. Warme olie kan beter worden afgetapt. 2. Parkeer de machine zo, dat de achterkant iets lager is dan de voorkant om ervoor te zorgen dat alle olie volledig kan worden afgetapt. 3 4 3.
5. Giet langzaam ongeveer 80% van de gespecificeerde olie in de vulbuis en voeg langzaam de rest van de olie toe tot het peil de markering Vol bereikt (Figuur 46). 1 2 3 4 5 6 g024213 1 3 2 4 G008796 Figuur 46 4 5 6. Start de motor en rijd naar een vlak gebied. Controleer het oliepeil opnieuw.
Onderhoud van de bougies Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren Controleer voordat u een bougie monteert of de elektrodenafstand correct is. Gebruik een bougiesleutel voor het (de)monteren van de bougies en een voelermaat voor het meten en afstellen van de elektrodenafstand. Monteer nieuwe bougies indien dit nodig is.
g024215 Figuur 51 Vonkenvanger controleren (indien aanwezig) Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren Figuur 49 WAARSCHUWING 5. Plaats het scherm van de linker hydraulische eenheid (Figuur 48). Hete systeemonderdelen van de uitlaat kunnen benzinedampen ontsteken, zelfs nadat de motor is afgezet. Hete deeltjes die tijdens het gebruik van de motor uit de uitlaat komen kunnen ontvlambaar materiaal ontsteken. Brand kan lichamelijk letsel en materiële schade veroorzaken.
Onderhoud brandstofsysteem te zetten, om ervoor te zorgen dat de brandstofleiding geen contact kan maken met onderdelen die de leiding mogelijk kunnen beschadigen. Brandstoffilter vervangen Onderhoud van de brandstoftank Onderhoudsinterval: Om de 500 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden). Probeer de brandstoftank niet zelf af te tappen.
Onderhoud elektrisch systeem WAARSCHUWING Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de machine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen, waardoor lichamelijk letsel kan ontstaan. Onderhoud van de accu Onderhoudsinterval: Maandelijks • Maak altijd de minkabel (zwart) van de accu los voordat u de pluskabel (rood) losmaakt. WAARSCHUWING • Sluit altijd de pluskabel (rood) van de accu aan voordat u de minkabel (zwart) aansluit.
Accu opladen WAARSCHUWING Bij het opladen produceert de accu gassen die tot ontploffing kunnen komen. G008804 Rook nooit in de buurt van de accu en zorg ervoor dat er geen vonken of vlammen vlakbij de accu komen. 2 Belangrijk: Zorg ervoor dat de accu altijd volledig geladen is (soortelijk gewicht 1,265). Dit is vooral belangrijk om beschadiging van de accu te voorkomen bij temperaturen beneden 0 ℃. - + 1 3 - + 4 1. Laad de accu 10 tot 15 minuten op bij 25 tot 30 A of 30 minuten bij 10 A.
Onderhoud van de zekeringen GEVAAR Startkabels gebruiken op een zwakke accu die gebroken of bevroren is, of die een laag accuzuurpeil of een open/kortgesloten accucel heeft, kan tot ontploffing en ernstig persoonlijk letsel leiden. De elektrische installatie is beveiligd door middel van zekeringen. Voor de zekeringen is geen onderhoud nodig. Als er echter een zekering doorbrandt, controleer dan het circuit op een storing of kortsluiting. 1.
7. Start de machine en neem alle kabels in omgekeerde volgorde weg (het motorblok (zwart) eerst loskoppelen). Figuur 56 1. Pluskabel (+) van de ontladen accu 2. Pluskabel (+) van de startaccu 3. Minkabel (-) van de startaccu 4. Minkabel (-) van het motorblok 5. Startaccu 6. Ontladen accu 7. Motorblok 4. Koppel het andere uiteinde van de pluskabel aan op de pluspool van de startaccu. 5. Sluit de zwarte minkabel (-) aan op de andere pool (min) van de startaccu. 6.
Onderhoud aandrijfsysteem Veiligheidsgordel controleren Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Controleer de veiligheidsgordel visueel op slijtage en sneden en controleer de juiste werking van het terugtreksysteem en de sluiting. Vervang de veiligheidsgordel voor gebruik als deze beschadigd is. De knoppen van het rolbeugelsysteem controleren Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Controleer of zowel de montagematerialen als de knoppen in goede staat verkeren.
7. Als de machine een afwijking naar links heeft, draai dan de bouten los en pas de rechter aanslagplaat op de rechter T-sleuf aan tot de machine recht rijdt. 8. Zet de aanslagplaat vast. Figuur 61 De wielmoeren controleren Onderhoudsinterval: Na de eerste 100 bedrijfsuren Om de 500 bedrijfsuren Controleer de wielmoeren en draai ze vast met een torsie van 122 tot 129 Nm. Sleufmoer van wielnaaf controleren g024605 Onderhoudsinterval: Na de eerste 100 bedrijfsuren Figuur 60 Linkerrijhendel afgebeeld 1.
Figuur 63 1. Veerringen 2. Borgmoer g024607 Figuur 62 1. Sleufmoer Lager van draaipunt van zwenkwiel afstellen Onderhoudsinterval: Om de 500 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) 1. Schakel de aftakasschakelaar uit, zet de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3.
Onderhoud koelsysteem Motorscherm en oliekoeler van de motor reinigen Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Reinig het motorscherm. Bij elk gebruik of dagelijks—Oliekoeler reinigen. Verwijder voor elk gebruik eventuele grasresten, vuil of andere verontreiniging van het motorscherm. Dit zal mede zorgen voor een adequate koeling en een correct motortoerental en zal de kans verkleinen dat de motor oververhit raakt en technische schade oploopt (Figuur 65).
Onderhouden remmen Parkeerrem afstellen Onderhoudsinterval: Na de eerste 100 bedrijfsuren Om de 500 bedrijfsuren daarna Controleer of de rem goed is afgesteld. Volg deze procedure na de eerste 100 bedrijfsuren of wanneer u een onderdeel van de rem heeft verwijderd of vervangen. 1. Rijd de machine naar een horizontale ondergrond. 2. Schakel de aftakasschakelaar uit, zet de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 3.
Onderhoud riemen Riemen controleren Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren Riemen controleren. Tekenen dat een riem aan het slijten is, zijn: gieren tijdens het draaien van de riem, slippen van de messen tijdens het maaien, gerafelde randen, schroeiplekken en scheuren. Vervang de riem als u deze zaken constateert.
2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3. Breng het maaidek omlaag naar een maaihoogte 76 mm. 4. Verwijder de aandrijfriemkappen (Figuur 70). g024666 Figuur 70 Linkerkant getoond 1. Druk de lip naar beneden 2. Verwijder de aandrijfriemkap Figuur 69 1. Spanpoelieveer 4. Spanpoelie 2. Tegengesteld draaiende riem 3. Dubbele poelie 5. Vierkante opening voor ratel 5.
g024667 Figuur 72 1. Plaats de aandrijfriemkap terug. 3. Zorg ervoor dat het lipje onder de metalen vergrendeling valt. 2. Schuif de aandrijfriemkap onder de zijrichels Figuur 71 1. Koppelingspoelie 5. Riemgeleider 2. Aandrijfriem van maaidek 6. Veerbelaste spanpoelie 3. Veerbelaste spanpoelie 7. Vierkante opening in de arm van de poelie (voor de ratelsleutel) 4. Zorg ervoor dat het lipje van de riemgeleider tegen de naaf van het draaipunt komt. 8.
Onderhoud bedieningsysteem De stand van de handgrepen afstellen Er zijn twee standen voor de handgrepen: hoog en laag. Verwijder de bouten om de hoogte aan te passen voor de bestuurder. 1. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels in de neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. Figuur 73 1. Spanpoelie 5.
Opmerking: De schakelaar maakt onderdeel uit van de stoelconstructie. 4. Bevestig tijdelijk een startkabel over de polen van de aansluiting van de hoofdkabelboom. 5. Start de motor. Opmerking: De rem moet in werking zijn gesteld en de rijhendels naar buiten om de motor te starten. De bestuurder hoeft niet in de stoel te zitten vanwege de gebruikte startkabel. Laat de motor volgas lopen en zet de rem vrij. 6.
10. Schakel de machine uit. Maak de verbindingsdraad los van de stekker van de kabelboom en sluit de stekker aan op de stoelschakelaar. 11. Haal de kriksteunen weg. 12. Breng het maaidek omhoog en plaats de maaihoogtepen. 13. Controleer of de machine niet kruipt in de neutraalstand als de parkeerremmen in werking zijn gesteld. Figuur 78 De rijhendeldemper afstellen 1. Flensmoer De bovenste montagebout van de demper kan worden afgesteld om een betere weerstand van de rijhendels te verkrijgen.
Onderhoud hydraulisch systeem Het hydraulische systeem een onderhoudsbeurt geven Type hydraulische vloeistof: Toro® HYPR-OIL™ 500 hydraulische vloeistof of Mobil® 1 15W-50. 3 H Belangrijk: Gebruik de voorgeschreven vloeistof. Andere vloeistoffen kunnen schade aan het systeem veroorzaken. Inhoud van het hydraulische systeem: 1,5 l per kant met filtervervanging Peil hydraulische vloeistof controleren Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren—Controleer het peil van de hydraulische vloeistof. 1.
3. Breng de machine omhoog en ondersteun de machine met kriksteunen (Figuur 80). WAARSCHUWING Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken. • Hydraulische vloeistof die per ongeluk in de huid is geïnjecteerd, moet binnen enkele uren operatief worden verwijderd door een arts die bekend is met dit type verwondingen. Anders kan gangreen ontstaan.
Onderhoud van het maaidek 6. Breng een dun laagje hydraulische vloeistof aan op de rubberen pakking van het vervangende filter (Figuur 81). 7. Plaats het nieuwe hydraulische filter. 8. Bevestig de aandrijfriem van de pomp en de aandrijfriem van het maaidek. Maaidek horizontaal stellen 9. Verwijder de kriksteunen en breng de machine omlaag (Figuur 80). De machine instellen Opmerking: Zorg ervoor dat de machine horizontaal staat voordat u de maaihoogte instelt. 10.
1 3 1 2 2 4 3 g024245 G017027 Figuur 83 Figuur 82 1. Voetpedaal 3. Transportvergrendeling 2. Maaihoogtepen 6. Plaats de maaihoogtepen in de opening voor de maaihoogtestand van 76 mm. 1. Afstand van 76 mm bij A is juist 3. Meet hier vanaf de punt van het mes tot aan het harde oppervlak 2. 8,3 cm bij B is juist 4. Meet bij punt A en B aan beide zijden 9. Indien nodig kunt u de stelmoer op het voorste maaidek draaien om deze nog nauwkeuriger in te stellen (Figuur 84). 7.
10. Als de afstellingen van de koppelingen van het voorste maaidek niet voldoende is om de maaihoogte goed in te stellen, kunt u de enkelpuntsafstelling gebruiken om de afstelling nauwkeurig uit te voeren. 11. Om het enkelpuntssysteem af te stellen, moet u de twee bouten onderaan de maaihoogteplaat losdraaien. Zie Figuur 85. Figuur 86 1. Bout enkelpuntssysteem 13. Draai de twee bouten aan de onderzijde van de maaihoogteplaat vast (Figuur 85). Vastdraaien met een torsie van 37-45 Nm.
horizontaal oppervlak en de snijrand, stand A, van de messen (Figuur 88). Noteer deze afstand. vervangen te vergemakkelijken, is het handig extra messen in voorraad te hebben. 1 GEVAAR Een versleten of beschadigd mes kan breken en een stuk van het mes kan worden uitgeworpen in de richting van de gebruiker of omstanders en ernstig lichamelijk of dodelijk letsel toebrengen. • Controleer op gezette tijden het maaimes op slijtage of beschadigingen. • Vervang een versleten of beschadigd mes.
Gebruik ter vervanging nooit messen van andere fabrikanten omdat dit in strijd kan zijn met de veiligheidsnormen. 1. Pak het uiteinde van het mes vast met een doek of een dikke handschoen. 2. Verwijder de middelste en linkermesbout, de klemring en het mes van de spilas (Figuur 89). 3. Verwijder de rechtermesbout (met linkse schroefdraad), de klemring en het mes van de spilas (Figuur 90). Opmerking: Let op het type en de locatie van de messen. Zie Figuur 90 voor de juiste standen.
Maaimessen monteren Belangrijk: Het rechtermes van dit maaidek draait linksom: de mesbout is voorzien van linkse schroefdraad. Gebruik Figuur 94 om de maaimessen juist te kunnen plaatsen. 1. Monteer het middelste en linkermes, de klemringen en de mesbouten op de spilassen (Figuur 93 en Figuur 94). Figuur 91 1. Onder oorspronkelijke hoek slijpen Opmerking: Zorg ervoor dat het gebogen deel van het mes naar boven, naar de binnenzijde van de maaikast wijst om een goede maaikwaliteit te garanderen. 2.
Maaidek verwijderen Voordat u onderhoud uitvoert op het maaidek of het maaidek verwijdert, moet u de veerbelaste armen van het maaidek vergrendelen. WAARSCHUWING Er is energie opgeslagen in de hefarmen van de maaidekken. Als u het dek verwijdert zonder dat u de druk van de onderdelen met opgeslagen energie haalt, kan dit ernstig lichamelijk of dodelijk letsel veroorzaken. Probeer het maaidek niet van het voorframe te verwijderen zonder de druk van de onderdelen met opgeslagen energie te halen. 1.
g024670 Figuur 96 1. Rechter stabilisator 2. Maaidekkoppeling (rechterzijde afgebeeld) Figuur 95 1. Koppelingspoelie 5. Riemgeleider 2. Drijfriem van maaidek 6. Veerbelaste spanpoelie 3. Veerbelaste spanpoelie 7. Vierkante opening in de arm van de poelie (voor de ratelsleutel) 4. Zorg ervoor dat het lipje van de riemgeleider tegen de naaf van het draaipunt komt. 8. Veer 3. Verwijder de borstbout en moer van de hefinrichting van het achterste maaidek. 4.
Reiniging Stalling Onderkant van het maaidek reinigen Reinigen en opslaan 1. Schakel de aftakasschakelaar uit, stel de parkeerrem in werking en draai het contactsleuteltje naar de stand Uit. Verwijder het sleuteltje. 2. Maaisel, vuil en vet van de buitenkant van de gehele machine verwijderen, met name van de motor en het hydraulische systeem. Vuil en kaf van de buitenkant van de cilinder, de koelribben van de cilinderkop en de ventilatorbehuizing verwijderen.
B. Laat de motor vijf minuten lopen om de stabilizer/conditioner door het brandstofsysteem te verspreiden. C. Zet de motor af, laat deze afkoelen en tap de brandstoftank af, zie Onderhoud van de brandstoftank in het gedeelte Onderhoud. D. Motor opnieuw starten en laten lopen totdat deze afslaat. E. U moet brandstof op de juiste wijze afvoeren. Verwerk deze volgens de plaatselijk geldende voorschriften.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem De startmotor slaat niet aan. De motor start niet, start moeilijk of slaat af. Mogelijke oorzaak 1. De aftakasschakelaar is ingeschakeld. 1. Zet de aftakasschakelaar in de uitgeschakelde stand. 2. De parkeerrem is niet in werking. 3. De rijhendels niet in de neutraalstand staan. 4. De bestuurder zit niet op de bestuurdersstoel. 5. De accu is leeg. 6. De elektrische aansluitingen zijn gecorrodeerd of zitten los. 7. Een zekering is doorgebrand. 8.
Probleem Mogelijke oorzaak Remedie De maaimachine trekt naar links of naar rechts (met beide hendels volledig vooruit) 1. De sporing moet afgesteld worden 1. Stel de sporing af 2. De banden van de aandrijfwielen hebben niet de juiste spanning. 2. Breng de aandrijfbanden op de juiste spanning. De machine rijdt niet. 1. De omloopkleppen zijn niet goed gesloten. 1. Sluit de omloopkleppen. 2. De pompriem is versleten, los of stuk. 3. De aandrijfriem van de pomp is van de poelie af. 4.
Probleem De koppeling grijpt niet aan. Mogelijke oorzaak Remedie 1. Een zekering is doorgebrand. 1. Vervang de zekering. Controleer de weerstand van de spoelen, of de accu is opgeladen, het oplaadsysteem en de aansluitingen van de bedrading en vervang indien nodig. 2. Lage spanning bij de koppeling. 2. Controleer de weerstand van de spoelen, of de accu is opgeladen, het oplaadsysteem en de aansluitingen van de bedrading en vervang onderdelen indien nodig. 3. Vervang de koppeling. 4.
Schema's Elektrisch schema (Rev.
Lijst met internationale dealers Dealer: Land: Agrolanc Kft Balama Prima Engineering Equip. B-Ray Corporation Casco Sales Company Ceres S.A. CSSC Turf Equipment (pvt) Ltd. Cyril Johnston & Co. Cyril Johnston & Co. Equiver Femco S.A. ForGarder OU G.Y.K. Company Ltd. Geomechaniki of Athens Golf international Turizm Guandong Golden Star Hako Ground and Garden Hako Ground and Garden Hayter Limited (U.K.) Hydroturf Int.
De Toro totaalgarantie Producten voor professioneel groenbeheer (LCE) RLC Customer Care Department Gedekte voorwaarden en producten Toro Warranty Company The Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, geven aan de oorspronkelijke aankoper krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie alle onderstaande Toro-producten te repareren als deze materiaalgebreken of fabricagefouten vertonen.