Form No. 3375-645 Rev A Z Master® professionele 6000-serie zitmaaiers met 152 cm Turbo Force® maaidek met zijafvoer Modelnr.: 74925TE—Serienr.: 313000001 en hoger g019887 Registreer uw product op www.Toro.com.
Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen, zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. Het elektronische ontstekingssysteem voldoet aan de Canadese norm ICES-002 Inleiding 1 Deze maaitractor met draaiende messen is bedoeld voor gebruik door particulieren of professionele bestuurders. De machine is voornamelijk ontworpen voor het maaien van gras op goed onderhouden particuliere of commerciële gazons.
Inhoud Onderhoud van de accu...........................................44 Onderhoud van de zekeringen..................................46 Onderhoud aandrijfsysteem ........................................47 Veiligheidsgordel controleren...................................47 De knoppen van het rolbeugelsysteem controleren ........................................................47 De sporing afstellen ................................................47 Bandenspanning controleren ...............................
Veiligheid Vóór ingebruikname • Draag tijdens het maaien altijd een lange broek en stevige Deze machine voldoet ten minste aan de Europese normen, van kracht op het moment van productie. Onjuist gebruik of onderhoud door de gebruiker of eigenaar kan echter letsel veroorzaken.
Onderhoud en opslag – • • • • • • • • • • • - houd de snelheid laag op hellingen en in scherpe bochten; – - let op bulten en kuilen en andere verborgen gevaren; Ga zorgvuldig te werk als u lasten sleept of zware werktuigen gebruikt. – - Gebruik uitsluitend goedgekeurde trekstangbevestigingspunten. – - Beperk de belasting tot wat u veilig kunt beheersen. – - Maak geen scherpe bochten. Ga zorgvuldig te werk als u achteruitrijdt.
Maaien op hellingen Geluidsdruk • Maai nooit op een helling van meer dan 15 graden. Deze machine oefent een geluidsdruk van 93 dBA uit op het gehoor van de bestuurder (met een onzekerheidswaarde (K) van 1 dBA). • Maai niet in de buurt van steile hellingen, greppels, steil aflopende oevers of water. Wielen die over randen heen komen, kunnen tot gevolg hebben dat de machine omkantelt, hetgeen ernstig of dodelijk letsel dan wel verdrinking kan veroorzaken.
Hellingsindicator G011841 Figuur 3 Deze pagina mag worden gekopieerd voor persoonlijk gebruik. 1. De maximale hellingshoek waarbij u de machine veilig kunt gebruiken is 15 graden. Gebruik het hellingsschema om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine bedient. Gebruik de machine niet op hellingen van meer dan 15 graden. Langs de betreffende lijn van de aanbevolen hellingshoek vouwen. 2. Lijn deze rand uit met een verticaal oppervlak, bijvoorbeeld een boom, gebouw of hek. 3.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 58-6520 1. Smeervet 99-8939 1. Lees de Gebruikershandleiding. 93-7818 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding voor instructies om de mesbout/moer vast te zetten met een torsie van 115–149 Nm. 3.
107-3069 1. Waarschuwing – Er is geen omkantelbeveiliging als de rolbeugel omlaag is geklapt. 2. Om lichamelijk of dodelijk letsel te voorkomen als de machine omkantelt, moet u de rolbeugel in de volledig omhoog geklapte en vergrendelde stand houden en de veiligheidsgordel omdoen. Klap de rolbeugel uitsluitend omlaag als dit absoluut noodzakelijk is; als de rolbeugel omlaag is geklapt, mag u de veiligheidsgordel niet omdoen. 3. Lees de Gebruikershandleiding; rij langzaam en voorzichtig.
Merkteken van fabrikant 1. Geeft aan dat het mes onderdeel van een originele Toro-maaimachine is. 114–4465 1. Onderhoudsinterval hydraulische vloeistof - 50 uur 2. Onderhoudsinterval bandenspanning - 50 uur 3. Smeerinterval - 500 uur 110-2067 4. Lees de gebruikershandleiding voordat u serviceof onderhoudswerkzaamheden uitvoert. 5. Smeerinterval - 50 uur 114-4466 3. Laden: 25 A 4. Extra: 15 A 1. Hoofd: 25 A 2. Aftakas: 10 A 110-2068 1. Lees de Gebruikershandleiding. 112-9028 1.
5-7445 1. Poelies en assen smeren 2. Onderhoudsinterval - 50 uur 117-0346 1. Risico op brandstoflekkage - lees de gebruikershandleiding. Probeer niet de rolbeugel te verwijderen. U mag de rolbeugel niet lassen, boren of op welke wijze dan ook aanpassen. 116-1716 6. Urenteller 7. Aftakas 1. Brandstof 2. Leeg 8. Parkeerrem 9. Neutraalstand 10. Dodemansknop 3. Half 4. Vol 5. Accu 117-3811 1. Lees de Gebruikershandleiding. 116-5988 1. Parkeerrem: ingeschakeld 2. Parkeerrem: vrijgesteld 11 2.
117-3848 1. De machine kan voorwerpen uitwerpen – Houd omstanders op een veilige afstand van de machine. 120-5897 2. Machine kan voorwerpen uitwerpen—Gebruik de machine nooit zonder dat de grasgeleider of het grasopvangsysteem is gemonteerd. 3. Handen of voeten kunnen worden gesneden/geamputeerd - Blijf uit de weg van bewegende delen; houd alle beschermende delen op hun plaats. 1. Choke 4. Langzaam 2. Snel 5. Aftakas, aftakasschakelaar 3. Continu snelheidsregeling 117-3863 1.
114–4468 5. Kans dat de wielen grip verliezen en de bestuurder de macht over de machine verliest, hellingen – Op een helling kunnen de wielen grip verliezen en kan de bestuurder de macht over de machine verliezen, schakel de aftakas uit en rij langzaam de helling af. 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 2. Waarschuwing – Bedien deze machine uitsluitend als u daarin 6. Ledematen van omstanders kunnen bekneld bent getraind.
Algemeen overzicht van de machine Urenteller De urenteller registreert het aantal uren dat de motor in bedrijf is geweest. De urenteller werkt als de motor loopt. Gebruik deze tijden om regelmatig onderhoudswerkzaamheden te plannen (Figuur 6). Brandstofmeter De brandstofmeter bevindt zich bij de urenteller en de streepjes worden verlicht als de contactschakelaar is ingeschakeld (Figuur 6).
Choke Specificaties Gebruik de choke om een koude motor te starten. Trek de knop van de choke omhoog om deze in te schakelen. Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Aftakasschakelaar Breedte: Maaidek van 152 cm De aftakasschakelaar wordt gebruikt om de elektrische koppeling in te schakelen en de maaimessen aan te drijven. Zet de schakelaar omhoog om de messen in te schakelen en laat deze los.
Gebruiksaanwijzing GEVAAR In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die benzinedampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. • Zet benzinevaten altijd op de grond en uit de buurt van het voertuig voordat u de tank bijvult.
Voeg de juiste hoeveelheid stabilizer/conditioner aan de benzine toe. Opmerking: Stabilizer/conditioner werkt het best als deze met verse benzine wordt gemengd. Gebruik altijd stabilizer/ conditioner om het risico van harsachtige afzettingen in het brandstofsysteem zo klein mogelijk te houden. G009189 Brandstoftank vullen 1 Opmerking: Vul de brandstoftank niet helemaal. Vul de tank tot aan de onderkant van de vulbuis. Dit geeft de benzine ruimte om uit te zetten. 1.
De omkantelbeveiliging (rolbeugel) gebruiken WAARSCHUWING Om lichamelijk of dodelijk letsel te voorkomen als de machine omkantelt: houd de rolbeugel in de volledig omhoog geklapte en vergrendelde stand en doe de veiligheidsgordel om. Controleer of de stoel goed op de machine is bevestigd. WAARSCHUWING Er is geen omkantelbeveiliging als de rolbeugel omlaag is geklapt. • Klap de rolbeugel uitsluitend omlaag als dit absoluut noodzakelijk is.
GEVAAR VOORZICHTIG Bij maaien op nat gras of een steile helling bestaat de kans dat de wielen slippen en u de macht over de machine verliest. Deze machine stelt de bestuurder bloot aan geluidsniveaus van meer dan 85 dBA. Bij langdurige blootstelling kan dit leiden tot gehoorbeschadiging. Wielen die over randen heen komen, kunnen tot gevolg hebben dat de machine omkantelt, hetgeen ernstig of dodelijk letsel dan wel verdrinking kan veroorzaken. Draag gehoorbescherming als u deze machine gebruikt.
Het gas bedienen Parkeerrem vrijzetten 1 De gashendel heeft twee standen: Snel en Langzaam (Figuur 15). 2 Gebruik altijd de snelle stand als u het maaidek inschakelt met de aftakasschakelaar. G016995 Figuur 12 G008946 De aftakasschakelaar bedienen Figuur 15 De aftakasschakelaar start en stopt de maaimessen en eventuele bekrachtigde werktuigen. De choke bedienen Gebruik de choke om een koude motor te starten. Aftakasschakelaar inschakelen 1.
De contactschakelaar bedienen 1 1. Draai het contactsleuteltje naar de stand Start (Figuur 17). Laat het sleuteltje los zodra de motor aanslaat. Belangrijk: Stel de startmotor telkens niet langer dan 5 seconden in werking. Als de motor niet wil starten, moet u na elke poging de motor 15 seconden laten afkoelen. Indien u deze instructies niet opvolgt, kan de startmotor doorbranden.
Motor afzetten VOORZICHTIG Kinderen of omstanders kunnen letsel oplopen als zij de machine verplaatsen of proberen te bedienen terwijl deze onbeheerd staat. Verwijder altijd het sleuteltje uit het contact en stel de parkeerrem in werking wanneer u de machine onbeheerd achterlaat, ook al is het slechts voor een paar minuten. Laat de motor 60 seconden stationair draaien met een lage snelheid (schildpad) voordat u het contact uitschakelt. g017006 Figuur 19 6.
Het Veiligheidssysteem het veiligheidssysteem niet werkt zoals hieronder wordt beschreven, moet u het direct laten repareren door een erkende servicedealer. VOORZICHTIG 1. Neem plaats op de stoel, stel de parkeerrem in werking en schakel de aftakasschakelaar in. Probeer de motor te starten; de motor mag nu niet gaan draaien. Niet-aangesloten of beschadigde interlockschakelaars kunnen onverwachte gevolgen hebben op de werking van de machine. Dit kan lichamelijk letsel veroorzaken. 2.
De rijhendels gebruiken G008952 Figuur 24 Achteruitrijden Figuur 23 1. Rijhendel – onvergrendelde neutraalstand 2. Centrale onvergrendelde stand 3. Vooruit 4. Achteruit 1. Zet de hendels in de middelste, onvergrendelde stand. 5. Voorkant van de machine 2. Om achteruit te rijden, trekt u de rijhendels naar achteren (Figuur 25). Vooruitrijden Opmerking: De motor slaat af als u de rijhendels van de tractie beweegt terwijl de parkeerrem in werking is gesteld.
De machine stoppen Om de machine te stoppen, zet u de rijhendels in de neutraalstand en vergrendelt u de hendels, schakelt u de aftakas uit en draait u het contactsleuteltje naar de stand Uit. Als u de machine achterlaat, moet u tevens de parkeerrem in werking stellen; zie Parkeerrem in werking stellen in de gebruiksaanwijzing. Denk erom dat u het sleuteltje uit het contact haalt.
De pen voor de maaihoogte instellen De maaihoogte kan worden afgesteld van 25 tot 140 mm in stappen van 6 mm door de gaffelpen in verschillende openingen te plaatsen. 1. Zet de transportvergrendeling in de vergrendelde stand. 2. Druk het voetpedaal in met uw voet en breng het maaidek omhoog tot de transportstand (de maaihoogtestand van 140 mm) (Figuur 27). 3. Om dit aan te passen, draait u de pen 90 graden en verwijdert u de pen uit de maaihoogtebeugel (Figuur 27). 4.
3 1 Figuur 29 2 1. Antiscalpeerrol 3. Flensmoer 2. Lagerbus 4. Bout G017027 Figuur 27 1. Voetpedaal 3. Transportvergrendeling 2. Maaihoogtepen Antiscalpeerrollen afstellen Als u de maaihoogte wijzigt, verdient het de aanbeveling de hoogte van de antiscalpeerrollen in te stellen. Figuur 30 1. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 2.
4. Plaats de plaat en de sluitnokken op zodanige wijze in de sleuven dat de machine de gewenste afvoer heeft. 5. Draai de hendel terug om de plaat en de sluitnokken vast te zetten (Figuur 31). 6. Als de sluitnokken de plaat niet goed vergrendelen of te strak zijn, draait u de hendel los en draait u de sluitnok. Draai aan de sluitnok totdat u de gewenste sluitdruk hebt verkregen. 2 1 Figuur 32 Stand B Zet de plaat in deze stand als u het maaisel opvangt. Altijd uitlijnen met de opening van de blazer.
g019768 1 Figuur 36 1. Knop voor stoelophanging Figuur 34 De vrijgavehendels van de aandrijfwielen gebruiken Bestuurdersstoel instellen U kunt de stoel naar voren en naar achteren verschuiven. De stand van de stoel moet zo zijn dat u de machine het best kunt bedienen en dat u comfortabel zit. WAARSCHUWING Handen kunnen klem raken in de draaiende onderdelen onder het maaidek. Dit kan tot ernstig letsel leiden. Om de bestuurdersstoel in te stellen, moet u de instelhendel zijwaarts bewegen.
Transport van de machine 3. Zet de parkeerrem vrij voordat u de machine gaat duwen. Gebruik een aanhanger of vrachtwagen voor zwaar vervoer om de machine te transporteren. Zorg ervoor dat de aanhanger of vrachtwagen is voorzien van alle benodigde remmen, verlichting en aanduidingen die wettelijk vereist zijn. Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies. Met behulp van deze informatie kunt u letsel van uw gezinsleden, omstanders, dieren en uzelf voorkomen.
Machine inladen WAARSCHUWING Als een machine wordt geladen op een aanhanger of een vrachtwagen, wordt de kans vergroot dat de machine achterover kantelt. Dit kan ernstig lichamelijk letsel of de dood veroorzaken. • Ga zeer voorzichtig te werk als u een machine een hellingbaan op-/afrijdt. • Controleer of de rolbeugel omhoog staat en gebruik de veiligheidsgordel terwijl de machine wordt geladen. Controleer of de rolbeugel het dak van een dichte aanhanger niet raakt.
Gebruik van de Z Stand® De Z Stand® wordt gebruikt om de voorkant van de machine omhoog te zetten zodat u het maaidek kunt reinigen en de maaimessen kunt verwijderen. WAARSCHUWING De machine kan op iemand neervallen en ernstig lichamelijk of de dood veroorzaken. Figuur 41 • Ga zeer voorzichtig te werk als u de machine op de Z Stand® hebt geplaatst. 1. Z Stand (in sleuf geplaatst) 3. Vergrendeling, op draailip rustend 2.
Maai met de juiste regelmaat Normaal gesproken moet u om de vier dagen maaien. Houd er echter rekening mee dat gras niet het hele jaar door even snel groeit. Om dezelfde maaihoogte te behouden, wat een goede gewoonte is, moet u in het vroege voorjaar vaker maaien. Als de groeisnelheid in de zomer afneemt, maait u minder vaak. Als u langere tijd niet hebt kunnen maaien, maait u eerst op een hoge maaistand. Maai twee dagen later op een lagere maaistand. Maaisnelheid Figuur 42 1. Z Stand 3.
Onderhoud Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Na de eerste 8 bedrijfsuren Onderhoudsprocedure • De motorolie verversen. Na de eerste 100 bedrijfsuren • Controleer de torsie van de sleufmoer van de wielnaaf. • Controleer de torsie van de wielmoeren. • Controleer de werking van de parkeerrem. Na de eerste 250 bedrijfsuren • Vervang de hydraulische filters en de vloeistof als u om het even welk type olie gebruikt.
VOORZICHTIG Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine. Smering Smeerpunten maaimachine Smeren Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren—Smeer de assen en poelie-arm van het maaidek. De machine moet vaker worden gesmeerd bij gebruik in zeer stoffige of zanderige omstandigheden.
Figuur 47 1. Afdichtinghouder 2. Afstandsmoer 2. Verwijder het zwenkwiel uit de zwenkwielvorken. 3. Verwijder de afdichtinghouders uit de wielnaaf. Figuur 45 4. Verwijder een van de afstandsmoeren uit de as van het zwenkwiel. Controleer of er afdichtkit is aangebracht tussen de afstandsmoeren en de as. Verwijder de as (terwijl de andere afstandsmoer er nog aan bevestigd is) van de wielconstructie. 6. Verwijder de stofkap en stel de draaipunten van de zwenkwielen bij.
Onderhoud motor Belangrijk: Controleer de afstelling van het lager regelmatig om schade aan de afdichting en het lager te voorkomen. Draai het zwenkwiel rond. Het wiel mag niet vrij ronddraaien (meer dan 1 of 2 omwentelingen) of zijspeling hebben. Als het wiel vrij ronddraait, pas dan de torsie van de afstandsmoer aan totdat het wiel een klein beetje aanloopt. Breng opnieuw afdichtingskit aan. WAARSCHUWING Contact met hete oppervlakken kan lichamelijk letsel veroorzaken.
Motorolie verversen/oliepeil controleren Type olie: Reinigingsolie (API onderhoudsclassificatie SG, SH, SJ of SL) Oliecapaciteit: met filtervervanging: 2,3 l, zonder filtervervanging 2,1 l. Viscositeit: zie onderstaande tabel. Figuur 48 1. Luchtfilterklemmen 2. Luchtfilterdeksel 3. Voorluchtfilter 4. Hoofdluchtfilter Onderhoud van het voorfilter 1. U mag het papierfilter niet reinigen; vervang het(Figuur 48). Figuur 49 2.
Motorolie verversen zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat (Figuur 50). Onderhoudsinterval: Na de eerste 8 bedrijfsuren Om de 100 bedrijfsuren (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden) Opmerking: Geef de afgewerkte olie af bij een inzamelcentrum. 1 1. Start de motor en laat deze vijf minuten lopen. Warme olie kan beter worden afgetapt. 2 2.
5. Giet langzaam ongeveer 80 % van de gespecificeerde olie in de vulbuis en voeg langzaam de rest van de olie toe tot het peil de markering Vol bereikt (Figuur 52). 1 3 1 2 3 4 5 6 2 4 G008796 Figuur 52 4 5 6. Start de motor en rijd naar een vlak gebied. Controleer het oliepeil opnieuw.
Onderhoud van de bougie Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren Controleer of de elektrodenafstand correct is voordat u de bougie monteert. Gebruik een bougiesleutel voor het (de)monteren van de bougie(s) en een voelermaat voor het meten en afstellen van de elektrodenafstand. Monteer indien nodig nieuwe bougies. 2 1 Type: Champion® RC12YC, of equivalent type.
Bougie monteren Draai de bougie(s) vast met een torsie van 24-30 Nm. G008803 Figuur 57 Figuur 55 5. Plaats het scherm van de linker hydraulische eenheid (Figuur 54). Bougie controleren Belangrijk: Bougies nooit schoonmaken. Verwijder een bougie altijd als deze: een zwarte laag heeft, als de elektroden versleten zijn, als er een vettige laag op ligt of als de bougie scheuren vertoont. Als de isolator lichtbruin of grijs is, werkt de motor naar behoren.
Vonkenvanger controleren (indien aanwezig) Onderhoud brandstofsysteem Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren Brandstoffilter vervangen WAARSCHUWING Onderhoudsinterval: Om de 500 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden). Hete systeemonderdelen van de uitlaat kunnen benzinedampen ontsteken, zelfs nadat de motor is afgezet.
Onderhoud elektrisch systeem contact kan maken met onderdelen die de leiding mogelijk kunnen beschadigen. Onderhoud van de brandstoftank Onderhoud van de accu Onderhoudsinterval: Maandelijks Probeer de brandstoftank niet zelf af te tappen. Laat een erkende servicedealer de brandstoftank aftappen en onderdelen van het brandstofsysteem een onderhoudsbeurt geven. WAARSCHUWING CALIFORNIË Proposition 65 Waarschuwing Accuklemmen, accupolen en dergelijke onderdelen bevatten lood en loodverbindingen.
WAARSCHUWING Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de machine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken. G008804 • Maak altijd de minkabel (zwart) van de accu los voordat u de pluskabel (rood) losmaakt. 1 2 3 4 1. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. + - 2.
Accu opladen Onderhoud van de zekeringen De elektrische installatie is beveiligd door middel van zekeringen. Voor de zekeringen is geen onderhoud nodig. Als er echter een zekering doorbrandt, controleer dan het circuit op een storing of kortsluiting. WAARSCHUWING Bij het opladen produceert de accu gassen die tot ontploffing kunnen komen. 1. De zekeringen bevinden zich op de rechterconsole naast de stoel (Figuur 61).
Onderhoud aandrijfsysteem Veiligheidsgordel controleren Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Controleer de veiligheidsgordel visueel op slijtage en sneden en controleer de juiste werking van het terugtreksysteem en de sluiting. Vervang de veiligheidsgordel voor gebruik als deze beschadigd is. De knoppen van het rolbeugelsysteem controleren Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Controleer of zowel de montagematerialen als de knoppen in goede staat verkeren.
7. Als de machine een afwijking naar links heeft, draai dan de bouten los en pas de rechter aanslagplaat op de rechter T-sleuf aan tot de machine recht rijdt. 8. Zet de aanslagplaat vast. Figuur 64 Sleufmoer van wielnaaf controleren Onderhoudsinterval: Na de eerste 100 bedrijfsuren Om de 500 bedrijfsuren Zie Figuur 65 om te bepalen welk soort moer is gemonteerd. g019756 Figuur 63 Linkerrijhendel afgebeeld 1. Rijhendel Figuur 65 3. Aanslagplaat 1. Soort A (zwarte afwerking) 3. Soort B (gele zink) 2.
Figuur 66 1. Maximaal 2,5 mm 2. Hier mogen maximaal twee schroefdraden (2,5 mm) te zien zijn. 4. Als er meer dan twee schroefdraden (2,54 mm) zichtbaar zijn, verwijdert u de moer en plaatst u een ring tussen de naaf en de moer. Figuur 67 5. Draai de sleufmoer vast met een torsie van 271 Nm. 1. Veerringen 6. Draai vervolgens de moer vast tot de volgende set sleuven is uitgelijnd met het kruisgat in de schacht. Draai de moer niet los om de sleuf uit te lijnen.
Onderhoud koelsysteem Motorscherm en oliekoeler van de motor reinigen Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Verwijder eventuele grasresten, vuil of andere verontreiniging van de oliekoeler (Figuur 68). Figuur 69 Figuur 68 Verwijder voor elk gebruik eventuele grasresten, vuil of andere verontreiniging van het motorscherm. Dit zal mede zorgen voor een adequate koeling en een correct motortoerental en zal de kans verkleinen dat de motor oververhit raakt en technische schade oploopt (Figuur 69).
Onderhouden remmen Parkeerrem afstellen Onderhoudsinterval: Na de eerste 100 bedrijfsuren Om de 500 bedrijfsuren daarna Controleer of de rem goed is afgesteld. Deze procedure moet worden gevolgd na de eerste 100 bedrijfsuren of wanneer er een onderdeel van de rem is verwijderd of vervangen. 1. Rijd de machine naar een horizontale ondergrond. 2. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 3.
Onderhoud riemen Riemen controleren Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren Riemen controleren. Tekenen dat een riem aan het slijten is, zijn: gieren tijdens het draaien van de riem, slippen van de messen tijdens het maaien, gerafelde randen, schroeiplekken en scheuren. Vervang de riem als u deze zaken constateert.
8. Verwijder de aanwezige riem. 9. Bevestig de nieuwe riem rond de poelies van het maaidek en de koppelingspoelie onder de motor (Figuur 74). g012515 Figuur 75 1. Plaats de aandrijfriemkap terug. 3. Draai de bout vast 2. Schuif de aandrijfriemkap onder de zijrichels Aandrijfriem van de hydraulische pomp vervangen 1. Schakel de aftakas uit en stel de parkeerrem in werking. 2.
Onderhoud bedieningsysteem De stand van de handgrepen afstellen Er zijn twee standen voor de handgrepen: hoog en laag. Verwijder de bouten om de hoogte aan te passen voor de bestuurder. 1. Schakel de aftakas uit, zet de schakelhendels in de neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. Figuur 76 1. Spanpoelie 5.
5. Start de motor. De rem moet in werking zijn gesteld en de rijhendels naar buiten om de motor te starten. De bestuurder hoeft niet in de stoel te zitten vanwege de gebruikte startkabel. Laat de motor volgas lopen en zet de rem vrij. 6. Laat de machine minimaal 5 minuten draaien met de rijhendels op volledige snelheid vooruit om de hydraulische vloeistof op bedrijfstemperatuur te brengen. Opmerking: De rijhendels moeten in de neutraalstand staat terwijl u de benodigde aanpassingen uitvoert. 7.
De rijhendeldemper afstellen De bovenste montagebout van de demper kan worden afgesteld om een betere weerstand van de rijhendels te verkrijgen. Zie Figuur 80 voor montage-opties. Figuur 81 1. Flensmoer Figuur 80 Rechter rijhendel afgebeeld 1. Draai de borgmoer vast met een torsie van 23 Nm. De bout moet uit het einde van de borgmoer steken na het vastdraaien. 2. Meeste weerstand (stevigste gevoel) 3. Demper 4. Gemiddelde weerstand (gemiddeld gevoel) 5.
Onderhoud hydraulisch systeem Onderhoud van het hydraulische systeem Type hydraulische vloeistof: Toro® HYPR-OIL™ 500 hydraulische vloeistof of Mobil® 1 15W-50. 3 H Belangrijk: Gebruik de voorgeschreven vloeistof. Andere vloeistoffen kunnen schade aan het systeem veroorzaken. Capaciteit hydraulisch systeem: 1,5 l per kant bij het vervangen van het filter Peil hydraulische vloeistof controleren Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren—Controleer het peil van de hydraulische vloeistof. 1.
3. Breng de machine omhoog en ondersteun de machine met kriksteunen (Figuur 83). WAARSCHUWING Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken. • Hydraulische vloeistof die per ongeluk in de huid is geïnjecteerd, moet binnen enkele uren operatief worden verwijderd door een arts die bekend is met dit type verwondingen. Anders kan gangreen ontstaan.
Onderhoud van het maaidek 7. Plaats het nieuwe hydraulische filter. 8. Bevestig de aandrijfriem van de pomp en de aandrijfriem van het maaidek. 9. Verwijder de kriksteunen en breng de machine omlaag (Figuur 83). Maaidek horizontaal stellen 10. Vul de olie in het hydraulische reservoir bij en controleer op eventuele lekkage. De machine instellen 11. Veeg eventueel gemorste olie weg. Opmerking: Zorg ervoor dat de machine horizontaal staat voordat u de maaihoogte instelt. 12.
10. U kunt de stelmoer op de hefinrichting van het voorste maaidek draaien om deze nog nauwkeuriger in te stellen (Figuur 87). 3 Om te verhogen draait u de schroef rechtsom en om te verlagen draait u de schroef linksom. 1 3 4 2 2 1 2 1 G017027 Figuur 85 1. Voetpedaal 3. Transportvergrendeling 2. Maaihoogtepen 6. Plaats de maaihoogtepen in de maaihoogtestand van 7,6 cm. G012430 7. Ontgrendel de transportvergrendeling en laat het dek zakken tot de gewenste maaihoogte. Figuur 87 1. Stelmoer 8.
Opmerking: In de meeste omstandigheden moet het mes aan de achterzijde 6,4 mm hoger worden ingesteld dan de voorzijde. 15. Meet aan beide zijden van het maaidek vanaf het horizontale oppervlak tot de achterste punt van het maaimes (punt B). De afstand moet 8,3 cm bedragen (Figuur 86). 16. U kunt de stelmoer op de hefinrichting van het voorste maaidek draaien om deze nog nauwkeuriger in te stellen (Figuur 87). Om te verhogen draait u de schroef rechtsom en om te verlagen draait u de schroef linksom. 17.
Onderhoud van de maaimessen Zorg gedurende het hele maaiseizoen voor scherpe maaimessen. Scherpe messen snijden het gras goed af zonder het te scheuren of te kwetsen. Door scheuren en kwetsen wordt het gras bruin aan de randen, waardoor het langzamer groeit en gevoeliger is voor ziekten. Controleer elke dag of de maaimessen scherp zijn en of ze versleten of beschadigd zijn. Vijl regelmatig kerven en inkepingen weg en slijp de messen indien dit nodig is.
de oorspronkelijke hoek in stand. Het mes blijft in balans als u van beide snijranden dezelfde hoeveelheid materiaal verwijdert. WAARSCHUWING Een krom of beschadigd mes kan breken en u of omstanders ernstig letsel toebrengen. • Vervang altijd een krom of beschadigd mes door een nieuw mes. • Vijl of maak nooit scherpe inkepingen in de snijranden of het oppervlak van het mes.
6. Hef het vloerdeel op en steek een momentsleutel in de vierkante opening in de spanpoelie (Figuur 96). 7. Draai de spanpoelie van het maaidek rechtsom en verwijder de aandrijfriem van het maaidek (Figuur 96). Figuur 95 1. Vleugel van het mes 4. Mesbout 2. Mes 5. Conus op boutkop 3. Veerschijf Maaidek verwijderen Voordat u onderhoud uitvoert op het maaidek of het maaidek verwijdert, moet u de veerbelaste armen van het maaidek vergrendelen.
6 2 4 7 3 1 5 g015594 Figuur 98 1. Bout 2. Afstandsstuk 5. Gemonteerde veer 6. Grasgeleider 3. Borgmoer 7. J-vormig haakuiteinde van veer 4. Veer 2. Plaats een afstandsstuk en de veer op de grasgeleider. Plaats een J-vormig uiteinde van de veer achter de rand van het maaidek. Figuur 97 1. Rechter stabilisator 2.
Reiniging Stalling Onderkant van het maaidek reinigen Reinigen en opslaan 1. Schakel de aftakasschakelaar uit, stel de parkeerrem in werking en draai het contactsleuteltje naar de stand Uit. Verwijder het sleuteltje. 2. Maaisel, vuil en vet van de buitenkant van de gehele machine verwijderen, met name van de motor en het hydraulische systeem. Vuil en kaf van de buitenkant van de cilinder, de koelribben van de cilinderkop en de ventilatorbehuizing verwijderen.
B. Laat de motor vijf minuten lopen om de stabilizer/conditioner door het brandstofsysteem te verspreiden. C. Zet de motor af, laat deze afkoelen en tap de brandstoftank af, zie Onderhoud van de brandstoftank in het gedeelte Onderhoud. D. Motor opnieuw starten en laten lopen totdat deze afslaat. E. U moet brandstof op de juiste wijze afvoeren. Verwerk deze volgens de plaatselijk geldende voorschriften.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem Startmotor draait niet. Mogelijke oorzaak 1. De aftakasschakelaar is ingeschakeld. 1. Schakel de aftakasschakelaar uit. 2. Parkeerrem niet in werking gesteld. 3. Aandrijfhendels bevinden zich niet in de vergrendelde neutraalstand. 2. De parkeerrem in werking stellen. 3. Controleer of de aandrijfhendels zich in de vergrendelde neutraalstand bevinden. 4. Plaats nemen op de bestuurdersstoel. 5. Accu opladen. 6.
Probleem Mogelijke oorzaak Remedie De maaimachine trekt naar links of naar rechts (met beide hendels volledig vooruit) 1. De sporing moet worden afgesteld 1. Stel de sporing af 2. De banden van de aandrijfwielen hebben niet de juiste spanning. 2. Breng de aandrijfbanden op de juiste spanning. Machine rijdt niet. 1. Omloopventiel niet goed gesloten. 1. Sluit de omloopventielen. 2. Aandrijfriem van de pomp is versleten, los of gebroken. 3. De aandrijfriem van de pomp is van de poelie af. 4.
Probleem De koppeling grijpt niet aan. Mogelijke oorzaak Remedie 1. Zekering doorgebrand. 1. Zekering vervangen. Controleer de weerstand van de schokbrekers, of de accu is opgeladen, het oplaadsysteem en de aansluitingen van de bedrading en vervang indien nodig. 2. Lage spanning bij de koppeling. 2. Controleer de weerstand van de schokbrekers, of de accu is opgeladen, het oplaadsysteem en de aansluitingen van de bedrading en vervang indien nodig. 3. Vervang de koppeling. 4.
Schema's Elektrisch schema (Rev.
Opmerkingen: 72
Opmerkingen: 73
Opmerkingen: 74
Lijst met internationale dealers Dealer: Atlantis Su ve Sulama Sisstemleri Lt Balama Prima Engineering Equip. B-Ray Corporation Casco Sales Company Ceres S.A. CSSC Turf Equipment (pvt) Ltd. Cyril Johnston & Co. Equiver Femco S.A. G.Y.K. Company Ltd. Geomechaniki of Athens Guandong Golden Star Hako Ground and Garden Hako Ground and Garden Hayter Limited (U.K.) Hydroturf Int. Co Dubai Hydroturf Egypt LLC Irriamc Irrigation Products Int'l Pvt Ltd. Jean Heybroek BV.
De Toro totaalgarantie Gedekte voorwaarden en producten The Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, geven aan de oorspronkelijke aankoper krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie alle onderstaande Toro-producten te repareren als deze materiaalgebreken of fabricagefouten vertonen.