Form No. 3361-582 Rev A Z Master G3 met een TURBO FORCE® zijafvoer van 132 cm Modelnr.: 74923TE—Serienr.: 290000001 en hoger Om uw product te registreren of om een gebruikershandleiding of onderdelencatalogus te downloaden, gaat u naar www.Toro.com.
Dit vonkontstekingssysteem is in overeenstemming met de Canadese ICES-002. Figuur 2 Inleiding 1. Veiligheidssymbool Lees deze informatie zorgvuldig door, zodat u weet hoe u de machine op de juiste wijze moet gebruiken en onderhouden en om schade aan de machine en letsel te voorkomen. U bent verantwoordelijk voor het juiste en veilige gebruik van de machine. Er worden in deze handleiding nog 2 woorden gebruikt om uw aandacht op bijzondere informatie te vestigen.
Machine inladen ................................................. 29 Gebruik van de Z Stand®................................... 30 Tips voor bediening en gebruik........................... 31 Onderhoud ................................................................ 33 Aanbevolen onderhoudsschema ............................. 33 Smering.................................................................. 34 Smeren............................................................... 34 Smeerpunten maaimachine........
Veiligheid ◊ onjuist gebruik van de rem, ◊ het type machine is niet geschikt voor het specifieke werk, ◊ zich onvoldoende bewust zijn van de specifieke omstandigheden van het terrein, met name op hellingen, ◊ onjuiste bevestiging en verdeling van lasten. Deze machine voldoet ten minste aan de Europese normen, van kracht op het moment van productie. Onjuist gebruik of onderhoud door de gebruiker of eigenaar kan echter letsel veroorzaken.
– als u een vreemd voorwerp raakt. Controleer de maaimachine op beschadigingen en voer alle benodigde reparaties uit voordat u de machine weer gebruikt; als de maaimachine abnormaal trilt (direct controleren) • Schakel de aandrijving naar de werktuigen uit als u de machine transporteert of niet gebruikt.
• De uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een reukloos, dodelijk gif. Laat de motor niet binnenshuis of in een afgesloten ruimte lopen. omdat de machine kan omkantelen op oneffen terrein. • Start nooit plotseling heuvelopwaarts op een helling, want dit kan tot gevolg hebben dat de machine achteroverkantelt. • Houd handen, voeten, haar en loszittende kledingstukken uit de buurt van de uitwerpopening, de onderkant van de maaimachine en bewegende onderdelen als de motor loopt.
Hellingdiagram 7
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 58-6520 1. Smeervet 99-8939 1. Lees de Gebruikershandleiding. 93-7818 1. Waarschuwing - Lees de gebruikershandleiding voor instructies om de mesbout/moer vast te zetten met een torsie van 115-149 Nm. 3.
Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu 1. Risico van explosie 2. Niet roken. Geen open vuur of vonken. 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 5. Lees de Gebruikershandleiding. 6. Houd omstanders op veilige afstand van de accu. 7. Draag oogbescherming; explosieve gassen kunnen blindheid en ander letsel veroorzaken 8. Accuzuur kan blindheid of ernstige brandwonden veroorzaken. 9. Ogen direct met water spoelen en snel arts raadplegen. 10.
114-4466 3. Laden: 25 A 4. Extra: 15 A 1. Hoofd: 25 A 2. Aftakas: 10 A 110-2068 1. Lees de Gebruikershandleiding. 114–4467 1. Parkeerrem: ingeschakeld 112-9028 2. Parkeerrem: vrijgesteld 1. Waarschuwing - Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen; laat alle beschermplaten op hun plaats. 114–4499 1. Wielmoeren 114–4469 3. Lees de instructies voordat u service- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert. Controleer de torsie na de eerste 100 bedrijfsuren en vervolgens elke 500 uur. 1.
5-7445 1. Poelies en assen smeren 2. Onderhoudsinterval - 50 uur 117-0876 1. Aftakasschakelaar 2. Choke 3. Snel 4. Continu snelheidsregeling 5. Langzaam 117-3811 1. Lees de Gebruikershandleiding. 2. Hydraulische vloeistof 117-0346 1. Risico op brandstoflekkage - lees de gebruikershandleiding. Probeer niet de rolbeugel te verwijderen. U mag de rolbeugel niet lassen, boren of op welke wijze dan ook aanpassen. 117-3847 1.
117-3848 1. De machine kan voorwerpen uitwerpen – Houd omstanders op een veilige afstand van de machine. 2. Machine kan voorwerpen uitwerpen—Gebruik de machine nooit zonder dat de grasgeleider of het grasopvangsysteem is gemonteerd. 3. Handen of voeten kunnen worden gesneden/geamputeerd - Blijf uit de weg van bewegende delen; houd alle beschermende delen op hun plaats. 114–4468 5.
Algemeen overzicht van de machine Urenteller De urenteller registreert het aantal uren dat de motor in bedrijf is geweest. De urenteller werkt als de motor loopt. Gebruik deze tijden om regelmatig onderhoudswerkzaamheden te plannen (Figuur 5). Brandstofmeter De brandstofmeter bevindt zich bij de urenteller en de streepjes worden verlicht als de contactschakelaar is ingeschakeld (Figuur 5).
Choke Specificaties Gebruik de choke om een koude motor te starten. Trek de knop van de choke omhoog om deze in te schakelen. Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Breedte: Aftakasschakelaar 132 cm maaidek: De aftakasschakelaar wordt gebruikt om de elektrische koppeling in te schakelen en de maaimessen aan te drijven. Zet de schakelaar omhoog om de messen in te schakelen en laat deze los.
Gebruiksaanwijzing In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die benzinedampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Brandstof bijvullen • Zet benzinevaten altijd op de grond en uit de buurt van het voertuig voordat u de tank bijvult.
• Houdt de benzine vers gedurende opslag van maximaal 90 dagen. Als u de machine langer wilt opslaan, moet u de benzine aftappen uit de brandstoftank. • Houdt de motor tijdens het gebruik schoon. • Voorkomt harsachtige afzettingen in het brandstofsysteem, die tot startproblemen kunnen leiden 1 2 Belangrijk: Gebruik nooit brandstofadditieven die methanol of ethanol bevatten. Voeg de juiste hoeveelheid stabilizer/conditioner aan de benzine toe.
De omkantelbeveiliging (rolbeugel) gebruiken Om lichamelijk of dodelijk letsel te voorkomen als de machine omkantelt: houd de rolbeugel in de omhoog geklapte en vergrendelde positie en doe de veiligheidsgordel om. Controleer of de stoel goed op de machine is bevestigd. Er is geen omkantelbeveiliging als de rolbeugel omlaag is geklapt. • Klap de rolbeugel uitsluitend omlaag als dit absoluut noodzakelijk is. • Doe de veiligheidsgordel niet om als de rolbeugel omlaag is geklapt. • Rij langzaam en voorzichtig.
Bij maaien op nat gras of een steile helling bestaat de kans dat de wielen slippen en u de macht over de machine verliest. Wielen die over randen heen komen, kunnen tot gevolg hebben dat de machine omkantelt, hetgeen ernstig of dodelijk letsel dan wel verdrinking kan veroorzaken. Er is geen omkantelbeveiliging als de rolbeugel omlaag is geklapt. Houd de rolbeugel altijd in de omhoog geklapte en vergrendelde positie en doe de veiligheidsgordel om. Figuur 8 1.
Parkeerrem in werking stellen Aftakasschakelaar inschakelen Opmerking: Als u de aftakasschakelaar inschakelt met half gas of minder zorgt voor overmatige slijtage aan de aandrijfriemen. De kans bestaat dat de parkeerrem de machine niet in stilstaande toestand houdt als deze op een helling is geparkeerd; hierdoor kan lichamelijk letsel of schade aan eigendommen ontstaan. Parkeer nooit op een helling tenzij de wielen zijn vastgezet of geblokkeerd.
2. Trek de knop van de choke omhoog om deze in te schakelen voordat u de contactschakelaar inschakelt (Figuur 15). 3. Druk de choke omlaag om deze weer uit te schakelen nadat de motor is gestart (Figuur 15). ST A RT N RU P ST O G008947 Figuur 16 1 2. Draai het contactsleuteltje op UIT om de motor af te zetten. De brandstofafsluitklep gebruiken De brandstofafsluitklep bevindt zich onder de stoel. Beweeg de stoel zo ver mogelijk naar voren om toegang te krijgen.
3. Stel de parkeerrem in werking; zie Parkeerrem in werking stellen. 4. Zet de aftakasschakelaar in de stand Uit (Figuur 18). 5. Zet de gashendel halverwege tussen Langzaam en Snel. RT ST A N RU ST O P G008947 Figuur 19 1. UIT 2. Lopen 3. START Motor afzetten Kinderen of omstanders kunnen letsel oplopen als zij de machine verplaatsen of proberen te bedienen terwijl deze onbeheerd staat.
Belangrijk: Zorg ervoor dat de brandstofafsluitklep is gesloten voordat u de machine transporteert of stalt omdat er benzine uit de machine kan lekken. Stel de parkeerrem in werking voordat u de machine transporteert. Verwijder het sleuteltje omdat de kans bestaat dat de brandstofpomp in werking blijft waardoor de accu kan ontladen. 1 Het Veiligheidssysteem G009181 Figuur 21 1.
Vooruit en achteruitrijden Vooruitrijden Met de gashendel regelt u de snelheid van de motor, oftewel het toerental (in omwentelingen per minuut). Zet de gashendel op Snel om de beste prestaties te verkrijgen. Laat de motor tijdens het maaien altijd vol gas draaien. Opmerking: De motor slaat af als u de rijhendels van de tractie beweegt terwijl de parkeerrem in werking is gesteld. Om te stoppen, zet u de rijhendels in de neutraalstand. 1.
G008953 Figuur 24 De machine stoppen Om de machine te stoppen, zet u de rijhendels in de neutraalstand en vergrendelt u de hendels, schakelt u de aftakas uit en draait u het contactsleuteltje naar de stand Uit. Als u de machine achterlaat, moet u tevens de parkeerrem in werking stellen; zie Parkeerrem in werking stellen in de gebruiksaanwijzing. Denk erom dat u het sleuteltje uit het contact haalt. Figuur 25 Standen transportvergrendeling 1.
4. Kies de opening in de maaihoogtebeugel die overeenkomt met de gewenste maaihoogtestand, en steek daarin de pen (Figuur 26). 5. Druk op het voetpedaal, trek de transportvergrendeling terug en laat het maaidek langzaam zakken. Figuur 27 1. Antiscalpeerrol 2. Afstandsstuk 3. Lagerbus 4. Flensmoer 5. Bout Figuur 26 1. Voetpedaal 2. Maaihoogtepen 3. Transportvergrendeling Antiscalpeerrollen afstellen Figuur 28 1. Antiscalpeerrol 2.
Afvoerplaat instellen Sluitnokken Positie van afvoerplaat instellen Deze procedure is alleen van toepassing op machines met de afvoerplaatvergrendeling. Bepaalde modellen zijn voorzien van bouten en moeren in plaats van deze vergrendelnokken en kunnen op dezelfde wijze worden aangepast. De volgende figuren zijn uitsluitend bedoeld als aanbeveling voor gebruik. De instelling is afhankelijk van de soort gras, het vochtgehalte en de hoogte van het gras.
De vrijgavehendels van de aandrijfwielen gebruiken Positie C Dit is de volledig open positie. Deze positie wordt aanbevolen voor de volgende gevallen. • Maaiomstandigheden met hoog, dicht gras. • Vochtige omstandigheden. Handen kunnen klem raken in de draaiende onderdelen onder het maaidek. Dit kan tot ernstig letsel leiden. • Vermindert het energieverbruik van de motor. • Maakt hogere rijsnelheid mogelijk in zware omstandigheden.
Transport van de machine Gebruik een aanhanger of vrachtwagen voor zwaar vervoer om de machine te transporteren. Zorg ervoor dat de aanhanger of vrachtwagen is voorzien van alle benodigde remmen, verlichting en aanduidingen die wettelijk vereist zijn. Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies. Met behulp van deze informatie kunt u letsel van uw gezinsleden, omstanders, dieren en uzelf voorkomen.
verliezen en de kans bestaat dat de machine van de zijkant van de hellingbaan afrijdt. U mag de snelheid niet abrupt verhogen als u de machine de hellingbaan oprijdt en ook niet abrupt verlagen als u de machine de hellingbaan afrijdt. In beide gevallen bestaat de kans dat de machine dan achteroverkantelt. Als een machine wordt geladen op een aanhanger of een vrachtwagen, wordt de kans vergroot dat de machine achterover kantelt. Dit kan ernstig lichamelijk letsel of de dood veroorzaken.
Figuur 38 1. Z Stand 2. Pen van beugel 3. Beugel 4. Onderkant van sleuf 5. Vergrendeling Figuur 37 1. Aanhanger 2. Hellingbaan 3. Zet de vergrendeling omhoog. Draai het voetstuk van de Z Stand aan de voorkant naar buiten en schuif de Z Stand in de richting van de machine in de onderkant van de sleuf (Figuur 38 en Figuur 39). 3. Niet groter dan 15 graden 4.
Wanneer u een gazon voor de eerste keer maait De kans bestaat dat de parkeerrem de machine niet houdt als deze op de Z Stand staat; hierdoor kan lichamelijk letsel of schade aan eigendommen ontstaan. Laat het gras iets langer dan normaal, om te voorkomen dat oneffenheden in de grasmat volledig worden weggemaaid. In het algemeen kan het best de voorheen gebruikte maaihoogte worden gekozen.
op deze hoogte maaien. Daarna het gras op de lagere, normale hoogte maaien. Stoppen tijdens het maaien Als u de machine tijden het maaien moet stoppen, kan er een kluit maaisel op het gazon achterblijven. Om dit te voorkomen, moet u de messen inschakelen en de maaimachine rijden naar een gedeelte van het gazon dat al is gemaaid. Onderkant van het maaidek schoonhouden Verwijder na elk gebruik maaisel en vuil van de onderkant van het maaidek.
Onderhoud Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Na de eerste 8 bedrijfsuren Na de eerste 100 bedrijfsuren Onderhoudsprocedure • De motorolie verversen. • Controleer de torsie van de sleufmoer van de wielnaaf. • Controleer de torsie van de wielmoeren. • Controleer de werking van de parkeerrem. Bij elk gebruik of dagelijks • • • • • • • • Het veiligheidssysteem controleren. Motoroliepeil controleren. Controleer de veiligheidsgordel Controleer de knoppen van het rolbeugelsysteem.
Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine. Smering Smeren De machine moet vaker worden gesmeerd bij gebruik in zeer stoffige of zanderige omstandigheden. Type smeermiddel: nr. 2 vet op lithium- of molybdeenbasis voor algemene doeleinden. Methode van smeren 1.
Belangrijk: Controleer elke week of de assen van het maaidek overvloedig zijn gesmeerd. 6. Verwijder de stofkap en stel de draaipunten van de zwenkwielen bij. Plaats de stofkap pas terug als u klaar bent met smeren. Raadpleeg Lager van draaipunt van zwenkwiel afstellen in Onderhoud. 1. Schakel de aftakasschakelaar uit, zet de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 7. Verwijder de zeskantige plug. Draai een verloopnippel in de opening. 2.
Onderhoud motor 5. Wrik de afdichtingen los en inspecteer de lagers op slijtage of beschadigingen en vervang deze indien nodig. 6. Verpak de lagers met smeervet voor algemene doeleinden. Contact met hete oppervlakken kan lichamelijk letsel veroorzaken. 7. Plaats een lager en een nieuwe afdichting in het wiel. Houd kleding, gezicht, handen, voeten en andere lichaamsdelen uit de buurt van de geluiddemper en andere hete oppervlakken. Opmerking: De afdichtingen moeten worden vervangen. 8.
Belangrijk: Druk niet op het zachte midden van het filter. 4. Reinig de binnenkant van het luchtfilterdeksel met perslucht. 5. Schuif het filter voorzichtig uit de luchtfilterbehuizing (Figuur 46). 4. Monteer het luchtfilterdeksel met de kant met het opschrift omhoog naar boven gericht en maak de sluitingen vast (Figuur 46). Opmerking: Zorg ervoor dat u niet met het filter tegen de zijkant van de luchtfilterbehuizing stoot. Motorolie verversen/oliepeil controleren 6.
de motor nooit lopen als de olie lager staat dan de onderste markering, omdat de motor daardoor beschadigd kan raken. wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden) Opmerking: Geef de afgewerkte olie af bij een inzamelcentrum. 1. Start de motor en laat deze vijf minuten lopen. Warme olie kan beter worden afgetapt. 2. Parkeer de machine zo, dat de achterkant lager is dan de voorkant om ervoor te zorgen dat alle olie volledig kan worden afgetapt. 3.
1 2 G008804 3 4 5 6 1 2 3 4 G008796 Figuur 50 5 6 6. Start de motor en rijd naar een vlak gebied. Controleer het oliepeil opnieuw. Motoroliefilter vervangen Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren 3/4 Opmerking: Vervang het oliefilter van de motor vaker als de machine wordt gebruikt in zeer stoffige of zanderige omstandigheden. G008748 Figuur 51 1. Tap de motorolie af; zie Motorolie verversen. 2. Vervang het motoroliefilter (Figuur 51).
Bougie verwijderen Bougie controleren 1. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. Belangrijk: Bougies nooit schoonmaken. Verwijder een bougie altijd als deze: een zwarte laag heeft, als de elektroden versleten zijn, als er een vettige laag op ligt of als de bougie scheuren vertoont. 2.
Onderhoud brandstofsysteem Hete systeemonderdelen van de uitlaat kunnen benzinedampen ontsteken, zelfs nadat de motor is afgezet. Hete deeltjes die tijdens het gebruik van de motor uit de uitlaat komen kunnen ontvlambaar materiaal ontsteken. Brand kan lichamelijk letsel en materiële schade veroorzaken.
Onderhoud elektrisch systeem Opmerking: Het is belangrijk om de brandstofleidingen terug te plaatsen en vast ze zetten op dezelfde manier als in de fabriek om ervoor te zorgen dat de brandstofleiding geen contact kan maken met onderdelen die de leiding mogelijk kunnen beschadigen. Onderhoud van de accu Onderhoudsinterval: Maandelijks Onderhoud van de brandstoftank Waarschuwing Probeer de brandstoftank niet zelf af te tappen.
Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de machine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen, waardoor lichamelijk letsel kan ontstaan. 1 2 3 4 + • Maak altijd de minkabel (zwart) van de accu los voordat u de pluskabel (rood) losmaakt. - + 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. - 1.
Accu opladen 2. Om een zekering te vervangen, trekt u de zekering omhoog. 3. Monteer een nieuwe zekering (Figuur 59). Bij het opladen produceert de accu gassen die tot ontploffing kunnen komen. Rook nooit in de buurt van de accu en zorg ervoor dat er geen vonken of vlammen vlakbij de accu komen. Belangrijk: Zorg ervoor dat de accu altijd volledig geladen is (soortelijk gewicht 1,265). Dit is vooral belangrijk om beschadiging van de accu te voorkomen bij temperaturen beneden 0 °C. 1.
De sporing afstellen Onderhoud aandrijfsysteem 1. Schakel de aftakasschakelaar uit. 2. Rijd naar een open, vlak gebied en zet de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand. Veiligheidsgordel controleren 3. Zet de gashendel halverwege tussen de standen Snel en Langzaam. Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks 4. Zet beide rijhendels helemaal vooruit tot aan de aanslag in de T-sleuf.
De juiste bandenspanning voor de achterbanden is 90 kPa (13 psi). Een ongelijke bandenspanning kan leiden tot onregelmatige maairesultaten. De bandenspanning kan het best bij koude banden worden gecontroleerd. 4. Als er meer dan twee schroefdraden (2,5 mm) te zien zijn, verwijder dan de moer en plaats een ring tussen de naaf en de moer. 5. Draai de sleufmoer vast met een torsie van 271 Nm. 6. Draai vervolgens de moer vast tot de volgende set sleuven is uitgelijnd met het kruisgat in de schacht.
2. Blaas met een behulp van perslucht al het vuil onder de remstang en rond de afstandsstukken van de rem weg. Figuur 64 1. Veerringen 2. Borgmoer 3. Stofkap Figuur 66 3. Controleer de staat van de bedrading van de kabelboom, de aansluitingen en de polen. Reinig of repareer deze indien nodig. Opvulstuk van de koppeling gebruiken 4. Controleer dat er 12 V op de koppelingsconnector staat als de aftakasschakelaar in ingeschakeld.
F. Voer de volgende veiligheidscontrole uit: a. Neem plaats op de bestuurdersstoel en start de motor. b. Controleer of de messen niet inschakelen als de aftakasschakelaar in de stand Uit staat en de koppeling is uitgeschakeld. Als de koppeling niet uitschakelt, plaats dan het opvulstuk terug en raadpleeg het hoofdstuk Problemen oplossen. Figuur 68 1. Opvulstuk c. Schakel de aftakasschakelaar tien keer achter elkaar in en uit om te controleren of de koppeling juist functioneert.
Onderhoud koelsysteem Motorscherm en oliekoeler van de motor reinigen Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Verwijder eventuele grasresten, vuil of andere verontreiniging van de oliekoeler (Figuur 71). Figuur 72 1. Motorscherm 2. Luchtinlaatrooster 3. Bout 4. Ventilatorbehuizing 5. Schroef Scherm van hydraulische eenheid controleren en reinigen Figuur 71 Verwijder voor elk gebruik eventuele grasresten, vuil of andere verontreiniging van het motorscherm.
Onderhouden remmen Parkeerrem afstellen Onderhoudsinterval: Na de eerste 100 bedrijfsuren Om de 500 bedrijfsuren Een mechanische of hydraulische krik kan een machine niet altijd dragen. Als de machine dan valt, kan dit ernstig letsel veroorzaken. • Plaats de machine altijd op een kriksteun. • Gebruik nooit een hydraulische krik. Controleer of de rem goed is afgesteld. 1. Rijd de machine naar een horizontale ondergrond. 2.
Onderhoud riemen 14. Zodra stap 11 is bereikt, moet u het draaduiteinde vasthouden met een stuk gereedschap en de borgmoer aandraaien tegen de standaardmoer. Zorg ervoor dat de kabel niet draait terwijl de moeren worden vastgedraaid. Riemen controleren Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren 15. Sluit de vrijgavehendels van de aandrijfwielen. Zie De vrijgavehendels van de aandrijfwielen gebruiken in de gebruiksaanwijzing. Riemen controleren.
Figuur 78 1. Plaats de aandrijfriemkap terug. 2. Schuif de aandrijfriemkap onder de zijrichels 3. Bevestig de bout Aandrijfriem van de hydraulische pomp vervangen 1. Schakel de aftakas uit en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3. Verwijder de aandrijfriem van het maaidek. Zie Aandrijfriem van maaidek vervangen in Onderhoud. 4.
Onderhoud bedieningsysteem 5. Gebruik een ratelsleutel in de vierkante opening in de arm van de spanpoelie om de veer te verwijderen (Figuur 79). 6. Haal de veer van de arm van de spanpoelie (Figuur 79). De stand van de handgrepen afstellen 7. Verwijder de riem van de aandrijfpoelies van de hydraulische eenheid en de motorpoelie 8. Bevestig de nieuwe riem rond de motorpoelie en de twee aandrijfpoelies. Er zijn twee standen voor de handgrepen: hoog en laag.
3. Verwijder de elektrische aansluiting van de veiligheidsschakelaar die zich onder het onderste kussen van de stoel bevindt. De schakelaar maakt onderdeel uit van de stoelconstructie. 4. Bevestig tijdelijk een startkabel over de polen van de aansluiting van de hoofdkabelboom. 5. Start de motor. De rem moet in werking zijn gesteld en de rijhendels naar buiten om de motor te starten. De bestuurder hoeft niet in de stoel te zitten vanwege de gebruikte startkabel. Laat de motor volgas lopen en zet de rem vrij.
8. Schakel de machine uit. Verwijder de startkabel van de kabelboom en sluit de connector weer aan op de stoelschakelaar. Draai de flensmoer los voor minder weerstand. 3. Draai de contramoer vast. 9. Haal de kriksteunen weg. 10. Breng het maaidek omhoog en plaats de maaihoogtepen terug. 11. Controleer of de machine niet kruipt in de neutraalstand als de parkeerremmen in werking zijn gesteld. De rijhendeldemper afstellen Figuur 84 1.
Onderhoud hydraulisch systeem Onderhoud van het hydraulische systeem Type hydraulische vloeistof: Toro® HYPR-OIL™ 500 hydraulische vloeistof of Mobil® 1 15W-50. Belangrijk: Gebruik de voorgeschreven vloeistof of een gelijkwaardig product. Andere vloeistoffen kunnen schade aan het systeem veroorzaken.
Hydraulische filters en vloeistof vervangen Onderhoudsinterval: Om de 250 bedrijfsuren Om de 500 bedrijfsuren Om de hydraulische vloeistof te vervangen moeten de filters worden verwijderd. Vervang de beide filters tegelijkertijd. 1. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3.
Onderhoud van het maaidek 1 Maaidek horizontaal stellen De machine instellen Opmerking: Zorg ervoor dat de machine horizontaal staat voordat u de maaihoogte instelt. 1. Plaats de maaimachine op een horizontaal oppervlak. 2. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 2 3. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat.
Figuur 89 1. Voetpedaal 2. Maaihoogtepen 3. Transportvergrendeling Figuur 91 1. Stelmoer 6. Plaats de maaihoogtepen in de maaihoogtestand van 7,6 cm. 2. Contramoer 7. Ontgrendel de transportvergrendeling en laat het dek zakken tot de gewenste maaihoogte. 3. Afstelling achterste maaidek 4. Afstelling voorste maaidek 11.
montagebouten van de maaihoogteplaat ongeveer 1/3 van de lengte in de sleuven kunnen bewegen. Hierdoor ontstaat er ruimte voor afstelling omhoog of omlaag van de vier maaidekkoppelingen. en inkepingen weg en slijp de messen indien dit nodig is. Als een mes beschadigd of versleten is, moet u dit onmiddellijk vervangen door een origineel TORO-mes. Om het slijpen en vervangen te vergemakkelijken, is het handig extra messen in voorraad te hebben.
Controle op kromme messen Maaimessen verwijderen 1. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3. Draai de messen totdat de uiteinden in de lengterichting liggen (Figuur 95). Meet de afstand tussen een horizontaal oppervlak en de snijrand, positie A, van de messen (Figuur 95).
Figuur 97 1. Onder oorspronkelijke hoek slijpen 2. Controleer de balans van het mes met een mesbalans (Figuur 98). Als het mes horizontaal blijft, is het in balans en geschikt voor gebruik. Als het mes niet in balans is, moet u wat metaal afvijlen van het uiteinde van de wiek (Figuur 99). Herhaal dit indien nodig totdat het mes in balans is. Figuur 99 1. Wiek van het mes 2. Mes 3. Veerschijf 4. Mesbout 5. Conus op boutkop Figuur 98 1. Mes 2.
6. Hef het vloerdeel op en steek een momentsleutel in de vierkante opening in de spanpoelie (Figuur 100). 7. Draai de spanpoelie van het maaidek rechtsom en verwijder de aandrijfriem van het maaidek (Figuur 100). Figuur 101 1. Rechter stabilisator 2. Maaidekkoppeling (rechterzijde afgebeeld) 3. Verwijder de borstbout en moer van de hefinrichting van het achterste maaidek. 4. Verwijder de borstbout en moer van de hefinrichting van het voorste maaidek. 9.
Reiniging 2. Plaats een afstandsstuk en de veer op de grasgeleider. Plaats het Leind van de veer achter de rand van het maaidek. Onderkant van het maaidek reinigen Opmerking: Zorg ervoor dat het L-vormige uiteinde van de veer achter de rand van het maaidek is geplaatst voordat u de bout bevestigt zoals wordt getoond in Figuur 102. Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks 3. Monteer de bout en de moer. Plaats het J-vormige haakeind van de veer om de grasgeleider (Figuur 102). 1.
Stalling mengvoorschriften van de fabrikant van de stabilizer op. Gebruik geen stabilizer op alcoholbasis (ethanol of methanol). Reinigen en opslaan Opmerking: Stabilizer/conditioner werkt het best als het met verse brandstof wordt gemengd en altijd wordt gebruikt. 1. Schakel de aftakasschakelaar uit, stel de parkeerrem in werking en draai het contactsleuteltje naar de stand Uit. Verwijder het sleuteltje. B.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem Startmotor draait niet. Mogelijke oorzaak 1. De aftakasschakelaar is ingeschakeld. 1. Schakel de aftakasschakelaar uit. 2. Parkeerrem niet in werking gesteld. 3. Aandrijfhendels bevinden zich niet in de vergrendelde neutraalstand. 2. De parkeerrem in werking stellen. 3. Controleer of de aandrijfhendels zich in de vergrendelde neutraalstand bevinden. 4. Plaats nemen op de bestuurdersstoel. 5. Accu opladen. 6.
Probleem Mogelijke oorzaak Remedie De maaimachine trekt naar links of naar rechts (met beide hendels volledig vooruit) 1. De sporing moet worden afgesteld 1. Stel de sporing af 2. De banden van de aandrijfwielen hebben niet de juiste spanning. 2. Breng de aandrijfbanden op de juiste spanning. Machine rijdt niet. 1. Omloopventiel niet goed gesloten. 1. Sluit de omloopventielen. 2. Aandrijfriem van de pomp is versleten, los of gebroken. 3. De aandrijfriem van de pomp is van de poelie af. 4.
Probleem De koppeling grijpt niet aan. Mogelijke oorzaak Remedie 1. Zekering doorgebrand. 1. Zekering vervangen. Controleer de weerstand van de schokbrekers, of de accu is opgeladen, het oplaadsysteem en de aansluitingen van de bedrading en vervang indien nodig. 2. Lage spanning bij de koppeling. 2. Controleer de weerstand van de schokbrekers, of de accu is opgeladen, het oplaadsysteem en de aansluitingen van de bedrading en vervang indien nodig. 3. Vervang de koppeling. 4.
Schema's Elektrisch schema (Rev.
Opmerkingen: 70
International Distributor List Distributor: Atlantis Su ve Sulama Sisstemleri Lt Balama Prima Engineering Equip B-Ray Corporation Casco Sales Company Ceres S.A CSSC Turf Equipment (pvt) Ltd Cyril Johnston & Co Equiver Femco S.A. G.Y.K. Company ltd. Geomechaniki of Athens Guandong Golden Star Hako Ground and Garden Hako Ground and Garden Hayter Limited (U.K.) Hydroturf Int. Co Dubai Hydroturf Egypt LLC Ibea S.p.A. Irriamc Irrigation Products Int'l Pvt Ltd Jean Heybroek b.v. Lely (U.K.) Limited Maquiver S.A.
Landscape Contractor Equipment (LCE) De Toro totaalgarantie Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt Overeenkomstig een overeenkomst tussen Toro Company en diens dochteronderneming, Toro Warranty Company, bieden deze de oorspronkelijke aankoper garantie op reparatie van de betreffende Toro producten als deze defect zijn wegens materiaal of arbeid.