Form No. 3404-849 Rev C Z Master® professionele 6000 serie zitmaaiers met 132 cm Turbo Force® maaidek met zijafvoer Modelnr.: 74909TE—Serienr.: 316000001 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen; zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. Het elektronische ontstekingssysteem voldoet aan de Canadese norm ICES-002 WAARSCHUWING Standaard gemonteerde oorspronkelijke onderdelen en accessoires verwijderen kan een invloed hebben op de garantie, tractie en veiligheid van de machine. Niet-originele Toro onderdelen gebruiken kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.
Inhoud Onderhoud van het luchtfilter ............................ 42 Motorolie verversen/oliepeil controleren ........... 43 Onderhoud van de bougie ................................ 46 Vonkenvanger controleren................................ 47 Onderhoud brandstofsysteem ............................. 48 Brandstoffilter vervangen ................................. 48 Onderhoud van de brandstoftank...................... 48 Onderhoud elektrisch systeem ............................ 49 Onderhoud van de accu.....
Veiligheid ◊ zich onvoldoende bewust zijn van de specifieke omstandigheden van het terrein, met name op hellingen, Deze machine is ontworpen in overeenstemming met de EN-norm ISO 5395:2013. ◊ onjuiste bevestiging en verdeling van lasten. Onjuist gebruik of onderhoud door de gebruiker of eigenaar kan letsel veroorzaken.
• Maai uitsluitend bij daglicht of goed kunstlicht. • Schakel alle meswerktuigkoppelingen uit en zet • • • • • • • • • • – als u een vreemd voorwerp raakt. Controleer de maaimachine op beschadigingen en voer alle benodigde reparaties uit voordat u de machine weer gebruikt; als de machine abnormaal begint te trillen (direct controleren). de versnelling in de neutraalstand voordat u de motor start. Gebruik de maaimachine niet op hellingen van meer dan 15 graden.
• Houd er rekening mee dat de wielen hun grip • De uitlaatgassen van de motor bevatten • • • • • • kunnen verliezen tijdens een afdaling. Als het gewicht wordt verplaatst naar de voorwielen, kunnen de aandrijfwielen gaan slippen en kunt u niet meer remmen of sturen. koolmonoxide, een reukloos, dodelijk gif. Laat de motor niet binnen of in een afgesloten ruimte lopen.
Hellingsindicator g011841 Figuur 3 Deze pagina mag worden gekopieerd voor persoonlijk gebruik. 1. De maximale hellingshoek waarbij u de machine veilig kunt gebruiken is 15 graden. Gebruik het hellingsschema om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine bedient. Gebruik de machine niet op hellingen van meer dan 15 graden. Langs de betreffende lijn van de aanbevolen hellingshoek vouwen. 2. Lijn deze rand uit met een verticaal oppervlak, bijvoorbeeld een boom, gebouw of hek. 3.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. decal58-6520 58-6520 decal106-2655 1. Smeervet 106-2655 1. Waarschuwing – Blijf uit de weg van bewegende riemen en raak deze niet aan. Verwijder het sleuteltje uit het contact en raadpleeg de instructies vóór u service- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
decalbatterysymbols Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu. 1. Risico van explosie 2. Niet roken. Geen open vuur of vonken 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 5. Lees de Gebruikershandleiding. 6. Houd omstanders op veilige afstand van de accu. 7. Draag oogbescherming; explosieve gassen kunnen blindheid en ander letsel veroorzaken. 8. Accuzuur kan blindheid of ernstige brandwonden veroorzaken. 9.
decal110-2068 110-2068 1. Lees de Gebruikershandleiding. decal114-4470 114–4470 decal112-9028 112-9028 1. Waarschuwing – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen; laat alle beschermplaten op hun plaats. 1. Lees de Gebruikershandleiding. 3. Vergrendeld 2. Maaihoogte 4. Ontgrendeld decal114-4466 114-4466 1. Hoofdstroom (25 A) 3. Laden (25 A) 2. Aftakas (10 A) 4. Hulpaggregaat (15 A) decal115-7445 115-7445 1. Poelies en assen smeren 2.
decal115-9625 115-9625 1. Parkeerrem: vrijgesteld 2. Parkeerrem: ingeschakeld decal116-1716 116-1716 1. Brandstof 2. Leeg 3. Half 4. Vol 5. Accu decal117-0346 117-0346 6. Urenteller 7. Aftakas 1. Risico op brandstoflekkage – Lees de Gebruikershandleiding. Probeer de rolbeugel niet te verwijderen. U mag de rolbeugel niet lassen, boren of op welke wijze dan ook aanpassen. 8. Parkeerrem 9. Neutraalstand 10. Dodemansschakelaar decal117-3848 117-3848 1.
decal117-3864 117-3864 1. Lees de Gebruikershandleiding. 2. Vullen tot de onderkant van de vulbuis; waarschuwing: de tank niet te vol gieten. decal127-0326 127-0326 1. Lees de Gebruikershandleiding. 3. Verwijder het sleuteltje uit het contact en lees de Gebruikershandleiding voordat u service- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert. 2. Maaihoogte decal120-5898 120-5898 1. Choke 4. Langzaam 2. Snel 3. Continu snelheidsregeling 5. Aftakas, messchakelaar decal126-2055 126-2055 1.
decal125-9383 125-9383 1. Controleer de hydraulische vloeistof om de 50 bedrijfsuren. 3. Controleer de bandenspanning om de 50 bedrijfsuren. 2. Lees de Gebruikershandleiding voor informatie over het smeren van de machine. 4. Lees de Gebruikershandleiding voordat u service- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
decal132-0871 132-0871 Opmerking: Deze machine voldoet aan de tests die de statische breedte- en lengtestabiliteit meten en die standaard zijn in de sector. De maximale aanbevolen hellingshoek wordt vermeld op de sticker. Raadpleeg de instructies voor gebruik van de machine op hellingen in de Gebruikershandleiding en de omstandigheden waarin u de machine zou gebruiken om na te gaan of u de machine op een bepaalde dag en op het terrein in kwestie kunt gebruiken.
Algemeen overzicht van de machine g008951 Figuur 5 1. Aftakasschakelaar 4. Urenteller/ display veiligheidssysteem 2. Choke 3. Gashendel 5. Contactschakelaar 6. Zekeringen g035385 Urenteller Figuur 4 1. Grasgeleider voor zijafvoer 8. Achterste schokdemper 2. Hefpedaal maaihoogtedek 9. Veiligheidsgordel 3. Parkeerremhendel 10. Brandstoftankdop 4. Transportvergrendeling 11. Maaidek 5. Bedieningsorganen 12. Zwenkwiel 6. Rijhendels 13.
Indicators veiligheidssysteem Werktuigen/accessoires Er bevinden zich symbolen op de urenteller en deze geven met een zwarte driehoek aan dat het veiligheidssysteem zich in de juiste stand bevindt (Figuur 6). Een selectie van door Toro goedgekeurde werktuigen en accessoires is verkrijgbaar voor gebruik met de machine om de mogelijkheden daarvan te verbeteren en uit te breiden. Neem contact op met een erkende servicedealer of distributeur of bezoek www.Toro.
Gebruiksaanwijzing GEVAAR In bepaalde omstandigheden is benzine uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Brandstof bijvullen • Vul de brandstoftank in de open lucht wanneer de motor koud is. Eventueel gemorste benzine opnemen.
opslaan, is het raadzaam de benzine af te tappen uit de brandstoftank. GEVAAR In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen, waardoor vonken ontstaan die benzinedampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. • Zet benzinevaten altijd op de grond en uit de buurt van het voertuig voordat u de tank bijvult.
Een nieuwe machine inrijden Een nieuwe motor heeft tijd nodig om vol vermogen te ontwikkelen. Maai-eenheden en aandrijfsystemen hebben meer wrijving als zij nieuw zijn, waardoor de motor extra wordt belast. Houd er rekening mee dat een nieuwe machine een inrijperiode van 40 tot 50 bedrijfsuren nodig heeft om vol vermogen te ontwikkelen voor de beste prestaties.
Bestuurderspositie bereiken Gebruik het maaidek als opstapje om de bestuurderspositie te bereiken (Figuur 9). g029797 Figuur 9 1. Maaidek Veiligheid staat voorop Lees alle veiligheidsinstructies in het hoofdstuk Veilige bediening. Met behulp van deze informatie kunt u voorkomen dat omstanders of uzelf letsel oplopen. g008943 Figuur 8 1. Rolbeugelknop 3. Rolbeugel omhoog 2. Trek de rolbeugelknop uit en draai deze 90 graden. 4. Rolbeugel omlaag 4.
GEVAAR De machine gebruiken met een omlaag geklapte rolbeugel kan leiden tot ernstig of dodelijk letsel als de machine omkantelt. Houd de rolbeugel altijd in de volledig omhoog geklapte en vergrendelde stand en doe de veiligheidsgordel om. g009027 Figuur 11 1. Draag oogbescherming. 2. Draag gehoorbescherming. Parkeerrem gebruiken Stel de parkeerrem altijd in werking wanneer u de machine stopt of deze onbeheerd achterlaat.
De gashendel bedienen Parkeerrem vrijzetten De gashendel heeft twee standen: SNEL en LANGZAAM (Figuur 16). Gebruik altijd de stand SNEL als u het maaidek inschakelt met de messchakelaar (aftakas). g029829 Figuur 13 g008946 Figuur 16 De messchakelaar (aftakas) bedienen De choke bedienen De messchakelaar (aftakas) start en stopt de maaimessen en eventuele bekrachtigde werktuigen. Gebruik de choke om een koude motor te starten. Messchakelaar (aftakas) inschakelen 1.
De contactschakelaar bedienen 1. Draai het contactsleuteltje naar de stand START (Figuur 18). Opmerking: Laat het sleuteltje los zodra de motor aanslaat. Belangrijk: Stel de startmotor telkens niet langer dan 5 seconden in werking. Als de motor niet wil starten, moet u na elke poging 15 seconden wachten. Indien u deze instructies niet opvolgt, kan de startmotor doorbranden.
g035684 g035683 Figuur 21 Figuur 20 Belangrijk: Zorg ervoor dat u de brandstofafsluitklep sluit voordat u de machine transporteert of stalt omdat er brandstof kan lekken uit de machine. Stel de parkeerrem in werking voordat u de machine transporteert. Verwijder het sleuteltje omdat de kans bestaat dat de brandstofpomp in werking blijft waardoor de accu kan ontladen.
Werking van het veiligheidssysteem motor te starten; de motor mag nu niet gaan draaien. Herhaal voor de andere rijhendel. Het veiligheidssysteem is bedoeld om starten van de motor alleen mogelijk te maken wanneer: 3. Neem plaats op de stoel, stel de parkeerrem in werking, schakel de messchakelaar UIT en zet de rijhendels in de vergrendelde NEUTRAALSTAND . Start de motor. Laat de motor lopen en zet de parkeerrem vrij, schakel de messchakelaar (aftakas) in en kom iets overeind uit de bestuurdersstoel.
De rijhendels gebruiken g008952 Figuur 24 g004532 Achteruitrijden Figuur 23 1. Rijhendel – vergrendelde NEUTRAALSTAND 2. Centrale ontgrendelde stand 3. Vooruit 4. Achteruit 1. Zet de hendels in de middelste, ontgrendelde stand. 2. Om achteruit te rijden, trekt u de rijhendels langzaam naar achteren (Figuur 25). 5. Voorkant van de machine Vooruitrijden Opmerking: De motor slaat af als u de tractiehendels beweegt terwijl de parkeerrem in werking is gesteld.
De machine afzetten Om de machine af te zetten, zet u de rijhendels in de neutraalstand en dan in de VERGRENDELDE NEUTRAALSTAND , schakelt u de messchakelaar (aftakas) uit en draait u het contactsleuteltje naar de stand UIT. Stel de parkeerrem in werking als u de machine verlaat; zie Parkeerrem in werking stellen (bladz. 21). Verwijder het sleuteltje uit het contact. VOORZICHTIG Kinderen of omstanders kunnen letsel oplopen als zij de machine verplaatsen of proberen te bedienen terwijl deze onbeheerd staat.
De pen voor de maaihoogte instellen Stel de maaihoogte in van 25 tot 140 mm in stappen van 6 mm door de gaffelpen in verschillende openingen te plaatsen. 1. Zet de transportvergrendeling in de VERGRENDELDE stand. 2. Trap het maaidekpedaal in en breng het maaidek omhoog tot de transportstand (dit is tevens de maaihoogtestand van 140 mm), zie Figuur 27. 3. Om dit aan te passen, draait u de pen 90 graden en verwijdert u de pen uit de maaihoogtebeugel (Figuur 27). 4.
Sluitnokken van afvoerplaatvergrendeling afstellen Opmerking: Als het motorvermogen afneemt en de rijsnelheid van de maaimachine hetzelfde blijft, opent u de plaat. Alleen voor machines met een afvoerplaatvergrendeling Stand A van de grassoort, het vochtgehalte en de hoogte van het gras. Dit is de volledig achterwaartse stand. Gebruik deze stand voor de volgende omstandigheden. • Maaiomstandigheden met kort, licht gras. • Droge omstandigheden. • Kleiner maaisel.
Bestuurdersstoel ontgrendelen • Maaiomstandigheden met hoog, dicht gras. • Natte omstandigheden. • Om het energieverbruik van de motor te verminderen. • Voor een hogere rijsnelheid in zware omstandigheden. g005834 Figuur 34 g030021 Figuur 36 Opmerking: Deze stand biedt dezelfde voordelen als de Toro SFS maaimachine. Instellen van de MyRide™ vering Bestuurdersstoel instellen U kunt de stoel naar voren en naar achteren verschuiven.
g030024 g030065 Figuur 37 1. Hardste vering 3. Inklikpunten in de sleuven 2. Zachtse vering Opmerking: Zorg ervoor dat de achterste schokdempers links en rechts altijd hetzelfde zijn ingesteld. Stel de achterste schokdempers in (Figuur 38). g030019 Figuur 38 De voorste schokdemper afstellen De schokdemper voor staat in de middenstand en wordt normaal gesproken niet versteld.
sleutel (Toro onderdeelnummer 132-5069) of een waterpomptang (Figuur 39). machine, omdat er anders ernstige schade aan het hydraulische systeem kan optreden. 1. Schakel de messchakelaar (aftakas) uit en draai het contactsleuteltje op uit. Zet de hendels in de VERGRENDELDE NEUTRAALSTAND en stel de parkeerrem in werking. Verwijder het sleuteltje. 2. Draai de vrijgavehendels verticaal om de machine te duwen (Figuur 40).
5. GEVAAR Als de grasgeleider, afsluiter van de afvoer of de grasvanger niet op de juiste plaats zijn gemonteerd, kunnen u of anderen in aanraking komen met het maaimes of uitgeworpen voorwerpen. Contact met draaiende maaimessen en uitgeworpen voorwerpen kan lichamelijk of dodelijk letsel veroorzaken. Gebruik de metalen bindogen op de machine om deze goed te bevestigen op de aanhanger of de vrachtwagen met banden, kettingen, kabels of touwen (Figuur 41).
de machine van de oprijplaat naar de aanhanger of de vrachtwagen rolt. Steilere hoeken kunnen ook tot gevolg hebben dat de machine achterover kantelt of dat u de controle verliest. Als u de machine inlaadt op of in de buurt van een helling, moet u de aanhanger of vrachtwagen zo plaatsen dat deze lager op de helling staat en de oprijplaat hoger op de helling. Hierdoor wordt de hoek die de oprijplaat maakt zo klein mogelijk.
WAARSCHUWING De machine kan op iemand neervallen en ernstig lichamelijk of de dood veroorzaken. • Ga zeer voorzichtig te werk als u de machine op de Z Stand™ hebt geplaatst. • Gebruik de Z Stand™ uitsluitend om het maaidek te reinigen en messen te verwijderen. g001812 Figuur 45 • Plaats de machine nooit lange tijd op de Z Stand™. 1. Z Stand (in sleuf geplaatst) 3. Vergrendeling, op draailip rustend 2.
afmaaien wordt afgeraden, tenzij het gras dun is, of in de late herfst, wanneer het gras langzamer groeit. Maairichting afwisselen Maai afwisselend in verschillende richtingen, zodat het gras rechtop blijft staan. Dit zorgt ook voor een betere verspreiding van het maaisel, wat de vertering en bemesting ten goede komt. Met de juiste regelmaat maaien g001813 Figuur 46 1. Z Stand 3. Vergrendelde stand 2. Vergrendeling 4. Ontgrendelde stand 3. Start de motor en laat deze op halfgas lopen.
gevoeliger is voor ziekten. Controleer na elk gebruik of de maaimessen scherp zijn en of ze versleten of beschadigd zijn. Vijl regelmatig kerven en inkepingen weg en slijp de messen indien dit nodig is. Als een mes beschadigd of versleten is, moet u dit onmiddellijk vervangen door een origineel Toro mes.
Onderhoud Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Na de eerste 8 bedrijfsuren Onderhoudsprocedure • Motorolie verversen. Na de eerste 100 bedrijfsuren • Het koppel van de wielmoeren controleren. • Controleer de torsie van de sleufmoer van de wielnaaf. • Controleer de afstelling van de parkeerrem (controleer deze altijd wanneer u een remonderdeel verwijdert of vervangt). Na de eerste 250 bedrijfsuren • De hydraulische filters en vloeistof vervangen.
Belangrijk: Zie de gebruikershandleiding van de motor voor verdere onderhoudsprocedures. VOORZICHTIG Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u of andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine.
Smering De maaimachine smeren De machine moet vaker worden gesmeerd bij gebruik in zeer stoffige of zanderige omstandigheden. Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren—Smeer de assen van het maaidek en de spanpoeliearm. Type vet: nr. 2 vet op lithium- of molybdeenbasis 1. 2. 3. Jaarlijks—Smeer de arm van de riemspanpoelie van de pomp. Schakel de messchakelaar (aftakas) uit, zet de rijhendels in de VERGRENDELDE NEUTRAALSTAND en stel de parkeerrem in werking.
7. Smeer de arm van de spanpoelie van de aandrijfriem (Figuur 50). 14. Draai de bout vast waarmee de afdekking van het maaidek is bevestigd. Zie De afdekking van het maaidek losmaken (bladz. 39). Zwenkwielnaven smeren Onderhoudsinterval: Jaarlijks 1. Zet de motor uit, wacht tot alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen, verwijder de contactsleutel en stel de parkeerrem in werking. g009030 Figuur 51 8. g006115 Verwijder de stofkap en stel de draaipunten van de zwenkwielen bij. Figuur 53 1.
Laat het open uiteinde van het wiel omhoog wijzen en vul het gebied rond de as aan de binnenzijde van het wiel met smeervet voor algemene doeleinden. Onderhoud motor 12. Plaats het tweede lager en een nieuwe afdichting in het wiel. Contact met hete oppervlakken kan lichamelijk letsel veroorzaken. 13. Breng afdichtkit aan op de tweede afstandsmoer en draai deze op de as met de afgeplatte kanten aan de buitenzijde.
Filters monteren Belangrijk: U mag de motor nooit laten lopen zonder dat beide luchtfilters en het deksel zijn gemonteerd om beschadiging van de motor te voorkomen. 1. Als u nieuwe filters monteert, moet u elk filter controleren op transportschade. Opmerking: Een beschadigd filter mag niet worden gebruikt. 2. Als u het veiligheidsfilter vervangt, moet u dit voorzichtig in de filterbehuizing schuiven (Figuur 54). 3. Schuif het voorfilter op het veiligheidsfilter (Figuur 54). g032301 Figuur 54 1.
Het motoroliepeil controleren Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Opmerking: Controleer het oliepeil als de motor koud is. WAARSCHUWING g035392 Contact met hete oppervlakken kan lichamelijk letsel veroorzaken. Houd handen, voeten, gezicht, kleding en andere lichaamsdelen uit de buurt van de geluiddemper en andere hete oppervlakken. Belangrijk: Het carter nooit te vol vullen met olie omdat dit de motor zou kunnen beschadigen.
2. Parkeer de machine zo, dat de achterkant iets lager is dan de voorkant om ervoor te zorgen dat alle olie volledig kan worden afgetapt. 3. Schakel de messchakelaar (aftakas) uit, zet de rijhendels in de VERGRENDELDE NEUTRAALSTAND en stel de parkeerrem in werking. 4. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat (Figuur 57). g035392 g027660 Figuur 58 6.
Bougies verwijderen Belangrijk: De bevestigingen op de deksels van deze machine zijn zo ontworpen dat ze op het deksel blijven zitten nadat de bevestiging is losgemaakt. Draai alle bevestigingen op een deksel een paar slagen losser zodat het deksel loszit maar nog wel bevestigd is en draai de bevestigingen daarna pas helemaal los totdat het deksel eraf komt. Hiermee voorkomt u dat u per ongeluk de bouten van de borgringen losdraait. g035392 1.
g035393 g027478 Figuur 61 g027735 Figuur 63 5. Plaats het scherm van de linker hydraulische eenheid (Figuur 60). Vonkenvanger controleren Bougie controleren Voor een model met een vonkenvanger Belangrijk: Bougies nooit schoonmaken. Verwijder een bougie altijd als deze: een zwarte laag heeft, als de elektroden versleten zijn, als er een vettige laag op ligt of als de bougie scheuren vertoont.
Onderhoud brandstofsysteem Brandstoffilter vervangen Onderhoudsinterval: Om de 500 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden). Het brandstoffilter bevindt zich bij de motor, aan de voorzijde of de achterzijde van de motor. 1. 2. Schakel de messchakelaar (aftakas) uit, zet de rijhendels in de VERGRENDELDE NEUTRAALSTAND en stel de parkeerrem in werking. g008963 Figuur 65 1.
Onderhoud elektrisch systeem WAARSCHUWING Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de machine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken. Onderhoud van de accu Onderhoudsinterval: Maandelijks • Maak altijd de minkabel (zwart) van de accu los voordat u de pluskabel (rood) losmaakt. WAARSCHUWING • Sluit altijd de pluskabel (rood) van de accu aan voordat u de minkabel (zwart) aansluit.
Accu monteren Opmerking: Plaats de accu in een bak met de accupolen van de hydraulische tank weg. g000960 Figuur 68 1. Pluspool van de accu 3. Rode (+) oplaadkabel 2. Minpool van de accu 4. Zwarte (–) oplaadkabel Onderhoud van de zekeringen g032526 Figuur 67 De elektrische installatie is beveiligd door middel van zekeringen. Voor de zekeringen is geen onderhoud nodig. Als er echter een zekering doorbrandt, controleer dan het circuit op een storing of kortsluiting.
Onderhoud aandrijfsysteem Veiligheidsgordel controleren Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Controleer de veiligheidsgordel op slijtage en sneden en controleer de juiste werking van het terugtreksysteem en de sluiting. Vervang de veiligheidsgordel als deze is beschadigd.
7. Als de machine een afwijking naar links heeft, draai dan de bouten los en breng de rechter aanslagplaat naar achteren op de rechter T-sleuf tot de machine recht rijdt (Figuur 71). 8. Zet de aanslagplaat vast (Figuur 71). g001055 Figuur 72 De wielmoeren controleren Controleer de wielmoeren en draai ze vast met een torsie van 122 tot 129 N·m. De sleufmoer van de wielnaaf controleren g035394 Figuur 71 Linkerrijhendel afgebeeld 1.
Lager van draaipunt van zwenkwiel afstellen Opvulstuk van de koppeling gebruiken Onderhoudsinterval: Om de 500 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) Er zijn enkele modellen die zijn voorzien van een koppeling met een opvulstuk bij de rem. Als de koppelingsrem is versleten tot het punt waarop de koppeling niet meer consistent aangrijpt, kunt u het opvulstuk verwijderen om de levensduur van de koppeling te verlengen. 1.
g010871 Figuur 78 g010868 Figuur 76 1. Opvulstuk 4. Controleer de staat van de bedrading van de kabelboom, de aansluitingen en de polen. Reinig of repareer deze indien nodig. C. Blaas met perslucht al het vuil onder de remstang en rond de afstandsstukken van de rem weg. 5. Controleer dat er 12 V op de koppelingsconnector staat als u de messchakelaar (aftakas) inschakelt. D. Haal elke bout (M6 x 1) aan met een torsie van 12,8 tot 14,2 N·m. E.
Onderhoud koelsysteem • Als de opening kleiner is dan 0,254 mm, plaats dan het opvulstuk terug en raadpleeg het hoofdstuk Problemen, oorzaak en remedie (bladz. 73). Motorscherm en oliekoeler van de motor reinigen • Als de opening groot genoeg is, ga dan verder met de veiligheidscontrole in stap F. F. Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Voer de volgende veiligheidscontrole uit: i. Neem plaats op de bestuurdersstoel en start de motor. ii.
6. Zet de stoel naar boven en reinig rond elke peilstok en de hydraulische eenheid (Figuur 83). g035173 Figuur 83 1. Hydraulische peilstok g004218 Figuur 82 1. Motorscherm 4. Ventilatorbehuizing 2. Luchtinlaatrooster 3. Bout 5. Schroef 7. De schermen van de hydraulische eenheid controleren en reinigen Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Belangrijk: De bevestigingen op de deksels van deze machine zijn zo ontworpen dat ze op het deksel blijven zitten nadat de bevestiging is losgemaakt.
Onderhouden remmen Parkeerrem afstellen Onderhoudsinterval: Na de eerste 100 bedrijfsuren Om de 500 bedrijfsuren daarna 1. Rijd de machine naar een horizontale ondergrond. 2. Schakel de messchakelaar (aftakas) uit, zet de rijhendels in de VERGRENDELDE NEUTRAALSTAND en stel de parkeerrem in werking. 3. Zet de motor af, wacht tot alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen en verwijder het contactsleuteltje. 4.
Onderhoud riemen 7. Gebruik een ratelsleutel in de vierkante opening in de arm van de spanpoelie om de druk op de veer te verminderen (Figuur 86). Riemen controleren 8. Verwijder de riem van de poelies van het maaidek. 9. Verwijder de riemgeleider op de arm van de veerbelaste spanpoelie zoals getoond in Figuur 86. Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren Vervang de riem als deze versleten is.
g027730 Figuur 87 g009039 1. Plaats de aandrijfriemkap terug. 3. Draai de bout vast. Figuur 88 2. Schuif de aandrijfriemkap onder de zijrichels. Aandrijfriem van de hydraulische pomp vervangen 1. Schakel de messchakelaar (aftakas) uit en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3.
Onderhoud bedieningsysteem De stand van de bedieningshendel afstellen Er zijn twee standen voor de bedieningshendels: hoog en laag. Verwijder de bouten om de hoogte aan te passen. 1. Schakel de messchakelaar (aftakas) uit, zet de rijhendels in de VERGRENDELDE NEUTRAALSTAND en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3.
3. 4. 5. Verwijder de elektrische aansluiting van de veiligheidsschakelaar die zich onder het onderste kussen van de stoel bevindt. 11. Maak de verbindingsdraad los van de stekker van de kabelboom en sluit de stekker aan op de stoelschakelaar. Opmerking: De schakelaar maakt onderdeel uit van de stoelconstructie. Bevestig tijdelijk een startkabel over de polen van de aansluiting van de hoofdkabelboom. Start de motor. 12. Haal de assteunen weg. 13. Breng het maaidek omhoog en plaats de maaihoogtepen.
Het scharnierpunt van de neutraalstand van de rijhendel afstellen Onderhoud hydraulisch systeem Het hydraulische systeem een onderhoudsbeurt geven U kunt de flensmoer afstellen om de gewenste weerstand van de rijhendels te verkrijgen als u de hendels in de VERGRENDELDE NEUTRAALSTAND zet. Zie Figuur 93 voor afstelopties. 1. Draai de contramoer los. 2. Draai de flensmoer naar wens vaster of losser. Hydraulische vloeistof: Toro® HYPR-OIL™ 500 Hydraulische vloeistof of Mobil® 1 15W-50.
Gebruik de machine niet als de vloeistof onder het Toevoegen merkteken staat. WAARSCHUWING 10. Plaats de peilstok. 11. Herhaal deze procedure voor de andere peilstok. Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken. • Hydraulische vloeistof die per ongeluk in de huid is geïnjecteerd, moet binnen enkele uren operatief worden verwijderd door een arts die bekend is met dit type verwondingen. Anders kan gangreen ontstaan.
tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3. Breng de machine omhoog en ondersteun de machine met assteunen (Figuur 95). g008968 Figuur 96 Onderaanzicht van de machine g008970 Figuur 95 1. Assteunen 4. 1. Filterlocaties Verwijder de aandrijfriem van het maaidek en de aandrijfriem van de pomp; zie Drijfriem van maaidek vervangen (bladz. 58) en Aandrijfriem van de hydraulische pomp vervangen (bladz. 59). 6.
Onderhoud van het maaidek Maaidek horizontaal stellen De machine instellen Opmerking: Zorg ervoor dat het maaidek horizontaal staat voordat u de maaihoogte instelt. 1. 2. 3. 4. Plaats de maaimachine op een horizontaal oppervlak. g029840 Figuur 97 Schakel de messchakelaar (aftakas) uit, zet de rijhendels in de VERGRENDELDE NEUTRAALSTAND en stel de parkeerrem in werking. 1.
Opmerking: Om te verhogen draait u de schroef rechtsom en om te verlagen draait u de schroef linksom. g010251 Figuur 100 1. Stelmoer 2. Contramoer 3. Afstelling achterste maaidek 4. Afstelling voorste maaidek g035398 Figuur 99 1. Stelmoer 2. Contramoer 11. 12. 3. Afstelling achterste maaidek 4. Afstelling voorste maaidek Om het enkelpuntssysteem af te stellen, moet u de 2 bouten onderaan de maaihoogteplaat losdraaien (Figuur 101).
13. Onderhoud van de maaimessen Als het maaidek te laag is, draai dan de stelbout van het enkelpuntssysteem vast door deze rechtsom te draaien. Als het maaidek te hoog is, draai dan de bout van het enkelpuntssysteem linksom (Figuur 102). Om een goed maairesultaat te verkrijgen, moet u de maaimessen scherp houden. Om het slijpen en vervangen te vergemakkelijken, is het handig extra messen in voorraad te hebben.
Opmerking: Het verschil tussen de afstanden die zijn gemeten bij stap 4 en stap 6 mag niet meer dan 3 mm zijn. Opmerking: Als dit verschil meer bedraagt dan 3 mm, is het mes krom en moet het worden vervangen. WAARSCHUWING g006530 Een krom of beschadigd mes kan breken en u of omstanders ernstig letsel toebrengen. Figuur 103 1. Snijrand 3. Slijtage/groefvorming 2. Gebogen deel 4. Scheur • Vervang altijd een krom of beschadigd mes door een nieuw mes.
De maaimessen slijpen 1. Gebruik een vijl om de snijranden aan beide uiteinden van het mes te slijpen (Figuur 106). Opmerking: Houd daarbij de oorspronkelijke hoek in stand. Opmerking: Het mes blijft in balans als u evenveel materiaal weghaalt van beide snijkanten. g000276 g004536 Figuur 106 Figuur 108 1. Onder de oorspronkelijke hoek slijpen 2. 1. Vleugel van het mes 3. Veerschijf 2. Mes 4. Mesbout Controleer de balans van het mes met een mesbalans (Figuur 107).
4. Verwijder de drijfriemkappen. 5. Hef het vloerdeel op en steek een momentsleutel in de vierkante opening in de spanpoelie van het maaidek (Figuur 109). 6. Draai de spanpoelie van het maaidek rechtsom en verwijder de aandrijfriem van het maaidek (Figuur 109). g009197 Figuur 110 1. Rechter stabilisator 2. Maaidekkoppeling (rechterzijde afgebeeld) 3. Verwijder de borstbout en moer. 4. Verwijder de borstbout en moer. g009038 8. Breng de maaidekkoppeling omhoog en bevestig deze in de stand omhoog.
Reiniging Onderkant van het maaidek reinigen Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks 1. Schakel de messchakelaar (aftakas) uit, zet de rijhendels in de VERGRENDELDE NEUTRAALSTAND en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3. Breng het maaidek omhoog in de TRANSPORTSTAND . g015594 Figuur 111 1. Bout 2. Afstandsstuk 5. Gemonteerde veer 6.
Stalling Opmerking: Stabilizer/conditioner werkt het best als het met verse brandstof wordt gemengd en altijd wordt gebruikt. Reinigen en opslaan 1. 2. Schakel de messchakelaar (aftakas) uit, stel de parkeerrem in werking en draai het contactsleuteltje op Uit. Verwijder het sleuteltje. Verwijder maaisel, vuil en vet van de buitenkant van de gehele machine, met name van de motor en het hydraulische systeem.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem De startmotor slaat niet aan. De motor start niet, start moeilijk of slaat af. Mogelijke oorzaak 1. De messchakelaar (aftakas) is ingeschakeld. 1. Zet de messchakelaar (aftakas) in de uitgeschakelde stand. 2. De parkeerrem in niet werking is gesteld. 3. De rijhendels staan niet in de VERGRENDELDE NEUTRAALSTAND . 4. De bestuurder zit niet op de bestuurdersstoel. 5. De accu is leeg. 6. De elektrische aansluitingen zijn gecorrodeerd of zitten los. 7.
Probleem De maaimachine trekt naar links of naar rechts (met beide hendels volledig vooruit). De machine rijdt niet. De machine trilt abnormaal. Mogelijke oorzaak 1. De sporing moet afgesteld worden 1. Stel de sporing af 2. De aandrijfbanden hebben niet de juiste spanning. 2. Breng de aandrijfbanden op de juiste spanning. 1. De omloopkleppen zijn niet goed gesloten. 1. Sluit de omloopkleppen. 2. De pompriem is versleten, los of stuk. 3. De aandrijfriem van de pomp is van de poelie af. 4.
Probleem De koppeling grijpt niet aan. Mogelijke oorzaak Remedie 1. Een zekering is doorgebrand. 1. Vervang de zekering. Controleer de weerstand van de spoelen, of de accu is opgeladen, het oplaadsysteem en de aansluitingen van de bedrading en vervang indien nodig. 2. Lage spanning bij de koppeling. 2. Controleer de weerstand van de spoelen, of de accu is opgeladen, het oplaadsysteem en de aansluitingen van de bedrading en vervang onderdelen indien nodig. 3. Vervang de koppeling. 4.
Schema's g009180 Elektrisch schema (Rev.
Opmerkingen:
Opmerkingen:
Lijst met internationale dealers Distributeur: Land: Telefoonnummer: Distributeur: Land: Agrolanc Kft Asian American Industrial (AAI) B-Ray Corporation Brisa Goods LLC Casco Sales Company Ceres S.A. CSSC Turf Equipment (pvt) Ltd. Cyril Johnston & Co. Cyril Johnston & Co. Fat Dragon Femco S.A. FIVEMANS New-Tech Co., Ltd ForGarder OU G.Y.K. Company Ltd.
Producten voor professioneel groenbeheer (LCE) Toro Garantie Gedekte voorwaarden en producten The Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, geven aan de oorspronkelijke aankoper krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie alle onderstaande Toro-producten te repareren als deze materiaalgebreken of fabricagefouten vertonen.