Form No. 3380-797 Rev A Z Master® professionele 6000-serie zitmaaiers met 122 cm Turbo Force® maaidek met zijafvoer Modelnr.: 74902TE—Serienr.: 314000001 en hoger g019887 Registreer uw product op www.Toro.com.
Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen, zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. Het elektronische ontstekingssysteem voldoet aan de Canadese norm ICES-002 WAARSCHUWING Standaard gemonteerde oorspronkelijke onderdelen en accessoires verwijderen kan een invloed hebben op de garantie, tractie en veiligheid van de machine. Niet-originele Toro onderdelen gebruiken kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.
Inhoud Onderhoud van de accu...........................................42 Onderhoud van de zekeringen..................................44 Onderhoud aandrijfsysteem ........................................44 Veiligheidsgordel controleren...................................44 De knoppen van het rolbeugelsysteem controleren ........................................................44 De sporing afstellen ................................................45 Bandenspanning controleren ...............................
Veiligheid Vóór ingebruikname • Draag tijdens het maaien altijd een lange broek en stevige Deze machine voldoet ten minste aan de Europese normen, van kracht op het moment van productie. Onjuist gebruik of onderhoud door de gebruiker of eigenaar kan echter letsel veroorzaken.
Onderhoud en opslag – • • • • • • • • • • • - houd de snelheid laag op hellingen en in scherpe bochten; – - let op bulten en kuilen en andere verborgen gevaren; Ga zorgvuldig te werk als u lasten sleept of zware werktuigen gebruikt. – - Gebruik uitsluitend goedgekeurde trekstangbevestigingspunten. – - Beperk de belasting tot wat u veilig kunt beheersen. – - Maak geen scherpe bochten. Ga zorgvuldig te werk als u achteruitrijdt.
Maaien op hellingen Geluidsdruk • Maai nooit op een helling van meer dan 15 graden. Deze machine oefent een geluidsdruk van 92 dBA uit op het gehoor van de bestuurder (met een onzekerheidswaarde (K) van 1 dBA). • Maai niet in de buurt van steile hellingen, greppels, steil aflopende oevers of water. Wielen die over randen heen komen, kunnen tot gevolg hebben dat de machine omkantelt, hetgeen ernstig of dodelijk letsel dan wel verdrinking kan veroorzaken.
Hellingsindicator G011841 Figuur 3 Deze pagina mag worden gekopieerd voor persoonlijk gebruik. 1. De maximale hellingshoek waarbij u de machine veilig kunt gebruiken is 15 graden. Gebruik het hellingsschema om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine bedient. Gebruik de machine niet op hellingen van meer dan 15 graden. Langs de betreffende lijn van de aanbevolen hellingshoek vouwen. 2. Lijn deze rand uit met een verticaal oppervlak, bijvoorbeeld een boom, gebouw of hek. 3.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 58-6520 1. Smeervet 99-8939 1. Lees de Gebruikershandleiding. 93-7818 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding voor instructies om de mesbout/moer vast te zetten met een torsie van 115–149 Nm. 3.
Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu 1. Explosiegevaar 2. Niet roken. Geen open vuur of vonken. 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 5. Lees de Gebruikershandleiding. 6. Houd omstanders op veilige afstand van de accu. 7. Draag oogbescherming; explosieve gassen kunnen blindheid en ander letsel veroorzaken 8. Accuzuur kan blindheid of ernstige brandwonden veroorzaken. 9. Ogen direct met water spoelen en snel arts raadplegen. 10.
110-2068 1. Lees de Gebruikershandleiding. 115-7445 112-9028 1. Poelies en assen smeren 2. Onderhoudsinterval - 50 uur 1. Waarschuwing – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen; laat alle beschermplaten op hun plaats. 114-4466 3. Laden: 25 A 4. Extra: 15 A 1. Hoofd: 25 A 2. Aftakas: 10 A 116-1716 6. Urenteller 7. Aftakas 1. Brandstof 2. Leeg 8. Parkeerrem 9. Neutraalstand 10. Dodemansknop 3. Half 4. Vol 5. Accu 116-5988 1. Parkeerrem: ingeschakeld 114–4470 1. Lees de Gebruikershandleiding.
7-3848 1. De machine kan voorwerpen uitwerpen – Houd omstanders op een veilige afstand van de machine. 2. Machine kan voorwerpen uitwerpen – Gebruik de machine nooit zonder dat de grasgeleider of het grasopvangsysteem is gemonteerd. 3. Handen of voeten kunnen worden gesneden/geamputeerd – Blijf uit de weg van bewegende delen; houd alle beschermende delen op hun plaats. 117-0346 117-3863 1. Risico op brandstoflekkage – lees de gebruikershandleiding. Probeer niet de rolbeugel te verwijderen.
117-3888 1. Slip- en kantelgevaar – gebruik de machine niet in de nabijheid van afgronden met een hellingsgraad van meer dan 15 graden, gebruik de machine op een veilige afstand van steile dalingen en op hellingen van minder dan 15 graden; maak geen bruuske bochten als u snel rijdt, rijd traag in bochten. 2. Waarschuwing – gebruik geen dubbele laadbruggen, gebruik voor het transporteren van de machine een laadbrug in één deel; gebruik geen laadbruggen met een hellingshoek van meer dan 15 graden.
120-5898 1. Choke 4. Langzaam 2. Snel 5. Aftakas, aftakasschakelaar 3. Continu snelheidsregeling 114–4468 5. Kans dat de wielen grip verliezen en de bestuurder de macht over de machine verliest, hellingen – Op een helling kunnen de wielen grip verliezen en kan de bestuurder de macht over de machine verliezen, schakel de aftakas uit en rij langzaam de helling af. 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 2. Waarschuwing – Bedien deze machine uitsluitend als u daarin 6.
Algemeen overzicht van de machine Urenteller De urenteller registreert het aantal uren dat de motor in bedrijf is geweest. De urenteller werkt als de motor loopt. Gebruik deze tijden om regelmatig onderhoudswerkzaamheden te plannen (Figuur 6). 6 5 Brandstofmeter 4 3 De brandstofmeter bevindt zich bij de urenteller en de streepjes worden verlicht als de contactschakelaar is ingeschakeld (Figuur 6).
Choke Specificaties Gebruik de choke om een koude motor te starten. Trek de knop van de choke omhoog om deze in te schakelen. Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Breedte: Aftakasschakelaar 122 cm Maaidek De aftakasschakelaar wordt gebruikt om de elektrische koppeling in te schakelen en de maaimessen aan te drijven. Zet de schakelaar omhoog om de messen in te schakelen en laat deze los.
Gebruiksaanwijzing GEVAAR In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die benzinedampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. • Zet benzinevaten altijd op de grond en uit de buurt van het voertuig voordat u de tank bijvult.
Voeg de juiste hoeveelheid stabilizer/conditioner aan de benzine toe. WAARSCHUWING Er is geen omkantelbeveiliging als de rolbeugel omlaag is geklapt. Opmerking: Stabilizer/conditioner werkt het best als deze met verse benzine wordt gemengd. Gebruik altijd stabilizer/ conditioner om het risico van harsachtige afzettingen in het brandstofsysteem zo klein mogelijk te houden. • Klap de rolbeugel uitsluitend omlaag als dit absoluut noodzakelijk is.
GEVAAR Bij maaien op nat gras of een steile helling bestaat de kans dat de wielen slippen en u de macht over de machine verliest. Wielen die over randen heen komen, kunnen tot gevolg hebben dat de machine omkantelt, hetgeen ernstig of dodelijk letsel dan wel verdrinking kan veroorzaken. Er is geen omkantelbeveiliging als de rolbeugel omlaag is geklapt. Houd de rolbeugel altijd in de volledig omhoog geklapte en vergrendelde stand en doe de veiligheidsgordel om.
Parkeerrem vrijzetten VOORZICHTIG Deze machine stelt de bestuurder bloot aan geluidsniveaus van meer dan 85 dBA. Bij langdurige blootstelling kan dit leiden tot gehoorbeschadiging. 1 2 Draag gehoorbescherming als u deze machine gebruikt. Wij adviseren u beschermende uitrusting te gebruiken, zoals een veiligheidsbril, gehoorbescherming, veiligheidsschoenen en een helm.
de motor 15 seconden laten afkoelen. Indien u deze instructies niet opvolgt, kan de startmotor doorbranden. Opmerking: Er kunnen meerdere startpogingen nodig zijn als u de motor voor de eerste keer start nadat er helemaal geen brandstof in het brandstofsysteem heeft gezeten. G008946 Figuur 14 De choke bedienen Gebruik de choke om een koude motor te starten. ST A RT N P RU ST 1. Gebruik de choke om de motor te starten als deze koud is. O G008947 2.
De motor starten en stoppen Motor starten 1. Klap de rolbeugel omhoog en zet deze vast; neem vervolgens plaats op de bestuurdersstoel en doe de veiligheidsgordel om. ST A RT N P RU ST O 2. Zet de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand. 3. Stel de parkeerrem in werking; zie Parkeerrem in werking stellen. G008947 Figuur 19 1. Uit 2. Lopen 4. Zet de aftakasschakelaar in de stand Uit (Figuur 18). 5. Zet de gashendel halverwege tussen Langzaam en Snel. 3.
• De parkeerrem in werking is gesteld. • De aftakasschakelaar is ingeschakeld. • De rijhendels in de vergrendelde neutraalstand staan. Het veiligheidssysteem zorgt ervoor dat de motor wordt gestopt wanneer de tractiehendels uit de vergrendelstand worden gezet als de parkeerrem in werking is gesteld of als u de bestuurdersstoel verlaat terwijl de aftakas is ingeschakeld. De urenteller is voorzien van symbolen om de gebruikers op de hoogte te stellen als het veiligheidssysteem in de juiste stand staat.
De rijhendels gebruiken de vergrendelde neutraalstand. Start nu de motor. Als de motor loopt, centreert u een van beide rijhendels en beweegt u deze (vooruit of achteruit). De motor moet nu stoppen. Herhaal deze procedure bij de andere rijhendel. 5. Neem plaats op de stoel, zet de parkeerrem vrij, schakel de aftakasschakelaar uit en zet de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand. Probeer de motor te starten; de motor mag nu niet gaan draaien.
De machine stoppen Om de machine te stoppen, zet u de rijhendels in de neutraalstand en vergrendelt u de hendels, schakelt u de aftakas uit en draait u het contactsleuteltje naar de stand Uit. Als u de machine achterlaat, moet u tevens de parkeerrem in werking stellen; zie Parkeerrem in werking stellen in de gebruiksaanwijzing. Denk erom dat u het sleuteltje uit het contact haalt.
De pen voor de maaihoogte instellen De maaihoogte kan worden afgesteld van 25 tot 140 mm in stappen van 6 mm door de gaffelpen in verschillende openingen te plaatsen. 1. Zet de transportvergrendeling in de vergrendelde stand. 2. Druk het voetpedaal in en breng het maaidek omhoog tot de transportstand (dit is de maaihoogtestand van 140 mm) (Figuur 26). 3. Om dit aan te passen, draait u de pen 90 graden en verwijdert u de pen uit de maaihoogtebeugel (Figuur 26). 4.
Afvoerplaat instellen Sluitnokken Deze procedure is alleen van toepassing op machines met de afvoerplaatvergrendeling. Bepaalde modellen zijn voorzien van bouten en moeren in plaats van deze vergrendelnokken en kunnen op dezelfde wijze worden aangepast. De afvoer van de maaimachine kan worden aangepast aan verschillende maaiomstandigheden. Zorg ervoor dat u de sluitnokken en de plaat zodanig plaatst dat u het beste maairesultaat verkrijgt. 1.
Stand A Dit is de achterste stand. Deze stand wordt aanbevolen voor de volgende gevallen. • Maaiomstandigheden met kort, licht gras. • Droge omstandigheden. • Kleine hoeveelheid maaisel. • Werpt maaisel verder weg van de maaimachine. Figuur 33 Bestuurdersstoel instellen Figuur 31 U kunt de stoel naar voren en naar achteren verschuiven. De stand van de stoel moet zo zijn dat u de machine het best kunt bedienen en dat u comfortabel zit.
3. Zet de parkeerrem vrij voordat u de machine gaat duwen. g019768 1 Figuur 35 1. Knop voor stoelophanging Figuur 36 De vrijgavehendels van de aandrijfwielen gebruiken 1. Verticaal om de machine te duwen 2. Horizontaal om de machine te gebruiken 4. Draai de vrijgavehendels horizontaal om de machine te gebruiken (Figuur 36). WAARSCHUWING Handen kunnen klem raken in de draaiende onderdelen onder het maaidek. Dit kan tot ernstig letsel leiden.
Machine inladen remmen, verlichting en aanduidingen die wettelijk vereist zijn. Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies. Met behulp van deze informatie kunt u letsel van uw gezinsleden, omstanders, dieren en uzelf voorkomen. Ga zeer voorzichtig te werk als u een maaimachine op een aanhanger of een vrachtwagen laadt.
Gebruik van de Z Stand® WAARSCHUWING Als een machine wordt geladen op een aanhanger of een vrachtwagen, wordt de kans vergroot dat de machine achterover kantelt. Dit kan ernstig lichamelijk letsel of de dood veroorzaken. • Ga zeer voorzichtig te werk als u een machine een hellingbaan op-/afrijdt. • Controleer of de rolbeugel omhoog staat en gebruik de veiligheidsgordel terwijl de machine wordt geladen. Controleer of de rolbeugel het dak van een dichte aanhanger niet raakt.
Figuur 40 1. Z Stand (in sleuf geplaatst) 3. Vergrendeling, op draailip rustend 2. Spleet in voetpad of gazon Figuur 41 4. Plaats het voetstuk op de grond en laat de vergrendeling op de draailip rusten (Figuur 40). 1. Z Stand 3. Vergrendelde stand 2. Vergrendeling 4. Ontgrendelde stand 3. Start de motor en laat deze op halfgas lopen. Zet de parkeerrem vrij. 5. Start de motor en laat deze op halfgas lopen.
Maai met de juiste regelmaat Normaal gesproken moet u om de vier dagen maaien. Houd er echter rekening mee dat gras niet het hele jaar door even snel groeit. Om dezelfde maaihoogte te behouden, wat een goede gewoonte is, moet u in het vroege voorjaar vaker maaien. Als de groeisnelheid in de zomer afneemt, maait u minder vaak. Als u langere tijd niet hebt kunnen maaien, maait u eerst op een hoge maaistand. Maai twee dagen later op een lagere maaistand.
Onderhoud Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Na de eerste 8 bedrijfsuren Onderhoudsprocedure • De motorolie verversen. Na de eerste 100 bedrijfsuren • Controleer de torsie van de wielmoeren. • Controleer de torsie van de sleufmoer van de wielnaaf. • Controleer de werking van de parkeerrem. Na de eerste 250 bedrijfsuren • Vervang de hydraulische filters en de vloeistof als u om het even welk type olie gebruikt.
VOORZICHTIG Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine. Smering Smeerpunten maaimachine Smeren Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren—Smeer de assen en poelie-arm van het maaidek. De machine moet vaker worden gesmeerd bij gebruik in zeer stoffige of zanderige omstandigheden.
Zwenkwielnaven smeren Onderhoudsinterval: Jaarlijks 1. Zet de motor af, wacht tot alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen en verwijder het contactsleuteltje. Stel de parkeerrem in werking. Figuur 44 Figuur 46 1. Afdichtinghouder 6. Verwijder de stofkap en stel de draaipunten van de zwenkwielen bij. Plaats de stofkap pas terug als u klaar bent met smeren. Raadpleeg Lager van draaipunt van zwenkwiel afstellen in Onderhoud. 2. Afstandsmoer 2.
Onderhoud motor 13. Breng een afdichtkit aan op de tweede afstandsmoer en draai deze op de as met de afgeplatte kanten aan de buitenzijde. WAARSCHUWING 14. Draai de moer aan met een torsie van 8-9 Nm, draai de moer los en draai deze opnieuw vast met een torsie van 2-3 Nm. Controleer of de as niet verder uitsteekt dan de beide moeren. 15. Contact met hete oppervlakken kan lichamelijk letsel veroorzaken.
Motorolie verversen/oliepeil controleren Type olie:Reinigingsolie (API onderhoudsclassificatie SF, SG, SH, SJ of SL) Olie-inhoud: met vervanging van filter, 2,1 l; zonder vervanging van filter, 1,8 l Viscositeit: zie onderstaande tabel. Figuur 47 1. Luchtfilterklemmen 2. Luchtfilterdeksel 3. Voorluchtfilter 4. Hoofdluchtfilter Onderhoud van het voorfilter 1. U mag het papierfilter niet reinigen; vervang het(Figuur 47). Figuur 48 2.
Motorolie verversen zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat (Figuur 49). Onderhoudsinterval: Na de eerste 8 bedrijfsuren Om de 100 bedrijfsuren (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden) Opmerking: Geef de afgewerkte olie af bij een inzamelcentrum. G008804 1 1. Parkeer de machine zo, dat de achterkant lager is dan de voorkant om ervoor te zorgen dat alle olie volledig kan worden afgetapt. 2 2.
4. Giet langzaam ongeveer 80% van de gespecificeerde olie in de vulbuis en voeg langzaam de rest van de olie toe tot het peil de markering Vol bereikt (Figuur 51). 1 2 G008804 3 5 1 2 3 4 4 6 5 6 G008796 Figuur 51 5. Start de motor en rijd naar een vlak gebied. Controleer het oliepeil opnieuw.
Onderhoud van de bougie Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren Controleer of de elektrodenafstand correct is voordat u de bougie monteert. Gebruik een bougiesleutel voor het (de)monteren van de bougie(s) en een voelermaat voor het meten en afstellen van de elektrodenafstand. Monteer indien nodig nieuwe bougies.
Onderhoud brandstofsysteem Plaats het scherm van de hydraulische eenheid (Figuur 53). Vonkenvanger controleren (indien aanwezig) Brandstoffilter vervangen Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren Onderhoudsinterval: Om de 500 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden). WAARSCHUWING Hete systeemonderdelen van de uitlaat kunnen benzinedampen ontsteken, zelfs nadat de motor is afgezet.
Onderhoud elektrisch systeem contact kan maken met onderdelen die de leiding mogelijk kunnen beschadigen. Onderhoud van de brandstoftank Onderhoud van de accu Onderhoudsinterval: Maandelijks Probeer de brandstoftank niet zelf af te tappen. Laat een erkende servicedealer de brandstoftank aftappen en onderdelen van het brandstofsysteem een onderhoudsbeurt geven. GEVAAR Accuzuur bevat zwavelzuur; dit is een dodelijk gif dat ernstige brandwonden veroorzaakt.
Accu opladen 4. Schuif het rode stofkapje van de (rode) pluspool van de accu en verwijder de (rode) pluskabel (+) (Figuur 58). WAARSCHUWING 5. Verwijder de vleugelmoeren waarmee de accuklem is bevestigd (Figuur 58). Bij het opladen produceert de accu gassen die tot ontploffing kunnen komen. 6. Verwijder de klem (Figuur 58). 7. Verwijder de accu. Rook nooit in de buurt van de accu en zorg ervoor dat er geen vonken of vlammen vlakbij de accu komen.
Onderhoud van de zekeringen Onderhoud aandrijfsysteem De elektrische installatie is beveiligd door middel van zekeringen. Voor de zekeringen is geen onderhoud nodig. Als er echter een zekering doorbrandt, controleer dan het circuit op een storing of kortsluiting. Veiligheidsgordel controleren 1. De zekeringen bevinden zich op de rechterconsole naast de stoel (Figuur 60).
7. Als de machine een afwijking naar links heeft, draai dan de bouten los en pas de rechter aanslagplaat op de rechter T-sleuf aan tot de machine recht rijdt. 8. Zet de aanslagplaat vast. g019756 Figuur 62 Linkerrijhendel afgebeeld Figuur 61 1. Rolbeugelknop (vergrendelde stand) 3. Rolbeugel omhoog 2. Trek de rolbeugelknop uit en draai deze 90 graden om de stand van de rolbeugel te veranderen 4. Rolbeugel omlaag 1. Rijhendel 3. Aanslagplaat 2.
Lager van draaipunt van zwenkwiel afstellen Onderhoudsinterval: Om de 500 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) 1. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. Figuur 63 3. Verwijder de stofkap van het zwenkwiel en draai de borgmoer aan (Figuur 65). 4.
Opvulstuk van de koppeling gebruiken 4. Controleer dat er 12 V op de koppelingsconnector staat als de aftakasschakelaar in ingeschakeld. 5. Meet de opening tussen de rotor en de armatuur. Als de opening groter is dan 1 mm, ga dan als volgt te werk: Er zijn enkele modellen die zijn voorzien van een koppeling met een opvulstuk bij de rem.
Onderhoud koelsysteem Motorscherm en oliekoeler van de motor reinigen Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Figuur 70 Verwijder eventuele grasresten, vuil of andere verontreiniging van de oliekoeler (Figuur 72). 1. Voelermaat Figuur 71 1. Voelermaat Figuur 72 • Als de opening kleiner is dan 0,245 mm, plaats dan het opvulstuk terug en raadpleeg het hoofdstuk Problemen oplossen. Verwijder voor elk gebruik eventuele grasresten, vuil of andere verontreiniging van het motorscherm.
Figuur 74 Figuur 73 1. Motorscherm 4. Ventilatorbehuizing 2. Luchtinlaatrooster 3. Bout 5. Schroef 1. Schermen van hydraulische eenheid 6. Verwijder de bout en de kap van de peilstokken. Reinig rond de peilstok en de hydraulische eenheid (Figuur 75). 7. Bestuurdersstoel instellen.
Onderhouden remmen Parkeerrem afstellen Onderhoudsinterval: Na de eerste 100 bedrijfsuren Om de 500 bedrijfsuren daarna Controleer of de rem goed is afgesteld. Deze procedure moet worden gevolgd na de eerste 100 bedrijfsuren of wanneer er een onderdeel van de rem is verwijderd of vervangen. 1. Rijd de machine naar een horizontale ondergrond. 2. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. Figuur 76 Linkerhandrem weergegeven 3.
Onderhoud riemen 7. Verwijder de riemgeleider op de arm van de veerbelaste spanpoelie zoals getoond in Figuur 78. Riemen controleren 8. Verwijder de aanwezige riem. 9. Bevestig de nieuwe riem rond de poelies van het maaidek en de koppelingspoelie onder de motor (Figuur 78). Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren Riemen controleren.
g017496 Figuur 79 1. Plaats de aandrijfriemkap terug. 3. Bevestig de bout Figuur 80 2. Schuif de aandrijfriemkap onder de zijrichels Aandrijfriem van de hydraulische pomp vervangen 1. Spanpoelie 5. Linkerpoelie van hydraulische pomp 2. Koppelingspoelie 6. Vierkante opening in poelie-arm 3. Aandrijfriem van pomp 7. Spanpoelieveer 4. Rechterpoelie van hydraulische pomp 1. Schakel de aftakas uit en stel de parkeerrem in werking. 5.
Onderhoud bedieningsysteem De stand van de handgrepen afstellen Er zijn twee standen voor de handgrepen: hoog en laag. Verwijder de bouten om de hoogte aan te passen voor de bestuurder. 1. Schakel de aftakas uit, zet de schakelhendels in de neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 2. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. 3.
De rijhendeldemper afstellen 5. Start de motor. De rem moet in werking zijn gesteld en de rijhendels naar buiten om de motor te starten. De bestuurder hoeft niet in de stoel te zitten vanwege de gebruikte startkabel. Laat de motor volgas lopen en zet de rem vrij. De bovenste montagebout van de demper kan worden afgesteld om een betere weerstand van de rijhendels te verkrijgen. Zie Figuur 84 voor montage-opties. 6.
Onderhoud hydraulisch systeem Het hydraulische systeem een onderhoudsbeurt geven Type hydraulische vloeistof: Toro® HYPR-OIL™ 500 hydraulische vloeistof of Mobil® 1 15W-50. Figuur 85 1. Flensmoer Belangrijk: Gebruik de voorgeschreven vloeistof. Andere vloeistoffen kunnen schade aan het systeem veroorzaken. 2.
WAARSCHUWING Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken. • Hydraulische vloeistof die per ongeluk in de huid is geïnjecteerd, moet binnen enkele uren operatief worden verwijderd door een arts die bekend is met dit type verwondingen. Anders kan gangreen ontstaan. • Houd lichaam en handen uit de buurt van kleine lekgaten of spuitmonden waaruit onder hoge druk hydraulische vloeistof ontsnapt.
3. Breng de machine omhoog en ondersteun de machine met kriksteunen (Figuur 87). 7. Plaats het nieuwe hydraulische filter. 8. Bevestig de aandrijfriem van de pomp en de aandrijfriem van het maaidek. 9. Verwijder de kriksteunen en breng de machine omlaag (Figuur 87). 10. Vul de olie in het hydraulische reservoir bij en controleer op eventuele lekkage. 11. Veeg eventueel gemorste olie weg. 12. Start de motor en laat deze ongeveer 2 minuten lopen om lucht uit het systeem te verwijderen.
Onderhoud van het maaidek 3 1 Maaidek horizontaal stellen De machine instellen Opmerking: Zorg ervoor dat de machine horizontaal staat voordat u de maaihoogte instelt. 2 1. Plaats de maaimachine op een horizontaal oppervlak. 2. Schakel de aftakas uit, zet de rijhendels in de vergrendelde neutraalstand en stel de parkeerrem in werking. 3. Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat.
10. U kunt de stelmoer op de hefinrichting van het voorste maaidek draaien om deze nog nauwkeuriger in te stellen (Figuur 91). Om te verhogen draait u de schroef rechtsom en om te verlagen draait u de schroef linksom. 3 4 2 1 2 1 1 g017029 Figuur 92 1. Bouten aan de onderzijde van de maaihoogteplaat 13. Als het maaidek te laag is, draai dan de bout van het enkelpuntssysteem rechtsom. Als het maaidek te hoog is, draai dan de bout van het enkelpuntssysteem linksom (Figuur 93). G012430 Figuur 91 1.
Opmerking: In de meeste omstandigheden moet het mes aan de achterzijde 6,4 mm hoger worden ingesteld dan de voorzijde. 15. Meet aan beide zijden van het maaidek vanaf het horizontale oppervlak tot de achterste punt van het maaimes (punt B). De afstand moet 8,3 cm bedragen (Figuur 90). 16. U kunt de stelmoer op de hefinrichting van het voorste maaidek draaien om deze nog nauwkeuriger in te stellen (Figuur 91). messen verwijderen en deze slijpen. Zie Maaimessen slijpen. 2.
De maaimessen slijpen 5. Meet de afstand tussen een horizontaal oppervlak en de snijrand van de messen op dezelfde plaats als in bovengenoemde stap 3. Het verschil tussen de afstanden die zijn gemeten bij stap 3 en stap 4 mag niet meer dan 3 mm zijn. Als dit verschil meer bedraagt dan 3 mm, is het mes krom en moet het worden vervangen; zie Maaimessen verwijderen en Maaimessen monteren. WAARSCHUWING Als het mes wordt geslepen, kunnen delen van het mes worden weggeslingerd en ernstig letsel veroorzaken.
7. Draai de spanpoelie van het maaidek rechtsom en verwijder de aandrijfriem van het maaidek (Figuur 100). Figuur 99 1. Vleugel van het mes 3. Veerschijf 2. Mes 4. Mesbout Maaidek verwijderen Voordat u onderhoud uitvoert op het maaidek of het maaidek verwijdert, moet u de veerbelaste armen van het maaidek vergrendelen. Figuur 100 1. Koppelingspoelie 5. Vierkante opening in de arm van de poelie (voor de ratelsleutel) 2. Aandrijfriem van maaidek 6. Smeernippel van poelie 3.
6 2 4 7 3 1 5 g015594 Figuur 102 1. Bout 2. Afstandsstuk 5. Gemonteerde veer 6. Grasgeleider 3. Borgmoer 7. J-vormig haakuiteinde van veer 4. Veer 2. Plaats een afstandsstuk en de veer op de grasgeleider. Plaats een J-vormig uiteinde van de veer achter de rand van het maaidek. Figuur 101 1. Rechter stabilisator 2.
Reiniging Stalling Onderkant van het maaidek reinigen Reinigen en opslaan 1. Schakel de aftakasschakelaar uit, stel de parkeerrem in werking en draai het contactsleuteltje naar de stand Uit. Verwijder het sleuteltje. 2. Maaisel, vuil en vet van de buitenkant van de gehele machine verwijderen, met name van de motor en het hydraulische systeem. Vuil en kaf van de buitenkant van de cilinder, de koelribben van de cilinderkop en de ventilatorbehuizing verwijderen.
B. Laat de motor vijf minuten lopen om de stabilizer/conditioner door het brandstofsysteem te verspreiden. C. Zet de motor af, laat deze afkoelen en tap de brandstoftank af, zie Onderhoud van de brandstoftank in het gedeelte Onderhoud. D. Motor opnieuw starten en laten lopen totdat deze afslaat. E. U moet brandstof op de juiste wijze afvoeren. Verwerk deze volgens de plaatselijk geldende voorschriften.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem De startmotor slaat niet aan. Mogelijke oorzaak 1. De aftakasschakelaar is ingeschakeld. 1. Schakel de aftakasschakelaar uit. 2. De parkeerrem is niet in werking. 3. Aandrijfhendels bevinden zich niet in de vergrendelde neutraalstand. 2. De parkeerrem in werking stellen. 3. Zorg ervoor dat de aandrijfhendels zich in de vergrendelde neutraalstand bevinden. 4. Plaats nemen op de bestuurdersstoel. 4. De bestuurder zit niet op de bestuurdersstoel. 5. De accu is leeg.
Probleem Mogelijke oorzaak Remedie De maaimachine trekt naar links of naar rechts (met beide hendels volledig vooruit) 1. De sporing moet afgesteld worden 1. Stel de sporing af 2. De banden van de aandrijfwielen hebben niet de juiste spanning. 2. Breng de aandrijfbanden op de juiste spanning. De machine drijft niet aan. 1. De omloopventielen zijn niet goed gesloten. 1. Sluit de omloopventielen. 2. De pompriem is versleten, los of stuk. 3. De aandrijfriem van de pomp is van de poelie af. 4.
Probleem De koppeling grijpt niet aan. Mogelijke oorzaak Remedie 1. Een zekering is doorgebrand. 1. De zekering vervangen. Controleer de weerstand van de spoelen, of de accu is opgeladen, het oplaadsysteem en de aansluitingen van de bedrading en vervang indien nodig. 2. Lage spanning bij de koppeling. 2. Controleer de weerstand van de spoelen, of de accu is opgeladen, het oplaadsysteem en de aansluitingen van de bedrading en vervang indien nodig. 3. Vervang de koppeling. 4.
Schema's Elektrisch schema (Rev.
Opmerkingen: 70
Lijst met internationale dealers Dealer: Land: Agrolanc Kft Balama Prima Engineering Equip. B-Ray Corporation Casco Sales Company Ceres S.A. CSSC Turf Equipment (pvt) Ltd. Cyril Johnston & Co. Cyril Johnston & Co. Equiver Femco S.A. ForGarder OU G.Y.K. Company Ltd. Geomechaniki of Athens Golf international Turizm Guandong Golden Star Hako Ground and Garden Hako Ground and Garden Hayter Limited (U.K.) Hydroturf Int.
De Toro totaalgarantie Groenbeheerder Equipment (LCE) Gedekte voorwaarden en producten The Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, geven aan de oorspronkelijke aankoper krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie alle onderstaande Toro-producten te repareren als deze materiaalgebreken of fabricagefouten vertonen.